03.33_Poelman en vdBroek Advocaten_notitie mbt aanbestedingen Burgerinitiatief Dorpsplan Langenboom_15042021.docx.pdf
Tekst van het document
NOTITIE Van Voor Betreft Datum Versie
: Stichting Eigen Kweek : Gemeente Mill & St. Hubert : Burgerinitiatief Dorpsplan Langenboom & Aanbesteden : 15 april 2021 : definitief
1.
In de navolgende notitie beschouwt de Stichting Eigen Kweek of en zo ja in hoeverre er een aanbestedingsplicht aan de orde is betreffende het ontwerp en de uitvoering van het Sporthart nieuw, en de transformatie van de kerk tot een ontmoetingsplaats dorpshuis. De notitie beschrijft de situatie op basis van de stukken, analyseert deze en trekt dan een conclusie.
2.
Uitgangspunt voor deze notitie zijn de stichtingskostenopzet/haalbaarheidsonderzoek van 15 april 2021(bijlage 1), het haalbaarheidsonderzoek van 6 maart 2020 (bijlage 2),het regelboekje en de concept intentieovereenkomst (van 15 oktober 2020 bijlagen 3 en 4). Deze notitie gaat niet in op de inhoud van de intentieovereenkomst. Volledigheidshalve: gegeven de conclusie van deze notitie zal de intentieovereenkomst moeten worden aangevuld.
3.
De eerste vaststelling is dat de gemeente Mill en St. Hubert dit burgerinitiatief steunt; Verder uitgangspunt is “groen licht” van de Raad / het College van B&W van Mill en St. Hubert van april 2020. Het burgerinitiatief (waarvoor een stichting is opgericht; Stichting Eigen Kweek) heeft zich ten doel gesteld om te komen tot de uitvoering van een Dorpsplan waarvan onderdeel zijn een nieuw dorpshart in de vorm van de realisatie van een “dorpshuis” in/aan de kerk (middels verbouw/transformatie) en een (gedeeltelijk) nieuw Sporthart waarbij alle sportverenigingen op één locatie zijn ondergebracht inclusief velden en een nieuwe sporthal. Op de oude sporthallocatie “De Wis” moet dan woningbouw worden gerealiseerd.
4.
Voorts is het de bedoeling dat er een Omni vereniging wordt opgericht waarvan alle betrokken verenigingen lid zijn , welke Omni vereninging de drager van de rechten en plichten wordt van alle afspraken die zijn en of worden gemaakt. Deze notitie is gebaseerd op de plannen sverder weergegeven in de Informatiegids Samenwerking, plattegronden Dorpsplan Kerk, Omgeving Kerk Sporthal+ accomodaties als bijlagen 5,6,7 en 8 bijgevoegd.
5.
In het kader van het plandeel “Kerk” (als bedoeld in de bijlagen en alinea 9 b, b1) en b2) moet ook het aansluitende plein –“zuiver openbaar gebied” , eigendom van de gemeente en niet van de RK Parochie -worden aangepakt. Daarvan is uitgangspunt dat de gemeente Mill en St. Hubert dit zelf organiseert. Dit zal verder niet worden behandeld. Het planonderdeel “Tornadotuin” wordt niet behandeld nu dit onderdeel voorlopig niet zal worden uitgevoerd. Er wordt gerefereerd aan de bijlagen.
6.
De gemeente heeft thans een intentieovereenkomst voorgelegd waarin onder artikel 3.2 de nodige producten staan die moeten worden geleverd voordat kan worden gekomen tot de realisatie van, verkort weergegeven, het dorpshuis en de sporthal. Duidelijk is dat die producten niet (met uitzondering van artikel 3.2 sub h van bijlage 4, de concept intentieovereenkomst) door Stichting Eigen Kweek kunnen worden geleverd en daarvoor professionele hulp nodig is. Dat kost geld. Het haalbaarheidsonderzoek van 6 maart 2020 (bijlage 2) bevat op pagina’s 29 en 30, drie onderzoeksporen.
7.
Hierna zal het beschreven derde spoor van pagina 29 en 30 van bijlage 2 tot basis dienen waarbij een planoptimalisatie met/door private partijen wordt beschreven, teneinde tot een haalbaar plan te komen. Ook is uitgangspunt dat twee partijen inmiddels hebben aangegeven dat door in zee te gaan met bedoelde partijen het geheel van het plan voor € 3.500,000,-- allin (excl. btw) zou kunnen worden ontworpen, ontwikkeld en uitgevoerd. Dit exclusief fase 2 van het plan (kerk zelf, binnenkant en padelbanen, aanleg daarvan) de woningbouw op de locatie De Wis die in beginsel voor eigen rekening en risico van één van de genoemde partijen zal worden uitgevoerd als onderdeel van de planoptimalisatie. Dit wordt hierna uitgewerkt.
alleen voor discussiedoeleinden, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend - 1 -
8.
Stichting Eigen Kweek heeft met de bedoelde twee potentiële gegadigden (lokale partijen) vooroverleg gevoerd zonder verplichtingen aan te gaan en zonder cruciale informatie te delen anders dan die welke uit openbare bronnen beschikbaar was. Het betreft lokale partijen die ook bereid zijn enig voorwerk (nader af te bakenen) zonder vergoeding te willen verrichten als hun vrijwillige bijdrage aan het genoemde Dorpsplan.
9.
De oplossing die door Stichting Eigen Kweek is bedacht houdt het volgende in: a) Er worden twee lokale bouwers/ontwikkelaars benaderd die de door de Gemeente geëiste producten als volgens de concept intentieovereenkomst en het bijbehorende Regelboekje voor de Stichting Eigen Kweek leveren namens de Stichting Eigen Kweek. Daarmee kan de Stichting Eigen Kweek voldoen aan hetgeen de gemeente wenst. b) Deze bouwers worden betrokken bij ontwerp/bouw/realisatie van enerzijds het dorpshuis + kerk en anderzijds het Sporthart. Bovendien krijgen zij (of één van hen) het recht om de oude locaties te kopen. Die opbrengsten komen – via de gemeente, algemene middelen/doelreserveringen, nader te bepalen - de Stichting Eigen Kweek toe. Te onderscheiden valt in dit kader dus; b.1) realisatie dorpshuis fase één; b.2) realisatie dorpshuis fase 2 (aanpassing kerk binnenzijde); b.3) realisatie Sporthart; b.4) aankoop overtollige gronden De Wis ten behoeve van bouwontwikkeling.
10. Uitgangspunt is de wens om met de potentiële gegadigden/beoogde ontwikkelaars/aannemers (Peter Peters BV en Van der Horst BV) in zee te gaan. 11. Verder uitgangspunt zijn de bouwkosten voor het Sporthart van € 3.202.319,-- ( regels 14, 16,18 en 29 uit bijlage 1) en voor de kerk van € 1.304.984,-- ( regels 37,38,45 uit bijlage 1). Uitgangspunt zijn de bedragen met btw, en de prijsindex, want dat is voorzienbaar. Het zou kunnen dat aan het dorpsplan deel de btw komt te ontvallen als in de btw sfeer kan worden verhuurd en dan is het bedrag voor het dorpsplan 21% lager. Hetgeen wordt beschreven heeft uitsluitend betrekking op de bijlagen en de genoemde regels uit bijklage 1. Uitgangspunt is derhalve dat alle overige zaken niet door de bouwpartners worden uitgevoerd. 12. Verder is deze notitie gebaseerd op het tamelijk beperkte aanbestedingsbeleid van de gemeente Mill en Sint Hubert voor zoveel vindbaar op internet. Basis voor de notitie zijn met name de Aanbestedingswet en de daar onderdeel van zijnde “richtsnoeren” ARW (Aanbestedingsreglement Werken)Gids Proportionaliteit. Die Gids Proportionaliteit is van groot belang zoals hierna zal blijken. 13. Reden daarvoor is de omstandigheid dat de totale waarde van de opdracht niet een bedrag van € 5.350.000,00 overschrijdt, zijnde het drempelbedrag van de geldende EU regels op dit punt.
Boven dat bedrag moeten op basis van de EU regels “werken” (samengevat hier: gebouwen en infra) zeker aanbesteed worden. Voor “diensten” (samengevat hier: ontwerp/engineering van de gebouwen en bijbehorende infra) is het drempelbedrag € 214.000,00. 14. Als, als zodanig, wordt als schatting vooralsnog uitgegaan van ontwerpkosten (“ontwerp & engineering”) conform bijlage 1. 15.
De Aanbestedingswet bevat de mogelijkheid om, als er sprake is van een integrale opdracht (“ontwerp en uitvoering” zoals hier), af te wijken van de verplichting “diensten” afzonderlijk aan te besteden, onder de zogenaamde percelenregeling. Het ontwerp (incl. enginering) van het Sporthart / dorpsplan mag in dat geval maximaal € 80.000,-- kosten en dat mag maximaal 20% van de totale prijs vormen. Dit zal door de ontwerper bouwer van het Sporthart moeten worden gegarandeerd om buiten de - Europese - aanbestedingssfeer voor het ontwerp Sporthart te kunnen blijven. Het verkennend overleg met de potentiële alleen voor discussiedoeleinden, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend - 2 -
gegadigden leverde – voor zoveel mij bekend - op dat binnen deze grenzen kan worden gebleven. 16. De conclusie op basis van met name de spreadsheet bouwkosten (bijlage 1) en het regelboekje (bijlage 2) is dat als zodanig niet perse behoeft te worden aanbesteed door: aankondigen, uitschrijven, aanbesteding enzovoort, als we kijken naar de Europese Drempelwaarden als hiervoor beschreven. Uitgangspunt is dan wel twee projecten nu de locaties functioneel niet verbonden zijn en ook anderszins niet als één project kunnen worden beschouwd anders dan dat Stichting Eigen Kweek initiator is. 17. Vervolgens moet worden gekeken naar de nationale regels. Die zijn vooral gelegen in het ARW (procedures) en de Gids Proportionaliteit die een belangrijk kader kan vormen. Kernartikel van genoemde Gids Proportionaliteit is in dit geval voorschrift 3.4a. De tabel “3.4a werken” wordt hieronder in kleur afgedrukt. Aan de tabel is te ontleden hoe het zou moeten. Zichtbaar is dat het project Dorpsplan terechtkomt in de regel meervoudig onderhands aanbesteden en het project Sporthart volgens de tabel zou nationaal openbaar moeten worden aanbesteed.
18. Van zowel het ARW en de Gids Proportionaliteit mag – het zijn “richtsnoeren”, en geen wettelijke verplichtingen - worden afgeweken maar er geldt wel ‘comply or explain’. Oftewel de gemeente zal een beslissing moeten nemen waarin gemotiveerd wordt aangegeven waarom er niet wordt aanbesteed. 19. In de meeste gevallen is dat besluit een bevoegdheid van het College. Uitgangspunt is dat de Gemeente/Het College wil meewerken aan het inschakelen van de genoemde partijen zonder aanbesteding, gelet op het bijzondere karakter van het burgerinitiatief. Op de keper beschouwd moet dan alles worden gewogen in het licht van de mogelijke procedures als volgens het ARW en de proportionaliteit en wat redelijkerwijs van “de aanbesteder” mag worden verwacht volgens de Aanbestedingswet, ARW en de Gids Proportionaliteit. Dit alles met het oog op het project zelf. De “explain” redenering: a)
De Stichting Eigen Kweek kan niet allerlei dure adviseurs inhuren die normaliter zouden worden ingehuurd voor een dergelijk project. De Stichting Eigen Kweek is ook niet goed in staat om die adviseurs te controleren anders dan met hulp van de gemeente en externe partijen. Dat verhoogt de kosten van het project onnodig, omdat feitelijk een dubbele controleronde zou moeten plaatsvinden.
b)
De beoogde projecten zijn in financiële aard en omvang overzichtelijk en beneden de Europese Drempelbedragen. Er is - zo wordt aangenomen - geen grensoverschrijdend belang. De gemeentelijke benadering van het burgerinitiatief dient ook proportioneel, rechtmatig en doelmatig te zijn. Het is niet doelmatig om een kennisgebrek op te vangen middels extra kosten die het gehele project duurder maken en mede daardoor de realisatie in de weg staan. Aangenomen wordt dat het gebrek aan kennis bij de Stichting Eigen Kweek dan door de gemeentelijke organisatie en wel volledig, moet worden gedragen. De Stichting Eigen Kweek en de gemeente hebben beiden belang bij zuinig omgaan met publiek geld en om die reden is een intensieve inhoudelijke gemeentelijke rol ook niet wenselijk.
c)
In het kader van het ontwerp en uitvoering van het project is het ook verstandig alle stappen daarin slechts één maal te zetten "lean, one peace flow". Dit is een organisatorische vertaling van het juridische doelmatigheidsbegrip en het principe dat met alleen voor discussiedoeleinden, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend - 3 -
publieke middelen zuinig moet worden omgegaan. Daarvan uitgaande is een ontwikkelingsproces waarbij voorstudies, ontwerp, en de uitvoering in één hand worden gegeven, op zich voor de hand liggend. Dat beperkt dubbelingen en kosten. d)
Het niet in één hand leggen van de sub c) genoemde drie stappen vereist afstemming met stakeholders en gemeente en uiteindelijk ook met de uitvoerders & stakeholders en gemeente. Er ontstaan dus “afstemmingsverliezen” in die zin dat al de benodigde overlegrondes met experts en de benodigde controleurs elk afzonderlijk geld kosten.
e)
Daar komt nog bij dat het middels een aanbesteding in de markt zetten van voorstudies & ontwerp en de bouwuitvoering, vier maal een aanbesteding uitschrijven betekent volgens één van de procedures van het ARW. Dat is een tamelijk lastige opgaaf voor een burgerinitiatief. Ook kost het veel geld. Bovendien kost aanbesteden veel tijd die verloren gaat. Samengevat: meerdere aanbestedingen verhogen de “transactiekosten”.
f)
Het vorenstaande wordt versterkt door de omstandigheid dat de projectdelen (met name de verplaatsing van de sporthal en het vrijkomen van bouwlocaties) op zich feitelijk afzonderlijke locaties zijn waarbij voorstudie en ontwerp voor elke locatie dienen plaats te vinden. De Stichting Eigen Kweek is geen bouwontwikkelaar en ook geen Sporthartontwikkelaar wen ook geen vastgoedverkoper. Dat geldt ook voor de Omni vereniging. Zij zal met name op - door aan te zoeken partijen te garanderen eindresultaten moeten sturen.
g)
Geconstateerd wordt dat de verkoop van de eventueel te bebouwen locaties aan een van de gegadigden, als zodanig geen aanbestedingsplichtige kwestie hoeft te zijn.
h)
Omdat van gegadigden voor de opdracht in dit geval wordt verlangd dat zij ontwerpen maken en ook het omgevingsmanagement organiseren en de transactievolgorde die nodig is organiseren, kan worden betoogd dat daarvoor in ieder geval veel lokale kennis nodig is. Verder kan worden verlangd dat een deel van die kennis om niet wordt ingezet in de voorfase/studiefase waarin het project thans is gekomen. Deze eisen kunnen realiter nauwelijks worden gesteld aan niet lokale bedrijven.
i)
Bovendien betreft het een burgerinitiatief. Kenmerkend daarvan is in ieder geval dat ook burgers betrokken zijn en dat betekent ook dat zoveel mogelijk van de uitvoering lokaal betrokken dient te zijn op welke wijze dan ook. Sterker nog: gegadigden moeten nauw aansluiten bij het voorwerk dat door Stichting Eigen Kweek is gedaan en de facto het gesprek met de stakeholders en de omgeving van de projecten (circa 70 kartrekkers) voortzetten.
j)
Daarnaast maakt het vereiste van één keer ontwerpen zonder dubbel werk in combinatie met de “lokale eis” en deels vrijwillige inzet, dat een keuze voor lokale bedrijven bijna onontkoombaar is. Bovendien moeten de desbetreffende bedrijven ook nog de nodige financiële slagkracht meebrengen vanwege de benodigde grondtransacties en het dienovereenkomstig voorschieten van enige grondopbrengst (“De Wis”). Ook is een zeer goede kennis van de lokale en sociale omgeving uiterst belangrijk gelet op de producten die de gemeente wenst te zien in het kader van de uitvoering van het project.
k)
Het projectdeel Sporthart en het projectdeel kerk zijn als afzonderlijke projecten aan te merken. Het daarbij behorende uitgangspunt is dat de thans betrokken bedrijven ieder een specifiek gedeelte van het project op zich nemen. Het zou kunnen gaan als volgt: Peter Peters Bouw & Projectontwikkeling ontwerp & uitvoering kerk en aankoop oude locaties & woningbouwontwikkeling op die gronden; Van der Horst ontwerp & realisatie bouw Sporthart. Alles inclusief voorstudies aanleveren, vereiste producten volgens gemeentelijke eisen, en garanties voor uitvoering op eindresultaten. Clusteren van de projecten tot één geheel is én onverstandig én in strijd met de Gids Proportionaliteit.
l)
Ontwerp en uitvoering van een Sporthart en een transformatie van een kerk alsmede woningbouwontwikkeling in een kleine kern zijn commercieel beperkt interessante opdrachten indien word aanbesteed. Er moet relatief veel geïnvesteerd worden om een inschrijving te doen die mede een VO moet omvatten en de scoringskans in het normale alleen voor discussiedoeleinden, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend - 4 -
geval is relatief laag terwijl de deelprojecten relatief gezien klein zijn. Hier werkt het ARW “beknellend”. Daar komt nog bij dat ontwerp en realisatie van het Sporthart specialistisch werk is waardoor het vinden van gegadigden vermoedelijk wordt bemoeilijkt. De kans is realistisch dat het aantal gegadigden zodanig is dat van realistische concurrentie geen sprake kan zijn. m) De gedachte gegadigden beschikken over relevante ervaringen aangaande de uitvoering van de relatief gespecialiseerde projecten en zijn bereid ook een investering te doen in het plan door deels inzet te plegen zonder formele tegenprestatie in de voorstudiefase. n)
Om de markt zijn werk te laten hoeft niet per se te worden aanbesteed. Dat kan in de lijn van dit project ook, door een kostendeskundige de prijzen, opbouw en samenstelling in het licht van de daarmee te halen resultaten te laten toetsen op markconformiteit.
o)
Het realiseren (en exploiteren) van een sportaccomodatie en dorpshuis zijn uitgesproken publieke taken. Het betekent dat de aanbestedingsverplichting die de gemeente eventueel zou hebben ten aanzien van deze projecten feitelijk juridisch bij Stichting Eigen Kweek rust. De inhoud is gelijk aan de inhoud van de verplichting van de gemeente. De Stichting Eigen Kweek is geen aanbestedende dienst omdat zij niet aan de definities ter zake voldoet. Het betekent echter wel dat de beleidskeuzes die Stichting Eigen Kweek maakt feitelijk moeten gelden als beleidskeuzes van de gemeente en dus in overeenstemming met uitgangspunten van rechtmatigheid en doelmatigheid van de gemeente moeten zijn. De beleidskeuze om niet aan te besteden is, zoals hiervoor sub a) tot en met o) afgewogen. Het is een verantwoorde keuze omdat uit de afweging blijkt dat de voordelen groter zijn dan de nadelen en wel voor alle stakeholders.
p)
De bouwmarkt staat sterk onder druk. De beoogde afwikkelwijze geeft ook een kans om bouwcapaciteit te reserveren en veilig te stellen.
Samenvattend 20. De projecten Sporthart & Dorpsplan zouden volgens de hiervoor sub 16 genoemde tabel meervoudig onderhands of nationaal openbaar moeten worden uitgegeven volgens een procedure ex ARW. Gelet op de omstandigheid dat de sporthal mede omvat de samenwerking om te komen tot verplaatsing daarvan, het samenwerken tussen de diverse verenigingen, een uitgebreid sociaal en ruimtelijke ordening technisch omgevingsmanagement, en heel veel lokale kennis en ervaring, zijn de selectiemethodes nationaal openbaar of meervoudig onderhands aanbesteden minder geschikt mede ook vanwege het kennistekort van Stichting Eigen Kweek. Verwezen wordt naar het vorenstaande 19 a) t/m 19 p). In die keuze wordt het accent dus gelegd op de lokale gegevenheden. Uit aard van de zaak van een burgerinitiatief is dat een van de meest wezenlijke en noodzakelijke kwesties. 21. Het vorenstaande voert ook tot de conclusie dat realiter aanbieders vooral moeten worden gezocht in lokaal betrokken MKB bedrijven met lokaal commitment en investeringsbereidheid. Wel dient die keus te worden voorzien van een aantal waarborgen. Dit om doelmatigheid en rechtmatigheid en marktconformiteit van de keuze te verantwoorden. Het gaat dan om: a. marktconforme prijzen voor ontwerp/uitvoering of lager; b. inpassing/inschakeling van personen die leiden tot sociale return on investment; c.
duidelijke resultaatverplichtingen op punten a/b + TCO en andere noodzakelijke eisen teneinde te voorkomen dat het burgerinitiatief in de toekomst wordt opgezadeld met onvoldoende gebouwelijke kwaliteit en hoge onderhouds- en energielasten; d. toets op tenminste marktconforme opbrengsten of betere voor de zogenaamde ontwikkellocaties; e. toetsing van het vorenstaande door een kostendeskundige;
alleen voor discussiedoeleinden, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend - 5 -
f. becijfering van de eigen inbreng om niet van de aanbieders; g. vaste onwijzigbare prijzen voor de gewenste producten en resultaten tenminste zijnde de producten als volgens de concept intentieovereenkomst en het gewenste dorpshuis plus het gewenste Sporthart. h. De gegadigden moeten voldoen aan de gebruikelijke eisen bijvoorbeeld op basis van het U(niforme E(uropese) A(anbestedingsdocument) en eisen van gegoedheid en non faillissement, nader in te kleden. 22. Met het vorenstaande wordt dan uiteraard een bijzonder pakket uitgevraagd wat ook uitsluitend in de huidige setting mogelijk is. Het wil natuurlijk niet zeggen dat de gegadigden er niets aan zouden mogen verdienen. Op de bouw van een sporthal moet een normale marge algemene kosten, winst en risico verdiend kunnen worden. Dat geldt ook op de transformatie verbouw van het dorpshuis en hetzelfde geldt voor de potentie van de ontwikkellocatie. Kleine doorkijk naar enige risico’s: 23. De risico’s van de hiervoor verklaarde handelswijze zijn als volgt. Allereerst zou een potentiële aanbieder ( met name uit de regio) kunnen pogen de projectrealisatie te voorkomen middels een kort geding. Met als argument dat de opdrachten als sub 8 b hiervoor beschreven - b.1) en b.3) – hadden moeten worden aanbesteed. De kans dat bedoeld argument slaagt wordt klein geacht. Er zijn nauwelijks vergelijkbare casus waaruit dat is af te leiden.
24. De gemeente Mill en St. Hubert ( het bevoegde orgaan uiteraard) heeft bovendien als bestuur een flinke beleidsvrijheid, onderdeel van de Aanbestedingswet. De hiervoor weergegeven motivering om te kiezen als beschreven vult die beleidsvrijheid in binnen de kaders van rechtmatigheid, doelmatigheid en efficiency. Afgewogen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur kan worden gesteld dat als de projecten op de beschreven wijze worden uitgevoerd, de meeropbrengsten voor het burgerinitiatief en dus de projecten ( lagere kosten efficiënter werken, sneller naar realisatie) groter zijn in vergelijking met de situatie dat zou worden aanbesteed. Het is bovendien zeer de vraag of er gegadigden zijn die aan de commercieel weinig aantrekkelijke randvoorwaarden willen voldoen zonder dat zulks de kosten van de projecten verhoogt. 25. In kort geding zou de hele argumentatie tegen de beschreven handelswijze slechts in het kader van een voorlopig oordeel worden beschouwd. Dat levert een beperkte toets op, aangaande het al dan niet juiste gebruik van de gemeentelijke beleidsvrijheid. Gegeven de voorliggende motivering voor de beschreven handelswijze wordt het risico op een verbod op uitvoering als aangegeven, klein geacht. 26. Daarnaast bestaat er de zogenaamde “gemiste kans” leer.
Dat is de situatie dat een potentiële aanbieder weliswaar niet protesteert tegen de gang van zaken, maar in een bodemprocedure stelt dat er aanbesteed had moeten worden en door dat niet te doen hij een kans op verdiensten heeft gemist. Essentieel voor het slagen van die stelling is het leveren van de nodige bewijzen. Dat zal vaak niet lukken en er zijn geen vergelijkbare gevallen die aanleiding geven tot het oordeel dat de beschreven stelling een succesvol argument bij een rechter kan zijn. Het eerste materiële verweer tegen de stelling is uiteraard de hiervoor weergegeven beleidsvrijheid. De conclusie over “de gemiste kans” is dus dat het risico op een geslaagde vordering klein is. 27. Met het vorenstaande is weergegeven of en zo ja in hoeverre aanbestedingsrechtelijk met twee aanbieders in zee kan worden gegaan. De slotconclusie is dus: mits aan de gestelde randvoorwaarden wordt voldaan kan het wel.
alleen voor discussiedoeleinden, hieraan kunnen geen rechten worden ontleend - 6 -