COMM Vragen fractie D66 met antwoorden
Tekst van het document
Schipluiden, 9 januari 2026
Vragen aan het college n.a.v. agendapunt 7, Procedure uiten zienswijze / bedenkingen tegen voornemen verkoop perceel plan De Kroon Indiener: L. Spindler (D66) Beste leden van het college, We hebben de volgende vragen rondom het voorstel procedure zienswijze / bedenkingen tegen voornemen verkoop perceel plan De Kroon: 1. Op 2 december heeft de gemeenteraad het strategisch plan voor De Kroon vastgesteld. In het strategisch plan staat op blz 18 te lezen dat de verkoop middels een tenderprocedure de meest logische route is. Tijdens de commissie- en raadsvergadering heeft het college nadrukkelijk toegelicht dat en waarom het college tot verkoop wenst over te gaan. Naar onze mening zijn we hiermee voldoende geïnformeerd over het voornemen van het college om tot verkoop over te gaan. Tijdens die vergadering hebben wij naar onze mening voldoende gelegenheid gehad om onze wensen en bedenkingen hieromtrent kenbaar te maken. Vraag: Waarom krijgen wij als raad nu (nogmaals) een voorstel voorgelegd met de vraag of wij wensen en/of bedenkingen bij de verkoop hebben? REACTIE: De financiële verordening van de gemeente Midden-Delfland beschrijft de afspraken en bevoegdheden van de gemeente Midden-Delfland. Hierin staat vastgelegd dat het college bevoegd is te besluiten over de verkoop nádat zij de raad in de gelegenheid heeft gesteld wensen en bedenkingen te uiten.
Zie hiervoor artikel 7 van de financiële verordening (weblink aan het einde van dit antwoord met u gedeeld). Vorige maand heeft u als gemeenteraad de ontwikkelvisie en strategisch plan vastgesteld. De gemeenteraad heeft zich inhoudelijk sterk verdiept en wij zien dat de gemeenteraad met een weloverwogen beslissing positief heeft besloten. Dit besluit ging over de inhoud. Omdat de financiële verordening procedureel vereist dat u in de gelegenheid wordt gesteld zienswijze en/of bedenkingen kenbaar te maken en de gemeenteraad zomer 2024 kenbaar gemaakt (n.a.v. een raadsinformatiebrief over zienwijze en bedenkingen Keenenburg V fase 2) dat de raad wenst dat de mogelijkheid voor zienswijze en/of bedenkingen altijd via een raadsbesluit dient plaats te vinden. U heeft hierover in juli 2024 een besluit genomen.
Dit besluit leidt ertoe dat u nu gevraagd wordt om te besluiten dat u geen zienswijze en/of bedenkingen heeft. Door de besluiten van december 2025 bent u inhoudelijk goed op de hoogte. Theoretisch hadden wij de mogelijkheid voor zienswijze en/of bedenkingen kunnen opnemen in het raadsbesluit van december. Wij hebben echter gemeend dat de vaststelling van de ontwikkelvisie en strategisch plan van aanpak over de inhoud van de visie en plan moesten gaan. Feitelijk is het raadsbesluit dat nu voorligt dus een procedurele stap. Financiële verordening Midden-Delfland | Lokale wet- en regelgeving 2. Op blz. 20 van het strategisch plan staat opgenomen dat er door de raad het eerste kwartaal een verkoopbesluit tot verkoop van gronden middels tender voor het dan vastgestelde minimale grondbod of hoger genomen moet worden. Vraag: Krijgt de raad na afronding van de tender nu nog een voorstel voor de verkoop van de gronden voor het dan vastgestelde minimale grondbod of hoger voorgelegd? REACTIE: Wij zien de tekst waar u naar verwijst, en geven die voor de lezer weer in het onderstaande screenshot.
Deze verwoording leidt tot verwarring. Een meer heldere verwoording had moeten zijn: • •
Verkoopbesluit door college B&W nádat … Zienswijze en/of bedenkingen t.a.v. de voorgenomen verkoop aan de raad is gevraagd.
Na afronding van de tender is de gehele procedure doorlopen. Daarna wordt de gunning van De Kroon aan de geselecteerde ontwikkelaar en zijn ontwerp door het college van B&W vastgesteld. U krijgt als raad een raadsinformatiebrief over de uitkomst. Indien u dat wenst (vraagt) is het mogelijk u in een korte presentatie het ontwerp te presenteren. Zo ziet u exact tot welk resultaat uw besluitvorming uit december heeft geleid.
3. Vraag: Door wie en wanneer wordt het minimale grondbod vastgesteld. REACTIE Het minimale grondbod wordt ambtelijk geadviseerd na toetsing door het aangestelde tenderadviesbureau(4-ogenprincipe) en is onderdeel van de tenderstukken. De tenderstukken worden samen met het verkoopbesluit door het college van B&W vastgesteld. Dit is een collegebevoegdheid. Het minimale grondbod sluit aan op de kaders die u als gemeenteraad heeft vastgesteld in de financiële bijlage bij het besluit van december 2025. Wij handelen volledig conform deze besluitvorming.