Vsl Comm 2023 m 02 d 07.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 7 februari 2023, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer M. de Bakker (ChristenUnie), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), mevrouw L.C. van der Lans-Mastenbroek (D66), heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester; mevrouw M. OderwaldRuijsbroek en mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, wethouders.
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de commissievergadering van 7 februari 2023 om 19.30 uur en heet de aanwezigen welkom.
2.
Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen
Er zijn geen aanmeldingen.
3.
Vaststellen van de agenda
De commissie gaat akkoord met de agenda.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
Er zijn geen aanmeldingen.
5.
Overzichten vaste onderwerpen en aangenomen moties
De voorzitter merkt op dat er veel vragen gesteld zijn over de vaste onderwerpen en aangenomen moties. Begonnen wordt met vragen over de Maassluiseweg. Het CDA heeft hier vragen over gesteld. Naar aanleiding van die vragen heeft ook OGP enkele vragen gesteld. Mevrouw Koppert dankt het college voor de beantwoording van de vragen. Ze hoort graag wat er moet gebeuren om de herinrichting aan de Maassluiseweg nog in 2023 te laten uitvoeren. In de stukken staat dat het in 2024 gaat gebeuren, terwijl eerder werd gesproken over uitvoering in 2023. Wethouder Oderwald antwoordt dat er nu een tijdelijke maatregel wordt uitgevoerd, maar dat er een complete herinrichting nodig is. Alle partijen, zoals omwonenden en gemeenteraad, moeten hier nog bij betrokken worden. Dat proces vergt enige tijd, waardoor het niet realistisch is om de start van het werk in 2023 te verwachten. De heer Ruiterman vraagt of de gemeenteraad iets kan doen om het proces te versnellen. Wethouder Oderwald antwoordt dat de gemeenteraad niets kan doen om het proces te versnellen. De kaders zijn helder en het budget is beschikbaar gesteld. De processtappen moeten echter doorlopen worden en dat kost de nodige tijd. De voorzitter merkt op dat OGP vragen heeft gesteld over de jeugdzorg en geeft mevrouw Koppert het woord voor een aanvullende vraag.
1
Mevrouw Koppert vraagt of de vergaderingen voor de werkgroepen over de jeugdzorg zo snel mogelijk geagendeerd kunnen worden. Wethouder Oderwald zal ze snel inplannen, in afstemming met de Griffie. Over de spoorverdubbeling en het MRDH vestigingsklimaat zijn geen aanvullende vragen. De voorzitter concludeert dat er ook geen andere vragen zijn bij dit agendapunt.
6.
Voorstel vaststellen bestemmingsplan Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn
De voorzitter concludeert dat er geen fracties zijn die het woord willen voeren over het bestemmingsplan Zwethkade Zuid 56 te Den Hoorn. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
7.
Voorstel Eerste wijziging Verordening onroerendezaakbelastingen Midden-Delfland 2023
De heer Van Rijs meldt dat het CDA het voorstel steunt. Afgesproken is dat de tarieven niet meer dan 3% stijgen ten opzichte van 2022. Dat de ozb voor 2023 niet omlaag wordt aangepast past binnen dit voorstel en wordt daardoor gesteund door het CDA. Mevrouw Van der Lans stelt dat D66 blij is met de bijstelling en dat het besluit van 8 november jl. goed heeft uitgepakt. De heer Jongsma merkt op dat het voorstel voldoet aan de afspraak om de lastenverhoging maximaal 3% te laten zijn. De OGP gaat daarom akkoord met het voorstel. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
8.
MRDH Strategische agenda
De heer Vieira stelt dat Midden-Delfland een relatief kleine gemeente is binnen de MRDH, maar wel degelijk te maken heeft met de A4, verbreding van het spoor en andere zaken. In de zienswijze wordt gevraagd om aandacht te hebben voor natuur en water in de regio. Ook wordt verzocht om aandacht te blijven hebben voor busvervoer. D66 stemt in met de zienswijze, omdat deze onderwerpen er goed in opgenomen zijn. Mevrouw Koppert dankt het college voor het beantwoorden van de vragen van OGP. De fractie vraagt om te blijven bewaken dat de RES wordt uitgevoerd nu deze niet meer onder de MRDH valt. Verder hoort ze graag welke kansen het college ziet vanuit de Strategische Agenda van de MRDH. Mevrouw Langeveld maakt een compliment voor de zienswijze. In het kader van de opgave waar de MRDH voor gesteld staat, is een goede samenwerking met de provincie Zuid-Holland essentieel. Dit komt goed naar voren in de zienswijze. De uitkomsten uit de strategische sessies en de aandachtspunten die Midden-Delfland daar naar voren heeft gebracht zijn duidelijk opgenomen. Belangrijke punten van Midden-Delfland zijn onder andere aandacht voor structurele vergroening, beheer en onderhoud van het provinciaal landschap, het stimuleren van positieve gezondheid door meer gebruik te maken van fiets, lopen en OV, afwijzing van de verbreding van de A4 en behoud van buslijn 33. Het CDA stemt in met de zienswijze.
Wethouder Oderwald antwoordt dat geprobeerd wordt om een zachte landing te creëren voor de RES. In de Strategische Agenda van de MRDH wordt voorgesteld om het faciliteren van bestuurlijke tafels een goede nieuwe plek te geven. Geen enkele partij trekt zijn handen ervan af, iedereen is bereid om de werkzaamheden voort te zetten. Het college verwacht van de verandering geen gevolgen voor Midden-Delfland. Burgemeester Van Hemmen voegt eraan toe dat een kleine gemeente, zoals Midden-Delfland, altijd partijen om zich heen nodig heeft. Daarvoor is het nodig om veel te investeren in het platform MRDH door zichtbaar te zijn als college en als gemeenteraad. Daar moeten immers de juiste onderwerpen op de agenda komen te staan. Het is mooi dat de burgemeesters van de kleine 2
gemeenten in de MRDH onderling overleggen om hun belangen tegenover de grote gemeenten in het samenwerkingsverband goed te behartigen. Voor de gemeente ligt de grootste kans in het op niveau houden van de relaties binnen het netwerk van MRDH, zodat deze indien nodig ingezet kunnen worden. De heer Roeling vraagt wat het standpunt van MRDH is op het gebied van bereikbaarheid via de lucht. Een metropoolregio zonder vliegveld lijkt hem onbestaanbaar. Burgemeester Van Hemmen antwoordt dat MRDH vooral over openbaar vervoer gaat en dat het luchtverkeer daar niet onder valt. Volgens de burgemeester heeft MRDH geen gezamenlijk standpunt over de luchthaven, omdat dit iets is voor de afzonderlijke gemeenten. Om iets te veranderen helpt het om massa te maken in de MRDH. Als Rotterdam en Den Haag echter beide een andere mening hebben, is het lastig om een verandering te bewerkstelligen. De commissie adviseert de Strategische Agenda als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
9.
Instemmen met Regionale Realisatieagenda
De heer Ringeling stelt dat de Regionale Realisatieagenda voor de woonopgave een stuk realistischer is dan het eerdere tussenakkoord. De ChristenUnie gaat akkoord met het voorstel. De heer Van Rijs meldt dat ook het CDA van mening is dat het tussenakkoord destijds veel vragen opriep. Dat de gemeente Midden-Delfland het akkoord toen niet ondertekend heeft, heeft er uiteindelijk toe geleid dat er nu een aangepaste Regionale Realisatieagenda ligt. Het CDA complimenteert de wethouder hiervoor en ondersteunt de agenda van harte. De heer Kooij sluit zich aan bij de vorige sprekers. Er ligt nu een veel realistischer realisatieagenda. De VVD stemt ook in met het voorstel. De heer Scholtes vindt het ook een prima document. De adviezen van het Antea-rapport zijn goed meegenomen in de realisatieagenda. D66 complimenteert het college en stemt in met het voorstel. De heer Jongsma vond het een lang en onduidelijk document en begrijpt niet dat andere fracties zo positief zijn over de Regionale Realisatieagenda. Er worden nu 474 woningen gerealiseerd ten opzichte van 450 woningen in het tussenakkoord. Op de lange termijn gaat het percentage huurwoningen van 20% naar 21% in 2030. Dat vindt hij geen grote verbeteringen. Naar aanleiding van vragen die OGP heeft gesteld over de realisatieagenda, gaat het college in op kansen en mogelijkheden.
Het college noemt Maaslandse Zoom als project waar een deel van de sociale koop kan worden omgezet in sociale huur, maar volgens OGP is dat al eerder door de gemeenteraad besloten. Hij vraagt waarom dat opnieuw onderzocht gaat worden. De heer Van der Eijk merkt per interruptie op dat dit inderdaad in de raad is afgesproken, maar pas nadat de gemeente had besloten om het tussenakkoord niet te ondertekenen. De heer Jongsma is zich dat bewust, maar merkt op dat daarna de Regionale Realisatieagenda pas is opgesteld. De heer Van der Eijk stelt dat het tussenakkoord ongeveer een jaar oud is. Daarin werden irrealistische eisen gesteld door de provincie, zoals het bouwen van 800 sociale woningen. Vervolgens is verder onderhandeld en kwam men tot een tussenakkoord. Hij vraagt of de heer Jongsma de tijdlijn wel helemaal scherp voor ogen heeft. De heer Jongsma antwoordt dat hij de tijdlijn zeker voor ogen heeft. Dit gaat om de realisatieagenda die in december naar de provincie is gestuurd. Daarin wordt aangegeven dat de gemeente het omzetten van sociale koopwoningen in sociale huurwoningen als kans ziet. Dat is echter in november al afgesproken, dus het is geen kans meer maar een afspraak om uit te voeren. Vervolgens wordt er gedaan alsof er veel meer huizen worden gebouwd, maar er staat in de agenda dat er 474 woningen komen, terwijl de ambitie van het college is om jaarlijks 75 3
woningen te bouwen, wat veel meer is. Hij vraagt het college om uitleg hierover. De 474 woningen zijn bovendien allemaal projecten die al in de planning staan, dus er zit niets extra's bij. Bij 'overige projecten Midden-Delfland' staat een getal van 79. Hij hoort graag welke projecten dit zijn en of dat om losse woningen gaat of om grotere projecten. De gemeente heeft eerder een bod neergelegd dat iets lager was dan wat er nu ligt en nu gaat de provincie ineens akkoord. Hij vraagt hoe dat mogelijk is en hij krijgt graag een nadere toelichting van de wethouder. Vervolgens vraagt hij aandacht voor een heel ander onderwerp, namelijk de bouwtafels. Hij heeft uitgezocht wat bouwtafels zijn en heeft begrepen dat de gemeenten met de woningcorporaties om tafel gaan voor integrale afstemming. Aangezien in Midden-Delfland maar één woningcorporatie actief is, waarmee al regelmatig overleg wordt gevoerd, geeft het college aan dat een bouwtafel niets toevoegt. Dat vindt de heer Jongsma een gemiste kans, want het gaat niet alleen om de woningcorporatie, maar om alle relevante marktpartijen. Hij vraagt het college of het onderzoek heeft gedaan naar relevante marktpartijen. Tot slot wordt gesteld dat door het vaststellen van de Regionale Realisatieagenda meteen het woningbouwprogramma wordt vastgesteld.
Dat vindt hij opmerkelijk, omdat OGP nog maar kortgeleden heeft gevraagd om een woonagenda, op basis waarvan een woningbouwprogramma zou worden opgezet. Hij vindt het vreemd dat de commissie zonder problemen instemt met het woningbouwprogramma, terwijl de woonagenda nog niet is opgesteld. De heer Roeling heeft geconcludeerd dat het voorstel geen nieuwe plannen bevat. Er zijn diverse woningen opgenomen die niet bedoeld zijn voor de inwoners van Midden-Delfland, zoals een zorgcomplex met 24 woonunits voor mensen met een verstandelijke beperking. Bovendien kosten de meeste woningen die zijn opgenomen in de agenda meer dan € 450.000,00. Hij vindt het prima dat deze Regionale Realisatieagenda naar de provincie wordt gestuurd, maar ziet het vooral als een aansporing voor de gemeente om daadwerkelijk werk te maken van de woonagenda, het woningbouwprogramma en de uitvoering. Wethouder Renzen begint met de laatste vraag, over de woonagenda. De gemeente heeft een woonagenda. De wethouder veronderstelt dat de commissie niet bedoelt dat woningbouwprojecten aangehouden moeten worden, omdat de raad eerst een nieuwe woonagenda wil opstellen. Dit zijn gewoon lopende projecten, die deels al in de raad zijn besproken en waarvoor de programma's al vaststaan. De bedoeling is om deze woningen snel te gaan bouwen.
In de tussentijd werkt het college toe naar een nieuwe woonagenda, die te zijner tijd aan de raad aangeboden zal worden. Het verschil tussen het bod ten tijde van het tussenakkoord en het huidige programma is niet groot. Tussen die twee aanbiedingen heeft echter het onderzoek door Antea plaatsgevonden. Antea heeft geconstateerd dat het bod bij het tussenakkoord realistisch, haalbaar en wenselijk was. Dat bod is overigens niets anders dan een optelsom van alle woningbouwprojecten die de gemeente in de planning heeft staan. De Maaslandse Zoom was het eerste project dat is gestart nadat de gemeenteraad via een motie had verzocht vast te houden aan 30% sociale woningbouw in elk nieuwbouwproject, waarvan de helft sociale koopwoningen. In het programma en bij het sluiten van de anterieure overeenkomst is dit afgesproken en deze opdracht is uitgevoerd. Daarna is er echter een motie aangenomen, waarin wordt opgedragen om de 30% volledig in te vullen met sociale huurwoningen. Daarom heeft het college aangegeven het als een kans te zien om dit in het project Maaslandse Zoom alsnog te wijzigen. Het is echter nog niet opgenomen in de Regionale Realisatieagenda, omdat de afspraken nog niet helemaal rond zijn. De heer Jongsma noemde het een mager plan en vraagt naar de toegevoegde waarde voor de regio. De realisatieagenda is niets anders dan het huidige woningbouwprogramma.
Het college wil graag dat er projecten bijkomen, maar heeft voorlopig zijn handen vol aan het realiseren van deze 474 woningen. Midden-Delfland heeft een minibouwtafel met één woningbouwcorporatie, waarmee de gemeente regelmatig contact heeft. Er wordt niet samengewerkt met vaste marktpartijen, omdat er geen grote uitleglocaties en grondposities beschikbaar zijn. Midden-Delfland moet het meer hebben van particulieren met grondposities. Opgemerkt werd dat er in het programma veel woningen uit het duurdere segment zijn opgenomen. Dat klopt. Op basis van de woonagenda is al eerder gesteld dat elk nieuwbouwproject minimaal 30% sociale huur moet bevatten. Sinds kort is daaraan toegevoegd dat minimaal 30% 4
betaalbaar moet zijn. Dat is nog niet in het overzicht verwerkt, omdat hier nog een aantal projecten op stapel staan die al in gang waren gezet, voordat deze afspraken zijn gemaakt. De heer Van Rijs merkt op dat het CDA het heel belangrijk vindt dat er gebouwd gaat worden. Natuurlijk zijn het er niet voldoende, maar de gemeente moet zich focussen op deze 474 woningen. Nu de provincie aangeeft dat dit de basis is en dat dit in de planregistratie wordt opgenomen, kan hier snel werk van gemaakt worden. De heer Scholtes heeft met verbazing geluisterd naar het betoog van OGP, omdat de woningbouwprojecten in de Realisatieagenda zijn vastgesteld door het college waar OGP deel van uitmaakte. Om nu te zeggen dat er te weinig sociale woningbouw inzit, vindt hij een wat late reactie. Over het vaststellen van de woonagenda hoort hij graag nog een duidelijker antwoord van de wethouder. De gemeenteraad wordt gevraagd om de Regionale Realisatieagenda vast te stellen en volgens hem staat dat los van de woonagenda en het woningbouwprogramma van de gemeente. De heer Jongsma reageert dat de woonwensen in de loop der tijd veranderd zijn en dat OGP inmiddels van mening is dat er extra sociale huurwoningen nodig zijn. Over de woonagenda zegt hij dat afgesproken is dat er in 2023 een nieuwe woonagenda wordt opgesteld.
Nu wordt echter door diverse fracties geroepen dat de gemeente vooral blij moet zijn als ze 474 woningen weet te realiseren en dat ze zich daarop moet focussen. Maar wat doet de gemeente dan met de woonagenda? Kan er dan niet beter een nieuwe woonagenda worden vastgesteld per 2028? De heer Scholtes vraagt per interruptie of de heer Jongsma zich ervan bewust is dat het vaststellen van een woonagenda per 2028 betekent dat elk woningbouwproject tot 2028 moet voldoen aan de huidige woonagenda en niet aan bijvoorbeeld de nieuwe woonvisie van de gemeente. De heer Jongsma antwoordt dat dit precies zijn punt is. De geplande 474 woningen zijn al opgenomen in de huidige woonagenda, dus die kunnen gewoon gerealiseerd worden. De vraag is dus wat voor nut een nieuwe woonagenda heeft, als de gemeente niets anders gaat doen dat het bouwen van de reeds geplande 474 woningen. OGP zou heel graag veel meer willen bouwen en is dus benieuwd wat het college wil gaan doen met de nieuwe woonagenda: op welke huizen is die van toepassing? Tot slot vraagt hij naar het proces. Het college handelt voortvarend op dit onderwerp, maar in veel andere gemeenten is dat anders. Hij vraagt hoe het proces verder verloopt als andere gemeenten tegen de Regionale Realisatieagenda stemmen of het traject vertragen.
Wethouder Renzen benadrukt dat het fijn is dat de provincie het woningbouwprogramma van Midden-Delfland vaststelt, waarmee ze zich achter de bouwplannen van de gemeenteraad schaart en aangeeft geen bezwaren te hebben. Gevraagd werd wat er nog in de nieuwe woonagenda terecht gaat komen. De wethouder vindt het een terechte vraag, maar vindt het desalniettemin belangrijk dat de raad een nieuwe woonagenda gaat opstellen, zodat nieuwe projecten getoetst kunnen worden aan het kader van de raad. Overigens is de woonvisie nog meer gedateerd dan de woonagenda. Het college zal daarom binnenkort met een voorstel komen om deze te actualiseren. Ook werd gevraagd hoe het proces verder verloopt als andere gemeenten de Regionale Realisatieagenda niet ondertekenen. Voor Midden-Delfland heeft dat geen consequenties. Het belang van de realisatieagenda is dat de regio laat zien dat de negen gemeenten staan voor de bouw van het afgesproken aantal woningen. Andere gemeenten kunnen projecten hebben die alleen in samenwerking met provincie en/of landelijke overheid gerealiseerd kunnen worden, maar dat geldt niet voor Midden-Delfland. De provincie heeft aan Midden-Delfland echter al doorgegeven achter het woningbouwprogramma te staan en geen bezwaren te hebben. De heer Scholtes vroeg of met het vaststellen van de Regionale Realisatieagenda meteen het woonprogramma wordt vastgesteld.
Dat is niet het geval. Het is ook niet zo dat nieuwe projecten niet gerealiseerd kunnen worden. De gemeente dient elk jaar haar bouwplannen in bij de provincie. Wat in de realisatieagenda is opgenomen, kan gezien worden als een foto die eind december is genomen. De foto ziet er echter anders uit als er een project bijkomt of afvalt. 5
De heer Jongsma merkt op dat OGP voornemens is om in te stemmen met de Regionale Realisatieagenda om voortgang in het proces te behouden. Wel maakt de fractie de kanttekening dat het nieuwe woningbouwprogramma aan de magere kant is en dat ze hoopt op meer ambitieuze bouwplannen. De heer Roeling zegt dat Mijn Partij het vooral belangrijk vindt dat de raad aan de slag gaat met de woningbouwvisie en -plannen. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
10. Voorstel zienswijze op Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) ten behoeve van het te nemen luchthavenbesluit Rotterdam The Hague Airport De heer Roeling vindt de conceptzienswijze nogal eenzijdig. Linkse partijen en natuur- en milieuorganisaties zijn oververtegenwoordigd terwijl Mijn Partij verwacht dat de gemeente objectief kijkt of alle belangen worden meegewogen, zoals economische belangen en reizigersbelangen. Er wordt volstrekt voorbijgegaan aan de noodzaak van het vliegveld. Over het milieuaspect wordt gesproken over stresshormoon van mens en dier'. Sommige gemeenteraadsleden hebben ooit een rondleiding gekregen op de luchthaven. Daarbij werd uitgelegd dat er pal langs de landingsbaan vogels broeden. Zij hadden helemaal geen last van stress. Ook de mens lijkt weinig last te hebben van stresshormonen, want na de extra drukte op RTHA als gevolg van verplaatsingen van vluchten vanaf Schiphol, is er geen enkele klacht binnengekomen. Kortom, er wordt wel erg snel verwezen naar het milieu. Er moet zeker rekening gehouden worden met het milieu, maar ook met de inwoners die willen reizen. Mijn Partij begrijpt niet dat het college RTHA niet gewoon als bedrijf ziet dat bepaalde mogelijkheden heeft en waarmee overlegd moet worden als die mogelijkheden tot overlast leiden. De vier voorstellen in de zienswijze lijken meer op uitrookbeleid van RTHA.
Mijn Partij hoort graag van de wethouder of zij de argumenten in de zienswijze kan onderbouwen. Mevrouw Van der Lans zegt dat D66 achter de zienswijze staat, omdat het van belang is om aan te geven wat Midden-Delfland bijzonder maakt, namelijk het groen en het cultureel landschap. Dat aspect dient de gemeente uit te dragen en dat gebeurt goed met de zienswijze. Natuurlijk moeten er ook andere visies meegewogen worden, maar dat doen andere gemeenten. De heer Van der Eijk stelt dat de VVD niet wil dat bestuurders besluiten nemen op basis van wetenschappelijke rekenmodellen, omdat het niet bijdraagt aan het vertrouwen in de politiek. Eerst groeien en dan wachten op innovatie die voor minder overlast moet zorgen, vindt de VVD de verkeerde oplossingsrichting. Een goed vestigingsklimaat is van wezenlijk belang voor de MRDH. Midden-Delfland levert daaraan een bijdrage door middel van landschap, doel 11 van de global goals. Doel 8, fatsoenlijk werk en economische groei, mag echter ook niet uit het oog verloren worden. Het onderzoeken van 'geen groei' of zelfs 'krimp' leidt tot gemengde gevoelens. Degene die dit bepleit, zou moeten beginnen bij zichzelf door niet te vliegen. De zienswijze is wel erg sterk benaderd vanuit het natuur- en landschappelijk perspectief. Het landschap zou niet meer vliegbewegingen aan kunnen. Het is de VVD echter niet duidelijk waaruit dat blijkt.
Om de huidige manier van leven vol te houden hoort daar een luchthaven bij. Daarbij is het wel nodig om het geluid terug te brengen, voordat er weer groei mogelijk is. Mevrouw Koppert geeft complimenten aan de wethouder voor de zienswijze. OGP is zeer blij dat niet de economie, maar de leefomgeving leidend is geweest. OGP kan zich helemaal vinden in de zienswijze. De heer De Bakker vond de zienswijze duidelijk en zag een aantal goede punten, zoals het uitgangspunt dat stiller vliegen niet per se leidt tot minder uitstoot. Ook het onderzoeken van krimpscenario's is verstandig. Dat dit meteen wordt weggewuifd in het basisrapport, geeft aan dat groei van de luchthaven de insteek is. In het kader van de NRD wordt de vraag gesteld welke effecten op het milieu onderzocht moeten worden. Daar moet de gemeente op reageren, los van de vraag wat ze van de luchthaven zelf vindt. Op de website van de luchthaven staan wat KPI's. Vergeleken met 2019 heeft de luchthaven 6
1% meer passagiers vervoerd met 5% minder vliegbewegingen. Die tendens juicht de ChristenUnie toe. Daarnaast doet de luchthaven zijn best om het milieu te sparen, bijvoorbeeld door te werken met fossielvrije brandstof. In 2022 zijn er echter in totaal 15% meer vluchten uitgevoerd dan in 2019, door meer lesvluchten en meer 'overige verkeersvluchten'. De heer De Bakker denkt dat de VVD en Mijn Partij niet helemaal beseffen dat Midden-Delfland met haar groene landschap moedig weerstand biedt tegen een voortdurende druk van vooruitgang en economische groei. Met meer vliegbewegingen wordt op een gegeven moment de irritatiedrempel overschreden. De heer Roeling merkt per interruptie op dat er in de zomer van 2022 geen klachten waren over geluidsoverlast van vliegtuigen en vraagt wanneer de heer De Bakker verwacht dat mensen gaan klagen. De heer De Bakker antwoordt dat het niet gaat om officiële klachten. Tijdens de coronajaren, toen er weinig gevlogen werd, zeiden veel mensen dat ze een weldadige rust ervaarden. Het is lastig om dat in cijfers uit te drukken. Hij zou graag zien dat onderzocht wordt in hoeverre de lesvluchten en overige vluchten bijdragen aan de geluidsdruk. Een specificatie naar soorten vluchten is dus gewenst, zodat beoordeeld kan worden of er zonder problemen meer lesvluchten kunnen worden uitgevoerd, of dat dit voor extra overlast zorgt.
De heer Van Rijs vindt het belangrijk dat Midden-Delfland een zienswijze indient op de plannen en dankt de wethouder voor het opstellen van deze zienswijze. De NRD vormt de basis voor het uitvoeren van een MER-studie, die nodig is voor het nieuwe Luchthavenbesluit. De NRD is gebaseerd op de uitkomst van het participatietraject. Daaruit komt een basisadvies naar voren dat een aantal beperkingen bevat ten opzichte van de huidige situatie: een halvering van het aantal nachtvluchten, maximaal tien slots tijdens de randen van de dag. Er is echter ook ontwikkelruimte mogelijk als vliegtuigen minder lawaai maken. Twee alternatieven die tijdens het participatietraject zijn aangegeven, zijn halvering en afschaffing van de ontwikkelruimte. Nu is er een financiële haalbaarheidsstudie gepland. De uitkomst daarvan kan zijn dat deze twee opties niet worden meegenomen in de MER-studie. De zienswijze stelt dat Midden-Delfland niet meer vliegbewegingen wenst. Het CDA stelt voor dat de zienswijze helderder en meer gebalanceerd wordt geformuleerd, waarmee de gemeente aangeeft dat de MER moet worden uitgevoerd voor de twee alternatieven die tijdens het participatietraject zijn aangegeven, ongeacht de uitkomst van een financiële haalbaarheidsstudie. In de volgende raadsvergadering ziet het CDA graag een aangepaste zienswijze tegemoet.
Wethouder Oderwald complimenteert de ambtenaar die de zienswijze heeft opgesteld. De heer De Bakker formuleerde de scope goed: de vraag is waarop de MER-rapportage straks wordt gebaseerd. In die context moeten alle vragen bezien worden. De zienswijze bevat voornamelijk elementen op het gebied van natuur en milieu. Dat komt doordat het traject gestart is met een participatiebijeenkomst, waarbij alle betrokken partijen aan tafel zaten en alle belangen in kaart zijn gebracht, waarna alle belangen afgewogen konden worden en tot een gedragen besluit kon worden gekomen. Dat is niet helemaal gelukt, want bewonersorganisaties zijn uit het proces gestapt omdat zij zich niet konden verenigen met het eindresultaat. Desondanks ligt er een gedeelde visie op basis waarvan het Luchthavenbesluit geschreven moet worden. Het klopt dat de milieubelangen in de zienswijze sterk benadrukt zijn, maar dat komt omdat de gemeente het bijzondere provinciale landschap heeft ingebracht tijdens de participatie. Andere belangen zijn tijdens het participatietraject aan bod gekomen en zullen door andere partijen via zienswijzen worden ingebracht. Het verzoek van het CDA om de zienswijze helderder te formuleren zal zij overwegen, al is haar niet helemaal duidelijk wat er volgens het CDA opgenomen moet worden. In de NRD worden vier scenario's meegenomen voor de MER-studie.
Dat staat in de samenvatting ook duidelijk aangegeven. Het aantal lesvluchten is toegenomen, iets waarmee de luchthaven flink heeft geworsteld. De toename vond plaats tijdens de coronaperiode, toen er enerzijds nauwelijks gewone vluchten plaatsvonden en anderzijds mensen door de coronamaatregelen naar andere bezigheden zochten. Het is niet duidelijk of het een trend is, die in de zienswijze moet worden opgenomen.
7
De heer De Bakker merkt per interruptie op dat het lesvluchten in 2022 betreft, dus niet tijdens de coronaperiode. Wethouder Oderwald kan zich voorstellen dat het een uitloop van de coronaperiode is geweest. Midden-Delfland heeft tijdens het participatietraject het argument van het 'stresshormoon' ingebracht en zij ziet graag dat dit wordt meegenomen in de MER-studie. Aangezien de gemeente de aanwijzing heeft voor het stiltegebied Midden-Delfland, is zij de aangewezen partij om dit argument in te brengen. De heer Van der Eijk begrijpt dat andere partijen in de MRDH het belang van de reiziger of het economische belang in hun zienswijze opnemen. Midden-Delfland presenteert echter een zienswijze waarin een aantal matig onderbouwde claims worden gedaan. De VVD kan zich vinden in de strekking van de zienswijze, maar had een en ander graag duidelijker en beter onderbouwd geformuleerd gezien. De heer Van Rijs vindt dat de boodschap ondergesneeuwd raakt door een aantal claims dat niet zo relevant is. In de NRD wordt niet gesproken over een alternatief voor minder vluchten, maar alleen om minder extra vluchten. De zorg is echter dat er nog bekeken moet worden of de alternatieven (minder extra vluchten of helemaal geen extra vluchten) financieel haalbaar zijn. De luchthaven gaat daarom een aanvullend economisch onderzoek doen.
Als daaruit blijkt dat het economisch niet uitkomt, worden deze alternatieven niet in de MER-studie meegenomen. Het belang van MiddenDelfland is dat in de MER-studie de twee alternatieven wel worden meegenomen. Dat moet duidelijk in de zienswijze worden opgenomen. Mevrouw Van der Lans is het eens met het zojuist aangehaalde punt door het CDA. D66 is het er ook mee eens dat de zienswijze korter en bondiger kan, zolang het algemeen belang van MiddenDelfland om het cultureel landschap en het milieu te beschermen maar goed vertegenwoordigd wordt. De heer De Bakker kan zich ook vinden in de bijdrage van het CDA. ChristenUnie wil graag dat de effecten van minder extra vluchten en van geen extra vluchten in de MER-studie worden onderzocht. Uiteindelijk wil de gemeente de huidige stilte bewaren. Daarover heeft hij in de NRD niets teruggevonden, vooral omdat de manier waarop geluid gemeten wordt veranderd wordt. Opgepast moet worden dat er niet ineens meer ruimte ontstaat, doordat anders gemeten wordt. De heer Roeling is het eens met de vorige sprekers en hij stelt voor dat de zienswijze wordt aangepast. Verder vraagt hij aandacht voor de veiligheid van vliegen. Opstijgen en landen gebeurt bij voorkeur boven open gebied. Mijn Partij zou niet graag zien dat de luchthaven de opdracht krijgt om dit te veranderen.
Mevrouw Koppert complimenteert de wethouder voor de uitleg over de verschillende belangen die alle partijen tijdens het participatietraject hebben ingebracht. OGP sluit zich aan bij het CDA dat alternatief 3 en 4 worden onderzocht, ongeacht de uitkomsten van een studie naar de financiële haalbaarheid. Wethouder Oderwald zal de suggesties meenemen en een nieuwe versie toesturen voor de aanstaande raadsvergadering. De commissie adviseert het voorstel als bespreekstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
11.
Vaststellen verslagen
a.
Openbare vergadering d.d. 10 januari 2023
De commissie stelt het verslag van 10 januari 2023 ongewijzigd vast.
b.
Besloten vergadering d.d. 10 januari 2023
De commissie stelt het verslag van 10 januari 2023 ongewijzigd vast.
8
12.
Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen
De heer Van Rijs heeft de Financiële commissie veiligheidsregio bijgewoond en het verslag rondgestuurd. Hij was verbaasd dat de gemeente Den Haag de helft van het totaalbudget bijdraagt, maar nog geen vertegenwoordiging heeft in de commissie.
13.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 21.15 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 14 maart 2023.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, N.C. Knaap
9