Vsl Comm 2021 m 10 d 12.doc
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de commissie van de gemeente MiddenDelfland, gehouden op dinsdag 12 oktober 2021, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer N.C. Knaap
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer A. van den Berg (CDA), de heer T.A. Buitelaar (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Cornelissen (CDA), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), mevrouw M.E. Heutink (OGP Midden-Delfland), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer S.W. Kooij (VVD), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij!), de heer B.J. Meijdam (PvdA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij!), de heer P.W. Scholtes (D66), mevrouw E.C. Snethlage-Barnard (PvdA), de heer H. van Til (ChristenUnie), de heer R.E. Vieira (D66), de heer R. van Waardenberg (ChristenUnie) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer F.J.M. ten Have en de dames W. Renzen-van Leeuwen en S. Smit, wethouders; de heer A. Wijten en mevrouw D. Boender, leden van de Rekenkamer; de heer R. van Buuren en de dames C. Labee, V. van Leeuwen en M. Vos-Pols, insprekers
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen en de kijkers via de livestream en op de tribune welkom.
2.
Algemene inspreekmogelijkheid over niet op de agenda staande onderwerpen
De voorzitter deelt mee dat zich geen insprekers hebben aangemeld.
3.
Vaststellen van de agenda
De heer Zwaard verzoekt agendapunt 9 naar voren te halen zodat de mensen op de tribune niet de hele avond hoeven te wachten. De agenda wordt aldus vastgesteld.
4.
Mogelijkheid tot het stellen van vragen door de commissie aan het college
De heer Zwaard spreekt namens de heer Cornelissen. Het CDA kan zich vinden in het antwoord van het college. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
5.
Overzichten van openstaande vragen en vaste onderwerpen
Mevrouw Langeveld complimenteert het college met de uitgebreide toelichting die de laatste maanden bij dit agendapunt is gevoegd. Puuur Midden-Delfland De heer Kooij dankt het college voor het beantwoorden van de vragen. De voorzitter sluit hiermee dit agendapunt af.
6.
Rapport Rekenkamer over Jeugdzorg
De heer Wijten wil kort iets zeggen over dit gezamenlijke onderzoek van tien Rekenkamers. Het is geen reclame voor de procedure dat het zo lang heeft geduurd. Het rapport betreft de periode 2015 tot en met 2019 maar het is vooral belangrijk om te focussen op de toekomst. De belangrijkste conclusie is dat de informatievoorziening moet verbeteren omdat de raad anders niet kan sturen.
1
Mevrouw Boender verwijst naar de presentatie en licht een aantal belangrijke punten toe. De gemeente bleef de eerste jaren binnen de begroting. De noodzaak voor betere sturing kwam pas in 2018 aan het licht. De koppeling tussen data en kosten was onvoldoende. Midden-Delfland doet het in essentie heel goed wat betreft het aantal jongeren in de jeugdzorg, namelijk 8% bij een landelijk gemiddelde van 12,5%. In 2019 stabiliseert het aantal jongeren in de jeugdzorg, terwijl de kosten blijven stijgen omdat zij veel meer uren zorg ontvangen. Dat kan verschillende redenen hebben en daarom zijn data belangrijk. Met het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden zijn hierover inmiddels afspraken gemaakt. Veel jongeren worden gesignaleerd door het Maatschappelijk Team; de huisarts is de belangrijkste verwijzer. Zeker in de eerste jaren was de informatievoorziening erg karig. In 2018 was er een forse overschrijding van de begroting maar was er nog steeds onvoldoende informatie beschikbaar. De informatievoorziening is getoetst aan vier normen. Het college heeft als terechte kritiek dat deze in 2015 nog niet bekend waren maar om goed te kunnen sturen, moet het verband zichtbaar zijn tussen data en wat dat doet met geld. De normen komen dus niet uit de lucht vallen. In 2019 en vooral in 2020 is de informatievoorziening verbeterd. Er zijn zes adviezen uitgebracht.
Deze zijn voor het grootste deel al ingevuld of in ontwikkeling. De rapportage aan de hand van KPI's is het belangrijkste omdat de raad dan kan zien wat het beleid is ten aanzien van de jongeren, geredeneerd vanuit de inhoud, en wat dat uiteindelijk doet in geld. De voorzitter geeft gelegenheid voor het stellen van vragen. De heer Gebben denkt dat de gemeente weinig invloed heeft op regels die in Den Haag worden vastgesteld. Hoe zou de gemeente dan toch beter kunnen sturen? Mevrouw Boender antwoordt dat vanuit de inhoud moet worden gedacht: hoe hoog is de drempel voor de jeugdzorg en gaat de gemeente investeren in preventieve zorg en zo ja, wat doet dat met de vervolgtrajecten? Weinig preventieve zorg kan leiden tot duurdere trajecten naderhand. Nadat de gemeenten in 2015 deze taak erbij hebben gekregen, is het veelal over geld gegaan en niet over de inhoud. Daar zitten de knoppen waaraan de gemeente kan draaien. De heer Vieira vraagt hoe de gemeente kan meten of bepaalde kosten geleid hebben tot de gewenste kwaliteit. Mevrouw Boender antwoordt dat het vooral van belang is om data op te bouwen zodat op langere termijn duidelijk wordt of iets gaat lonen. Het rapport van Andersson Elffers Felix (AEF) laat zien dat de toegang tot de zorg lager is geworden maar dat de instroom vooral uit de hogere inkomensklassen afkomstig is.
Om te weten of dat ook in Midden-Delfland het geval is, moet de gemeente data verzamelen. Of iets loont, is niet altijd in geld uit te drukken. Het gaat er bijvoorbeeld ook om hoe jongeren het geluk in Midden-Delfland ervaren. Mevrouw Langeveld heeft de volgende vragen. In Midden-Delfland worden meer uren aan jeugdhulp besteed dan in de omliggende gemeenten. Heeft de Rekenkamer inzicht in de afspraken met het Servicebureau en hoe wordt dat gemeten? Een aantal van de zes doelen uit het actieprogramma zijn moeilijk meetbaar. Klopt het dat de raad dat moet kunnen meten? Mevrouw Boender antwoordt als volgt. Uit de data blijkt dat het gemiddelde aantal uren inderdaad aanzienlijk hoger is dan in de omliggende gemeenten. De onderliggende cijfers zijn niet bij het rekenkameronderzoek gebruikt. De wethouder weet welke concrete afspraken met het Servicebureau zijn gemaakt. De tweede vraag van mevrouw Langeveld heeft betrekking op het antwoord van het college en kan dus door de wethouder worden beantwoord. Mevrouw Heutink merkt op dat het een heel complex rapport is. Spreekster stelt de wethouder en 2
de collega's voor om een debat over de jeugdzorg in het algemeen te voeren. De voorzitter dankt de leden van de Rekenkamer voor hun bijdrage en geeft gelegenheid voor de eerste termijn. De heer Vieira ziet elders dat het belangrijk is om energie en tijd in data te steken. Een euro aan preventie kan twee euro aan de achterkant schelen. Denkt het college er ook zo over? De heer Van Lier vindt dat het een goed onderzoek is. De conclusies waren eigenlijk al bekend. Het inzetten op preventie blijkt een goede stap te zijn geweest. Is onderzocht waarom bepaalde producten er wat de kosten betreft zo uitspringen? Mevrouw Heutink vindt het investeren in duurzame relaties met zorgaanbieders een belangrijk punt omdat dat veel kan opleveren. Bij het inzetten van preventie moet de gemeente over de juiste gegevens beschikken. Hoe kijkt de wethouder tegen het rapport aan? Kan hij beloven dat de informatie nog strakker en duidelijker naar de raad toekomt? Mevrouw Snethlage leest in het rapport een aantal zaken die niet nieuw zijn, zoals te weinig informatie die te laat wordt ontvangen. Regionale trends zijn zelden representatief voor MiddenDelfland en daarom zijn de gemeentelijke gegevens van groot belang. Verstandige preventie zal zeker leiden tot een reductie van de kosten. Mevrouw Langeveld herhaalt haar vragen.
In Midden-Delfland worden meer uren aan jeugdhulp besteed dan in de omliggende gemeenten. Heeft de Rekenkamer inzicht in de afspraken met het Servicebureau en hoe wordt dat gemeten? Een aantal van de zes doelen uit het actieprogramma zijn moeilijk meetbaar. Klopt het dat de raad dat moet kunnen meten? Het CDA heeft de afgelopen jaren regelmatig gevraagd om gespecificeerde informatie, zoals die wordt genoemd op pagina 3 van het rapport. Het CDA heeft ook regelmatig gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de resultaatgerichte bekostigingssystematiek die zou moeten leiden tot een betere beheersing van de kosten. Het CDA kan zich daarom volledig vinden in de adviezen van de Rekenkamer. Hoe kijkt het college naar deze adviezen? Ook het CDA wil focussen op de toekomst. Bij de doorontwikkeling is het op zijn plek om nu, en in de toekomst, meer te investeren in het Maatschappelijk Team. Dat moet leiden tot minder doorverwijzingen naar de duurdere specialistische jeugdzorg. Het CDA wil verder in gesprek met de raad en het college over mogelijk nieuw te ontwikkelen initiatieven De heer Van Til onderschrijft de aanbevelingen van het rapport van de Rekenkamer. Aan veel punten wordt al gewerkt. De aandacht voor preventieve zorg wordt in de commissie breed gedeeld.
Spreker is het met het college eens dat een analyse van de achterliggende oorzaken van het vele aantal geleverde uren ontbreekt. Het is goed om eens naar het nut en de noodzaak hiervan te kijken. De heer Kooij wil wel graag bijsturen maar om iets zinnigs over de inhoud te kunnen zeggen, heeft de raad data nodig. Wat werkt wel en wat werkt niet? Als data sneller worden ontvangen, wordt het voor de raad inzichtelijker wat de mogelijkheden tot bijsturen zijn. De VVD is blij met het rapport. Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. De raad dankt de Rekenkamer terecht voor dit onderzoek want het is een monnikenwerk geweest. Het opstellen van het rapport heeft langer geduurd dan verwacht en dat weerspiegelt de worsteling om zicht te krijgen op de cijfers. Het is duidelijk dat in de eerste jaren te weinig zicht is geweest op de cijfers. Pas achteraf is een normenkader vastgesteld waaraan getoetst kon worden en daar moet nog een slag in worden gemaakt. Op basis van het recent aan de raad voorgelegde Plan van aanpak bedrijfsvoering wordt geïnvesteerd om betere informatie te krijgen. 3
-
-
-
-
-
Spreker heeft geen antwoord op de vraag waarom het gemiddelde aantal uren in MiddenDelfland hoger is dan in andere gemeenten. Aan de andere kant gaat het om een relatief kleine populatie en het gemiddelde wordt dan snel beïnvloed door een aantal zware casussen. Of deze veronderstelling juist is, wordt nader onderzocht. Het Maatschappelijk Team, dat aan preventie doet, is de laatste anderhalf jaar versterkt maar in eerdere jaren werd daar anders tegenaan gekeken. De echt zware gevallen kunnen helaas niet met preventie worden voorkomen. In het AEF-rapport staat ook dat niet aantoonbaar is dat investeringen in preventie zichzelf terugverdienen. Spreker zegt toe dat met de raadswerkgroep sociaal domein een voorbeeld van een KPI dashboard zal worden besproken. Geeft deze de informatie waaraan de raad behoefte heeft? Met het Servicebureau wordt over hetzelfde gesproken. Spreker gaat ervan uit dat hiermee de juiste stappen worden gezet. H10 voert met name met de grote zorgaanbieders periodieke gesprekken en die leiden tot concrete afspraken over kostenbesparing. Tot nu toe gaat het om € 1,5 miljoen. Het nieuwe systeem waarbij gewerkt wordt met bestedingsplafonds heeft tijd nodig om in te slijten.
Net als in de bouwsector zijn in de zorg de kosten van het iedere paar jaar aanbesteden veel te hoog geworden, en net als in de bouwsector is een deel van de kosten vermijdbaar als partijen beter met elkaar samenwerken. Het efficiënter maken van zaken heeft tijd nodig. De aanbesteding van de H10 geldt voor vier jaar met de mogelijkheid van verlenging. In het openbaar bestuur is de reactie op een onderzoeksrapport gebaseerd op de vier D's: dank, deemoed, daadkracht en doorgaan.
De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. Mevrouw Langeveld wil benadrukken dat er goede stappen worden gezet en dat dingen ook goed gaan. Hopelijk levert het dashboard betere mogelijkheden tot sturing op. Het Maatschappelijk Team doet aan preventie maar biedt ook jeugdhulp aan de voorkant. De achterkant is de dure specialistische zorg. Het gaat dus niet alleen om preventie. Mevrouw Snethlage hoort de wethouder zeggen dat preventie de zware gevallen niet kan voorkomen. Is hij het ermee eens dat preventie bij de lichtere gevallen juist heel nuttig kan zijn en dat preventie daarom nooit moet worden uitgesloten? Mevrouw Heutink verwijst naar het rapport van Follow The Money over de hoge winstpercentages en grote geldstromen in de jeugdzorg. Hoe kan de gemeente dit soort ondernemers, die soms zelfs uit het buitenland komen, buiten de deur houden? Wethouder Ten Have beantwoordt de vragen als volgt. Het MT verleent binnen het lokale netwerk inderdaad ook jeugdhulp. Dat preventie niet helpt bij zware gevallen betekent niet dat het niet nodig is om aan preventie te doen. Het is alleen niet een-op-een herleidbaar naar besparingen. H10 heeft de financiële positie van de aanbieders geanalyseerd en er lijkt geen sprake te zijn van zogenaamde zorgcowboys. Een aanbesteding is waarschijnlijk geen goed middel om dat te voorkomen.
De voorzitter dankt de leden van de Rekenkamer voor hun bijdrage en sluit het agendapunt hiermee af.
7.
Voorstel regiovisie Jeugdzorg Haaglanden 2021-2026
De heren Kooij en Van Til stemmen met het voorstel in. Mevrouw Heutink wil een paar punten aanstippen die van belang zijn. De bestrijding van de wachtlijsten heeft voor de OGP Midden-Delfland prioriteit maar vooral belangrijk is de samenwerking met de wetenschap. Dat wordt vaak vergeten en onvoldoende benut maar het gaat om concreet met professionalisering bezig zijn. De OGP Midden-Delfland stemt met het voorstel in.
4
Mevrouw Langeveld sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Heutink. De zeven leidende principes die in de oplegger worden genoemd, mogen vaker naar voren komen bij de visie op de jeugdhulp van de gemeente. Ook het CDA stemt met het voorstel in. Wethouder Ten Have reageert als volgt. In het traject van het opstellen van de visie is al geprobeerd om met de wetenschap samen te werken. Met de H10 zal worden besproken daar vaker op te reflecteren. Spreker is het eens met de leidende principes. De belangrijkste is het normaliseren. De gemeente en de jeugdzorg kunnen niet alle problemen van de jeugd oplossen. Het is een accentverlegging om de primaire verantwoordelijkheid bij de ouders te leggen. De samenwerking met het onderwijs speelt een belangrijke rol omdat leerkrachten als eersten zien dat er iets niet goed gaat. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
8.
Voorstel VVGB bouwplan woning Commandeurskade 36 te Maasland
De heer Scholtes leest dat het gaat om een uitbreiding met ongeveer de totale inhoud van de woning. Leidt dit niet tot precedentwerking? De heer Van Lier stemt met het voorstel in omdat de woning teruggaat naar de oorspronkelijke situatie. Ook de polderarchitect vindt het een goed idee. De heer Cornelissen stemt met het voorstel in. Er is een prima ruimtelijke onderbouwing. Wethouder Smit antwoordt dat geen sprake is van precedentwerking omdat het gaat om een specifiek geval waarbij een zorgvuldige procedure is doorlopen. De commissie adviseert het voorstel als hamerstuk voor de raadsvergadering te agenderen.
9.
Moestuinderij: een wenselijke ontwikkeling in het buitengebied?
De heer Van Buuren is initiatiefnemer van Moestuinderij Het Middenland. Zijn bijdrage is aan dit verslag gehecht. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid tot het stellen van vragen. De heer Zwaard vraagt of de heer Van Buuren voordat hij de Moestuinderij startte, contact met de gemeente heeft gehad. Hoelang duurt het om deze teelt af te kunnen maken zodat deze niet vernietigd hoeft te worden? De heer Van Buuren antwoordt dat hij van tevoren geen contact met de gemeente heeft gehad omdat hij dacht dat dit, net als mais, een normaal gewas zou zijn. De wintergewassen, zoals spruiten en boerenkool, kunnen in februari of maart 2022 worden geoogst. De heer Jongsma vraagt of het wintergoed al is gepoot. De heer Van Buuren antwoordt bevestigend. De heer Roeling vraagt of wethouder Smit contact met de heer Van Buuren heeft opgenomen en zo ja, wat dat heeft opgeleverd. De heer Van Buuren antwoordt dat er telefonisch contact is geweest maar dat dit geen nieuwe inzichten heeft opgeleverd. Mevrouw Snethlage hoorde de heer Van Buuren zeggen dat zijn ome Piet ook een moestuin had. Was dit voor eigen gebruik? Hoe groot waren de moestuinen bij de boerderijen? De heer Van Buuren antwoordt dat ome Piet niet alleen voor het eigen gezin teelde maar ook voor de lokale markt. Het perceel was ruim een halve hectare groot. Er zijn binnen de gemeente nog slechts enkele grote moestuinen over. 5
De voorzitter dankt de heer Van Buuren voor zijn bijdrage en geeft het woord aan mevrouw Labee. Mevrouw Labee wil iets over zichzelf vertellen maar zij spreekt zeker ook namens alle Oogstgenoten. Haar bijdrage is aan dit verslag gehecht. De voorzitter stelt vast dat er geen vragen zijn, dankt mevrouw Labee voor haar bijdrage en geeft het woord aan mevrouw Van Leeuwen. Mevrouw Van Leeuwen is tuinder op Moestuinderij Het Middenland en spreekt ook namens haar vriend, Marcel van Straten. Haar bijdrage is aan dit verslag gehecht. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid tot het stellen van vragen. De heer Jongsma vraagt of mevrouw Van Leeuwen wintergroente heeft gepoot en zo ja, wanneer dat is geweest. Mevrouw Labee antwoordt dat een aantal weken geleden de eerste wintergroenten de grond zijn ingegaan. De knoflook is ook net gepoot. De voorzitter dankt mevrouw Labee voor haar bijdrage en licht toe dat vanavond geen besluitvorming zal plaatsvinden. De commissie en het college zullen van gedachten wisselen. De commissie krijgt het woord voor de eerste termijn. Mevrouw Snethlage is in een brief door de initiatiefnemer op de Moestuinderij gewezen. Die naam klinkt alsof het iets is dat zou moeten kunnen. In een bestemmingsplan staan zaken die zijn toegestaan. Wat er niet in staat, is niet toegestaan.
Het uitgangspunt is dus: niets mag, tenzij het in het bestemmingsplan wordt genoemd. De PvdA vindt dit een te simpele visie en vraagt de andere fracties of dit een onderwerp is dat in de aanloop naar de Omgevingsvisie moet worden meegenomen. De heer Gebben vraagt welke visie mevrouw Snethlage bedoelt: de Omgevingsvisie 1.0 of 2.0. Mevrouw Snethlage antwoordt dat veranderingen pas zullen worden opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0. De volgende vraag is of de gemeenteraad op dit moment de mogelijkheid heeft een ontheffing te verlenen. Het gaat de PvdA in de eerste plaats om het proces: is het gewenst dit op een andere manier, met een goed toetsingskader, in het bestemmingsplan op te nemen? De PvdA vindt de Moestuinderij een sympathiek plan maar op dit moment is het niet toegestaan en moet er dus worden gehandhaafd. Gedogen leidt tot precedentwerking want voordat je het weet, heeft iedere boerderij een moestuin in plaats van een veehouderij. Hoe denken de andere fracties hierover? De heer Gebben vraagt wat mevrouw Snethlage bedoelt met 'toetsingskader'. Moet dat worden opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0? Of moet de raad zich hier eerst over uitspreken en wordt pas naderhand besloten welke activiteiten op de nevenlijst worden geplaatst? Mevrouw Snethlage zegt dat door middel van een matrix duidelijk moet zijn aan welke elementen een plan moet voldoen, en hoe zwaar die wegen.
Te denken valt aan biodiversiteit, het open veenweidegebied of duurzaamheid. De voorzitter verzoekt de commissieleden om dicht bij het onderwerp blijven, namelijk de Moestuinderij. De heer Zwaard is geen voorstander van een tussentijdse oplossing omdat dat leidt tot precedentwerking. In de Omgevingsvisie 2.0 kan wellicht de mogelijkheid worden opgenomen om de bestemming gras om te zetten in open grondgebruik, mits dat binnen bepaalde kaders gebeurt.
6
-
De Moestuinderij is een mooi initiatief dat als zeer positief wordt ervaren maar het is terecht dat gehandhaafd wordt. Het huidige bestemmingsplan noemt deze activiteit immers niet. De wethouder wordt verzocht het mogelijk te maken dat de teelt wordt afgemaakt.
De heer Roeling heeft een prima rondleiding gekregen. Het begin is onhandig geweest maar dat is geen reden om te zeggen dat het niet binnen de visie van de gemeente valt. Er is niets onomkeerbaars gebeurd. Tot half maart 2022 kan geen sprake zijn van precedentwerking want dan wordt er niets meer gepoot. De Moestuinderij past binnen Midden-Delfland, mits binnen bepaalde grenzen. Er mogen geen gebouwen komen. Mijn Partij! is daarom positief. De veertig Oogstgenoten wonen bijna allemaal buiten Midden-Delfland en dat is precies wat de gemeente wil: mensen van buiten het gebied binnen halen. Mijn Partij! wil deze activiteit meenemen op de lijst van nevenactiviteiten. Die lijst moet een dynamisch document zijn waaraan nieuwe activiteiten kunnen worden toegevoegd. Mevrouw Snethlage vraagt of de heer Roeling bedoelt dat die lijst niet in het bestemmingsplan wordt opgenomen. De heer Roeling antwoordt dat binnenkort geen sprake meer is van bestemmingsplannen. De lijst kan worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Bij de Moestuinderij gaat het wellicht om de bestemming agrarisch met waarde. Mevrouw Snethlage wijst erop dat de Omgevingsvisie moet worden veranderd als een activiteit aan de lijst wordt toegevoegd of van de lijst wordt geschrapt. Of wil de heer Roeling de kaders in de Omgevingsvisie opnemen? De heer Roeling zou de kaders aan het college willen meegeven.
Onder het huidige bestemmingsplan moet gehandhaafd worden. Mijn Partij! is van mening dat de initiatiefnemer zicht moet worden geboden op legalisatie. Veel raadsleden willen deze problematiek meenemen in de Omgevingsvisie 2.0 maar het is nog niet duidelijk wanneer die vastgesteld zal worden. De heer Jongsma vraagt of de heer Roeling doelt op legalisatie van dergelijke activiteiten of op legalisatie van De Moestuinderij op deze locatie. De heer Roeling doelt op deze locatie, en dat specifieke geval wil Mijn Partij! omzetten naar gemeentelijk beleid. De heer Gebben heeft moeite met het idee van zicht op legalisatie. Dat komt over alsof de raad het wel oké vindt, ongeacht wat er gebeurt. Is de heer Roeling niet van mening dat de normale procedure moet worden doorlopen? De heer Jongsma vraagt op basis van welke argumenten de heer Roeling wil legaliseren terwijl uit de antwoorden op de vragen van het CDA duidelijk blijkt dat deze activiteit op die locatie niet passend is. De heer Roeling heeft gevraagd om reflectie. Het klopt dat het niet binnen het bestemmingsplan past. Spreker vraagt het college hoe hier een mouw aan kan worden gepast, en hoe het kan worden vastgelegd in de Omgevingsvisie 2.0. De heer Gebben vindt dat wel erg gemakkelijk.
Hoe denkt de heer Roeling zelf hoe hier een mouw aan kan worden gepast? De heer Roeling denkt aan bijvoorbeeld een gedoogbeschikking maar er zijn meer tijdelijke oplossingen denkbaar. En wat is tijdelijk? Het college is al veertien jaar niet in staat om Op Hodenpijl te legaliseren. Kan het college de last onder dwangsom herzien? De heer Gebben vindt dit een interessante discussie. De vraag van de PvdA is gemakkelijk te beantwoorden: de lijst met nevenactiviteiten is duidelijk. Wat er niet op staat, mag niet. Als de 7
raad hiervan wil afwijken, zal dat via de Omgevingsvisie moeten gebeuren. Het opnemen van een toetsingskader voor dit soort activiteiten leidt altijd weer tot interpretaties en dus tot discussie. De VVD vindt het wel een goed idee om de lijst iets dynamischer te maken zodat nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen kunnen worden toegevoegd. De heer Van Til is van mening dat wet- en regelgeving achterlopen bij de maatschappelijke ontwikkelingen. Dat kan hier ook het geval zijn. Op andere plaatsen in het Groene Hart worden dit soort activiteiten wel toegestaan. Eerst wordt dit mooie initiatief in Midden-Delfland de nek omgedraaid maar als de Omgevingsvisie 2.0 gereed is, mag het alsnog. Is het niet mogelijk om hier door middel van een pilot ruimte voor te bieden? De heer Gebben vindt dit een terecht punt maar initiatiefnemers moeten vooraf bij de gemeente goed informeren naar wat wel of niet mag. Het is niet de goede volgorde dat iemand begint en dat de raad zich dan maar heeft te voegen omdat het zo'n leuk initiatief is. Mevrouw Snethlage vraagt of het niet zinvoller is om het zo te formuleren dat het niet mag, tenzij het plan voldoet aan bepaalde kaders. Hierbij is primair dat het gebied in stand blijft. De heer Gebben is voorstander van een lijst omdat dat duidelijk is. Over kaders ontstaat altijd discussie.
De VVD is van mening dat een debat hierover past bij het bespreken van de Omgevingsvisie 2.0. De VVD heeft moeite met termen als tijdelijke ontheffing en zicht op legalisatie. De heer Roeling wijst erop dat in die visie Op Hodenpijl morgen moet worden gesloten. De heer Gebben vindt dat een heel ander onderwerp. De raad stelt de regels vast en die moeten worden gehandhaafd. De heer Roeling is van mening dat Op Hodenpijl onder dezelfde regels valt als de Moestuinderij. De heer Van Til vindt het een mooi initiatief, dat zorgt voor een verbinding tussen de natuur en de mens. Vooruitlopend op de discussie over de kaders wil spreker alvast memoreren dat er vroeger ook moestuinen bij boerderijen waren. Spreker begrijpt niet goed waarom de gemeente bepaalde zaken, zoals verrommeling en verkeeraantrekkende werking, zo zwaar aanzet. Er zijn in dat gebied al winkeltjes en campings. De ChristenUnie verzoekt het college een pilot op te zetten en naar aanleiding van de bevindingen een kader te ontwikkelen. De heer Jongsma vraagt wat het doel van de pilot zou moeten zijn. Het is duidelijk dat de Moestuinderij een groot succes is. De heer Van Til antwoordt dat in Zoeterwoude een gelijksoortig initiatief is gestart. In MiddenDelfland bestaan zorgen over het behoud van het open agrarische landschap en de negatieve invloed van deze activiteit op de weidevogels.
Door een pilot wordt duidelijk of die zorgen terecht zijn of dat sprake is van koudwatervrees. Spreker is van mening dat de raad in ieder geval zo soepel moet zijn om de oogst af te wachten. In de komende periode kan dan op een creatieve manier worden meegedacht over iets wat echt leeft en wat in andere gemeenten ook mogelijk is gemaakt. De heer Gebben vraagt of de heer Van Til de pilot wil gebruiken om tijd te kopen. De heer Van Til antwoordt bevestigend. De heer Jongsma kan zich vinden in de uitspraken van de VVD. Het is verstandig om dit soort initiatieven mee te nemen in de discussie over de Omgevingsvisie 2.0. Op basis van de nu beschikbare informatie is duidelijk geworden dat deze locatie niet geschikt is. De heer Vieira zegt dat de OGP Midden-Delfland op haar Twitteraccount kenbaar heeft gemaakt dit een fantastisch initiatief te vinden. Waarom stond daar niet bij dat de locatie niet passend is? 8
De heer Jongsma vindt het op zich inderdaad een goed initiatief. De fractiegenoot die het bericht op Twitter plaatste, was niet op de hoogte van de locatie. Als de initiatiefnemer zijn plannen van tevoren goed met de gemeente had doorgesproken, was het niet zo ver gekomen. Het probleem is niet de moestuin maar de manier waarop het is gegaan. Bovendien is na de aankondiging van de handhavingsprocedure nog een nieuwe teelt gestart. Om die situatie dan nu te gedogen, is een verkeerd signaal voor andere ondernemers. De heer Vieira heeft bij de bezichtiging van de Moestuinderij geconstateerd dat een paar kilometer verderop een pluktuin ligt die door de gemeente is gepromoot. Wat is het verschil tussen die twee? De heer Gebben is van mening dat het bestemmingsplan hierover uitsluitsel geeft. De heer Vieira antwoordt dat het bestemmingsplan ongeveer 4 hectaren aan nevenactiviteiten mogelijk maakt, zoals campings en sportactiviteiten. De Moestuinderij is veel kleiner van omvang. Los van de regels moet ook worden gekeken naar wat redelijk en billijk is. Biodiversiteit, korte verbinding tussen stad en platteland en gezonde voeding worden tot de waarden van deze gemeente gerekend. Regels dienen om deze waarden te ondersteunen. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan is er niet bewust voor gekozen om deze activiteit, die binnen de waarden van de gemeente valt, uit te sluiten.
Zou deze dan niet toch moeten worden toegestaan? Een last onder dwangsom is een wel heel zwaar middel in een gemeente die voor handhaving slechts één BOA kan inzetten. D66 vindt dit disproportioneel. Wachten op de Omgevingsvisie 2.0 duurt te lang. De heer Gebben vraagt of de heer Vieira van mening is dat iedereen met een goed initiatief in Midden-Delfland gewoon kan beginnen, ook al wordt niet aan het bestemmingsplan voldaan, en dat de raad dan bepaalt of het waarde heeft en als dat zo is, dat het mag. De heer Vieira zegt dat de raad zelf heeft gezegd dat in deze gemeente biodiversiteit en korte ketens het allerbelangrijkste zijn. Daarna zijn de regels bedacht die daarbij horen. De heer Gebben schrikt hier wel een beetje van. Dat wordt toch een glijdende schaal van allerlei interpretaties? De heer Vieira antwoordt dat hij zich kan vinden in het betoog van de heer Van Buuren, die sprak over redelijkheid, billijkheid en goede trouw. De Moestuinderij is veel kleiner dan de pluktuin aan dezelfde weg. Handhaving is dan een buitenproportioneel middel. De heer Zwaard hoort de heer Vieira zeggen dat het door de raad vastgestelde bestemmingsplan buiten beschouwing kan blijven. Klopt dat? De heer Vieira antwoordt dat de raad een visie en een aantal bestemmingsplannen heeft vastgesteld.
De regels die bij de bestemmingsplannen horen, lijken nu zwaarder te wegen dan de visie en de waarden die daarin zijn vastgelegd. In deze casus, met een zeer geringe omvang, slaat voor D66 de balans door naar de andere kant. De heer Gebben vraagt of D66 deze mening blijft toegedaan als de Moestuinderij vier keer zo groot wordt. De heer Vieira antwoordt dat de verhouding tussen de pluktuin en de Moestuinderij dan anders wordt. In het voorstel staat dat er geld wordt verdiend aan deze verbreding maar tegen boeren wordt juist gezegd dat zij moeten verbreden. Kan de wethouder toelichten waarom dat hier niet mag? Waarom heeft handhaving hier zo'n hoge prioriteit? Wethouder Smit reageert als volgt. Het college vindt dit een ongelukkige situatie. Tegen de heer Van Buuren is dat ook uitgesproken. 9
-
-
-
-
Het is van belang dat het iedereen duidelijk is wat zijn rol is. Deze nevenactiviteit is daar volgens het in 2020 door de raad vastgestelde bestemmingsplan niet toegestaan. Het college heeft de taak om de regels in het bestemmingsplan uit te voeren. Het college kan er niet voor kiezen om dat wel of niet te doen. Alle ondernemers worden gelijk behandeld en daarom moet iedereen zich houden aan de regels en kaders van het bestemmingsplan. De pluktuin past binnen het bestemmingsplan omdat de raad zelf heeft besloten dat die grond een andere bestemming heeft. Het college meet dus niet met twee maten. Wanneer een strijdige activiteit wordt geconstateerd, gaat de gemeente met de ondernemer in gesprek. Dat is hier ook gebeurd. Er zijn twee mogelijkheden: de activiteit wordt beëindigd of voortgezet op een plek waar dat is toegestaan. De gemeente en de heer Van Buuren kwamen daar niet uit. Als de ondernemer de activiteit dan niet staakt, is handhaving de volgende stap. Vervolgens is de zeer relevante vraag hoe de melkveehouderij zich in dit Bijzonder Provinciaal Landschap gaat ontwikkelen. Dat gesprek hoort thuis in het traject naar het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie 2.0. Er spelen zeer veel factoren een rol. De input hiervoor komt van allerlei partijen en de raad moet, na de zienswijzeprocedure, een integrale belangenafweging maken.
Op dit moment kan niemand zeggen of de Moestuinderij aan het einde van dit proces passend is of niet en er is dus ook geen zicht op legalisatie. Dat betekent dat de activiteit moet worden beëindigd. Een pilot zou kunnen passen in het nog door de raad vast te stellen plan van aanpak richting Omgevingsvisie 2.0. Precedentwerking is een belangrijk punt. Het is onwenselijk dat iemand met een plan begint en dan tegen de gemeente zegt: "Maak er maar een pilot van.". Spreekster komt terug op de vraag hoe de gemeente haar rechtspositie kan behouden terwijl met deze initiatiefnemer verder wordt gesproken over een manier om hier goed uit te komen. De heer Van Buuren heeft eerder gezegd dat 1 november het einde van het teeltseizoen is maar vanavond is iets anders gezegd.
De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Roeling wil de activiteit niet beëindigen maar zoekt naar een tussenoplossing. De handhaving mag in de tussentijd niet worden gestaakt. Veel fracties willen dit soort initiatieven meenemen in de Omgevingsvisie 2.0. De heer Jongsma vraagt hoe lang de heer Roeling naar een tussenoplossing wil zoeken. De heer Roeling kan die vraag niet beantwoorden omdat het ongewis is wanneer de Omgevingsvisie 2.0 wordt behandeld. Mijn Partij! zoekt naar een overbruggingsperiode waarin de activiteit kan worden gecontinueerd terwijl het college en de raad werken aan een oplossing. Spreker benadrukt dat het niet zeker is dat een meerderheid van de raad hiermee zal instemmen. Wat is de mening van de nieuwe polderarchitect? Kan de last onder dwangsom worden herzien of onder voorwaarden in de tijd worden verschoven? De al veertien jaar niet gelegaliseerde situatie bij Op Hodenpijl is een aanknopingspunt om deze casus met coulance te behandelen. De heer Jongsma wil niet dat iemand anders volgende week met iets start en dat dat dan ook gedoogd moet worden. Als de situatie niet kan worden gelegaliseerd, moet worden gehandhaafd. De heer Vieira heeft een verduidelijkingsvraag. Kort na het vaststellen van het Bestemmingsplan Gras is dat weer door de raad aangepast.
Als een moestuin binnen het karakter van de gemeente past, kan dit bestemmingsplan dan op dezelfde manier worden aangepast? De heer Van Til is voorstander van het handhaven van het bestemmingsplan en ziet het als een taak van het college om het bestemmingsplan uit te voeren, maar zaken liggen vaak niet zo zwartwit. Het is duidelijk dat de heer Van Buuren geen autosloperij mag beginnen maar dit is een agrarische activiteit die past binnen de plannen en ambities van de gemeente. De gemeente Zoeterwoude heeft een regeling op grond waarvan wel meegedacht kan worden. De lijst met nevenactiviteiten zou tussentijds worden geactualiseerd zodat meer ruimte wordt geboden voor 10
moestuinen. De ChristenUnie steunt het voorstel van de heer Roeling voor een overbruggingsregeling. In ieder geval zou de winterteelt moeten kunnen worden afgemaakt. De heer Zwaard wil de mensen op de tribune een eerlijk verhaal vertellen. De Omgevingsvisie 2.0 wordt pas besproken in de nieuwe raad. Dat gaat niet samen met het voorstel van enkele fracties om het nu af te tikken. De wethouder zegt terecht dat de boeren de dragers zijn van dit gebied. Spreker heeft overlegd met de voorzitter van LTO en deze zegt ook dat eerst de kaders moeten worden vastgesteld. Pas dan kunnen activiteiten worden toegelaten. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld en daar is geen speld tussen te krijgen. Het betoog van de ChristenUnie is tegenstrijdig. In dit geval ontkomt de gemeente niet aan handhaven. De heer Gebben vindt dat de wethouder het duidelijk genoeg heeft geformuleerd: het bestemmingsplan is de rechtsgrond onder de regels van ruimtelijke ordening. Op grond daarvan heeft iedereen dezelfde rechten en wordt gelijk behandeld. De lijst met nevenactiviteiten is duidelijk en voorkomt discussies zoals die van vanavond. Kan de wethouder aangeven of de lijst dynamischer kan worden gemaakt of moet dat wachten tot de Omgevingsvisie 2.0? Gezien de vele reacties is mevrouw Snethlage blij dat het onderwerp is geagendeerd.
Het geeft richting aan de discussie in de volgende raadsperiode over de Omgevingsvisie 2.0. Het verschil tussen nee, tenzij of ja, mits is van belang als de gemeente ondernemers wil faciliteren. De specifieke casus van de Moestuinderij was niet de reden om dit onderwerp te agenderen. Het gaat de PvdA erom hoe in het algemeen met dit soort activiteiten in het buitengebied moet worden omgegaan. De heer Van Buuren weet dat de raad geen invloed heeft op het handhavingstraject. De PvdA blijft van mening dat moestuinen en boomgaarden passen in het gebied en binnen cittaslow, en dat dit soort activiteiten goed zijn voor het naar binnen halen van mensen. De PvdA verzoekt het college te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de activiteiten te gedogen tot de behandeling van de Omgevingsvisie 2.0 door de nieuwe raad. Het moet de initiatiefnemer duidelijk zijn dat het dan van het ene op het andere moment afgelopen kan zijn. Wethouder Smit gaat niet proberen haar ergernis te verbergen. Het is bijna stuitend dat sommige fracties vinden dat al die leuke ideeën toch moeten kunnen maar dat is niet aan de orde. De raad heeft zelf in het bestemmingsplan vastgelegd wat wel of niet mag. De heer Van Til vindt dat de wethouder de zaken heel zwart-wit voorstelt. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan kan toch niet aan alles worden gedacht. Wethouder Smit is het daarmee eens.
Een bestemmingsplan wordt vastgesteld op basis van de informatie van dat moment. Naderhand kan er aanleiding zijn om dingen te veranderen. Dat nieuwe besluit wordt echter genomen op basis van nieuwe informatie, na overleg met allerlei partijen en na een afweging van alle belangen. De heer Roeling voelt zich niet aangesproken. Mijn Partij! zoekt naar een oplossing. Bij Op Hodenpijl en de Veenakkerweg wordt al jaren niet gehandhaafd. Waarom is de wethouder dan over de Moestuinderij zo verontwaardigd? Wethouder Smit wil niet over andere kwesties spreken. De initiatiefnemer kan een verzoek doen om het bestemmingsplan te wijzigen. Alle afwegingen komen in dat traject aan de orde en de raad neemt het uiteindelijke besluit. Het Bestemmingsplan Buitengebied Gras gaat op 1 juli 2022, na het in werking treden van de Omgevingswet, van rechtswege over in het Omgevingsplan waarin de regels staan waaraan iedereen zich moet houden. Het Omgevingsplan is echter veel flexibeler en dynamischer dan een bestemmingsplan. In het derde kwartaal van 2022 zal de nieuwe raad het plan van aanpak voor de Omgevingsvisie 2.0 vaststellen. Na het doorlopen van het plan van aanpak stelt de raad de Omgevingsvisie 2.0 vast. Het Omgevingsplan zal daarop worden aangepast.
De polderarchitect kan zich vinden in het standpunt van het college dat het niet voor de hand liggend is om deze activiteit op deze locatie toe te staan. De voorzitter sluit het agendapunt hiermee af.
11
10.
Ontwikkelingen Doelpad 9 te Maasland
Mevrouw Vos spreekt in namens de Historische Vereniging Maasland, de Midden-Delfland Vereniging en de stichting Midden-Delfland is Mensenwerk. Haar bijdrage is aan dit verslag gehecht. De voorzitter geeft gelegenheid tot het stellen van vragen. De heer Gebben zegt dat de Ridderlijke Duitsche Orde zou kunnen besluiten om nieuwe stallen terug te plaatsen. Hoe kijkt mevrouw Vos daar tegenaan? Mevrouw Vos antwoordt dat de stallen aan het huidige bestemmingsplan voldoen. De heer Scholtes vraagt hoe is bepaald dat de opstallen geen waarde meer vertegenwoordigen. Mevrouw Vos antwoordt dat de stallen vrij bouwvallig zijn en dat er het nodige aan gedaan moet worden om ze te gelde te kunnen maken. De heer Meijdam vraagt wat er eventueel wel met de stallen zou moeten gebeuren. Mevrouw Vos antwoordt dat iedere eigenaar kan worden opgeroepen verwaarloosde opstallen te slopen als de gemeente vindt dat sprake is van een onwenselijke situatie. Woningbouw is dan niet de oplossing. Het geeft een bepaalde precedentwerking want het betekent dat men schuren kan laten vervallen om er vervolgens een woning te bouwen. De heer Roeling vindt dat het zakelijke recht van overpad op de Maaslandse Zoom de crux van de zaak is. Als dit plan niet doorgaat, blijft de erfdienstbaarheid in stand. Mevrouw Vos wist niet dat de Maaslandse Zoom hiermee te maken heeft.
De heer Gebben zegt dat het starten van een nieuwe agrarische activiteit met waarden betekent dat als nevenactiviteit een camping mogelijk is. Mevrouw Vos antwoordt dat het in het landschap moet passen en dat de landschappelijke waarden behouden moeten worden. Dat kan ook een camping zijn want dat is geen woonbestemming. De voorzitter dankt mevrouw Vos voor haar bijdrage en geeft gelegenheid voor de eerste termijn. De heer Zwaard vindt bouwen in het groen geen goed plan. Het perceel grenst nergens aan bebouwing. Er kan inderdaad sprake zijn van precedentwerking. De commissie Welstand & Erfgoed wijst het plan ook af. De heer Buitelaar ziet dat drie organisaties aan de bel trekken en dan is het logisch om te kijken wat er aan de hand is. Woningbouw moet plaatsvinden in de kernen en niet in het weiland. De plannen zijn in een vroeg stadium en spreker heeft er begrip voor dat het college in dit stadium meewerkt, waarbij specifieke randvoorwaarden worden gesteld. Er wordt duidelijk gekeken naar kwaliteitsverbetering van het gebied en het gebruikelijke traject wordt gevolgd. De OGP MiddenDelfland zal een eventueel voorstel te zijner tijd kritisch beoordelen. De heer Gebben stelt vast dat bouwen in het groen meteen discussie geeft maar het is te kort door de bocht om alleen naar het groen te kijken. Het gaat ook om de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Wat gebeurt er als we niets doen? Wat zijn de alternatieven? Welke afspraken kunnen gemaakt worden zodat de impact op het landschap beperkt blijft? Wat zijn de effecten op de lange termijn, zoals een toename van het verkeer? Spreker kan de afweging van het college volgen. De raad moet in dit stadium niet in de procedure treden want het staat iedereen vrij die te doorlopen. Discussie kan plaatsvinden in de raad. De heer Van Lier zit er genuanceerder in. Het collegebesluit van 20 november 2020 noemt het recht van overpad en dat dat moet worden geregeld. De Maaslandse Zoom wordt dus gekoppeld 12
aan dit bouwplan. Nergens staat wat er is afgesproken. De heer Scholtes is ook benieuwd of dit bouwplan een connectie heeft met de Maaslandse Zoom, in de ruimste zin van het woord. Heeft het eerder toepassen van de Ruimte voor Ruimte regeling bij het saneren van glastuinbouw al niet een precedent voor deze casus geschapen? De heer Meijdam verwacht geen precedentwerking want het is een specifiek geval. De PvdA heeft daarom begrip voor het standpunt van het college. Het is prima dat het proces wordt voortgezet. Spreker is wel benieuwd naar de antwoorden op de vragen van de andere fracties. Wethouder Smit In het door de raad gevraagde collegeadvies zijn alle afspraken opgenomen. Andere zijn er niet. Met de initiatiefnemer voor de ontwikkeling van de Maaslandse Zoom zijn geen afspraken gemaakt. Het is een mooie koppelkans. Als dit bouwplan niet doorgaat, moet de initiatiefnemer het probleem zelf oplossen. De raad gaat over de wijziging van het bestemmingsplan. Het bouwplan gaat dus de procedure in en de raad kan aan het einde van dat proces ook weigeren. Het is een unieke casus en daarom is geen sprake van precedentwerking. Het college wil in principe en onder voorwaarden akkoord gaan maar de raad heeft het laatste woord. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Van Waardenberg is er voor dat er iets gebeurt met de opstallen zoals ze er nu bijstaan.
Het ziet er niet uit. Woningbouw lijkt niet gewenst. Bouwen in het groen moet je niet willen. De heer Meijdam vraagt of de wethouder iets weet over overlast door hangjongeren in het gebied. De heer Van Lier verschilt met het college van mening over de koppeling tussen dit plan en de Maaslandse Zoom. Spreker wil deze zaken apart houden. In het collegeadvies, dat is opgesteld tussen de commissievergadering en de raadsvergadering, had de instemming van de raad als voorwaarde moeten worden opgenomen. De heer Gebben is blij te horen dat het college bij deze unieke zaak een brede afweging heeft gemaakt. Kan de wethouder de eigenaar vragen iets te doen aan de huidige gevaarlijke situatie van de open mestkelder? De heer Zwaard is verbaasd dat de OGP Midden-Delfland bouwen in het groen toestaat. De heer Buitelaar heeft gezegd het plan te zullen beoordelen als het voorligt. De heer Zwaard vindt het de verantwoordelijkheid van de Ridderlijke Duitsche Orde om de bewoner onderhoud te laten plegen. De gemeente lost met de koppelkans het probleem van de ontwikkelaar op. Wethouder Smit beantwoordt de vragen als volgt. Er is niets bekend over overlast door hangjongeren. De suggestie om de open mestkelder te laten omheinen zal worden opgepakt. Het recht van overpad zit niet in het Gebiedspaspoort.
De gemeente lost niet het probleem van de ontwikkelaar van de woningbouwlocatie op maar het college ziet juist een plus voor het hele gebied. Beide zaken staan los van elkaar. De heer Scholtes heeft gevraagd naar een connectie 'in de ruimste zin van het woord'. Wethouder Smit herinnert zich dat de heer Scholtes dat heeft gezegd maar weet niet hoe zij dat moet duiden. De heer Scholtes verwijst naar de beantwoording van het college van november 2020 waarin het gaat over wandelpaden. Is de koppelkans breder dan wandelpaden? 13
Wethouder Smit antwoordt dat het beide ontwikkelingen ten goede komt en dat het hele gebied er van opknapt als de erfdienstbaarheid wordt verlegd. Het is geen lichtzinnig traject. De ontwikkelaar heeft een adviseur die verstand heeft van bestemmingsplannen en regelgeving, en die dus weet wat het proces inhoudt. De voorzitter sluit het agendapunt hiermee af.
11.
Visie Midden-Delfland Duurzaam boeren
De heer Van den Berg heeft indertijd voorgesteld om het onderwerp aan het einde van het jaar mee te nemen maar gezien de omvangrijke materie gaat dat niet lukken. Daarom stelt hij voor om een brede visie op duurzaam boeren te laten landen in de Omgevingsvisie 2.0, in het Provinciaal Landschap en in de visie voor de jaren na 2040. Punt 1 en 2 zijn het belangrijkst en moeten in ieder geval in de discussie worden meegenomen: help mee met het financieren bij bedrijfsovername of uitbreiding, en beloon boeren beter en anders voor het landschap en biodiversiteit. Punt 5 is een suggestie. Weet de wethouder of in Midden-Delfland al mantelzorgwoningen zijn gerealiseerd die een combinatie mogelijk maken tussen wonen op lange termijn en jonge boeren? De heer Vieira heeft de volgende vragen. Over een paar maanden begint een nieuwe collegeperiode. Moet de huidige raad een besluit nemen over deze toekomstvisie of moet dat worden doorgeschoven naar de nieuwe raad? Is de heer Van den Berg belanghebbende bij het onderwerp financiering van bedrijfsovername en uitbreiding? De heer Van den Berg laat het aan de collega's over om het onderwerp in de huidige samenstelling te behandelen of om dat over te laten aan de nieuwe raad. Spreker heeft geen enkel belang bij dit onderwerp. De voorzitter geeft het woord aan de andere fracties. De heer Roeling heeft de volgende opmerkingen.
Spreker beaamt dat een beter perspectief voor de kringlooplandbouw wenselijk is. Het kabinet, dat wil zeggen CDA en VVD, hecht echter veel belang aan de traditionele landbouw. Spreker staat positief tegenover de suggestie boeren te stimuleren om aan kringlooplandbouw te doen. De gemeente Midden-Delfland kan geld lenen tegen een gunstig tarief, terwijl een ondernemer rente plus een risico-opslag van 1% betaalt. Dat verschil levert de gemeente een voordeel op bij erfpachtconstructies zoals die in de Harnaschpolder. Bij een erfpachtconstructie bij bedrijfsopvolging in de landbouw wordt de grond niet in het openbaar aangeboden. Spreker vraagt zich af of dan sprake is van staatssteun. Mest injecteren is zeer schadelijk voor de biodiversiteit. Is het mogelijk om tot een regeling te komen waarmee dit wordt tegengegaan en die geldt voor alle boeren in Midden-Delfland? De groene pijler is feitelijk uit de MRDH verdwenen. Als die kan worden teruggebracht, zijn er wellicht ook financiële middelen te verwachten. De gemeente zou lokale producten kunnen vermarkten maar er zijn al veel initiatieven die dat doen, niet alleen in Midden-Delfland maar ook in Delft, Rotterdam en Den Haag.
Waarom zou dit gebied niet in één branding kunnen worden vermarkt? Het realiseren van tijdelijke extra woningen voor een periode van tien jaar zal een uitdaging worden omdat met 'tijdelijk' een periode van ongeveer zeven jaar wordt bedoeld. Mijn Partij! is op zich niet tegen het splitsen van woningen maar wel tegen nieuwbouw op het erf. De nieuwe raad gaat over de Omgevingsvisie 2.0. Het gaat te ver om nu al uit te spreken dat alle suggesties van het CDA hierin zullen worden meegenomen. De heer Van der Eijk heeft de oplegnotitie van het CDA gelezen en krijgt nu de indruk dat er flink wordt geknipt in de discussiepunten. De VVD kan zich vinden in de visie 'Groen ondernemen, een nieuwe landbouw 2021-2024' van het college en vindt dit een goede basis om in de volgende collegeperiode op door te gaan. 14
-
-
Het is niet realistisch om van het college te vragen om nog voor eind 2021 actie te ondernemen. Spreker denkt dat de door het CDA voorgestelde financieringsconstructie erg technisch en ingewikkeld wordt. De groenbeheerders moeten het initiatief nemen voor het belonen van groen-blauwe diensten. De raad kan daar hooguit kaders voor stellen maar die moeten landen bij de beheerder of bij Staatsbosbeheer. Huisvesting voor rustende boeren is al mogelijk. Het belonen van prestaties is een wel heel breed onderwerp dat eerst concreter moet worden gemaakt.
De heer Van Til heeft waardering voor het initiatief van het CDA. Het helpt om de raad scherp te houden bij het ondersteunen van de boeren. Aan het financieren van de bedrijfsopvolging zitten veel haken en ogen. Huisvesting van de rustende boer kan worden meegenomen bij de Omgevingsvisie en concrete ideeën om boeren beter te ondersteunen lijkt een goed onderwerp voor in het nieuwe coalitieakkoord. De heer Buitelaar zegt dat veel oplossingsrichtingen bekend voorkomen omdat ze in een bepaalde vorm al worden toegepast. Het Hoogheemraadschap past bijvoorbeeld al een vorm van gestapelde beloning toe. Spreker wil de uitkomst van het traject naar de Omgevingsvisie 2.0 afwachten. De heer Meijdam is het ermee eens dat het onderwerp wordt meegenomen in toekomstige visies, met name in de Omgevingsvisie 2.0. Het is te kort dag om het nog in 2021 te behandelen. Het is goed dat de gemeente meedenkt en dat gebeurt ook op een goede manier. De PvdA maakt zich zorgen over het dichtdraaien van de IODS-geldkraan. Veranderingen mogen de gemeente geen extra geld gaan kosten. De heer Vieira ziet in kringlooplandbouw de toekomst. De gemeente moet een positieve grondhouding hebben. Het is de vraag of deze gemeente in staat is de financiële component op te lossen. Vlak over de gemeentegrens kan voor een andere oplossing worden gekozen. Het is misschien beter om zoiets op regionaal niveau te regelen.
Wethouder Smit beantwoordt de vragen als volgt. In het Bestemmingsplan buitengebied gras is een rustende boer-regeling opgenomen die het ook mogelijk maakt een mantelzorgregeling te treffen. De raad zal hierover schriftelijk worden geïnformeerd. Boerderijen met de status van monument mogen worden gesplitst. Spreker weet te weinig over het injecteren van mest om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. De voorzitter geeft gelegenheid voor de tweede termijn. De heer Van den Berg proeft te weinig ambitie. De landbouw schaalt steeds verder op en die trend wil het CDA doorbreken. Door de grote bedragen die moeten worden geleend om een boerenbedrijf te kunnen overnemen, leidt het huidige financieringsmodel ertoe dat de leningen alleen door verder op te schalen kunnen worden afgelost. Het verdienmodel voor landschap, weidevogels en biodiversiteit levert te weinig op en wordt door de buitenwereld meer als een hobby gezien. De biologische landbouw heeft zijn eigen verdienmodel, regels en wettelijke kaders. Dat is iets anders dan kringlooplandbouw. Tijdelijke erfpachtregelingen kunnen zo worden geformuleerd dat ze binnen de wettelijke kaders passen. Het verschil met de Harnaschpolder is dat agrariërs de grond willen terugkopen maar dan wel op een moment dat het financieel goed uitkomt. Daar is een fonds voor nodig. Het leveren van melk is niet meer voldoende.
Het gaat om een lagere productie met een meerwaarde door branding. Daar doet dit gebied al veel aan, bijvoorbeeld met Puuur, maar het zou veel beter op de kaart moeten worden gezet. Dit gebied moet als voorbeeld gaan dienen voor hoe de melkveehouderij verder moet. De Omgevingsvisie is een mooi startpunt om hiermee verder te gaan.
15
De heer Roeling vraagt of mest injecteren inderdaad schadelijk is voor de biodiversiteit. De heer Van den Berg antwoordt dat hier twee kanten aan zitten. Mest in de bodem injecteren is niet goed voor de bodem maar bovengronds uitrijden kan alleen maar bij goede weersomstandigheden, namelijk bij regen. In dit gebied wordt de mest niet in de bodem maar op de bodem geïnjecteerd. De voorzitter sluit het agendapunt hiermee af.
12.
Vaststellen verslag
a.
Verslag openbare vergadering d.d. 14 september 2021
De commissie stelt het verslag ongewijzigd vast.
13.
Terugkoppeling vanuit de externe bestuursorganen
a. MRDH Adviescommissie Vervoersautoriteit d.d. 6 oktober 2021 b. MRDH Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat d.d. 6 oktober 2021 De voorzitter stelt vast dat er geen terugkoppeling is vanuit de externe bestuursorganen.
14.
Sluiting van de vergadering
De voorzitter sluit de vergadering om 23.15 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie van de gemeente Midden-Delfland op 30 november 2021.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, N.C. Knaap
16