CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vsl raad 22 06 2021.docx

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag vergadering 22 juni 202111.532 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 22 juni 2021, 19.30 uur. Voorzitter

: A.J. Rodenburg, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer A. van den Berg (CDA), de heer T.A. Buitelaar (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Cornelissen (CDA), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), mevrouw M.E. Heutink (OGP Midden-Delfland) de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (PvdA), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, mevrouw S. Smit, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Ik open de vergadering van de gemeenteraad van Midden-Delfland van 22 juni 2021. De gemeenteraad is compleet aanwezig. We hebben ongetwijfeld ook kijkers via de webcast, ook heel hartelijk welkom, ook de trouwe gasten van de media die verslag doen van ons politieke debat, bijzonder hartelijk welkom en degenen die verder interesse hebben in de onderwerpen die vanavond op de agenda staan. Er zijn geen berichten van verhindering. Dan ga ik met uw goedvinden door met de voorlopige agenda met agendapunt 2.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: Ik zal even uitleggen aan degenen die meekijken die niet precies weten hoe dat in elkaar zit, hoe dit werkt. We hebben drie lijsten te behandelen over de wijze van afdoening. Lijst A gaat over brieven die door het college aan de gemeenteraad zijn gestuurd. Lijst B zijn brieven die anderen dan het college naar de raad hebben gestuurd en lijst C voorziet in beantwoording van schriftelijke vragen die conform het Reglement van Orde zijn gesteld en die zitten bij de vergaderstukken. Die zijn in dit geval afkomstig van het CDA en gaan over laaggeletterdheid. Lijst A. Ik heb nog niet gevraagd of degenen die willen spreken bij het agendapunt de camera aan willen zetten en de rest allemaal uit. Dat bevordert het overzicht. En als u niet spreekt, zet u dan graag de microfoon uit, dat voorkomt dat we ook getuige zijn van allerhande achtergrondgeluiden die we misschien niet allemaal willen horen. Ik zie hier bij lijst A een spreker. De heer Jongsma stak zijn hand op. En mijnheer Van den Berg. De heer Jongsma: Ik heb mijn handje alweer naar beneden. Ik was iets te snel, ik ga voor B. De voorzitter: O, dan komen we straks bij u terug en gaan we snel door naar de heer Van den Berg. De heer Van den Berg: Ik heb alleen een korte opmerking over A-038. Daar staat een leaflet en daar staan niet de natuurgebieden op waar weidevogels kunnen zitten.

We vragen om dat een ander jaar weer wel te doen. De voorzitter: We zullen het noteren en doorgeven maar de wijze van afdoening blijft dan wel voor kennisgeving aannemen. Dus de lijst wordt ongewijzigd vastgesteld maar met de kanttekening zoals door de heer Van den Berg gedaan. Dat was lijst A. Lijst B. Daarvoor hebben we de heer Jongsma genoteerd. En ik zie de heer Van den Berg. De heer Jongsma: Het gaat over de brief B-140 die geagendeerd staat om in september in de commissie te bespreken. Op zich is dat wel oké wat de OGP Midden-Delfland betreft, maar ik mis een beetje hoe dat gaat qua vorm. Er is een brief geagendeerd en die gaan we bespreken in de

commissie. Er wordt wel kort iets over besproken, maar hoe ziet dat eruit? Kan of het CDA, of iemand anders mij daar wat meer over vertellen? De voorzitter: Dat is een mooie vraag, die houden we in de lucht totdat de heer Van den Berg daar zijn woordje over doet. De heer Van den Berg: We willen inderdaad B-140 agenderen voor de agenda van de commissie, maar dat is dan pas in september. We willen het daar graag bespreken. Het is een heel breed verhaal en het komt uit de commissie waar gevraagd is 'doe er eens een bijlage bij waarin je precies omschrijft waar het om gaat'. Ik wil het eigenlijk gewoon agenderen en als er een vorm is waarin we dat beter kunnen doen, wil ik dat best met elkaar bespreken. Maar ik kan nu niet precies zeggen hoe we denken dat we dat moeten bespreken, laten we dat vooraf nog een keer goed doen. De voorzitter: Dat zou ook mijn conclusie zijn. Ik zie nog een camera aangaan. De heer Van der Eijk, wilt u spreken op dit punt? De heer Van der Eijk: Wij hebben ook kennisgenomen van de brief en die wordt geagendeerd voor de commissie, maar wat gaan we dan bespreken? Verwacht het CDA dan dat we allemaal onze opinie over de visie van het CDA geven? Of wil het CDA naar een concrete opdracht voor het college? Ik kan er zo niet zoveel mee.

Je kunt het heel breed trekken maar om een gerichte discussie in de commissie te hebben moet daar wel een degelijke oplegger bij. Anders hebben we een bespreking maar dan komt het niet tot een vruchtbare discussie. Dus ik verzoek het CDA en de heer Van den Berg die zijn nek daarvoor uitsteekt, daar wel werk van te maken. Anders komen we nergens. De heer Van den Berg: Ik ben het met de heer Van der Eijk eens, je moet kijken welke punten je eruit haalt en het moet behapbaar zijn en het moet ook een bepaalde kant opgaan waarmee het verbetering geeft van wat er nu is, want dat zoeken we met elkaar. Het is niet om iets af te kraken, maar juist om iets beter te doen. Dus ik wil daar nog best een korte notitie voor maken zodat we de hoofdpunten eruit halen. We moeten kijken hoe we dat dan met elkaar voor die tijd doen. Ik wil dat zeker doen, zodat er een stuk komt dat bespreekbaar is en waar je als raadslid iets van kunt vinden. De voorzitter: Ik zie hier wat geknik, dat is een goed idee, denk ik. Dan moeten we het nog even met de commissievoorzitter kortsluiten hoe de discussie dan gaat, maar we verwachten dus een korte notitie van de heer Van den Berg van het CDA ten aanzien van dit punt en dan geleiden we het door naar de commissie in september. Dat was B-140 en de wijze van afdoening. Anderen nog voor lijst B? Ik zie geen belangstelling meer, dan is daarmee lijst B vastgesteld.

Zoals ik al aankondigde, hebben we nog een lijst C, die voorziet in de beantwoording van de Reglement van Orde, artikel 42-vraag over laaggeletterdheid van het CDA. Is er behoefte bij de raad om daarop te reageren? Mevrouw Langeveld: Ik heb verder geen op- en aanmerkingen op de beantwoording van de vragen. Ik wil het college bedanken en voor nu is het voldoende. De voorzitter: Die dank is overgekomen bij het college volgens mij. Daarmee is lijst C ook vastgesteld. Lijst A en C worden ongewijzigd vastgesteld. Van lijst B wordt B-140 doorgeleid voor behandeling in de commissie.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Ik heb niet doorgekregen dat er mensen van buiten de raad zijn die het woord willen voeren dus daarmee is dit agendapunt afgewikkeld.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Dit is het spoorboekje voor vanavond, ik zie dat de heer Jongsma het woord wil voeren.

De heer Jongsma: De griffier is zo aardig geweest om hem al op de agenda te zetten, maar formeel moet ik hem even aankondigen. Het gaat over een motie vreemd aan de orde van de dag die OGP Midden-Delfland graag wil agenderen. Hij staat al op de agenda als punt 9, maar bij dezen even formeel de vraag of dat mag en kan. De voorzitter: Dat kan altijd want dat recht komt u toe. Hij is al in de vergaderset opgenomen als agendapunt 9. Dat wordt het dan ook. De motie vreemd aan de orde van de dag wordt verder toegelicht op het moment dat we daaraan toe zijn. Daarmee hebben we een punt toegevoegd aan de agenda. Verder blijft de agenda dan zoals die is? Dan is dit het spoorboekje. De agenda wordt met toevoeging van een motie vreemd aan de orde van de dag vastgesteld.

5. 5a. 5b. 5c. 5d. 5e. 5f.

Hamerstukken Vaststellen van de notulen vorige vergadering Voorstel herontwikkeling Hoornbloem te Den Hoorn Voorstel periodieke begrotingswijziging 2021-02 Voorstel inzake de financiële stukken Avalex Voorstel inzake de financiële stukken GR GGD en VT Haaglanden Voorstel inzake de financiële stukken Omgevingsdienst Haaglanden

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast. 6.

Voorstel tot herinrichting vrachtwagenparkeerterrein Dorppolderweg Schipluiden waaronder het onttrekken aan openbaarheid van een deel

De voorzitter: Ik wil even inventariseren wie hierover het woord wil voeren. D66, PvdA, VVD, Mijn Partij! en OGP Midden-Delfland en het CDA toch nog. De heer Vieira: Het vrachtwagenparkeerterrein in Schipluiden is in de commissie ook aan de orde gekomen en ik denk al veel vaker. Het is een doorn in het oog voor velen van ons qua inrichting en qua gebruik dus in die zin is het goed dat dit geagendeerd is. Nu weet ik niet of de heer Van der Spek wil inbreken of zijn handje nog omhoog heeft staan? Ik vervolg mijn betoog. We zijn blij dat er in ieder geval ruimte is genomen om daarover met elkaar in gesprek te gaan. We zagen in de commissie dat er nog verwoede discussie over was, over de vraag of er wel voldoende groen was opgenomen en of de voorwaarden wel kloppen. En over de vraag of we wel wat kunnen met de inrichting zoals die nu is. Dus vandaar dat we ons wel wilden beraden op dit punt. Je kunt ook nog voldoende discussie hebben over de vraag of een privéterrein organiseren voor vrachtwagens een gemeentelijke taak is. Wat we wel als gemeentelijke taak zien, is het weren van vrachtwagens uit het centrum en daar dient het terrein voor. We zien ook dat velen geloven dat de oplossing die nu beoogd is, wel gaat werken.

En voor ons is een belangrijk punt dat in de voorwaarden is opgenomen dat van wederzijdse kant – dus ook van de gemeente – een opzeggingstermijn in de voorwaarden zit van een jaar. Dus mocht de gemeente toch binnen een jaar bedenken dat we toch andere plannen hebben, en dat zou zomaar kunnen, dan kunnen we er zomaar vanaf. En we zien dat met de bijdrage die geleverd wordt, uiteindelijk toch de kosten terugverdiend worden en de kosten te overzien zijn. Dus alles overwegende is het misschien niet het beste plan dat we dit jaar of eerder voorbij hebben zien komen, maar we denken dat het voor nu wel voldoende is. Dus wij stemmen nu in. De voorzitter: Mevrouw Snethlage is de volgende in de rij. Mevrouw Snethlage: Ik zal niet beginnen met het hele idee. De PvdA is namelijk nog steeds van mening dat hier de eerst aangeboden oplossing voor een handhavingsprobleem is aangepakt zonder naar andere opties te kijken. In onze ogen zouden namelijk zowel de huisvestingsproblematiek, als het handhavingsprobleem tot een andere oplossing, en in onze ogen een betere oplossing voor Schipluiden hebben kunnen leiden. Helaas moeten we constateren dat deze route op zijn minst tijdelijk met dit besluit wordt afgesloten. De PvdA is daarentegen blij dat de overeenkomst naar aanleiding van onze suggestie in de commissie dusdanig is aangepast dat er een ontbindingsmogelijkheid is aangebracht.

Voor wat betreft het kostenverhaal kunnen we constateren dat er in tegenstelling tot hoe dat is bij legeskosten, nog steeds kosten gemaakt zullen worden die niet verhaald worden in de kosten die

gerekend worden. Dat zien we dan toch als een gemiste kans, zeker omdat in vergelijking tot andere gemeenten de kosten voor de parkeerplaatsen voor de vrachtwagens absoluut goedkoop zijn. Verder weten we natuurlijk ook nog niet of er toch eventueel nog camera's nodig zijn, net als in Maasland, en hoeveel van de schade die op het terrein zal optreden niet verhaalbaar zal blijken te zijn. Al deze punten in ogenschouw nemend, hebben we toch als fractie besloten dat we niet met dit voorstel akkoord zullen gaan. De voorzitter: Dat is genoteerd. De volgende is de heer Gebben. De heer Gebben: We hebben in de commissie al aangegeven dit op zich een goed plan te vinden. We hebben nog een paar vragen gesteld omdat er in contact met de initiatiefnemer wat onduidelijkheid was over wat er nu precies onder vrachtwagens werd verstaan en of deze mijnheer wel of niet de mogelijkheid kreeg om zijn aanhangers daar te stallen. Het antwoord is vrij duidelijk dus daarvoor dank en onze mening is niet gewijzigd. We gaan gewoon instemmen met dit voorstel. We vinden het een prima plan en dan komt er hopelijk een einde aan de verrommeling van het parkeerterrein. De voorzitter: We gaan door naar de volgende spreker, van Mijn Partij! De heer Van der Spek: Ja, de vrachtwagenparkeerplaats. Er is veel over gesproken, ook in de commissie.

Zoals u weet, is ons standpunt helder hierin, we vinden als Mijn Partij! dit een gemiste kans. En waarom? Vanwege de jongeren- en starterswoningen. Dit was een uitgelezen kans om deze locatie te gebruiken voor deze doelgroep. Er wordt veel gesproken over de vrachtwagens uit de kernen weren en dat is prima, maar waarom zouden we dat moeten faciliteren als gemeente? Het lijkt me een taak en opdracht van de ondernemers om te zorgen voor een facilitering daarvan. Waarom moeten wij als gemeente daarin faciliteren? Kort samengevat, we vinden dit een gemiste kans, vooral vanwege de nood die zo aanwezig is bij onze jongeren en ouderen, om daar een mooie plek voor woningen te creëren. Dus we zullen dan ook niet instemmen met dit plan. De voorzitter: De volgende in de rij is OGP Midden-Delfland, de heer Knaap. De heer Knaap: Evenals de fractie van de VVD hebben we in de commissie ook al toegezegd dat we zouden instemmen met dit plan. We zijn er extra blij mee dat de wethouder in de commissie heeft toegezegd dat hij gaat kijken om nog zo veel mogelijk groen toe te voegen en asfalt eraf te halen en dat zien we ook graag tegemoet. Voor de rest hebben we geen verdere vragen of aanvullingen dus daar houden we het even bij. De voorzitter: Dan gaan we door naar het CDA als laatste in de rij. De heer Zwaard: Ook wij hebben al in de commissie aangegeven dat we gaan instemmen met dit plan.

We vinden het een mooi plan en we hebben er een mooi voorbeeld van liggen in Maasland, met gelijkluidende tarieven overigens. Het functioneert daar uitstekend. Het gaat zorgen dat de verrommeling op de huidige parkeerplaats ongedaan gemaakt wordt. Zoals we in de commissie al aangegeven hebben: wij zijn voor dit plan, we vinden het een prima plan dus het heeft onze goedkeuring. De voorzitter: Er zijn geen vragen gesteld aan het college. Ik kijk even of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Als dat niet zo is, zouden we, als niemand daar bezwaar tegen heeft, nu over kunnen gaan tot besluitvorming op dit punt. Ik heb vastgesteld dat een meerderheid voor dit voorstel is. Is er iemand die nog een stemverklaring wil meegeven? Ik had vanuit de commissie een beetje meegekregen dat dat nog zou kunnen gebeuren. Als dat niet het geval is, stel ik vast dat de meerderheid van de gemeenteraad akkoord gaat met dit voorstel. Dat is dan ook de conclusie van de behandeling van dit agendapunt en daarmee is het voorstel zoals dat er ligt aanvaard. Het voorstel wordt aangenomen met tegen stemmen van de fracties van PvdA en Mijn Partij!

7.

Voorstel Jaarstukken 2020 Gemeente Midden-Delfland

De voorzitter: Dan gaan we naar het voorstel over de jaarstukken. De accountantscontroleverklaring heeft u inmiddels ook ontvangen en ik ga snel noteren wie het woord wensen te voeren. We beginnen met het CDA. De heer Cornelissen: Bij de oplegger in de stukken hebben we nog een aantal vragen dat ik ga stellen aan het college. Ten eerste over het te nemen besluit, punt 1. In te stemmen met de gevolgde procedure voor twee in 2020 aangetrokken geldleningen. Mijn vraag daarbij is: er schijnen telefonisch een aantal offerte-uitvragen te zijn gedaan. Maar is het niet zo dat we leningen afsluiten bij de Bank Nederlandse Gemeenten? Waarom hebben we dat daar niet gedaan? Dat is vraag 1. Ten tweede vraag ik me af of als we hiermee akkoord gaan, dat ook goedkeuring weg kan dragen van de provincie. Als we akkoord gaan, gaat het om een besluit zonder een getekende controleverklaring. Misschien kan de wethouder daar even een toelichting op geven. Tenminste, ik heb de getekende controleverklaring nog niet gevonden. Dat was het voor de eerste termijn. De voorzitter: Ik kijk even naar de wethouder want de verbinding viel even weg, maar heeft u de tweede vraag gehoord? Die heeft u niet meegekregen denk ik? Wethouder Ten Have: Nee, dat klopt voorzitter. De voorzitter: Misschien wil de heer Cornelissen nog even de tweede vraag herhalen? De heer Cornelissen: Dat is een procedurevraag, voorzitter.

De raad neemt een besluit over de stukken zonder een getekende controleverklaring. Ik heb die controleverklaring van de accountant nog niet kunnen vinden en die is er waarschijnlijk ook niet en ik vraag me af of dat wel kan, of de provincie daar geen bezwaar tegen gaat maken op deze manier. Dat was de vraag. De voorzitter: Dat zijn twee vragen van het CDA en dan ga ik door naar de VVD, de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik trof in mijn mailbox wel een verklaring van de accountant waarbij hij wel een voorbehoud had, wij moeten instemmen met punt 1 dat is toegevoegd door het college om die toestemming te krijgen. Daarmee zouden we mogelijk een patstelling kunnen bereiken door dit als raad niet goed te keuren. Dat is een hindernis. Maar dat ben ik niet van plan. Ik kan me er wel in vinden om daar goedkeuring voor te geven en ik kan technisch misschien ook antwoord geven op de vragen van de heer Cornelissen, maar hij stelde de vraag aan het college dus ik zal die niet beantwoorden. Wat betreft de jaarstukken heb ik heb in de commissie al mijn ergernis uitgesproken over het feit dat dat geld niet is besteed omdat er te weinig mensen voor zijn en er daardoor geld op de plank is blijven liggen. Er ligt een forse lading werk voor onze ambtenaren voor dit jaar want de bestedingen die vorig jaar niet gedaan zijn, hopen we dit jaar te doen.

Dan kan ik me voorstellen dat we de reserveringen die we hebben gedaan voor het centrum in Den Hoorn nog niet dit jaar uitgeven. Dat is natuurlijk het gevolg van het feit dat de gemeente in een rechtszaak is verwikkeld, maar ik wil het college oproepen de bestedingen die we nu doorschuiven, zo veel mogelijk wel uit te voeren, en ook de bestedingen die we afgelopen jaar tijdens de begroting hebben vastgesteld wel te doen want we zien wel – je kunt dat inflatie noemen – dat we straks minder waar voor ons geld hebben, of de belastingbetaler moet bijplussen om de gewenste resultaten, de ambities die de raad stelt, te kunnen halen. Ik snap dat het college ook met de rug tegen de muur staat als er niet genoeg uitvoerende ambtenaren voor zijn, maar ik wil er wel op wijzen dat er wat aan gedaan moet worden. Ik roep u daartoe op. Wat betreft de middelen. Ik heb de prognosebrief nog eens erbij gepakt en we hebben natuurlijk een positief resultaat. In brief A-31 die we eerder van het college hebben ontvangen, geeft het college duidelijk kanttekeningen aan. Er is wel een positief resultaat maar dat komt natuurlijk omdat we bepaalde doelen niet bereikt hebben en omdat er een coronacrisis op ons pad kwam, dus financieel is het positief maar we zijn het jaar wel ingegaan met een tekort.

Daarvoor hebben we de algemene reserve ook wel aangewend en in de loop van 2020 zijn er nog een paar keer tegenvallers geweest waarvoor we ook de algemene reserve hebben aangesproken. Als aan het eind van het jaar dan de tegenvallers toch minder slecht zijn en we op nul uitkomen, ben ik daar blij om. Maar om nu te

zeggen 'dit is positief'? Het blijft natuurlijk wel geld uit de spaarpot, maar het college vraagt een aantal besluiten en de VVD kan daarmee instemmen. De voorzitter: Dat staat genoteerd. Mijn Partij! is de volgende in de rij. De heer Roeling. De heer Roeling: Ik wil eerst ingaan op de voorgaande sprekers, met name over het doorschuiven. Het is een momentopname van 31 december en we zijn nu bijna een halfjaar verder dus wellicht kan het college in ieder geval aangeven of het inmiddels is aangevangen met de uitgestelde of vooruitgeschoven projecten zodat we in ieder geval weten waar we aan toe zijn. Dan het punt dat er nog geen handtekening staat van de accountant. De voorzitter: De heer Van der Eijk wil een interruptie plegen. De heer Van der Eijk: Ik had een opmerking gemaakt over doorschuifbudgetten en de heer Roeling zegt 'we willen van het college weten of er al een aanvang is gemaakt met de werkzaamheden'. Maar bent u met mij van mening dat dat eigenlijk niet kan omdat we nu pas toestemming geven om die budgetten door te schuiven? Formeel gezien kan het college deze budgetten nog niet gebruiken. De voorzitter: Door naar de heer Roeling. De heer Roeling: Nou ik denk dat dat te formeel benaderd is, dat is gewoon werk. Dat het uitgesteld is, dat zal, maar we hebben dat vorig jaar in de begroting vastgelegd dus daar zie ik geen probleem in.

Daarnaast denk ik dat wethouder Horlings ooit heeft toegezegd 'projecten die doorgeschoven worden, meld ik in januari van het jaar daaropvolgend'. Ofwel, afgelopen januari hadden we dan een overzicht mogen ontvangen waarin zou worden aangegeven welke projecten volledig zijn doorgeschoven naar 2021 of wel zijn aangevangen, maar nog niet voltooid. Dat soort dingen. Ik kan me niet herinneren dat we dat overzicht hebben ontvangen en nu zijn we halverwege het jaar en krijgen we dit. Dus ik vraag aan het college hoe het dat met ons gaat communiceren. Een ander puntje, het klopt van die handtekening van de accountant, maar als er geen zwaarwegend argument achter zit van de accountant kunnen we er wel mee instemmen dat het ongetekend gebeurt. Wat daar de gevolgen van zijn? Ik denk dat dat wel meevalt richting provincie en Binnenlandse Zaken, we hebben tenminste een jaarrekening en we hebben ook wel eens een jaar meegemaakt dat dat niet het geval was. Een puntje over de erfpachtopbrengsten. Er wordt gesproken over een opboeking. Opboeking is een codewoord voor 'foutje' en zo hebben wij dat ook benaderd. We hebben daar een vraag over gesteld omdat wordt aangegeven dat dit zich heeft voorgedaan in een van de eerste erfpachtcontracten. Een ding weten we zeker, dat was niet in het boekjaar 2020, dat is eerder geweest. Dan had een correctie moeten plaatsvinden op een eerder boekjaar.

Ik weet niet of dat 2018 of 2019 is geweest. Want op dat moment in dat boekjaar heb je die gronden aangekocht en ben je een verplichting aangegaan met een erfpachtconstructie. Het antwoord was 'ja, dat was allebei in 2020'. We houden van korte antwoorden maar we denken niet dat dit juist is. Verder zijn er nog wat andere correcties toegepast, maar we zijn wel benieuwd of het college dit nu ook breed gaat uitmeten in de media want het liep wel erg voor de muziek uit met zijn persbericht waarvan het dan nu moet zeggen 'dat blijkt dus niet te kloppen'. Maar we maken ons geen illusie. Dat zal het nooit doen. De voorzitter: Dan gaan we door naar OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Ik wacht nu eerst even de beantwoording van de wethouder op het punt van het ontbreken van de handtekening af en dan kom ik er in tweede termijn graag nog op terug. De voorzitter: Dat is dan alvast genoteerd. Dan is het woord aan het college, de heer Ten Have. Wethouder Ten Have: De accountantscontrole is geheel afgerond. Dat hebben we ook al bij de Auditcommissie aangegeven.

De accountantsverklaring heeft u ook al ontvangen en daarbij is aangekondigd dat de accountant een goedkeurende verklaring zowel voor rechtmatigheid als betrouwbaarheid zal afgeven en hij heeft een ongetekende verklaring toegestuurd met de bevestiging dat hij die zal tekenen zodra de raad heeft ingestemd met punt 1 van het besluit.

Wat is er aan de hand? Wij hebben een beleid dat we voor het aantrekken van leningen meerdere offertes bij banken opvragen. Begin 2020 moest een lening worden aangetrokken en daar is een telefonische ronde bij banken voor gedaan om het rentepercentage af te kunnen stemmen. Meestal worden die rentepercentages dan zodanig afgegeven dat op zeer korte termijn besloten moet worden. Overigens was dat eind februari/begin maart, een periode dat rentestijgingen werden verwacht. Er is toen op basis van de telefonische ronde en een schriftelijke offerte met de wethouder overleg gepleegd om direct voor de meest gunstige condities te kiezen. De accountant constateert nu dat er formeel niet op schrift een tweede offerte is gevraagd. Hij wil dat de raad nu alsnog instemt met deze procedure omdat er anders mogelijk nog een rechtmatigheidsprobleem zou kunnen zijn. Maar we hebben dit besproken met de accountant en uitgelegd en we hebben aan u voorgelegd door middel van dit besluit te vragen met deze procedure in te stemmen.

Het is gegaan zoals ik dat heb toegelicht en de accountant heeft aangegeven dat als u hiermee instemt, hij ook de controleverklaring zal tekenen, nog hedenavond zodat we de stukken kunnen vaststellen inclusief de getekende accountantsverklaring en daarmee voldoen we aan alle voorschriften van de provincie en van Binnenlandse Zaken en zijn we ruim op tijd om alles voor 15 juli a.s. in te dienen. De toezegging ligt er en zijn conclusie ligt er. Hij wil alleen een besluit van u op punt 1 vanwege de gevolgde procedure. Ik hoorde iemand ademhalen, maar ik was van plan om nog even door te gaan. De voorzitter: Dat was ik, maar ik houd mijn adem in. Wethouder Ten Have: De opmerking van de heer Roeling dat er een toezegging zou zijn gedaan om in januari een overzicht van de niet-uitgeputte budgetten te sturen, is mij niet bekend en dat lijkt me ook ingewikkeld omdat we in januari nog volop bezig zijn met opmaken van de jaarrekening en het inventariseren welke budgetten al dan niet in hoeverre zijn uitgeput. Het lijkt me ook ingewikkeld om in januari al een lijst voor te leggen want dat loopt sterk vooruit op de resultaten van de jaarrekening. Dat hebben we dus ook niet gedaan, ten eerste omdat ik dat niet wist, maar blijkbaar was het ambtelijk ook niet bekend, en ten tweede omdat me dat ook heel lastig lijkt.

Dat er in de laatste fase van de controle helaas nog twee administratieve correcties moesten worden aangebracht in overleg met de accountant, klopt. Dat beïnvloedt overigens het resultaat beperkt, maar het feit dat we een goedkeurende verklaring krijgen niet. Dat ligt nog steeds in lijn met wat we in de prognosebrief in een persbericht naar buiten hebben gebracht. Ook deze vergadering is openbaar dus iedereen kan kennisnemen van het feit dat we die twee administratieve correcties hebben moeten aanbrengen, ook de heer Roeling als hij luistert, en het lijkt me een beetje raar om daar nu een persbericht over uit te brengen, want wat zouden we dan in dat persbericht moeten zeggen? Dat we nog twee administratieve correcties in overleg met de accountant hebben aangebracht? Dat er administratieve correcties in dit proces worden aangebracht is op zich heel logisch, het is alleen jammer dat ze zo laat waren en het beïnvloedt het resultaat niet. Althans, het beïnvloedt het resultaat wel, maar het blijft aanzienlijk positief. Voor zover je dan van positief kunt spreken, en dan ga ik even naar de heer Van der Eijk, want je kunt inderdaad zeggen 'we hebben een aantal dingen niet gedaan dat we hadden moeten doen'. Ik denk dat dat in vrijwel alle gemeenten de constatering is omdat we nu eenmaal andere dingen hebben moeten doen vanwege corona.

En ja, de raad moet eerst een besluit nemen over welke budgetten worden doorgeschoven voordat we daar dan vervolgens natuurlijk acties op kunnen ondernemen. Het lijkt me op zich terecht als u zou zeggen 'we willen daar wel in de loop van dit jaar voordat we weer naar de Jaarrekening 2021 gaan, zicht op hebben bij een derde of vierde PWW of we daar nu wel op schema lopen of niet.' Maar de constatering is terecht, we hebben dat niet in januari kunnen uitgeven want dat zou dan afdoen aan uw budgetrecht. Ik denk dat ik daarmee de belangrijkste vragen beantwoord heb. Er is dus niets aan de hand als we instemmen met deze stukken en we krijgen de getekende controleverklaring van de accountant. Dan hebben we alles netjes op tijd en zullen we het veel eerder dan vorig jaar netjes afgerond naar de provincie toesturen. De voorzitter: Ik kijk even of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Cornelissen: Ik mis nog de beantwoording op een vraag. Als we het over de twee aangetrokken leningen hebben, betreffen dat leningen bij commerciële banken of zijn dat leningen die zijn aangegaan bij onze huisbankier de BNG?

De voorzitter: Die noteren we. Dan de OGP Midden-Delfland, de heer Jongsma. De heer Jongsma: Allereerst wil ik de heer Cornelissen zeggen: als dat zo'n belangrijke vraag was, had hij die beter als technische vraag even eerder kunnen stellen dan had hij daar nu een antwoord op gehad. Dat zou het wat makkelijker maken. Maar dat terzijde. Ik denk dat we met gerust hart kunnen instemmen op basis van de toelichting van de wethouder, ten eerste met de procedure die gevolgd moest worden ten aanzien van de geldleningen. Dat betekent dat we daarmee ook de handtekening van de accountant krijgen en dat is superfijn want daarmee kan onze goedgekeurde jaarrekening op tijd naar de provincie. Daarmee wil ik het college complimenteren dat we deze keer op tijd zijn. Ik zou dan nog wel graag in de Auditcommissie misschien even willen evalueren waarom we deze keer wel op tijd de stukken bij de provincie hebben gekregen. Dus wij stemmen in met de jaarrekening. De voorzitter: Dan gaan we naar D66, de heer Vieira. De heer Vieira: Op de eerste plaats ben ik blij dat de accountant er zo scherp bovenop zit en ik ben blij dat hij alles wat hij ziet, benoemt en er niet voor schroomt om de laatste puntjes op de i toch te benoemen. Zo zou je het kunnen zien want het is een mogelijke onrechtmatigheid, maar met de uitleg die gegeven is, neemt onze fractie daar genoegen mee en stemmen we in met het voorstel.

Er is in de commissie voldoende over gezegd. De accountant heeft er een goed signaal over afgegeven dus bij dezen akkoord van D66. De voorzitter: Dan gaan we door naar Mijn Partij!, de heer Roeling. De heer Roeling: Even nog richting het college, we zijn al jaren bezig met de vraag hoe we een beetje handen en voeten kunnen geven aan dat doorschuiven zodat we daar op een tijdig moment van op de hoogte zijn. Zo zijn we zo ver gekomen dat wethouder Horlings zei 'dan doen we dat aan het begin van het jaar'. Hoe dat uitpakt, is niet mijn pakkie-an. Dat is een toezegging van het college en daar houden we het voorlopig aan. Dus dat wilde ik nog even kwijt. Ik hoor de wethouder al een beetje sputteren maar daar hebben we als raad en als fractie niet zo veel mee van doen. Een ander punt is de correcties. De wethouder zegt 'we hebben nu een goedkeurende accountantsverklaring', dat is zo, maar als u de correcties niet had toegepast, dan had u die niet gehad dus het is een beetje een kip-eiverhaal. Wat moeten we er nog meer van zeggen? Met de toelichting over de twee aangetrokken geldleningen kunnen wij wel leven dus we zullen ook instemmen met punt 1 tot en met 5. De voorzitter: Dan gaan we naar de VVD.

De heer Van der Eijk: Er rest mij niets anders dan een woord van dank aan de wethouder omdat hij toch een poging wilde doen om de raad mee te nemen in de stand van zaken omtrent de investeringen die gepland zijn om dit jaar in de periodieke begrotingswijzigingen mee te nemen. Dat is een stap vooruit in de informatievoorziening naar de raad, waarvoor dank. En ik had al ingestemd met punt 1 tot en met 5 dus dat hoef ik niet nog een keer te doen. De voorzitter: Dan blijft nog een vraag over voor de wethouder. Wethouder Ten Have: Het antwoord op de vraag over welke bank, van de heer Cornelissen, moet ik schuldig blijven en dat is verder ook niet zo relevant. Het ging om het procedurele punt dat er geen twee schriftelijke offertes van banken naast elkaar lagen. Overigens is BNG onze huisbankier en heeft altijd recht op een zogenaamde rebound dus als wij een concurrerende offerte hebben van een bank, heeft de BNG altijd nog de mogelijkheid om daarop te reageren. Maar ik weet niet bij welke bank we deze leningen hebben aangetrokken en eerlijk gezegd vind ik dat niet zo relevant eigenlijk omdat het om het procedurele punt ging en dat heb ik u net toegelicht. Richting de heer Roeling. Ik kan aangeven dat ik die toezegging van oud-collega Horlings zal nakijken op wat er dan precies is toegezegd.

Het lijkt me bijzonder onhandig om in een traject dat we net starten met het jaarrekeningtraject, daarop vooruitlopend, eerst te kijken welke doorschuifbudgetten aan de orde zijn. Ik weet ook niet of dat voor de planning van het project heel handig is want dat verstoort het jaarrekeningtraject ook wel. Maar ik zal kijken welke toezegging er precies gedaan is

en daar bij u op terugkomen. Nogmaals, bij mij en ook ambtelijk was dat blijkbaar niet bekend dus we moeten dat even opdiepen. De voorzitter: Oké, dat gaat u nog even doen. Dan kijk ik naar de gemeenteraad. De heer Cornelissen wil nog even het woord. De heer Cornelissen: Dank aan de wethouder voor het uitgebreid beantwoorden van de vragen en dank aan de organisatie die er ontzettend veel werk in heeft gestoken om de jaarrekening op tijd beschikbaar te krijgen. Dank daarvoor, chapeau! We zullen instemmen met punten 1 tot en met 5. De voorzitter: Ik heb met u meegeschreven, volgens mij gaat iedereen die het woord heeft gevoerd instemmen en ik vermoed dat anderen die niet het woord hebben gevoerd ook zullen instemmen. Dan mag ik aannemen dat de hele gemeenteraad akkoord gaat met de jaarstukken zoals ze hier aan u zijn voorgelegd en de te nemen besluiten 1 tot en met 5. Dat is daarmee besloten. De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 8, dat is een brief van het college over ontwikkeling tarieven ozb, riool- en afvalstoffenheffing. De heer Ringeling: Voorzitter, er is nog een agendapunt 7.a. De voorzitter: Vergeet ik iets? 7.a. Daar heeft u gelijk in, daar hadden we even bij stil kunnen staan bij het vaststellen van de agenda want dit is een motie die hoorde natuurlijk bij het agendapunt.

Mevrouw Snethlage: Procedureel had inderdaad eigenlijk bij de agenda vastgesteld moeten worden dat de motie ingediend zou worden. De voorzitter: Dat was natuurlijk de bedoeling maar dat is niet gebeurd, vandaar dat ik ben doorgegaan met het volgende punt want ik dacht 'dan gaat het waarschijnlijk niet door of zo'. De heer Roeling: Het kan ook op een ander moment. De voorzitter: Een motie vreemd aan de orde van de dag kan altijd worden ingediend, dat kan dus als we dan zeggen 'dan is die bij dezen ingediend en kunnen we het er meteen over hebben', is dat misschien het meest praktische voorstel? Is dat akkoord om dat nu meteen op te pakken? De heer Roeling: Of ze hadden de motie kunnen indienen in eerste termijn. De heer Van der Eijk: Dat leek mij de goede weg. De voorzitter: Dat was de klassieke weg geweest. Eerste termijn bij dit onderwerp, of het had een motie vreemd aan de orde van de dag kunnen zijn, maar het heeft natuurlijk een relatie met dit onderwerp en dat hadden we inmiddels al wel duidelijk voor ogen. Ik zie een paar mensen die hierover het woord willen voeren. Het is eigenlijk een punt van orde, hoe gaan we hier nu mee om? De heer Cornelissen: Procedureel gezien is het een aparte besluitvorming die plaats gaat vinden en in die zin is het juist dat het apart is genoteerd als 7.a. Ik zou de motie graag hier behandeld zien worden.

De heer Van der Eijk: Het lijkt me als het CDA deze motie zo belangrijk vindt, dat ze dat bij het vaststellen van de agenda hadden geagendeerd en dat is niet gebeurd dus wat ons betreft wordt de motie niet besproken deze raadsvergadering. Mevrouw Snethlage: We staan hierin op een lijn met de heer Van der Eijk van de VVD. Het is een motie vreemd aan de orde van de dag. Hij heeft maar zeer beperkt wat te maken met de jaarstukken want het goedkeuren van de jaarstukken staat los van deze motie. Die heeft meer wat te maken met een begrotingswijziging potentieel dan met de jaarstukken dus wat ons betreft had het gewoon op tijd ingediend moeten worden.

De voorzitter: Ik zie dat de heer Cornelissen daarop wil reageren. De heer Cornelissen: Ik hoor mevrouw Snethlage opmerken dat het een motie vreemd aan de orde van de dag betreft wat haar betreft, maar die kan wat mij betreft altijd worden ingediend, volgens de reglementen als ik de heer Roeling goed begrijp. De voorzitter: We gaan door naar de volgende, OGP Midden-Delfland, hoe zit u in de wedstrijd? De heer Jongsma: Ik zit wel lekker in de wedstrijd voorzitter, wat betreft dit punt, formeel gaan we het nu niet bespreken en laat ik het daarbij houden want anders ga ik er wel inhoudelijk op in. De heer Roeling: Een motie vreemd aan de orde van de dag had bij het vaststellen van de agenda moeten worden voorgelegd. En tijdens de jaarrekening hebben we twee termijnen gehad om hem in te dienen. En als ik voorzichtig naar de inhoud kijk, denk ik dat het in september ook nog speelt. De heer Ringeling: Op zich kunnen wij erover discussiëren of het een motie vreemd aan de orde van de dag is of dat hij bij het agendapunt hoort. Ik denk eerder dat hij bij het agendapunt hoort en dan zal het procedureel misschien juist zijn geweest als dat in de eerste of tweede termijn was aangekaart. Maar ik zou het wel heel flauw vinden om nu te zeggen 'joh, gemiste kans, dan schuiven het over de vakantie heen'. Dat zou ik wel heel erg flauw vinden. Maar dat is mijn mening.

De heer Vieira: Bij het vaststellen van de agenda stond de motie al op 7.a ingetekend als zijnde het volgende punt dus ik snap wel dat daar verwarring over ontstaan is, ik herken eerlijk gezegd wel het punt dat de motie losstaat van de begrotingsbehandeling dus als je het mij vraagt zou het inderdaad naar punt 9 motie vreemd aan de orde van de dag kunnen. De voorzitter: Mevrouw Snethlage wil nog interrumperen op dit punt? Mevrouw Snethlage: Ja, want is het de heer Vieira opgevallen dat we altijd het document agenda hebben en dat daar 7.a niet opstaat en dat het document dat bij agenda staat, de agenda is die voorligt, niet wat er verder in iBabs staat? De voorzitter: Dat is een beetje hoe het gaat. Het is geloof ik wel en niet opgevallen. Wilde u daar nog het woord over voeren? De heer Vieira: De vraag is even hoe procedureel je erin wilt zitten. Ik snap het punt van de heer Ringeling wel. Je ziet het in de agenda die je hebt toegestuurd gekregen en dan kun je zeggen 'formeel stond het er niet in'. Maar goed, u kunt tellen en u heeft alle meningen gehoord. De voorzitter: Daar wil ik dan maar naartoe. Het stond in uw iBabsagenda maar dat is de techniek der dingen om zaken alvast in uw agenda te zetten. Zo is het ook gegaan bij de motie vreemd aan de orde van de dag, die stond ook al in de agenda genoteerd maar er is wel een besluit over gevallen om dat daadwerkelijk zo te doen.

Ik heb het geteld, dan zal dit voorstel nu niet aan de orde komen maar mogelijk op een ander moment en dan laat ik dan aan de indieners over om dat dan te doen. Daarmee is dit voorstel nu niet meer aan de orde. Dat is mijn conclusie op basis van uw inbreng van zojuist. De raad stemt unaniem in met het voorstel.

8.

Brief college over ontwikkeling tarieven Ozb, riool- en afvalstoffenheffing

De voorzitter: dan gaan we nu door naar agendapunt 8 en ik noteer eerst even wie daar het woord over wil. De heer Ringeling: Goede brief, wij kunnen instemmen met de voorgestelde lijn van het college om het op deze manier te doen. De voorzitter: Dank u wel, genoteerd. De VVD. De heer Moerman.

De heer Moerman: Wij van de VVD vinden het een goed plan om de ozb-systematiek die we als gemeente hanteren voor onze inwoners de komende jaren te heroverwegen. Uit de argumentatie van het college blijkt dat de systematiek die we momenteel hanteren een aantal nadelen heeft, dat heeft voornamelijk te maken met de enorme waardestijging van ons onroerend goed. Nadelen zijn dat we met de huidige systematiek als raad minder sturingsmogelijkheden hebben, de systematiek geeft door schommelingen in de waarde van het onroerend goed te weinig zekerheid bij het realiseren van een structureel sluitende begroting. Door de stijging van de huizenprijzen is de lokale lastendruk fors toegenomen. Deze lastenverhoging is natuurlijk positief voor de gemeentebegroting maar dat is niet iets waar we zelf naar willen streven, we willen niet dat onze huizenbezitters door de waardestijging van hun huis onevenredig worden belast. Betreffend de riool- en afvalstoffenheffing zijn we er voorstander van dat deze 100% kostendekkend is. De gebruiker betaalt en het is positief om te zien dat de tarieven voor riool- en afvalstoffenheffingen voor de komende jaren iets dalen. Het college vraagt ons in te stemmen met de voorgestelde tariefwijzigingen en de systematiek voor het berekenen van de ozb-aanslag weer terug te draaien naar de oude situatie zodat deze heffing voor onze inwoners omlaag kan.

Hier gaan we zeker mee instemmen. De voorzitter: Dan door naar het CDA, de heer Cornelissen. De heer Cornelissen: Het CDA ziet deze memo als een vooraankondiging over een definitief te nemen besluit over zaken die daar geschetst worden. Een besluit dat thuishoort bij de begrotingsbehandeling en daar zullen we het besluit ook nemen met elkaar, als het over formaliteiten gaat. Wat het CDA betreft, gaat het de goede kant op, we gaan over naar de nieuwe systematiek en daar kunnen we ons goed in vinden, we verheugen ons bovendien dat we zien dat de zijbelading tot tariefsverlagingen kan leiden. Dat is bijzonder verheugend en we kunnen hiermee instemmen. De voorzitter: Dank u wel genoteerd, D66. De heer Vieira: Voor ik de inhoud induik, al een paar weken geleden zagen we deze brief tussen de raadsstukken en vonden het sowieso een beetje vreemd, dat heeft eigenlijk de griffier ook al aangekaart, want er stond 'zonder tegenbericht, bij dezen neemt u er kennisgeving van dat we de systematiek willen veranderen'. Dat vinden we best vreemd want dit is een beleidswijziging die je dan doorvoert zonder dat je hem als agendapunt behandelt, terwijl het wel gevolg heeft voor de gemeentekas. Dat zien we niet graag terug want het kan zo vaker voorkomen dat er dan ergens in een brief een besluit verstopt staat.

Dus als er een besluit voor beleidswijziging of kosten gewenst is, dan zouden we dat graag als agendapunt zien, dat even wat betreft het proces. Dan de inhoud. Het is sowieso voor zowel de inwoners als de gemeente prettig als je gewoon min of meer weet waar je jaarlijks aan toe bent en dat de schommeling in de waarde van huizen geen enorme impact heeft op de begroting want dan kan het thuis in een keer heel lastig worden, of het valt heel erg mee, maar met name als het lastig is, is dat vervelend. Maar ook voor de gemeente kan het heel lastig worden want als het plotseling fors daalt, zit de gemeente in een keer met veel minder inkomsten en kan dan minder uitgeven en dat is eigenlijk niet wat je wilt. Dus overgaan naar een systematiek die in veel gemeenten al gehanteerd wordt, daar zijn we dan wel voorstander van. Dus dat wat betreft de inhoud, inhoudelijk kunnen we wel hiermee instemmen. De voorzitter: Akkoord, genoteerd. De PvdA, mevrouw Snethlage. Mevrouw Snethlage: Wat betreft het proces zijn we het volledig eens met de heer Vieira van D66. Wat betreft de inhoud: het is goed dat er iets gedaan wordt aan de hoge lasten die onze inwoners nu hebben want onze inwoners zijn tenslotte geen melkkoe om de gemeentelijke begroting dekkend te krijgen.

En daarbij is het goed dat er met het ongemak en de verlaging van dienstverlening voor de inwoners met de invoering van de zijbelading, en de lagere opbrengsten voor de gemeenten, wat kostenbesparingen komen die concreet naar de mensen terug kunnen. Dus we zien dit straks graag verwerkt in de begroting. De voorzitter: Was u het verder eens? Mevrouw Snethlage: Ik zie het graag op die manier verwerkt worden, ja.

De voorzitter: Goed zo, dat is fijn, ik zet wat krulletjes links en rechts achter de namen of u akkoord gaat. Dat is voor mij handig. OGP Midden-Delfland is de volgende en tevens laatste in de rij. De heer Jongsma: Bij de opmerking die de heer Vieira heeft gemaakt kan OGP Midden-Delfland zich aansluiten. Wij vinden het ook een beetje ongebruikelijke manier van doen. Ik kan me voorstellen dat er met het oog op de begroting en de komende maanden vast wat meer duidelijkheid moet komen over welke kant we op gaan. Dat is volgens mij ook wat vanavond voorligt want er is een aantal argumenten gebruikt in het – naar mijn mening – vrij summiere evaluatierapportje over de systematiek omtrent de ozb. Dat houdt in dat ik van mening ben dat alle argumenten die worden aangevoerd, de vorige keer ook zijn aangevoerd, alleen toen voor het omgekeerde. Waarom is die systematiek zo aangepast? Het is misschien wel even goed om te weten. Dat was omdat we een soort trap-op-trap-afsysteem hadden bedacht in 2015 toen dit speelde. Toen ging het slecht op de huizenmarkt en werden de prijzen alleen maar lager en mensen moesten steeds meer betalen en het idee was 'als je dan minder te besteden hebt, moet de gemeente ook minder te besteden hebben. Dus we bedenken deze systematiek'. Op zich vond ik dat een goede systematiek.

En de systematiek zou ook zo werken, ware het niet dat op dit moment die hele woningmarkt helemaal op tilt is geslagen waardoor je nu inderdaad extreem hoge waardes ziet die ertoe leiden dat de burger automatisch aanmerkelijk meer belasting moet betalen. OGP Midden-Delfland heeft voor ogen dat we niet willen dat de inwoners van Midden-Delfland, dan ook nog eens specifiek de woningbezitters, opeens extra belasting moeten gaan betalen. Dat willen we dus niet. Willen we dan dat het hele systeem zoals dat er nu is weer helemaal teruggedraaid wordt? Het probleem is een beetje dat de evaluatie op dit moment niet goed is uitgevoerd. We hebben nu inderdaad een paar A4'tjes gekregen en als je de bijlagen leest, zie ik in de bijlagen dat de woningwaarde in bepaalde jaren heus niet gestegen is maar gedaald in 2018 en 2019. Er is vergeleken met gemeenten waarvan ik soms denk 'oké, dat kan', maar ik heb daar onvoldoende onderbouwing bij gekregen waarom deze systematiek niet per se weer terug moet naar zoals het oorspronkelijk bij de meeste gemeenten was. De pijn zit hem in het feit dat de huizenbezitters nu extra veel belasting moeten gaan betalen en dat willen wij ook niet. Dus richtinggevend naar het college, 'wat willen jullie dan?' Wij willen in ieder geval niet dat de belastingen verder verzwaard worden en dat geldt niet alleen voor de WOZ maar ook voor de overige belastingen.

Dat is wat we willen, die systematiek, daar hebben we in het verleden mee ingestemd en er was een andere partij die daar ook heel erg voor was, het CDA. Die is wel heel snel om, vind ik. Ik vind het prima om weer naar een andere systematiek te gaan maar ik weet niet of deze systematiek meer of minder eerlijk is dan die andere, omdat ik dat, vind ik, in de informatie die ik heb gekregen onvoldoende onderbouwd vind. Dus wat dat aangaat, zou ik ervoor pleiten met een betere evaluatie te komen waaruit dat dan blijkt. Een feit is dat er nu veel meer belasting betaald moet worden en dat willen we niet als OGP Midden-Delfland, dat heb ik al gezegd. De richting is 'zoek het daar wel in, in een eerlijke verdeling'. Maar ik vind het eigenlijk wat kort door de bocht om nu ineens te zeggen 'dan gaan we weer helemaal terug naar die andere systematiek'. Dat voor de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel voor de eerste termijn. Ik ga even naar de wethouder voor een reactie. Wethouder Ten Have: Misschien eerst even procedureel. We hadden ervoor kunnen kiezen om in de begroting een ander ozb-percentage aan u voor te leggen en dat gewoon in het kader van de begroting ook bij het vaststellen van de vordering in een keer te doen. We hebben gemeend dat het goed is om van tevoren aan u kenbaar te maken dat het onze intentie is dat te doen, tenzij u zegt dat u het daar niet mee eens bent.

Ik snap dat de heer Vieira zegt dan had u daar een expliciet besluit van moeten maken. Dat ware beter geweest. Dat besluit neemt u natuurlijk pas bij de begroting want dan stelt de raad het ozb-percentage vast en daarmee de ozb-opbrengst, maar goed, we hadden inderdaad hier het besluit kunnen nemen om in ieder geval een beleid te wijzigen op dat punt. Het is een vooraankondiging zoals de heer Cornelissen zegt, dat we het bij de begroting anders willen gaan doen en tegelijkertijd hadden we dat misschien wat explicieter kunnen agenderen. Ik vind het wel interessant wat de heer Jongsma wil met de evaluatie want volgens mij hebben we in het stuk heel duidelijk gemaakt wat we hiermee doen, namelijk in essentie het terugleggen van de belastingheffing die eigenlijk bij de raad is. We leggen het nu jaarlijks terug aan u om te bepalen of u de ozb-opbrengst wilt verhogen of verlagen en met hoeveel. In de systematiek die we tot nu toe gehanteerd hebben, heeft u zichzelf dat recht ontnomen. Want u heeft gezegd in de afgelopen

jaren 'wij stellen dat percentage vast en we laten de opbrengst en de lasten van de burger dus volkomen afhangen van de marktontwikkeling van de waarde van onroerende zaken'. En dat is in de kern wat u in die evaluatie ziet. En u ziet ook in die evaluatie waartoe dat heeft geleid, namelijk dat we in de afgelopen jaren belastingverhogingen aan onze burgers hebben opgelegd daardoor, impliciet, zonder dat u daar zelfs maar een besluit over genomen heeft als gevolg van deze systematiek waardoor mensen 7% à 8% per jaar meer moesten betalen. En als we die systematiek niet aanpassen – dat is natuurlijk aan u – dan betekent dat dat we mensen straks voor volgend jaar een aanslag op gaan leggen die weer 10% hoger is. Dan kunnen we zeggen 'de evaluatie is onvoldoende en we kunnen het heel ingewikkeld maken, maar in de kern staat in dit stuk 'we leggen de besluitvorming over de gemeentelijke lasten terug bij u als raad door expliciet bij de begroting te bepalen hoeveel die opbrengst moet dalen of stijgen en als gevolg daarvan het ozb-percentage vast te stellen'. Ook in 2015 mijnheer Jongsma, had u er dus niet voor hoeven te kiezen om deze systematiek toe te passen maar had u gewoon kunnen zeggen 'wij willen dat de ozb-opbrengst ook met een aantal procenten omlaaggaat en ga op basis daarvan dan maar het percentage berekenen'.

Dus het gaat hier niet eens zozeer om verhogen of verlagen, het gaat erom dat we dat terugleggen bij uw raad om bij de begroting te bepalen 'wilt u echt dat de ozb-opbrengst met 10% stijgt of met 3%, of met 3% daalt?' Dat is het debat dat u kunt voeren in het licht van de begroting en de gemeentelijke middelen. Maar niet wat u nu gedaan heeft, in feite, die politieke discussie uit handen geven door het kiezen van een percentage dat we vijf jaar hetzelfde laten en dat dus zeer onvoorspelbare gevolgen heeft voor een burger en ook voor onze belastingopbrengst. Ik vind het ook persoonlijk bijzonder vreemd om bijvoorbeeld bij iemand met een eigen huis en een pensioentje dat verder eerder gekort dreigt te worden dan dat het stijgt, te zeggen 'jij moet 10% of 8% of 3% meer betalen omdat jouw huis zo veel meer waard is geworden'. Nee, hij moet iets betalen aan zijn gemeente omdat wij vinden dat wij dat van de burger moeten vragen in het kader van de uitvoering van onze taken. Dat is ten principale de vraag die nu voorligt. En ik begrijp dan niet precies waar u nog naar op zoek bent in termen van een evaluatie. We leggen aan u terug: u neemt als raad het besluit over wat u wilt met die ozb-opbrengst, en daar kunnen we op evalueren met nog zes pagina's, maar daar gaat het om. Nog een ding, de afvalstoffenheffing.

Ik hoorde ook zeggen 'het is ook goed dat mensen ook zien dat de zijbelading leidt tot een daling'. Ook dat stelt u natuurlijk vast bij de begroting en ik constateer nog twee dingen: ten eerste dat we de opbrengst van de zijbelading vooralsnog zeer conservatief en laag hebben ingeschat en dat mijn inschatting is dat die aanzienlijk hoger zou kunnen zijn maar dat moeten we nog maar even afwachten en zien hoe dat gaat lopen. Maar mijn verwachting is dat die eerder in de komende jaren nog verder omlaag kan als gevolg van de opbrengsten van de zijbelading. En ten tweede mag ik er dan aan herinneren bij de ChristenUnie, de heer Ringeling, het is fijn dat u hiermee instemt maar u heeft wel tegen de zijbelading gestemd dus dan is het wel een beetje gek dat u wel voor de tariefsverlaging bent. Dat gold overigens ook voor Mijn Partij! maar die heb ik in dit debat verder niet gehoord. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel voor de korte uiteenzetting van de kern van de brief. Ik ga nog even door naar de tweede termijn. De heer Jongsma: De wethouder stelt 'waar is de OGP Midden-Delfland dan nog naar op zoek? We kunnen zes pagina's vol schrijven en dan komen we nog niet verder'. Waar ik naar op zoek was, was uiteindelijk toch wat het effect zou zijn geweest met het trap-op-trap-afsysteem.

Dat is uiteindelijk helemaal in de war geschopt doordat de prijzen zo exorbitant de lucht in zijn geschoten maar we hebben de jaren daarvoor ook heel veel mensen horen klagen over het feit dat er nog steeds heel veel belasting moest worden betaald op de ozb terwijl het in Nederland een stuk minder ging. Dat mis ik dan nu een beetje, of dat in deze situatie dan weer beter is. Nogmaals, het maakt mij in the end niet zo veel uit maar als er dan een evaluatie is beloofd en die komt op deze manier en ook op dit moment, denk ik toch 'daar had toch wat meer in gezeten'. Dan kan de wethouder daar enigszins geïrriteerd over zijn, dat merk ik een beetje, maar dan denk ik 'dat had ik inderdaad misschien gezien'. Wethouder Ten Have: Overigens voorzitter, ik ben helemaal niet geïrriteerd, ik ben bevlogen. De voorzitter: Ik begrijp dat er in de bevlogenheid zo even een reactie geplaatst wordt.

De heer Jongsma: Dat vind ik fijn om te horen, dat de wethouder inderdaad gelukkig gewoon bevlogen is en dat ben ik ook. Ik mis een beetje… Ik voel het nu alsof ik alleen nog voor die systematiek pleit maar dat is helemaal niet zo. Als de andere systematiek beter is, vind ik dat ook fijn maar ik vind het wel opmerkelijk dat de OGP Midden-Delfland de vorige keer niet de enige was die uiteindelijk voor die motie heeft gestemd, want er waren drie partijen, drie grote partijen die dat toen een heel goed idee vonden, en ik ze nu niet hoor. Dat vind ik dan wel jammer want we hadden er toen toch wel een beeld bij en de tijden veranderen en ik merk nu dat inderdaad dit zo niet kan dus het is goed dat daar kritisch naar gekeken wordt. Het is goed dat het college daar inderdaad van zegt 'hé, daar moeten we nu toch wat aan doen'. De voorzitter: Volgens mij zie ik de heer Cornelissen voor een interruptie. Klopt dat? De heer Cornelissen: Dat is zeker zo voorzitter. Ik merk langzaam dat de heer Jongsma tot inkeer komt. Het spijt me dat de heer Jongsma de andere partijen die ook voor gestemd hebben waaronder het CDA niet gehoord heeft want ik heb werkelijk wel gesproken. De voorzitter: De heer Jongsma gaat verder. De heer Jongsma: Dat heb ik dan blijkbaar gemist. Terug naar waar we nu voor staan.

Het college wil graag een duiding van de richting, hoe gaan we dan verder? Ik denk dat het goed is om er in ieder geval voor te zorgen dat de ozb niet verder stijgt, dat de lasten sowieso niet verder stijgen maar dat ze dalen. Het fijne is dan dat we daar weer sturing over krijgen en dat we daar bij de begrotingsbehandeling op kunnen sturen. Ik denk dat dat voor nu voldoende is om aan het college mee te geven en daarmee wil ik dit punt afronden. De voorzitter: Dan de ChristenUnie, de heer Ringeling. De heer Ringeling: De wethouder had het net over waarom ik nu enthousiast ben of bevlogen of hoe je het wilt noemen, over dit voorstel. Mijn enthousiasme gaat vooral over het ozb-stukje, over die systematiek. We zijn wel voor het verlagen van de afvalstoffenheffing. De wethouder refereert eraan dat we de vorige keer bij de stemming over de zijbelading tegen hebben gestemd. Dat klopt. De raad heeft toen een besluit genomen om het zo te doen en dan kun je twee dingen doen. Blijven hangen in het feit dat je nog steeds dat vindt en nog steeds alles wat er daarna komt afwijst, maar zo zitten wij niet in de wedstrijd. Wij gaan dan gewoon door en bij een voorgestelde tariefsverlaging gaan we daarin mee. Dat even als reactie en laat dat helder zijn. De voorzitter: Dat was dan ook uw bijdrage in eerste termijn en gaan we door naar de heer Moerman van de VVD.

De heer Moerman: Ik wil ook nog even wethouder Ten Have bedanken. Ik denk dat hij heel goed heeft uitgelegd waarom het enorm belangrijk is dat we dat instrument als raadsleden weer terugkrijgen en wij zijn er als VVD dan ook heel blij mee want uiteindelijk is dat een mooie politieke discussie over de ozb-belasting, dus dat is een goede ontwikkeling. De voorzitter: Ik kijk nog even maar volgens mij is er geen behoefte aan een tweede termijn en is dit wat u gedeeld heeft met elkaar, een bespreking. De brief van het college is door de wethouder uitgelegd en u kunt er gevoeglijk van uitgaan dat het die kant opgaat. Daarmee hebben we dit agendapunt voldoende behandeld neem ik aan? Dat is het geval.

9.

Motie vreemd aan de orde van de dag

De voorzitter: De motie vreemd aan de orde van de dag wordt toegelicht door iemand, neem ik aan. Ik kijk even wie dat gaat doen en anderen zullen daarop aansluiten. Ik zie mevrouw Heutink van OGP Midden-Delfland die de motie gaat introduceren. Mevrouw Heutink: Een motie over het centrum van Den Hoorn, ik licht hem even toe. Den Hoorn heeft een grappig centrum. Er zijn leuke winkeltjes en de laatste twee, drie jaar zijn er terrasjes waar je kunt koffie drinken en taartjes eten en veel mensen maken daar gebruik van. Boodschappen doen betekent altijd iemand tegenkomen, even kletsen en weer doorgaan. Dat is zoals dat in een

dorp gaat. Maar tegelijkertijd wachten veel mensen op een andere invulling van het centrum en het is niet zo heel duidelijk wanneer de werkzaamheden van het centrum van Den Hoorn starten en dat kan nog wel even duren. Het grasveldje bij de Hof van Delftstraat, dat stukje waar de bouw op termijn plaatsvindt, ligt er een beetje treurig bij. Twee jaar geleden is er een mooi hek geplaatst, ter vervanging van de stalen constructies. We hebben met een gedeelte van de raad geprobeerd om bloemen te zaaien maar helaas, het zaad deed eventjes helemaal niets dus er is niets opgekomen. Juist omdat het zo onduidelijk is wanneer de start van de bouw is en er veel mensen zijn in het dorp die daar iets van vinden, denken we dat het goed is om in elk geval dat braakliggende stuk te verfraaien totdat er echt gebouwd gaat worden, dan is die ergernis die veel mensen op dat punt hebben weg. Er zijn heel veel mogelijkheden voor en het hoeft ook helemaal niet zo heel veel te kosten. Delft heeft hetzelfde probleem gehad met de Spoorzone en daar zagen we mooie oplossingen voor die echt niet heel veel geld kostten maar wel een leuke invulling waren voor de kale grond die het toen nog was. Vandaar dat de OGP Midden-Delfland samen met een aantal andere partijen een motie wil indienen vreemd aan de orde van de dag.

Zal ik hem voorlezen voorzitter? De voorzitter: Ja, als u hem kort wilt voorlezen is dat goed. Mevrouw Heutink: Ik kan het heel snel. Motie nr. 1 ingediend door OGP-Midden-Delfland, CDA, VVD, ChristenUnie, D66, PvdA Maak Den Hoorn mooier "De raad van de gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 22 juni 2021; overwegende dat:  een dorp een verzorgd en actief centrum nodig heeft;  mensen niet alleen naar een centrum gaan om boodschappen te doen, maar elkaar daar ook willen ontmoeten;  het goed is voor de sociale cohesie als zo'n centrum er prettig uitziet;  dat niet alleen afhankelijk is van de winkels maar ook van de omgeving; constaterende dat:  het terrein waarop het centrumplan Den Hoorn gerealiseerd wordt tot aan de start van de werkzaamheden braak ligt;  het er verwaarloosd en rommelig uitziet;  het vorig jaar geplaatste mooie hek onvoldoende is om de plek prettig te maken;  er in de naaste omgeving, bijvoorbeeld bij de realisatie van nieuwe gebouwen in de Spoorzone in Delft, genoeg voorbeelden zijn om zo'n tijdelijk lege plek mooi vorm te geven; verzoekt het college:  op korte termijn een plan te maken om de kale plek tussen de Looksingel en de Hof van Delftstraat in te vullen;  hierbij de directomwonenden zeker te betrekken;  waarbij vooropstaat dat het gaat om een tijdelijke situatie;  maar de inwoners van Den Hoorn wel het gevoel geeft dat hun dorp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=d88b6b1c-fbb1-4abc-b5b7-adf5864d32fa