Vsl raad 23 m 05 d 23.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 23 mei 2023, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij)
Tevens aanwezig: mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Hartelijk welkom bij de raadsvergadering van deze avond. Ik heb een bericht van verhindering ontvangen van de heer Van der Spek van de fractie Mijn Partij. Ik constateer dat we elkaar deze maand al vaker gezien hebben in extra raadsvergaderingen, maar vanavond is een reguliere vergadering met slechts enkele inhoudelijke agendapunten.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Agendapunt 2 bij de gemeenteraad behandelt de ingekomen stukken in de periode van 11 april tot en met 16 mei en per lijst gaan we dit behandelen. Ik wil graag weten wie er over lijst A wat wil zeggen. Niemand? Lijst B iemand? Ja, mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik had een technische vraag gesteld over brief 23-039 over het Servicebureau Haaglanden. Ik wil het college hierbij bedanken voor de beantwoording daarvan. Ik wil nog een opmerking erbij maken. Ik ben in ieder geval blij te lezen dat het servicebureau in ieder geval als het goed is in het najaar bij onze raad komt om meer informatie te geven over de ontwikkelingen rondom het servicebureau. Het is het afgelopen jaar niet gelukt. Dat betreur ik wel. Ik heb ook begrepen dat dat zeker niet aan de kant van Midden-Delfland ligt, maar aan de kant van het servicebureau. Want in de andere gemeenten in de H10 zijn ze inmiddels al wel langs geweest. Dus mijn vraag is wel of het college er echt op wil toezien dat we in het najaar het servicebureau hier krijgen, want er gaat heel veel geld van ons in om. Dan is het wel goed dat we ook onze vragen kunnen stellen. De voorzitter: Dank u wel, dat is een mededeling waar het college notie van genomen heeft. Dan wie over lijst C? Niemand. Dan gaan we met deze afhandeling verder.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Agendapunt 3 is het spreekrecht voor belangstellenden. Er is op dit moment niemand die zich aangemeld heeft voor het inspreken, dus gaan we door naar agendapunt 4.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: De agenda die u voor heeft liggen… De heer Knaap. De heer Knaap: Ik was wat vroeg, het gaat over agendapunt 4 dus u mag uw zin afmaken. De voorzitter: Dat vind ik wel heel sympathiek van u. Dank u wel. De agenda die voor u ligt, bevat twee hamerstukken en twee bespreekstukken. Het agendapunt over SV Den Hoorn is zonder commissiebehandeling toegevoegd, aangezien het college op een zo kort mogelijke termijn duidelijkheid wenst in deze langlopende kwestie. Een onderwerp dat al eerder in commissie- en
raadsverband onder de aandacht is geweest en de vraag is of u kunt instemmen met de voorliggende agenda en de heer Knaap heeft daar een opmerking of een amendement of een bevestiging bij? De heer Knaap: Ja, voorzitter. Ik heb een verzoek. Het verzoek is om agendapunt 7 toch weer van de agenda af te halen. De reden daarvoor is dat wij vinden dat wij als raadsleden ons werk niet goed kunnen doen als vorige week dinsdag dit agendapunt is toegevoegd, wij woensdag technische vragen hebben gesteld met het verzoek om die uiterlijk maandag te beantwoorden omdat er toch een boel nieuwe informatie bijkomt en wij die informatie vandaag om 12.30 uur gekregen hebben. En heel veel van de mensen hier moeten gewoon werken. Dat maakt mijn werk als raadslid wel een beetje moeilijk, om zo'n serieus onderwerp op zo'n manier te moeten behandelen. Dus het verzoek aan collega-raadsleden is of zij dit ook steunen. De voorzitter: Ik constateer dat u zelf ook werkt. Want dat het lastig is voor u dat de anderen werken, kan ik me dat niet voorstellen. Maar dat meende ik te horen. Ik kijk even rond, wie zou daar iets over willen zeggen? Ja, mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Ja voorzitter, wat ons betreft wordt het wel vanavond behandeld. En mocht het alsnog van de agenda af gaan, dan denk ik dat we dat op zeer korte termijn wel moeten behandelen. Daar zijn de belangen denk ik te groot voor.
Er is een aantal partijen bij betrokken die er baat bij hebben dat hier een besluit over genomen wordt. Dus mocht u het van de agenda halen, wat wij niet voorstaan, dan desnoods op een aparte avond, maar op zeer korte termijn dit agendapunt wel behandelen. De voorzitter: Helder. Verder nog? Mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Mijn voorstel zou zijn om het inderdaad wel te behandelen vanavond. Ik snap het punt van de heer Knaap, maar ik vind het wel belangrijk genoeg om vanavond te behandelen. De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Wij zijn ook voor behandeling, mede omdat het eerder vaker besproken is en het nu een week op de agenda staat. Dus wat ons betreft kan het. De voorzitter: De heer Van der Eijk, zag ik uw hand ook? De heer Van der Eijk: Dat klopt voorzitter. De VVD is ook voor behandeling vanavond. We hebben dit of in ieder geval vergelijkbare stukken eerder op de agenda gehaald. We hebben het al vaker erover gehad, dus wij denken dat het prima behandeld kan worden. De voorzitter: En ik zag de heer Roeling ook. De heer Roeling: Dit agendapunt gaat een beetje met vallen en opstaan. Eerst kregen we het verzoek in de zomermaanden 'reageer even per mail'. En vervolgens is het wel behandeld op een laat moment. Later is het weer een keer door het college van de agenda gehaald. En nu wordt het weer op het laatste moment weer toegevoegd.
Dus procesmatig is het wel voor verbetering vatbaar. En als collega's vinden dat er behoefte is aan betere behandeling zodat er ook daadwerkelijk op twee momenten over vergaderd kan worden en technische vragen gesteld kunnen worden en documenten opgevraagd kunnen worden, als daar behoefte aan is, dan willen wij daar wel aan meewerken. De voorzitter: Dus dat betekent dat u voor het van de agenda afhalen zou zijn. Ja. Dan constateer ik dat er geen raadsmeerderheid voor is, mijnheer Knaap en dat het dus toch deze avond behandeld zal worden. Zijn er verder nog op- of aanmerkingen voor deze agenda? Nee, dan stel ik vast dat we de agenda ongewijzigd vaststellen. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a.
Vaststellen verslag d.d. 18 april 2023 Vaststellen verslag d.d. 8 mei 2023 Voorstel verklaring van geen bedenking Oostgaag 45 Maasland Voorstel zienswijze inzake Tweede wijziging GR Avalex
5b. 5c.
De voorzitter: Dan gaan we naar het vaststellen van de hamerstukken. Met het vaststellen van de agenda is ook duidelijk welke hamerstukken er zijn. Ik mag daarmee constateren dat u instemt. Daarmee zijn agendapunten 5.b en 5.c bij dezen vastgesteld.
6.
Voorstel evaluatie Jeugdbeleid
De voorzitter: Dan komen wij bij agendapunt 6, het Voorstel evaluatie Jeugdbeleid. Dit onderwerp gaat over de hoge kosten van de jeugdhulp. Dat is landelijk al enkele jaren een belangrijk thema, zoals u allemaal weet. Ook lokaal, want enkele jaren geleden heeft de gemeenteraad besloten om in te zetten op kostenbeheersing en professionalisering door het vaststellen van een plan van aanpak kostenbeheersing, gevolgd door een nieuw beleidskader. Nu ligt het besluit voor om een krediet beschikbaar te stellen voor een evaluatie. in het voorstel heeft het college gereageerd op de nog openstaande vragen uit de commissie van de fractie Mijn Partij. in afwachting van het antwoord heeft fractie Mijn Partij aangegeven dit voorstel als bespreekpunt te willen agenderen. Daarom wil ik eerst even aan de fractie Mijn Partij vragen of het nog behandeld moet worden, of dat de vragen naar behoefte beantwoord zijn. Daarna toets ik of er nog andere mensen zijn die het woord wensen te voeren. De heer Van Lier. De heer Van Lier: We hebben de antwoorden gelezen, we moesten even zoeken want we dachten dat we de antwoorden los kregen. Het stond in de raadsoplegger, dus daar stonden de antwoorden keurig in. Er stond bij of het voldoende was. Het voldeed aan onze vragen. De antwoorden voldeden aan onze vragen. Dus wij kunnen met dit verhaal instemmen.
De voorzitter: Dank u wel, is er verder nog iemand die het woord wenst te voeren? Nee, dan wil ik… Ja, mevrouw Koppert, gaat uw gang. Mevrouw Koppert: Voorzitter, betekent het dat het nu verder ter besluitvorming komt? Of gaan we nog een discussie voeren? De voorzitter: Ik wilde eigenlijk als u... Sorry, de vraag zoals ik die stelde was of er nog iemand het woord over wenst te voeren. Dat kan leiden tot een debat; op het moment dat u bijvoorbeeld het woord gaat voeren en mensen zijn het er niet eens, kan dat nog een debat opleveren. Maar uiteindelijk is alles besproken wat in de commissie besproken is en zijn er geen echt nieuwe items. Dus dat zou het risico van herhaling van zetten wel met zich meebrengen, dus dat wil ik wel meegeven. En in principe was mijn volgende vraag of er iemand een stemverklaring wenst af te geven om dan vervolgens te vragen wie allemaal voor het voorliggende voorstel zijn. Dus als u niet het woord wenst te voeren, is dat de route zoals we verder gaan. Mevrouw Koppert: Dank u wel, dan gaan wij voor een stemverklaring. De voorzitter: Dank u wel, dan wil ik graag weten wie er behoefte heeft aan een stemverklaring. Naast mevrouw Koppert? Mevrouw Koppert, gaat uw gang.
Mevrouw Koppert: Wij kunnen instemmen met het voorstel, maar met dien verstande dat we nog steeds eigenlijk niet weten wat er onder effectiviteit verstaan wordt en dat we het dus belangrijk vinden dat in het onderzoek de definitie van effectiviteit heel duidelijk naar voren komt. De voorzitter: Is er verder nog iemand die behoefte aan een stemverklaring heeft? Wie is voor het voorliggende voorstel? Dat is unaniem en daarmee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
7.
Voorstel aanpassing besluit aanleg kunstgrasveld SV Den Hoorn
De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 7 Voorstel aanpassing besluit aanleg kunstgrasveld SV Den Hoorn. Financiering van kunstgrasveld SV Den Hoorn. Op 30 augustus jl. heeft de raad besloten een lening aan SV Den Hoorn te verstrekken. Na 30 augustus is het college in gesprek gegaan met de Vereniging en Stichting exploitatie Sportcomplex Den Hoorn om te komen tot een overeenkomst. Een onderwerp van gesprek was met name het aflossingsschema, mede in relatie tot de gebruiksperiode en de afschrijvingstermijn van het veld. Gedurende deze gesprekken werd duidelijk dat het strikt genomen niet om een lening gaat, maar om een krediet dat de vereniging in termijnen terugbetaalt. Inmiddels is overeenstemming tussen de partijen en ligt dit raadsvoorstel bij u voor. Ik wil graag weten wie daar het woord over wenst te voeren. De heer Roeling, de heer Knaap, de heer Vieira en de heer Ringeling. Dan heb ik iedereen volgens mij? De heer Van der Eijk, ik had u al opgeschreven. U staat er al tussen. Het gaat helemaal goed. Dan beginnen we bij de heer Roeling. De heer Roeling: Vanavond, als het goed is, is dit de laatste keer dat we over dit kunstgrasveld komen te spreken. Het is een paar keer van de agenda gegaan en er weer op gekomen. Na aanvullende vragen is inmiddels wel duidelijk wat de bedoeling is.
De situatie is nu dat wij als gemeente opdrachtgever zijn van de aanleg van een kunstgrasveld. Dan kunnen we ons hardop afvragen of dat wel de bedoeling is. Want de intentie was natuurlijk altijd dat via hetzij de vereniging, hetzij de stichting te laten lopen zodat bij eventuele complicaties niet wij aan zet zijn, maar dat gewoon tussen de opdrachtnemer en opdrachtgever wordt afgehandeld, stichting of vereniging. Het verbaast ons waarom dat zo gegaan is. We begrijpen inmiddels ook dat wij als gemeente zelf de rekening gaan betalen aan de opdrachtnemer. 'Eindelijk', zouden we daarbij willen zeggen, maar het lijkt ons niet dat dat de gebruikelijke gang van zaken is. Volgens mij hebben wij onze verplichtingen aan verenigingen en maatschappelijke organisaties en niet zozeer aan bedrijven die kunstgrasvelden aanleggen. Dus dat verbaast ons. Verder hebben we nog gevraagd hoe die constructie in elkaar zit van het startbedrag van € 100.000,00. In de overeenkomst staat dat de stichting betaalt, voor 30 september a.s., € 100.000,00. En verderop in de overeenkomst staat dat die € 100.000,00 toch wel terugbetaald moet worden. Vreemde constructie. Dus wat is nu de constructie? Er gaat € 100.00,00 van de gemeente naar de stichting. De stichting brengt het in als startbedrag. En vervolgens moet de stichting via de vereniging die € 100.000,00 weer terugbetalen.
Want er staat duidelijk in de overeenkomst 'zowel het startbedrag als het investeringskrediet moet terugbetaald worden met rente'. Kijken we naar het aflossingsschema, dan wordt daar die ton weer van afgehaald. Dus onze oprechte vraag was: hoe wordt die € 100.000,00 dan terugbetaald? In antwoord op onze vraag wordt er gesteld dat het eigenlijk een kwestie is tussen de stichting en de vereniging. Oftewel, de vereniging betaalt die € 100.000,00 weer terug aan de stichting. Het is een opvallende constructie voorzitter. Dus mijn concrete vraag aan de wethouder: waarom is gekozen voor deze toch wel wat omslachtige constructie waarvoor dan twee series vragen nodig zijn om een beetje inzicht te krijgen in wat er nou precies bedoeld wordt? Spraken we eerst over een concrete lening, later werd dat een kredietinvestering. En later werd het een kredietinvestering en een startbedrag. Dus kan de wethouder ons een beetje meenemen in hoe dat uiteindelijk tot stand is gekomen, terwijl er ooit sprake was van het verstrekken van een lening aan een van onze verenigingen in Midden-Delfland? Voorzitter, we wachten het antwoord even af. Maar wij zijn toch wel benieuwd waarom er niet gekozen is voor een normale leningverstrekking, want dat doen we wel vaker. Gaat het niet over een kunstgrasveld, dan gaat het wel over een kantine of kleedruimtes. Dus dat was het voor de eerste termijn, voorzitter.
De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Knaap. De heer Knaap: Voor zover verdiept, is dan de aanleiding. Onze vragen die wij hier toch bij hebben, zijn ook een beetje in het verlengde van wat de heer Roeling al zegt. Ons beeld was dat wij als raad, en volgens mij raadsbreed, hebben benadrukt dat wij vonden dat de verantwoordelijkheid voor de opdrachtgevende rol in dit hele circus wel degelijk bij de vereniging zou moeten blijven. Dus dezelfde vraag als de heer Roeling stelde: wat is de reden dat het college er nu voor gekozen heeft om eigenlijk de opdrachtgever te worden? Met terugwerkende kracht, zonder invloed gehad te hebben op de overeenkomst zelf?
Dus de tweede vraag die wij daarbij willen stellen is: welke consequenties hangen aan die opdrachtgevende rol, vanuit het college bezien, en welke risico's betekent dat voor onze gemeente en onze opdrachtgevende rol? Verder zijn we wel benieuwd. Er wordt in de overeenkomst gesproken over kredietnemer 1 en 2. Het is ons, mij, nog niet voldoende duidelijk hoe de rolverdeling tussen die kredietnemers is. Want is het nou een kredietnemer? Zijn er twee kredietnemers? Wie doet dan wat? Dus daar graag nog een aanvullende toelichting op. Daar houd ik het even bij voor deze eerste termijn. De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: De voetbalvereniging in Den Hoorn heeft wel ambities en had eigenlijk een derde grasveld nodig en kon een lening krijgen bij deze gemeente. En uiteindelijk bleek dat men beter af was met een investeringskrediet om wat voordeliger te kunnen investeren. Dat scheelde wat btw. Voorzitter, dat is wat de VVD begrijpt uit deze stukken. Wij lezen daarin de bereidwilligheid van het college om gewoon die vereniging een kleine last van de schouder te halen om die investeringen wat lager te maken.
Het is wel jammer dat dit zo gelopen is, voorzitter – ik hoorde dat net ook bij de bij de heer Roeling – dat de vereniging niet meteen gezegd heeft 'gemeente, we zijn blij dat u met ons meedenkt en wij tekenen dit contract en we doen er allemaal niet zo moeilijk over'. Dat vinden we wel jammer, want dit heeft natuurlijk wel gevolgen voor andere verenigingen die ook onze hulp nodig hebben. Die andere verenigingen die hierna nog komen, komen waarschijnlijk voor een hogere lat te staan en die moeten aan meer eisen voldoen. Zo wordt hier wel bureaucratie gecreëerd en dat betreuren wij wel. Wij hadden dat liever wat eenvoudiger gehouden. Maar ik denk dat vooral de vereniging daar in de spiegel moet kijken en niet de gemeente of wij als gemeenteraad. Waar ik al mee begon: de VVD wil graag verenigingen steunen en wij steunen ook dit voorstel. De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Voorzitter, over het proces en de aanloop is voldoende gezegd tot nu toe. We hebben te maken met gemeenschapsgeld en de centrale vraag is: lopen wij risico met de constructie die voor ons ligt? Dat is de eerste vraag. De tweede is: help je de vereniging met wat er komt? Wat ons betreft, zoals wij het uit de stukken lezen, maar ik hoor graag de bevestiging van de wethouder, heeft de vereniging een handtekening gezet voor het feit dat terugbetaald wordt.
Dus wat dat aangaat, lopen wij geen of weinig risico. En het tweede punt is dat door het grasveld meer trainingen gegeven kunnen worden, wat weer ten goede komt aan het feit dat kinderen kunnen sporten. Dus wat ons betreft ligt hier een goed voorstel om mee akkoord te gaan. De voorzitter: Tot slot de heer Ringeling. De heer Ringeling: Het is al gezegd, de heer Roeling refereerde eraan, dit onderwerp is een paar keer hier aan de orde geweest. We zijn blij dat er nu een voorstel ligt, een acceptabel voorstel en een goed voorstel. Dus wij kunnen hiermee akkoord gaan. De voorzitter: Tot zover de eerste termijn. Dan gaan we naar wethouder Renzen voor de beantwoording van de vragen. Wethouder Renzen: Waarom is er sprake van deze, met de woorden van de heer Roeling, omslachtige constructie met die stichting die tussen SV Den Hoorn en de gemeente zit? Die keuze is in het verleden gemaakt. In het verleden was het door deze constructie mogelijk de btw-gelden terug te halen via de stichting. Dat kan al een poos niet meer, maar wij als gemeente hebben nog wel via het btw-compensatiefonds de mogelijkheid om btw terug te halen. Dat is de reden dat het college alsnog heeft gekozen om zelf opdrachtgever te worden en er dus een investering van te maken in plaats van dat het een lening aan SV Den Hoorn is. Dus dat is de reden. De voorzitter: Wethouder, de heer Knaap heeft een interruptie.
De heer Knaap: Ik hoor wat de wethouder zegt. Ik ben wel even heel benieuwd of het dan ook klopt dat dat ook geldt voor overeenkomsten die met terugwerkende kracht zijn aangegaan zonder daarbij het gemeentelijk aanbestedingsbeleid in acht te nemen. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Ja voorzitter, er zijn twee dingen. Wij worden opdrachtgever dus op dat moment geldt dat wij de facturen betalen van degene die de opdracht krijgt en daarmee is het onze investering en kunnen wij de btw terughalen. Daarnaast heeft de heer Knaap natuurlijk een punt. Als wij, helemaal van tevoren, zelf, in een eerder stadium opdracht zouden hebben willen geven voor de aanleg van een kunstgrasveld, dan hadden we meerdere offertes opgevraagd. Dus dat is juist. Dat is de normale gang van zaken. Dat gaat nu niet meer. Dus voorzitter, daar heeft de heer Knaap zeker een punt. Daar kan ik niets anders van maken. Er waren maar twee vragen, volgens mij. De voorzitter: Dank u wel. Is er behoefte aan een tweede termijn? Heeft u een interruptie, mijnheer Knaap? Of is dit de tweede termijn? De heer Knaap: Het gaat wel heel snel met het beantwoorden van de vragen door de wethouder, want volgens mij heb ik ook nog wat gevraagd… De voorzitter: Dan constateer ik dat het een interruptie is. De heer Knaap: Ik heb wat vragen gesteld die niet beantwoord zijn.
De voorzitter: Ja, gaat uw gang, welke vragen waren dat? Want de wethouder heeft ze niet… De heer Knaap: Een van mijn vragen was: wat zijn de consequenties dat de gemeente nu opdrachtgever wordt? Ook in de zin van de vervolgdingen die mogelijk gaan plaatsvinden. De heer Roeling refereerde daar ook al aan. En de andere vraag die ik stelde was: 'Hoe zit het nou precies met die verdeling tussen kredietnemer 1 en 2 die allebei in de overeenkomst worden genoemd, maar waarvan er maar eentje betaalt?' De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Voorzitter, ik begin eventjes met de laatste vraag. De reden dat beide partijen zijn opgenomen in de overeenkomst is om naar de toekomst toe alle discussies te voorkomen. Wij hebben met deze overeenkomst willen vastleggen dat beide partijen, dus zowel de stichting maar ook SV Den Hoorn zich ervan bewust zijn dat ze gezamenlijk deze overeenkomst aangaan. Strikt genomen gaat het voor de investering van het geld met name tussen de stichting en de gemeente. Alleen ligt er ook tussen SV Den Hoorn en de stichting een overeenkomst.
En door beide partijen te betrekken in de overeenkomst die nu voorligt, willen we borgen dat de voetbalvereniging zich daar ook aan houdt, dat het met het aangaan van deze investering wel de bedoeling is dat die in zijn geheel wordt terugbetaald en dat dat uiteindelijk natuurlijk betaald moet worden door SV Den Hoorn via de stichting. Dan nog even terug naar wat betekent dit? Welk risico ligt er nu doordat we toch als gemeente nu opdrachtgever worden zonder dat we vooraf zelf partijen daarvoor hebben geselecteerd? Dat is dan niet volgens het boekje gegaan en daar ligt dan ook het risico dat daar een opmerking over kan komen. De voorzitter: Door de accountant, bedoelt u? Wethouder Renzen: Ja, door de accountant. De voorzitter: De heer Knaap.
De heer Knaap: Ik heb daar toch een praktische vraag over, want stel nou dat er in het vervolg iets mis is met het kunstgrasveld en dat een dispuut ontstaat tussen de opdrachtgever, de gemeente dan in dezen, en de aannemer. En stel dat er toch meer moet worden betaald vanuit de opdrachtgever, de gemeente, om herstelwerkzaamheden te plegen die bijvoorbeeld niet onder de garantie vallen. Hoe voorziet dan de overeenkomst in het verhalen van die kosten bij de sportvereniging zelf? De voorzitter: Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Voorzitter, daar kan ik kort over zijn. Daar is niets over opgenomen in de overeenkomst dus die voorziet daar niet in. De voorzitter: Dank u wel. Goed, dan gaan we kijken wie behoefte heeft aan een tweede termijn. De heer Roeling, de heer Knaap nog, de heer Zwaard. De heer Van der Eijk nog? Nee. De heer Vieira niet, de heer Ringeling ook niet. We beginnen bij de heer Roeling voor de tweede termijn. De heer Roeling: Dank voor de beantwoording. Als we kijken naar de geschiedenis van dit agendapunt, denk ik dat wat de heer Ringeling zei, dat ook de voetbalvereniging in de spiegel mag kijken, wel klopt. Want er lag een nog niet ondertekende overeenkomst. De voorzitter: Ik heb de indruk dat de heer Van der Eijk dit citaat claimt, als ik het goed zie.
Ik zag de heer Ringeling al verontrust kijken van 'heb ik dat gezegd?' Maar mijnheer Van der Eijk redt hem daarbij. U mag het zelf ook nog zeggen natuurlijk. De heer Roeling: Waar ik zei 'de heer Ringeling', moet u lezen 'de heer Van der Eijk'. De voorzitter: We zullen het in de notulen opnemen, mijnheer Roeling. Het wordt in de notulen opgenomen, alles wat er gezegd wordt, trouwens. De heer Roeling: Ja, John kijkt mee. Een andere John, hoor. De overeenkomst was nog niet ondertekend of er werd al begonnen aan de aanleg. En dat bracht natuurlijk met name ons als gemeente natuurlijk in een lastige positie. Want een aannemer zal niet op de blauwe ogen van welke vereniging of stichting dan ook zo'n grote investering doen door de aanleg van zo'n kunstgrasveld. Ik bedoel, die heeft dat gedaan in de wetenschap dat de gemeente garant zou staan of een lening zou verstrekken. Dat is hier anders gelopen. Dus we snappen wel een beetje de complexe situatie. Ook daar, mijnheer Van der Eijk, mag de voetbalvereniging in de spiegel kijken. Het puntje van de Europese aanbesteding. Hoe ga je dat recht breien? Mijn concrete vraag is: is daar ook naar gekeken, in de zin van 'kan hier een precedentwerking van uitgaan richting andere verenigingen?' U noemde zelf al de accountant.
Wat zijn de mogelijke gevolgen daarvan? Want uiteindelijk zouden wij dan met de gebakken peren zitten als gemeente en dat lijkt ons toch niet het uitgangspunt. Verder ben ik nog steeds benieuwd naar die € 100.000,00. Waarom is gekozen voor het betalen van € 100.000,00 aan de stichting? De stichting brengt het in als een startbedrag. En vervolgens moet het weer terugbetaald worden. Dat gebeurt dan via de verenigingen. Dus wat is nu het voordeel van die constructie, die € 100.000,00? Daar ben ik wel benieuwd naar. Dan komen we bij de besluitvorming. Onze uitgangspunten waarom wij in eerdere instantie niet hebben ingestemd met dit voorstel, blijven nog overeind staan. Wat ons betreft heeft SV Den Hoorn de ambitie om zo hoog mogelijk te spelen en is bereid om daarvoor te investeren en te doen en te laten. Prima. Dat ondersteunen wij van harte. Maar wij zien dat niet als een maatschappelijke opgave of iets dat daarop lijkt. En in die zin hebben wij dus ook nooit ingestemd met het voorstel. Dat wij zoveel vragen hadden, was meer naar aanleiding van de constructie die uiteindelijk voorlag. Maar ons standpunt blijft dat wij niet zullen instemmen met dit voorstel. De voorzitter: De heer Zwaard.
De heer Zwaard: College bedankt voor de beantwoording op de vragen gesteld door onze collega's. Ja, de btw-constructie snappen wij. In het verleden was het zo dat een stichting die btw terug kon vragen en dat is niet meer zo. Die btw-constructie is wat ons betreft duidelijk. Het is aan de andere kant wel goed om in het contract zowel de stichting als de vereniging op te nemen. Dat snappen we ook. De rol van SV Den Hoorn. Wij hebben dat in het verleden ook al een paar keer gezegd. Het is hier ook al een paar keer aangekaart. Die verdient niet de schoonheidsprijs. Dat is in onze optiek wel een beetje de aanleiding tot dit hele gedoe. Dus wat dat betreft, daar zijn we niet gelukkig mee, maar ook dat draaien we niet meer terug. Met het voorstel op zich kunnen wij leven en daar zullen wij mee instemmen. De voorzitter: Tot slot mijnheer Knaap. De heer Knaap: Ja, ten opzichte van de behandeling in september is ook onze mening niet veranderd aangaande de noodzaak van een derde kunstgrasveld en ook de bijdrage van de gemeente daaraan. Wij investeren dat geld liever ook in andere sportverenigingen die echt andere investeringen moeten doen, die meer helpen dan dit derde kunstgrasveld. Daarbij is gewoon het gedoe van het afgelopen jaar gekomen.
Het is natuurlijk gewoon verschrikkelijk tenenkrommend irritant dat er vorig jaar om deze tijd gewoon offertes op het bureau van FC Den Hoorn lagen voor de aanleg van een derde Kunstgrasveld. En dat nu, een jaar later, de gemeente een rol pakt die niet haar rol is. Dat de gemeente opdrachtgever wordt voor een opdracht waar de gemeente eigenlijk geen enkele invloed op heeft en ook absoluut geen invloed heeft op wat daaruit voort zou kunnen vloeien. Natuurlijk hopen wij dat dat niet gebeurt want dat gaat allemaal weer ten koste van onze inwoners en andere zaken die we misschien willen faciliteren. Maar dat is wel de hoofdreden dat wij dit voorstel absoluut niet zullen steunen. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de wethouder, er is nog een vraag van de heer Roeling. Wethouder Renzen: De vraag over die € 100.000,00. Daar zit de btw tussen, dus dat is het voordeel. Wij doen de investering, ook van die € 100.000,00. Dan kunnen we daarover de btw terugkrijgen via het btw-compensatiefonds en anders gaat dat niet. Dus dat is de reden. De voorzitter: Dank u wel. Goed, dat is dan het einde van de tweede termijn en dan zou ik graag het voorstel in stemming willen brengen. Ik heb al een aantal stemverklaringen gehoord. Ik neem aan dat dat de stemverklaringen zijn. Dus de twee tegenstanders hebben dat al gedaan en een aantal voorstanders heeft ook iets gezegd.
Dus ik zou eigenlijk het voorstel in stemming willen brengen. Wie is voor het voorliggende voorstel? Dat zijn de OGP Midden-Delfland en fractie Mijn Partij niet. Daarmee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fracties OGP Midden-Delfland en Mijn Partij.
8.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 8. Mogelijkheid tot stellen van vragen. Er zijn door u geen vragen ingediend en daarmee is dit agendapunt ook afgerond.
9.
Sluiting
De voorzitter: Dan kom ik bij het laatste agendapunt, de sluiting van de vergadering. Ik dank u allen voor uw inbreng bij de besluitvorming. Voordat ik de vergadering sluit en u wel thuis wens, wil ik u graag even wijzen op de poster die op de deur hangt, waarbij een uitnodiging is voor een heel leuke avond. Ik wil u er gewoon even op wijzen dat dat heel erg tof is. Voor de rest wens ik u een fijne avond en wel thuis.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 27 juni 2023.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, drs. A.P.J. van Hemmen