08 - Getekende Verordening watertoeristenbelasting Moerdijk 2024
Tekst van het document
v X VOERDIJK Verordening op de heffi ng en i nvo rd e rin g van wate rtoe ri ste n be lasti ng 2024 De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van l4 december 20223i
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 28 november 2O23; gelet op artikel 224 van de Cemeentewet, Beslu it
vast te stellen de
Verordening op de heffing en lnvordering van WATERTOERISTENBELASTINC 2024
Artikel I Definities Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. vaartu¡g: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden;
b. schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt;
c. ligplaats: een plaats in of aan het water die naar plaatselijk gebruik, dit ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het afmeren of ten anker leggen van een vaartuig; d. lengte: de lengte over alles; e. vaste ligplaats: ligplaats voor een vaartuig middels een abonnement toegewezen aan eenzelfde vaartuig.
Artikel 2 Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente op vaartuigen in het watergebied van de gemeente, waarvoor in verband met de aanwezigheid aldaar een vergoeding in welke vorm dan ook wordt betaald door personen die niet als ¡ngezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam 'watertoeristenbelasting' een directe belasting geheven.
X VOERDIJK Artikel 3 Belastingplicht I . Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 bij, aan of op hem
ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. lndien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, wordt als belastingplichtige aangewezen de schipper, de eigenaar of de gebruikervan een vaartuig dan wel een andere persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.
Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf
Door degenen die verblijf houden aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; a kano's, roei- en volgboten; a motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; a een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelUke watergebied bevindt. b. Door degenen op vaartuigen die door ijsgang, storm of andere redenen van overmacht, worden belemmerd hun reis voort te zetten. c. Door degenen op historische vaartuigen met een bouwjaar voor I 965, die deelnemen aan als zodanig aangewezen evenementen, met een maximum van drie dagen per evenement. d Door deelnemers aan maritieme evenementen onder de voorwaarde dat zij aantoonbaar onderdeel uitmaken van en daardoor vormgeven aan het evenement. a.
Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze maatstaf van heffing
l. Voor vaste ligplaatsen wordt in añruijking van artikel 5 de maatstaf van heffing forfaitair vastgesteld 2. ln afwijking van het bepaalde in lid I kan op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing voor vaste ligplaatsen worden vastgesteld op het werkelijk aantal overnachti ngen.
Artikel 7 Belastingtar¡ef
l. Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting
€ 1,52
2. Het forfaitaire tarief als bedoeld in artikel 6 bedraagt per belastinqlaar, per vaste ligplaats
€ 29,20
X TqOERDIJK Art¡kel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven
Artikel l0 Minimum aanslagbedrag Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd
Artikel I I Aangifte
l. Het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt gedaan door: a) het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; b) het op elektronische wijze uitreiken of toezenden van een aangiftebrief waarin wordt verzocht om aangifte te doen op de wijze als bedoeld in het tweede lid, letter b.
2. Het doen van aangifte geschiedt door: a) het inleveren of toezenden van het aangiftebiljet met de daarbij gevraagde bescheiden; b) het op elektronische wijze toezenden van de door de betreffende programmatuur gevraagde gegevens.
Artikel l2 Termijnen van betaling I.
ln añrijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet .l990 moeten de aanslagen worden
betaald uiterlrjk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. lndien een bestuurlijke boete is opgelegd is het bedrag inzake een bestuurlijke boete invorderbaar
uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 3. ln afwijking van de voorgaande leden moet een voorlopige aanslag waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die ligt in het jaarwaarover deze is vastgesteld worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden van het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De Algemene term|nenwet is n¡et van toepassing op de in de voorgaande lid gestelde termunen.
Artikel I 3 Registratieplicht
l
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden een registratie te houden waaruit het aantal overnachtingen als bedoeld in artikel 5 blUkt. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, tid l.
X VOERDIJK Artikel I 4 Kwijtschelding Bij de invordering van de watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel I 5 Overgangsrecht De 'Verordening watertoeristenbelasting gemeente Moerdijk 2023', vastgesteld bij raadsbesluit van 8
december 2022,wordl ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel I 6 lnwerkingtred¡ng I . Deze verordening treedt inwerking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking 2. De datum van ingang van de heffing is I januari 2024.
Artikel l7 Citeertitel De verordening wordt aangehaald als 'Verordening watertoeristenbelasting gemeente Moerdijk 2024'
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering l4 december 2023
De
De
tter