CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

COMM Tekst inspreker mevr De Leeuw

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Tussentijdse uitgangspunten nieuwbouw Mariaschool Oranje Nassauplein675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte voorzitter, geachte leden van de commissie, Dank u wel dat ik hier vanavond mag spreken. Mijn naam is Ester de Leeuw. Ik ben directeur van Stichting Kinderopvang ’t Kickertje, een maatschappelijke kinderopvangorganisatie die al meer dan dertig jaar actief is binnen deze gemeente en al jarenlang samenwerkt met scholen en de gemeente Midden-Delfland. Wij geloven in samenwerking tussen onderwijs, opvang en gemeente. Wij geloven in toekomstbestendige huisvesting, in kindvoorzieningen en in een doorlopende ontwikkellijn voor kinderen van nul tot twaalf jaar. Die lijn herkennen wij nadrukkelijk in het Integraal Huisvestingsplan van deze gemeente. Sterker nog: op 8 oktober 2024 heeft mijn voorganger hier in deze commissie expliciet waardering uitgesproken voor dat IHP, juist omdat deze gemeente daarin een duidelijke koers kiest: geen standaardoplossingen, maar samenwerking en maatwerk. Die koers onderschrijf ik volledig. Maar op het moment dat een plan als het IHP van papier naar uitvoering gaat, ontstaan er ook vragen. Dat is niet vreemd. Dat is het moment waarop ambities en praktijk elkaar raken. U wordt vandaag gevraagd om in te stemmen met het meenemen van ongeveer 150 vierkante meter kinderopvang in de nieuwbouw van de Mariaschool. In de oplegger staat dat de invulling later wordt onderzocht en wordt meegenomen in de businesscase. Formeel is dat een verkenning.

Tegelijkertijd weten we allemaal dat het moment waarop ruimte wordt ingetekend en doorgerekend, in de praktijk richtinggevend is. Dat klinkt misschien als een kleine stap, maar het is een belangrijk moment. Zodra die meters in het ontwerp zitten en in de cijfers staan, krijgen keuzes vanzelf richting — ook als we formeel zeggen dat het nog open ligt. Dat hoeft geen probleem te zijn. Maar het vraagt wel om een gedegen en zorgvuldige verkenning. Het IHP is daarin helder. Het zegt: we realiseren integraal waar het kan, we zoeken samenwerking waar het moet, en we doen dat altijd in relatie tot de lokale behoefte. Een IKC is daarbij geen doel op zichzelf, maar een mogelijke uitkomst van wat hier nodig is. Wat ik zie, is dat we nu ruimte verkennen terwijl die behoefte nog onderzocht moet worden. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, zolang dit besluit ook echt als verkenning wordt behandeld — en niet als een eindstation.

Juist daarom sta ik hier ook als kennishouder. Ik bied expliciet mijn kennis aan over de kinderopvangmarkt en de lokale behoefte in Den Hoorn, en ik vraag de commissie om kinderopvangpartijen te betrekken bij de verdere uitwerking van deze businesscase. Niet omdat wij ergens recht op hebben, maar omdat het IHP zelf stelt dat behoefte leidend moet zijn en dat in de businesscase inzichtelijk wordt gemaakt of er daadwerkelijk sprake is van extra ruimtebehoefte in relatie tot de visie van het uitvoerend bestuur — en omdat we zorgvuldig moeten omgaan met gemeenschapsgeld. Dat brengt mij bij een punt dat naar mijn oordeel in het IHP nog nadere duiding vraagt. In het IHP staat dat kinderopvangpartijen niet altijd de mogelijkheid hebben om zelf te investeren in nieuwe huisvesting, en dat de gemeente in die gevallen in beginsel bereid is om, in overleg, de huisvesting voor kinderopvang in een nieuw IKC te financieren. Mijn vraag is hoe deze bereidheid tot financieren zich verhoudt tot de vastgestelde lokale behoefte en tot de financiële draagkracht van betrokken organisaties. Kinderopvang is een maatschappelijk wenselijke voorziening, maar ook een commerciële activiteit. Juist daarom is het belangrijk dat expliciet wordt gemaakt wanneer publieke financiering passend is, en wanneer andere vormen van financiering meer voor de hand liggen. Niet achteraf, maar vooraf.

Niet impliciet, maar transparant. Voorzitter, dit zijn geen vragen die je pas stelt wanneer de businesscase vrijwel af is. Dit zijn vragen die richting geven aan die businesscase. En precies daar wil ik mij positioneren. Niet tegenover u, maar naast u. Het IHP onderstreept dat samenwerking nodig is om tot goede keuzes te komen. Vanuit mijn rol en ervaring wil ik daar graag aan bijdragen — niet om een uitkomst af te dwingen, maar omdat besluiten beter worden wanneer kennis over vraag, gebruik en ontwikkeling van kinderopvang vanaf het begin aan tafel ligt. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=10a686fb-582a-4a20-9196-119aff95c47d