COMM Rv adviesrecht Omgevingswet.docx
Tekst van het document
Datum
23 december 2021
Nummer
2022-01-
Datum commissievergadering
11 januari 2022
Datum raadvergadering
25 januari 2022
OPLEGGER Registratienummer
2021-34736 / 21Z.004532
Onderwerp
Adviesrecht Omgevingswet
Portefeuillehouder
Sonja Smit
Uiterste behandeldatum (+reden)
25 februari 2022 (inwerkingtreding Omgevingswet)
Eerdere besluitvorming
8 maart 2011 (categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenken is vereist)
Samenvatting
Volgens de huidige wetgeving (Wabo) besluit de raad in bepaalde gevallen over omgevingsvergunningen om af te wijken van het bestemmingsplan door het geven van een verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb). Het college van B&W kan hierna de omgevingsvergunning verlenen. Deze plicht om een vvgb te vragen aan de raad vervalt met de Omgevingswet. Daarvoor in de plaats krijgt de raad een adviesrecht voor bepaalde activiteiten die niet passen in het Omgevingsplan. Dit adviesrecht is alleen van toepassing op activiteiten die genoemd worden in de lijst van gevallen die door de raad zijn aangewezen. Wij adviseren u daarom om de bijgevoegde lijst van gevallen vast te stellen waarvoor een advies van uw raad nodig is. De Omgevingswet wordt in Midden-Delfland beleidsarm ingevoerd. Zo blijven we in de nieuwe situatie zo dicht mogelijk bij de huidige situatie. Door de raad is in 2011 een lijst vastgesteld met gevallen van categorieën waarvoor de raad geen vvgb meer hoeft af te geven. Deze lijst is als bron gebruikt om de nieuwe lijst samen te stellen. Met het vaststellen van deze lijst kan het gemeentebestuur na de inwerkingtreding van de Omgevingswet werken met de verschillende bevoegdheden van die wet. Hiermee leren wij de verschillende bevoegdheden kennen binnen een werkwijze die nog veel lijkt op de huidige werkwijze, voordat besloten wordt om de werkwijze eventueel te veranderen.
Het is mogelijk om de lijst na inwerkingtreding van de Omgevingswet aan te passen, als blijkt na ervaring met de toepassing van de lijst dat er behoefte bestaat aan een wijziging van de lijst. 1. De bij het raadsvoorstel gevoegde lijst met gevallen waarvoor een bindend advies van de raad vereist is vast te stellen; 2. De genoemde lijst een jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren.
Te nemen besluit
Bijlagen
2021-34872 Lijst met gevallen waarvoor een advies vereist is 2021-34873 Vergelijking categorieën (oud) en gevallen (nieuw) 2021-35474 Toelichting op de gevallen waarvoor een advies vereist is
Advies commissie
*2021-34736*
Raadsbesluit
o Akkoord / o Niet akkoord opmerking:
Arjan de Vos Griffier
Arnoud Rodenburg Voorzitter
2
Inleiding Volgens de huidige wetgeving (Wabo) besluit de raad in bepaalde gevallen over omgevingsvergunningen om af te wijken van het bestemmingsplan door het geven van een verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb). Het college van B&W kan hierna de omgevingsvergunning verlenen. Deze plicht om een vvgb te vragen aan de raad vervalt met de Omgevingswet. Daarvoor in de plaats krijgt de raad een adviesrecht voor bepaalde activiteiten die niet passen in het Omgevingsplan. Dit adviesrecht is alleen van toepassing op activiteiten die genoemd worden in de lijst van gevallen die door de raad zijn aangewezen. Wij adviseren u daarom om de bij dit voorstel gevoegde lijst van gevallen vast te stellen, waarvoor een advies van uw raad nodig is. Huidige situatie: verklaring van geen bedenkingen In de huidige regelgeving (Wabo) geldt dat bij een aanvraag van een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan en die niet verleend kan worden met een binnenplanse afwijking of met een kruimelvergunning, de uitgebreide procedure van toepassing is. Daarover besluit de raad met de zogenoemde "verklaring van geen bedenkingen" (vvgb), waarna het college van B&W een omgevingsvergunning kan verlenen. Op 8 maart 2011 is een door uw raad een lijst vastgesteld met categorieën van gevallen waarvoor geen vvgb noodzakelijk is.
Het college van B&W verleent in die gevallen de omgevingsvergunning zonder een vvgb. Aan de lijst met gevallen waarvoor geen vvgb vereist is liggen twee belangrijke uitgangspunten ten grondslag: 1. De raad hoeft niet opnieuw betrokken te worden bij een ontwikkeling die past binnen de ruimtelijke kaders die de raad heeft vastgesteld; 2. De raad wordt niet betrokken bij kleinschalige ontwikkelingen met weinig impact op de fysieke leefomgeving. Nieuwe situatie: bindend adviesrecht In de Omgevingswet die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt, krijgt de raad een bindend adviesrecht. De gemeenteraad geeft advies over die buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa), waarvan de raad zelf heeft bepaald hiervoor gebruik te willen maken van het adviesrecht. De raad doet dat door een lijst vast te stellen met gevallen waarvoor een bindend advies vereist is. Het college van B&W kan een aanvraag in de in deze lijst genoemde gevallen dus niet zelfstandig afdoen.
Beoogd effect Wij willen bereiken dat wij na de inwerkingtreding van de Omgevingswet praktisch gezien op vrijwel dezelfde manier kunnen blijven werken, zoals wij dat nu doen. Door het vaststellen van de lijst van gevallen waarvoor een advies nodig is van uw raad, blijft de raad op dezelfde manier betrokken bij bepaalde gevallen van omgevingsvergunningen voor die afwijken van het bestemmingsplan.
Argumenten 1.1 De Omgevingswet wordt beleidsarm ingevoerd. De oude lijst voor vvgb uit 2011 is omgezet naar een nieuwe lijst die toepasbaar is onder de Omgevingswet. De uitgangspunten die golden voor de vvgb blijven in de nieuwe situatie ook gelden. Hierdoor blijven de gevallen waarover de raad bindend advies geeft gelijk aan de gevallen waarin voorheen een vvgb vereist was. Voor een vergelijking tussen de oude categorieën en de nieuwe gevallen, verwijzen wij u naar de bijlage ‘was-wordt lijst’ (2021-34873). 1.2 De gemeenteraad wil kunnen besluiten over ruimtelijke ontwikkelingen met een bepaalde impact op de fysieke leefomgeving. De raad stelt de kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen vast. Om ook aanvragen die afwijken van deze ruimtelijke kaders te kunnen beoordelen dient de raad vast te stellen in welk van deze gevallen ze bindend advies wil uitbrengen. Hiermee behoudt de raad de mogelijkheid kwaliteit van ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan de door haar vastgestelde kaders.
3
Wij stellen voor om de volgende drie gevallen aan te wijzen waarvoor een bindend advies van uw raad vereist is: 1. 2. 3.
Indien de buitenplanse omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een ruimtelijke ontwikkeling, waarvoor een ruimtelijk kader ontbreekt om de aanvraag aan te toetsen; Indien de buitenplanse omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een ruimtelijke ontwikkeling die geheel of gedeeltelijk afwijkt van het ruimtelijk kader; Indien de buitenplanse omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een ruimtelijke ontwikkeling die valt binnen het deel van een ruimtelijk kader, waarvan de raad bij het besluit over dat ruimtelijk kader bepaald heeft dat zij over dat deel nader wil adviseren.
Voor de begripsomschrijving “ruimtelijk kader” en “ruimtelijke ontwikkeling” en een nadere toelichting op de nieuwe lijst, verwijzen wij u naar de bijlage “Toelichting op de gevallen waarvoor een advies vereist is” (2021-35474). 1.3 De gemeenteraad beslist in welke gevallen ze gebruik wil maken van het bindend adviesrecht. Hoewel het vaststellen van een omgevingsplan een bevoegdheid van de raad is, is het college bevoegd te besluiten op omgevingsvergunningaanvragen, ook als deze afwijken van de kaders die het omgevingsplan stelt. De Omgevingswet geeft de raad echter de mogelijkheid om vooraf situaties aanwijzen waarbij een bindend advies wordt uitgebracht aan het college van B&W bij een bopa. In die gevallen mag het college niet zonder advies van de raad besluiten. Op deze manier behoudt de raad een kaderstellende rol in de gevallen die worden aangewezen voor het bindend advies. 1.4 Onder de Omgevingswet is de reguliere beslisprocedure van acht weken het uitgangspunt. Met de komst van de Omgevingswet is de toepassing van de reguliere procedure bij de voorbereiding van een beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning het uitgangspunt. Dit houdt in een beslistermijn van 8 weken. Deze beslistermijn kan eenmalig met 6 weken worden verlengd.
Voor elke situatie advies vragen bij de raad zou betekenen dat de beslistermijn voor elke omgevingsvergunning voor een bopa verlengd wordt. 2.1 De Omgevingswet met haar instrumenten zijn nieuw. Het werken met de Omgevingswet en de lijst voor advies met instemming is nieuw. Het is mogelijk om de lijst na inwerkingtreding van de Omgevingswet aan te passen, als blijkt na ervaring met de toepassing van de lijst dat er toch behoefte bestaat aan een wijziging van de lijst. Ook wordt de lijst na een jaar geëvalueerd.
Kanttekeningen 1.1 Aan de nieuwe lijst is het landschapsontwikkelingsperspectief (LOP) toegevoegd. In het voorstel is een definitie opgenomen van een ruimtelijk kader. Deze definitie omvat alle ruimtelijke kaders die in de oude lijst worden genoemd. Aan deze opsomming is het LOP toegevoegd. Het LOP is concreet genoeg om als ruimtelijk toetsingskader te gebruiken en wordt al sinds 2013 gebruikt als toetsingskader bij het toepassen van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden van het bestemmingsplan “Buitengebied Gras”. 1.2 Mogelijke verandert de vergadercyclus van de raad. Op grond van de Omgevingswet zal de afdoeningstermijn voor omgevingsaanvragen voor bopa’s ook 8 weken bedragen met de mogelijkheid om deze éénmaal met 6 weken te verlengen. Dit kan mogelijk gevolgen hebben voor de vergadercyclus van de raad. 1.3 De nieuwe lijst kan pas gebruikt worden wanneer de Omgevingswet in werking treed. Indien de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld, betekent dit ook dat de lijst nog niet in werking treedt. Vooralsnog gaan we uit van de beoogde inwerkingtredingdatum van 1 juli 2022. In het besluit over de lijst wordt om die reden de inwerkingtreding van het besluit gekoppeld aan de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dat geldt ook voor de termijn van een jaar voor de evaluatie. 4
Financiën Niet van toepassing. Het nemen van het besluit heeft geen financiële gevolgen.
Communicatie Het besluit wordt op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt.
Vervolgstappen Met dit voorstel wordt geanticipeerd op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zodat het adviesrecht van de raad is vastgelegd. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, zal het adviesrecht van de raad overeenkomstig de lijst gaan werken. Op het moment dat vergunningen worden ingediend die strijdig zijn met het "tijdelijke omgevingsplan" en vallen binnen de activiteiten die zijn benoemd in de lijst van de raad, zullen deze voor advies voorgelegd worden aan de raad, alvorens het college van B&W een omgevingsvergunning kan verlenen. Tegelijk met dit raadsvoorstel ligt ook het raadsvoorstel om deze gevallen ook aan te wijzen als gevallen waarvoor een participatieplicht geldt ter besluitvorming voor. Deze lijst is direct gekoppeld aan de lijst met gevallen waarin advies met instemming vereist is.
Reactie college op commissiebehandeling
5