COMM Vragen Fractie D66 met antwoorden
Tekst van het document
Maasland, 31 oktober 2025 Vragen aan het college n.a.v. agendapunt 9, Participatiebeleid 2025 Beste leden van het college, We hebben de volgende vragen rondom het opgestelde participatiebeleidsplan 2025: Alvast bedankt voor het beantwoorden van de vragen. Met vriendelijke groet, Laura van der Lans D66 Midden-Delfland
1. Indien het college besluit dat participatie bij een specifiek project niet wenselijk is, wordt die afweging dan schriftelijk gemotiveerd? En is die motivatie (op verzoek) openbaar of ter inzage beschikbaar? REACTIE De motivering is schriftelijk en openbaar. De overweging wel of geen participatie is onderdeel van het collegeadvies en daarop gebaseerde besluit. Die afweging wordt gemaakt op basis van de volgende uitgangspunten uit het beleidskader: 1. Is participatie van toegevoegde waarde? Draagt participatie bij aan betere oplossingen, draagvlak of kwaliteit van het besluit. 2 Is participatie mogelijk? Is er voldoende ruimte voor invloed en zijn er in potentie haalbare opties om inwoners te betrekken en invloed te geven? 3 Is participatie wenselijk? Past participatie bij het vraagstuk en het maatschappelijk belang College-adviezen vallen onder de werking van de Wet open overheid en zijn daarmee opvraagbaar voor inwoners en op basis van de passieve informatieplicht (Gemeentewet) voor raads- en commissieleden. 2.
Hoe waarborgt het college dat ambtenaren dit nieuwe beleid niet uitvoeren als een ‘afvinklijstje’, maar dat het daadwerkelijk gaat leven binnen de organisatie? Met andere woorden: hoe wordt participatie structureel ingebed in houding, werkwijze en cultuur? REACTIE De ambitie uit de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 is dat inwoners actiever bij het gemeentelijk beleid worden betrokken en zelf ook een actieve bijdrage kunnen leveren. Dit proces is al langer in gang gezet en vraagt ook een omslag in het werken vanuit de ambtelijke organisatie. Dit is verwoord in uitgangspunt 6 van het beleidskader (maatwerk in een lerende organisatie). Met het vaststellen van deze uitgangspunten geeft de gemeenteraad een duidelijk handvat mee voor de uitvoering door de ambtelijke organisatie.
Participatie is niet nieuw. Met het vaststellen van het beleid wordt nog nadrukkelijker gewerkt aan de bewustwording van de meerwaarde van participatie en dat dit voor de medewerker meer plezier in het werk oplevert. Recente voorbeelden vooruitlopend op het nieuwe beleid zijn divers zoals de inrichting openbare ruimte Den Hoorn, WIJ Midden-Delfland, met minder-valide inwoners de toekomstige inrichting centrum Schipluiden fysiek bekijken. Bedoeling is de implementatie te ondersteunen met een webplatform; hierop kunnen intern ervaringen, voorbeelden en procesplannen gedeeld worden. Dit platform krijgt een webredactie met de hoofdredactie bij communicatie (adviseursrol organisatie) en per vakafdeling een webredacteur op inhoud. Dit redactieteam ondersteunt en adviseert.
3. Hoe verhoudt dit participatiebeleid zich tot de rol van de gemeenteraad? Is er een risico dat – bij een participatief proces – besluiten buiten de raad om worden voorbereid of genomen? En hoe wordt geborgd dat de raad vooraf kaders kan stellen én achteraf zijn controlerende rol kan vervullen? REACTIE Met dit voorstel worden de genoemde risico’s voor de gemeenteraad beter beheersbaar. De verordening bevat de basisregels. In combinatie met het beleidskader kan achteraf de kwaliteit van het participatieproces getoetst worden. Participatie is geen vervanging van de besluitvorming, maar beschouwen wij als meerwaarde vanuit betrokkenheid en kennisdeling van inwoners. De opbrengst van een goed participatietraject is dat de belangen en tegenstellingen beter in beeld zijn, waarmee een betere besluitvorming mogelijk wordt. De meeste onderwerpen zullen onderdeel zijn van de bevoegdheden van het college en bij veel raadsbesluiten onderdeel van het voorbereidend proces door het college. De gemeenteraad neemt op basis van die voorbereiding een besluit dat tot stand is gekomen met inbreng van inwoners. In de communicatie bij de participatie wordt dan als randvoorwaarde benoemd dat de gemeenteraad de inbreng betrekt bij hun besluitvorming.
Bij zwaarwegende dossiers is het toepassen van de vorm van participatie onderdeel van de besluitvorming door de gemeenteraad; bij voorkeur is dat ook bij het besluit om voor dat proces een budget beschikbaar te stellen (dit zoals ook bij de toekomstvisie is gedaan, bij de dorpenvisie wordt gedaan etc.). Het zou met een goed participatietraject kunnen dat er een overduidelijke richting uit komt waarvan het moeilijk is om dat als gemeente anders te doen. Hoe daarmee om te gaan is uiteindelijk een politieke afweging.