COMM Beantw vragen fractie VVD.docx
Tekst van het document
Beantwoording vragen vanuit fracties Fractie
VVD Agendapunt 8 Voorstel tot vaststellen Nota Parkeernormen 2021
Vraag 1 Worden bij het vaststellen van het autobezit per huishouden leaseauto’s, auto’s van de zaak en grijskenteken auto’s meegeteld op het woonadres van de gebruiker c.q. bezitter of tellen deze mee op het bedrijfsadres? Reactie College Leaseauto’s worden meegeteld voor zover ze ook privé worden gebruikt. Dat is voor verreweg de meeste leaseauto’s het geval. Bedrijfsauto’s zijn niet meegenomen. Het CBS maakt geen onderscheid tussen bedrijfsauto’s die wel en niet mee naar huis genomen worden. Aan de andere kant zijn 9-persoons busjes en campers die vanwege hun afmetingen niet in het openbaar gebied binnen de bebouwde kom geparkeerd mogen worden, wel meegerekend. Meer nauwkeurige cijfers zijn niet voor handen. Vraag 2 In tabel 2.1 valt ons op dat er tussen de verschillende woningtypen grote verschillen bestaan in het percentage openbare oplaadpunten. Waar zijn deze verschillen op gebaseerd en waarom zijn deze zo groot? Reactie College Het percentage openbare oplaadpunten is gebaseerd op de aanbevelingen van het CROW. Het CROW heeft de openbare oplaadpunten gebaseerd op het bezit van elektrische auto’s bij verschillende woningtypen. Deze norm is opgenomen om bij ontwikkelingen te kunnen bepalen voor hoeveel laadpalen in de ondergrond voorzieningen moeten worden getroffen.
De daadwerkelijke realisatie van een laadpaal vindt plaats na aanvraag van een inwoner als er binnen 250 meter geen laadpaal aanwezig is of de aanwezige laadpaal boven een bepaalde bezettingsgraad zit. Vraag 3 Verder valt ons op dat in de tabellen 2.2 t/m 2.7 onder het percentage openbare oplaadpunten onder andere een percentage van 0% wordt genoemd. Hoe moeten wij dat zien? Zijn er situaties waarbij dit niet geldt en/of gaat het aanleggen van openbare oplaadpunten pas gelden vanaf een minimaal aantal parkeerplekken? Reactie College In de tabel staat 0% tot 2,5%. Het zijn functies waar de gemiddelde verblijfsduur kort is. Gezien de benodigde oplaadtijd worden parkeerplaatsen bij deze functies niet gebruikt voor opladen. De norm is opgenomen om bij ontwikkelingen te kunnen bepalen voor hoeveel laadpalen in de ondergrond voorzieningen moeten worden getroffen. De daadwerkelijke realisatie van een laadpaal vindt op aanvraag plaats als er binnen 250 meter geen laadpaal aanwezig is of de aanwezige laadpaal boven een bepaalde bezettingsgraad zit. Vraag 4 In paragraaf 2.7 (blz. 19) wordt gesproken over deelauto’s. Is er zicht op hoeveel deelauto’s er zijn binnen Midden-Delfland en valt er iets te zeggen over de toe- dan wel afname hiervan?
Reactie College Er is nog geen aanbieder van deelauto’s in Midden-Delfland actief op dit moment. We volgen de ontwikkelingen en haken aan bij regionale initiatieven.
2