CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2n. Randweg Klundert_VG_Regels_Bijlage 1 Landschappelijke inpassing

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Randweg Klundert2.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie landschappelijke inpassing Randweg Klundert maart 2022

Visie landschappelijke inpassing Randweg Klundert

In opdracht van gemeente Moerdijk

Inhoud

1. Inleiding

4

2. Landschappelijke hoofdstructuur

5

2.1. Algemeen

5

2.2. Ambities 2.2.1. Kenmerken Zeekleigebied 2.2.1.1. De natuurlijke basis 2.2.1.2. Het ontginningslandschap 2.2.1.3. Het moderne landschap 2.2.2. Ambitie Zeekleigebied

5 6 6 6 6 6

2.3. Inzoomen op het plangebied van de Randweg 2.3.1. Mooije Keen en vesting Klundert 2.3.2. Topotijdreis 1815-2020

7 7 9

3. Visie landschappelijke inpassing Randweg Klundert

13

3.1. Visie

13

3.2. Uitwerking visie

13

1.

Inleiding

De wens voor het realiseren van een randweg bij Klundert is ontstaan in 2012, naar aanleiding van aanhoudende klachten over verkeersoverlast door zwaar verkeer in Klundert. De gemeenteraad heeft dit onderkend en opdracht gegeven voor nadere verkenning met mogelijke tracévarianten. Er zijn verschillende varianten beoordeeld, waarbij de tracévariant A3 op 23 april 2015 als voorkeursvariant is vastgesteld.

trum van Klundert, veroorzaakt door vooral zwaar verkeer, landbouw- en doorgaand verkeer. In 2020 is opdracht verleend aan een bureau voor het opstellen van de verschillende onderzoeken en het ontwerpbestemmingsplan.

ln 2015 is gestart met het onderzoek naar de verdere uitwerking en verbetering van deze variant in de vorm van uitvoeringsvarianten. Onderdeel van het onderzoek was ook het in beeld brengen van mogelijk aanvullende snelheid remmende en verkeer werende maatregelen in Klundert. Op basis van deze uitwerking heeft de raad op 18 april 2019 besloten tot realisering van de tracévariant, met eventuele aanvullende maatregelen in de kern Klundert. Het doel van de randweg is het creëren van een duurzame verkeerskundige oplossing voor de onderzochte en geconstateerde verkeersoverlast in het cen-

Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is een visie op de landschappelijke inpassing nodig. In het concept bestemmingsplan is een eerste aanzet gegeven voor een visie. Een onderbouwing voor deze visie is in dit document uitgewerkt.

Om het ruimtebeslag van het tracé te toetsen voor een goed passend bestemmingsplan, is er een conceptontwerp door ZECC opgesteld.

Bij de uitwerking is eerst de landschappelijke hoofdstructuur beschreven. Deze vormt het uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Vanuit hier is een visie voor de landschappelijke inpassing van de Randweg Klundert ontwikkeld.

4

2.

Landschappelijke hoofdstructuur

2.1. Algemeen Het landschap is constant aan veranderingen onderhevig. Belangrijk bij het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals wegen, is dat de landschappelijke hoofdstructuur gerespecteerd blijft. In de voorstudie voor de bestemmingsplanwijziging zijn onderzoeken gedaan naar het landschap waar de Randweg ís gepland. Aanvullend hierop is in dit document de landschapsontwikkeling van het gebied beschreven om hieruit de landschappelijk hoofdstructuur te halen. Voor het bepalen van de landschappelijke hoofdstructuur wordt uitgegaan van het gebiedspaspoort dat door de Provincie Brabant is uitgewerkt (Bron: Gebiedspaspoorten Uitwerking Structuurvisie ruimtelijke ordening Provincie Noord-Brabant, 2011). In de gebiedspaspoorten geeft de provincie aan welke landschapskenmerken zij op regionaal schaalniveau bepalend vindt voor de kwaliteit van een gebied of een landschapstype. De provincie geeft ook de ambities weer voor de ontwikkeling van de landschapskwaliteit in die gebieden. In de gebiedspaspoorten beschrijft de provincie de kenmerken van een landschapstype vanuit drie lagen van de cultuurgeschiedenis van het landschap. Een nieuwe ontwikkeling voegt kwaliteit toe, wanneer het een relatie aangaat met de kenmerken uit deze lagen: Laag 1.

De natuurlijke basis: de geomorfologische structuren, grondsoort en watersysteem zijn bepalend voor de wijze waarop de mens het land in gebruik heeft genomen en ontgonnen. Laag 2. Het ontginningslandschap: de ontginningen hebben geleid tot een rijk palet aan cultuurlandschappen, bebouwingspatronen en natuurgebieden. Ook de militaire geschiedenis en kerkelijke ge-

schiedenis hebben bijgedragen aan de vorming van Brabant. Laag 3. Het moderne landschap: in de tweede helft van de vorige eeuw heeft de ontwikkeling van stad en land zich losser gemaakt van de natuurlijke basis en van het aanwezige cultuurlandschap. Het infrastructuurnetwerk en de ligging ten opzichte van stedelijke netwerken is in grote mate sturend voor ontwikkelingen. Dit heeft geleid tot moderne cultuurlandschappen, een robuust infrastructuurnetwerk, nieuwe natuurgebieden en nieuwe stedelijke concepten, maar ook tot vervlakking van regionale verschillen.

2.2. Ambities De provincie wil de diversiteit en het contrast in de Brabantse landschappen in stand houden en als uitgangspunt nemen voor nieuwe ontwikkelingen. Ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie worden ingezet om de kenmerken te behouden, te versterken en te verbeteren. Kenmerken zijn bijvoorbeeld het open karakter (in de rivier- of zeekleipolders), landschapselementen zoals bloemrijke dijken met laanbeplanting of een bepaalde structuur van wegen of bebouwing (linten, clusters). Terwijl een afzonderlijke dijk geen provinciaal belang vertegenwoordigd, wordt dat anders wanneer hij in een netwerk van dijken bepalend is voor de karakteristiek van een bepaald landschapstype. Het is dan belangrijk dat in alle gemeenten waar dat dijkenlandschap voorkomt, die structuur wordt gerespecteerd en waar nodig hersteld. Daarmee wordt de herkenbaarheid, en de identiteit van dit gebiedstype in Noord Brabant vergroot en het contrast met andere landschapstypes in stand gehouden. Omdat de Randweg Klundert in het zeekleigebied ligt wordt alleen dit onderdeel er uitgelicht.

5

2.2.1. Kenmerken Zeekleigebied 2.2.1.1. De natuurlijke basis

Het zeekleigebied ligt op de overgang van het dekzandplateau naar de RijnScheldedelta. De ondergrond bestaat uit zeeklei. Het zeekleigebied wordt doorsneden door kreeklopen van Mark, Dintel en Vliet en meerdere kleinere kreken zoals de Verlamde Vaart.

2.2.1.2. Het ontginningslandschap

Het zeekleigebied is een open en rationeel ingericht landschap. Kenmerkend zijn de door dijken omgeven grootschalige polders. De dijken zijn stijl, hoog en beplant, waardoor ze manifest in het landschap aanwezig zijn. De buitendijkse slikken, schorren en de kreken zijn typerend voor de ligging in de RijnSchelde-delta. In het zeekleigebied ligt het defensiestelsel van de Zuiderwaterlinie met vesting(sted)en, forten en liniedijken. Het stelsel van inundatievlakten is grotendeels verborgen. Cultuurhistorisch waardevol is het gebied rond Willemstad en Klundert, waar het defensiestelsel als totaal nog goed beleefbaar is. Dijklinten en voorstraatdorpen zijn kenmerkende verstedelijkingsvormen voor de zeeklei. Bij de dijkdorpen zijn de doorzichten van de dijk naar de achterliggende polders kenmerkend. Bij de vestingstadjes de open schootsvelden rond de fortificaties en molenbiotopen. Dit deltalandschap is rijk aan flora en fauna van open akker- en graslandgebieden, kreken, sloten, dijken en wegbermen. Daarnaast is typerende deltanatuur te vinden in de moerassen, brakke graslanden en grienden met oud hakhout van de buitendijkse gebieden. De vruchtbare bodem maakt het tot het belangrijkste akkergebied in Noord Brabant voor bieten, tarwe en groenteteelt. Grootschalige teelten zijn hier bepalend voor de inrichting en ontsluiting van het gebied.

2.2.1.3. Het moderne landschap

De strategische ligging aan hoofdinfrastructuur tussen Rotterdam en Antwerpen heeft in de afgelopen decennia geresulteerd in enkele grootschalige ontwikkelingen in het open polderlandschap. Ondanks deze ontwikkelingen heeft een groot deel van het zeekleigebied het open karakter behouden. Nieuwe ontwikkelingen zetten de openheid van het deltalandschap onder druk. Het zeekleigebied is grotendeels primair landbouw gebied met een krachtige landschappelijke uitstraling.

2.2.2. Ambitie Zeekleigebied De ambitie voor de zeekleigebied in West Brabant is het versterken van de poldereenheden en het deltakarakter. 1. Het behoud van het contrast tussen de open grootschalige zeekleipolders en de beboste steilrand van de Brabantse Wal en het kleinschalige landschap van de WestBrabantse venen. Dit kan door: a. beplanting alleen toe te voegen op erven, dijken, langs kreken, dorpsranden en bedrijventerreinen; 2. Het versterken van de zeekleipolders als grootschalig en open landbouwgebied. Dit kan door: a. ontwikkelingsruimte te bieden voor schaalvergroting en intensivering van die vormen van landbouw die drager zijn van de openheid van de zeekleipolders in combinatie met de oprichting van forse erfbeplanting en met behoud als habitat voor akker- en weide vogels; b. bij nieuwe ontwikkelingen in de zeekleipolders kansen te benutten om de onderlinge samenhang tussen de onderdelen van de Zuiderwaterlinie te verbeteren;

6

c.

bij de verdere ontwikkeling van de dorpen in het zeekleigebied de verschillen in ontstaansgeschiedenis en de relatie tussen dorpstypen en omgeving te gebruiken; 3. Het ontwikkelen van een robuust krekensysteem. Dit kan door: a. de kreken als doorgaande natte structuur te versterken voor waterberging en natuurontwikkeling; b. de kreken te benutten voor wateraanvoer voor de landbouwgebieden in de omliggende polders; 4. De cultuurhistorische waarden in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen: “Biesbosch” en “Zuiderwaterlinie bij Willemstad en Klundert” (Polder Ruigenhil). 5. Het versterken van de ecologische waarden van het landschap door te sturen op te behouden of te ontwikkelen kenmerken van het landschap, waarbij kenmerkende plant- en diersoorten van open akker- en graslandgebied (zoals overwinterende ganzen en zwanen, maar ook kieviten, scholekster en veldleeuweriken), kreken en sloten (o.a. de rugstreeppad) en dijken en wegbermen (o.a. zomertortel en agrimonie) goede indicatoren zijn.

2.3. Inzoomen op het plangebied van de Randweg

kaarten via Topotijdreis de ruimtelijke ontwikkeling van het landschap belicht.

2.3.1. Mooije Keen en vesting Klundert De Mooije Keen (of: Mooye Keen) was een zeearm van het Hollandsch Diep, die ontstaan is tijdens de Sint-Elisabethsvloed van 1421. De Mooije Keen liep vanaf het Hollandsch Diep, als de huidige Roode Vaart, zuidwaarts het binnenland in. Dan boog ze af naar het westen, en zo zuidelijk langs Klundert, om aldaar weer naar het zuiden af te buigen. Bij de huidige buurtschap Barlaque kwam ze in de Dintel terecht. In de loop der eeuwen zijn grote delen van de Mooije Keen ingepolderd: Mancia Winterpolder, Henriëttepolder en dergelijke. De dijken van de voormalige zeearm zijn nog in het landschap te vinden, onder andere de Kreekdijk. Overblijfselen van de Mooije Keen zijn de Keenhaven bij Standdaarbuiten en Klundert, de Verlamde Vaart daar tussenin, en een deel van de Roode Vaart. Het betreft voornamelijk smalle waterlopen. Door de aanleg van het Haven- en industriegebied Moerdijk, omstreeks 1970, is een deel van de Mooije Keen voorgoed uit het landschap verdwenen. In het plangebied kruist de toekomstige Randweg het overblijfsel van Mooije Keen/Verlamde Vaart. Bron: Wikipedia

Wanneer er wordt ingezoomd op het landschap waar de Randweg is gepland kan meer gedetailleerd op de landschapselementen worden ingegaan. Allereerst wordt de voormalige kreek Mooije Keen/ Verlamde Vaart belicht. De ligging van Klundert en de ontwikkeling tot vestingstad is hiervan afgeleid. Vervolgens wordt met behulp van topografische

7

De Vestingwerken van Klundert zijn in 1584-1588 aangelegd naar ontwerp van Adriaen Anthonisz.

De vestingwerken bestonden uit onder meer diverse bastions, een aarden wal en een gracht. De gracht werd gevoed met het water afkomstig van de Roode Vaart. Dit gebeurde via de Mooije Keen of Verlamde Vaart. De vestingwerken aan de noord- en zuidzijde van Klundert zijn goed bewaard gebleven. Het kroonwerk Suykerbergh is in 1948 gerestaureerd.

er het gebied mee aan te duiden dat door de artillerie van een fort of vestingwerk wordt bestreken. In een dergelijk gebied mochten geen zichtbeperkende objecten zoals woningen of beplantingen worden aangebracht. De ontmanteling van overbodig geworden vestingwerken maakte het voor de betreffende steden mogelijk om ook buiten de historische stadskernen woningen en bedrijven te vestigen.

Doordat Klundert een versterkte vesting was op een strategische plaats, werd het onderdeel van de Stelling van het Hollandsch Diep en het Volkerak. Door de aanwezigheid van vestingwerken en inundatiegebieden, kon in 1793 de oprukkende Franse troepen enige tegenstand geboden worden. De term schootsveld wordt gewoonlijk gebruikt om

Tegenwoordig wordt in de omgeving van sommige historische vestingsteden het schootsveld nog wel in ere gehouden, teneinde de oorspronkelijke situatie te behouden. Dit betekent dat de uitbreiding van een dergelijke stad met nieuwe woonwijken op enige afstand van de stadskern moet plaatsvinden. De Randweg komt in het schootsveld van de vesting

8

Klundert te liggen. In 1809 werd de vesting opgeheven. De restanten van de vestingwerken werden van 1931 tot 1979 gerestaureerd en hebben de status van rijksmonument.

2.3.2. Topotijdreis 1815-2020

In de volgende afbeeldingen zijn de topografische kaarten van de afgelopen 200 jaar van het gebied en de directe omgeving chronologisch in beeld gebracht. Hierbij is een selectie van kaartbeelden weergegeven waarin de grootste wijzigingen hebben plaatsgevonden .

1815 - De Mooije Keen stroomt tussen de vestingwerken van Klundert door. De Mooije Keen wordt door dijken binnen haar stroomgebied gehouden. De Stoofdijk en de noordelijke dijk van de Westpolder zijn duidelijk te zien.

9

1.

randweg Klundert

1850 – Op deze zwart-wit kaart is duidelijker te zien hoe het gebied is ingedeeld. Op alle dijken is een laanbeplanting aanwezig. De polders zijn meer open, alhoewel op sommige kavelgrenzen ook beplanting aanwezig is. Op deze kaart verandert de naam Mooije Keen in Verlamde Vaart.

1900 – Ook op deze kaart zijn er nauwelijks veranderingen waar te nemen. Er zijn wat extra sloten of greppels gegraven ten zuiden van de Verlamde Vaart en in de Westpolder. De boerderij met boomgaard langs de Zevenbergseweg is, net buiten de vesting, in de kaart verschenen.

10

1.

randweg Klundert

1.1. randweg Klundert

1975 – Eind jaren vijftig is een belangrijk deel van de dijk aan de noordzijde van de Westpolder verwijderd. Daar waar de dijk heeft gelegen is een kavelontsluitingsweg aangelegd. Deze loopt vanaf de historische boerderij in een hoek door naar de Noordhoekse DIjk. De Marciapolder heet op de kaart nu Westpolder en de Bloemendaalsedijk heet Noordhoekse Dijk. Daarnaast zijn er grotere percelen ontstaan. Waarschijnlijk heeft dit te maken met een ruilverkaveling. De Zevenbergseweg is op een vloeiende wijze aangelegd. Met name de aansluiting bij De Druif.

2000 – Achter de historische boerderij langs de Zevenbergseweg is een dubbele stal gebouwd langs de landbouwweg. Verdere schaalvergroting van de landbouwkavels.De kavelontsluitingsweg loopt dood nabij het wiel.

11

1. 2020 – Nauwelijks wijzigingen ten opzichte van de situatie in 2000. De percelen langs de Stoofdijk zijn meer samengevoegd.

Conclusie: De openheid van het landschap is ook na het vervallen van de militaire functie van de vesting Klundert (schootsveld/inundatiegebied) te ervaren gebleven. Het landschap is in de loop der tijd grootschaliger verkaveld. De noordelijke dijk van de Westpolder is afgegraven waardoor de gehele polder, waardoorheen de Randweg komt te liggen, Westpolder heet en één open gebied vormt. De Verlamde Vaart is in de loop der tijd haast verdwenen uit het beeld van het landschap.

12

3.

Visie landschappelijke inpassing Randweg Klundert

3.1. Visie Om de Randweg landschappelijk in te passen ligt het voor de hand dat de weg met zijn bermen aansluit bij de landschappelijke hoofdstructuur en het gebiedspaspoort van de Provincie Brabant. In het gebiedspaspoort is duidelijk dat voor de inpassing van de Randweg Klundert in deze situatie de volgende kenmerken van belang zijn: • • • •

De openheid van het landschap gezien vanuit de open polders, inundatiegebieden en het schootsveld van de vestingstad Klundert; De versterking van de ecologische en ruimtelijke waarde van het krekenstelsel waarvan de Verlamde Vaart/Mooije Keen deel uit maakt; Het versterken van de beplanting op de dijken zoals de Stoofdijk; Het versterken van de Verlamde Vaart als waterberging en natuurontwikkeling/ecologische verbindingszone.

Omdat het civieltechnisch ontwerp voor de weg is bepaald wordt dit als basis gebruikt voor de landschappelijke inpassing.

•

ting op de Stoofdijk); Niet alleen het water maar ook brede oevers aan beide zijden van de Verlamde Vaart worden overbrugd waardoor de Verlamde Vaart een accent vormt.

Beleving vanaf de weg: • • •

•

•

In stand houden van de beleving van openheid en zicht op vesting Klundert, historische boerderij en beplante Stoofdijk als rand van de polder; Accentueren van de rotonde op de Stoofdijk met landschappelijke beplanting of een landschapselement; De aansluiting van de Zevenbergse Weg op Randweg accentueren door middel van een landschapselement dat geen massa vormt in de open ruimte (zoals een poel); Voor bomen langs de Zevenbergseweg ‘uitsterf principe’ toepassen vanwege gewenste openheid. Enkele solitaire bomen nabij poel als accent behouden en/of aanplanten. Kruising met de Verlamde Vaart accentueren door ‘brug(leuning)’;

3.2. Uitwerking visie De uitwerking van de landschappelijke inpassing wordt vanuit verschillende oogpunten vorm gegegeven: vanuit de omgeving, vanaf de toekomstige weg, vanuit ecologie en cultuurhistorie. Vanuit deze verschillende invalshoeken ontstaan eisen aan de inpassing van de Randweg. Beleving vanuit de omgeving: •

De Randweg wordt onopvallend (open en laag) in het landschap ingepast (behalve bij de aanslui-

Beleving vanuit ecologisch oogpunt •

•

Inheemse soorten gebruiken voor plaatsen die worden aangeplant zoals rotonde Stoofdijk, aansluiting Randweg op Zevenbergse Weg en ‘erfbeplanting’ landbouwschuur. Bermen geschikt maken voor kruidenrijke begroeiing passend in dit gebied en extensief te onderhouden om deze duurzaam in stand te

13

Ecologische verbindingszone voor aanwezige flora en fauna

Perspectiefschets ‘brug’

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=09ddf3ae-fd16-451a-80ee-13ddf7530678