CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

12. Brabantse norm weerbare overheid

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Actualisatie beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob4.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BRABANTSE NORM WEERBARE OVERHEID Een handreiking voor Brabantse overheden om in gezamenlijkheid te komen tot een weerbare overheid

VOORWOORD In Brabant maken we – zoveel mogelijk als één overheid – al vele jaren werk van de aanpak van ondermijning. Het probleem is groot maar de aandacht ervoor is op dit moment óók groot. Dat heeft zich onder meer vertaald in extra structurele middelen waarvan een substantieel deel wordt ingezet “voor het weerbaarder maken van de samenleving en onze economie tegen criminele invloeden.” Ook vanuit de Taskforce-RIEC-programmalijn Weerbare Overheid willen we het thema weerbaarheid de blijvende aandacht geven die het verdient. Zo is het idee voor de weerbaarheidsnorm ontstaan. Met deze norm geven gemeenten en provincie – als het om hun weerbaarheid gaat – uiting aan de ambitie om aan een bepaald basisniveau of ondergrens te willen voldoen. Dit basisniveau leggen we vast in de Brabantse norm weerbare overheid. Om op een effectieve en geloofwaardige wijze een bijdrage te leveren aan het brede offensief tegen ondermijning zullen we allemaal onze eigen defensie op orde moeten hebben. Ik hoop en verwacht dat de Brabantse norm weerbare overheid ons daarbij gaat helpen.

2 | Brabantse norm weerbare overheid

De aandacht voor een weerbare overheid wordt voortgezet. De gezamenlijke Brabantbrede norm helpt om de spreekwoordelijke dijken tegen ondermijning overal op hetzelfde niveau te brengen. Zo voorkomen we een waterbedeffect van criminelen die geen voet aan de grond krijgen in de ene gemeente, en op zoek gaan naar een andere gemeente waar minder weerstand of weerbaarheid is. Deze ambitie, deze Brabantse norm vraagt extra inspanningen.

‘VOOR HET WEERBAARDER MAKEN VAN DE SAMENLEVING EN ONZE ECONOMIE TEGEN CRIMINELE INVLOEDEN’ Ina Adema - Commissaris van de Koning in Noord-Brabant

en portefeuillehouder weerbare overheid vanuit het Taskforce-RIEC samenwerkingsverband

Hiervoor kunnen gemeenten rekenen op ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland. De norm biedt de ondersteuningsorganisatie concrete handvatten om gemeenten nog gerichter te ondersteunen in hun streven om nog weerbaarder te worden. Dit doen we samen met onze partners en dat doen we op alle niveaus. Van bestuurlijk tot ambtelijk. Van strategie tot uitvoering. In districten en bij basisteams. We inventariseren wat per gebied nodig is om aan het basisniveau voor de weerbare overheid te voldoen. Op basis daarvan bieden we een passend handelingsperspectief en ondersteuningsaanbod.

‘EEN PASSEND HANDELINGSPERSPECTIEF EN ONDERSTEUNINGSAANBOD PER GEBIED’

Theo Weterings - voorzitter Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland

Brabantse norm weerbare overheid | 3

INLEIDING De gemeenten en provincie in Noord-Brabant zijn al ruim tien jaar onderdeel van de brede beweging tegen ondermijning. Overheidspartners, waaronder gemeenten, provincies, politie, OM en Belastingdienst zetten stevig in op de aanpak van integrale casuïstiek onder het RIEC-convenant en het versterken van de bestuurlijke en maatschappelijke weerbaarheid. Samen met vele andere publieke en private partners is een integrale aanpak van preventie tot repressie opgebouwd. Dit vanuit de gedachte dat ondermijnende criminaliteit – en de parallelle samenleving die daaraan ondersteunend is – alleen effectief kan worden aangepakt door verbreding van de één overheidsaanpak naar een brede maatschappelijke beweging. Deze aanpak wordt ondersteund vanuit het samenwerkingsverband Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland (hierna: Taskforce-RIEC), waarvan bovengenoemde partijen zelf de sturende en drijvende kracht zijn. De aanpak van ondermijning is opgenomen in de integrale veiligheidsplannen van de gemeenten en ook de provincie heeft een programma Veilig en weerbaar Brabant.

Gemeenten en provincies zijn als maatschappelijke dienstverleners met een exclusief dienstenaanbod kwetsbaar voor ongewenste invloeden van buitenaf. Burgers kunnen maar op één plaats terecht voor bijvoorbeeld de uitgifte van paspoorten, verlening van vergunningen of het mogelijk maken van ontwikkelingen in de openbare ruimte via bestemmingsplannen. Door (onbedoeld) misbruik te laten maken van deze diensten wordt onze democratische rechtsstaat ondermijnd. Een weerbare overheid is essentieel om structureel tegendruk te bieden aan ondermijning. Daarmee voorkomen we dat overtreders van wet- en regelgeving de grondbeginselen van onze democratische rechtsstaat ondergraven. De actuele context van verhardende georganiseerde criminaliteit en de toenemende mate van agressie tegen en intimidatie van ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers benadrukken de urgentie om de weerbaarheid van onze overheidsorganisaties te versterken.1 Bestuurlijke weerbaarheid is en blijft dan ook onderdeel van het ‘Breed offensief tegen georganiseerde criminaliteit’ van het kabinet.2

Het versterken van de weerbare overheid is vanzelfsprekend geen nieuwe ambitie. Zeker in Brabant wordt hier – zowel binnen als buiten de context van de ondermijningsaanpak – al flink in geïnvesteerd. Onder meer aan de hand van de ‘Piramide naar fitte gemeenten’ hebben gemeenten en provincie met ondersteuning vanuit Taskforce-RIEC op individueel niveau inzicht gekregen in hun weerbaarheid en concrete plannen gemaakt om deze te versterken. Thema’s als bewustwording, integriteit, Veilige Publieke Taak, informatiepositie, bestuurlijk instrumentarium en communicatie daarover staan al langere tijd op de bestuurlijke agenda. De ene gemeente is daarin verder dan de andere, waarbij logischerwijs ook schaalgrootte een rol speelt.

Wanneer één partij druk uitoefent, bestaat het risico dat zij hun heil elders zoeken, het zogenoemde ‘waterbedeffect’. Het is kapitaalvernietiging als je schaarse capaciteit op één plek investeert, terwijl kwaadwillenden op een andere plek gewoon doorgaan. Dat willen we tegengaan.

Wat nog ontbreekt is een gezamenlijk basisniveau voor de weerbare overheid, een ondergrens waaraan alle Brabantse gemeenten en de provincie zich committeren. De tijd is rijp om de stap te zetten naar één gezamenlijk gedragen norm, met als doel dat overtreders van wet- en regelgeving overal in Brabant dezelfde behandeling krijgen. Oftewel dat ‘de dijken overal even hoog zijn’. Criminelen in het bijzonder houden zich niet aan gemeentegrenzen en zoeken naar zwakke plekken.

Ook biedt het stellen van dit gezamenlijk basisniveau gelegenheid om hier samen naartoe te werken, daarbij van en met elkaar te leren en elkaar hierop aan te spreken. Zo wordt niet steeds het wiel opnieuw uitgevonden en schaarse capaciteit optimaal benut.

Bovendien is weerbaarheid een organisatiebrede aangelegenheid die het domein van de openbare orde en veiligheid overstijgt. Noodzakelijk is een gedragen en duurzame beweging waaraan de hele organisatie vanuit eigen rollen en verantwoordelijkheden een bijdrage levert: van burgemeester, college, gemeentesecretaris en gemeenteraad tot het ambtelijk apparaat. Hetzelfde geldt uiteraard voor de provincie.

1 Kamerstukken II, 2021/22, 28844 nr. 236. 2 Kamerstukken II, 2021/22, 29911 nr. 329.

4 | Brabantse norm weerbare overheid

Brabantse norm weerbare overheid | 5

Tot slot kan dit basisniveau gezien worden als een groeimodel, een voorlopige ondergrens die dient als fundament om samen op voort te bouwen. Het basisniveau laat zien wat nodig is om de basis op orde te krijgen, voor grote én kleine gemeenten. In de loop van de tijd kan blijken dat de norm moet worden bijgesteld om voldoende effectief te blijven tegen ondermijning. Uiteraard staat het organisaties vrij om – al dan niet in gezamenlijkheid – een weerbaarheidsniveau na te streven dat boven het basisniveau uitstijgt. Het netwerk van integrale overheidspartners in Brabant – in het bijzonder de gemeenten en provincie – geven aan groot belang te hechten aan het verder versterken en borgen van de weerbare overheid. Als nadere concretisering van deze behoefte is commissaris van de Koning in Noord-Brabant Ina Adema – vanuit haar rol als portefeuillehouder weerbare overheid – met het initiatief gekomen voor de ‘Brabantse norm weerbare overheid’ (hierna: Brabantse norm). In opdracht van het Algemeen Bestuur Taskforce-RIEC is de Brabantse norm in een gezamenlijk proces met de provincie en gemeenten tot stand gebracht. De ondersteuningsorganisatie van TaskforceRIEC helpt alle organisaties binnen het samenwerkingsverband om het beoogde weerbaarheidsniveau te bereiken.

6 | Brabantse norm weerbare overheid

Brabantse norm weerbare overheid | 7

HANDREIKING Met de Brabantse norm weerbare overheid bieden we de Brabantse gemeenten en de provincie Noord-Brabant, hierna tezamen genoemd ‘partijen’, een handreiking die tot doel heeft om in gezamenlijkheid de weerbaarheid van de Brabantse overheden te versterken. Wij vragen partijen om de Brabantse norm binnen de eigen organisatie te implementeren en samen te werken aan een weerbare Brabantse overheid.

EEN GEZAMENLIJK FUNDAMENT

SAMENWERKING EN ONDERSTEUNING

• Partijen committeren zich aan de Brabantse norm en zorgen voor implementatie en uitvoering daarvan. • De Brabantse norm vormt een integraal onderdeel van het beleid van partijen. • Partijen streven ernaar om vóór 31 december 2024 volledig uitvoering te geven aan de Brabantse norm. De voortgang wordt tussentijds getoetst, met als peildatum 1 juli 2023. • Partijen hebben de intentie de hiervoor benodigde bereidwilligheid, tijd en capaciteit in te zetten.

• Partijen werken samen en ondersteunen elkaar in het uitvoeren van de Brabantse norm. • Taskforce-RIEC organiseert samen met partijen een passend ondersteuningsaanbod voor implementatie en uitvoering van de Brabantse norm. • Partijen zijn zich bewust van het gegeven dat er onderling verschillen zijn en accepteren dat de Brabantse norm bij de ene partij eerder geïmplementeerd kan zijn dan bij de andere. • Het uitgangspunt is om gezamenlijk op te trekken en eenzelfde niveau van uitvoering van de Brabantse norm te hanteren. Partijen beseffen dat op onderdelen sprake kan zijn van maatwerk en accepteren zodoende kleine verschillen in de uitvoering.

8 | Brabantse norm weerbare overheid

GROEIMODEL • De Brabantse norm is een groeimodel. De in dit document geformuleerde normstelling vormt het basisniveau. Het staat partijen vrij om het ambitieniveau hoger te leggen. Jaarlijks wordt de uitvoering gemonitord op het niveau van het eigen district of basisteam. • Partijen dragen de Brabantse norm uit naar instanties die via een gemeenschappelijke regeling werkzaamheden namens partijen uitvoeren, zodat ook deze instanties naar de inhoud van de Brabantse norm handelen. • Partijen verkennen de mogelijkheid om in de toekomst ook andere overheidspartijen aan de Brabantse norm te verbinden en de Brabantse norm thematisch uit te breiden. • Partijen evalueren de Brabantse norm na 31 december 2024. Op basis van die evaluatie worden ambities aangescherpt en wordt de Brabantse norm geactualiseerd. Brabantse norm weerbare overheid | 9

1. BEWUSTWORDING & ORGANISATIE Een weerbare overheidsorganisatie is open en toegankelijk, zorgt voor betrouwbare dienstverlening en is zich – van medewerkers tot college en raad – bewust van de risico’s van ondermijnende criminaliteit. Zij is zo georganiseerd dat signalen van ondermijning worden herkend en gemeld. Weerbaarheid en ondermijning worden structureel en organisatiebreed onder de aandacht gebracht en zijn integraal onderdeel van planvorming en uitvoering.

Bewustwording & organisatie

Informatiepositie & informatiebeveiliging

Beleid & handhaving

Integriteit en veilige werkomgeving

EEN GEZAMENLIJK FUNDAMENT De Brabantse norm biedt een stevig fundament voor een weerbare overheid. Het hierin opgenomen basisniveau geeft aan wat overheidsorganisaties minimaal geregeld moeten hebben om weerbaar te zijn. De Brabantse norm bevat geen nieuwe of aanvullende kaders, maar is een logische bundeling van wetgeving, afspraken, richtlijnen en ambities die reeds gelden en door gemeenten en provincie in meer of mindere mate al worden gehanteerd.

10 | Brabantse norm weerbare overheid

Communicatie

2. INFORMATIEPOSITIE & INFORMATIEBEVEILIGING Overheidsorganisaties beschikken over grote hoeveelheden informatie op basis van de uitoefening van hun wettelijke taak. Het op orde hebben van de eigen informatiepositie en informatiebeveiliging is essentieel voor het betrouwbaar en transparant uitvoeren van die wettelijke taak. Bovendien stelt een goede informatiepositie overheden in staat zicht te krijgen op patronen van ondermijnende criminaliteit en potentiële voedingsbodems daarvan. Zo kunnen zij hun beperkte capaciteit zo effectief mogelijk inzetten. Brabantse norm weerbare overheid | 11

3. BELEID & HANDHAVING Het hebben van actueel beleid en het consequent uitvoeren daarvan is noodzakelijk voor de betrouwbaarheid van de overheid. In het kader van weerbaarheid is van belang dat de ‘gereedschapskist goed gevuld is’, zodat bestuurlijk instrumentarium kan worden ingezet om ondermijning te voorkomen en bestrijden.

5. COMMUNICATIE Een weerbare overheidsorganisatie is betrouwbaar en transparant in haar handelen en communiceert daarover, onder meer over de wijze waarop zij ondermijning voorkomt en bestrijdt. Communicatie draagt bij aan blijvende bewustwording over ondermijning en het belang van weerbaarheid én kan worden ingezet als interventiemiddel tegen ondermijning.

4. INTEGRITEIT EN VEILIGE WERKOMGEVING Integriteit en betrouwbaarheid staan bij een weerbare overheidsorganisatie hoog in het vaandel. Daarnaast moeten ambtenaren, bestuurders en volksvertegenwoordigers te allen tijde hun taak veilig en zonder oneigenlijke druk kunnen uitoefenen. Dat vraagt om preventieve beveiligingsmaatregelen en adequaat reageren op zaken als agressie en intimidatie.

Bronvermelding: Kasteel Helmond – Visit Brabant

12 | Brabantse norm weerbare overheid

Brabantse norm weerbare overheid | 13

SAMENWERKING EN ONDERSTEUNING De Brabantse norm helpt partijen om ambities concreter te maken en daar samen naartoe te werken. Door dit in gezamenlijkheid te doen, ontstaat een lerend netwerk van gemeenten en provincie gericht op het versterken van de weerbare overheid. Voor de uitvoering en monitoring van de Brabantse norm lijken de districten en basisteams het aangewezen niveau van samenwerking tussen partijen. Aangezien weerbaarheid een organisatiebrede opgave is, ligt het eigenaarschap ten aanzien van de Brabantse norm nadrukkelijk niet alleen bij de burgemeester, maar ook bij de gemeentesecretaris. Taskforce-RIEC ondersteunt partijen in de uitvoering en monitoring van de Brabantse norm en voorziet in een passend handelingsperspectief. De Netwerkadviesgroep Weerbare Overheid (hierna: NAG) functioneert als voornaamste klankbord namens partijen.

14 | Brabantse norm weerbare overheid

GROEIMODEL Samen met een aantal vooroplopende gemeenten en de provincie faciliteert Taskforce-RIEC de toekomstige ontwikkeling van de Brabantse norm en het daarin bepaalde ambitieniveau. Denk daarbij aan het verkennen van mogelijkheden om aanvullende overheidspartners te betrekken, het basisniveau uit te breiden door verdieping van de huidige pijlers of verbreding naar andere weerbaarheidsthema’s. Ook in dit kader is samenwerking een belangrijk uitgangspunt. Daarbij gaat het zowel om het leren binnen de eigen regio, als het leren van en samen met andere regio’s. Denk bijvoorbeeld aan het delen van kennis en ervaringen tussen gemeenten en provincies, via de RIEC-LIEC-samenwerking, door aan te sluiten bij initiatieven vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid (hierna: JenV) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: BZK) en het betrekken van de wetenschap.

TOTSTANDKOMING BRABANTSE NORM WEERBARE OVERHEID De Brabantse norm is tot stand gekomen vanuit de behoefte van gemeenten en provincie om de weerbare overheid te versterken. Dit is gebeurd op initiatief van commissaris van de Koning in Noord-Brabant Ina Adema – portefeuillehouder weerbare overheid – en in opdracht van het Algemeen Bestuur Taskforce-RIEC, waarin de samenwerkende overheidspartners vertegenwoordigd zijn. De inhoud van de Brabantse norm is bepaald op basis van een zorgvuldig en gezamenlijk proces onder begeleiding van het Programma Weerbare Overheid van Taskforce-RIEC, in nauwe samenwerking met de provincie Noord-Brabant, ondersteund door de NAG. In gesprekken met een brede vertegenwoordiging van gemeenten en

provincie op ambtelijk niveau, burgemeesters (individueel en in groepsverband), kringen van gemeentesecretarissen en inhoudelijk experts is doorlopend inbreng opgehaald en draagvlak gecreëerd ten aanzien van zowel de inhoud als de uitvoering van de Brabantse norm. Dit proces vond plaats in nauwe samenwerking met een parallel traject in de provincie Zeeland waarin de Zeeuwse overheden tot de Zeeuwse norm weerbare overheid zijn gekomen. Bovendien is aangesloten bij ontwikkelingen op landelijk niveau en in andere regio’s, zoals de Flevolandse norm, het RIEC-LIEC bestel en de ministeries van JenV en BZK.

Brabantse norm weerbare overheid | 15

BRABANTSE NORM WEERBARE OVERHEID

1. BEWUSTWORDING & ORGANISATIE 1.1. Partijen besteden binnen de eigen organisatie minimaal eens per jaar aandacht aan weerbaarheid en ondermijning. Dit doen zij organisatiebreed op het niveau van eigen medewerkers, bestuurders en raadsleden. 1.2. Partijen besteden minimaal eens per jaar gezamenlijk – binnen het eigen district of basisteam – aandacht aan weerbaarheid en ondermijning. 1.3. Partijen organiseren minimaal eens per jaar bewustwordingstrajecten voor dat jaar geprioriteerde eigen medewerkers, bestuurders en raadsleden. Het herkennen van signalen van ondermijning maakt hiervan onderdeel uit. 1.4. Partijen nemen ondermijning op in het integrale veiligheidsplan en geven de aanpak verder vorm in het daarbij behorende uitvoeringsplan. 1.5. Partijen benaderen ondermijningsvraagstukken zoveel als mogelijk integraal. Afdelingen werken samen aan de aanpak van ondermijning en/of voeren projecten uit waarbij aandacht is voor ondermijning. 1.6. Partijen werken samen met relevante publieke- en private partners in de aanpak van ondermijning.

Waar in de norm de termen burgemeester, college, gemeentesecretaris en raad worden gebruikt, wordt daarmee respectievelijk ook bedoeld: commissaris van de Koning, Gedeputeerde Staten, provinciesecretaris en Provinciale Staten.

16 | Brabantse norm weerbare overheid

2. INFORMATIEPOSITIE & INFORMATIEBEVEILIGING Informatiepositie 2.1. Partijen zorgen ervoor dat hun interne informatiepositie op het thema ondermijning inzichtelijk wordt gemaakt en wordt ingezet in de ondermijningsaanpak. Dit doen zij door het gestructureerd en op juridisch verantwoorde wijze verzamelen, verwerken en delen van informatie waardoor informatie gestuurd gewerkt kan worden. 2.2. Partijen hebben een centraal intern meldpunt voor het ontvangen van signalen van ondermijning en dragen dit actief uit. 2.3. Partijen zorgen voor een intern periodiek overleg waarbij afdelingoverstijgende signalen van ondermijning worden besproken. 2.4. Het verwerken van signalen gebeurt volgens een vastgesteld werkproces en de richtlijnen uit het ‘Model privacy protocol binnengemeentelijke gegevensdeling’. 2.5. Partijen beleggen de rol van informatiecoördinator bij een medewerker die signalen van ondermijning, het meldpunt en het werkproces coördineert. 2.6. Partijen zorgen voor een periodiek overleg met de integrale overheidspartners waar signalen van ondermijning worden besproken.

2.7. Partijen doorlopen de ‘Zelfscan Verhogen Informatiepositie’ onder begeleiding van TaskforceRIEC om kansen in beeld te krijgen om de eigen informatiepositie structureel te verhogen en geven daar opvolging aan. Informatiebeveiliging 2.8. Partijen bevorderen bewustzijn in hun organisatie over een adequate en juiste informatiebeveiliging en werken daartoe actief samen met elkaar. 2.9. Partijen zorgen voor een minimaal jaarlijks overleg tussen hun Chief Information Security Officers (CISO) op het niveau van het eigen district of basisteam, om gezamenlijk te werken aan weerbaarheid ten aanzien van informatieveiligheid. 2.10. Partijen voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (hierna: BIO). De BIO is gebaseerd op de actuele, internationale standaard voor informatiebeveiliging (NEN-ISO/IEC 27001 en NENISO/IEC 27002) en heeft risicomanagement als uitgangspunt.3

3. De BIO geldt sinds 1 januari 2019 voor Rijk, gemeenten, waterschappen en provincies.

Brabantse norm weerbare overheid | 17

3. BELEID & HANDHAVING Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 3.1. Gemeenten hebben in hun Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) minimaal de zogeheten ‘ondermijningsartikelen’ opgenomen uit het door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten voorgestelde model. Dat zijn in ieder geval de volgende artikelen: 3.1.1. S  luiting van voor het publiek toegankelijke gebouwen. 3.1.2. (Exploitatie-)Vergunningsstelsel met eis ‘niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn’ voor: a. (Horeca-)inrichtingen; b. Seks- en escortbedrijven; c. Speelautomatenvergunningen, speelautomatenhallen, kansspelen. 3.1.3. T  egengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat. 3.1.4. V  ergunningplicht branches, gebieden en gebouwen. 3.1.5. E  venementenvergunning met nadere regels voor vechtsportevenementen. Wet Bibob 3.2. Partijen zorgen voor geactualiseerd Bibob-beleid, waarin de overheidsbeslissingen zijn opgenomen die onder de toepassing van de Wet Bibob vallen. 18 | Brabantse norm weerbare overheid

3.2.1. De volgende beschikkingen zijn minimaal opgenomen in het Bibob-beleid, al dan niet via een ‘kan’-bepaling: a. Alcoholwet; b. Omgevingsvergunningen Wabo; c. Exploitatievergunningen conform de APV; d. Subsidieaanvragen. 3.2.2. De volgende privaatrechtelijke overeenkomsten zijn minimaal opgenomen in het Bibob-beleid, al dan niet via een ‘kan’-bepaling: a. Vastgoedtransacties; b. Overheidsopdrachten. 3.3. Partijen geven uitvoering aan het Bibob-beleid zoals hiervoor vermeld onder 3.2. en alle daaropvolgende actualiseringen. 3.4. Partijen beschikken over Bibob-medewerkers die voldoende zijn toegerust om uitvoering te geven aan de Wet Bibob en komen minimaal eens per jaar bijeen op het niveau van het district of basisteam om kennis en ervaringen uit te wisselen. 3.5. Partijen zorgen dat medewerkers uit de verschillende beleidsdomeinen die aanvragen voor beschikkingen en overeenkomsten in behandeling nemen bekend zijn met het Bibob-beleid en de toepassing daarvan.

Opiumwet (Wet Damocles) 3.6. Gemeenten hebben geactualiseerd Damocles-beleid (artikel 13b Opiumwet), houden dit actueel en voeren het consequent uit. 3.7. Gemeenten beschikken over medewerkers die voldoende zijn toegerust om uitvoering te geven aan de Wet Damocles en komen minimaal eens per jaar bijeen op het niveau van het district of basisteam om kennis en ervaringen uit te wisselen. Financiële weerbaarheid 3.8. Partijen zorgen voor bewustwording bij de afdeling financiën (in het bijzonder debiteurenbeheer) over de risico’s van openstaande vorderingen in relatie tot ondermijning. 3.9. Partijen pakken openstaande bestuurlijke vorderingen (boetes, dwangsommen, leges, uitkeringen, etc.) in relatie tot ondermijning actief aan.

3.11. Partijen zijn in staat monodisciplinaire controles uit te voeren in de aanpak van ondermijning en organiseren en/of nemen deel aan integrale controles. 3.12. Partijen voeren minimaal jaarlijks een integrale controle uit waarbij aandacht is voor (signalen van) ondermijning. 3.13. Partijen organiseren interactieve kennisuitwisseling tussen boa’s en toezichthouders over de aanpak van ondermijning. 3.14. Minimaal eens per jaar komen partijen op het niveau van het district of basisteam bijeen om de inzet van het bestuurlijk instrumentarium te evalueren, kennis en ervaringen te delen, eventuele knelpunten in de aanpak te bespreken en de speerpunten voor het komende jaar te benoemen.

Integrale uitvoeringskracht 3.10. Partijen zorgen ervoor dat hun toezichthouders en bijzondere opsporingsambtenaren (hierna: boa’s) getraind en opgeleid zijn in het herkennen van signalen van ondermijning. Brabantse norm weerbare overheid | 19

4. INTEGRITEIT & VEILIGE WERKOMGEVING Integriteit en gewenst gedrag van politieke ambtsdragers 4.1. Partijen zorgen voor een actuele gedragscode (niet ouder dan vijf jaar) voor politieke ambtsdragers, gebaseerd op de meest recente wetgeving en handreikingen.4 4.2. Partijen bespreken het thema integriteit en netwerkbewustzijn – onder meer in relatie tot ondermijning – periodiek met politieke ambtsdragers. Dit doen zij naast het moment van het installeren minimaal eens per jaar. 4.3. Partijen laten voor kandidaat-bestuurders een risicoanalyse uitvoeren conform de meest recente handreiking van het ministerie van BZK. 4.4. Partijen adviseren politieke partijen voor kandidaatraadsleden een risicoanalyse uit te voeren conform de meest recente handreiking van het ministerie van BZK. 4.5. Partijen zijn alert op mogelijke integriteitsvraagstukken ten aanzien van de agenda’s van het college en de gemeenteraad.

4 Verplicht op grond van de Gemeentewet, de artikelen 15, lid 3 (voor raadsleden), 41c lid 2 (voor wethouders) en 69 lid 2 (voor burgemeesters).

20 | Brabantse norm weerbare overheid

4.6. Partijen zorgen ervoor dat bij een vertrouwenspersoon en/of vertrouwenscommissie melding van mogelijke integriteitsschendingen kan worden gedaan. 4.7. Partijen hebben een protocol waarin beschreven staat hoe te handelen bij (vermeende) schending van integriteit. Integriteit en gewenst gedrag van medewerkers 4.8. Partijen zorgen voor een actuele gedragscode (niet ouder dan vijf jaar) voor medewerkers, gebaseerd op de meeste recente wetgeving en handreikingen. 4.9. Partijen besteden minimaal eens per jaar in de gehele ambtelijke organisatie aandacht aan het onderwerp integriteit en netwerkbewustzijn, onder meer in relatie tot ondermijning. Directie en leidinggevenden hebben hierin een belangrijke rol. 4.10. Partijen besteden bij de eed- of belofteaflegging van nieuwe medewerkers en bij inhuur van (tijdelijke) medewerkers specifiek aandacht aan integriteit en netwerkbewustzijn, onder meer in relatie tot ondermijning.

4.11. In de overeenkomst met ingehuurde en tijdelijke medewerkers is een clausule met een geheimhoudingsplicht opgenomen. 4.12. Partijen benoemen functieprofielen/taakaccenten die kwetsbaar zijn voor integriteitsschendingen (hierna: kwetsbare functieprofielen) en zorgen ervoor dat minimaal bestuurders en medewerkers met kwetsbare functieprofielen bij aanvang dienstverband een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overhandigen waaruit blijkt dat er geen bezwaar bestaat om de betreffende functie te vervullen. Dit wordt periodiek herhaald. 4.13. Partijen onderkennen het belang van het gedegen screenen van (nieuwe) medewerkers die werkzaam zijn in het veiligheidsdomein en/of gerelateerd aan de ondermijningsaanpak. Daartoe behoren in ieder geval de medewerkers die toegang hebben tot RIECcasuïstiek. 4.14. Binnen kwetsbare functieprofielen wordt gewerkt volgens het vierogenprincipe. 4.15. Partijen zorgen ervoor dat bij een vertrouwenspersoon of vertrouwenscommissie melding van mogelijke integriteitsschendingen kan worden gedaan.

4.16. Partijen hebben een meldingsregeling voor integriteitsschendingen en klachten en een protocol voor integriteitsonderzoeken. Partijen registreren incidenten en geven daar opvolging aan. Veilige Publieke Taak 4.17. Partijen hebben een actueel agressieprotocol en dragen dit actief uit. 4.18. Partijen laten intern en extern weten wat hun organisatienorm van acceptabel gedrag is en wat dit betekent voor de houding van bestuurders en medewerkers. 4.19. Partijen zorgen voor adequate beveiliging van hun bestuurders en medewerkers. 4.20. Partijen trainen hun bestuurders en medewerkers in het voorkomen van en omgaan met (digitale) agressie en geweld. 4.21. Partijen stimuleren dat bestuurders en medewerkers elk voorval van (digitale) agressie en geweld melden en partijen registreren alle voorvallen van agressie en geweld tegen bestuurders en medewerkers.

Brabantse norm weerbare overheid | 21

5. COMMUNICATIE 4.22. Partijen hebben (structurele) middelen beschikbaar in de begroting zodat er bij bedreiging van bestuurders en medewerkers, op advies van het OM en de politie, passende (fysieke) beveiligingsmaatregelen getroffen kunnen worden. 4.23. Partijen reageren binnen 48 uur naar de dader die (digitale) agressie en geweld heeft gebruikt tegen hun bestuurder of medewerker en bevorderen het (laten) doen van aangifte van strafbare feiten. Aangiftes of meldingen worden door politie en OM conform het protocol Veilige Publieke Taak opgepakt. 4.24. Partijen verhalen de schade op de dader en verlenen nazorg aan bestuurder of medewerker die slachtoffer is van (digitale) agressie en geweld.

22 | Brabantse norm weerbare overheid

5.1. Partijen hebben een interne en externe communicatiestrategie gericht op bewustwording ter versterking van de weerbaarheid, onder meer in relatie tot ondermijning. 5.2. Partijen communiceren zelf en samen met partners in de aanpak van ondermijning over casuïstiek, uitkomsten van integrale controles, uitkomsten van integrale interventies, (het openbare deel van) besluiten volgend uit Bibob-procedures, veranderde wet- en regelgeving, thema’s en fenomenen. 5.3. Partijen stimuleren door middel van communicatie bewustwording en signalering van ondermijning bij de lokale bevolking, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven.

Brabantse norm weerbare overheid | 23

COLOFON Fotoverantwoording: De wens om natuurgeweld, de vijand en andere indringers buiten de deur te houden is van alle tijden. In onze provincie vertaalde deze wens zich in dijken, aarden wallen, vestingwerken en kastelen, omgeven door water. Stuk voor stuk zichtbare en iconische beelden in ons landschap. Het weerbaar zijn tegenover nieuwe indringers vraagt om bewustwording van en optreden tegen ondermijnende criminaliteit. Dit moet net zo zichtbaar worden in ons alledaagse handelen.

24 | Brabantse norm weerbare overheid

Door onder meer informatiebeveiliging, Bibobtoetsing, actuele en adequate regelgeving en integrale uitvoeringskracht maken we ons weerbaar tegen de aanvallen uit de moderne tijd. Foto’s en omslag: verdedigingswerken Zuiderwaterlinie en kastelen in Noord-Brabant. 18 mei 2022

taskforce - riec Brabant - Zeeland #samensterktegenondermijning

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=bbcbfced-6195-4f02-a06d-594c0ff1dd35