CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

COMM rv Participatiebeleid 2025

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Participatiebeleid 20252.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

29 oktober 2025

Nummer

2025-11-

Datum commissievergadering 4 november 2025 Datum raadsvergadering

18 november 2025

Oplegger Zaaknummer

955782

Onderwerp

Participatiebeleid 2025

Portefeuillehouder

M. Klijmij - van der Laan

Uiterste behandeldatum (met toelichting)

15-12-2026 Overgangsrecht Wet versterking participatie op decentraal niveau (wijziging artikel 150 Gemeentewet). Hierin is bepaald dat voor 1 januari 2027 de Inspraakverordening omgezet moet zijn naar een participatieverordening (artikel 150, eerste lid). Tevens moet de gemeenteraad voor die tijd een besluit nemen over de regulering van het 'uitdaagrecht' (artikel 150, derde lid).

Eerdere besluitvorming

Raadsbesluiten: 22 oktober 2024: 5e Begeleiding versterken participatieproces - iBabs 27 september 2011: 9 Beleidsnota Burgerparticipatie 2011 - iBabs

Samenvatting voorstel

Op 1 januari 2025 is een wijziging van artikel 150 Gemeentewet in werking getreden. Dit artikel draagt gemeenteraden op

Beslispunten

De gemeenteraad besluit om: 1. Vast te stellen: a. het Beleidskader Participatie Midden-Delfland 2025; b. de Participatieverordening Midden-Delfland 2025; c. de Lijst verplichte participatie Omgevingswet MiddenDelfland 2025. 2. In te trekken de Beleidsnota Burgerparticipatie in MiddenDelfland, vastgesteld 27 september 2011. 3. Kennis te nemen van: a. het aanvraagformulier Inwonersinitiatief Midden-Delfland; b. het model Participatieplan en de daarbij behorende handleiding; c. de handreiking en beoordelingscriteria participatie bij ruimtelijke initiatieven voor private ontwikkelingen.

Bijlage(n)

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Advies commissie

Participatieverordening Midden-Delfland 2025; Toelichting Participatieverordening Midden-Delfland 2025; Beleidskader participatie Midden-Delfland 2025; Lijst verplichte participatie Omgevingswet Midden-Delfland 2025; Aanvraagformulier inwonersinitiatief; Model participatieplan; Handleiding opstellen participatieplan Midden-Delfland; Handreiking en beoordelingskader participatie Omgevingswet particulier initiatief.

Raadsbesluit

o Akkoord / o Niet akkoord Opmerking:

Datum van besluit gemeenteraad: 18 november 2025

A. de Vos griffier

F.I. Noordermeer – van Slageren voorzitter

2

Inleiding Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden. Dit is een wijziging van artikel 150 Gemeentewet. Deze wet draagt gemeenteraden op om in een verordening heldere participatiekaders voor inwoners en bestuursorganen op te nemen. In de memorie van toelichting is aangegeven dat door de grote maatschappelijke opgaven het belang om inwoners vroegtijdig en zorgvuldig te betrekken bij vraagstukken in hun gemeenschap steeds meer toeneemt. Gemeenten zoeken hierbij naar verbetering en vernieuwing van bestaande beleidskaders, welke voor 1 januari 2027 vorm moet krijgen in nieuwe regelgeving. In Midden-Delfland is deze maatschappelijke ontwikkeling ook herkenbaar. Het huidige beleid is vastgesteld in 2011. Maatschappelijke en praktische ontwikkelingen maken een actualisatie noodzakelijk. Daarnaast hebben onze inwoners in ambitie 3 van de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 nadrukkelijk de wens uitgesproken meer bij het gemeentelijk beleid betrokken te willen worden en ook zelf meer maatschappelijke initiatieven te willen ontwikkelen. Met dit voorstel en daarbij gevoegde beleidsdocumenten wordt invulling gegeven aan bovenstaande uitgangspunten. Waar in dit voorstel en de beleidsdocumenten over inwoners wordt gesproken, worden daar ook ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisatie onder verstaan.

Beoogd maatschappelijk effect Het beleidskader participatie en de participatieverordening geven inhoudelijke invulling van de wens van onze inwoners die is opgenomen in ambitie 3 van de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050. Daarmee wordt tegelijkertijd invulling gegeven aan de wettelijke verplichting die voortvloeit uit de Gemeentewet en Omgevingswet. Het beoogde maatschappelijk en bestuurlijk effect is breder dan strikt invulling geven aan de wettelijke verplichtingen. Participatie is een ondersteunend instrument om de kwaliteit van de besluitvorming en de dienstverlening verder te versterken. Participatie kan bij een goede toepassing bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van inwoners. Dit effect wordt bereikt door inwoners eerder te betrekken, meer gebruik te maken van kennis over hun eigen sociale en leefomgeving en initiatieven vanuit de samenleving beter te ondersteunen.

Argumenten 1.1 Participatiebeleid is gebaseerd op zeven uitgangspunten Directe aanleiding voor het proces om te komen tot een wijziging van het participatiebeleid is artikel 150 Gemeentewet. Daarnaast is zichtbaar dat steeds meer harde en zachte wettelijke verplichtingen bestaan om participatie toe te passen. Mede hierom is een actualisatie en intrekking van het beleid uit 2011 wenselijk. Vanuit ambitie 3 uit de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 is in 2024 budget beschikbaar gesteld om drie workshops te organiseren (raadsinformatie-avonden). De wettelijke en bestuursrechtelijke uitgangspunten zijn in de verordening uitgewerkt. In het beleidskader zijn vanuit de maatschappelijke behoefte en identiteit van Midden-Delfland onderstaande zeven uitgangspunten uitgewerkt: 1. Bij de start van een proces kiezen we er bewust voor om wel óf niet het instrument van participatie te gebruiken. 2. Bij het gebruik maken van participatie betrekken we inwoners zo vroeg als mogelijk is bij het proces, beleid of project. 3. Tijdens het participatieproces zijn we transparant in keuzes en afwegingen en duidelijk over het proces. 4. Ons streven is om iedereen die mee wil doen, de kans hiervoor te bieden. 5. Bij participatie zorgen we voor een goede terugkoppeling wat wel en niet van de inbreng is overgenomen. 6.

Wij blijven leren van praktijkervaringen en passen maatwerk toe als dat leidt tot een betere kwaliteit. 7. Wij ondersteunen initiatieven van inwoners. 1.2 Participatiebeleid geldt voor alle beleidsterreinen In de voorstellen is gekozen voor een integrale benadering. Dit houdt in dat de verordening en beleidskader voor alle vormen van beleid en projecten als basis dient. Daarbinnen worden dan op basis van de kaders keuzes uitgewerkt in een participatieplan. Dit (interne) model is bijgevoegd. Aan 3

het model is een handleiding gekoppeld waarin de uitgangspunten van het beleidskader zijn uitgewerkt. Vanuit deze integrale benadering is het omgevingsrecht onderdeel van de verordening. Hiervoor zijn in hoofdstuk 4 van de verordening regels opgenomen. De Omgevingswet kent beperkingen wanneer participatie bij een particuliere ontwikkeling verplicht opgelegd kan worden. Van de wettelijke mogelijkheden is zo uitgebreid als mogelijk is gebruik gemaakt. In de Lijst verplichte participatie Omgevingswet Midden-Delfland 2025 is genoemd in welke situaties een particulier verplicht is participatie toe te passen. Tevens is een handreiking met beoordelingskader opgesteld. De wijze waarop participatie door een particulier wordt uitgevoerd mag geen weigeringsgrond zijn bij de aanvraag. Wel is dit één van de toetsingscriteria bij de integrale afweging bij het besluit op de aanvragen ingevolge de Omgevingswet. 1.3 Participatiebeleid gaat uit van praktisch werken en laagdrempeligheid Projecten en beleid waar in theorie participatie bij kan worden gebruikt kent een breed toepassingsbereik. Het kan gaan om ruimtelijke reconstructies van speelplaatsen, straten , wijziging van beleid tot aan grote bouwkundige en infrastructurele projecten. Ieder project vraagt daarbij maatwerk en bewuste keuzes. Met modelformulieren worden die keuzes ondersteund.

Belangrijkste instrument hierbij is een model participatieplan. Aan het model plan is handleiding gekoppeld waarin de zeven uitgangspunten van het beleidskader zijn uitgewerkt. Het model participatieplan is op verzoek ook beschikbaar voor particuliere initiatiefnemers bij ruimtelijke projecten. Voor de ruimtelijke projecten is ook een handreiking met beoordelingskader opgesteld. De wijze waarop participatie door een particulier wordt uitgevoerd mag geen weigeringsgrond zijn bij de aanvraag. Wel is dit één van de toetsingscriteria bij de integrale afweging bij het besluit op de aanvragen ingevolge de Omgevingswet. Voor inwonersinitiatieven is een aanvraagformulier beschikbaar. Met de beantwoording van de vragen is de belangrijkste inhoudelijke informatie bekend. Met die informatie kan een eerste globale toetsing worden uitgevoerd. Dit is de basis om contact op te nemen met de initiatiefnemer(s) voor een oriënterend gesprek. Dit aanvraagformulier komt via de website digitaal beschikbaar en kan dan ook digitaal worden ingediend. Dit soort initiatieven uit de samenleving hebben vaak betrekking op meerdere beleidsterreinen. Hierdoor is het voor de inwoner niet altijd duidelijk waar die moet zijn binnen de organisatie. Met deze digitale werkwijze wordt voorkomen dat de inwoner zelf op zoek moet naar de juiste contactpersoon en het initiatief een stroeve start kent.

Uiteraard is het formulier ook uitgeprint beschikbaar.

Kanttekeningen 2.1 Representatieve democratie is het uitgangspunt Betrokkenheid en samenwerking met inwoners is het belangrijkste uitgangspunt bij participatie. Een spanningsveld blijft aanwezig tussen representatieve (verkiezingen) en participatieve democratie. Inbreng van inwoners kan niet altijd worden overgenomen. Keuzes zijn soms nodig vanuit de behartiging van het algemeen belang of een weging van de verschillende belangen en tegenstellingen tussen inwoners. In de memorie van toelichting is dit dilemma in de aanhef verwoord: Een vitale lokale democratie kan niet zonder goede verbindingen tussen inwoners en het bestuur. De representatieve democratie blijft het vertrekpunt, terwijl de kwaliteit van het bestuur en het draagvlak voor overheidsbeleid en uitvoering verder kan worden verhoogd met de aanvullende inbreng van inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en groepen. In het beleidskader komt dit tot uitdrukking in uitgangspunt 1 (bewuste keuze voor participatie). Participatie moet praktisch mogelijk zijn en passend zijn bij het vraagstuk en de doelgroep. Daarnaast is ook aangegeven dat een 'hogere' trede op de participatieladder niet altijd een betere vorm is. Ook de mate van inspraak is belangrijk vast te stellen. De communicatie moet dan duidelijk tot uiting komen welke aspecten van het besluit nog uitgewerkt moeten worden en wat al vast staat.

Een voorbeeld is een woningbouwlocatie en te realiseren variatie in woningen. Die onderdelen staan dan vast, waarbij dan bijvoorbeeld wel gesproken kan worden over de ruimtelijke wijkindeling, ontsluiting, materiaalkeuze e.d.

4

2.2 Participatieverordening is gebaseerd op VNG-model verordening Door de VNG is een model Participatieverordening beschikbaar gesteld. Dit model bestaat uit twee keuzevarianten; basis en uitgebreid. Gekozen is voor een tussenvariant die aansluit bij de behoeften en identiteit van onze gemeente. Dat houdt in bewust participatie toepassen als sprake is van een meerwaarde en dit ook praktisch mogelijk en haalbaar is. Om dit te ondersteunen zijn beide modelverordeningen samengevoegd; in de toelichting op de verordening zijn de inhoudelijke afwijkingen benoemd. Hierbij is gekozen om de gebruikelijke aanduiding 'uitdaagrecht' (right to challenge) te wijzigen in 'inwonersinitiatief'. Deze benaming doet meer recht aan het instrument om als (groep) inwoners het initiatief te nemen om voorstellen te doen een gemeentelijke taak over te nemen of een project te realiseren.

Financiën Aan dit voorstel zijn geen directe financiële consequenties verbonden. Aan het beleidskader is een financiële paragraaf toegevoegd. Uitgangspunt daarin is een balans in uitvoeringskosten. Een participatietraject vraagt aan het begin een investering in tijd, met als gedachte daarbij dat dit in de loop van het proces terug verdiend wordt vanuit de opbrengst van een kwalitatief beter besluit met een langere houdbaarheid en mogelijk minder en kortere bezwaar- en beroepsprocedures. Vanuit de tegengestelde belangen zijn die procedures overigens niet altijd te voorkomen. Dat is ook niet een doelstelling van het beleid. Directe communicatieve uitgaven zullen mogelijk licht stijgen. De omvang hiervan is niet goed te onderbouwen. Tegelijkertijd is sprake van een omschakeling naar meer digitale middelen, waardoor aanschaf en opmaakkosten lager kunnen worden. Om participatie op straat- en wijkniveau te ondersteunen is eerder dit jaar een grote partytent aangeschaft. Deze kan op locatie geplaatst worden en voorkomt daarmee zaalhuur en is laagdrempeliger toegankelijk. Bij grotere projecten moeten de kosten van participatie onderdeel zijn van de totale projectkosten. Een recent voorbeeld hiervan is het nu lopende project voor de herinrichting van de buitenruimte in het centrumplan Den Hoorn.

Belangrijkste voorgenomen uitgave is een onderzoek naar een webtool om de participatieve processen te ondersteunen. Dit platform ondersteunt digitale en fysieke participatievormen als enquêtes, interactieve kaarten bij projecten, digitale reacties inwoners met mogelijkheid tot onderlinge reactie, rapportage en samenvatting van ingebrachte reacties en kan ondersteunend zijn bij het inwonersinitiatief. De kosten van € 10.000,- kunnen naar verwachting deels worden opgevangen door vergelijkbare modules uit andere applicaties te beëindigen en deels binnen het ontwikkelbudget voor informatisering.

Communicatie en participatie Paradoxaal leent dit voorstel zich niet heel goed voor participatie. Het is immers de gemeenteraad die eerst de kaders moet stellen over de mate waarin participatie wenselijk is en de elementen waarover de besluitvorming voor overleg mogelijk staat. Het beleid en daaraan gekoppelde documenten vormen juist het kader hoe en waar bij concrete (beleids)projecten participatie mogelijk is. Participatie over participatie kan verwarrend zijn en kent een hoog abstractieniveau. Het heeft geen directe relatie met de eigen sociale en leefomgeving van inwoners. Op basis van het voorgestelde uitgangspunt 1van het beleidskader is daarom bewust gekozen geen participatie toe te passen. De verschillende documenten zijn gedeeld met de ambassadeursgroep die is voortgekomen uit de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050. Deze inbreng is overgenomen. Tevens zijn deze documenten opgemaakt in de nieuwe gemeentelijke huisstijl. Wijziging hiervan is vanuit technische wijzigingen noodzakelijk. Belangrijkste hiervan zijn het lettertype en de kleurstelling die niet voldoet aan de technische eisen voor digitale toegankelijkheid.

Vervolgstappen 1.

2.

Publicatie van de Participatieverordening Midden-Delfland 2050, het Beleidskader Participatie Midden-Delfland 2025 en de Lijst verplichte particpatie Omgevingswet Midden-Delfland 2025 en intrekking Beleidsnota Burgerpartipatie in Midden-Delfland uit 2011 (december 2025); Implementatie webtool als ondersteuning van het participatiebeleid (2e kwartaal 2026).

5

Reactie college op commissiebehandeling

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=b7e0b0e3-a810-4103-8831-bf383f0ae8ff