CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vsl Raad 2020 m 12 d 22.docx

Gemeenteraad 26 januari 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen van de notulen vorige vergadering11.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 22 december 2020, 19.30 uur. Voorzitter

: A.J. Rodenburg, burgemeester

Griffier

: A. de Vos

Aanwezig : de heer A. van den Berg (CDA), de heer T.A. Buitelaar (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Cornelissen (CDA), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (PvdA), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij!), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig : mevrouw M.E. Heutink (OGP Midden-Delfland), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer J.J.C. Moerman (VVD) Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, mevrouw S. Smit, wethouders, de heer C.M. van der Vaart (namens de papierinzamelende verenigingen)

1.

Opening van de vergadering

De voorzitter: Goedenavond, de vergadering van de gemeenteraad van Midden-Delfland is geopend. We zijn online te volgen via de webcast. Ik wens u allen heel veel succes bij deze eerste digitale vergadering. Het zal veel van ons vragen. De griffier zit op een andere plek. Die zit normaal gesproken naast mij maar nu zit er toch een paar honderd meter tussen. De griffier is niet in beeld maar kijkt via de livestream en is dan een minuut later bij het punt in de vergadering waar we met elkaar nu verbonden zijn, dus mocht er ingegrepen moeten worden, dan horen we de griffier pas na een minuut. Maar dat zal wel goed gaan vanavond. Ik heb bericht van verhindering gekregen van de heer Van Lier en van mevrouw Heutink. Volgens mij mis ik ook nog van de VVD de heer Moerman en mevrouw Langeveld is er wel, maar ze is nog bezig de computer zo te krijgen dat we haar ook kunnen zien. Maar horen zal misschien wel lukken. Met deze dienstmededeling moeten we het maar even doen. De opening van de vergadering hebben we daarmee gehad.

2.

Regeling der werkzaamheden

De voorzitter: Dan komen we bij de regeling der werkzaamheden. Zoals we dat altijd doen, hebben we hier drie lijsten, de lijsten A, B en C. Als u met me mee bladert, is dat prima, maar het is misschien wel een goede gedachte als u niets wilt zeggen en ook niets van uw achtergrondgeluiden van thuis wilt delen met de rest, de microfoon even uit te zetten. Anders kunnen we met u meeluisteren als huisgenoten eventueel gaan telefoneren of dat soort zaken. Lijst A, de brieven van het college. Ik zie een aantal verzoeken om daarover te spreken. Dat kan op volgorde, dat maakt het makkelijker. De heer Jongsma. De heer Jongsma: We willen graag brief A-078 agenderen voor de commissie van januari. We vinden het stuk niet volledig. Er ontbreekt te veel en dat willen we graag in de commissie verder toelichten en bespreken met de rest van de commissie. De voorzitter: Oké, ik noteer het als verzoek om te agenderen. A-078. Als anderen dat ook zo akkoord vinden? Ik zie niemand hard nee schudden. De heer Zwaard: We zouden als CDA graag A-084 op de agenda van de commissievergadering van januari geplaatst willen zien. De voorzitter: Dat is de stand van zaken uitrol snel internet in het buitengebied? De heer Zwaard: Dat klopt.

De heer Vieira: Dezelfde brief als waar de OGP Midden-Delfland op doelde, A-078, willen we ook agenderen. Sterker nog, ik denk dat we zelfs nog schriftelijke vragen vooraf richting het college sturen voor wat tekst en uitleg. De voorzitter: Dat staat genoteerd, die ging al naar de commissie dus dat is een dubbel verzoek. De heer Roeling: Ook de heer Van der Spek heeft een verzoek dus dadelijk komt de heer Van der Spek in mijn frame. De voorzitter: O, jullie zitten samen? De heer Roeling: Ja. De voorzitter: Ja, die miste ik net eigenlijk ook. Maar hij is er wel. De heer Roeling: Het gaat over de eerste brief, A-072, een ontwerpbestemmingsplan Tramkade. We zouden die graag ontvangen, althans, de anterieure overeenkomst die daaraan vooraf is gegaan. De voorzitter: Dat is een technisch verzoek om iets te mogen ontvangen eigenlijk, dus dat wijzigt niets aan de wijze van afdoening. Want dat is voor kennisgeving aannemen. De heer Roeling: Nou, in die zin verandert dat niet, maar het viel me op en ik denk dat daar iets achter zit en dat zou ik graag even nagaan. Maar we hebben geen voorstel voor agenderen voor een commissievergadering. De voorzitter: Dan blijft de wijze van behandeling gelijk maar wilt u de anterieure overeenkomst ontvangen. Dan vragen we het college of daarvoor kan worden gezorgd.

Ik neem aan dat daar geen bezwaar tegen is, maar dan is dat naar het college doorgeleid. Dus er zijn twee wijzigingen op de lijst, dat gaat om A-078 Raadsupdate Cultuur en A-084 SvZ uitrol snel internet in buitengebied. Die gaan door naar de commissie en daarmee is de lijst vastgesteld. Lijst B is de ingekomen post van derden. Wie wil daarover het woord? Is dat niet het geval? Dan is Lijst B ongewijzigd vastgesteld. Dan hebben we Lijst C, de brieven en schriftelijke vragen. De eerste is van het raadslid Langeveld over de jeugdhulp, zijn daar nog nadere vragen over of is dit afdoende beantwoord? Mevrouw Langeveld: Ik heb daar nog wel een vraag over. Ik ben helaas niet in beeld, dat zal de volgende keer hopelijk wel lukken. Ik heb vragen gesteld omtrent miljoenen die niet naar de jeugdhulp gaan volgens een aantal artikelen. Een van de vragen die ik heb gesteld ging erover of het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden ook onderzoeken heeft gedaan naar mogelijke zorgfraude en de beantwoording daarop is dat er inderdaad een aantal onderzoeken heeft plaatsgevonden. Ik ben benieuwd of de wethouder mij kan vertellen wat in grote lijnen de uitkomsten zijn geweest. Daarnaast heb ik nog een aantal vragen over de wijze van controle van de gemeente Midden-Delfland op de facturen.

Maar ik stel voor die te stellen in de eerstvolgende raadswerkgroep Sociaal Domein dus ik vraag de wethouder of hij dat punt ook op de agenda wil zetten voor de raadswerkgroep. De voorzitter: Dus er is een vraag, namelijk wat in grote lijnen de uitkomst is van de onderzoeken die gedaan zijn. Het andere is een eigen initiatief voor de raadswerkgroep. Dan mag ik naar het college kijken. Wethouder Ten Have: Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden heeft onderzoek gedaan naar aanleiding van die publicaties van jeugdzorg over winstgevendheid in de zorg. We hebben ook gekeken naar onze eigen aanbieders. We hebben 49 aanbieders bekeken op basis van het jaarverslag en in grote lijnen komt daar het beeld uit dat de grote zorgaanbieders een zeer matig resultaat boeken. Dat is hetzelfde beeld als Jeugdzorg Nederland schetst. Bij Jeugdzorg Nederland kwam ook aan de orde dat de kleine aanbieders heel hoge winsten zouden behalen en dat beeld komt niet naar voren uit de onderzoeken van de jaarrekeningen. Het gaat om 49, of 45 jaarrekeningen van jeugdhulpaanbieders in onze regio en de kleinere aanbieders – kleiner dan € 15 miljoen omzet – komen in hun analyse van de jaarrekening op zo'n 6% rendement, wat substantieel afwijkt van het

beeld dat Jeugdzorg rapporteerde. Het vermoeden bestaat dat Jeugdzorg op basis van de enkelvoudige jaarrekeningen geen rekening heeft gehouden met het onttrekken van salaris daar waar het dga's betreft met belastingen. Dus we herkennen het beeld niet. De H10 monitort het beeld wel. De rapporten zijn gedeeld met de wethouders, maar er is afgesproken dat we dat niet naar buiten brengen omdat we op een aantal onderdelen nog nader onderzoek willen doen. Maar we monitoren het en we herkennen het beeld van Jeugdzorg Nederland dus niet. De voorzitter: Dat is het dan in grote lijnen vermoed ik. Ik kijk nog even naar mevrouw Langeveld – nou ja, ik kijk wel, maar ik zie niets. Kunt u hiermee uit de voeten? Mevrouw Langeveld: Ik kan hier zeer zeker mee uit de voeten. De voorzitter: Niemand anders meer op dit punt? Dan gaan we door naar de volgende vraag van de VVD over de APV, over carbid. Het is een vraag van de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dat klopt voorzitter, maar het is een beetje uw portefeuille dus ik weet niet hoe u digitaal de rol van voorzitter aan de heer Cornelissen over kunt dragen? De voorzitter: Dat kan. Als u spreekt richting de heer Cornelissen, dan is hij nu de voorzitter. (De heer Cornelissen neemt de rol van voorzitter van de raad over van de burgemeester tijdens de beantwoording van de volgende vraag.) De voorzitter: Oké, bij dezen.

De heer Van der Eijk: We hadden wat vragen gesteld over het schieten met carbid. Hiermee hebben we als weilandgemeente eigenlijk het carbidschieten in de hele regio Haaglanden op de kaart gezet, in ieder geval bestuurlijk. Ik hoorde van veel buurgemeenten dat ze daar ook nog niet echt over nagedacht hadden. Met betrekking tot de APV hebben we de nadere vraag. De PvdA heeft dit ook al schriftelijk gedaan. Er wordt gesteld 'er mag geen carbid geschoten worden op of aan de weg of een openbare plaats'. Een weg kan ik me wel inbeelden, maar bij een openbare plaats denk ik aan zoiets als de vrachtwagenparkeerplaats. Schieten met carbid, vind ik, moet je met boerenverstand doen, en ook zo benaderen. Er zijn allemaal logische plekken waarvan ik vind 'daar moet je dat vooral niet doen'. Maar dan komen we bij de vraag 'wat is dan geen openbare plaats'? Ik zou zeggen 'dat is een weiland' en als ik dan de APV zo lees, dan kan dat waarschijnlijk. Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag. Ik had die vraag gesteld en als antwoord kreeg ik dat het in de APV stond. Maar ik heb met u een uitgebreid document gedeeld met de klantreis die ik gemaakt heb en daar kom ik op een heel andere APV uit. Ik vind het wel een beetje teleurstellend dat ik in de beantwoording van mijn vraag daar niet op gewezen ben.

Kan nog wat nader verklaard worden waarom ik eigenlijk op een heel andere APV kom en waarom deze er is en ook waarom we dan niet even nader worden meegenomen in wat voor soorten APV's er zijn? Ik heb zelf wat onderzoek gedaan en dat heb ik ook met u gedeeld, om niet in een grote Babylonische spraakverwarring terecht te komen, want anders zou ik met dezelfde stelligheid kunnen beweren 'het staat niet in de APV', omdat ik op een heel andere APV uitkom. Daarvan heb ik dus een filmpje gedeeld. Ik hoop dat de vraag duidelijk genoeg is om daar alsnog antwoord op te geven. De voorzitter: Ik denk dat de burgemeester ons uit de brand kan helpen. Burgemeester Rodenburg: Ik hoor twee vragen. Een vraag gaat over de inhoudelijke kant van het carbidschieten en de andere gaat over het onderwerp dienstverlening. Daar zal de wethouder dienstverlening iets meer over kunnen zeggen; hoe uw klantreis begonnen en geëindigd is, laat ik even bij wethouder Smit. Carbid is bij ons een soort traditie links en rechts en iedereen weet, inderdaad met boerenverstand, daarmee om te gaan. Dat is de afgelopen jaren dan ook zo geweest. In de APV zoals ik hem ken en zoals ik hem ook met u jaren geleden heb gedeeld, staat dat.

Dus op of aan de weg – en als we het hebben over een vrachtwagenparkeerterrein is dat ook gewoon openbare weg – en voor de rest moeten we denk ik de openbare plaatsen een beetje zien als op een markt, of een dergelijke plek. Daar moet je aan denken, in ieder geval openbaar, maar daar is het dus verboden. En wat betreft

andere plekken, als u zelf een weiland heeft en u bent daar eigenaar van, dan bent u vrij om met dat weiland te doen wat u wilt en dan kunt u daar carbidschieten. Een punt daarbij is overigens dat u dan wel wordt gehouden aan het feit dat u geen overlast moet veroorzaken. Als je een weiland hebt met een stukje waar je dan carbid kunt schieten en dat is vlak naast het huis van de buurman, vindt die dat vast ook niet helemaal geweldig. Ik deel helemaal met de heer Van der Eijk dat we dat met boerenverstand moeten doen en ik heb daar in de afgelopen jaren eigenlijk nooit enig probleem mee gezien. Ik verwacht het eigenlijk ook niet. Het enige probleem kan zijn dat mensen zonder boerenverstand iets gaan doen, maar dat horen we dan gauw genoeg. Andere vragen laat ik… De voorzitter: Is dat tot zover voldoende, voordat we overgaan naar wethouder Smit? Was ik verstaanbaar? Burgemeester Rodenburg: Ja, ik hoor het en volgens mij anderen ook, maar de heer Van der Eijk wat later, denk ik. De voorzitter: De vraag was aan de heer Van der Eijk of dit voor deze vraag voldoende is voor we overgaan naar wethouder Smit. De heer Van der Eijk: O, ik dacht dat we meteen doorgingen naar wethouder Smit. Maar over het carbidschieten is het voldoende duidelijk dat dingen kunnen met boerenverstand. Wat ik hoorde over overlast is wel een beetje subjectief maar dat is ook gewoon rekening houden met elkaar.

Over de APV heb ik ook al contact gehad met wethouder Smit en dat zal zij waarschijnlijk toelichten. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan wethouder Smit voor de beantwoording van het tweede deel van de vraag. Wethouder Smit: Het klopt inderdaad dat de heer Van der Eijk en ik daar contact over hebben gehad en ik heb de klantreis gevolgd zoals de heer Van der Eijk die in een filmpje met ons gedeeld heeft. Het blijkt inderdaad zo te zijn als de heer Van der Eijk stelt, dat als je zoekt op overheid.nl, de verplichte website waar we als gemeente onze regelgeving op moeten aankondigen, je niet de APV krijgt zoals die nu eigenlijk geldt terwijl je dat natuurlijk wel zou verwachten. Dat ben ik wel met de heer Van der Eijk eens en dat hebben we ook al gedeeld. Dat heeft ermee te maken dat in de titel van onze APV de term 'APV' niet voorkomt. Dat is een beetje ongelukkig want je zou natuurlijk wel verwachten dat dat zo is. Je zou dan eigenlijk moeten zoeken in de tekst van de regelgeving en niet alleen in de titel. Dat is voor ons een aandachtspunt en dat gaan we ook delen met overheid.nl, de site waar we de regelgeving moeten delen. We nemen dat ook op als we nieuwe regelgeving publiceren, dat we extra goed opletten welke termen er in de titel staan omdat het wel logisch is dat mensen in de titel zullen zoeken naar bepaalde termen.

Dus dat hebben we opgepakt en daar gaan we in toekomstige regelgeving en publicaties rekening mee houden en voor de zekerheid nemen we ook op onze eigen gemeentewebsite over de APV voor de komende periode de volledige huidige APV op. De voorzitter: Was dat voldoende duidelijk, de heer Van der Eijk en naar tevredenheid? De heer Van der Eijk: Ja, dat was naar tevredenheid. De APV wordt opnieuw vastgesteld in februari en daar hebben we al bericht over gehad. Dus als dit niet in de titel komt, zal ik niet schromen een amendementje in te zetten voorzitter, maar dat kunnen we dan in de toekomst goed in de gaten houden. Ik heb geen verdere aanvullingen. De voorzitter: Als er verder geen aanvullende vragen zijn? Ik zie nog de PvdA. Mevrouw Snethlage: Wij hadden de vragen van tevoren ingediend zodat het antwoord dat daarop gegeven moest worden eventueel van tevoren kon worden gegeven. Helaas is dat nu niet helemaal gebeurd. We vroegen ons nog wat af. Als tweede vraag hadden we gesteld: wordt hierover nog helderheid naar de inwoners gegeven? Want we vernemen van een heel aantal inwoners dat het volstrekt onduidelijk is wat wel en niet mag. De voorzitter: Misschien is het goed om die vraag nog even bij de burgemeester neer te leggen.

Burgemeester Rodenburg: Nog een goede tip, dank u wel. Het heeft al even in de media gestaan 'hoe om te gaan met carbid in de gemeente'. We zullen dat nog een keer herhalen. Volgens mij komt het nog in de krant van deze week, De Schakel, en anders volgende week nog, bij de informatie over de jaarwisseling. Sowieso zijn er nog wel wat tips te geven over de jaarwisseling. Zoals u weet, de vuurpotjes en dergelijke zullen misschien ook wel neergezet worden en dan adviseren we ook iedereen om daar wat tegels onder te leggen om schade aan het wegdek zoveel mogelijk tegen te gaan. Dus die tip geef ik even mee, anders brandt het asfalt weg en dat zou jammer zijn. De voorzitter: Mevrouw Snethlage, was dit voor u naar tevredenheid? Mevrouw Snethlage: Zeker naar tevredenheid, prima. De voorzitter: Dan geef ik het woord weer terug aan de burgemeester als voorzitter van de raad. (De burgemeester neemt het voorzitterschap weer over.) De voorzitter: Dank u wel mijnheer Cornelissen als vicevoorzitter, voor het overnemen van de voorzittershamer zonder hem echt in handen te hebben. Dat gaat helemaal prima. De volgende vraag gaat over kunst en cultuur en werd gesteld door OGP Midden-Delfland. Is er behoefte om nog een nadere vraag te stellen op dit punt? De heer Jongsma: Voor nu zijn de vragen naar tevredenheid beantwoord.

Bijzonder veel dank aan het college voor de bijdrage die is gegeven aan het team Vrienden van de bibliotheek, dat vinden we echt sympathiek en hier worden we wel blij van. De voorzitter: Dank voor dit punt, dan zijn we door alle brieven heen en dan gaan we naar agendapunt 3. Van Lijst A worden de nummers 078 en 084 doorgeleid voor behandeling in de commissie. Voor het overige worden de lijsten ongewijzigd vastgesteld.

3.

Spreekrecht voor belangstellenden

De voorzitter: Dit gaat over agendapunt 6. De heer Van der Vaart heeft zich aangemeld als spreker. U mag het woord voeren, bent u zover? De heer Van der Vaart: Dank u wel voorzitter, goedenavond college, raad en andere luisteraars en kijkers. Ik denk dat ik de primeur heb om het spreekrecht via internet te doen. Het is wat vervelend maar ik hoop dat ik de enige ben want dan gaan we snel weer naar normaal toe. Mijn naam is Kees van der Vaart. Ik spreek in namens de zes verenigingen in Midden-Delfland die oud papier ophalen en dat al heel erg lang doen. Ik doe dat namens de besturen, maar achter de besturen gaan natuurlijk duizenden leden van verenigingen schuil. Ik heb ook al gebruikgemaakt van het spreekrecht in de commissie. Ik denk dat al heel veel dingen helder zijn en er nog wel wat is blijven liggen waarover ik u ook al heb geïnformeerd in de mail die ik u na afloop heb gestuurd. Voor ik naar de inhoud ga, allereerst dank aan wethouder Ten Have voor een hele avond hard werken achter de kraakwagen de laatste keer dat we papier ophaalden in Maasland. Ik hoop dat dat weer wat meer inzicht heeft gegeven in wat we tegenkomen, letterlijk tegenkomen, op straat, als we papier ophalen. Maar ik wil de wethouder bedanken voor het goed georganiseerde proces rond dit verhaal.

Het is voor de verenigingen niet leuk maar we zijn er wel op tijd bij betrokken en we hebben ook goed mee kunnen praten. Dat willen we doen en blijven doen, ook als we niet meer zelf ophalen, willen we graag onze kennis blijven inzetten en onze ervaring om ervoor te zorgen dat de overgang goed verloopt. Dan naar de inhoud. Bij de bespreking in de commissie ontstond op enig moment enige onduidelijkheid en wat spraakverwarring over wat nu de vraag van de verenigingen was. Er kwam nogal wat rekenwerk aan te pas van 2020 en 2021, het gemiddelde over een x-aantal jaren, of yaantal jaren, een prognose, enzovoort. Laten we daar helder over zijn. De vraag van de verenigingen was vier maal de jaaropbrengst van een gemiddelde over de jaren 2017, 2018 en 2019. Ik begrijp dat er enige verwarring is want zowel aan de kant van de verenigingen als aan de kant van de

gemeente gaat het eigenlijk over twee verschillende vragen. Aan de kant van de verenigingen is de vraag 'wat zou er nodig zijn om het verlies van deze actie te compenseren?' Dan kom je aan een heel groot bedrag want een actie die al vijftien jaar tot genoegen van iedereen loopt, vinden we niet meer opnieuw. Ik zit heel veel in het verenigingsleven en fondsenwerving en donaties en weet ik wat allemaal en ik weet nog niet hoe we dit moeten compenseren. Maar als je dus heel langjarig wilt compenseren, kom je met de huidige rentevoet op een negatieve discontovoet uit en dan wordt het een gigantisch bedrag. Dat is het antwoord op de ene vraag 'wat is nodig?' De andere vraag waar we naar hebben gekeken was de vraag 'wat is redelijk?' Dan komen we tot vier keer het gemiddelde jaarinkomen. Aan de kant van de gemeente ligt eigenlijk eenzelfde soort vraag. Daar begin ik andersom: wat is redelijk? Daar hoeft niet per se hetzelfde antwoord uit te komen als uit de vraag 'wat is mogelijk?' want dat heeft te maken met hoe lang we dit gedaan hebben, wat de inkomsten voor de gemeente, of de besparingen voor de gemeente waren en wat de inzet is geweest, enzovoort.

De andere vraag voor de gemeente is vervolgens 'wat is mogelijk te doen?' Ik denk, en dat hoop ik ook, maar ik ga uiteraard niet over uw manier van vergaderen, dat als de raad deze twee vragen als leidraad neemt om over te praten met elkaar, de kans op verwarring veel kleiner is en dan krijgen we duidelijkheid over wat redelijk zou zijn en wat mogelijk is. Ik hoop dat de discussie ons iets dichterbij elkaar brengt wat betreft de financiële vraag en het financiële aanbod van de gemeente, de vraag van de vereniging en het aanbod van de gemeente. Ik ga met belangstelling daarnaar luisteren en ik wens u daar een goede bespreking over. Dank voor de aandacht. De voorzitter: We gaan er zo meteen over spreken. Het gaat om de zijbelading, agendapunt 6.

4.

Vaststellen van de agenda

De voorzitter: Dat brengt me bij agendapunt 4, het vaststellen van de agenda. Ik zie twee handjes omhooggaan. De heer Jongsma: Ik wil graag nog even terugkomen op de inspreker, want ik zou het fijn vinden de gelegenheid te krijgen een vraag te stellen als dat mag. De voorzitter: Ja, dat was natuurlijk een mogelijkheid. De inspreker zit hier nog en u kunt de vraag stellen, gaat uw gang. De heer Jongsma: Dank u wel, mijnheer Van der Vaart, voor het inspreken. Nog even een vraag. U had het over wat redelijk is en u had het over vier keer een jaaropbrengst, of een gemiddelde daarvan. Wat is dat in uw schatting, even voor de duidelijkheid? De heer Van der Vaart: De jaaropbrengst op basis van de gegevens die de gemeente heeft aangeleverd over het gemiddelde van de jaren 2017, 2018 en 2019, komt uit op € 90.000,00 gemiddeld en nog een beetje, dus € 360.000,00 als je dat vier keer doet. De voorzitter: Dat was het antwoord op de vraag van de heer Jongsma, dan nog mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik heb een vraag over het vaststellen van de agenda. Ik wil graag agendapunt 5.b over de Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie als bespreekstuk behandelen. Daar heb ik een heel kleine opmerking over. Dat hoeft geen langdurig agendapunt te zijn, wat mij betreft. De voorzitter: Die houden we even vast.

Ik kijk nog even naar de heer Jongsma, was de vraag aan de heer Van der Vaart goed afgehandeld? De heer Jongsma: Ja voorzitter, die was prima behandeld. De voorzitter: Dan zijn we inderdaad bij het vaststellen van de agenda. Het voorstel is gedaan om van 5.b een bespreekstuk te maken. Ik stel voor dat we dat dan 6.b noemen en het na het voorstel tot invoering zijbelading kort te behandelen. Bent u akkoord met deze marsroute? Dan gaan we dat doen.

De agenda wordt vastgesteld met dien verstande dat hamerstuk 5.b als bespreekstuk 6.a wordt geagendeerd.

5.

Hamerstukken

5a. 5.a.1 5.a.2. 5.c. 5.d.

Vaststellen van de notulen vorige vergadering Verslag openbare vergadering d.d. 9 en 10 november 2020 Verslag besloten vergadering d.d. 24 november 2020 Voorstel Experiment centraal tellen bij de Tweede Kamerverkiezing 2021 Voorstel toepassen coördinatieregeling WRO voor Bestemmingsplan Jachthaven Maasland Voorstel vaststelling bestemmingsplan Zouteveenseweg 6-9 Schipluiden Voorstel plan van aanpak optimalisering Bedrijfsvoering (BVO) en ICT Sociaal Domein Voorstel 1e wijziging Legesverordening Midden-Delfland 2021 Voorstel Periodieke Begrotingswijziging 2020-4

5.e. 5.f. 5.g. 5.h.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de voorstellen vast.

6.

Voorstel Invoering zijbelading

De voorzitter: Ik stel voor dat u allen de digitale hand opsteekt als u het woord wilt voeren en dan begin ik gewoon bij de eerste die ik zag, dat is de heer Vieira. De heer Jongsma: Voorzitter, mag ik even? Dit punt is met name door Mijn Partij! op de agenda gezet, het lijkt me verstandig om dan ook Mijn Partij! als eerste het woord te geven. De voorzitter: Ja, heel goed. U wordt op uw wenken bediend, bovenaan het lijstje staat nu de heer Roeling, Mijn Partij! De heer Roeling: Ik wil in ieder geval ook de heer Van der Vaart even bedanken voor zijn digitale inbreng. Dit is in de commissie wel of niet goed behandeld. Misschien was er een beetje een misverstand. Ook wij hebben gekeken 'wat is redelijk en wat is haalbaar? Wij vinden nog steeds het stuk dat door de verenigingen is ingebracht een goed beargumenteerd document over viermaal de gemiddelde jaaropbrengst. Dat is ook redelijk. De heer Van der Vaart gaf net zelf ook al aan 'het zal voor ons als verenigingen heel moeilijk zijn om een vergelijkbare inkomstenbron te vinden in de komende jaren'. Dus we hebben toch even de koppen bij elkaar gestoken en we willen – dat is ook een noviteit – het eerste digitale amendement indienen. 'Wij' is dan de ChristenUnie, D66, PvdA en Mijn Partij! Ik weet niet of het nu digitaal ieders kant opkomt, maar het is digitaal ondertekend, dat was ook al een uitdaging.

Dus voorzitter, we hebben goed geluisterd naar de verenigingen en goed geluisterd naar het college. We vinden dat als we in het midden gaan zitten tussen die twee – dus enerzijds het voorstel van het college en de wens van de verenigingen anderzijds – dat we tegemoetkomen aan de jarenlange inzet van de verenigingen en de onzekerheid die zij tegemoet gaan. Wat ons betreft is de lichte verhoging die wij met het amendement hebben ingebracht wel te overzien. Wij denken dat we op deze wijze enerzijds kunnen instemmen met de zijbelading, waar we wel wat vraagtekens bij hebben nu en in de toekomst, en anderzijds dat we in de buurt komen van de verenigingen. Dus wat ons betreft is dat onze inbreng. De voorzitter: De griffier gaat ons denk ik helpen door het amendement in het digitale vergadersysteem te zetten. Ik heb het nog niet gezien, maar het komt er ongetwijfeld aan. U heeft het amendement ook ondertekend, neem ik aan, mijnheer Roeling? De heer Roeling: Digitaal, dus we hebben een handtekening gezet, daar hebben we een fotootje van gemaakt en die heeft de heer Vieira op werkelijk schitterende wijze ingevoegd en je ziet het verschil niet. De voorzitter: Met deze toelichting, geef ik het amendement een letter en maakt het deel uit van de beraadslaging vanavond. Dan gaan we door met de volgende spreker.

De heer Van der Eijk: Dit amendement is nieuw voor mij en ik zie het zo wel verschijnen. Wij denken dat we verenigingen hebben die daar jarenlang werk voor hebben verricht. Die hebben daar inkomsten voor ontvangen en de gemeente heeft daar ook wel een besparing mee gehaald, maar het is niet zo dat de besparing bij de gemeente op de bankrekening staat. De lasten waren anders hoger geweest voor onze inwoners en via de afvalstoffenheffing zijn die lagere kosten eigenlijk altijd teruggevloeid naar onze inwoners en daarom zien we het niet zo dat de besparing die is behaald bij de gemeente netto op de bankrekening staat. Het college heeft een flinke onderhandeling gedaan en de verenigingen meegenomen over het hoe en wat om tot een overeenkomst te komen. Wij als VVD vinden dat dat redelijk en haalbaar is. Voor de rest zou ik het niet zinvol vinden om nog eens terug te komen op de commissie om al die punten te herhalen. Tot zover mijn inbreng. De heer Roeling: Voorzitter? De voorzitter: De heer Roeling, u had een interruptie maar dat zie ik natuurlijk niet want u bent weer onderaan het lijstje terechtgekomen. Maar goed, gaat uw gang. De heer Roeling: Een interruptie op wat de heer Van der Eijk zojuist zei. Het is linksom of rechtsom belastinggeld. Als het op de rekening staat van de gemeente is het ook belastinggeld. Dus ik volg die beredenering niet.

Het is fijn dat de inwoners daar dan volgens de beredenering van de heer Van der Eijk een voordeel aan hebben gehad, maar dat is natuurlijk iets anders dan zeggen 'er zit verschil tussen of het op de bankrekening staat of dat het terugvloeit naar de inwoners'. Linksom of rechtsom is het belastinggeld en voor die verenigingen, nogmaals, niets dan lof. Dus is de heer Van der Eijk het met mij eens dat of het nu op de bankrekening staat van de gemeente of dat het van daaruit weer terugvloeit naar de inwoners, het altijd gaat om belastinggeld? De heer Van der Eijk: Nou, geld dat je niet heft bij de inwoners, is in mijn ogen geen belastinggeld. De voorzitter: Dat was een interruptie. Bent u klaar met uw bijdrage in eerste termijn de heer Van der Eijk? Dan gaan we door naar de volgende, de PvdA. Mevrouw Snethlage: Ik wil natuurlijk beginnen met dank aan de heer Van der Vaart voor het inspreken tot twee keer aan toe en de vele informatie die hij ons heeft gestuurd. Verder wil ik het college bedanken voor het beantwoorden van onze tweede termijn technische vragen. Ze scheppen een stuk meer duidelijkheid over toch wel lastige punten in de overgang naar zijbeladen. Zijbelading is voor het werk van onze vuilophalers een goede vooruitgang in het kader van de Arbowet.

Wat het precies voor onze inwoners gaat betekenen in afstand naar de opstelplaatsen, het niet meer bij kunnen plaatsen van dozen met papier en de gunfactor aan de verenigingen, geeft ons nog wel enige onzekerheid over het slagen van deze overgang. We zijn dan ook blij dat de inwoners er met behulp van coaches duidelijkheid bij wordt gegeven. We zien ook nog wel een risico in de achteruitgang voor inwoners vanwege het verder sjouwen met die zware papiercontainers. Wat nog veel belangrijker is, is dat we die verenigingen heel erg dankbaar zijn voor het al jaren ophalen van dat oude papier en karton. Daardoor zijn we zo goed geweest in het scheiden van ons afval. Het is ook een geoliede machine gebleken die door veel vrijwilligers draaiende gehouden is. Nu gaan we weliswaar een andere fase in, logisch omdat voor de vuilophalers zijbelading echt noodzakelijk is. Maar dat betekent wel dat de verenigingen een groot deel van hun inkomsten gaan missen en dat willen we inderdaad compenseren. In de commissie hebben we al aangegeven dat het wat ons betreft de bedoeling was dat we het verzoek van de verenigingen iets meer zouden benaderen als gemeente. Samen met een aantal andere fracties hebben we dus dat amendement ingediend om verschil tussen het bod van het college en het verzoek van de verenigingen te middelen. Hier wil ik het bij laten in eerste termijn.

De heer Ringeling: Ik ga niet alles herhalen wat we in de commissie hebben gezegd. Ik wil nog even zeggen dat we het eens zijn met het voorstel. Alleen we vinden de compensatie richting de verenigingen iets te mager en we zijn daarom mede-indiener van het amendement. We hopen dat de rest van de raad dit amendement ook gaat steunen. De heer Vieira: Ook van mijn kant wil ik de heer Van der Vaart bedanken voor het inspreken en met name ook voor het aanbod om in de toekomst met de gemeente mee te denken op dit onderwerp.

Dus fijn dat dat aanbod staat. Na het vorige inspreken en het bekijken van de stukken ben ik er zelf ook nog een keer ingedoken. Ik snap het voorstel van de gemeente waardoor je op € 250.000,00 uitkomt, maar goed, daar is het jaar 2020 in meegenomen. Maar 2020 is een beetje vreemd jaar geworden, dat hoef ik eigenlijk niet te vertellen, ook op dit vlak. Een groot deel van het oud papier werd door Aziatische en Amerikaanse landen verwerkt, maar die markten nemen het nu niet af. Waar dat nu exact aan ligt, of dat nu aan corona en transportbewegingen of iets anders ligt, weet ik niet. Dus dan kom je toch weer op de berekening van 'hoe ziet het eruit over de jaren 2017, 2018 en 2019?' Dan kom je inderdaad gemiddeld op € 90.000,00 per jaar uit. Keer vier jaar compenseren, dan kom je op € 360.000,00. De gemeente zegt € 250.000,00. Daar zit een gat tussen van € 110.000,00. Er is al een paar keer gerefereerd aan het amendement maar ik wil het voorstel doen om het even door te nemen zodat we weten waar we het over hebben.

Amendement A ingediend door D66, Mijn Partij!, PvdA, ChristenUnie Vergoeding verenigingen oud papier "De raad van gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 22 december 2020; behandelend agendapunt 6, invoering zijbelading; constateert dat: • diverse verenigingen al meer dan 45 jaar oud papier ophalen;  zij hiermee de gemeente veel kosten hebben bespaard en een goede bijdrage hebben geleverd aan het milieu;  de opbrengst van oud papier over de jaren 2017-2019 per jaar gemiddeld ruim € 90.000,00 per jaar was; overwegende dat: • verenigingen de komende jaren op zoek moeten naar nieuwe inkomstenbronnen;  verenigingen gedegen onderbouwen waarom een compensatie van circa € 360.000,00 reëel is en het college € 250.000 voorstelt; besluit:  als gemeenteraad in het midden te zitten en de vergoeding aan de verenigingen met jaarlijks € 15.000,00 op te hogen, zodat de vergoeding uitkomt op € 310.000,00." Tot zover de eerste termijn. De heer Jongsma: Tijdens de commissie hebben we inderdaad al vastgesteld dat de raad in meerderheid van mening is dat zijbelading moet worden ingevoerd dus daar hoeven we het nu niet over te hebben. Het punt is inderdaad de compensatieregeling. In de commissie was al duidelijk dat een aantal partijen € 250.000,00 redelijk vindt en een aantal partijen vindt een hoger bedrag redelijk, dat blijkt nu met het amendement dat voorligt.

De heer Van der Vaart gaf vanavond aan 'wat is wenselijk en wat is mogelijk?' We hebben in de commissie al aangegeven dat het voor de gemeente op dit moment helaas niet mogelijk is om veel extra geld te geven aan de verenigingen om te compenseren in de mate waarin zij dat voor ogen hebben. Het voorstel ligt er nu voor vier jaar. OGP Midden-Delfland heeft toen ook al aangegeven dat, mocht na vier jaar blijken dat een vereniging het moeilijk heeft, er dan wellicht wel mogelijkheden zijn om alsnog iets te compenseren. Maar voor dit moment, ook gelet op de situatie waarin we zitten en ook naar andere verenigingen toe, vinden we het als OGP Midden-Delfland nu niet verantwoord om meer uit te geven dan € 250.000,00. Dat is niet omdat we… We willen dat gewoon omdat we ook richting andere verenigingen vinden dat dat, gelet op wat door het college is voorgesteld, een redelijk voorstel is. De heer Cornelissen: Ik kan me volledig aansluiten bij de woorden van de heer Jongsma; wat is redelijk en wat is mogelijk? En de noodzaak waarom we dit moeten doen, is ook duidelijk, in verband met de invoering van de zijbelading. Wat is redelijk? Het CDA durft met vertrouwen te zeggen dat € 250.000,00 redelijk is. Daarom spreken we het vertrouwen uit. Voor zover mij bekend, heeft het college en heeft deze raad nog nooit een vereniging in de kou laten staan.

Dus wat dat betreft, sluit ik ook aan bij de woorden van de heer Jongsma en daarom durft het CDA met vertrouwen dit voorstel te steunen.

De voorzitter: Dan kan ik melden dat het amendement inmiddels in iBabs is ingevoerd door de griffier. Belangrijk werk dat op de achtergrond is uitgevoerd. Het staat bij 6.1 en het is inderdaad een amendement dat voldoende is ondertekend. Een zou genoeg zijn geweest, maar er staan meerdere handtekeningen onder. En voor de duidelijkheid, het is een amendement dat zo is geschreven om te besluiten dat de gemeente in het midden gaat zitten en de vergoeding aan de verenigingen jaarlijks met € 15.000,00 ophoogt zodat de vergoeding uitkomt op € 310.000,00. Dat gezegd hebbend, gaan we naar de wethouder. Wethouder Ten Have: Laat ik beginnen met nogmaals te zeggen dat we natuurlijk heel veel waardering hebben voor alles wat de verenigingen gedaan hebben in de afgelopen vele jaren. Ik ben inderdaad twee keer zelf mee geweest, wat heel leuk en leerzaam was, waarbij je ook wel ziet dat er natuurlijk veel bijplaatsingen zijn. Mensen plaatsen heel makkelijk allerlei los papier naast de bakken en dat wordt meegenomen, dat is op zich een mooie service. Maar dat zal straks niet meer kunnen en daar moeten mensen ook aan wennen zodat ze dat of in de bakken doen, of dat zelf naar de milieustraten brengen.

Maar de verenigingen hebben dat vele jaren opgehaald, ten faveure niet alleen van de verenigingen zelf, maar vooral ten faveure van de burgers van Midden-Delfland die daardoor minder afvalstoffenheffingen hoefden te betalen. We hebben in overleg met de verenigingen een voorstel gedaan waarvan we vonden en vinden dat dat redelijk en mogelijk is. Een bedrag uit de algemene middelen waarbij – ik heb dat al eerder gezegd – het lastig is om te zeggen 'dit moet het zijn en dat mag het niet zijn'. Het is ook een beetje 'er is niet echt een goed of kwaad, het is maar hoe je rekent'. Waarom vier keer en waarom dan een x-bedrag, waarom geen drie keer of vijf keer? Waarom drie jaargemiddelden over die drie jaren en niet een langjarig gemiddelde over meer jaren of de laatste jaren? Ik wil daarbij nog een paar kanttekeningen maken. Ten eerste: de papierprijs is aanzienlijk gezakt ten opzichte van de laatste drie jaar. Dit jaar, maar naar verwachting ook volgend jaar, is die substantieel lager. En de verwachting is ook dat er structureel minder kwaliteitspapier, bv reclamefolders, uiteindelijk zal worden ingezameld. Uiteindelijk willen we dat ook want we willen graag dat mensen zich er ook bewust van zijn dat ze wel of niet nog reclamepapier krijgen. Dat willen we eigenlijk wat meer beperken, of dat althans mogelijk maken als mensen dat niet willen.

Dat zal betekenen dat op termijn toch naar verwachting steeds minder papier zal worden ingezameld. Daar hebben we ons voorstel op gebaseerd. Wij vinden dat redelijk en mogelijk. Daarmee zal ik niet zeggen dat een ander bedrag per definitie onmogelijk is, of uiterst onredelijk, maar we hebben gemeend een redelijk voorstel te moeten doen. En we hebben aangegeven waar dat op gebaseerd is. Dus ik vind het lastig om nu te zeggen dat iets anders ook prima is. We hebben gemeend in overleg een voorstel te moeten doen en we vinden dat redelijk, ik laat dat verder ter oordeel aan de raad. Ik wil nog wel een kleine waarschuwing daarbij geven. Het moet denk ik niet zo zijn dat over vier jaar sommige van die verenigingen zich dan bij de gemeente melden met een probleem want we hebben natuurlijk wel generiek beleid te voeren. Het kan niet zo zijn dat we structureel of additioneel een bepaalde vereniging daarin bevoordelen, dat kan ook niet. Dit is een compensatiemaatregel, geen subsidie. Een compensatiemaatregel waarmee we de wegvallende opbrengsten proberen te compenseren, maar wel met de intentie dat zich niet over vier jaar verenigingen aanmelden voor een structurele subsidie. Want dat is denk ik een andere kwestie en we zullen dan echt moeten bekijken of en welke redenen er dan zijn om een vereniging, los van het subsidiestelsel, alsnog een tegemoetkoming te geven.

Dus dit is nadrukkelijk bedoeld als bedrag waarvan we zeggen 'dit is bedoeld als compensatie voor het wegvallen van deze opbrengst'. Ik realiseer me heel goed dat er een opgave ligt bij de verenigingen om te kijken hoe ze dat structureel moeten compenseren want of we dat nu vier, of vijf, of drie keer maal een x-bedrag doen, het houdt een keer op en dat betekent dat er structureel iets anders moet worden verzonnen. Dus de uitdaging is inderdaad, als ik met een mooi spreekwoord mag afsluiten, niet zozeer om te kijken of het glas halfvol of halfleeg is, maar te kijken naar 'waar is de kraan?' Ik denk dat dat een opgave is voor de verenigingen. Voor de situatie over een paar jaar. Daar wil ik het even bij laten. De voorzitter: Dan gaan we naar de tweede ronde voor de gemeenteraad. De heer Roeling: Als ik de andere partijen en het college zo beluister, wordt de vraag opgeworpen 'wat is mogelijk?' en dan met name in financiële zin. Als we kijken waar de gemeente het geld vandaan haalt, de algemene reserve, is natuurlijk voor deze raad en dit college de afgelopen jaren

de algemene reserve onuitputtelijk gebleken. Dus het is een beetje gemakzuchtig te zeggen 'meer is niet mogelijk'. Dat zou je kunnen zeggen op het moment dat je een bepaalde berekening maakt, en er een speciaal potje is en je zegt 'daar zit € 250.000,00 in, daar moeten we het mee doen'. Maar nee, het wordt gewoon uit de algemene reserve gehaald en daar moet je het mee doen. Dus ook dat vinden wij niet sterk onderbouwd. Verder worden er ook door met name het college veel aannames en veronderstellingen gebezigd terwijl de verenigingen komen met een goede onderbouwing van de afgelopen jaren. Het college komt met 'ja, ja, wij verwachten en wij denken…' Dat is ook niet zo sterk. Het zou me niet verbazen als over vier jaar niet de verenigingen weer bij het college aankloppen, maar het college weer bij de verenigingen moet aankloppen omdat het een groot fiasco is gebleken. Daar moet je ook rekening mee kunnen houden en in die zin is daar ook ons amendement op gebaseerd 'je wilt nu eenzijdig afscheid nemen, maar stel dat je dadelijk de verenigingen weer nodig hebt?' Dus het college en de wethouder zijn duidelijk, die zeggen 'we draaien de geldkraan dicht en wat betreft het papier ophalen ben je na vier jaar niet meer welkom'. Dit is wel een zeer maatschappelijke issue wat ons betreft omdat deze verenigingen in weer en wind papier hebben opgehaald.

Onze inwoners hebben dan een lagere afvalstoffenheffing hoeven te betalen, prima. We gaan nu een zeer onzekere periode tegemoet en dat was niet gebeurd als we door waren gegaan met de verenigingen. Dus het is niet alleen iets van de verenigingen, maar het is gewoon een maatschappelijk issue dat je tegen verenigingen zegt 'we nemen jullie de inkomstenbron af'. De verenigingen zeggen zelf 'wij zien niet gauw een andere inkomstenbron'. En vervolgens zegt het college 'ja, dat zal wel, maar over vier jaar hoef je niet meer aan de deur te kloppen over dat oud papier, dan kunnen we het hooguit hebben over bijstandsniveau, bijdrage of weet ik wat'. Dat is een verslechtering voor de verenigingen en dat maakt dat we ons best hebben gedaan met dit amendement om nog een beetje in het midden te gaan zitten. Maar met de argumenten van met name de coalitiepartijen, kunnen we niet zo veel. Ze verschuilen zich een beetje achter het college, maar dat komt niet sterk over. Mevrouw Snethlage: Het argument van zowel het college, als sommige partijen is 'we kunnen op het moment niet meer betalen'. Eigenlijk kunnen we het natuurlijk überhaupt niet betalen want het moet uit de algemene reserve komen.

Verder zien we dan ook nog eens dat het geld dat het straks gaat opbrengen, de € 120.000,00 tot € 240.000,00 per jaar, ook nog eens niet rechtstreeks naar de inwoners gaat die dan daarvoor het afval goed moeten blijven scheiden. De verenigingen hebben dit jaren gedaan en het was de bedoeling dat we daar dan als inwoners weer baat van zouden hebben. De verenigingen hebben dit gedaan en de inwoners hebben het de verenigingen gegund om dit oud papier op te halen. Nu gaan de verenigingen er dus op achteruit, terwijl wij uit de algemene reserve het geld halen dat er niet naartoe terug kan vloeien om boekhoudkundige redenen, maar in een egalisatiereserve gaat. Dus totaal gezien, gaan de inwoners erop achteruit: ze moeten verder weg met hun spullen, hun eigen verenigingen die het al jaren doen, krijgen minder en dan zegt iedereen 'wij kunnen het niet betalen'. Wij zouden überhaupt niets meer uit de algemene reserve halen. Anderhalf jaar geleden in de vorige begrotingsbehandeling is ons dat toegezegd. 'We halen niets meer uit de reserve'. Dat gaat dus al de hele tijd mis. En als we nu zeggen 'we betalen € 15.000,00 meer per jaar', dan zouden we voor vier jaar minder in de egalisatiereserve kunnen storten, hoe erg is dat nu? De heer Jongsma: Even terugkomend op wat we wel en niet kunnen betalen en uit de algemene reserve halen.

Inderdaad, in principe zouden we het liever niet uit de algemene reserve halen, maar als er dan wat uit gehaald moet worden, dan liever niet meer dan € 250.000,00. Niet zozeer omdat € 310.000,00 of € 360.000,00 niet zou kunnen, maar we hebben al heel weinig. Dus ik vind het wel opvallend dat met name Mijn Partij! nu zegt 'kom op, laten we dan nog maar wat extra uit de algemene reserve halen' terwijl die partij anders van mening is dat daar helemaal niets uit gehaald moet worden. Het tweede punt is de vraag waarom er dan nu voor € 310.000,00 wordt gekozen en niet wordt vastgehouden aan wat na lang onderhandelen is bepaald, € 360.000,00. Het blijft dan een beetje handjeklap en voor alles is wat te zeggen. We kunnen ook zeggen 'we gaan het over tien jaar spreiden'. Dit is denk ik wat het college heeft uitonderhandeld met de verenigingen en volgens mij kunnen de verenigingen daar met pijn en moeite wel mee leven, maar ze hadden liever inderdaad dat het bedrag wat hoger was geworden. Maar in de huidige situatie, zoals ik al eerder heb gezegd, is dat nu niet aan de orde. En de wethouder hoor ik zeggen 'over een jaar of vier kan het niet zo zijn dat verenigingen structureel alsnog extra subsidie krijgen'. Maar volgens mij is onze gemeente nog

steeds wel zo dat mocht dan een vereniging, en dat zullen ze heus niet alle zes zijn, echt iets nodig hebben, de gemeente altijd bereid is om daar dan eenmalig iets in toe te kennen. Dus gebaseerd daarop is OGP Midden-Delfland nog steeds van mening dat € 250.000,00 in de huidige situatie, kijkend waar het geld vandaan komt – namelijk uit de algemene reserve waar ook heel veel andere verenigingen graag geld uit gehad hadden willen hebben, maar het niet hebben gekregen – voor dit moment een goed voorstel is. De heer Van der Eijk: In de ogen van de VVD is de algemene reserve zeker niet onuitputtelijk. We vinden het een net bedrag en we vinden het een vreemde gang van zaken om een fiasco met het ophalen door Avalex op voorhand te compenseren. We verwachten ook niet dat het een fiasco wordt. In de andere gemeenten waar Avalex het papier al jaren ophaalt, wordt het ook altijd meegenomen en dan zal er misschien een stukje papier blijven liggen, maar dat gebeurt nu ook. Er zit vlak achter mijn huis sinds kort een McDonald's, daar blijft ook wel eens wat liggen. En er wordt gesproken over een flinke kostenbesparing door het gemechaniseerd ophalen door een zijbelader. Die lagere kosten komen niet alleen uit het oud papier, die komen ook doordat er minder arbeid nodig is en minder arbeid is ook nodig bij de andere afvalstromen waarbij deze afvalwagen wordt ingezet.

Dus om dan een-op-een te zeggen 'dat kan dan terug naar een paar verenigingen', vinden we geen goede werkwijze. Ik hoorde ook een opmerking over de egalisatiereserve. Die kan alleen ingezet worden voor het egaliseren van de afvalstoffenheffing dus die vlieger gaat ook niet op. En voor de rest wil ik me ook aansluiten bij wat OGP Midden-Delfland zegt, voor dit moment vinden we het een goede nette oplossing waarbij de verenigingen netjes worden gecompenseerd. Ze worden niet keihard in de afgrond geduwd en als je zegt 'dat worden ze wel', dan worden ze met € 10.000,00 per jaar meer net zo hard die afgrond in geduwd. We vinden dat het met het bedrag dat het college heeft voorgesteld, een nette overgangsregeling is en daar staan we achter. De heer Cornelissen: Inderdaad, ook het CDA is van mening dat het een net bedrag is en een redelijk bedrag. Zeker ook in de wetenschap en het vertrouwen dat het college en de raad nog nooit een vereniging in de kou hebben laten staan. Er is discussie over het geld, € 360.000,00, € 250.000,00 of € 310.000,00. We kunnen daar nog wat getallen aan toevoegen, zoals € 150.000,00 en € 100.000,00; wat is redelijk en wat is netjes? Het CDA is nog steeds van mening dat € 250.000,00 een net bedrag is. De voorzitter: Dan ga ik nog voor een laatste reactie ven naar het college, naar wethouder Ten Have.

Wethouder Ten Have: Ik heb nog wel behoefte om even te reageren namens het college op een paar uitlatingen. De heer Roeling zegt dat het college allerlei aannames doet. Laat ik even heel concreet maken: het is een feit dat de papierprijs in de afgelopen jaren fors gezakt is. Het is een feit dat de verenigingen dit jaar naar verwachting, pak 'm beet, ongeveer € 40.000,00 opbrengst van het oud papier krijgen en naar verwachting volgend jaar – dat is dan een aanname – iets meer. Maar het is een feit dat de papierprijs de afgelopen vier jaar gezakt is. Dat zal de heer Roeling toch met mij eens zijn. Dat is geen aanname en het is een feit dat de inzameling dit jaar de verenigingen € 40.000,00 opbrengt. Dat wil ik even recht zetten. De voorzitter: Ik voel de behoefte om te reageren bij de heer Roeling, u kunt nu uw interruptie plaatsen. De heer Roeling: Ja, nu ben ik hem kwijt. Het is een hele kunst om hier een interruptie te plaatsen. Laat het maar. De voorzitter: Dan gaan we terug naar de wethouder en wellicht dat u er later nog op komt. Wethouder Ten Have: En dan nog even een kanttekening bij een uitlating van mevrouw Snethlage. Zij zegt 'de besparing gaat niet naar de inwoners', die opmerking begrijp ik niet.

De besparing van de zijbelading en de opbrengst van deze actie rond oud papier gaat rechtstreeks naar de inwoners, hetzij door het niet verder verhogen van de afvalstoffenheffing, hetzij – hopelijk op termijn – door een verlaging.

De voorzitter: Mag ik u even onderbreken, wethouder? Mevrouw Snethlage: Is de wethouder het met mij eens dat we bij Avalex al jaren alleen maar omhooggaan zonder dat de service voor de inwoners beter wordt? Dat de kosten dus eigenlijk elk jaar hoger worden en we daarin achteruitgaan? De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder Ten Have: Ik vind dat een wat gekleurde stellingname. We zijn als gemeente, en daar mogen we zelfs trots op zijn, binnen Avalex de gemeente die het verst is met het nieuwe inzamelen. De klanttevredenheid over Avalex is hoog, zo blijkt uit allerlei onderzoeken. Dus ik weet niet waar u uw aannames op baseert, maar die herken ik niet uit hetgeen wat ik lees en zie. Dat de kosten omhooggaan, heeft te maken met allerlei externe factoren waarvan u ook op de hoogte bent en het feit dat er meer afval wordt aangeboden. We hopen juist door deze actie van zijbelading die kostenstijging te beperken. Dat is u volgens mij vorig jaar al gemeld en dit jaar opnieuw. Ik heb er persoonlijk ook wel goede hoop op dat als de aanbesteding van de verbranding van het restafval niet al te dramatisch veel hoger uitpakt, we met deze actie in ieder geval na volgend jaar tot een mogelijke beperkte tariefsverlaging zouden kunnen komen. Dus ik herken de aannames van mevrouw Snethlage niet. Ik zou graag onderbouwd zien waar ze dat vandaan heeft.

De voorzitter: Ik kijk even naar mevrouw Snethlage of u daarop in wilt gaan. Het hoeft niet, maar er is geen behoefte zie ik. Wethouder Ten Have: Als laatste wil ik nog even ingaan op de angst van de heer Roeling dat het een fiasco wordt en dat we terug moeten naar de verenigingen. Daarop kan ik zeggen, in mijn gemeente, en ik woon direct aan de weg, zie ik al jaren met succes de zijbelading, ook in papier ophalen. Dus ik ga er niet van uit dat we terug moeten naar de verenigingen omdat het een fiasco zou worden want dan zouden we dit ook niet aan u voorstellen. Dit is goed voorbereid en leidt tot een aanzienlijke besparing die uiteindelijk aan de burgers ten goede komt. Dus ik heb geen enkel idee dat dit een fiasco zou worden. De voorzitter: Dan stel ik voor dat we overgaan tot sluiten van de beraadslaging. Ik zie dat de heer Gebben het woord nog wil voeren. De heer Gebben: Ik heb even een vraag. We gaan nu stemmen, maar ik zie dat niet iedereen is ingelogd. Is het de bedoeling dat je ingelogd bent als we gaan stemmen of niet? Er zijn twee mensen bij elkaar en ik ben benieuwd hoe we daarmee omgaan. De voorzitter: Dat is een heel goede vraag.

In principe moet er natuurlijk wel ingelogd zijn, maar omdat dit de eerste keer is, denk ik dat als we elkaar kunnen zien en ook daadwerkelijk kunnen zien dat er twee mensen achter een schermpje zitten, of kunnen zijn… O, ik zie hier ineens de heer Van der Spek binnenkomen. Dan had ik de heer Moerman ook misschien ergens kunnen ontdekken? De heer Gebben: De heer Moerman is ziek, dus die zal niet inloggen, denk ik. De voorzitter: Die is er niet, en mevrouw Heutink heeft zich afgemeld, net als de heer Van Lier. Volgens mij zijn we nu toch allemaal ingelogd en dan hebben we volgens mij veertien mensen die meedoen aan de stemming. Voor het amendement wil ik dan gewoon vragen 'bent u voor?' Dan moet u even uw handje opsteken, dan tel ik ze. En als u tegen bent, moet u dat ook doen, maar dan moeten daarvoor even de handjes weer weg. Dit is de stemming over het amendement. Wie is voor? Ik tel nu 4 mensen die voor dit amendement zijn. Dat is correct? Als u dan de handjes weer weghaalt. De heer Ringeling: Voorzitter, het zijn er 5. De voorzitter: Er staan er 4 in mijn scherm, maar het zijn er 5. Dat zou inderdaad logisch zijn. Het zijn er 5. Dan gaan we de anderen tellen. Wie is dan tegen? Ik tel er 9 tegen, daarmee is het amendement verworpen. Dan mag ik aannemen dat het voorstel verder akkoord bevonden is?

De heer Gebben: Mag ik hier wat over zeggen? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Gebben: Dit ging niet echt heel soepel naar mijn idee, dat is iedereen denk ik met mij eens. Ik zie een optie in iBabs om te stemmen, is dat voor de volgende keer niet een beter idee? De voorzitter: Om het de volgende keer zo te doen? Ongetwijfeld. De heer Gebben: Ja, want dit is heel… Dit gaat een beetje halfslachtig, om het zo maar te zeggen. Stemmen is wel iets serieus. De voorzitter: Dat is ook zo, maar volgens mij zijn we er wel uitgekomen. De heer Gebben: Dat klopt, maar een volgende keer, als we misschien meer agendapunten hebben, wordt het misschien een beetje chaotisch. De voorzitter: Goed idee, ik vind het goed om dat voor de volgende keer even uit te vissen. De heer Roeling: We hebben nu gestemd over het amendement, maar niet over het voorstel. De voorzitter: Daar ben ik mee bezig. De heer Roeling: U ging ervan uit dat iedereen zou instemmen, maar wij stemmen niet in met het voorstel. De voorzitter: Dat was ook de mogelijkheid die ik wilde bieden, als ik niet net geïnterrumpeerd werd door de heer Gebben was ik daarop uitgekomen. Het voorstel is dan het voorstel invoering zijbelading zoals het college aan u heeft gedaan en daar kan ik van aannemen dat de heer Roeling niet instemt. En wellicht ook de heer Van der Spek? Dat is het geval, dan heb ik 2 mensen tegen.

Ik kijk even goed wie dit niet steunt. De heer Ringeling? De heer Ringeling: Wij steunen het voorstel daarom ook niet. De voorzitter: Ook niet, dan heb ik Mijn Partij! en ChristenUnie genoteerd. Zijn er nog anderen die het voorstel niet steunen? Maakt u zich dan even bekend. Dat is dan niet het geval, dan kan ik aannemen dat de meerderheid het voorstel wel steunt en daarmee is het voorstel aangenomen met een meerderheid. Amendement A wordt verworpen met stemmen voor van de fracties van D66, ChristenUnie, Mijn Partij! en PvdA. Het voorstel wordt aangenomen met tegenstemmen van de fracties van Mijn Partij! en ChristenUnie.

6.b

Voorstel vaststellen Beleidskader Voor- en Vroegschoolse Educatie

De voorzitter: Dit is het voorstel dat inhoudelijk te lezen is onder 5.b. Mevrouw Langeveld wil daarbij een kort punt maken. Mevrouw Langeveld: In de commissievergadering hebben we ook al een aantal vragen erover gesteld en daarna nog schriftelijk. Ik zou graag op pagina 3 bij punt 1 waar staat 'het kind komt direct in aanmerking voor een VVE-indicatie bij een laag opleidingsniveau bij beide ouders' voorstellen dat punt te verwijderen want we zijn van mening dat je niet per definitie kunt zeggen dat bij een kind dat opgroeit bij laagopgeleide ouders, sprake is van een ontwikkelingsachterstand en dat het kind dan ook automatisch in aanmerking komt voor een VVE-plaatsing. De voorzitter: Ik wil u even interrumperen, mevrouw Snethlage heeft een interruptie.

Mevrouw Snethlage: Ik wil mevrouw Langeveld vragen of ze op de hoogte is van de nieuwste onderzoeksresultaten waaruit blijkt dat taalachterstanden van ouders omdat die een andere moedertaal hebben, tegenwoordig minder vaak problemen opleveren dan laagopgeleide ouders? Mevrouw Langeveld: Wilt u die vraag nog een keer stellen want ik dacht dat ik wist wat u wilde vertellen, maar het nam net een andere wending, dus wilt u het nog een keertje zeggen? Mevrouw Snethlage: Ik zal het nog een keer zeggen en dan misschien iets duidelijker. Er is net een onderzoek uitgevoerd waaruit gebleken is dat taalachterstanden vanwege ouders die niet Nederlands als moedertaal hebben, minder problemen geven dan een lage opleiding van ouders. Is mevrouw Langeveld op de hoogte van dat onderzoek? Mevrouw Langeveld: Nee, ik ben niet op de hoogte van dat onderzoek, dus ik ben daar zeker benieuwd naar. Als u dat heeft, mag u het zeker naar mij toesturen. Maar het punt blijft dat we van mening zijn dat je niet per definitie kunt zeggen dat bij een kind dat opgroeit bij laagopgeleide ouders sprake is van een ontwikkelingsachterstand. Dat die kans aanwezig is, daar ben ik het mee eens, maar niet per definitie. Ik denk dat we altijd moeten kijken en als er sprake is van een ontwikkelingsachterstand of taalachterstand bij een kind, dan komt dat kind in aanmerking voor een VVE-traject.

Maar dat mag niet afhankelijk zijn van het opleidingsniveau van ouders. Dus je moet per kind goed bekijken 'is hier sprake van een aantal criteria ja of nee?' Dus ik ben benieuwd of de wethouder zich hierin kan vinden en of ze van mening is dat dit punt er beter uitgehaald kan worden, dan wel anders worden geformuleerd. De voorzitter: We gaan naar de wethouder, mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Ik ben het eens met mevrouw Snethlage. Uit de onderzoeken die recent hiernaar zijn gedaan, blijkt dat uit het feit dat ouders laagopgeleid zijn en ouders zelf de Nederlandse taal niet goed beheersen, vaak voortvloeit dat kinderen ook al een achterstand oplopen en daar hebben we nu juist dat VVE-beleid voor. Dus ik vind het belangrijk dat juist die kinderen een indicatie krijgen. Ik ben het ook wel eens met mevrouw Langeveld. Er staat nu op pagina 3 dat een kind direct in aanmerking komt, maar ik stel voor dat woordje 'direct' te schrappen uit de tekst, maar wel overeind te houden dat kinderen van wie beide ouders geen of een lage opleiding hebben, voor indicering in aanmerking komen. Dat is mijn voorstel: om dat woordje 'direct' op pagina 3 dan te schrappen en de rest overeind te laten. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar mevrouw Langeveld.

Mevrouw Langeveld: Ja, ik kan er natuurlijk mee akkoord gaan dat het woordje 'direct' eruit gehaald wordt, maar de beredenering begrijp ik niet zo heel erg goed. Natuurlijk ben ik het ermee eens dat je als er sprake is van laag opleidingsniveau van ouders, extra aandacht moet hebben voor het betreffende kind. Maar het gebeurt natuurlijk ook met regelmaat dat juist kinderen van laagopgeleide ouders kinderen zijn met een bovengemiddelde intelligentie. Dus het zou zonde zijn dat we deze kinderen dan standaard in het VVE-traject zetten. Ik begrijp dat u het woord 'direct' eruit wilt halen. Dan kan ik er wel mee leven, maar ik denk dat we er wel van uit moeten gaan dat het niet zo mag zijn dat kinderen worden beoordeeld op het opleidingsniveau van ouders. Dat vind ik een slechte zaak. De voorzitter: Daarmee heeft u uw punt gemaakt en de wethouder heeft aangegeven een woordje te kunnen wijzigen. Ik neem aan dat niemand daar bezwaar tegen heeft. De heer Van der Eijk wil nog het woord voeren op dit punt, anderen nog? De heer Van der Eijk: Ik had meer een procedurele opmerking richting mevrouw Langeveld. Als ze dit zo belangrijk vindt, had ze met een amendement kunnen komen en dat vooraf met ons kunnen delen. Dan kunnen we daarover besluiten. Een woordje door de wethouder links of rechts weg te laten gummen komt de besluitvorming niet ten goede.

De voorzitter: Een collegiaal advies, dat heeft mevrouw Langeveld gehoord en dan gaan we naar de volgende spreker, mevrouw Snethlage.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=c7b4f566-2a93-45d0-8dce-80d57349addd