COMM Vragen CU met reactie
Tekst van het document
COMMISSIE 13-01-26 Punt 9 Verordening WMO 2026 Indiener: M. de Bakker (CU) Inhoudelijk: 1 Art 16 lid 7: wat wordt er bedoeld met "de kostprijs van een PGB is gelijk aan de hoogte van het PGB" ? of moet dit zinnetje worden geschrapt ? REACTIE Met deze bepaling wordt bedoeld dat de gemeente de kostprijs van een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB gelijkstelt aan het bedrag dat zij als PGB verstrekt. Concreet houdt dit het volgende in: - bij de zorg in natura bepaalt de gemeente de kostprijs op basis van wat zij zelf betaalt aan de zorgaanbieder. - bij een pgb is er geen gemeentelijke factuur van een aanbieder. Daarom bepaalt de gemeente dat: de kostprijs is het toegekende pgb bedrag. 2 Art 17 lid 1 vervolg j is erg cryptisch... Sowieso graag verwijzen naar art 9 lid 2 (nemen wij aan althans). Dan nog begrijpen wij niet wat hier nu exact wordt omschreven... Kan de genoemde uitzondering niet beter worden opgelost door dit helder te omschrijven in de genoemde door het College op te stellen Nadere Regels ? REACTIE Artikel 17 lid 1 is duidelijk en op gebruikelijke wijze geformuleerd. Aanvulling met de verwijzing naar artikel 9 lid 2 is mogelijk. 3 Het College stelt (mede met inbreng vanuit het Maatschappelijk Team [MT] nemen wij aan) Nadere Regels op.
Is hiervan al de versie of (desnoods) concept versie beschikbaar behorend bij deze verordening ? Zo ja dan zien wij deze graag opgenomen als bijlage in de stukken. Zo niet: (1) wanneer komen deze Nadere Regels beschikbaar ? (2) Is er anders een tot nu toe vigerende nagenoeg verouderde versie die ter informatie kan worden aangehecht ? REACTIE De Nadere regels zijn in concept opgesteld onder andere in nauwe samenspraak met de medewerkers van het Wmo-team. Deze conceptversie wordt toegestuurd aan de Adviesraad Sociaal Domein met de vraag een advies uit te brengen. De adviesraad hanteert een reactietermijn van zes weken. Met de nieuwe verordening Wmo 2026 worden de bijbehorende beleidsregels samengebracht met het financieel besluit onder de noemer Nadere regels. De vigerende beleidsregels sluiten in opmaak en in leeservaring niet aan op de nieuwe verordening 2026. We raden dan ook af de vigerende versie te betrekken bij uw besluit over de verordening Wmo 2026. 4 Gezien de inhoud van de Verordening en alle regelingen en voorwaarden daaromtrent, hebben de betrokken medewerkers veel op hun bord, waarvoor bewondering en complimenten. REACTIE Dank u wel 5 Kan de werkdruk voor het MT worden verminderd door in te voeren dat bepaalde kwaliteitsregels steekproefsgewijs worden gecheckt ipv systematisch ? Idem m.b.t. gevraagde met regelmaat terugkerende rapportages etc.
Anders gezegd: wij zouden willen voorkomen dat een te grote administratieve last leidt tot vermindering van het werkplezier, en daarmee tot burn-out, of een te groot personeelsverloop, of dat men door de bomen het bos (= de cliënt) niet meer ziet. REACTIE Op meerdere manieren en door meerdere partijen worden in opdracht van het collega toetsen uitgevoerd op kwaliteit en rechtmatigheid. Lokaal en regionaal uitgevoerd. Dit is bij de wet verplicht. De toetsen zijn steekproefsgewijs of dienen zich aan na een afgesproken periode. Het management ziet toe op een goede verdeling van de werkdruk op het team en daardoor ook op de kwaliteit van de toetsing. 6 Statisch gezien wonen er in MiddenDelfland ongeveer 120 volwassenen (nl. een kwart van 3% van de volwassenen) en ca 80 tieners die ernstige beperkingen in hun dagelijks leven ervaren vanwege LongCovid of andere postcovid-klachten. Graag krijgen wij er een beeld van of de ondersteuning van deze groep door onze gemeente adequaat is.
a In hoeverre is deze groep bekend bij het Maatschappelijk Team [MT] (aantallen / zwaarte) ? b Weet het MT hoeveel van hen en op welke wijze ondersteund worden vanuit de Wlz ? c Hoeveel van hen hebben momenteel een PGB en/of ondersteuning vanuit de WMO ? d In hoeverre hindert het ontbreken van wetenschappelijk bewijs bij voorgestelde therapieën het toekennen van WMO budget ? Anders gevraagd: staan er mensen langdurig in de wachtstand omdat niet duidelijk is hoe ze behandeld moeten worden ? e In hoeverre heeft het Rijk extra budget toegekend om specifiek deze relatief nieuwe groep te ondersteunen ? REACTIE Wij willen deze vraag beantwoorden, maar hebben daar langer voor nodig dan de gestelde tijd. Omdat deze vraag een indirecte relatie heeft met het onderwerp, de verordening, stellen wij voor u de antwoorden op een later moment te verstrekken. 7 Verslaglegging middels AI van gevoerde cliëntgesprekken, met een eindcontrole hierop door de gespreksdeelnemers, wordt momenteel in het bedrijfsleven meer en meer gebruikelijk aangezien dit veel rapportagetijd - en daarmee kosten - bespaart. Wellicht erg wenselijk in dit kader maar het heeft ook risico’s. N.a.v.
Art 24 lid 3 f: a In hoeverre hanteren gecontracteerden al verslaglegging middels AI van gevoerde cliëntgesprekken ? En acht het College dit wenselijk ? -b Acht het College een AI gedragscode wenselijk richting gecontracteerden bijv met de clausules (1) de cliënt moet vooraf instemmen met verslaglegging door AI, of krijgt in elk geval een protocollaire mededeling hiervan (2) waarborging van de privacy, ook als AI wordt ingezet ? (3) een principiëel recht op correctie van de aangeleverde verslaglegging en/of recht op het toevoegen van een reactie op het verslag door de cliënt ? REACTIE Over het gebruik van AI door zorgaanbieders is het college niets bekend. In de regio waarin wij nauw samenwerken met vier andere gemeenten stimuleren wij innovatie met het oog op kosten, vergrijzing en personele krapte. Het college verwacht initiatieven waarin AI betrokken zal zijn en zal nauwlettend de implicaties van deze ontwikkelingen volgen. 8 Art. 7d lid 8 M.b.t. de woonvoorzieningen leunen wij op het beleid van gem. Delft. a Verliep deze samenwerking redelijk soepel, de afgelopen 5 jaar ? b Is inzichtelijk te maken of de hiervoor aan ons door Gem. Delft doorberekende kosten min of meer in lijn zijn met de landelijke prijspeil ontwikkelingen ? REACTIE Wij willen deze vraag beantwoorden, maar hebben daar langer voor nodig dan de gestelde tijd.
Omdat deze vraag een indirecte relatie heeft met het onderwerp, de verordening, stellen wij voor u de antwoorden op een later moment te verstrekken.
9 Art 23 lid 1 ond. a. Er wordt als tegemoetkoming een collectieve aanvullende zorgverzekering aangeboden aan minima die meerderjarig worden. Maken bijna alle betrokkenen daar gebruik van ? of anders gezegd: voorziet dit nog in een behoefte ? REACTIE De collectieve aanvullende verzekering wordt goed gebruikt. Er zijn 264 gebruikers, inclusief minderjarige kinderen op de polis van hun ouders. Redactioneel: 10 Art 7d lid 4: vervolg b sluit in het geheel niet aan op de bijbehorende beginzin. REACTIE Het college ziet hier geen onduidelijkheid. Mogelijk ontstaat de onduidelijkheid door het gebruik van twee beginzinnen die in elkaars verlengde liggen. Er staat bijvoorbeeld: een inwoner komt enkel in aanmerking voor een eenmalige PGB voor zover: het betreft een van de volgende voorzieningen: vervoer. 11 Art 16 lid 7 vervolg d sluit in het geheel niet aan op de bijbehorende beginzin. REACTIE Het college kan deze zin over de hoogte van de bijdrage, op verzoek van uw raad, aanpassen. De tekst van 16 lid 7 d kan als apart lid worden opgenomen. Daarmee zal slechts de nummering van het artikel wijzigen en niet de inhoud. 12 Art 19 lid 3 de nummering begint bij (c). In lid 6 wordt verwezen naar lid (a). Graag corrigeren, en naar welke letter wordt er dan verwezen ? REACTIE Het college kan de nummering aanpassen.
13 Art 23a lid 1 de zin is onduidelijk en erg lang, kan hier bijvoorbeeld worden genummerd, of anders de interpunctie verbeterd ? REACTIE Het college kan, op verzoek van uw raad, lid 1 meer overzichtelijk formuleren: Mantelzorgers van inwoners in de gemeente Midden-Delfland kunnen een melding doen bij Mantelzorg Midden-Delfland, waarmee zij in aanmerking komen voor een jaarlijkse blijk van waardering.