CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie college op AB Bijlage 1 college beantwoording vragen AB begroting 2023-2026.pdf

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Behandeling begroting 2023-20269.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage 1 beantwoording vragen algemene beschouwingen begroting 2023-2026

Inhoudsopgave vragen en antwoorden Partij

pagina

CDA ChristenUnie D66 Midden-Delfland Mijn Partij! OGP VVD

2– 6 7- 9 10 - 11 12 - 13 14 - 17 18

CDA Midden-Delfland Vraag: Kan het college een actief woningbouwprogramma ons doen toekomen per project met planning en mijlpalen? Antwoord: Voor de gemeentelijke (grondexploitatie) projecten is de planning onderdeel van de jaarlijkse herziening grondexploitaties. De planning is weergegeven op de samenvattingsbladen. De locaties De Hoornbloem en Euterpe zijn geen grondexploitatie of particulier initiatief. Hierover volgt raadsinformatie via de reguliere kanalen. Meerdere particuliere (marktpartijen) nemen ook initiatief tot ontwikkeling van woningbouw. Wij hebben weinig grip op de planning die zij nastreven en hebben ook weinig instrumenten om een planning af te dwingen. Zeker gezien de huidige economische omstandigheden en (landelijke) beleidsmatige ontwikkelingen is het voor partijen moeilijk om een betrouwbare planning op te stellen. Vraag: Beperkt de facilitaire strategie het de gemeente om de komende jaren opnieuw in grond te investeren? Antwoord: In principe heeft de gemeenteraad gekozen voor facilitair grondbeleid. Daarbij laten wij het initiatief en de benodigde investeringen om tot ontwikkeling te komen bij particulieren. Het beleid biedt wel de mogelijkheid om daar waar noodzakelijk de raad voor te stellen om alsnog over te gaan tot actieve ontwikkeling. Voor 2023 staat de herziening van de Nota grondbeleid gepland.

Dan is het moment om politieke afwegingen te maken voor het soort grondbeleid en eventueel benodigde financiële middelen beschikbaar te stellen. Vraag: Is het college bereid om de mogelijkheden te onderzoeken om extra middelen ter beschikking te stellen voor bovenstaande doelgroepen? En wanneer het gaat over huishoudens dan niet alleen de mensen die tot 120% van de bijstandsnorm ontvangen maar juist voor de mensen die net boven deze grens zitten en niet in aanmerking komen voor de Rijksbijdrage? Antwoord: Wij geven een hoge urgentie aan dit vraagstuk en hebben diverse maatregelen in voorbereiding. Het Rijk stelt een specifieke doeluitkering voor Energiearmoede beschikbaar. Beleid voor 2022 is in voorbereiding om een uitkering aan inwoners toe te kennen. Na de uitkering van de energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen, is de verwachting dat op basis van de doeluitkering vouchers voor energiebesparende maatregelen beschikbaar komen voor inwoners met een inkomen tot 120% en aan inwoners in woningen van energetisch lage kwaliteit vanaf label C. Daarnaast werken we vanuit diverse beleidsterreinen aan een nieuw en geactualiseerd armoedebeleidsplan. Dit plan zullen we dit jaar nog aan de gemeenteraad gestuurd. In dit plan beschrijven wij de doelgroepen en de mogelijkheden die wij als gemeente hebben om de effecten van armoede in te dammen.

Wij willen daarmee klaar staan voor de huishoudens die door huidige energiecrisis en inflatie in de knel komen. Met door het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor huishoudens bieden we oplossingen. Met het nieuwe plan willen we meer maatwerkoplossingen bieden en effectiever zijn in de aanpak en het voorkomen van maatschappelijke achterstanden. Bij dit alles geldt dat de mogelijkheden van gemeente bepaald worden door de regelingen en financiële middelen vanuit het Rijk. Regelingen voor instellingen, verenigingen en bedrijven zijn beperkt. Vraag: Het CDA wil van het college weten of zij bereid is om voor SWMD extra financiële middelen ter beschikking te stellen en te onderzoeken naar de mogelijkheden om de doelgroep te verbreden naar hulp en activiteiten voor kinderen en jongeren. Antwoord: Over het algemeen gaat het goed met de kinderen en jongeren in Midden-Delfland. We zien echter ook dat de coronapandemie met onrust in de samenleving een weerslag heeft op onze kinderen en jongeren. Deze groep heeft zeker onze inzet en aandacht. Dit doen we met vroegsignalering door het Maatschappelijk Team, via (sport)verenigingen, huisartsen, maatschappelijk werk en het onderwijs. Met de begroting 2020 is besloten voor het jongerenwerk geen middelen meer beschikbaar te stellen. Dit aanbod kent Midden-Delfland vanaf 2020 dus niet meer.

De kernkracht van SWMD is het organiseren van activiteiten voor (kwetsbare) volwassenen en ouderen. Uiteraard zijn we bereid met hen te verkennen welke mogelijkheden SWMD ziet tot het verbreden van de doelgroep naar kinderen en jongeren. Op dit moment ontbreekt het SWMD aan de expertise en kennis om jeugd- en jongerenwerk vorm te geven. De vraag voor extra middelen voor activiteiten voor kinderen en jongeren behoort tot het budgetrecht van de gemeenteraad. Bij een eventuele herinvoering van jongerenwerk, adviseren wij om breed te oriënteren aan de hand van de behoefte en opdracht te verlenen aan de best passende organisatie.

2

Vraag: Wat is de visie van het college met betrekking tot het normaliseren van jeugdhulp zoals beschreven staat in de regiovisie? Wat denkt het college nodig te hebben om deze visie binnen het Maatschappelijk Team te implementeren? Welke financiële middelen denkt het college nodig te hebben om de beweging te maken van regionale geïndiceerde jeugdhulp naar een lokaal aanbod? Antwoord: Normaliseren houdt in de praktijk in dat wij het onnodig problematiseren en etiketteren van kinderen, jeugdigen en gezinnen tegengaan. In plaats van te problematiseren willen wij normaliseren waar dit kan. Om dit te bereiken hebben we een sterk maatschappelijk team nodig, omdat onze visie is dat normaliseren in de praktijk vooral lokaal moeten vormgeven. Op momenten dat het maatschappelijk team zelfstandig kinderen ondersteunt of bijvoorbeeld ouders handvatten kan geven in opvoedvragen, is regionale geïndiceerde jeugdhulp niet altijd nodig. U kunt hierbij ook denken aan een schoolmaatschappelijk werker of een praktijkondersteuner huisartsenzorg voor de jeugd, die de benodigde hulp kan bieden en daarmee voorkomt dat een verwijzing naar geïndiceerde jeugdhulp noodzakelijk is. Integraliteit en goede contacten met lokale partners en verwijzers zijn hierbij essentieel. Het maatschappelijk team heeft hierin al de nodige stappen gezet.

Om deze beweging door te kunnen zetten, moeten we vooral de huidige stabiliteit in het maatschappelijk team vasthouden. Vraag: Is het college bereid om een kader op te stellen onder welke voorwaarden sportverenigingen een lening aan kunnen gaan bij de gemeente? Antwoord: Gelet op onderstaande beschrijving van regelgeving en proces zien wij geen aanleiding voor het opstellen van een specifiek kader voor sportverenigingen. De regelgeving voor het aangaan van kredietverstrekking is vastgelegd in ‘Financiële verordening Gemeente Midden-Delfland 2019’. Op basis van artikel 6 van die verordening mogen wij bij bedragen boven de € 500.000 niet overgaan tot het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen uit te brengen. De financiële verordening kent geen inhoudelijke criteria ten aanzien van kredietverstrekking aan instellingen en ondernemingen, en dus ook niet voor verenigingen. Bij een verzoek of initiatief, toetsen wij aan het gemeentelijk beleid. Naast de inhoudelijke afweging of de gemeente bereid is tot het aangaan van een lening, wordt in kaart gebracht of het aangaan van een lening voor de gemeente financieel verantwoord is (risico-inschatting).

Nadat besloten is tot het verstrekken van een lening worden nadere afspraken met de lenende partij vastgelegd in een overeenkomst tot aflossing. Generiek beleid maakt het lastig om maatwerk te leveren en is gezien de omvang van het aantal aanvragen nu niet nodig. Wij verwijzen hiervoor ook naar de recente behandeling van het voorstel geldlening SV Den Hoorn met beantwoording vragen fracties. Vraag: Kan het college in kaart brengen hoeveel gebruik er gemaakt wordt van het Jeugdsportfonds Midden-Delfland en is het college bereid om de doelgroep die gebruik kan maken van het Jeugdsportfonds eventueel te verbreden? Antwoord: Ja; onderstaande tabel geeft een overzicht van het gebruik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur tot en met augustus van dit jaar. Onlangs hebben wij al besloten de doelgroep van het Jeugdfonds Sport en Cultuur uit te breiden. Binnenkort kunnen onze inwoners met een inkomen tot 120% van het minimumloon gebruik maken van het aanbod van het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Op dit moment ligt deze grens nog op 110%. Tevens is besloten zwemlessen niet meer vanuit de bijzondere bijstand te vergoeden, maar dit ook te laten verlopen via het jeugdfonds. De verwachting is dat dit binnen de beschikbare middelen past. Binnenkort ontvangt u hierover een raadsinformatiebrief.

Sport Cultuur Totaal 2015 14 1 15 2016 27 11 38 2017 39 11 50 2018 49 9 58 2019 59 9 68 2020 47 6 53 2021 51 5 56 2022 41 4 45 3

Vraag: Wat is stand van zaken van broodfondsen in Midden-Delfland? Welke rol ziet het college voor zichzelf om dit soort initiatieven bij ZZP’ers onder de aandacht te brengen? Antwoord: Tijdens de Ondernemersmanifestatie bij Werkse! afgelopen maart zijn ondernemers geïnformeerd en geïnspireerd door het Broodfonds. Te gast was een vertegenwoordiger van het Broodfonds die de aanwezigen verteld heeft over de (on)mogelijkheden voor ZZP’ers van dit platform. In de uitnodiging voor de manifestatie is specifiek aandacht besteed aan dit onderwerp om daarmee zoveel mogelijk ZZP’ers te trekken naar de manifestatie. In totaal waren 34 ZZP’ers aanwezig. Zij gaven aan enthousiast te zijn over het Broodfonds. Een administratiekantoor uit Den Hoorn heeft zich opgeworpen om bij voldoende interesse het Broodfonds verder te brengen en gezamenlijk op te trekken. Helaas heeft nog niemand zich aangemeld. Vraag: is het college van plan om in de komende jaren te kijken naar het inrichten van groen omzoomde wandel- en fietspaden door de Harnaschpolder? Antwoord: Ja. Zie ook raadsinformatiebrief A22036. Vraag: Is het college bereid om actief op pad te gaan in onze omgeving, te laten zien hoe belangrijk ons landschap is en het bestaande Groenfonds verder te vullen bij het bouwen van nieuwe wijken en infrastructurele projecten? Antwoord: Ja.

Wij continueren ons beleid op dat punt in samenwerking met de MRDH en provincie. Binnen de Landschapstafel voor het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland (BPL) zijn we als gemeente niet alleen actief om te laten zien hoe belangrijk ons landschap is, maar ook om de kwaliteit van het landschap verder te versterken. In het uitvoeringsprogramma voor het BPL komt een overzicht van de belangrijkste projecten die bedoeld zijn om de ambities uit de visie te realiseren. Hierbij komen inhoud en financiering aan de orde. De financieringswijze kan variëren, bijvoorbeeld bestaande financiering voor bestaand beleid (zoals Duurzaam Boer Blijven) of nieuwe financiering zoals bijvoorbeeld voor nieuwe infrastructuur bij de inpassing en compensatie spoorverdubbeling tussen Delft en Schiedam. Belangrijk aandachtspunt bij de financiering van het landschap is het tekort aan middelen voor beheer van recreatief groen, zeker omdat er een behoefte is aan meer groen met kwaliteit. Via de Coöperatie Beheer Groengebieden (CBG) en Landschapstafel wordt hier op ingezet. Zo is er een lobby richting provincie. Voor de financiering van groene diensten (agrarisch landschap) zijn voldoende middelen beschikbaar vanuit de stichting Groenfonds Midden-Delfland. Dit fonds wordt nog verder aangevuld vanuit de ontwikkeling van de Dijkpolder en de Harnaschpolder.

Vraag: Hoe is de aansluiting tussen het programma Duurzaam Boer Blijven en provinciale en nationale ontwikkelingen en welke mogelijkheden zijn er om dit te optimaliseren? Antwoord: Duurzaam Boer Blijven vormt de basis van het op te stellen gebiedsplan voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). De provincie Zuid-Holland trekt dit zojuist gestarte proces en daardoor zijn de contacten nauw. Ook zijn er contacten met het ministerie van LNV in het kader van KPI gericht werken. Hier heeft de melkveehouderijsector in Midden-Delfland al ervaring mee, omdat zij al jarenlang werkt aan het sluiten van de kringloop op het bedrijf. De nutriënten die weglekken naar water en lucht worden hierdoor geminimaliseerd. De data die over de jaren heen verzameld zijn, laten zien dat kennis delen en leren van elkaar in studiegroepen effect heeft. Daarmee proberen wij Midden-Delfland te positioneren als voorbeeld voor andere gebieden in Zuid-Holland en op landelijk niveau. Binnen de Landschapstafel BPL wordt ook gewerkt aan een Uitvoeringsprogramma, waarbij inhoudelijk veel overeenkomsten zijn met de opgaven (klimaat, water, natuur) binnen het NPLG. De provincie ziet erop toe dat deze twee lijnen bij elkaar worden gebracht, zodat geen dubbel werk wordt verricht. Van groot belang vinden wij de erkenning van de al geboekte duurzaamheidsprestaties van de afgelopen 10 jaar.

Binnen het KPI-traject van LNV verwachten wij borging en validatie van LNV van deze resultaten. Vraag: Kan het college aangeven onder welke voorwaarden dit mogelijk is (noot: stoppende boer op bedrijfswoning blijven wonen in relatie tot weidevogelbeheer)? Of daar aanvragen voor lopen en/of dat hier al gebruik van wordt gemaakt?

4

Antwoord: Als een melkveehouderij wordt overgenomen door een andere melkveehouder dan is het gebruikelijk dat de bedrijfsopvolger de bedrijfswoning gaat bewonen en de stoppende boer elders gaat wonen. In het geval dat de rustende boer op het erf wil blijven wonen, kan een beroep worden gedaan op de zgn. ‘rustende boer regeling' als wordt voldaan aan de voorwaarden die staan in artikel 3.4.7. van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied Gras. In die situatie mag de rustende boer op het erf blijven wonen in een bestaand bijgebouw. De belangrijkste voorwaarde voor het toepassen van die regeling is dat de rustende boer nog enige tijd werkzaam blijft in het bedrijf. Voor het toepassen van deze regeling is het niet relevant of de bedrijfsopvolger een externe partij is. Als een externe partij alleen de onbebouwde gronden overneemt en niet de bouwstede met de bedrijfsgebouwen, dan kan de stoppende boer alleen legaal op het bedrijf blijven wonen als de bestemming van de bouwstede wordt veranderd. Het bestemmingsplan kent een wijzigingsbevoegdheid om in dat geval zogenaamde vervolgfuncties mogelijk te maken. Een van die vervolgfuncties is wonen. NB: deze wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend worden toegepast als het agrarisch gebruik beëindigd is en wordt aangetoond dat op het betreffende perceel het uitoefenen van een agrarisch bedrijf niet meer mogelijk is.

Voor de andere voorwaarden verwijzen wij naar artikel 3.8.4 van de regels van het bestemmingsplan Buitengebied Gras. Vraag: Is het college bereid om in 2023 een voorstel hiervoor (noot: grondpositie) naar de Gemeenteraad te laten komen? Antwoord: Ja. Op basis van de uitvoering van het coalitieakkoord starten we in 2023 met de actualisatie van de visie op het grondbeleid. Vraag: Wanneer komt het college met een plan om samen met de scholen te kijken hoe te de verkeersbewegingen beperkt kunnen worden? Vraag: Hoe wordt ervanuit ‘maak een punt van nul’ ingezet op veilige fietspaden? Antwoord: Wij voeren overleg met schoolbesturen over verkeersbewegingen van en naar de scholen. Wij blijven dit doen en waar mogelijk voeren wij verbetering door. Wanneer het gaat over meer veilige fietspaden overleggen wij met de fietsersbond. Op deze wijze krijgen wij een beter beeld van knelpunten. Wanneer knelpunten in beeld zijn zoeken wij samen met betrokken partijen naar verbeteringen. Deze partijen kunnen bewoners of gebruikers zijn, zoals bij de aanpak van het noordelijk deel van de Dijkshoornseweg en de Woudselaan. Ook werken wij samen met de MRDH en buurgemeenten om te komen tot Metropolitane Fietsroutes, bijvoorbeeld vanaf het centrum van Delft tot aan het centrum van Naaldwijk.

Verder gaan wij aan de slag met de herinrichting van de Maassluiseweg in Maasland en de aanleg van het nieuwe fietspad langs de Harnaschwetering in Den Hoorn. Vraag: Welk niveau van onderhoud (noot: groen en wegen) kan bereikt worden indien een aanzienlijk deel van de financiële vrije ruimte hieraan besteed kan worden? Antwoord: Op 18 oktober hebben wij over het onderhoud van wegen een raadsinformatiebrief verzonden. In deze brief geven wij inzicht in het onderhoudsniveau van onze wegen en de mogelijkheden om dit onderhoudsniveau op een hoger plan te brengen. Een soort gelijke exercitie doen wij ook voor het areaal aan groen. Hierover informeren wij de gemeenteraad in 2023. Vraag: Wanneer gaat het college aan de slag met de Gebiedsvisie 2025-2050? Antwoord: Landschap is een onderdeel van de Toekomstvisie 2050. Hiervoor krijgt de gemeenteraad binnenkort een procesvoorstel aangeboden. Vraag: Wanneer gaat het eerste spreekuur van onze burgemeester en wethouders plaatsvinden? Met elke regelmaat gaat plaatsvinden?

5

Antwoord: Het coalitieakkoord op hoofdlijnen waarmee we als college aan de slag zijn en waar we de komende vier jaar hard voor gaan werken stelt een paar mooie doelen. Hier wordt vanuit de coalitie een directieve opdracht gegeven, die wij bij voorkeur in bredere zin betrekken bij de komende uitwerking van het collegeprogramma, Toekomstvisie 2050 en wettelijke wijzigingen rondom participatie voortvloeiende uit de Omgevingswet en wijziging Gemeentewet. Het college heeft graag de ruimte om de suggestie om via een periodiek spreekuur in gesprek te gaan met de samenleving en open te staan voor signalen op te pakken op een wijze die we passend vinden voor het contact met de samenleving. Dit kan ook variëren per portefeuillehouder. We zijn college breed hier al wel mee gestart en gaan nu een langlopende planning opstellen voor bezoeken aan bedrijven, scholen, verenigingen en instellingen. Vraag: Wanneer kan de gemeenteraad het voorstel verwachten hoe de gemeentelijke dienstverlening verbeterd gaat worden? Antwoord: Per december 2022 start een projectleider met de opdracht om gemeentebrede dienstverleningsvraagstukken op te pakken. Daarmee is er voor het eerst specifiek voor dit onderwerp capaciteit beschikbaar en is het geen bijproduct. Het eerste onderwerp is de telefonische bereikbaarheid van de vakafdelingen.

Een gemeentelijke organisatie opereert in een complexe en dynamische omgeving. Als eerste overheid is het zaak toegankelijk en benaderbaar te zijn voor uiteenlopende groepen van klanten (inwoners, bedrijven, verenigingen, initiatiefnemers, etc.). Daarbij is het van belang tijdig en adequaat te handelen, termijnen te bewaken en als organisatie anticiperen op nieuwe gemeentelijke taken. Een voorbeeld is de beheersing van de doorlooptijd van bouwvergunningen. Het verbeteren van gemeentelijke dienstverlening is daarmee een continu proces van cultuur, vakmanschap, organisatie en ondersteuning. De periodieke klanttevredenheidsonderzoeken van onze inwoners op uiteenlopende terreinen delen wij met de gemeenteraad. Wanneer de uitkomsten van deze onderzoeken aanleiding geven tot nieuwe verbetertrajecten voeren we die zo veel mogelijk op organisatorisch niveau uit zonder specifieke raadsbesluiten.

6

ChristenUnie Vraag: Heeft het college, op basis van de huidige contacten, zicht op de impact van de energiecrisis en de stijgende prijzen op de bedrijven en ondernemers die in Midden-Delfland gevestigd zijn? Ziet het college mogelijkheden om bedrijven/ondernemers, die als gevolg van de energiecrisis, in problemen dreigen te geraken, te ondersteunen? Antwoord: Dat inzicht en de bereidheid zijn aanwezig. In een vroeg stadium hebben vanuit LTO en MKB verschillende signalen ons hierover bereikt. Hier is direct op gereageerd. Op 8 september is overlegd met vertegenwoordigers van de Ondernemersfederatie, bedrijvenvereniging Harnaschpolder en een aantal individuele ondernemers. VNO-NCW was ook bij aanwezig. Het gesprek is als positief ervaren en aan de hand van de door LTO eerder opgestelde brandbrief, heeft VNO-NCW een vergelijkbare brief opgesteld met daarin aandacht voor de problematiek van onze lokale ondernemers. Deze is naar het ministerie verstuurd. Ook zijn bezoeken aan glastuinbouwbedrijven afgelegd, waarbij bleek dat de individuele situaties sterk verschillen. Dit is afhankelijk van de geldende energiecontracten. De landelijke regeling Tegemoetkoming Energiekosten (TEK-regeling) is helaas voor veel tuinders te laat gekomen. Zij hebben al snel stappen genomen om de energieprijzen het hoofd te bieden. Er zijn drie scenario's: 1.

Tuinders die op leeftijd zijn en/of geen opvolging hebben/een niet duurzame kas hebben waarin geïnvesteerd moet worden, stoppen er mee. 2. Belichten kassen zoals een rozenkwekerij stoppen gedurende het winterseizoen (+/- tot maart). 3. Tuinders gaan afschalen, wat betekent dat ze het gewas spreiden om zo meer zon te kunnen vangen en daardoor niet hoeven te belichten. De productie blijft dan wel achter. Of de TEK-regeling ondernemers voldoende steun biedt kunnen we nog niet voorzien. We zijn goed aangehaakt en zullen handelen zodra signalen ons bereiken. In de digitale ondernemersbrief die naar zo'n 400 ondernemers wordt gestuurd staan verschillende ondersteunende (financiële) maatregelen vermeld, ook praktische besparingstips zijn hierin meegenomen. Wij hebben overigens vernomen dat de minister-president afgelopen vrijdag een bezoek heeft gebracht aan SK Roses om persoonlijk te vernemen wat de impact is. De aandacht die hiervan uitgaat draagt bij aan zichtbaarheid van onze ondernemers en de inzet om hier aandacht voor te vragen, zoals in de bijeenkomst is besproken. Vraag: Welke beheersmaatregelen (noot: tekst vraag samengevoegd) worden voor de personele formatie? Antwoord: De landelijke arbeidsmarktkrapte blijft de komende jaren. Wij hebben invloed op de manier waarop wij daar intern mee omgaan. Dat betekent dat wij: 1.

bij werving en selectie extra inzetten op ‘employer branding’ waarmee we optimaal naar buiten brengen wat de kwaliteiten zijn van Midden-Delfland. 2. we investeren in talentontwikkeling, we hebben aandacht voor (door)ontwikkeling, de drijfveren van medewerkers en zetten actief in op interne doorgroei. 3. We organiseren het leiderschap in onze organisatie dicht bij de medewerkers en hebben persoonlijke aandacht. We hebben hiervoor nodig dat de randvoorwaarden op orde zijn. Dat betekent dat we een onze functiebeschrijvingen en waardering actueel zijn (functiehuis) en dat wij de ruimte hebben om snel te kunnen schakelen bij in, door en uitstroom. Daarvoor is nodig dat we sneller en makkelijker een beroep kunnen doen op inhuur. Zie hiervoor ook de keuzelijst bij de begroting. Vraag: Is hier (noot: kosten jeugdzorg) het adagium “geen bericht is goed bericht” van toepassing of is er sprake van achterlopende informatievoorziening vanuit het college? Antwoord: De reden dat u recentelijk niet geïnformeerd bent over de stand van zaken is van organisatorische aard (vacatures). De afgelopen jaren is regelmatig informatie verstrekt over de ontwikkelingen in de jeugdzorg. Gezien het grote maatschappelijke en financiële belang blijven wij dit doen. De raad heeft hierop ook aangedrongen in een motie bij de vorige begrotingsbehandeling.

Naar aanleiding hiervan hebben wij ons voorgenomen een dashboard te ontwikkelen met de belangrijkste managementinformatie en dit dashboard tweemaal per jaar aan te bieden aan de raad. Eind januari 2022 in de raadswerkgroep sociaal domein een proeve van dit dashboard gepresenteerd.

7

Ons voornemen was om kort voor of na de zomer voor de eerste keer een dashboard te kunnen aanbieden in de raadswerkgroep. Helaas hebben wij deze raadswerkgroep moeten uitstellen. De reden daarvoor is gelegen in een samenloop waarbij alle medewerkers die een rol vervullen bij het ontwikkelen van het dashboard (beleidsmedewerker jeugd, teamleider maatschappelijk team, controller/medewerker managementinformatie) uit dienst zijn gegaan. In de lijst met vaste onderwerpen is de raad geïnformeerd over de hierdoor ontstane vertraging. Hoewel nog niet alle functies zijn vervuld, is het ontwikkelen van het dashboard weer opgepakt. Ook staat inmiddels een raadswerkgroep gepland op 17 november. In die bijeenkomst wordt een stand van zaken gegeven van het gehele jeugdzorgveld: dashboard, prognose, stand van zaken uitvoering. Vraag: Is het mogelijk om voorbeeldprojecten (noot: energie- en warmtetransitie), de zg. early adaptors, verder te organiseren als zichtbare communities voor inwoners die inspiratie en kennis willen opdoen? Antwoord: Dat is zeker mogelijk. Sterker nog: dat is de aanpak waarin wij geloven. Vanuit lokaal ontwikkeld draagvlak de energietransitie in gang brengen. Uiteindelijk zijn het immers de bewoners die voor de bebouwde omgeving de energietransitie ten uitvoer gaan brengen.

Na de vaststelling van de eerste Transitievisie Warmte (TVW) hebben we focus gehad op het contact leggen met lokale initiatieven en het leren kennen van de mensen daarachter. Dit vanuit de geest van onze TVW waarin participatie met bewoners (de ‘tweede startmotor’) geen hol begrip is, maar een manier van werken. De energietransitie voor onze gemeente valt en staat immers bij lokaal draagvlak. Zoals gedeeld tijdens de raadsinformatieavond op 20 september hebben we inmiddels een aantal goedlopende lokale initiatieven die groeipotentie hebben (ook door de aanpak te kopiëren naar andere wijken). Al met al hebben we vanuit lokaal draagvlak dit jaar veel zaken rondom energietransitie kunnen opstarten. In onze ogen een sterke uitgangspositie om, als de gemeenteraad ons college verzoekt de betreffende keuzevoorstellen uit de keuzelijst te verwerken in een begrotingswijziging, volgend jaar effectief op door te kunnen pakken (onderdeel van onze plannen), waaronder dus het (verder) ontwikkelen van voorbeeldprojecten vanuit zogenaamde early adaptors. Vraag: Zou het college iets kunnen zeggen over de voortgang hiervan (noot: NPO-budget)? Antwoord: Hieronder een toelichting op de huidige stand van zaken. Het NPO is gericht op herstel én ontwikkeling van het onderwijs, op het inhalen én compenseren van vertraging en op het ondersteunen van iedereen in het onderwijs die het moeilijk heeft.

Ter uitvoering van de motie zijn wij in gesprek gegaan met de scholen over de best mogelijke besteding van deze middelen. Resultaat is een door partners gedragen projectplan voor de inzet van de gemeentelijke NPO-middelen (vastgesteld 25 januari 2022). Het plan is volop in uitvoering. Voor de voorschoolse fase heeft het plan het mogelijk gemaakt om bij de kinderopvangorganisaties extra plekken te realiseren voor kinderen met een taalachterstand en extra pedagogische begeleiding in te zetten. Scholen in het basisonderwijs hebben extra middelen ontvangen waarmee zij beter in staat om kinderen uit de doelgroep nieuwkomers te begeleiden. Ook biedt het NPO hen de mogelijkheid snel en maatwerkgericht te kunnen handelen bij achterstandssituaties (‘kinderen in de knel’). In het voortgezet onderwijs is het aantal uren schoolmaatschappelijk werk voor het Lentiz college tijdelijk uitgebreid. De bibliotheek heeft het taalhuis voor kinderen (‘Taalenthuis’) geopend. Een deel is ingezet ter versterking van het gemeentelijk Maatschappelijk Team. Mede door deze extra middelen zijn er momenteel geen wachtlijsten waardoor er direct kan worden ingezet en geschakeld wanneer dat nodig is. Ook zijn de contacten met de scholen versterkt.

In het overleg Lokaal Educatieve Agenda (LEA) van 14 oktober is de voortgang van het NPO-plan besproken met de scholen en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) organisaties. Het gedeelde beeld is dat uitvoering van het lokale plan en de eigen inzet vanuit de scholen in volle gang is. De maatregelen zijn van meerwaarde in het tegengaan van achterstanden bij leerlingen die zijn ontstaan (of vergroot) tijdens de corona periode. De wens vanuit de schoolbesturen en VVE organisaties is dat ook veel aandacht blijft voor de preventie van leerachterstanden. Een evaluatie volgt nog om gezamenlijk tot een goede verantwoording te komen.

8

Vraag: Kan het college aangeven wanneer de evaluatie (noot: project tiny houses) gehouden zal worden? Antwoord: Jaarlijks vindt een evaluatie plaats met de direct betrokkenen. Dit is opgenomen in de gebruikersovereenkomst. De 3e evaluatie is oktober 2022. Daarnaast vindt een algemene evaluatie plaats als de pilot vijf jaar loopt. We richten ons op een eerdere evaluatie om tijdig een perspectief te hebben en besluit te nemen, namelijk vier jaar na vastlegging van de bruikleenovereenkomst. Dat is dan per april 2023. Vraag: Het gaat dan om het digitaal weerbaar maken van (in elk geval) kwetsbare groepen. Ziet het college hierin rol weggelegd voor de gemeente als het gaat om voorlichting? Antwoord: Ja. De gemeente kan meerdere rollen hebben en nemen bij online veiligheid. Dit is één van de prioriteiten van het integraal veiligheidsbeleid en deze werken we uit in het uitvoeringsplan integrale veiligheid. Onze eerste prioriteit is dat inwoners en ondernemers ervan uit moeten kunnen gaan dat hun gegevens en informatie bij ons veilig zijn en dat wij zorgvuldig met hun privacy omgaan. Dat betekent ook dat wij de risico’s op cyberincidenten zo klein mogelijk houden en weten wat te doen als het onverhoopt toch gebeurt. Daarnaast zijn we ons er van bewust dat cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit en online aangejaagde ordeverstoringen aan de orde van de dag zijn.

Ook dat onze inwoners daar slachtoffer van kunnen zijn. Het kan een ieder overkomen en dat vraagt om begrip en onze steun als we in contact komen met inwoners die hierdoor gedupeerd zijn. Daarom is online veiligheid ook een van de vier prioriteiten van het integraal veiligheidsbeleid. Het rijk communiceert via verschillende kanalen over de bewustwording van de risico’s van digitale criminaliteit. Dat steunen wij om de weerbaarheid van onze inwoners en ondernemers te vergroten. Ook in onze samenwerking met (keten)partners, denk aan politie, onderwijs, partners bij identiteitsfraude etc. heeft dit onze aandacht. De handhaving, opsporingsbevoegdheid en strafrechtsvervolging is niet onze rol en bevoegdheid.

9

D66 Midden-Delfland Vraag: Welke financiële gevolgen heeft het aanbieden van vaste arbeidsovereenkomsten aan de huidige gedetacheerde krachten? Antwoord: Een direct financieel gevolg van het in dienst nemen van medewerkers, is een besparing op de loonkosten van € 15.000 tot 20.000 per fte. Omdat een deel van de medewerkers gefinancierd wordt uit tijdelijk budget (het betreft zowel inhuur als een tijdelijk contract), kan echter geen vast contract aangeboden worden. Ook was een deel van de inzet tijdelijk ingezet vanwege versterken van de bedrijfsvoering, waarop nog een evaluatie plaatsvindt. Het risico bestaat dat bij het uitblijven van helderheid over financiering na 2023, deze medewerkers lopende het komende jaar uitstromen naar andere werkgevers. Bij het maatschappelijk team is twee jaar geleden een beweging ingezet waarbij we medewerkers in dienst hebben genomen, die voorheen voor ons werkten vanuit een externe organisatie. Primair is deze beweging ingezet vanuit inhoudelijke overwegingen, waaronder het versterken van grip op het proces van toewijzingen naar de geïndiceerde hulp (zie ook brief 25 mei 2021).

Vraag: Welke instrumenten heeft het college om de maatschappelijk gevraagde woningbouw verder te stimuleren? Antwoord: Aan de raadswerkgroep wonen van 18 januari 2022 is een lijst verstrekt met een inventarisatie van de meest bekende instrumenten die een gemeenteraad heeft om sturing te geven aan woningbouw- ontwikkeling. In deze lijst staan instrumenten die het aantal woningen kunnen stimuleren en instrumenten die de raad kan inzetten om woningen aan de gewenste doelgroep toe te wijzen. Vraag: Is er ook ruimte opgenomen om kleine kwaliteitsimpulsen, zoals losliggende stoeptegels, adequaat op te pakken? Welke ruimte heeft het college nodig om dit structureel aan te pakken? Antwoord: Op 18 oktober hebben wij over het onderhoud van wegen een raadsinformatiebrief verzonden. Deze brief bevat informatie over het benodigde budget voor wegonderhoud. Wanneer het budget toereikend is en het planmatig en groot onderhoud uitgevoerd kan worden is de verwachting dat er minder meldingen komen. Daarnaast is op de keuzelijst begroting 2023-2026 een voorstel opgenomen voor ondersteuning meldingen openbare ruimte. Hiermee kunnen meldingen adequater worden opgepakt en afgehandeld. Dat geldt niet alleen voor wegen, maar ook voor bijvoorbeeld openbaar groen.

Vraag: Welk idee heeft het college, als de raad deze aangedragen optionele keuze (noot: afspraken energietransitie) niet wil opnemen in de begroting? Welke investeringen moeten minimaal gedaan worden om afspraken na te komen? Antwoord: De Rijksoverheid heeft doelstellingen voor de energietransitie opgenomen in het Nationaal Klimaatakkoord. Het is onder meer aan de gemeenten die (wettelijke) doelstellingen te realiseren. Een deel van de activiteiten rond de energietransitie kan het beste regionaal geregeld worden terwijl een deel lokaal geregeld moet worden. In dat kader is de gemeente Midden-Delfland aangesloten bij regionale samenwerkingsverbanden waaronder de RES. In de regio staat het BPL dankzij de RES letterlijk en figuurlijk goed op de kaart. Vanuit deze regionale samenwerking zijn we in staat de kaders van ons BPL efficiënt en effectief te bewaken/beschermen. De energietransitie is een ingewikkeld proces waar ook lokaal draagvlak nodig is. Dit draagvlak is onder meer gezocht en gevonden bij het tot stand komen van de TVW en faciliteren van lokale projecten. Vanuit lokaal draagvlak hebben we dit jaar veel zaken kunnen opstarten. In onze visie een sterke uitgangspositie om volgend jaar effectief op door te kunnen pakken.

Het budget in de keuzelijst betreft een totaalpakket aan capaciteit (bemensing) en middelen (€’s voor uitvoeringsbudget) om de ingezette koers verder uit te werken. De status daarvan is een ambtelijke berekening. Er zijn echter nog bestuurlijke keuzes te maken met betrekking tot de aanpak. Die keuzes kunnen ook invloed hebben op de kosten. Vandaar dat de kosten nu nog niet in de begroting als “vaststaand” zijn opgenomen.

10

Dankzij het gerealiseerde lokale draagvlak kunnen we veel meetbare initiatieven (door)ontwikkelen. Zonder structurele middelen voor de energietransitie kunnen we de wettelijke taken uit het Nationaal Klimaatakkoord bijzonder lastig uitvoeren. Ontbreken van middelen brengt het halen van de wettelijke doelstelling van aardgasvrij in 2050 in gevaar. We doorlopen dit proces met inwoners en andere lokale stakeholders (WoCo, Netbeheerder, etc.). De TVW is mede samen met hen ontwikkeld en gecommuniceerd. Zij rekenen ook op continuïteit. Er zal dus zeker een collegevoorstel voor de middelen volgen. In de tussentijd continueren we de huidige inzet. De geopolitieke verhoudingen zijn dit jaar in veel opzichten gewijzigd. Energiearmoede ligt voor heel veel mensen op de loer. Inmiddels ook voor de middeninkomens. De plannen die we met de energietransitie aan het uitvoeren zijn, zijn voor een groot deel ook een structureel antwoord op de problemen rondom duurzaamheid die zich het afgelopen jaar internationaal hebben gemanifesteerd. Daarmee stoppen zal heel lastig aan inwoners uit te leggen zijn. Vraag: Welke procesindicatoren kan het college geven om te monitoren op het gebied van spijtvrije verduurzamingsoplossingen? Antwoord: Hoofdindicator voor voortgang spijtvrije maatregelen die we tot 2030 volgen is gasverbruik in de gebouwde omgeving.

De doelstelling voor 2030: 20% minder gasverbruik t.o.v. 2010. Dit meten we met de klimaatmonitor. Daarnaast volgen we ook de ontwikkeling van de energielabels. Onderdeel van de samenwerking met ons energieloket is om kwantitatief inzichtelijk te maken hoeveel de collectieve acties van isolatie en hybride warmtepompen opleveren. Deze digitale monitoring vertalen we vervolgens door naar het effect op de totale energiebesparing. Vraag: Welke mogelijkheden ziet het college om de veehouders te ondersteunen om andere activiteiten naast de veehouderij te ontplooien? Antwoord: Op meerdere terreinen zijn we hiermee bezig: Binnen Duurzaam Boer Blijven faciliteren we de veehouders in hun rol als economisch en landschappelijk drager van het agrarisch cultuurlandschap aan de hand van de drie pijlers Kringloopboeren, Jonge Boeren Netwerk en Experimenten. Het Groenfonds ondersteunt veehouders om activiteiten op te pakken naast de reguliere werkzaamheden op het boerenbedrijf. Dit zijn activiteiten op het gebied van educatie en stadlandverbinding, zoals vliegende wandelpaden. Wij ondersteunen deze activiteiten ook met ruimtelijk beleid. Het bestemmingsplan Buitengebied Gras staat sinds 2013 nevenactiviteiten toe bij melkveehouderijen, waaronder nevenactiviteiten op het vlak van extensieve recreatie. Een deel van die nevenactiviteiten is bij recht toegestaan.

De melkveehouder hoeft voor deze activiteiten geen omgevingsvergunning aan te vragen, mits de activiteit voldoet aan de regels van het bestemmingsplan en de overige geldende regelgeving. Vraag: Kan het college aangeven welke structurele besparingen per voorgestelde optionele investeringen zitten? Antwoord: Bij alle keuzelijstopties staan geen indicaties wat deze voor besparingen/return on investment (ROI) op termijn opleveren. Het idee is dat de gemeente incidenteel geld uitgeeft om structureel te besparen. De verdere uitwerking daarvoor is nog niet gemaakt.

11

Mijn Partij! Vraag: Kan het college aangeven hoe de inflatiecorrectie in de investeringen voor 2023 is verwerkt? Is het college het met ons eens dat er in de begroting nog geen rekening is gehouden met de gestegen energiekosten van het gemeentelijk apparaat? Antwoord: Zoals gebruikelijk zijn de ramingen gebaseerd op de mei-circulaire. Dit geldt o.a. ook voor de inflatie en energiekosten. We monitoren de ontwikkelingen continu en daarover rapporteren we in de Periodieke Begrotingswijzigingen. Als daarvoor aanleiding is, doen wij een voorstel. Wij leggen verantwoording over de financiën en de behaalde resultaten af bij de jaarrekening. Is het college het met ons eens dat een salarisverhoging van 2,5% in 2023 zonder akkoord vakbond in deze tijd aan de lage kant is? Antwoord: Dat is correct. De aanname van 2,5% is gebaseerd op de meicirculaire. Op basis daarvan is de begroting opgesteld. Dit is de lijn die wij altijd, dus ook nu gehanteerd hebben. Ieder percentage anders dan de hiervoor genoemde 2,5% zou een niet onderbouwde aanname zijn. Op dit moment is nog geen overeenstemming, maar wij volgen de ontwikkelingen. Op basis daarvan is het aannemelijk dat de verhoging niet onder de 4,5% uitkomt, opgebouwd uit 4% loonsverhoging en 0,5% individueel keuzebudget.

Overigens merken wij voor de goede orde op dat de 2,5% verhoging cumulatief in de begroting is opgenomen (dus in 2024 al 5% ten opzichte van 2022). Vraag: Is het college bereid de gevraagde verhoging voor het netbeheer terug te draaien, en de daarmee gepaarde kosten in mindering te brengen op het eigen vermogen? Antwoord: Nee; het klopt dat het net- en meetverlies van alle jaren is. De kosten voor netverliezen moeten netbeheerders als JUVA echter wettelijk verplicht via transporttarieven bij de eindgebruikers in rekening brengen. Dit ook bij fors hogere energietarieven. Wij willen niet afwijken van gemaakte afspraken en evenmin JUVA belemmeren in hun bedrijfsvoering en beperken in hun mogelijkheden om te investeren. Wij hebben belang bij een gezonde bedrijfsvoering bij JUVA en hebben daarover als aandeelhouders afspraken gemaakt met JUVA. Ook ten aanzien van het dividendbeleid (zie pagina 50 van het Jaarverslag 2021 van JUVA). Daarbij is de solvabiliteitsratio van JUVA van invloed op hun (mogelijkheden tot) externe financiering (zie pagina 70 van het Jaarverslag 2021 van JUVA). Daar niet vermeld, maar wel van toepassing is dat zij alleen nieuwe schulden mogen aangaan zolang het solvabiliteitsratio minimaal 40% blijft.

Vraag: Is het college het met ons eens dat een extra investering van circa 150.000 voor 2023 voor verbetering onderhoud wegennet een gering bedrag is? Antwoord: Op 18 oktober hebben wij over het onderhoud van wegen een raadsinformatiebrief verzonden. Een extra investering, vooral als deze een structureel karakter krijgt, levert op termijn een zichtbare verbetering van het onderhoudsniveau op. Vraag: Kan het college aangeven wat de (financiële) gevolgen van deze latere invoeringsdatum (noot: Omgevingswet) is? Antwoord: Nog niet. Er zijn eerder middelen voor projectleiding en uitvoeringsbudget beschikbaar gesteld. Op dat moment was de beoogde implementatiedatum eind 2022. Het uitstel leidt tot een langere behoefte aan inzet. Dit zal ook tot meer kosten leiden. We moeten de planning en de kosten daarop voortdurend aanpassen. Op de keuzelijst staat een indicatie van wat we nu verwachten. Het invoeren van de Omgevingswet is niet beïnvloedbaar en onvermijdelijk. De wetgever verplicht ons immers tot implementatie van de Omgevingswet. Het voorstel om de wet uit te stellen weerhoudt ons niet van de verplichting en noodzaak om minimaal aan de basis, zoals gesteld door de gemeenteraad, te voldoen. Mede doordat er steeds uitstel komt vanuit het Rijk is het een uitdaging om naast de reguliere werkzaamheden deze grote stelselverandering door te voeren.

Juist doordat er steeds uitstel komt, moeten de meerjarige budgetten helaas ook steeds bijgesteld worden. Onze raming van te verwachten kosten zijn opgesteld met de kennis die we nu hebben. Om de implementatie van de basis succesvol af te ronden is, voor zover wij dat nu kunnen overzien, dus nog wel meer budget nodig. Dit staat nu op de keuzelijst. Het college is voornemens te zijner tijd met een concreter advies naar de raad te gaan.

12

Vraag: Deelt het college onze mening dat er, op incidenten na, nog geen uitvoering aan de 1 e stappen van de energietransitie is genomen? Antwoord: Deze mening deelt het college niet. Tijdens de raadsinformatieavond van 20 september is informatie gegeven over de uitvoering van de TVW. Na de vaststelling van de eerste TVW hebben we focus gehad op het contact leggen met lokale initiatieven en het leren kennen van de mensen daarachter. Dit vanuit de geest van onze TVW waarin participatie met bewoners (de ‘tweede startmotor’) geen hol begrip is, maar een manier van werken. De energietransitie valt en staat immers bij lokaal draagvlak. Daarnaast hebben we prioriteit gegeven aan het afronden van de aanbesteding van het Regionaal Energieloket (REL): belangrijk strategisch partner voor uitvoering van onze TVW. In het kort zijn de belangrijkste resultaten en activiteiten tot nu toe: Lancering van samenwerking met REL (april); Bewonersavond juni (druk bezocht) waarin we onze plannen voor 2022–2023 met bewoners hebben gedeeld en de REL zich heeft gepresenteerd; Opstarten aantal bewonersinitiatieven: o Collectief besparen met je buurt (met een interessante pilot om collectief gebruik inzichtelijk te maken middels een dongel op slimme meters); o Bespaarmogelijkheden in je wijk (middels bespaarrapporten van voorbeeldwoningen); o Opzetten lokaal netwerk energiecoaches (i.s.m.

EnergieC); Collectieve inkoopactie hybride warmtepompen. Actie startte met webinar waarvoor meer dan 600 aanmeldingen waren. Ongeveer 60% van de bezoekers heeft een vrijblijvende aanvraag heeft gedaan voor een persoonlijk aanbod). De volgende activiteiten staan nog in 2022 op de planning: Buurtactie Energiezuinig Wonen: voor 2 wijken wordt een wijk-specifiek verduurzamingadvies voorbereid wat tijdens een webinar op 31 oktober door energie-experts wordt gepresenteerd en toegelicht aan de wijkbewoners; Collectieve inkoopactie isolatie (november–december); Samen met Wonen Midden-Delfland wordt de laatste hand gelegd aan aanpak Energiearmoede, die dit jaar start en doorloopt in 2023. Ook hierin is REL een belangrijke partner.

13

OGP Midden-Delfland Vraag: Wat is de reden dat het college er niet voor heeft gekozen niet te indexeren op nu al voorspelbare meerkosten die we hebben aangegeven onder punt 1 bij de beleidsarme begroting? Antwoord: De indexatie is niet opgenomen omdat op dit moment geen concreet beeld beschikbaar is over de prijsontwikkelingen. Vanwege het ontbreken van indicatoren, is geen voorstel opgenomen voor een algemene indexatie. Voor het meerjarenperspectief betekent dit dat we elk jaar een bijstelling doen. Voor de inkomstenkant (de algemene uitkering) geldt dat ook. Vraag: Welke keuze legt het college de raad voor indien blijkt dat deze kosten daadwerkelijk veel hoger zijn dan nu geraamd? Waar gaat dat dan ten koste van? Antwoord: We stellen de begroting op op basis van wat we op dat moment weten. We monitoren de ontwikkelingen continu en daarover rapporteren we in de Periodieke Begrotingswijzigingen. Als daarvoor aanleiding is, doen wij een voorstel. Wij leggen verantwoording over de financiën en de behaalde resultaten af bij de jaarrekening. Vraag: Wat is de reden dat het college een nu voorziene post van €225.000 euro aan bijstand als “keuze” voor te leggen terwijl dit gewoon een wettelijke plicht is die de gemeente heeft? Antwoord: Het verstrekken van een uitkering op basis van de Participatiewet is een wettelijke plicht.

Op basis van de eerder opgenomen meerjarenramingen en de huidige prognose 2022 zijn in 2023 extra kosten aan de bijstand voorzien. Van deze prognose is een deel direct meegenomen in de conceptbegroting. Het overige deel kent nog een voorbehoud. Dat is om die reden nog niet opgenomen, maar wel als aandachtspunt op de keuzelijst opgenomen. De reden waarom nog niet de volledige bruto prognose is opgenomen in de begroting 2023 hangt samen met het proces rond het aanvragen van een vangnetuitkering over het jaar 2022. De rijksoverheid financiert gemeenten voor de uitkeringslasten via een systematiek (zogenaamde ‘t-2’ financiering) die schommelingen in de jaarlijkse bekostiging met zich meebrengt. De systematiek kent mede om die reden een vangnetregeling, op basis waarvan gemeenten die geconfronteerd worden met een groot tekort op de bijstandslasten een deel van de kosten van het rijk vergoed krijgen. Naar verwachting kan de gemeente Midden-Delfland over het jaar 2022 aanspraak maken op deze vangnetuitkering. Het proces om daarvoor in aanmerking te komen kent strenge eisen, waaronder verklaringen van de stijging en inzicht in de wijze waarop de gemeente zich inzet de aanspraak op de uitkeringen terug te brengen. In het voorjaar van 2023 informeren wij de gemeenteraad over deze aanvraag en daarbij behorende plan van aanpak.

Het is mogelijk dat de analyse en de maatregelen in het kader van de vangnetaanvraag, leiden tot een aangescherpte prognose. Dit is de reden waarom een deel van prognose nog niet in de begroting is verwerkt. Achtergrond: ondanks de krappe arbeidsmarkt is het bijstandsbestand het afgelopen jaar gestegen. Deze stijging heeft o.a. te maken met de instroom van statushouders en een toename in het aantal verhuizingen vanuit de regio. Daarnaast is er een verzwaring in de problematiek bij de uitkeringsgerechtigden zichtbaar, waardoor uitstroom naar werk een langere adem vergt. Vraag: Hoe ziet het college het proces voor zich dat we komen tot een daadwerkelijke keuze in de lijst met activiteiten. Wanneer en hoe is in de begrotingsbehandelingen daar ruimte voor georganiseerd? Antwoord: Bij de aanbieding van deze begroting hebben wij de gemeenteraad voorgesteld op 8 november het debat over de keuzelijst te voeren. Besluitvorming op basis van dit debat vindt op basis van voorstel voor een begrotingswijziging plaats op 22 december 2022. Vraag: Welke ambities uit het coalitieakkoord zijn reeds voor 2023 als concrete activiteiten in de begroting opgenomen en waar kunnen we die vinden? Antwoord: Het proces van het collegeprogramma en de begroting lopen niet synchroon. Een aantal concrete actiepunten uit het coalitieakkoord zijn onderdeel van bestaande uitvoering en beleid.

Deze zijn daarmee in 2023 onderdeel van de reguliere P&C-cyclus. Over de wijze waarop wij de samenhangende thema’s uit het coalitieakkoord uitwerken in een collegeprogramma informeren wij de gemeenteraad nog.

14

Vraag: Onze vraag aan het college is: welke concrete resultaten wil het college eind 2023 gerealiseerd hebben voor wat betreft koe en grutto in de wei? Vraag: Aan het college de vraag of we er van uit mogen gaan dat de bestaande projecten waaronder Duurzaam Boer blijven, in 2023 gecontinueerd worden? Antwoord: Bestaande projecten met als kern koe en grutto in de wei worden gecontinueerd. Vanuit diverse programma’s (o.a. Duurzaam Boer Blijven, Grondinstrument, visie BPL) werken we aan concrete doelen en resultaten zoals o.a. vastgelegd in de notitie IODS Groen ondernemen, een nieuwe landbouw. Het Uitvoeringsprogramma van de Visie op het BPL gaat concrete operationele doelen krijgen. Wij willen tenminste een legalisatie van de PAS-melders en interimmers (wettelijke legalisatie natuurbeschermingsvergunning), onderzoek naar de haalbaarheid van de ontwikkeling van een lokale zuivelfabriek, alle melkveehouders aangesloten bij het programma kringlooplandbouw, de validatie en borging van het kringloopcertificaat en een broedsucces van tenminste 65% van de grutto.

Vraag: Is het college bereid om bredere instrumenten in te zetten om de bouw van woningen in de kernen van Midden-Delfland te realiseren? Is het college bereid om bij nieuwbouw te kiezen voor de realisatie van 30% sociale huur en daarbij geen sociale koop meer te realiseren? Onder welke voorwaarden is het college in staat, dan wel bereid om bij nieuwbouwprojecten ook een categorie middenhuur te realiseren? En die woningen onder te brengen bij een sociale verhuurder? Antwoord: Aan de raadswerkgroep wonen van 18 januari 2022 is een lijst verstrekt met een inventarisatie van de meest bekende instrumenten die een gemeenteraad heeft om sturing te geven aan woningbouw- ontwikkeling. In deze lijst staan instrumenten die het aantal woningen kunnen stimuleren en instrumenten die de raad kan inzetten om woningen aan de gewenste doelgroep toe te wijzen. Deze onderwerpen komen aan de orde bij de herziening van de Nota grondbeleid in 2023. Wij zien dat de landelijke ontwikkelingen op woningbouw ertoe aanzetten om een verplichting op te nemen om bij nieuwbouwprojecten minimaal 30% sociale huur te realiseren. De provincie stemde nog niet in met onze woningbouwprogrammering op basis van deze doelstelling.

Gezien de huidige economische- en marktontwikkelingen lijkt realisatie van sociale huur meer realistisch en haalbaar dan sociale koop binnen de financiële kaders die wij voor deze woningen stellen. Momenteel onderzoeken wij of binnen een aantal projecten de woningcorporatie Wonen Midden Delfland het sociale segment volledig wil invullen. Wij zijn in overleg met woningcorporatie Wonen Midden Delfland om te onderzoeken binnen welke projecten zij middenhuur kunnen toevoegen. Wij gaan er hierbij vanuit dat dit alleen kan als deze woningen als niet-DAEB woningen worden aangemerkt. Wij gaan er hierbij ook vanuit dat er geen negatief effect (gelijke grondprijs) op de grondexploitaties optreedt. Vraag: Welke verbindende culturele activiteiten wilt u als college het komende jaar ondersteunen? Antwoord: Wij continueren het beleid met als doel levendige dorpscentra, waarin ruimte is voor activiteiten voor jong en oud. Om die reden ondersteunt de gemeente van oudsher diverse verenigingen op het gebied van sport, en cultuur. Een aantal culturele partijen ontvangt jaarlijks subsidie. Dit zijn muziekverenigingen, zangverenigingen, musea, historische verenigingen, oranjeverenigingen en sinterklaasintochten. U kunt dit inzien in het subsidieregister dat is gepubliceerd op de website. Toegespitst op cultuur hanteren wij de lijn uit de Cultuurvisie 2021 “Midden-Delfland verbindt”.

Binnen deze visie vormen participatie en verbinding belangrijke thema’s (naast cultuureducatie waarbij alle basisscholen jaarlijks een programma aan culturele activiteiten krijgt aangeboden). De subsidieregeling Kunst, Cultuur en Sociale Verbinding 2023 biedt hiertoe subsidiemogelijkheden voor nieuwe en vernieuwende initiatieven/activiteiten. Van 1 januari tot en met 15 februari hebben aanvragers de gelegenheid hun aanvraag in te dienen. Dan volgt de beoordeling en besluitvorming. Wanneer alle besluiten zijn genomen volgt een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Het is op dit moment nog te vroeg om informatie te kunnen geven welke initiatieven in 2023 ondersteuning krijgen. Vraag: Op welke manier wil het college ervoor zorgen dat onze inwoners in 2023 daadwerkelijk laagdrempelig een afspraak kunnen maken met een lid van het college, dan wel binnen kunnen stappen bij inloopspreekuren? Welke actie kan en wil het college in gang zetten om naar onze inwoners laagdrempelig en voor iedereen begrijpelijk te communiceren? Welke activiteiten heeft het college voor ogen om jongeren actief te betrekken bij het bestuur van onze gemeente? 15

Antwoord: Organisaties en inwoners weten de collegeleden doorgaans goed te vinden. Mail en telefoon vormen eenvoudige middelen om afspraken te maken met de burgemeester of wethouders. Begrijpelijk taalgebruik en laagdrempelig communiceren zijn vast onderdeel van het dienstverleningsmodel; in de ambtelijke organisatie is hier extra aandacht voor. Bij participatie zijn jongeren een specifieke doelgroep. Het participatietraject is in voorkomende situaties hierop afgestemd. Vraag: Onze vraag aan het college luidt: op welke wijze gaat het college invulling geven aan het feit dat oudere mensen langer thuis zullen blijven? Welke initiatieven kunnen we hier het komende jaar verwachten? Antwoord: Landelijk en lokaal beleid richt zich op het feit dat mensen langer thuis blijven wonen. Dit geldt voor alle doelgroepen. Mensen geven ook aan langer thuis te willen blijven wonen in hun eigen bekende leefomgeving. Hierna een uitgebreide schets van de werkwijze in onze gemeente: In Midden-Delfland zijn meerdere netwerkpartners actief om (kwetsbare) ouderen zo lang en veilig mogelijk thuis te laten wonen. Zo heeft Wonen Midden-Delfland een Seniorenmakelaar in huis. Bij vragen over langer zelfstandig wonen kan deze Seniorenmakelaar worden ingezet. Ook biedt WMD als service een ‘seniorencheck’ aan.

Dit houdt in dat de onderhoudsmedewerker een technische en veiligheidscheck uitvoert in de woning van de huurder. Tegelijkertijd heeft de medewerker ook een signalerende functie. Stichting Welzijn Midden-Delfland biedt welzijnsactiviteiten aan. Ouderen kunnen gebruik maken van voorliggende voorzieningen. Door zo lang mogelijk mee te doen in de samenleving, zorgt dat er voor dat ouderen langer vitaal kunnen blijven. De netwerkpartners: SWMD, Pieter van Foreest, GGZ Delfland, Wonen Midden-Delfland en de Ouderenbonden nemen ook deel aan de Stuurgroep Langer Zelfstandig. In de Stuurgroep worden de thema’s wonen, welzijn en zorg besproken. Regionaal werken we samen op het beleidsonderwerp Ouderenzorg. Voor de doelgroep ouderen is in samenwerking met het zorgkantoor/de zorgverzekeraar DSW, 1e en 2e lijnszorg, zorgaanbieders, de gemeenten Delft, Westland, Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland (DWO-regio) en Maasluis, Vlaardingen en Schiedam (MVS-regio) een regiobeeld ‘Programma regionale aanpak Ouderenzorg’ opgesteld. Doel hiervan is om samen te werken op ouderenzorg en het aanbieden van kwalitatief goede zorg en ondersteuning aan (kwetsbare) ouderen, zodat zij zo lang als mogelijk in hun vertrouwde thuissituatie kunnen blijven wonen. Eventueel met zorg en ondersteuning vanuit maatwerkvoorziening Wmo (gemeente) of de Wet Langdurige zorg (vanuit zorgkantoor).

Wanneer thuis wonen niet meer verantwoord en veilig is, dan kunnen ouderen verhuizen naar een passende woonzorgomgeving. Hiertoe zijn we voornemens De Hoornbloem te herontwikkelen naar een woonzorgvoorziening voor (kwetsbare) ouderen. Wij continueren het beleid om zorg zo veel mogelijk dichtbij te organiseren. Dit doen we lokaal en regionaal met het programma regionale aanpak ouderenzorg. Op 10 maart 2022 is daarvoor de Intentieovereenkomst met DSW, Pieter van Foreest, Careyn en Wonen Midden-Delfland ondertekend. We zorgen samen er voor dat onze ouderen nu en in de toekomst de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben thuis kunnen ontvangen. Vraag: Kan het college aangeven op welke criteria deze bestuurlijke afspraken (over onderwijs Den Hoorn) gebaseerd gaan worden? Antwoord: In 2015 ondertekenden de gemeenten Delft, Rijswijk en Midden-Delfland het convenant Onderwijshuisvesting. Het voornemen is om een geactualiseerd convenant met deze gemeenten af te sluiten waarin de capaciteit aan onderwijshuisvesting wordt vastgelegd. Delft neemt hiertoe het voortouw. Het gaat om inhoudelijke afspraken over thema’s als huisvesting, passende scholen voor ouders en hun kind, onderwijs aan kwetsbare kinderen, instroom- en doorstroom van en naar andere scholen, overgang naar voortgezet onderwijs, de relatie tussen voorschoolse opvang en onderwijs en toegang bij scholen.

De basisscholen hebben te maken met een meer dan evenredig gebruik van leerlingen uit de buurgemeenten. Om een goed beeld te krijgen van de leerlingenstromen in het grensgebied met de buurgemeenten Delft en Rijswijk zijn leerlingenprognoses opgesteld. De basisscholen is al langere tijd verzocht om in het aannamebeleid terughoudend te zijn bij het plaatsen van leerlingen uit de buurgemeenten. Naar aanleiding van de laatste leerlingenprognose heeft Delft haar verantwoordelijkheid genomen te zorgen voor extra tijdelijke onderwijshuisvesting in dat gebied.

16

Vraag: Welke concrete activiteiten gaat het college het komende jaar doen om inclusiviteit in de breedste zin des woords daadwerkelijk binnen onze gemeente een stap verder te helpen? Antwoord: Dit is een thema dat permanent aandacht vraagt en krijgt. Dit komt ook aan de orde bij de uitwerking van het collegeprogramma. Vraag: Hoe gaat het college stimuleren dat er daadwerkelijk meer initiatieven gaan komen vanuit de bewoners en welke hulp gaat de gemeente daar bij leveren in geld, menskracht of andere middelen? Antwoord: Feitelijk doen we dit door initiatieven positief te benaderen en te ondersteunen. Een extra impuls moet komen vanuit het proces voor de Toekomstvisie 2050. Vraag: Welke wegen/locaties worden in 2023 klimaat-adaptief ingericht met meer groen? Antwoord: De inrichting van het bedrijventerrein Harnaschpolder krijgt een extra groenimpuls. Al eerder is het noordelijk deel van de Dijkshoornseweg genoemd. Dit werk is recent aanbesteed en gaat binnenkort van start. Ook het parkeerterrein van SV Schipluiden staat op het programma om meer te vergroenen. Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van grasparkeervakken.

Vraag: Welke acties lopen er vanuit de gemeente om te voorkomen dat RTDH-Airport gaat uitbreiden en waar hebben wij vanuit de gemeenteraad nog invloed op? Wat is het standpunt van het college aangaande deze voorgenomen uitbreiding? Antwoord: In december 2022 wordt het Participatietraject Rotterdam The Hague Airport (RTHA) afgerond. Tijdens raadsinformatiebijeenkomst van 7 juni 2022 is hierover informatie verstrekt. Het Participatietraject is het minnelijke voortraject voorafgaand aan het formele traject van het nieuwe Luchthavenbesluit. Tijdens dit formele traject komen wij op voor de belangen, (be)leefbaarheid en kwaliteiten van het BPL. Dit najaar volgt een raadsinformatiebrief met de laatste stand van zaken. Vraag: Wat wil het college bereiken op bovengenoemde doelen (noot: verkeersdoelen uit coalitieakkoord) in 2023? Als het 31 december 2023 is, wanneer is het college dan tevreden? Nu het autoverkeer aantrekt, leidt dit dagelijks tot (lange) files op de A4 waardoor automobilisten de N468 en Zouteveenseweg gebruiken om richting Vlaardingen en A20 te reizen. Welke maatregelen neemt het college om sluipverkeer tegen te gaan? Daarnaast is al jaren sprake van verkeersgevaarlijke situaties bij de Maassluiseweg (aan- en ontsluiting met Maasland). In de begroting staat een bedrag van €780.000,- genoemd voor de reconstructie van de Maassluiseweg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=933ae0b9-b098-4686-9a51-b064ca023330