COMM RV VRH fin stukken.docx
Tekst van het document
Datum
21 april 2022
Nummer
2022-05-
Datum commissievergadering
10 mei 2022
Datum raadvergadering
24 mei 2024
OPLEGGER Registratienummer
000034816
Onderwerp
Jaarrekening 2021 en ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026 Veiligheidsregio Haaglanden
Portefeuillehouder
Arnoud Rodenburg
Uiterste behandeldatum (+reden)
24 mei 2022 De raad moet voor 10 juni haar zienswijze kenbaar maken aan de VRH. Een latere raadsvergadering is daardoor dus niet mogelijk.
Eerdere besluitvorming Samenvatting voorstel
Besluit De gemeenteraad besluit om: 1. in te stemmen met de jaarrekening van de VRH: a. het positief exploitatieresultaat van € 1.300.000; b. een deel van dit resultaat (€ 150.000) te storten in de Algemene reserve VRH; c. een bedrag van € 182.000 te bestemmen voor de post Onvoorzien niet in rekening te brengen d. het restant van dit resultaat (€ 934.000) aan de gemeenten terug te betalen; e. voor het aandeel van Midden-Delfland betekent dit een teruggave van €11.467; f. deze teruggave te verwerken in de eerstvolgende PBW 2022. 2. in te stemmen met de ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026 van de VRH: a. de bijdrage van Midden-Delfland voor 2022 te verhogen met €24.000 en te verwerken in de eerstvolgende PBW 2022; b. de bijdrage vanaf 2023 structureel te verhogen met € 55.000 en te verwerken in de meerjarenbegroting 2023-2026 Midden-Delfland. 3. de bijgaande zienswijze te versturen aan het dagelijks bestuur van de VRH. Argumenten 1.1 Ook in 2021 is het de VRH gelukt om binnen de financiële kaders te blijven, met een voordelig resultaat van € 1,3 miljoen. Dit voordelig resultaat kent verschillende oorzaken die alle incidenteel van aard zijn.
Zo heeft het niet volledig uitvoeren van alle ingeplande oefeningen geleid tot een voordeel van € 0,2 miljoen, en zijn ook in 2021 de rafelraden van de overdracht van het beheer van de meldkamer aan de Landelijk Meldkamer Samenwerking (LMS) nog niet volledig afgehecht. Zolang de afhechting van deze overdracht nog niet is afgerond, zal jaarlijks € 0,6 miljoen worden gereserveerd voor deze afhechting alsook het verder optimaliseren van de meldkamer. Dit zal volgens planning in 2023 zijn afgerond. Voor het overige is er per saldo sprake van diverse voor- en nadelige verschillen, die in totaal leiden tot een voordelig saldo van € 0,3 miljoen. Zie voor een nadere toelichting de Aanbiedingsbrief Raden. 1.2 De jaarrekening 2021 is door de accountant goedgekeurd. De
conclusie van de accountant is dat de interne beheersmaatregelen binnen de VRH voldoende zichtbaar zijn vastgelegd en dat deze maatregelen ook als zodanig bestaan en werken. Ten aanzien van de interne beheersing op het gebied van rechtmatigheid complimenteert de accountant de VRH met de doorgemaakte ontwikkeling. In het verslag heeft de accountant een aantal mogelijkheden meegegeven waarmee de bedrijfsvoering verder kan worden geoptimaliseerd. Het spreekt voor zich dat de VRH hiermee haar voordeel zal doen. 1.3 Het jaar 2021 sluit af met een voordelig resultaat van €1.3 miljoen. Van het voordelig resultaat van 2021 is een bedrag van € 150.000 nodig om de Algemene reserve aan te vullen. In navolging van voorgaande jaren, heeft het bestuur ook dit jaar besloten de post ‘onvoorzien’ niet in rekening te brengen bij de gemeenten. Dit leidt tot een voordeel van € 0,2 miljoen. Het resterende deel van het positieve resultaat van € 934.000 wordt, naar rato van het inwoneraantal, aan de participerende gemeenten terugbetaald. Voor het aandeel van Midden-Delfland betekent dit een teruggave van €11.467. 2.1 Het bestuur van de VRH heeft bij de behandeling van bijgaande ontwerp-meerjarenbegroting de kaders die zijn aangedragen door de wethouders Financiën (namens de colleges in de regio Haaglanden) volledig overgenomen. Er ligt een sluitende ontwerp-meerjarenbegroting 2023 e.v.
voor met een positief meerjarenperspectief. De ontwerpmeerjarenbegroting van de VRH is op basis van de kaderbrief gebaseerd op de meest recente cijfers die het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan publiceert (maart 2022). De VRH krijgt ook te maken met steeds verder stijgende kostprijzen. Dit vertaalt zich op dit moment praktisch door in prijsstijgingen van 30% voor energie en van 15% voor huisvesting, onderhoud en vervangingsinvesteringen (zoals voor een tankautospuit, het basisvoertuig van de brandweer). Mede door de huidige geopolitieke ontwikkelingen is op dit moment sprake van meer onzekerheid over de toekomstige prijsontwikkeling. De begroting van de VRH wordt voor veruit het grootste deel – namelijk 88% – gefinancierd door gemeenten (inwonerbijdrage). Het huidige verdeelmodel vormt hiervoor de basis. Zoals toegelicht in de kaderbrief, wordt het verdeelmodel dit jaar (2022) geëvalueerd. Vanuit het Rijk wordt 5% via de Brede doeluitkering rampenbestrijding (Bdur) bijgedragen aan rampenbestrijding. In de VRH-begroting is het onderscheid tussen taken en deze Bdur-financiering verder vormgegeven. Dit is noodzakelijk omdat veiligheidsregio’s in toenemende mate een rol toegedeeld krijgen in de landelijke crisisstructuur en de uitvoering van vraagstukken die de regiogrens overstijgen.
Dit is een ontwikkeling die nadrukkelijk samenhangt met de opvolging die landelijk wordt gegeven aan de uitkomsten van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur van de VRH heeft – naar aanleiding van verzoeken vanuit diverse gemeenteraden – aangegeven om bezuinigingsmogelijkheden inzichtelijk te maken. Deze eerdere toezegging is ook opgenomen in de kaderbrief. Het bestuur van de VRH zal later dit jaar de eventuele mogelijkheden bespreken, waarbij nadrukkelijk ook bovenstaande landelijke ontwikkelingen en de eerdergenoemde ontwikkeling van de inflatie worden meegenomen. Zie voor een nadere toelichting de Aanbiedingsbrief Raden. 3.1 Op grond van artikel 25 van de Gemeenschappelijke Regeling VRH wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld een zienswijze te uiten over de jaarrekening 2021 en de ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026. Hiermee wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld
2
invloed uit te oefenen op het beleid van de gemeenschappelijke regeling. Het Algemeen Bestuur van de VRH betrekt de zienswijze van de negen gemeenteraden bij het te nemen besluit op 8 juli 2022 over de vaststelling van de jaarrekening 2021 en de ontwerpmeerjarenbegroting 2023-2026. De volgende aandachtspunten worden meegegeven in de zienswijze: Jaarrekening: - instemmen met het voorstel het resultaat toe te kennen aan de Algemene reserve VRH, Onvoorzien niet in rekening te brengen en het overige deel terug te betalen aan de gemeenten. - verantwoorden over de maatschappelijke impact van het inkoopbeleid. - rapporteren over informatieveiligheid, het verantwoord gebruik van data en de bescherming van (persoons)gegevens, inclusief eventuele incidenten. Programmabegroting: - ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026 voor kennisgeving aannemen. - kennisgenomen van de voortgang van de doelstellingen van de Veiligheidsregio Haaglanden. - uitwerking van de toezegging om bezuinigingsmogelijkheden VRH inzichtelijk te maken. communiceren over de wijziging wet Gemeenschappelijke regelingen, het versterken van democratische legitimatie en een langere zienswijze termijn.
Bijlagen
Kanttekeningen 1.1 Ook voor 2021 geldt dat corona van invloed is geweest op de prestatie-indicatoren. Door de beperkingen van de coronamaatregelen zijn bijvoorbeeld minder controles per dag worden uitgevoerd. In dit kader zijn alternatieve methoden ontwikkeld om toezicht alsnog mogelijk te maken. Een concreet voorbeeld hiervan is het organiseren van digitaal toezicht. 2.1 In de afgelopen jaren vraagt de VRH voor de begroting jaarlijks een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Dit vraagt of de VRH wel of niet te ruim begroot. Gelet op de financiële positie van de gemeente Midden-Delfland en de toenemende gemeentelijke kosten op diverse beleidsterreinen is het verzoek aan de VRH om kritisch naar de eigen begroting te kijken en met ingang van begrotingsjaar 2024 te komen tot een realistische dan wel een sobere begroting. MiddenDelfland kijkt uit naar de concretisering van het inzichtelijk maken van de bezuinigingsmogelijkheden zoals het bestuur hiervoor de toezegging heeft gedaan. Bijlage 1 - Tabel bijraming begroting. Bijlage 2 - Zienswijze ontwerpmeerjarenbegroting, kaderbrief en jaarrekening concept. Bijlage 3 Aanbiedingsbrief aan raden. Bijlage 4 - Kaderbrief begroting VRH 2023 2026. Bijlage 5 - Ontwerpbegroting VRH getekend. Bijlage 6 - Financieel jaarbericht 2021 getekend. Bijlage 7 - Accountantsverslag 2021 Finaal.
Advies commissie
Raadsbesluit
o Akkoord / o Niet akkoord opmerking:
Arjan de Vos griffier
Arnoud Rodenburg voorzitter
3
Advies Het college van burgemeester en wethouders adviseert de gemeenteraad om: 1. in te stemmen met de jaarrekening van de VRH: a. het positief exploitatieresultaat van € 1.300.000; b. een deel van dit resultaat (€ 150.000) te storten in de Algemene reserve VRH; c. een bedrag van € 182.000 te bestemmen voor de post Onvoorzien niet in rekening te brengen d. het restant van dit resultaat (€ 934.000) aan de gemeenten terug te betalen; e. voor het aandeel van Midden-Delfland betekent dit een teruggave van €11.467; f. deze teruggave te verwerken in de eerstvolgende PBW 2022. 2. in te stemmen met de ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026 van de VRH: a. de bijdrage van Midden-Delfland voor 2022 te verhogen met €24.000 en te verwerken in de eerstvolgende PBW 2022; b. de bijdrage vanaf 2023 structureel te verhogen met € 55.000 en te verwerken in de meerjarenbegroting 2023-2026 Midden-Delfland. 3. de bijgaande zienswijze te versturen aan het dagelijks bestuur van de VRH.
Inleiding De VRH heeft de jaarrekening 2021 en de ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026 (incl. herziene begroting 2022) aan de raden van de deelnemende gemeenten gestuurd. De gemeenteraad van Midden-Delfland wordt in de gelegenheid gesteld haar zienswijze kenbaar te maken. Het bestuur verwacht uiterlijk 10 juni 2022 een reactie op de ontwerp-meerjarenbegroting. Het Algemeen Bestuur van de VRH betrekt de zienswijzen van de deelnemende gemeenten bij de besluitvorming over het jaarrekening 2021 ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026 in de vergadering van 8 juli 2022.
Beoogd effect Als deelnemer van de VRH binnen het besluitvormingsproces van de financiële documenten tijdig hiervan kennisnemen en hier een oordeel over vormen. De raad beoordeelt de jaarrekening met de accountantsverklaring van de verbonden partij om te controleren of de gedelegeerde taken en bevoegdheden volgens afspraak zijn uitgevoerd en om inzicht te hebben in de rechtmatigheid van de partij. De ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026 van de VRH wordt ter vaststelling voorgelegd in de vergadering van het algemeen bestuur op 8 juli 2022. Voorafgaand wordt de gemeenteraad gevraagd of er behoefte is om een zienswijze kenbaar te maken.
Argumenten 1.1 Ook in 2021 is het de VRH gelukt om binnen de financiële kaders te blijven, met een voordelig resultaat van € 1,3 miljoen. Dit voordelig resultaat kent verschillende oorzaken die alle incidenteel van aard zijn. Zo heeft het niet volledig uitvoeren van alle ingeplande oefeningen geleid tot een voordeel van € 0,2 miljoen, en zijn ook in 2021 de rafelraden van de overdracht van het beheer van de meldkamer aan de Landelijk Meldkamer Samenwerking (LMS) nog niet volledig afgehecht. Zolang de afhechting van deze overdracht nog niet is afgerond, zal jaarlijks € 0,6 miljoen worden gereserveerd voor deze afhechting alsook het verder optimaliseren van de meldkamer. Dit zal volgens planning in 2023 zijn afgerond. Voor het overige is er per saldo sprake van diverse voor- en nadelige verschillen, die in totaal leiden tot een voordelig saldo van € 0,3 miljoen. Zie voor een nadere toelichting de Aanbiedingsbrief Raden. 1.2 De jaarrekening 2021 is door de accountant goedgekeurd. De conclusie van de accountant is dat de interne beheersmaatregelen binnen de VRH voldoende zichtbaar zijn vastgelegd en dat deze maatregelen ook als zodanig bestaan en werken. Ten aanzien van de interne beheersing op het gebied van rechtmatigheid complimenteert de accountant de VRH met de doorgemaakte ontwikkeling.
In het verslag heeft de accountant een aantal mogelijkheden meegegeven waarmee de bedrijfsvoering verder kan worden geoptimaliseerd. Het spreekt voor zich dat de VRH hiermee haar voordeel zal doen. 1.3 Het jaar 2021 sluit af met een voordelig resultaat van €1.3 miljoen. Van het voordelig resultaat van 2021 is een bedrag van € 150.000 nodig om de Algemene reserve aan te vullen. In navolging van voorgaande jaren, heeft het bestuur ook dit jaar besloten de post ‘onvoorzien’ niet in rekening te brengen bij de gemeenten. Dit leidt tot een voordeel van € 0,2 miljoen. Het resterende deel van het positieve resultaat van € 934.000 wordt, naar rato van het inwoneraantal, aan de participerende 4
gemeenten terugbetaald. Voor het aandeel van Midden-Delfland betekent dit een teruggave van €11.467. 2.1 Het bestuur van de VRH heeft bij de behandeling van bijgaande ontwerp-meerjarenbegroting de kaders die zijn aangedragen door de wethouders Financiën (namens de colleges in de regio Haaglanden) volledig overgenomen. Er ligt een sluitende ontwerp-meerjarenbegroting 2023 e.v. voor met een positief meerjarenperspectief. De ontwerp-meerjarenbegroting van de VRH is op basis van de kaderbrief gebaseerd op de meest recente cijfers die het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan publiceert (maart 2022). De VRH krijgt ook te maken met steeds verder stijgende kostprijzen. Dit vertaalt zich op dit moment praktisch door in prijsstijgingen van 30% voor energie en van 15% voor huisvesting, onderhoud en vervangingsinvesteringen (zoals voor een tankautospuit, het basisvoertuig van de brandweer). Mede door de huidige geopolitieke ontwikkelingen is op dit moment sprake van meer onzekerheid over de toekomstige prijsontwikkeling. De begroting van de VRH wordt voor veruit het grootste deel – namelijk 88% – gefinancierd door gemeenten (inwonerbijdrage). Het huidige verdeelmodel vormt hiervoor de basis. Zoals toegelicht in de kaderbrief, wordt het verdeelmodel dit jaar (2022) geëvalueerd.
Vanuit het Rijk wordt 5% via de Brede doeluitkering rampenbestrijding (Bdur) bijgedragen aan rampenbestrijding. In de VRH-begroting is het onderscheid tussen taken en deze Bdur-financiering verder vormgegeven. Dit is noodzakelijk omdat veiligheidsregio’s in toenemende mate een rol toegedeeld krijgen in de landelijke crisisstructuur en de uitvoering van vraagstukken die de regiogrens overstijgen. Dit is een ontwikkeling die nadrukkelijk samenhangt met de opvolging die landelijk wordt gegeven aan de uitkomsten van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur van de VRH heeft – naar aanleiding van verzoeken vanuit diverse gemeenteraden – aangegeven om bezuinigingsmogelijkheden inzichtelijk te maken. Deze eerdere toezegging is ook opgenomen in de kaderbrief. Het bestuur van de VRH zal later dit jaar de eventuele mogelijkheden bespreken, waarbij nadrukkelijk ook bovenstaande landelijke ontwikkelingen en de eerdergenoemde ontwikkeling van de inflatie worden meegenomen. Zie voor een nadere toelichting de Aanbiedingsbrief Raden. 3.1 Op grond van artikel 25 van de Gemeenschappelijke Regeling VRH wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld een zienswijze te uiten over de jaarrekening 2021 en de ontwerpmeerjarenbegroting 2023-2026. Hiermee wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld invloed uit te oefenen op het beleid van de gemeenschappelijke regeling.
Het Algemeen Bestuur van de VRH betrekt de zienswijze van de negen gemeenteraden bij het te nemen besluit op 8 juli 2022 over de vaststelling van de jaarrekening 2021 en de ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026. De volgende aandachtspunten worden meegegeven in de zienswijze: Jaarrekening: - instemmen met het voorstel het resultaat toe te kennen aan de Algemene reserve VRH, Onvoorzien niet in rekening te brengen en het overige deel terug te betalen aan de gemeenten. - verantwoorden over de maatschappelijke impact van het inkoopbeleid. - rapporteren over informatieveiligheid, het verantwoord gebruik van data en de bescherming van (persoons)gegevens, inclusief eventuele incidenten. Programmabegroting: - ontwerp-meerjarenbegroting 2023-2026 voor kennisgeving aannemen. kennisgenomen van de voortgang van de doelstellingen van de Veiligheidsregio Haaglanden. uitwerking van de toezegging om bezuinigingsmogelijkheden VRH inzichtelijk te maken. communiceren over de wijziging wet Gemeenschappelijke regelingen, het versterken van democratische legitimatie en een langere zienswijze termijn.
Kanttekeningen 1.1 Ook voor 2021 geldt dat corona van invloed is geweest op de prestatie-indicatoren. Door de beperkingen van de coronamaatregelen zijn bijvoorbeeld minder controles per dag worden uitgevoerd. In dit kader zijn alternatieve methoden ontwikkeld om toezicht alsnog mogelijk te maken. Een concreet voorbeeld hiervan is het organiseren van digitaal toezicht. 2.1 In de afgelopen jaren vraagt de VRH voor de begroting jaarlijks een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Dit vraagt of de VRH wel of niet te ruim begroot. Gelet op de financiële positie van de gemeente Midden-Delfland en de toenemende gemeentelijke kosten op diverse beleidsterreinen is het verzoek aan de VRH om kritisch naar de eigen begroting te kijken en met ingang van begrotingsjaar 2024 te komen tot een realistische dan wel een sobere begroting. Midden-
5
Delfland kijkt uit naar de concretisering van het inzichtelijk maken van de bezuinigingsmogelijkheden zoals het bestuur hiervoor de toezegging heeft gedaan.
Financiën De bijdrage aan de VRH stijgt. Er is een bijraming van €23.000 nodig in 2022 en €53.000 structureel vanaf 2023. Als grootste reden noemt de VRH het trendpercentage. Dit betreft een verhoogde indexatie op de punten huisvesting, materieel, energie en ICT. In bijlage 1 wordt aangegeven wat de totale bijdrage voor de VRH voor de komende jaren is voor Midden-Delfland. Na vaststelling van de ontwerp-meerjarenbegroting door het Algemeen bestuur van de VRH is het aandeel van MiddenDelfland in het totale begrotingsbedrag een verplichte bijdrage aan de veiligheidsregio. De ramingen voor de jaren 2022 tot en met 2026 moeten daarom ook in de gemeentelijke (meerjaren)begroting worden opgenomen. In de eerstvolgende PBW en in het nog komende ontwerp van de gemeentelijke (meerjaren)begroting 2023 tot en met 2026 worden deze bedragen opgenomen. In de geraamde bedragen voor 2023 en later is zoals gebruikelijk geen rekening gehouden met trend en schommelingen in het inwoneraantal.
Vervolgstappen • Na vaststelling in de raad wordt de zienswijze uiterlijk 10 juni 2022 kenbaar gemaakt aan het bestuur van de VRH. • Na behandeling van de ontwerp-meerjarenbegroting in het Algemeen bestuur van de VRH op 8 juli 2022 zal de gemeenteraad hierover een terugkoppeling ontvangen.
Consequenties Reactie college op commissiebehandeling
6