02 - Getekende Verordening afvalstoffenheffing Moerdijk 2024
Tekst van het document
gemeenfe
oerdijk
Verordening op de heffi ng en de i nvorderi ng van afvalstoffen heffi ng en rein¡gingsrechten 2024 De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van l4 december 2023;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 november 2023; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Cemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, BESLUIT
vast te stellen de VERORDENINC OP DE HEFFING EN DE INVORDERINC VAN AFVALSTOFFENHEFFINC EN REINICINCSRECHTEN
2024.
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel I lnleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven:
a) een afvalstoffenheffíng; b) reinigingsrechten. Art¡kel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a) 'gebruik maken' in hoofdstuk 2 Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel ì 5.33 Wet milieubeheer;
gemee nfe
Moerdijk
b) inzamelmiddel: een door of vanwege het gemeentebestuur beschikbaar gestelde duobak, een "grijze" bak of een set van één grijze en één groene citybin of de mogelijkheid tot het gebruik van een ondergrondse contai ner.
Hoofdstu k 2 Afualstoffen heffing Artikel 3 Aard van de belasting en belastbaar feit I . Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel
15.33 van de Wet milieubeheer.
2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten .l0.21 aanzien waarvan krachtens de artikelen en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting
tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzienwaarvaningevolgedeartikelen 10.21 en l0.22vandeWetmilieubeheereenverplichtingtothet i
nzame len van h u i shoudelij ke afval stoffen ge ldt.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belast¡ngtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk I van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artlkel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar
Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven
Artikel I Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tfdsgelang
2
gemee nte
Moerdijk
I . De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang
van de belastingplicht.
2. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede en het derde lid zUn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruikt maakt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing hiervan wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 9 Termijnen van betaling
l.
ln afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. ln afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. ln afiruijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer doch níet meer .l0.000 dan € bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal t¡en gelUke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termunen telkens een maand later. 4.
De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zijn verleend indien twee van de tien termunen niet zijn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blijkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zijn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel I 0 Kwijtschelding Bij de invordering van de afvalstoffenheffing kan kwijtschelding worden verleend van de belasting als .l.1.2 bedoeld in hoofdstuk l, onderdelen l.ì.1 en van de bij dezeverordening behorendetarieventabel.
3
qemeente VM
oerdijk
Hoofdstuk 3 Reinigingsrechten Artikel I I Belastbaar feit Onder de naam "reinigingsrechten" worden rechten geheven zowel voor het genot van door of vanwege het
gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn.
Artikel I 2 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt
verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.
Artikel I 3 Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordeni ng behorende tarieventabel.
Artikel I 4 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaarworden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar
Artikel l5 Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlrjke aanslag kan worden opgelegd.
Artikel l6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar t¡jdsgelang voor de jaarlijks verschuld¡gde rechten I . De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het
belastingjaar of , zo d¡t later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde tarieven als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingiaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor datjaar verschuldigde rechten als er in datjaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4
gernfenfe
aa
Moerd U k
4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhui st.
5. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing hiervan wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel I 7 Termijnen van betaling
ì.
ln afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet I 990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlrjk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. ln afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 3. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. ln añ,vijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer doch niet meer dan € 10.000 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelUke termijnbedragen waarvan de eerste termun vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termUnen telkens een maand later. 4.
De in het derde lid bedoelde machtiging tot automatische incasso wordt geacht niet te zi¡n verleend indien twee van de tien termunen niet zUn betaald doordat automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige niet mogelijk blUkt dan wel binnen 56 dagen na afschrijving zUn gestorneerd. Alsdan geldt de betaaltermijn als bedoeld in het eerste lid. 5. De Algemene termunenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termUnen.
Artikel I 8 Kwijtschelding Bij de invordering van reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend
Artikel I 9 Overgangsrecht De "Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk2023, vastgesteld op 8 december2022,
wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor de datum hebben voorgedaan.
5
ge meente
aa
Moerd U k
Artikel 20 lnwerkingtreding
l. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking 2. De datum van ingang van heffing is I januari 2024 .
Artikel 2l Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Moerdijk 2024',.
bare raad
ring van l4 december 2023
De
De voorzitter,
6
gemee nte
Moerdi¡k
Bijlage I TARI EVENTABEL afval stoffenheffin
g en rei n i g i ng s rechten Moerd rj k 2 024
Behorend bij de 'Verordening afvalstoffenheffing en reinigíngsrechten Moerdijk 2OZ4 Hoofdstuk I Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing
LI
De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, indien het perceel op I januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingjaar brj de aanvang wordt gebruikt door:
l.l.l
door één persoon
€ 267,53
lrl'2
door meer dan één persoon:
€ 3s6,70
Hoofdstuk 2 Maatstaven en jaarlijkse taríeven reinigingsrechten (excl. BTW)
2
Het recht bedraagt per belastingjaar voor het door de gemeente beschikbaar gestelde inzamelmiddel waarmee
afvalstoffen kunnen worden aangeboden die qua aard en omvang gelijkgesteld zijn met huishoudelijke afvalstoffen (excl. BTW)
Behoort bij raadsbesluit van l4 december 2023
enkel
7
€ 356,70