COMM Vragen fractie D66 mbt VTH inclusief antwoorden
Tekst van het document
Den Hoorn, 2 februari 2025 Vragen aan het college n.a.v. agendapunt 8, uitvoerings- en handhavingsstrategie
1. Helderheid over de achterstanden a. Zijn er concrete cijfers over de omvang en duur van de achterstanden? b. Hoe verhouden deze achterstanden zich tot normen in vergelijkbare gemeenten? ANTWOORD: a) De afgelopen 4-5 maanden gaat het om gemiddeld 48 aanvragen. Doordat er nieuwe aanvragen binnen blijven komen, blijft de achterstand navenant gelijk. b) Er zijn geen concrete cijfers bij ons bekend over achterstanden bij andere gemeenten. Wel ontvangen wij signalen van andere gemeenten dat ook zij moeite hebben met het goed afhandelen van aanvragen binnen de beslistermijnen. Recentelijk zijn er ook diverse artikelen verschenen over ervaringen met de Omgevingswet. Recent voorbeeld: 'Omgevingswet vreet kostbare tijd' De normen waar wij aan ons moeten houden zijn opgenomen in de procedurebepalingen uit de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de beslistermijnen verkort. De beslistermijn is normaliter 8 weken. In een aantal gevallen geldt een langere beslistermijn. De beslistermijn kan 1 maal met maximaal 6 weken verlengd worden. 2. Monitoring en evaluatie a. Wordt er een periodiek evaluatiemechanisme toegepast om te meten of de achterstanden worden ingelopen? b. Zijn er duidelijke prestatie-indicatoren opgesteld (bijvoorbeeld het aantal afgehandelde dossiers per periode)? ANTWOORD: a) Ja.
Het voorraadbeheer vindt plaats in het digitale systeem dat de gemeente gebruikt voor de afhandeling van aanvragen omgevingsvergunning (RxMission van Roxit). Tevens is in het Uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving per activiteit aangegeven hoe we met evaluatie en bijsturing omgaan. b) Ja. Echter het aantal af te handelen omgevingsvergunningaanvragen is geen doel op zich. Temeer omdat het aantal omgevingsvergunningaanvragen afhankelijk is van initiatieven bij particulieren. In het door ons college vastgestelde Uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn doelstellingen en indicatoren opgenomen. Zo is een doelstelling voor 2025 om de aanvragen binnen de wettelijke termijn af te handelen. Een indicator daarvoor is de gemiddelde doorlooptijd van een aanvraag.
3. Capaciteit en middelen a. Is de huidige personele bezetting voldoende om na het wegwerken van de achterstanden structureel bij te blijven? Kunt u de uitkomst onderbouwen? b. Hoe worden werkprocessen ingericht om in de toekomstige stagnatie te voorkomen? c. Komt de gemeente in aanmerking voor subsidie, zoals SPUK Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht of Regeling specifieke uitkering interbestuurlijk programma VTH? Zo ja, is het aangevraagd? Zo nee, waarom niet? ANTWOORD: a) In de door ons vastgestelde Uitvoerings- en Handhavingsstrategie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is opgenomen welke capaciteit nodig is om de werkzaamheden binnen de wettelijke termijnen te kunnen verrichten. Dit is op basis van de strategie, waarin onder meer uitgegaan wordt van prioritering en risicosturing. b) De optimalisering van werkprocessen is een belangrijk onderdeel van het Uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De verbeterring van de processen richt zich op de hele VTH-keten. De processen richten zich op de aspecten ‘preventie’, ‘vergunningverlening’, ‘toezicht’, ‘handhaving’, en ‘monitoring en evaluatie’. c) Er zijn geen subsidies van provincie of rijk bekend specifiek voor de uitvoering van gemeentelijke VTH-taken.
Wel zijn er financiële bijdragen bekend voor versterking van de omgevingsdiensten, in het kader van het Interbestuurlijk Programma versterking Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (IBP VTH). Overige subsidies zijn vooral gericht op het bereiken van inhoudelijke doelstellingen, zoals de door u aangehaalde Energiebesparingsplicht. Dit zijn middelen waar met name de (uitvoeringstaken van de) omgevingsdiensten voor in aanmerking komen. Samen met IPO vindt er door de VNG lobby plaats om het rijk voldoende middelen beschikbaar te laten stellen voor een goede VTH-taakuitvoering. Een structurele bijdrage van het rijk van € 30 tot 60 miljoen is nodig. Dit is recent ingebracht in het rondetafelgesprek over voortgang versterking VTH in de Tweede Kamer op 30 januari 2025.