3. Verordening rioolheffing Moerdijk 2023 obv waterverbruik incl bijlagen
Tekst van het document
Verorden ing op de heffi ng en
invordering van rioolheffi ng 2023 De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 8 december 2022:
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d.22 november 2022. gezien het feit dat de gemeente op grond van artikel l0:33 Wet Milieubeheer en artikelen 3.5 en 3.6 van de Watenvet de zorgplicht heeft;
gelet op artikel 228a, van de Gemeentewet; BESLUIT
vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING MOERDUK 2023
Artikel I Definities Deze verordening verstaat onder:
ln deze verordening wordt verstaan onder:
-
qemeenteliike riolerinq: een voorziening of combinat¡e van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van añralwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;
water: huishoudelijk afualwater, bedrijfsafualwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;
wonino: een perceel dient in hoofdzaak tot won¡ng, indien de waarde op basis van hoofdstuk lV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor dat perceel in hoofdzaak kan worden
toegerekend aan delen van dat perceel die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden; recreatieterrein: terrein bestemd voor verblijfsrecreatie dat als zodanig wordt geëxploiteerd met inbegrip van de op dit terrein gelegen roerende of onroerende opstallen, het terrein wordt voor de toepassing van deze verordening als een perceel aangemerkt; beheersqebied riolerinq qemeente Moerdiik: het gebied zoals is aangegeven op bijgevoegde kaart 'Beheersgrenzen riolering binnen gemeente Moerdijk';
beheersqebied riolerinq Zeehaven- en lndustrieterrein Moerd¡ik: het gebied zoals ¡s aangegeven op
bijgevoegde kaart'Beheersgrenzen riolering bi nnen gemeente Moerdijk'.
Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
a) de inzameling en het transport van huishoudelijk afualwater en bedrijfsafualwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en
b) de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de
grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht I . De belasting als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven van de
gebruiker van een perceel van waaruit water d¡rect of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
2. Met betrekking tot de rioolheffing wordt: a) als gebruiker aangemerkt degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;
b) gebruikmaken van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
c) gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;
d) het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld
Artikel 4 Zelfstandige gedeelten lndien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met d¡en verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.
Artikel 5a Maatstaf van heff¡ng en belast¡ngtar¡ef percelen aangesloten op de gemeentelijke riolering
l. De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit anikel en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel I "Rioolheffing Beheersgebied riolering gemeente Moerdijk 2023". 2. De grondslagen van de belasting zijn: a) een vast bedrag per perceel: b) een bedrag op basis van het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 3. Het aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de loop van het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd en/of opgepompt. 4. lngeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a) watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b) bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallat¡e met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepomptwater geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
5. De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd en of opgepompt water wordt, voor zover de hoeveelheid geloosd water ten m¡nste 3.000 m3 of ten minste 20%lager is dan de som van de hoeveelheden toegevoerd of opgepomptwater, verminderd met de hoeveelheid water die niet als water is afgevoerd.
Artikel 5b Maatstaf van heffing en belastingtarief percelen binnen het beheersgeb¡ed riolering Zeehaven- en lndustr¡eterre¡n Moerdijk
l. De belasting voor percelen binnen het beheersgebied riolering Zeehaven- en lndustrieterrein Moerdijk als bedoeld in anikel 3 wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel direct of ind¡rect op de riolering wordt afgevoerd en naar de tarieven opgenomen in de bü deze verordening behorende tarieventabel 2 "Rioolheffing Beheersgebied riolering Zeehaven- en lndustrieterrein Moerdiik 2023". 2. Het aantal kubieke meters afgevoerd water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de loop van het belastingjaar naar het perceel is toegevoerd en/of opgepompt. 3. lngeval gebruikwordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a) watermeter, waaryan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b) bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepass¡ng indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
4. De op voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd en of opgepompt water wordt, voor zover de hoeveelheid geloosd water ten minste 3.000 m3 of ten minste 2O% lager is dan de som van de hoeveelheden toegevoerd of opgepompt water, verminderd met de hoeveelheid water die niet als water is afgevoerd.
Anikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar
Anikel 7 rt/iize van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
l. De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5a, lid 2, letter a is verschuldigd bij de aanvang van het belastinqjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel I verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor datjaar verschuldigde belasting als er in datjaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in hoofdstuk I van de tarieventabel I als er in datjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen het 'Beheersgebied riolering gemeente Moerdijk' verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
5. De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5a, lid 2, letter b en artikel 5b, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of eerder indien de belastingplicht binnen de
gemeente wordt beëindigd in de loop van het belastingjaar.
6. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9 Termijnen van betal¡ng
l. ln afiruijking van artikel 9, eerste lid van de lnvorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2. ln aflrijking van het bepaalde in het eerste geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00 dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
3. Betaling via automatische incasso ¡s voor alle aanslagen mogelijk. ln añrijking van het bepaalde in het eerste en tweede geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer doch niet meer dan € t 0.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in
tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28" dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
4. De ¡n het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht n¡et te zfin verleend indien twee van de tien termUnen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na
afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid.
5. ln añrijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal
betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste term¡jn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
6. De Algemene term|nenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel t 0 Kwijtschelding Bij de invordering van de rioolheffing kan kwijtschelding worden verleend voor de belasting berekend naar
hoofdstuk l, onderdeel LLI van de bij deze verordening behorende tarieventabel I "Rioolheffing Beheersgebied riolering gemeente Moerdijk2023".
Artikel I I Overgangsrecht De 'Verordening rioolheffing gemeente MoerdUk2022', vastgesteld bij raadsbesluit van l6 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zU van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel I 2 Inwerkingtreding
l. Deze verordening treedt in werking met ¡ngang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2. De datum van ingang van de heffing is I januari 2023.
Artikel l3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing Moerdijk 2023'.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 8 december 2022.
De
De voorzitter,
Bijlage ÞI dç verordening op de heffing v en invordering ván ñoolheffing, gemeen-te Moerdijk
Behoort bi¡ besluit van de raad van de gemeente Moerdijk d.d.
t decefrnber aOAa
Verklaring:
I
Beheersgebied riolerlrg gemeente Moerdijk
mijbekend, Ce raadsgriffier,
Beheersgebied riolering Zeehaven- en lndustrieterrein Moerdijk
Beheersgrenzen riolerir.€ hinnen g€meente Moerdijk Teker*Enr. 47s1-betleergfens rirbf'rE 2019.d9n Tekenaer Daturn
Gezþn SVbl Datum 05-11-18
Schaal
Formaat A3
TC. 141€
Bþd
1van1
Fü. (01@)37W
47@M htuqán
p.mæd¡r@ñær{k.d
TARIEVENTABEL I
"Rioolheffing Beheersgebied riolering gemeenre Moerdijk 2023" Behorende bij de'Verordening rioolheffing Moerdijk 2023'
Hoofdstuk I Maatstaven en tariefvast bedrag
l.l
De belasting als bedoeld in artikel 5a, lid 2 onder a, bedraagt per
perceel, per belast¡ngjaar;
Ll.l
1.1.2
voor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient en op I januari van het belastingjaar of bij aanvang van de belastingplicht in de loop van het belasti ngjaar wordt gebru i kt door: een persoon
€
2 r 6,38
meer dan één persoon
€
288,5 r
voor een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient
€
288,s r
€
178,29
€
178,29
€
0,6s
Hoofdstuk 2 Maatstaven en gedifferentieerde tarieven rioolheffing 2.1
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk I onder l.l.l bedraagt de belasting als bedoeld in artikel 5a, lid 2 onder b voor een perceel dat in hoofdzaak dient tot woning bij een afgevoerde hoeveelheid water van
2.1.1
501 m3 of meer
2.2
Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk l, bedraagt de belasting als bedoeld in artikel 5a, lid 2 onder b, voor een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient alsmede recreatieterreinen, verzorgings- en verpleegtehuizen, voor de hoeveelheid afgevoerd water vanaf:
2.2.1
501 m3 tot en met 1.000 m3,
2.2.2
1.001 of meer, per m3 verhoogd met het op basis van 2.2.1 berekende bedrag
Behoon bij raadsbesluit van 8 december 2022
TARIEVENTABEL 2
"Rioolheffing Beheersgebied riolering Zeehaven en lndustrieterrein Moerd ij k 2023"
Behorende bij de'Verordening rioolheffing Moerdijk 2023' I
ln afruijking van het bepaalde in Tarieventabel I "Rioolheffing Beheersgebied riolering gemeente Moerdijk 2021" bedraagt de belast¡ng als bedoeld in artikel
5b, lid I, voor een perceel gelegen in het Beheersgebied riolering Zeehavenen lndustrieterrein Moerdijk per perceel per belastingjaar:
t.l
voor de hoeveelheid afgevoerd water tot en met 500 m3
€ 437,93
1.2
voor de hoeveelheid afgevoerd water van 501m: tot en met 1000 m3 het onder l I van Tarieventabel 2 vermelde bedrag verhoogd met
€ 437,93
1.3
voor de afgevoerde hoeveelheid water vanaf I .00 I m3 de som van de onder I . I en 1.2 van Tarieventabel 2 vermelde bedragen verhoogd met een bedrag per m3 boven de 1.000 m3.
Behoort bij raadsbesluit van 8 december 2022.
De griffier,
.M. Vonk-Schenkel
€
0,94