CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vsl raad 2024 m 01 d 23

Gemeenteraad 27 februari 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen van de notulen vergadering dd 23-01-20247.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 23 januari 2024, 19.30 uur. Voorzitter

: F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig

:-

Tevens aanwezig: mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Goedenavond. Welkom bij deze eerste raadsvergadering van 2024. Het is een vergadering die in het teken staat van het woord 'nieuw'. Overigens ook welkom aan de kijkers thuis. Het woord 'nieuw' omdat er een nieuw jaar voor ons ligt met uitdagingen en kansen, zowel voor de gemeente, haar inwoners, als de raad en ook voor u persoonlijk. Nieuw, omdat u als raad vanavond voor het eerst vergadert onder mijn leiding, onder mijn voorzitterschap. En het is best spannend. Ik mag dan inmiddels al een maand uw burgemeester en voorzitter zijn, dit is de eerste keer dat we elkaar in deze setting treffen. U als raad kent de kneepjes van het vergaderen als gemeenteraad. En als voorzitter zit ik voor het eerst in deze rol. Het zal wellicht ietwat onwennig zijn voor u, en voor mij, maar samen zullen we vast komen tot een goede vergadering. Nieuw ook omdat het de eerste raadsvergadering is met een nieuwe installatie; de microfoonposten op tafel. Vorige week was er een presentatie en uitleg en voor diegenen die het gemist hebben, leg ik graag drie dingen kort uit die nodig zijn voor het goede verloop van de vergadering. Als eerste: bij een agendapunt vraagt u het woord door op de spreekknop te drukken om even te spreken. Het symbool wordt groen. En als voorzitter zie ik uw aanmeldingen binnenkomen en geef ik u het woord door uw microfoon te activeren.

Wij doen dat in coproductie, met de griffier. Het symbool wordt rood en u kunt meteen spreken. U hoeft dus niet opnieuw uw microfoonpost te activeren. En na de inbreng mag u uw microfoon wel weer uitzetten. Het klinkt even heel praktisch, maar het is handig. Als tweede: het plaatsen van een interruptie kunt u blijven doen op de gebruikelijke wijze: aandacht vragen aan de voorzitter door de hand op te steken of een geluid op tafel, zoals jullie dat ook wel gewend zijn. Bescheiden. Zoiets. En als derde: bij de bespreekpunten gaat het stemmen elektronisch en wordt de uitslag gepresenteerd. Het wordt bij het agendapunt vanzelf duidelijk, dat gaan we straks ook doen. Maar last but not least, nieuw: een kersverse vader in ons midden. Neal Ruiterman en zijn vrouw Sophie zijn de trotse ouders geworden van dochter Luus Maartje. Namens ons allemaal, van harte gefeliciteerd! Applaus! En met deze introductie open ik de raadsvergadering op dinsdag 23 januari 2024.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: Agendapunt 2. De behandeling van de ingekomen stukken die tussen 5 december 2023 en 16 januari jl. bij de griffie zijn ontvangen. Een interruptie. Ik zie een interruptie van de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Sorry voorzitter. Ik wilde graag het woord bij 2.A dus ik was een beetje voorbarig. Ik denk dat het dat was, voor een interruptie moest ik mijn hand opsteken, niet de knop indrukken.

1

De voorzitter: Komt goed. Ik begin even opnieuw. Agendapunt 2. De behandeling van de ingekomen stukken die tussen 5 december 2023 en 16 januari jl. bij de griffie zijn ontvangen. Vooral de wijze van behandeling van de ingekomen stukken staat hierbij centraal. Allereerst behandelen we de lijst A Brieven van het college. Wie wil hierover het woord voeren? Ik zie twee namen en ik geef als eerste het woord aan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ik had me al eerder voor dit punt geagendeerd. Of de knop ingedrukt tenminste. De VVD zou graag brief 23-058 gezamenlijk met 23-066 agenderen voor de komende commissievergadering en dat zal met name gaan over de grondaankoop in de Harnaschpolder. Wij zullen zorgen dat er een oplegger komt zodat we een zinvolle discussie kunnen voeren in de commissie voorzitter. De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik zou graag iets aan het college willen vragen over een drietal brieven onder 23-060, over de impactanalyse van het Haags toekomstperspectief. Er is ons eerder toegezegd dat er binnenkort, in ieder geval voor einde Q2 een informatiebijeenkomst komt voor de hervormingsagenda.

Mijn vraag zou zijn om tijdens die informatiebijeenkomst misschien ook wat tijd vrij te maken om ons bij te praten over de impactanalyse van het Haags toekomstperspectief, wat dit voor ons betekent en wat dit mogelijk ook voor ons voor consequenties zou kunnen hebben. Dus ik ben benieuwd of het college daar ook mee akkoord gaat. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Langeveld, ik kijk even naar links. Ik geef nu het woord aan mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Deze brief kunnen we natuurlijk betrekken bij de bespreking die we hebben over het jeugdbeleid en daarvoor is een brief naar hen onderweg met welke planning wij voorstellen. Dus het antwoord is ja. De voorzitter: Zijn er vervolgens nog andere raadsleden die willen reageren? Nee. Dan ga ik naar lijst B Brieven van derden. Wie wil hierover het woord voeren? Niemand. Dan ga ik door naar lijst C. betreft de afdoening door het college van schriftelijke vragen. Het betreft de beantwoording van vragen van het lid de heer Scholtes over schoolzones en navigatiesystemen. De heer Scholtes, heeft u nog behoefte aan het stellen van nadere vragen? Ik zie u knikken, ik geef u het woord. De heer Scholtes: Zoals wij lezen in de beantwoording – ik wil eerst het college bedanken voor de beantwoording, die was eigenlijk heel helder – zijn verschillende schoolbesturen op de hoogte gesteld.

Zijn er ook al gesprekken geweest en is er een terugkoppeling gekomen van deze schoolbesturen? Dat was mijn vraag voorzitter. De voorzitter: Ik kijk naar mevrouw Oderwald, kunt u daar een antwoord op geven? Wethouder Oderwald: Jazeker, voorzitter. We hebben uitgebreid gesprekken met scholen over verkeersveiligheid rondom de scholen. We hebben dit onder de aandacht gebracht bij de scholen en we hebben ook de reactie gehad dat ze dit gaan doen. Controleren of het daadwerkelijk gedaan is, is nog wat lastig, want dit krijgt doorwerking in navigatiesystemen en daar gaat gewoon wat tijd overheen voordat dat ook echt werkt. Zoals u weet, zijn we ook met het Regionaal Ondersteuningsbureau Zuid-Holland bezig met die veiligheid rondom scholen en we zullen dit nogmaals onder de aandacht brengen, zodat ze dit ook daadwerkelijk doen en ook kinderen kunnen op de website schoolroute.nl binnenkort ook aangeven waar ze plekken onveilig vinden. Dus we werken er aan alle kanten aan om die omgeving van de scholen te verbeteren. De voorzitter: Mijnheer Scholtes, is dit voor u voldoende antwoord? Dank u wel. Zijn er nog andere raadsleden die hier vragen over hebben? Zo niet, dan sluit ik hiermee de beantwoording van lijst C en daarmee sluit ik het agendapunt.

2

Van Lijst A worden 23-058 en 23-066 doorgeleid voor behandeling in de commissie en 23-060 meegenomen bij de informatiebijeenkomst over de hervormingsagenda. Voor het overige worden de lijsten A B en C worden ongewijzigd vastgesteld.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Dan gaan we naar punt 3, het spreekrecht voor belangstellenden. Er zijn geen aanmeldingen binnengekomen, dus we kunnen door naar punt 4.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Punt 4 is het vaststellen van de agenda. Kunt u instemmen met de agenda zoals deze voorligt? Ja, dank u wel, dan is de agenda bij dezen vastgesteld en dat is ons spoorboekje voor vanavond. Sorry. U was bijna te laat, maar... Ik geef het woord aan de heer Vieira. De heer Vieira: Hij stond aan, meteen na de vraag, maar het maakt niet uit. Het is nieuw, zoals u er ook al aan refereerde. Agendapunt 6 is normaal gesproken een bespreekstuk, maar er staat hier dat een stemverklaring wordt afgegeven. Wordt het dan geen agendapunt 5, als hamerstuk? Hoe moet ik dat beoordelen, voorzitter? De voorzitter: Ik kan daarop antwoorden dat een hamerstuk zonder beraadslaging is. Dus dit hebben we daarom op de agenda op deze wijze opgevoerd. Is dat voor u voldoende beantwoord? De heer Vieira: Normaal gesproken zouden we dan meekrijgen wat er in de commissie besproken wordt. Dat staat er niet bij, maar goed, we wachten agendapunt 6 dan wel af. De voorzitter: Oké, dank u wel. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

5.

Hamerstukken

5a. 5.a.1 5.a.2. 5.b 5.c 5.d 5.e

Vaststellen van de notulen vorige vergadering Verslag openbare vergadering d.d. 12 december 2023 Verslag besloten vergadering d.d. 18 december 2023 Voorstel vijfde wijziging GR Servicebureau JGZ Voorstel tot wijziging van de Gemeenschappelijke regeling GGD en VT Haaglanden Voorstel benoeming/voordracht burgemeester in externe bestuursorganen Voorstel ontheffing woonplaatsvereiste burgemeester F.I. Noordermeer-van Slageren

De voorzitter: Punt 5. Dat zijn de hamerstukken in dit geval nummer 5.a tot en met 5 e. Behandeling in de commissie veronderstelt dat de gemeenteraad zonder nadere beraadslaging een besluit kan nemen. Dan is dat bij dezen besloten.

6.

Voorstel experiment stembiljet Europese Verkiezingen

De voorzitter: Dan gaan we naar agenten punt 6, Voorstel experiment stembiljet Europese verkiezingen. De gemeente is uitgenodigd om aan dit experiment mee te doen. Hier is wel een instemmingsbesluit van de raad voor nodig. Bij de commissiebehandeling is gebleken dat alleen de fractie VVD tegen dit voorstel is en nu de behoefte heeft om een stemverklaring af te leggen. Hiervoor geef ik de fractie graag de gelegenheid. Wie van de fractie gaat dit doen? Mijnheer Van der Eijk, ik geef u het woord. De heer Van der Eijk: We hebben dit als bespreekstuk staan. Voor de VVD is belangrijk dat inwoners van Midden-Delfland weten waarom wij tegen dit voorstel zijn. Wij zijn namelijk niet trots op een uitnodiging van het ministerie onder leiding van Hugo de Jonge. De communicatie is voor de partijen belangrijk. De VVD heeft hier onvoldoende vertrouwen in, zo is bijvoorbeeld Maatschap voor Communicatie niet uitgesloten. Niet dat dit veel uitmaakt voor partijen. Eerder stemden zij gewoon in met voorstellen, ondanks de slechte communicatie. Voor de VVD is het cruciale punt dat dit in onze beleving tegen de Grondwet van Thorbecke in gaat. Partijen zijn daarin niet beschreven, personen wel. Echter, een stem op een partij is geldig, ook zonder bijbehorend nummer. In 3

Nederland stemmen wij op personen, niet op nummers. Ook is de kaderstellende en controlerende taak van de raad hier niet ingevuld. De raad geeft wel toestemming, maar staat vervolgens met lege handen. Heel typisch voor een voorstel van Hugo de Jonge. Wij zullen dus niet instemmen met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. Na deze stemverklaring gaan we over tot stemming. U gaat dat doen via uw microfoonpost. Ik zet de stemming open. U ziet op uw post twee knoppen en daar is de 'ja' voor het voorstel en de 'nee' tegen het voorstel. En zojuist zijn alle stemmen uitgebracht. Ik sluit de stemming. U en de kijkers in de zaal en thuis zien nu het resultaat als het goed is. Hiermee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt aangenomen met stemmen tegen van de fractie van de VVD.

7.

Voorstel ontheffing woonplaatsvereiste wethouder F.A. Voskamp

De voorzitter: Punt 7, voorstel ontheffing woonplaatsvereiste wethouder Voskamp. Over ruim drie weken loopt de ontheffing af en is het aan de raad om een beslissing te nemen over een nieuwe ontheffing. Bij de commissiebehandeling heeft alleen de fractie VVD aangegeven dit als bespreekpunt op te voeren, aangezien het verslag van de verkenner nog niet bekend was op dat moment. Ik neem aan dat de fractie VVD zich inmiddels heeft beraden. En wie van de fractie wil het woord voeren? Ik kijk naar de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: We hebben inderdaad het advies van de formateur afgewacht en er bestaat dus een serieuze kans dat er een coalitie wordt gevormd met het CDA. Wij willen de wethouder danken voor zijn tijdige aanvraag. Gelukkig maakt hij niet de domme fout die zijn voorganger eerder maakte en krijgen wij niet te maken met een illegale wethouder. Wij zullen instemmen met het voorstel, voorzitter. De voorzitter: Is er iemand anders die nog het woord wil? Ik kijk even rond. Zo niet, dan gaan wij ook weer over tot de stemming. U kunt nu stemmen. Ik zeg het opnieuw, u kunt nu stemmen. Alle stemmen zijn uitgebracht en ik sluit de stemming weer. En u en de kijkers in de zaal en thuis zien nu wederom het resultaat. Het voorstel is aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

8.

Voorstel plan Armoede, geldzorgen en schulden

De voorzitter: We gaan door naar agendapunt 8. Het plan Armoede, geldzorgen en schulden. Het voorstel behelst drie samenhangende beslispunten. Te weten: vaststellen van de beleidsmatige kaders, doelen en uitgangspunten, het college op te dragen tot uitvoering over te gaan en extra budget hiervoor beschikbaar te stellen in de jaren 2024, 2025 en 2026. Bij de commissiebehandeling bleek dat er nog enkele open vraagpunten waren. Het college heeft hier inmiddels op gereageerd, zoals op bladzijde 5 en 6 te lezen valt. Tevens gaven vier fracties aan dat er nader fractieberaad nodig was en dat zal vast hebben plaatsgevonden. Wie van u wil in de eerste termijn het woord voeren? Drukt u alstublieft op uw microfoonpost. Ik zie daar een viertal namen verschijnen en ik geef als eerste graag het woord aan de heer Moerman. De heer Moerman: In de voorgaande commissievergadering hebben we het uitvoeringsplan Armoede, geldzorgen en schulden uitvoerig besproken. Mijn betoog zal ik dan ook niet meer geheel herhalen. Wat ik wel herhaal, is dat wij van de VVD Midden-Delfland het enorm belangrijk vinden dat iedereen in onze gemeente, en met name kinderen, moet kunnen meedoen in onze samenleving en dat wij er trots op zijn dat er een sociaal vangnet is voor mensen met tegenslagen en die het iets minder hebben. We hebben hier dan ook als gemeente een mooi en breed aanbod voor.

Belangrijk hierbij vinden wij dat het aanbod er niet toe leidt dat de kloof om te gaan werken groter wordt. Het kan namelijk niet zo zijn dat als je gaat werken, of meer gaat werken, je minder overhoudt in de maand. De wethouder heeft de vorige keer aangegeven dat het met het voorliggende voorstel ook niet zo zal zijn en daar zijn we blij mee. In de commissievergadering is door het CDA nog gevraagd aan alle partijen of de grens van 120% van het minimumloon voor dit beleid hard is, of dat er ook maatwerk mogelijk is. Dus daar zal ik dan ook meteen even antwoorden op geven. Wij zijn van mening dat we als politiek duidelijk 4

richtlijnen en regels moeten meegeven. Duidelijke communicatie hierin is belangrijk. Mevrouw Koppert verwoordde dit ook heel goed in de vorige vergadering. De grens van 120% moeten we dan ook duidelijk aangeven. Dit is ook belangrijk richting onze ambtenaren. Zij hebben hiervoor de juiste handvatten nodig en uiteraard is maatwerk dan nog steeds van toepassing. In onze ogen is het altijd maatwerk en we hebben er alle vertrouwen in dat de ambtenaren die het beleid uitvoeren de juiste en de beste keuzes hierin zullen maken. Dat was mijn eerste termijn voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Moerman. Dan geef ik vervolgens graag het woord aan mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Tijdens de afgelopen commissievergadering van 9 januari jl. hebben wij als fractie OGP Midden-Delfland per gevraagd beslispunt aangegeven wat onze overwegingen zijn. Vanavond zal ik het betoog van 9 januari jl. niet herhalen, maar wel verder ingaan op de beantwoording van de wethouder tijdens de commissievergadering. Het eerste besluit dat de wethouder van ons vraagt, is de beleidsmatige kaders en doelen, zoals beschreven in het uitvoeringsplan, de hoofdstukken 2 tot en met 5, vast te stellen. Als fractie OGP Midden-Delfland hebben we tijdens de commissievergadering aangegeven dat wij het belangrijk vinden dat er concrete doelstellingen gedefinieerd worden.

En er niet alleen sprake is van 'meer dit en minder dat'. Zeker omdat vorige interventies niet altijd hebben geleid tot een hoger bereik van de regelingen. Tijdens de vergadering heeft de wethouder aangegeven dat de eerst te bereiken doelen wat haar betreft de landelijke cijfers zijn qua bereik, zoals genoemd in de evaluatie armoede en schuldenbeleid, bijlage 4 van dit agendapunt. Graag horen wij van de wethouder wanneer de gemeente Midden-Delfland deze doelstellingen/bereikcijfers gerealiseerd wil hebben. En we veronderstellen dat als we nu een hoger bereik hebben dan het landelijk gemiddelde, we niet streven naar een lagere doelstelling, maar dit ten minste willen vasthouden. Het tweede besluit van de raad geeft het college de opdracht tot uitvoering van het plan en de raad jaarlijks te informeren over de voortgang. Zoals op 9 januari jl. al is gemeld, zijn wij voorstander van zo snel mogelijk uitvoering geven aan het uitvoeringsplan. Echter, bij thema 3 van het uitvoeringsplan, bewoners in kwetsbare posities, wordt gesproken over de ambitie om meer inwoners te ondersteunen met een laag inkomen en de inkomensgrenzen voor alle voorzieningen op 120% van het sociale minimum te zetten, zoals ook de heer Moerman net aangaf. Tijdens de commissievergadering hebben we met elkaar gesproken over deze harde grens.

Waar ligt de discretionaire bevoegdheid van de professional? Wat ons betreft, kunnen er omstandigheden denkbaar zijn waarin een huishouden te maken heeft met een forse inkomensdaling waarbij tijd nodig is om een nieuw financieel evenwicht te vinden. Onze vraag aan het college is welke mogelijkheid de professional heeft om af te wijken van deze harde grens. Het derde besluit gaat over de gevraagde benodigde extra financiën. Tijdens de commissievergadering heeft de wethouder ons uitgelegd wat de gevraagde extra gelden voor de komende jaren precies zijn. Voor ons een helder antwoord. We hebben echter nog een aanvullende vraag. Er wordt voor drie jaar extra middelen gevraagd, hebben we het hier over incidentele gelden? Of structurele gelden? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert, en vervolgens geef ik graag het woord aan mevrouw Langeveld. Gaat uw gang. Mevrouw Langeveld: Ook ik heb in de vorige commissievergadering een uitgebreid betoog gehouden over dit onderwerp en ook dat zal ik niet herhalen. Wij zijn in ieder geval heel erg blij met het plan dat voor ons ligt en dat het het juiste plan is dat voor ons ligt. En de vorige keer heb ik ook al laten doorschemeren/aangegeven dat wij akkoord gaan met de beslispunten. Ik had nog een vraag openstaan en ik had het antwoord daar nog niet op gezien, maar inmiddels dus wel, op pagina 5 en 6.

Dus dank dat mijn vraag daarin ook beantwoord is. Mevrouw Koppert gaf het net al even aan. In de commissievergadering hebben we het gehad over het leveren van maatwerk en hoe we dat zien, wordt die keiharde grens van 120% gehanteerd ja of nee? Daar wil ik niet te veel nadruk leggen op die grens van 120%. Ik had er wel wat vragen bij en ook zorgen. Dat heeft mevrouw Koppert ook goed verwoord. Maar ik heb de beleidsregels er nog eens een keer op nageslagen. In de beleidsregels voor bijzondere bijstand, in artikel 31 staat heel duidelijk een hardheidsclausule. En daarin staat 'het college kan in bijzondere gevallen ten 5

gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt'. Deze hardheidsclausule is voor ons als CDA voldoende. Hierin geven we de professional de ruimte, als het nodig is, en het college de bevoegdheid om daar toestemming voor te geven, om af te wijken van de regels die zijn vastgesteld. Daar zijn we heel erg blij mee. Dus tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Dan geef ik nu het woord aan de heer Ruiterman. De heer Ruiterman: Ik heb het best goed gelezen, ik had ook wel tijd. Ik heb een spellingsfoutje ontdekt op pagina 5, onder het kopje Communicatie en participatie staat de zin 'Ze eten de weg vaak niet.' Dat moet zijn 'Ze weten de weg vaak niet.' Dat is toch wel een verschil. Ik had een vraag over de communicatiepleinen die in elke kern moeten ontstaan. Welke locaties zitten daarvoor in de planning? Dat was mijn vraag. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ruiterman. Dan zijn alle sprekers uit de raad aan de beurt geweest en vraag ik wethouder Oderwald hierop te reageren in de eerste termijn. Wethouder Oderwald: Voorzitter, we hebben in het plan een aantal momenten opgenomen waarop wij gaan evalueren en cijfers presenteren. En in antwoord op de vraag van mevrouw Koppert over wanneer we deze cijfers bereikt hebben, moet ik dan ook een gemixt antwoord geven.

We gaan natuurlijk rapporteren hoe hoog we zitten, maar een echte evaluatie komt later pas. Deze metingen zullen we zoveel mogelijk tonen. Natuurlijk is het antwoord 'zo snel mogelijk willen we dit bereikt hebben'. Maar dat is niet het allerbelangrijkste. Dat zijn natuurlijk gewoon die acties die we uit gaan zetten, die we uit willen werken, waar we de netwerken willen verstevigen, het ontwikkelplein willen bouwen en de ketenpartners willen betrekken. Daar gaat het om in dit plan. Dan kom ik op de vraag over de 120% van het wettelijk sociaal minimum en hoe hard die is. Mevrouw Langeveld heeft heel netjes uitgelegd hoe daar een hardheidsclausule voor is, maar ik heb u ook in de commissie laten weten dat het natuurlijk in het leven van mensen niet alleen om geld gaat. Het gaat om veel meer. Het gaat om opvoeden. Het gaat om gezondheid, het gaat om wonen, werken, ondersteuning, alle vormen die nodig zijn om het leven makkelijker te maken. Dus als mensen bij ons komen, gaan we maatwerk leveren om te kijken aan welke levensgebieden we aandacht moeten besteden. En het klopt dat we dan een hardheidsclausule hebben waar we mee aan de slag zouden kunnen, maar dat is echt iets wat we pas als laatste mogelijkheid zullen doen omdat er gewoon heel veel mogelijkheden zijn om in onze kleinschalige gemeente mensen warm te benaderen, met de menselijke maat.

We zullen dat dan ook op diverse manieren doen, waarop we die mensen met maatwerk kunnen ondersteunen. We schuwen er op zich niet voor om de hardheidsclausule te gebruiken, maar dat is niet het eerste wat we zullen doen. Want je maakt regels die de hoofdregels zijn. Dat zijn vaak al een soort beslisbomen van hoe je naar dingen kijkt. Mensen zijn echter geen cijfers, mensen hebben een gezicht en een verhaal. Met die maat willen we aan de slag en we houden goed rekening met zorgvuldigheid bij de besluitvorming, met rechtvaardigheid, zorgen dat de mensen weten waar ze aan toe zijn, respect en eerlijkheid en altijd gemotiveerde beslissingen. Zo zullen we dan ook altijd als dat echt nodig is, als er schrijnende gevallen zijn of, zoals de verordening dat noemt, onbillijkheden zeker niet schuwen om dat ook te doen. Dan heb ik nog een openstaande vraag over het structurele of incidentele karakter van de middelen die we vragen. Ze staan op dit moment incidenteel geboekt. Een aantal middelen krijgen we uit het Gemeentefonds, zoals ik u toegelicht heb, structureel, maar die zijn nog niet structureel verwerkt in de begroting, om dat als zodanig dan ook in te zetten. Het is op dit moment ook erg moeilijk om te zeggen hoeveel we structureel nodig zullen hebben. Daarom is dat ook nog niet structureel verwerkt.

Een aantal elementen van de uitvoering van dit plan voor armoede, geldzorgen en schulden is echt een impuls, een start om het plan in uitvoering te brengen. En daarvoor vragen we dus ook extra middelen in dit plan. Maar het is nog niet duidelijk op dit moment hoeveel middelen we permanent nodig zullen hebben. Gedurende dit plan en de uitvoering zullen we zorgvuldig adviseren en onderzoeken en evalueren, zoals in dat schema dat ik al eerder benoemde, om te kijken wat er nodig blijft, wat daadwerkelijk de vertaling is van deze aspecten die we gaan doen. Een aantal ramingen is echt gebaseerd op het onderzoek met het bureau en de inschatting hoeveel mensen nodig hebben. Dus er zit een onderbouwing achter, maar de praktijk 6

zal het toch echt moeten leren. Het is een variabiliteit van multiproblematiek waarom mensen aanspraak gaan maken op deze aanvullende maatregelen voor geldzorgen en armoede en schulden. Dus het is een stappenplan om tot een structurele raming te komen. Dat zullen we dan ook in de loop van de jaren met u bespreken. Dat was mijn beantwoording. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Oderwald. Ik kijk even rond. Is er behoefte aan… Of is er een vraag niet beantwoord? Volgens mij klopt dat. Ik geef nogmaals even het woord aan mevrouw Oderwald vanuit de eerste termijn voor de vraag van mijnheer Ruiterman. Gaat uw gang. Wethouder Oderwald: De vraag van de heer Ruiterman. Hij stelde die vraag over communicatiepleinen. We hebben ze in het plan ontwikkelpleinen genoemd. Maar ook daar zijn we nog echt aan het zoeken of dat het beste woord is voor wat we daar zullen gaan doen. Dat is nog in ontwikkeling. In eerste instantie beginnen we bij de bibliotheek in Den Hoorn. Dat is een hele mooie locatie waar al een aantal elementen voor hulpverlening aan mensen samen kunnen komen, vooral lezen en het Informatiepunt Digitale Overheid. Dat gaan we verder ontwikkelen. In de andere twee dorpskernen is dat moeilijker en zullen we meer werk moeten verrichten.

Ik kan u natuurlijk wel het een en ander vertellen nu, maar wij zijn echt bezig met de voorbereiding om u daar een uitgebreide brief over te doen toekomen. Ja, in Schipluiden denken we zeker aan de Dorpshoeve, maar in Maasland is dat echt nog een stukje ingewikkelder. Ik neem u daar liever uitgebreid op een ander moment in mee. De voorzitter: Oké. Dank u wel, mevrouw Oderwald voor de beantwoording in de eerste termijn. Ik kijk even rond, is er behoefte aan een tweede termijn? Mevrouw Langeveld, ik geef u het woord. Mevrouw Langeveld: Ik heb nog even een kleine vraag aan de wethouder. Misschien moet ik dan bij de andere wethouder zijn, van Financiën, want het ging over de incidentele middelen, maar wij krijgen van het rijk toch ook structureel geld voor armoede? Is daar al iets over te zeggen? Of is dat een te technische vraag? De voorzitter: Ik geef mevrouw Oderwald graag het woord voor de beantwoording. Wethouder Oderwald: Voorzitter, we krijgen inderdaad middelen via het Gemeentefonds voor drie onderwerpen, vroegsignaleren, schuldendienstverlening en nog eentje, die me nu even niet te binnen schiet. Maar die hebben wij niet als zodanig in de begroting verwerkt dat we die ook uitgeven. Dat doen we nu incidenteel wel, maar structureel in de begroting, na de looptijd van dit uitvoeringsplan, is dat nog niet verwerkt op die manier. Dat kunnen we doen in de komende jaren.

Daarvoor is het verhaal dat we dan ook echt zullen weten hoeveel we structureel nodig hebben. Dat is op dit moment nog net iets te vroeg. Van een aantal elementen weet ik zeker dat die incidenteel zijn, zoals een projectleider, maar een aantal posten zal zeker terugkomen in de komende jaren. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oderwald, ik kijk even naar mevrouw Langeveld. Is dat voldoende beantwoord voor u? Oké, dank u wel. En voor de tweede termijn zijn verder geen anderen die daar behoefte aan hebben? Dan betekent dat dat wij aan het eind zijn gekomen van de beraadslagingen in de eerste termijn en we nu kunnen stemmen. De stemming staat weer open, u kunt weer stemmen. En ik moet zeggen, het vlot echt, ik zie dat er sneller gestemd wordt. Alle stemmen zijn uitgebracht en ik sluit de stemming. Het voorstel is hiermee aangenomen. Het voorstel is unaniem aangenomen.

9.

Voorstel Verordening eerste wijziging Verordening Onroerendezaakbelasting 2024

De voorzitter: Dan gaan we naar punt 9. Dat is een voorstel tot wijziging van de Verordening Onroerendezaakbelasting 2024. Zoals u kunt lezen, een puur technische wijziging, zodat de tarieven worden afgestemd op de gedane taxaties waardoor de gemeente niet meer zal innen dan hetgeen in de begroting 2024 is voorzien. Gelet op de tijdsdruk is dit voorstel zonder commissiebehandeling ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Wilt u aangeven wie hierover

7

het woord wenst? Ik kijk even rond. Ik zie de heer Gebben en de heer Jongsma en geef hierbij het woord aan de heer Gebben. De heer Gebben: Wij gaan natuurlijk instemmen met het voorstel. We spreken wel de hoop uit dat nu er voor de komende jaren ook wat tekorten in het verschiet liggen, we als raad aan deze begrotingsregel en deze regeling over de verhoging van de ozb vast zullen houden. De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Normaliter is het gewoon administratief. Toch wil ik even het woord voeren omdat ik vandaag een stuk in het AD heb gelezen, online. Nu weet ik wel dat alles wat in het AD staat niet allemaal waar is, maar ik wil toch even hoor en wederhoor toepassen. Dus met uw goedvinden wil ik even een kort stukje uit de krant citeren en daarna wil ik graag de wethouder een vraag daarover stellen. Het betreft informatie van accountantskantoor BDO. 'Belastingdruk Midden-Delfland gevaarlijk hoog. De lokale lasten voor de inwoners van Midden-Delfland zijn gevaarlijk hoog, waarschuwt gespecialiseerd accountantskantoor BDO in een rapport dat dinsdag verschijnt. Dat betekent dat de gemeente bij financiële tegenslag pakweg de onroerendezaakbelasting amper kan verhogen. In 2022, het meest recente jaar waarover BDO de cijfers heeft, bedroeg de zogenaamde belastingcapaciteit 116%. Dat is wel lager dan een jaar eerder.

Maar een belastingcapaciteit van meer dan 105% is risicovol, aldus de rekenmeesters – nou ja, dat zeggen zij – en hoe hoger het getal, hoe minder ruimte om te verhogen. De komende jaren zien er ook voor Midden-Delfland financieel niet erg rooskleurig uit, want tot 2027 € 7 miljoen begrotingstekort hebben en de druk van de gemeentelijke schuld op die begroting was in 2022 hoger dan een jaar eerder, 122 cent voor elke euro aan inkomsten.' Het laatste stukje 'De financiële buffer van Midden-Delfland, de zogenaamde solvabiliteit, bedroeg in 2022 volgens BDO 38%. Dat betekent dat de gemeente voor elke euro aan bezittingen € 0,38 in kas heeft. Dat is minder dan een jaar eerder. Hoe groter de buffer, hoe beter.' De voorzitter: Ik val u even in de rede, want ik zie een interruptie van de heer Gebben. Gaat uw gang. De heer Gebben: Ik ben heel erg benieuwd met welke intentie de OGP Midden-Delfland deze vraag stelt, want ik kan me herinneren dat bij de laatste begrotingsbehandeling de OGP Midden-Delfland aangegeven heeft de ozb absoluut niet heilig te vinden. Dus zou dat er meteen bij gezegd kunnen worden? Dan wordt het antwoord ook wat beter voor ons, denk ik. De voorzitter: Ik geef het woord weer aan mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: De heer Gebben is net even te vroeg, want de cliffhanger wilde hij niet afwachten, maar die komt nu.

Want mijn vraag is eigenlijk… De VVD gaf dat zonet ook al aan, alleen snap ik die dan nog niet helemaal, 'houden we die 3% stijging de komende jaren vast of niet?' Het gaat mij erom als ik dit stuk zo lees, dat we de komende jaren helemaal geen ozbverhogingen meer door kunnen voeren als ik dit zo lees. Want we komen dan nog meer in de problemen en de belastingdruk wordt alleen maar hoger. Dat is mijn vraag eigenlijk aan het college: kunnen we überhaupt zelfs die 3% stijging wel door laten gaan in de toekomst? Dat is mijn vraag. Volgens mij dien ik daar ook de VVD meteen mee. De voorzitter: Dan kijk ik even naar de wethouder. Wethouder Voskamp, wilt u hierop reageren? Wethouder Voskamp: Om met het stuk uit het AD maar meteen te beginnen. BDO heeft daar een aantal cijfers bekeken van onze gemeente. Dat hebben ze voor meer gemeenten gedaan en dan komen ze tot een aantal conclusies waarvan je je af kan vragen of die conclusies wel de inhoud helemaal dekken. U had het over een tekort van € 7 miljoen. Wij kunnen niet zien waar dat vandaan komt. Dat is waarschijnlijk met onder andere het begrotingsjaar 2023 erbij genomen, een jaar waarin we een wat groter tekort hebben in de lopende rekening. Maar als wij kijken naar onze begroting die vastgesteld is voor 2024 tot en met 2027, komen wij niet tot die getallen. Onze belastingcapaciteit daalt in die jaren naar 105%.

Dus in die zin ontstaat er meer ruimte om wat te doen. Voorlopig hebben we daar gewoon rekening gehouden met die 3% zoals we die ook met 8

elkaar hebben afgesproken. U bent bij iedere begrotingsbehandeling vervolgens weer vrij om zelf aan te geven hoe u met die ozb om wilt gaan. Dus daar komen we gewoon met goede voorstellen voor. Die belastingcapaciteit is overigens ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Wij zitten dus wat hoger in onze belasting die wij innen. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat we veel buitengebied hebben, dat we daar riool hebben liggen en dat we daar afval op moeten halen. Dat is gewoon wat minder efficiënt dan dat je dat in één keer bij een flat doet of wat dichter bevolkt bent als gemeente. Daarom zitten wij wat hoger. Het is relatief. Het zou betekenen dat we ten opzichte van de andere gemeenten wat minder ruimte hebben, maar we zijn gewoon vrij om daar zelf verstandig mee om te gaan. Volgens mij heb ik daarmee antwoord gegeven op beide heren. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Voskamp. Daarbij kijk ik even rond of er nog behoefte is. Ik zie mijnheer Gebben. Ik geef u het woord. De heer Gebben: Ik ben kennelijk niet helemaal duidelijk geweest. Wat de VVD probeert te zeggen, is dat het wat ons betreft maximaal bij die 3% blijft, omdat wij liever niet zien dat tekorten op de begroting op een makkelijke manier gedekt worden door verhoging van de ozb. De voorzitter: Zijn er anderen die hier nog vragen over hebben? Nee.

Dan gaan wij ook weer over tot het stemmen en wij kijken of alle stemmen zijn uitgebracht. U kunt weer stemmen. Maar wij maken het wat spannender. En alle stemmen zijn weer uitgebracht. Dank u wel, ik sluit de stemming. Ook voor de kijkers thuis en in de zaal, u kunt nog steeds het resultaat mooi zien en hiermee is het voorstel aangenomen. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.

10.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen

De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 10 waarbij de mogelijkheid tot het stellen van vragen door de leden van de raad bestaat. En daar is een tweetal vragen binnengekomen waarbij ik als eerste het woord wil geven aan de heer Vieira. O, de heer Scholtes. Sorry. Jullie zitten net andersom. De heer Scholtes: O, sorry voorzitter, ik zal de volgende keer wel op de andere stoel gaan zitten. Dat is voor mij geen enkel bezwaar. Geïnspireerd door agendapunt 9 hebben wij deze vragen gesteld die bij agendapunt 10 zijn geland, want ieder jaar met het vaststellen van die ozb beginnen de reclames op televisie van verschillende bedrijven die het ons makkelijk willen maken in het leven en de ozb zo laag mogelijk willen houden voor de inwoners. Nu is het bezwaar maken op de ozb natuurlijk gewoon een recht dat je hebt als bewoner. Ik vind ook dat je als bewoner dat recht moet kunnen uitoefenen op het moment dat je daar inderdaad gerede twijfel bij hebt. Alleen merken we wel dat alle gemeenten juist met deze commerciële partijen heel veel last hebben, omdat die altijd het onderste uit de kan willen halen en volledig gedekt willen worden uit de gemeentekas, uiteindelijk, met de kosten die ze maken. In de beantwoording die we hebben gekregen, schrikken wij ook weer enorm van het bedrag.

Op het moment dat jij als woningeigenaar inderdaad net een € 20.000,00 lagere ozb hebt, wat een belastingvoordeel van ruim € 21,00 kan opleveren, kost het de gemeenschap wel € 720,00 om dat voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk kwamen we natuurlijk bij de einddrempel 'hoe kunnen we het belastingplichtigen of de bewoners het zo makkelijk mogelijk maken om zelf bezwaar aan te tekenen, dus niet met tussenkomst van die commerciële partijen?' Want het blijkt dat het zelf indienen van bezwaar succesvoller is, dan wanneer commerciële partijen dat doen. Wij zijn eigenlijk heel blij met de beantwoording van het college en van de ambtenaren in dezen. Dus wij willen hartelijk danken voor de beantwoording. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de volgende vragensteller, de heer Jongsma. Ik geef u het woord. De heer Jongsma: Voorzitter, nog even op wat de heer Scholtes zei. Het is goed dat het zo is. Ik denk dat het dan ook heel verstandig is dat dit vanuit de gemeente nog beter gecommuniceerd

9

wordt in een lokale krant tegen de tijd dat het speelt. Dat mensen zich bewust zijn van hoe het zit en wat ze kunnen doen. Dat zou mijn advies zijn. De voorzitter: Dank u wel. Wij nemen dat zeker mee. Ik geef ook daarbij het woord nog even aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, in de communicatie doen we daar van alles aan. Bij het aanslagbiljet zit gewoon de uitleg van wat u kunt doen om bezwaar aan te tekenen, dus ik zou in die zin ook gewoon iedereen willen oproepen: mocht u daarover nadenken, neem even contact met ons op en dan kunnen we kijken hoe we u daarbij kunnen helpen. Want dat scheelt ons enorm in de kosten en we kunnen daarmee de inwoner ook gewoon goed helpen. De voorzitter: Dank u wel. En dan kijk ik naar de volgende vragensteller, de heer Ruiterman. Ik geef u het woord. De heer Ruiterman: Ik wil het college bedanken voor de beantwoording van de vragen die gaan over de twee te bouwen sporthallen op het DIOS-complex. Ik heb vier vragen gesteld, ik wil mijn vraag nu toespitsen op vraag 2. Afgelopen commissievergadering 9 januari jl. was ik hier niet. Ik was verhinderd.

De heer Roeling had dit onderwerp op zich genomen en had de vraag gesteld aan wethouder Voskamp of het mogelijk was om binnen twee weken, dus binnen 9 januari en vandaag, een afspraak te hebben met iemand van het bestuur van DIOS zodat we dan tijdens deze vergadering daar verder op in konden gaan. Nu is dat niet gelukt. Ik heb vernomen dat ze morgen een afspraak hebben. Dat vind ik jammer, want ik had graag vandaag daar verder over willen praten. Als het dan niet lukt om die afspraak binnen twee weken te plannen, dan zou ik het prettig vinden, en ik denk de raad ook, dat we worden ingelicht dat dat niet is gelukt. Nu ben ik er zelf achteraan gegaan. Dus mijn verzoek aan de wethouder is: wil de wethouder ons in het vervolg proactief op de hoogte houden, mocht een afspraak die bevestigd is door de wethouder zelf, niet lukken binnen twee weken, zodat wij daarover worden ingelicht? Daarnaast heb ik nog een vraag. Morgen vindt er een gesprek plaats. Kan de wethouder op zo kort mogelijke termijn hiervan een verslag aan ons doen toekomen? Ik heb gezien dat er in februari nog geen commissie- of raadsvergaderingen gepland staan, dus ik zou graag op de hoogte willen blijven van de stand van zaken. Dus twee vragen. De voorzitter: Dank u wel en ik kijk even naar links, naar wethouder Voskamp. Ik weet niet of u hierop wil reageren. Ik geef u het woord.

Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter, in die commissievergadering heb ik inderdaad aangegeven dat ik mijn best ging doen om die afspraak te plannen en dat het mooi zou zijn als dat binnen die twee weken zou zijn, maar dat heb ik niet gezegd. Die afspraak is voor morgen gepland en wij hebben niet gemeend u daar het proactief van op de hoogte te moeten stellen. U kwam met vragen. Ik wil het best aangeven als een afspraak niet lukt, maar volgens mij is de termijn waarop het gebeurd is niet in die mate afwijkend dat we daar een hele communicatie over zouden moeten hebben. Voor wat betreft het gespreksverslag. Wij gaan nu gewoon met een vereniging in gesprek over een aanslag die wij hebben in het kader van een vergunningverlening. Ik kan me voorstellen dat ik u daarover informeer, maar een gespreksverslag delen over iets waar we gewoon met een inwoner of een partij in deze gemeente over praten, lijkt mij wat ver gaan. Dus ik stel u voor dat ik u op de hoogte houd van de uitkomsten van het gesprek en dat we daarna verder kunnen praten over de vraag of dat naar uw mening voldoende gebeurd is. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Voskamp, ik kijk even naar rechts naar meneer Ruiterman. Heeft u behoefte om daarop te reageren? Nee, oké. Dank u wel. Ik zie een interruptie. De heer Knaap, ik geef u het woord.

De heer Knaap: Het is geen interruptie voorzitter, het is gewoon een aanvullende vraag. Ik was er ook niet bij de commissievergadering. Ik ben blij met de antwoorden. Ik zie wel dat het venijn in de staart van dit dossier zit. Het was eerst welstand wat langer duurde. Nu zijn er nog wat opstalzaken die moeten worden geregeld. Er is discussie over de legesverordening of de hoogte 10

van de leges. Ik heb eigenlijk twee vragen aan de wethouder. De eerste is: DIOS is twee jaar in gesprek geweest met de gemeente. Ze hebben daar ook altijd hun kostenramingen netjes bij geleverd. Daar stond natuurlijk ook een bedrag in voor de leges. Mijn eerste vraag is, en misschien heeft u die in de commissie al beantwoord, hoe kan het dat er dan toch zo'n verschil is ontstaan? Ook de ambtenaren die die gesprekken gedaan hebben, hebben dat in de kostenraming kunnen zien staan. En het tweede. Er moet dus nog wat geregeld worden. Is het recht van opstal nu de laatste horde of zijn er nog andere beren op de weg? Want ik meen me te herinneren dat DIOS eigenlijk echt vorig jaar al moest beginnen met bouwen en uiterlijk maart moest beginnen met bouwen. Dus het wordt wel heel erg krap. Dus kunt u me een beetje voorlichten wat er nog te doen is? De voorzitter: Dank u wel, ik geef nu het woord aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Ik weet niet of we eerder hadden kunnen zien dat de bouwkosten zoals die opgegeven zijn door DIOS en zoals die vanuit het systeem zoals wij dat gebruiken uiteindelijk berekend zijn verschillen. Ik niet of we daar zo alert op hadden kunnen zijn dat we dat eerder hadden kunnen zien. Er wordt op een moment gesproken met een partij over een vergunning.

Die gesprekken gaan uiteindelijk ook over de financiering en aan het einde van het verhaal wordt bij het indienen van de vergunning en het toekennen van de vergunning ook een legesbedrag berekend. Daar kwam dit verhaal uit, vooral omdat wij natuurlijk gewoon werken met standaardkostenraming voor dit soort zaken. Die wijken af van de prijzen die DIOS heeft kunnen afspreken met de leverancier en waarschijnlijk ook een deel eigen werk en dat soort zaken die daardoor gekomen zijn. Dat is wel geconstateerd en vervolgens hebben we ook aangegeven bij DIOS dat we daar graag over in gesprek willen met elkaar. Het is dus niet zo dat wij nu plompverloren een rekening van twee keer zo hoog hebben neergelegd. Wij gaan dat gesprek aan met elkaar en we gaan kijken wat we daarin kunnen doen. Maar dat is in afwijking van de standaardmethodiek die we hebben. Daarom gaan we – ik zou bijna zeggen, in het kader van het vorige onderwerp – kijken of we maatregelen kunnen toepassen om elkaar op een nette manier te vinden. En u vraagt naar de hobbels. Wat ons betreft, ligt alles klaar, inclusief de financiering. Alleen is er nog wel een aantal dingen die DIOS zelf moet doen om te zorgen dat een gat dat er nog is, gefinancierd wordt en dat dat recht van opstal verhaal dat ook beschreven wordt, wordt opgelost.

De andere financiers willen ook graag zekerheid hebben over het feit dat daar straks een sporthal staat die voor een deel als onderpand kan dienen. Die gesprekken moeten onder andere vanuit DIOS zelf nog gevoerd worden met die financiers. Daar zitten wij als een van de financiers aan tafel. Wij hebben een afspraak met DIOS. Maar DIOS moet met andere financiers nog verdere afspraken daarover maken. Op het moment dat dat duidelijk is, hoeven ze het geld bij wijze van spreken alleen maar te vragen en dan kunnen we het overmaken. Maar die vraag moet wel van DIOS komen. Of daar nog meer beren op de weg komen, durf ik niet te zeggen, maar we hebben echt wekelijks en meer dan wekelijks contact met hen. Alles wat we tegenkomen, proberen we zo goed mogelijk en zo snel mogelijk op te lossen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voskamp. Is dat voor u voldoende beantwoord? Ja. Dank u wel. Dan kijk ik even rond en zijn er geen andere vragen. Ik wil nog wel even opmerken dat de commissievergadering en de raadsvergadering voor februari wel in de planning staan. Daar was net even een vraag over gesteld, maar die staan geagendeerd.

11.

Sluiting

De voorzitter: Tot slot wil ik aangeven dat we hiermee aan het einde gekomen zijn van deze eerste raadsvergadering van 2024. Ik dank u allen hartelijk voor de inbreng. En eigenlijk ook wel een beetje voor het geduld en de souplesse die u heeft rond mij als voorzitter om erin te komen. Het is nu 20.25 uur. Ik stel voor dat we om 20.30 uur, dus over vijf minuten, onze volgende bijeenkomst/vergadering starten. Dank u wel.

11

Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 27 februari 2024.

de griffier, A. de Vos

de voorzitter, F.I. Noordermeer-van Slageren

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=3d048623-7d1f-4b15-912f-9cfa2ee0a168