CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

2f. Randweg Klundert_VG_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 5 Veldonderzoek vleermuizen

Raadsvergadering 3 november 2022, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Randweg Klundert3.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VLEERMUIZEN TER PLAATSE VAN RONDWEG KLUNDERT

Eindrapport

VLEERMUIZEN TER PLAATSE VAN RONDWEG KLUNDERT

rapportnummer 2020.3616 oktoberber 2020 In opdracht van: Rho adviseurs voor leefruimte Postbus 150 3000 AD ROTTERDAM

Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl

© Adviesbureau Mertens BV, Renkum, 2020. Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED ...................................................................................................................................... 2 1.3 DE PLANNEN ............................................................................................................................................. 3 1.4 VRAAGSTELLINGEN VAN HET ONDERZOEK .................................................................................................. 3 1.5 OPBOUW VAN DIT RAPPORT ....................................................................................................................... 3

2. ECOLOGIE VLEERMUIZEN ............................................................................................................................... 4

3. METHODE........................................................................................................................................................... 5 3.1 OMVANG ONDERZOEK ............................................................................................................................... 5 3.2 VELDONDERZOEK ..................................................................................................................................... 6

4. RESULTATEN .................................................................................................................................................... 7 4.1 VOORJAAR/VOORZOMER (FOERAGEER-, KOLONIEPLAATSEN EN VLIEGROUTES) ............................................ 7 4.2 OVERWINTERINGSPLAATS ......................................................................................................................... 7 4.3 VOORHERFST (FOERAGEER-, BALTS- EN PAARPLAATSEN ............................................................................ 8

5. CONCLUSIES ..................................................................................................................................................... 9

GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 10

BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 11 1 BEGRIPPEN ............................................................................................................................................ 12 2 VOORWAARDEN .................................................................................................................................... 14 3 ONDERZOEKS OMSTANDIGHEDEN .................................................................................................... 15

Adviesbureau Mertens

1

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

1. INLEIDING

1.1 Inleiding

Er is het voornemen voor de realisatie en gebruik van een rondweg aan de zuidzijde te Klundert (zie figuur 1 voor de globale ligging). Voor de rondweg Klundert is vastgesteld dat de plannen van negatieve invloeden zouden kunnen zijn op vleermuizen (Adviesbureau Mertens, 2020). Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens BV te Wageningen gevraagd om een veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van vleermuizen en om bij het eventueel voorkomen hiervan, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd.

N▲

Figuur 1. Globale ligging van het plangebied van de Rondweg te Klundert.

1.2 Het plangebied Het plangebied van de rondweg te Klundert betreft een akkerbouwgebied tussen de Zevenbergseweg (N285) en Stoofdijk / Het Ravelijn en is sinds het verkennend onderzoek niet wezenlijk gewijzigd. Voor een omschrijving van dit gebied wordt verwezen naar het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2020).

Adviesbureau Mertens

2

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

1.3 De plannen De plannen zijn sinds het verkennend onderzoek niet gewijzigd. Voor een omschrijving van de plannen wordt dan ook verwezen naar het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2020).

1.4 Vraagstellingen van het onderzoek Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding van dit hoofdstuk worden de volgende vraagstellingen onderzocht: 1. Welke soorten vleermuizen komen voor in of in nabijheid het onderzoeksgebied van de rondweg Klundert? 2. Wat is de verspreiding en het terreingebruik van de vleermuizen in of direct rond het onderzoeksgebied van de rondweg Klundert?

1.5 Opbouw van dit rapport Na een korte uitleg over vleermuizen wordt in hoofdstuk 3 de werkwijze van het onderzoek weergegeven. In hoofdstuk 4 wordt de aanwezigheid en de verspreiding weergegeven. In hoofdstuk 5 worden conclusies gegeven en worden aanbevelingen gedaan. In bijlage 1 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen. In bijlage 2 worden de voorwaarden van het onderzoek weergegeven. Aangezien onderhavig rapport een voortzetting is van het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2020), kunnen beide rapporten niet los van elkaar worden gelezen.

Adviesbureau Mertens

3

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

2. ECOLOGIE VLEERMUIZEN

Vleermuizen zijn vliegende zoogdieren die zich voeden met insecten. Per nacht wordt een grote hoeveelheid voedsel gegeten. Vleermuizen zijn aangewezen op een grote diversiteit aan ecotypen, die een groot en constant voedselaanbod opleveren. Daarnaast zijn vleermuizen afhankelijk van landschapselementen. Aan de hand van landschapselementen (bomenlanen, huizenrijen, houtwallen e.d.) kunnen vleermuizen zich oriënteren door middel van het uitzenden van geluiden. Open landbouwgebieden zijn daarom bijvoorbeeld onaantrekkelijk voor vleermuizen. Vleermuizen verblijven overdag, gedurende het zomerseizoen, in kleine ruimten als spouwmuren of gaten in bomen. Afhankelijk van de soort, bewonen vleermuizen bomen of gebouwen. Alleen de grootoorvleermuis maakt gebruik van zowel bomen als gebouwen. Vooral vrouwtjes zitten veel bij elkaar, in een kolonie. Hier worden de jongen in groot gebracht. Als de schemering valt vliegen de vleermuizen uit en gaan via vaste routen, de vliegrouten, naar de foerageerplaatsen. Soms liggen foerageerplaatsen en kolonies wel meer dan 10 km uit elkaar. Op de foerageerplaatsen wordt gedurende de gehele nacht gefoerageerd. Bij het aanbreken van de dag vliegen de vleermuizen via de vliegrouten weer terug naar de kolonie. Tegen de herfst breekt het paarseizoen aan. De jongen worden in het daarop volgende voorjaar geboren.

De vleermuizen leven in de herfst nagenoeg niet meer in kolonies, maar solitair. Voor de paring worden paarplaatsen gebruikt die vaak afwijken van de kolonieplaatsen. Vaak worden in de herfst ook andere soorten en aantallen vleermuizen aangetroffen. Een voorbeeld hiervan is de ruige dwergvleermuis. Daarnaast worden in de herfst vaak andere foerageerplaatsen gebruikt, de vleermuizen zijn immers niet meer gebonden aan de kolonieplaats. Kort na het paarseizoen tot enkele maanden later, als de winter aanbreekt, trekken de vleermuizen naar ruimten met een stabiel microklimaat als (ijs)kelders, grotten, bunkers of dikke bomen om daar door middel van de winterslaap de winter door te brengen. Vleermuizen gebruiken in de winter dus eveneens verblijfplaatsen, wanneer zij hun winterslaap houden. Slechts zeer sporadisch komen de winterverblijfplaatsen overeen met de zomerverblijfplaatsen. Doordat vleermuizen voor hun oriëntatie gebruik maken van echolocatie zijn vleermuizen gevoelig voor ingrepen in het landschap. Oriëntatie vindt plaats aan de hand van opgaande elementen als bijvoorbeeld bomenlanen en houtwallen. Verlies daarvan resulteert in verminderde oriëntatiemogelijkheden. Oriëntatie is noodzakelijk om van kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en om voedsel te vinden.

Bij de afweging van de effecten van ruimtelijke ingrepen in natuur en landschap spelen derhalve opgaande elementen een belangrijke rol. Vleermuizen worden meer en meer betrokken bij de besluitvorming rond ingrepen in het landelijk en stedelijk gebied. Dit is ook verplicht: alle soorten zijn nationaal en internationaal wettelijk beschermd via de Wet natuurbescherming en de Habitatrichtlijn.

Adviesbureau Mertens

4

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

3. METHODE

3.1 Omvang onderzoek Conform het verkennend onderzoek (Adviesbureau Mertens, 2020) is onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen. Het vleermuisinventarisatie-protocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017) stelt dat:  Voor (kraam)verblijven en vliegroutes van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd:  in de periode 15 mei – 15 juli,  2 x 2 uur (i.v.m. laatvlieger 2 x ’s avonds en i.v.m. dwergvleermuis 1 x ‘s ochtends),  periode tussen veldbezoeken tenminste (10) 20 dagen,  bij geschikte omstandigheden,  als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden.  Voor zwermplaatsen in het kader van winterverblijfplaatsen van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd:  in de periode 1 aug - 10 sep.,  2 x 2 uur,  tussen 0:00 - 2:00,  periode tussen veldbezoeken tenminste (5) 10 dagen,  bij geschikte omstandigheden,  als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden.  Voor paarverblijf- & zwermplaatsen van vleermuizen dient onderzoek te worden uitgevoerd:  in de periode (15 jul) 15 aug - 1 okt (1 nov),  2 x 2 uur (i.v.m.

laatvlieger minimaal 1x ’s avonds),  (0 min) 60 min na (zo mogelijk later, rond middernacht),  periode tussen veldbezoeken tenminste (10) 20 dagen,  bij geschikte omstandigheden,  als meer dan een kwart van het onderzoeksgebied niet valt te (over)zien of te beluisteren, moet een extra waarnemer ingeschakeld worden.  Voor vlieg- en migratieroutes  in de periode (1 april) 15 apr - 1 okt (15 november),  2 x 2 uur, waarvan 1 x in de kraamperiode (10 mei) 15 mei - 15 jul (1 aug),  periode tussen veldbezoeken tenminste (4) 8 weken,  bij geschikte omstandigheden.

Adviesbureau Mertens

5

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020 Gelet op de aard en omvang van het gebied zijn zes onderzoeksronden uitgevoerd op 23 mei, 18 juni, 9 juli, 15 augustus, 5 en 25 september 2020 met een totale onderzoeksomvang van ongeveer 16 uur. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de methode, de inventarisatieduur en de bezoekdata. In bijlage 3 worden de omstandigheden weergegeven. Tabel 1. Overzicht inventarisatieronden naar de aanwezigheid van vleermuizen ter plaatse van en direct rond rondweg Klundert. Datum

Onderzoek gericht op

Voorjaar/voorzomer (foerageer-, kolonieplaatsen en vliegroutes) - 23 mei 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 18 juni 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen - 9 juli 2020 Kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen Voorherfst (foerageerplaatsen, balts- en paarplaatsen) - 15 augustus 2020 Balts-, paar-, foerageer- en overwinteringsplaatsen - 5 september 2020 Balts-, paar-, foerageer- en overwinteringsplaatsen - 25 september 2020 Balts-, paar- en foerageerplaatsen

3.2 Veldonderzoek Vleermuizen zijn geïnventariseerd door middel van batdetector-onderzoek (Petterson D-240). Met de batdetector worden de, voor mensen onhoorbare, ultrasone geluiden van vleermuizen omgezet naar de voor het menselijk oor hoorbare geluiden. Soorten kunnen door de geluiden (frequentie, ritme en klank) en zichtbeelden worden onderscheiden. Door interpretatie hiervan kan tevens het gedrag afgeleid worden en kunnen onder andere verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen worden opgespoord. Op 15 augustus, 5 en 25 september 2020 werd geïnventariseerd naar de aanwezigheid van kolonies, vliegroutes en foerageerplaatsen. De onderzoeksronden op 18, 28 augustus en 16 september 2020 waren gericht op de inventarisatie van balts-, paar- en foerageerplaatsen. Omdat de onderzoeksronden op 15 augustus en 5 september 2020 doorliepen tot na middernacht was het mogelijk om ook onderzoek te doen naar gedrag dat wijst op eventuele overwinterende vleermuizen (zwermen). De methode voor het inventariseren van vleermuizen voldoet aan het Inventarisatie Protocol van het Netwerk Groene Bureaus (Netwerk Groene Bureaus, 2017) en de kennisdocumenten van watervleermuis, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis (Bij 12, 2017a,b,c). Van laatvlieger is geen kennisdocument beschikbaar. De onderzoeken vonden plaats bij geschikte omstandigheden.

Omdat het onderzoek is uitgevoerd bij geschikte omstandigheden in een geschikte periode is het onderzoek goed uitgevoerd en geeft een goed beeld.

Adviesbureau Mertens

6

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

4. RESULTATEN

4.1 Voorjaar/voorzomer (foerageer-, kolonieplaatsen en vliegroutes) In het voorjaar / de voorzomer is gewone dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn enkel (in lage dichtheid) foeragerend aangetroffen. Er zijn geen kolonies of vliegroutes vastgesteld. Omdat de gewone dwergvleermuis en laatvlieger relatief laat in het plangebied arriveerde, is een verblijfplaats buiten het plangebied gelegen. Het voorkomen van verblijfplaatsen is ook niet aannemelijk omdat gewone dwergvleermuis en laatvlieger uitsluitend gebouwbewonend zijn en de potentiele verblijfplaatsen zich in bomen bevinden. Er zijn gedurende onderhavig onderzoek ook geen aanwijzingen gevonden van de aanwezigheid van vliegroutes. In figuur 2 zijn de waarnemingen weergegeven.

N▲

Legenda = Rondweg = Potentiele vliegroute = Potentiele verblijfplaats Foeragerend = Gewone dwergvleermuis = Laatvlieger Figuur 2. Waarnemingen van vleermuizen in het voorjaar / de voorzomer van 2020 in het gebied van rondweg Klundert.

4.2 Overwinteringsplaats Omdat er zowel in het voorjaar/ de voorzomers als in de voorherfst relatief weinig vleermuizen werden vastgesteld (ook niet zwermend in de zwermperiode voorafgaand aan overwintering), kan het voorkomen van overwinterende vleermuizen worden uitgesloten.

Adviesbureau Mertens

7

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

4.3 Voorherfst (foerageer-, balts- en paarplaatsen) Er zijn in de voorherfst alleen gewone en ruige dwergvleermuizen foeragerend aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen van het voorkomen van paarplaatsen. Gedurende het onderzoek zijn bijvoorbeeld geen baltsplaatsen van vleermuizen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een paarplaats. In figuur 3 worden de waarnemingen weergegeven.

N▲

Legenda = Rondweg = Potentiele vliegroute = Potentiele verblijfplaats Foeragerend = Gewone dwergvleermuis = Ruige dwergvleermuis Figuur 3. Waarnemingen van vleermuizen in de voorherfst van 2020 in het gebied van rondweg Klundert.

Adviesbureau Mertens

8

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

5. CONCLUSIES

Er is het voornemen voor de realisatie en gebruik van een rondweg aan de zuidzijde te Klundert. Op grond hiervan is een gericht veldonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen. In dit rapport worden de resultaten van dit onderzoek gepresenteerd. Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond het plangebied laatvlieger, gewone en ruige dwergvleermuis foerageren en vliegen. Er zijn geen verblijfplaatsen of vliegroutes vastgesteld. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen de aangetroffen vleermuizen er blijven foerageren en vliegen. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. De meest voorkomende soort, gewone dwergvleermuis, is ook beperkt verstoringsgevoelig. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de plannen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hiermee rekening gehouden te worden.

In dit kader zou de bomenstructuur langs de provinciale weg versterkt kunnen worden.

Adviesbureau Mertens

9

Renkum

Vleermuizen ter plaatse van rondweg Klundert. Eindrapport oktober 2020

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Adviesbureau Mertens, 2020. Quick scan beschermde planten- en diersoorten rondweg te Klundert. Wageningen, 1-16. Bij 12, 2017. Kennisdocument watervleermuis, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis, Utrecht. Bij 12, 2017. Kennisdocument ruige dwergvleermuis, Utrecht. EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad Europese Gemeenschap, nummer L. 103. EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2017. Rode lijsten diverse soortgroepen. Ministerie Economische zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2016, 1-34. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van LNV (Dienst Regelingen), Den Haag.

Netwerk Groene Bureaus, 2017. Vleermuisinventarisatie-protocol; Introductie, toelichting en tabel. Odijk.

Adviesbureau Mertens

10

Renkum

BIJLAGEN

1 BEGRIPPEN

Baltsplaats

Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.

Foerageergebied

Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.

Foerageerplaats

Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.

Kolonie

Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.

Migratieroute

Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.

Paarplaats

Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.

Verblijfplaats

Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).

Vliegroute

Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.

Voorbijvliegend

Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.

Zwermen

Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.

Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en

temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.

2 VOORWAARDEN

Adviesbureau Mertens BV (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 09110429) richt zich op de inventarisatie van natuur- en landschapswaarden en de eventuele effecten van plannen of projecten op deze waarden. Vaak wordt daarom getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Dieren en planten kunnen zich vestigen na onderzoek en ook is er een mogelijkheid, dat ondanks onderzoek dieren zich verborgen houden of dat planten niet zijn opgekomen in een bepaald jaar doordat het bijvoorbeeld een droog of koud voorjaar is. Ook komt het zeer soms voor dat wilde dieren zich anders gedragen in bepaalde situaties zoals op plaatsen waar veel mensen komen, waar veel geluid is of veel lichtverstrooiing. Daarom heeft Adviesbureau Mertens BV een inspanningsverlichting en geen resultaatverplichting bij inventarisaties. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor het zich verborgen houden, nadien vestigen of verplaatsen van soorten. Zoals bovenstaand weergegeven wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Een plan of project wordt met de grootste zorg getoetst door Adviesbureau Mertens BV. De geldende interpretatie van de wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig en sinds de decentralisatie van bevoegde gezagen treden er ook regionale verschillen op. Adviesbureau Mertens BV is niet verantwoordelijk voor veranderde interpretatie van de wet- en regelgeving.

Na verrichtte werkzaamheden worden projecten soms overgedragen of wordt er op een andere manier invulling gegeven aan de uitvoering. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, of schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens afkomstig van Adviesbureau Mertens BV. De opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau Mertens BV voor aansprakelijkheid van derden als gevolg van deze toepassingen. Omdat dieren en planten zich verplaatsen, zich kunnen vestigen na onderzoek en de geldende interpretatie van wet- en regelgeving aan verandering onderhevig is, is een onderzoek twee jaar geldig. Na twee jaar dient een onderzoek en/of advies geactualiseerd te worden. De opdrachtgever is hiervoor zelf verantwoordelijk. De interpretatie van wet- en regelging kan zijn gewijzigd na advies, de situatie kan veranderd zijn en daarnaast dient voldaan te worden aan de Zorgplicht van bijvoorbeeld de Wet natuurbescherming. Tijdig maar in ieder geval voorafgaand van start van eventueel fysieke werkzaamheden dient de initiatiefnemer / uitvoerder zich daarom opnieuw op de hoogte te stellen van eventueel aanwezige natuur- en landschapswaarden in en rond een plangebied en hoe hiermee moet worden omgegaan.

Voor uitvoer dienen natuur- en landschapswaarden en eventueel gewijzigde situaties in kaart gebracht te worden en dient nagegaan te worden hoe hiermee moet worden omgegaan. Adviesbureau Mertens BV is niet aansprakelijk voor indirecte en/of gevolgschade, waaronder mede wordt verstaan gederfde winst en schade als gevolg van bedrijfstagnatie. Inzake schadevergoeding geldt bij een toerekenbare tekortkoming van Adviesbureau Mertens BV een aansprakelijkheidsbedrag van maximaal drie maal de opdrachtwaarde.

3 ONDERZOEKS OMSTANDIGHEDEN

Duur (uur) Temperatuur (OC)

Neerslag (mm)

Wind (bft)

Datum (2020)

Tijd (uur)

- 23 mei 2020 - 18 juni 2020 - 9 juli 2020 - 15 augustus 2020 - 5 september 2020

22.00-00.00 22.30-00.30 03.00-05.00 22.00-02.00 22.00-02.00

2 2 2 4 4

20 21 21 24 17

Geen Geen* Geen* Geen Geen*

2 2 2 2 2

- 25 september 2020 22.00-24.00 * niet gedurende onderzoek

2

18

Geen*

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=c9377c0f-cad7-45d2-9309-ac7262f3809f