COMM Vragen fractie CDA met antwoorden
Tekst van het document
COMMISSIEVERGADERING woensdag 26 juni Technische vragen Agendapunt 3 – Controleprotocol en jaarrekening 2023 De vragen 1-7 gaan over de bijlage “Jaarstukken 2023” Vraag 1 – Programma 3 – Openbare ruimte a) pag 34: bij concrete doelen in 2023 staat genoemd: optimaliseren vegen en onkruidbestrijding. Bij realisatie in 2023 wordt niets vermeld. Wat is er nu geoptimaliseerd? Wij horen klachten over het vele onkruid op straat en in plantsoenen. b) tabel pag 50: reconstructie kruispunt Oude Veiling: het begrote bedrag is niet gerealiseerd. Toch wordt het project afgesloten. Dat kan toch niet het geval zijn. Wat wordt hier bedoeld? ANTWOORD a) Momenteel hebben wij een overeenkomst, op basis van een bestek, die tot eind 2024 loopt. De optimalisatie binnen de huidige overeenkomst ligt vooral in het sneller en adequater afstemmen van het werk met de aannemer. De onkruiddruk is hoog en met de huidige weersomstandigheden is het een grote opgave om het onkruid te beheersen. Dit is overigens een landelijke trend. Eind 2024/begin 2025 wordt gestart met het opstellen van een beleids- en beheerplan voor onkruidbestrijding en vegen. Hierna wordt het werk opnieuw aanbesteed. De ervaringen van afgelopen jaren worden meegenomen in het nieuwe beleid en beheer om zo het vegen en de onkruidbestrijding te komende jaren te optimaliseren. De optimalisatie is een doorlopend doel.
b) Dit krediet is samengevoegd met het krediet voor de Maassluiseweg. Beide wegen liggen in elkaars verlengde en de reconstructie wordt gezamenlijk opgepakt. Vraag 2 – Programma 5 – Sociaal domein a) pag 68: onderschrijding sport bedraagt 422k euro en de openstaande projectsubsidie is nog 387k euro. Welke is dat en wordt die doorgeschoven naar 2024? ANTWOORD De betreffende projectsubsidie is de beoogde subsidie aan DIOS voor de realisatie van de sporthallen, conform uw raadsbesluit en de daarbij aangenomen amendementen van 31 oktober 2023. De subsidie wordt in 2024 verstrekt. Vraag 3 – Programma 6 – Economie en sociale zaken Pag 77: het uitkeringenbestand is stabiel met 157 uitkeringen. In 2023 zijn er 12 beëindigd vanwege werkaanvaarding. Dat lijkt ons erg laag. Kunt u aangeven hoe dit percentage zich vergelijkt met omliggende gemeenten? ANTWOORD Het cumulatieve uitstroompercentage lag in 2023 in Midden-Delfland hoger dan het landelijke gemiddelde. Als we specifiek kijken naar de redenen van uitstroom zitten we qua werk onder het gemiddelde (28% van onze uitstroom tegenover 35% landelijk), we hebben echter relatief veel uitstroom naar onderwijs (13%). Als we de uitstroom naar werk en onderwijs bij elkaar optellen, komen we iets boven het landelijke gemiddelde uit (41% versus 38%). Vraag 4 – Bedrijfsvoering a) pag 104: het ziekteverzuim is gestegen.
Is dit werk-gerelateerd en zo ja, wat wordt er gedaan om het terug te dringen? b) pag 109: over communicatie AZC staat: “in de toekomst richten we ons meer op persoonlijke benadering”. Dit is niet wat de Raad heeft gevraagd. Graag ook aandacht voor regelmatige brede communicatie. Kan het college hiermee instemmen? c) pag 112: de aanbesteding van de schoonmaakdienst was onrechtmatig. Wat wordt gedaan om dit in de toekomst te voorkomen?
d) pag 125: Tabel resultaten grexen is onleesbaar. Vriendelijk verzoek om een leesbare versie verstrekken. ANTWOORD a) Dit is deels werkgerelateerd. Samen met de bedrijfsarts hebben we het verzuim geanalyseerd. De helft van het verzuimpercentage is werkgerelateerd, meestal in samenloop met privéomstandigheden. We hebben als doel de inzetbaarheid van medewerkers te vergroten. Dit doen we door het invoeren van vitaliteitsbeleid; gezond, veilig en met plezier werken. Hieronder vallen ook de interventies die het combineren van werk met privéomstandigheden ondersteunen. We stimuleren talent, loopbaan en persoonlijke ontwikkelingen, zodat mensen werken vanuit hun behoeften en ook sterker worden om met veranderingen om te gaan. We voeren modern verzuimbeleid in waarbij we ons vooral richten op wat de medewerker wél kan, zodat ze sneller (gedeeltelijk) aan het werk zijn. Tot slot zetten we in op arbeidsmarktcommunicatie zodat we vacatures sneller invullen. We hopen hiermee de overbelasting bij medewerker te reduceren en uitval te voorkomen. b) Jazeker. Bij de communicatie over de komst van het AZC is er regelmatig aandacht voor het informeren van alle betrokkenen. Dit gebeurt op verschillende manieren zoals via de website, het Nieuwsblad Midden-Delfland en de maillijst. En dat behouden we. Zo is er brede communicatie naar alle inwoners en andere betrokkenen.
Daarnaast is er specifiek voor verschillende doelgroepen een meer persoonlijke benadering. Zo hebben wij bijvoorbeeld contact met de direct omwonenden, ondernemers op het bedrijventerrein Harnaschpolder en onze zorgpartners om hen te informeren en te betrekken bij de komst van het AZC. c) We gaan er nog scherper op letten bij de spendanalyse en we ontwikkelen een startformulier zodat vóóraf al bepaald wordt welke inkoopprocedure er gevolgd moet worden. d) In de digitale versie (de webversie) is de tabel grexen goed leesbaar. Ons jaarrekening programma is bedoeld voor digitale weergave. Het pdf ‘uittreksel’ hiervan is qua opmaak minder mooi te presenteren. We hebben een nieuwe ‘betere’ afbeelding opgenomen in de jaarrekening. Zie bijgevoegd een duidelijker leesbaar overzicht. Vraag 5 - Groenbeheer Pag 135: het groenbeleidsplan MD loopt van 2007-2022. Dit betekent dus dat dit is verlopen. Wordt er een nieuw plan opgesteld? Zo ja, wanneer en wordt de raad betrokken? ANTWOORD De planning is dat er eind dit jaar een nieuw beleidsplan wordt opgesteld. Dit plan wordt ter goedkeuring aan uw raad voorgelegd. Vraag 6 - Risicobeheersing Pag 171: Ratio weerstandsvermogen (4 mln)/totaal aan risico’s (1,9 mln) = 2,1 (=uitstekend). De doelstelling is echter 1,0-1,4 (= voldoende).
Zijn we dus te risicomijdend en geeft dit mede ruimte om tot een sluitende begroting 2025 te komen? ANTWOORD Wij zijn als gemeente niet risicomijdend, maar steeds meer ‘in control’. Het is ons streven om in ieder geval een voldoende te scoren. Wij brengen de risico’s in kaart en maken deze meetbaar. Op deze manier hebben we inzicht en kunnen wij beter de kans op en de hoogte van een risico beoordelen. In de raadsvergadering van 25 juni 2019 heeft u besloten tot het instellen van de reserve Weerstandsvermogen. De omvang hiervan heeft u vastgesteld op € 4 mln. Door het instellen van deze reserve ontstond enerzijds een voldoende buffer om de mogelijke gevolgen van risico’s op te vangen en anderzijds bleef de algemene reserve ‘vrij’ voor andere bestemmingen. Vanuit dit uitgangspunt achten wij het logisch om eerder een beroep te doen op de algemene reserve dan op de ‘vrije ruimte’ van de reserve Weerstandsvermogen. Voor de volledigheid wijzen we u erop dat inzet van een reserve in beginsel als incidenteel wordt aangemerkt en daardoor slechts in beperkte mate kan bijdragen aan het structureel sluitend maken van de begroting.
Vraag 7 – Rechtmatigheidsverantwoording Pag 195: dit jaar is het voor het eerst dat het college verantwoordelijk is voor de rechtmatigheid (en niet de accountant). Het college rapporteert dat de verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in deze jaarrekening 2023 niet rechtmatig tot stand zijn gekomen. a) wat gaat het college doen om de jaarrekening 2024 wel rechtmatig te doen zijn? b) wat zijn nu de consequenties van de constatering dat de jaarrekening 2023 onrechtmatig is? ANTWOORD a) Het is nagenoeg onmogelijk om in eerste instantie rechtmatig te zijn. Dat zou betekenen dat ieder programma aan het eind van het jaar precies op 0 uit zou moeten komen en dat is onrealistisch. Vandaar dat er (uitgelegd in de auditcommissie door de accountant) is aangegeven dat er bruto onrechtmatigheden zijn en netto onrechtmatigheden. In eerste instantie zijn er (bij het begrotingscriterium) altijd bruto onrechtmatigheden, maar als deze binnen de afspraken vallen zoals gemaakt tussen college en raad, dan mogen deze weggestreept worden tegen de bruto onrechtmatigheden. Alleen zijn we wel verplicht om deze als zodanig te melden. Vandaar dat het belangrijkste is om naar de nettoonrechtmatigheden te kijken. b) Er zijn geen consequenties. We blijven met de netto-onrechtmatigheid ruim onder de foutmarge waardoor we gewoon een goedkeurende verklaring krijgen.