COMM Voorstel Zienswijze actieplan 10-jaarlijkse evaluatie GR MRDH
Tekst van het document
Datum
4 maart 2025
Nummer
2024-03-
Datum commissievergadering 11 maart 2025 Datum raadsvergadering
25 maart 2025
Oplegger Zaaknummer
801836
Onderwerp
Zienswijze actieplan 10-jaarlijkse evaluatie GR MRDH
Portefeuillehouder
F.I. Noordermeer - van Slageren F.A. Voskamp A.F. de Leede
Uiterste behandeldatum (met toelichting)
25-03-2025 Deadline indienen zienswijze 7 april 2025.
Eerdere besluitvorming
Presentatie MRDH tijdens raadsinformatie bijeenkomst 1 oktober 2024.
Samenvatting voorstel
Voor de uitvoering van de 10-jaarlijkse evaluatie van de GR MRDH is door Berenschot in 2024 een onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksvragen gingen over de opbrengst op verkeer en vervoer (vervoersautoriteit) en economisch vestigingsklimaat. Daarnaast is onderzoek gedaan naar het functioneren op de twee thema’s democratische legitimiteit en samenwerking & organisatie. De algemene conclusie is dat de MRDH een meerwaarde heeft. In het rapport zijn aanbevelingen opgenomen om de effectiviteit van de samenwerking te vergroten. Hiervoor is een actieplan opgesteld. De gemeenteraad wordt de mogelijkheid geboden een zienswijze in te dienen. Voorstel is om in te stemmen met het actieplan en een positieve zienswijze met enkele kanttekeningen in te dienen.
Beslispunten
De gemeenteraad besluit om: 1. het eindrapport evaluatierapport evaluatie MRDH 2015-2023 voor kennisgeving aan te nemen; 2. in te stemmen met actieplan Evaluatie GR MRDH; 3. een positieve zienswijze af te geven door middel van verzending van bijgevoegde conceptbrief.
Bijlage(n)
1. 2. 3. 4.
Brief AB MRDH d.d. 11 februari 2025, uitnodiging indienen zienswijze. (ontwerp) Actieplan Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag; Eindrapport evaluatie MRDH 2015-2023; Concept brief met instemmende zienswijze.
Advies commissie
Raadsbesluit
o Akkoord / o Niet akkoord Opmerking:
Datum van besluit gemeenteraad: 25 maart 2025
A. de Vos griffier
F.I. Noordermeer – van Slageren voorzitter
2
Inleiding In de gemeenschappelijke regeling (GR) van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is een 10-jaarlijkse verplichte evaluatie opgenomen. De MRDH is formeel opgericht in 2014. Over de periode 2015-2023 is door Berenschot een evaluatie uitgevoerd. Centrale conclusie in de evaluatierapportage is dat de regionale samenwerking binnen de MRDH een meerwaarde heeft en gecontinueerd kan worden. Op basis van dit rapport, regionale bijeenkomsten en informatieavonden bij gemeenteraden is een actieplan opgesteld om uitvoering te geven aan de aanbevelingen. De eerste fase van de evaluatie bestond uit een extern onderzoek. Dit rapport is bijgevoegd. Samenvattend heeft het externe onderzoeksbureau de volgende vier conclusies getrokken: 1. Verkeer en vervoer Wij constateren dat de MRDH erin is geslaagd om te presteren in een woelige context. Na een moeizaam begin is de MRDH op stoom gekomen op het gebied van verkeer en vervoer met concrete resultaten tot gevolg. Ook is het gelukt om als regio gezamenlijk door de coronaperiode heen te komen. Dit was niet eenvoudig gezien de grote (financiële) druk op de vervoerders en de regio en dit vroeg veel van de onderlinge samenwerking. Tegelijkertijd constateren wij dat niet alle ambities zijn gerealiseerd. Dit heeft met name te maken met het (te) hoge ambitieniveau. 2.
Economisch vestigingsklimaat In de afgelopen jaren heeft de MRDH grote stappen gezet op het gebied van economische samenwerking. Het bestuurlijke netwerk is versterkt, concrete resultaten zijn geboekt en er is geïnvesteerd in contacten met stakeholders. Tegelijkertijd constateren wij dat de gezamenlijke inzet van de 21 gemeenten in de afgelopen 10 jaar nog niet voldoende is geweest om de grote ambities waar te maken. Daar zijn uiteenlopende verklaringen voor te geven. 3. Democratische legitimiteit We constateren dat de MRDH formeel gezien relatief sterk democratisch gelegitimeerd is. Tegelijkertijd constateren wij dat de ervaren democratische legitimiteit laag is. Ook constateren wij dat er op het punt van de participatie van inwoners en maatschappelijke organisaties ruimte is voor verbetering. 4. Samenwerking en organisatie We constateren dat de samenwerking tussen de gemeenten sinds oprichting van de MRDH zich sterk heeft ontwikkeld. Zowel de samenwerking tussen de gemeenten onderling, als het besluitvormingsproces van de MRDH, als de ambtelijke organisatie. Het gebruik maken van bestaande expertise, wat een van de doelstellingen was bij de oprichting van de MRDH, is maar beperkt van de grond gekomen.
Beoogd maatschappelijk effect Versterken van de effectiviteit van de regionale samenwerking vanuit de kerntaken van de MRDH. Dit zijn het versterken van het regionaal economisch vestigingsklimaat en het verbeteren van de mobiliteit (Vervoersautoriteit). Instrumenten hiervoor zijn de huidige processen om te komen tot een mobiliteitsvisie en een economische visie. Aanvullend wordt met de evaluatie en het daarop gebaseerde actieplan invulling gegeven aan de opdracht uit de gemeenschappelijke regeling.
Argumenten 1.1 Conclusies op onderzoeksvragen zijn herkenbaar De conclusies uit de externe rapportage zijn herkenbaar. Onderdelen hiervan zijn in de afgelopen jaren meerdere malen benoemd in documenten van de MRDH en komen ook terug in de MiddenDelflandse zienswijzen op de strategische agenda en begrotingen. De ambitie bij de oprichting was zeer hoog. Een te hoge ambitie en gewijzigde maatschappelijke en economische omstandigheden zijn als directe oorzaak aan te wijzen dat deze ambitie niet in de volle omvang is gerealiseerd. De ambitie was bij de oprichting vooral ook bedoeld als vergezicht waar permanent naar gestreefd zou moeten worden. Deze ambitie vloeide voort uit wetenschappelijke rapporten, waaronder dat van de OESO. Samenvattende conclusie was dat de MRDH als regio in 2014 een economische groei had die beduidend lager was dan op basis van de aanwezige potentie verwacht zou worden. Het daily urban system functioneerde beperkt. Een hogere economische groei zou bereikt kunnen worden door de regionale samenwerking te versterken en tegelijkertijd gericht te zijn op het verdelen van de 'armoede' in plaats van de opbrengst. Nu vooral regionaal aangeduid als 'brede welvaart' en in onze gemeente de waarden van Cittaslow. 3
Op basis van de conclusie dat de regionale samenwerking meerwaarde heeft is het voorstel van de MRDH die samenwerking te continueren. Wij stellen u voor hiermee in te stemmen. Het beëindigen van deze regionale samenwerking heeft beleidsmatig nadelen en versterkt niet de gemeentelijke taken en democratische legitimiteit. 1.2 Actielijnen voortvloeiend uit evaluatieplan worden onderschreven Het actieplan is gericht op verbetering en kunnen wij ook onderschrijven. Wij stellen u dan ook voor hiermee in te stemmen. In het plan zijn vijf actielijnen opgenomen: 1. versterken ambtelijke organisatie MRDH; 2. samenwerking bij de Vervoersautoriteit (Va); 3. samenwerking bij Economisch Vestigingsklimaat (EV); 4. democratische legitimiteit en raadsbetrokkenheid; 5. participatie en inwonersbetrokkenheid. Deze vijf actielijnen zijn hierna nader toegelicht bij 'kanttekeningen'.
Kanttekeningen 2.1 Actielijn 1: Versterken ambtelijke organisatie MRDH is budgettair neutraal Op een aantal onderdelen is de slagkracht van de organisatie niet optimaal. Dit heeft meerdere oorzaken. Zichtbaar is het steeds meer ontstaan van inhoudelijke verbanden tussen regionale beleidsonderwerpen. Vanuit de kerntaken heeft de MRDH hier steeds meer een inhoudelijke en soms ook verbindende functie. Dit vraagt een ambtelijke inzet die niet altijd aanwezig is. Hierbij is een onderscheid tussen Va en EV. De Vervoersautoriteit heeft een eigen ambtelijk apparaat. Bij economie is altijd het uitgangspunt geweest dat alle gemeenten capaciteit leveren. In de praktijk is dat zeker niet altijd aanwezig. Tegelijkertijd wordt een andere intensievere rol op dit terrein verwacht (zie ook actiepunt 3). Versterken van de organisatie MRDH is vanuit deze conclusie wenselijk en acceptabel. Zeker gelet op de gemeentelijke financiën mag die uitbreiding niet afgewenteld op de inwonersbijdrage. Wel is een aanpassing van de verhouding tussen organisatiekosten en het budget bijdrageregeling economische projecten acceptabel.
2.2 Actielijn 2: Samenwerking bij de Vervoersautoriteit (Va) wordt verbreed De uitbreiding van het aantal inwoners op basis van de verstedelijkingsopgave, economische transitie en Rijksbezuinigingen op het (openbaar) vervoer vragen een toekomstbestendige mobiliteit vanuit een regionale inzet. Met de keuzes om daarbij meer samen te werken met andere regionale partijen en het uitgangspunt om OV-bedrijven meer actief te laten communiceren kunnen wij instemmen. Nadere uitwerking vindt plaats in de mobiliteitsvisie en de zienswijze die de gemeenteraad hierop binnenkort kan indienen. Wel blijft het belangrijk de ruimtelijke impact van mobiliteitsprojecten, zoals de viersporigheid, vroegtijdig bij de projectvoorbereiding mee te nemen. 2.3 Actielijn 3: Samenwerking economisch vestigingsklimaat (EV) wordt strategischer De economische samenwerking binnen de MRDH zijn nu vooral gericht op een sectorale ontwikkeling en ondersteuning. Conclusie in het externe onderzoek is dan ook terecht dat hiermee in beperkte mate wordt bijgedragen aan de hoge ambities die waren opgenomen in het OESO-rapport. De noodzaak om het regionaal economische groeipotentieel ten volle te benutten en tegelijk om te schakelen naar een circulaire en digital economie gelden nog steeds. Met de actiepunten op dit onderdeel kunnen wij instemmen.
Wij ondersteunen een meer beleidsmatige inzet op een integrale economie en gezamenlijke strategie. Versterking van de organisatie MRDH is dan wel noodzakelijk om ook actief invulling te geven aan deze keuzes (actiepunt 1). Versterking van die keuzes is mogelijk door minder budget beschikbaar te stellen aan de huidige bijdrageregeling en meer inzet te plegen op een regionaal georiënteerd economisch programma. Hiermee kan mogelijk aansluiting op nationale en Europese programma's plaatsvinden. Een economische ontwikkeling is in hoofdzaak afhankelijk van mondiaal, Europees en landelijk beleid en daarmee beperkt lokaal beïnvloedbaar. Door meer regionale inzet is een sterkere mate van beïnvloeding van de landelijk en provinciaal economische ontwikkeling mogelijk. De regionale economie is sectoraal. Een integrale benadering heeft dan tegelijkertijd een sectorale component, waarbij verbinding tussen verschillende economische sectoren (cross-overs), overheden, 4
kennisinstellingen en overheden nog meer noodzakelijk wordt. Door de MRDH wordt gewerkt aan een economische visie waarin deze onderwerpen aan de orde komen. De gemeenteraad kan hierop dan dit jaar een meer inhoudelijke zienswijze geven. 2.4 Actielijn 4: Democratische legitimiteit en raadsbetrokkenheid blijft in stand Conclusie uit het externe onderzoek is dat binnen de juridische mogelijkheden de MRDH sterk democratisch gelegitimeerd is. Tegelijkertijd wordt dit niet door alle gemeenteraden zo ervaren. Het advies richting gemeenten is om de betrokkenheid van de gemeenteraden te vergroten via klankbordgroepen, bij ons de 'bestuurlijke regiegroep MRDH'. Deze groep bestaat uit de vier raadsleden die benoemd zijn in de adviescommissies, de portefeuillehouders en ambtenaren. In 2024 is de vergaderfrequentie terug gebracht naar tweemaal per jaar. Reden hiervan was dat in de strategische agenda meer focus is aangebracht op enkele thema's; dit wordt verder uitgewerkt in de mobiliteitsvisie en de economische visie. In 2024 is door de MRDH ook een vernieuwde werkwijze voor de adviescommissies doorgevoerd. De onderwerpen uit het actieplan en deze evaluatie bieden inzicht of sprake is van een structurele verbetering voor de effectiviteit, stukkenstroom en betrokkenheid van raadsleden.
Richting de nieuwe raadsperiode kan dan besproken worden of de gewijzigde vergaderstructuur van onze bestuurlijke regiegroep MRDH aansluit op de behoeften van de raadsleden in de adviescommissies en de strategische positie van Midden-Delfland in de regionale samenwerking. Met de actiepunten kan worden ingestemd. Belangrijk hierbij is dat de rol van de adviescommissies expliciet wordt vastgelegd. Wel dient hierbij de waarschuwing van de onderzoekers in acht te worden genomen door te focussen op de inhoud en niet op structuuroplossingen of aanpassing van de governance. 2.5 Actielijn 5: Participatie en inwonersbetrokkenheid breidt zich uit Momenteel is de MRDH in hoofdzaak een bestuurlijke organisatie van overheden. Gelet op de kerntaken van de MRDH in de regionale context is dat niet geheel onlogisch. Bij het aangaan van de regeling was het uitgangspunt dat gemeenten zorgen voor de lokale informatievoorziening. De gewijzigde maatschappelijke omstandigheden, verwevenheid met andere beleidsterreinen en ervaringen laten zien dat ontwikkelingen bij de MRDH soms ook voorlichting en participatie richting organisaties en inwoners wenselijk maken. Bij VA is deels participatie zichtbaar en tevens is samenwerking met kennisinstellingen binnen EV aanwezig. Dit is nu nog ad-hoc en vooral taakgericht en minder gericht op strategie en ontwikkeling.
De kerntaken van de MRDH hebben een maatschappelijke oriëntatie, waarbij de samenwerking in een breder georiënteerd netwerk een hogere efficiency, inbreng van deskundigheid en effectiviteit kan opleveren. Door de schaal van de MRDH zien de onderzoekers kansen voor de MRDH en 21 gemeenten om het bredere regionale netwerk bij elkaar te brengen en de kansen die zich hierbij voordoen beter te benutten. Met de actiepunten kan worden ingestemd. Hierbij dient naar onze mening prioriteit te worden gegeven aan inhoudelijke participatie vroeg in het proces. Overheden kunnen niet geheel zelfstandig een effectief regionaal beleid op mobiliteit en economie ontwikkelen. Betrokkenheid, maatschappelijke behoeften, initiatief en kennis zijn hierbij noodzakelijk van bedrijfsen onderwijsinstellingen. Met deze inbreng vroeg in het beleidsproces wordt de effectiviteit groter en is daarna sprake van een hogere betrokkenheid bij het traject van realisatie.
Financiën Aan dit voorstel zijn voor de gemeente geen financiële consequenties verbonden. Binnen de begroting van de MRDH leidt de uitvoering tot een herallocatie van middelen. De extra personele formatie wordt kostenneutraal opgevangen met als dekking vermindering inhuur en externe adviezen. De zienswijze op de begroting 2026 wordt naar verwachting behandeld in de raadscyclus van juni 2025.
Communicatie en participatie Is onderdeel van uitvoering van actieplan.
Vervolgstappen Toesturen zienswijzenbrief aan MRDH. Besluitvorming Algemeen Bestuur MRDH op zienswijze 11 juli 2025 (met uitvoering van actieplan). 5
Reactie college op commissiebehandeling
6