CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.2 Correspondentie provincie

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Ruimtelijk kader op hoofdlijnen en herijking woonprogramma Zuidrand3.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

Provincie Zuid-Holland Gedeputeerde staten T.a.v. gedeputeerde Wonen Zuid Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Nederland

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Contactpersoon Marion Prinse beleidsmedewerker Marion.Prinse@minbzk.ni

Datum Betreft

7 7 FEB 2024

Uitwerking Woontopafspraken in Woondeals

Onze referentie 2025-0000191891 Uw referentie

Geachte gedeputeerde Koning, De afgelopen twee jaar hebben overheden, corporaties en marktpartijen zich ingezet om de in de Woondeals gemaakte afspraken te realiseren en de woningnood aan te pakken. Ondanks alle inspanningen zijn we er nog niet. We hebben op de kortst mogelijke termijn meer betaalbare woningen nodig. Starters en mensen met een middeninkomen moeten een betere kans krijgen op de woningmarkt. Om de aanpak van de woningnood in een volgende fase te brengen zijn provincies en gemeenten, in het kader van de Woondeals, gestart met het in kaart brengen van de woningbouwprogrammering voor de periode tot en met 2030. Daarnaast zijn in het hele land regionale versnellingstafels opgestart, die steeds vaker gebruikmaken van dashboards. Het doel hiervan is de voortgang te bespreken en belemmeringen op te lossen. De Woontoppartners hebben deze afspraken op de Woontop op 11 december 2024 verder geconcretiseerd. In deze brief informeer ik u over het vervolgproces1 om de gemaakte afspraken op korte termijn op te nemen in de Woondeals, waarbij we de aandacht op de realisatie van woningen kunnen blijven houden. Woontop Op de Woontop hebben partijen aanscherpingen afgesproken. Overheden hebben afgesproken samen met marktpartijen en corporaties: 1.

De woningbouwprogrammering tot en met 2030 concreet te maken door de locatielijsten zo te actualiseren dat er in jaarschijven concrete programmering op gemeenteniveau is opgenomen, inclusief betaalbaarheidssegmenten en woningen voor ouderen. Provincies en gemeenten nemen hierin de regie en doen dit samen met markt en corporatie. Hieronder valt ook de extra opgave van 54.536 woningen, waarvan 0 in uw provincie, die op 29 mei 2024 bestuurlijk door u is vastgesteld met mijn voorganger. 2. De woningbouwprogrammering 2031-2034 in kaart te brengen. 3. Zich te committeren bij lokale en regionale versnellingstafels aan het gebruik van een publiek-private monitor (PPM), die (uniform gedefinieerde) indicatoren bevat, zoals planlijsten en projectvoortgang en waarvoor alle partijen de noodzakelijke informatie aandragen. De provincie ziet erop toe dat de PPM vanaf juli 2025 door iedere lokale of regionale versnellingstafel in gebruik genomen wordt. 1 Dit vervolgproces is vormgegeven in een werkgroep met naast VRO, IPO en VNG enkele provincies en gemeenten.

Pagina 1 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

Het gebruik van een PPM wordt een randvoorwaarde in subsidies die door het Rijk worden ingezet ten behoeve van gebiedsontwikkeling. 4. Een aanpak uit te werken voor schaalvergroting en versnelling in de realisatie van circa 288.000 woningen geschikt voor ouderen tot en met 2030, in alle prijssegmenten en zowel in koop als huur.

Datum

Onze referentie 2025-0000191891

In deze brief besteed ik met name aandacht aan de uitwerking van de afspraken over de woningbouwprogrammering tot en met 2030 en de doorkijk tot 2034. Wat betreft de afspraak over het inzetten van een PPM aan de versnellingstafels ga ik ervan uit dat iedere regio het goede gesprek tussen overheid, marktpartijen en corporaties op korte termijn opvolging geeft of al opvolging gegeven heeft. Dat gesprek kan goede input leveren voor de opschoning en bijstelling van de programmering. In het BO VRO van 12 februari 2025 heeft het IPO gepleit om de focus op de korte termijn te houden. VNG heeft daaraan toegevoegd dat gemeenten uiteraard ook doorgaan met het maken van plannen voor de termijn na 2030, omdat het jaren duurt om van initiatief tot oplevering te komen in het bouwproces. Voor de continuïteit, de zekerheid en om te kunnen anticiperen is het van belang om een eerste inzicht te hebben in de programmering voor de langere termijn. Uitwerking woningbouwprogrammering t/m 2030 We merken dat de woningbouw is vertraagd. De verwachting voor komend jaar is dat we, ondanks de inspanningen, de 100.000 woningen niet zullen halen. Ongeacht de diverse redenen hiervoor, moeten wij gezamenlijk naar een volgende fase van uitvoering, concrete oplossingen en 'hoe kan het wel'. Dit begint bij actuele, realistische planlijsten die door betrokken partijen herkend en onderschreven worden.

Zonder kloppende planlijsten kunnen we geen gezamenlijk inzicht krijgen in het 'hoe kan het wel'. Om een realistisch beeld van de woningbouwprogrammering te krijgen, is afgesproken dit - waar mogelijk samen met corporaties en marktpartijen uit te werken. Voor wat de programmering van betaalbare woningen betreft is het regeerprogramma, nader uitgewerkt in de wet regie, hierbij het kader. Naast nieuwbouw vraag ik hierbij nadrukkelijk aandacht voor het beter benutten van bestaande gebouwen, het inzetten van verplaatsbare woningen en andere mogelijkheden. Hierover zijn ook afspraken gemaakt op de Woontop. Rijk, provincies en gemeenten zullen de geconcretiseerde woningbouwprogrammering vaststellen bij het provinciale BO Woondeal dat gepland wordt in de tweede helft van juni of begin juli. We voegen de in bijlage 1 aangegeven informatie toe aan de woondeals, als actualisering van een aantal onderdelen in de huidige woondeals. Provincies en gemeenten maken, samen met corporaties en marktpartijen en met professionele, onafhankelijke ondersteuning, een concrete vertaling van de te realiseren woningen per jaarschijf, de betaalbaarheidssegmenten en de aantallen ouderenwoningen voor de periode tot en met 2030. Met de in de bijlage 1 gevraagde informatie houden we het proces licht. Ik wil volop inzetten op het vasthouden van de voortgang in de woningbouw en de uitvoering van de woondeals.

Daarom blijven de woondeals zelf vooralsnog ongewijzigd.

Pagina 2 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

Sommige provincies zijn al een eind gevorderd met het hier gevraagde en verder dan andere provincies. Ambtelijk zal met die provincies worden afgestemd wat eventueel nog nodig is. Op de Woontop is ook afgesproken dat de regionale versnellingstafels vanaf nu het gesprek gaan voeren over plannen tot en met 2030 op basis van de al in kaart gebrachte informatie. Hier wordt de realisatie verder gebracht en worden projecten versneld. Dit is ook de plek waar marktpartijen, corporaties en overheden hun gezamenlijke steun geven aan de projectenlijst. De Landelijke Versnellingstafel werkt aan een advies over de invulling van het PPM, dat eind van dit kwartaal beschikbaar zal zijn.

Datum

Onze referentie 2025-0000191891

Vervolgproces • Uiterlijk 4 april: Eerste overzicht is beschikbaar. Dit overzicht hoeft nog niet afgestemd te zijn met marktpartijen en corporaties en dient aangeleverd te worden voor eerste bestuurlijke afstemming, via regionale bestuurlijke overleggen. Met behulp van deze versie stemt VRO ambtelijk de haalbaarheid van de landelijke doelstelling van 100.000 woningen per jaar met gemeenten en provincies af. In sommige provincies/regio's kan het effectief zijn om niet het bestuurlijk woondealoverleg te gebruiken, maar een kleinere groep in te richten. • Uiterlijk 13 mei: Bijlage beschikbaar die is afgestemd met marktpartijen en corporaties. In deze versie wordt een volledige doorkijk gegeven en deze wordt aan de hand van de regionale BO's afgestemd. • Uiterlijk 6 juni: De bijlage die voorgelegd kan worden op de BO's Woondeal is beschikbaar. Deze versie geeft een volledig beeld van de inventarisatie en is afgestemd tussen de partijen. • Tweede helft juni/begin juli: vaststellen bijlage op het BO Woondeal (concretisering t/m 2030). Doorkijk - actualisatie woningbouwprogrammering Met het oog op continuïteit en de doorlooptijd om woningen te realiseren is op de Woontop ook afgesproken de woningbouwprogrammering voor de periode 2031 tot en met 2034 in kaart te brengen.

Ik stel, naar aanleiding van het BO VRO van 12 februari 2025, voor het in kaart brengen van de woningbouwprogrammering na 2030 mee te nemen in de actualisatiecyclus die op ditzelfde BO VRO is vastgesteld. Op die manier houden we de aandacht zoveel mogelijk bij de uitvoering van de Woondealafspraken. De afgelopen maanden hebben Rijk, provincies, gemeenten, VNG en IPO gezamenlijk een actualisatiecyclus vormgegeven waarmee de woningbouwprogrammering periodiek wordt geactualiseerd. De op het BO VRO besproken driejaarlijkse actualisatiecyclus heb ik ter volledigheid opgenomen in bijlage 2. Hierbij wordt nog bekeken of de gepresenteerde planning tot eind 2026 voldoende rekening houdt met de komende gemeenteraadsverkiezingen. Gezamenlijke inzet Ik besef dat ik het nodige van u vraag met deze uitwerking van de woningbouwopgave. Ik zie het dan ook als een gezamenlijke opgave.

Pagina 3 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

Met de Woontopafspraken zijn we samen verantwoordelijk voor het uitwerken en slagen van de afspraken. Ieder heeft daarin een eigen bijdrage, rol en verantwoordelijkheden. In bijlage 3 heb ik daarom ter verduidelijking een overzicht gevoegd van de Woontopafspraken. U vindt hierin terug welke afspraken raken aan de woondeals, welke voortkomen uit lopende processen en bij welke afspraken het Rijk primair aan zet is. Deze afspraken zijn erop gericht de programmering daadwerkelijk te gaan halen en dragen bij aan het gezamenlijke en wederkerige karakter van de woondeals. Vanuit het Rijk zal ik een bijdrage leveren aan de woningbouwopgave, onder andere door middel van de Realisatiestimulans, de Woningbouwimpuls en het Gebiedsbudget. Hiermee wordt een financiële bijdrage geleverd voor de woningbouw.

Datum

Onze referentie 2025-0000191891

Op de Woontop hebben wij afspraken gemaakt om gezamenlijk aandacht te besteden aan het mogelijk maken van de 100.000 woningen per jaar. Deze afspraken behoeven een bredere blik op de woondeals, waar we later dit jaar nog aandacht aan zullen besteden. Concreet betreft het afspraken die zijn gemaakt over een aantal belangrijke, maar niet alomvattende, thema's, zoals netcongestie, water en bodem en geluid in de nabijheid van Schiphol. Om tot verdere versnelling te komen, werken we eraan zoveel mogelijk woningen te realiseren via de nieuwe werkwijzen, zoals de methode van parallel plannen, en het aanpassen, schrappen en uniformeren van regels en eisen via het programma STOER.

Met vriendelijke groet, De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Pagina 4 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

Bijlage 1: gevraagde uitwerking woningbouwprogrammering t/m 2030 Een geconcretiseerde woningbouwprogrammering op gemeenteniveau per jaarschijf, uitgesplitst naar sociale huur, middenhuur, betaalbare koop en het dure segment. Hierin worden het verwachte jaar startbouw en realisatie aangegeven en hierbij wordt opgenomen wat het aandeel woningen is dat door corporaties wordt gerealiseerd. Ter ondersteuning van het proces en marktpartijen en corporaties kiest de provincie zelf professionele en onafhankelijke ondersteuning om met name het proces en gesprek in de regio's over de planlijsten tussen overheden, marktpartijen en corporaties adequaat vorm te geven. Voor deze ondersteuning kan bijvoorbeeld de onafhankelijk voorzitter van de regionale of provinciale versnellingstafel worden gevraagd, of kan een bureau worden ingeschakeld. Sleutelprojecten specifiek benoemen per jaarschijf (geactualiseerde lijst). Dit zijn projecten die: o een significante impact op de betreffende stad of kern hebben of van regionale betekenis zijn en/of o een financiële bijdrage ontvangen hebben van het Rijk en/of de provincie en/of o onderdeel zijn van een grootschalig woningbouwgebied. Aangeven welke projecten hiervan hard zijn doordat sprake is van een onherroepelijke ruimtelijke toestemming in het omgevingsplan. Aangeven bij welke sleutelprojecten een anterieure overeenkomst aanwezig is.

Bij de sleutelprojecten wordt door de gemeente aangegeven welke samenwerking er is met marktpartijen en corporaties. Inzicht in de doorvertaling van de regionale afsprakenkaders ouderenhuisvesting naar de verwachte te realiseren plannen op gemeenteniveau, indicatief per jaarschijf en uitgesplitst naar nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen. Indien van toepassing: vertaling van de (zelfstandige) studenteneenheden naar de programmering van de steden. De concretisering houdt ook overige toevoegingen in, zoals transformaties en splitsingen. Ambtelijk wordt gewerkt aan een template om bovenstaande onder andere in te kunnen verwerken. Deze komt op korte termijn beschikbaar.

Datum

Onze referentie 2025-0000191891

Pagina 5 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

Bijlage 2: driejaarlijkse actualisatiecyclus Om te zorgen voor voldoende en betaalbare woningbouw in Nederland, met een verstandige verdeling over Nederland, maken we afspraken over de benodigde woningbouwprogrammering. Deze afspraken zijn één van de onderdelen van de woondeals. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: •

Er worden interbestuurlijke wederkerige afspraken gemaakt over de woningbouw. Het Rijk, provincies en gemeenten committeren zich aan deze afspraken.

•

In het kader van de actualisatie van de woningbouwprogrammering worden afspraken gemaakt over de woningbouwaantallen, de betaalbaarheid, het bouwen voor doelgroepen en de randvoorwaarden. De aantallen worden per gemeente en per jaar uitgewerkt. Dit is momenteel onderdeel van de woondeals. o De actualisatie omvat dus niet het geheel van de woondealafspraken. Onderwerpen die buiten de scope van de actualisatie vallen, zoals de huidige woningbouwrealisatie en de voortgang op de randvoorwaarden worden bij de BO's Woondeal geagendeerd en waar relevant geactualiseerd.

•

De actualisatie van de woningbouwprogrammering beslaat steeds een periode van 10 jaar (horizon), waarbij alle woondeals in Nederland dezelfde jaren omvatten. Hoe verder weg in de tijd, hoe minder hard en specifiek de afspraken.

•

De afspraken in de woondeals rondom de woningbouwprogrammering actualiseren we eens in de 3 jaar en kijken dan ook steeds 3 jaar verder vooruit. Daarbij is ook - waar nodig - actualisering van bestaande afspraken mogelijk.

•

Er is een jaarlijkse cyclus om de voortgang te monitoren, zowel van de uitvoering van de afspraken als rond de randvoorwaarden; met gesprekken op diverse niveaus.

•

De Primos-prognoses (zowel landelijk als provinciaal/regionaal) en het WOON-onderzoek vormen het startpunt voor de doorvertaling van de landelijke aantallen naar aantallen per provincie, per regio en per gemeente. De overheden gaan vervolgens met elkaar in gesprek om te komen tot een definitieve vaststelling van de woningbouwprogrammering. Daarbij worden ook zaken zoals bodem, water, mobiliteit en meer zaken gewogen en is er ruimte om beredeneerd andere aantallen af te spreken dan uit de prognoses is gekomen. De uitkomsten van het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving worden meegenomen in het BO Woondeal.

•

De wet regie is kaderstellend voor de afspraken over het aantal betaalbare woningen (sociale huur en in het middensegment) voor Rijk, provincie en gemeente.

•

De provincies bepalen in overleg met de gemeenten in welk regioverband (woningbouwregio) de afspraken worden gemaakt, in lijn met de Wet versterking regie volkshuisvesting en de uitwerking in besluiten daaronder.

Datum

Onze referentie 2025-0000191891

Pagina 6 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

Ze sluiten daarbij aan bij wat goed werkt in de huidige praktijk in de huidige woondealregio's. Regio's kunnen dus net als nu provincieoverstijgend zijn. •

De rolverdeling is als volgt: o Het is aan het Rijk om het proces van de actualisatie van de woningbouwprogrammering op hoofdlijnen te bepalen, onder meer als het gaat om de hoofdlijnen van de planning, sjablonen om de afspraken in vast te leggen, de aantallen per provincie en de betaalbaarheid. Het Rijk bewaakt de integraliteit van de afspraken, ook in relatie tot andere beleidsdomeinen. Hierover vindt afstemming plaats met de provincies. o Het is aan de provincies om binnen deze uitgangspunten te komen tot uitwerking per woningbouwregio en per gemeente, met ruimte voor een eigen planning binnen de hoofdlijnen en een eigen proces om dit vorm te geven. Het is in beginsel aan de provincies om met gemeenten over het proces van actualisatie te communiceren. Hierover vindt wel goed overleg plaats met het Rijk, (vertegenwoordiging van) de regio's en gemeenten. o

Datum

Onze referentie 2025-0000191891

Het is aan de regio's en gemeenten om te komen tot realistische woningbouw- aantallen per gemeente, een programmering die aansluit bij de volkshuisvestelijke opgave, tot een verdeling over de jaren, tot regionale en lokale locatiekeuzes en tot een overzicht van welke randvoorwaarden belangrijk zijn om realisatie mogelijk te maken. Andere stakeholders zoals marktpartijen en corporaties, worden hier actief bij betrokken.

De tabel hieronder geeft een indicatie van het tijdspad. Het definitieve tijdspad en de samenhang met andere mijlpalen wordt, op basis van het BO VRO van 12 feb. 2025, nog nader besproken. Stap 1

Er is een nieuwe Primos-prognose en het Rijk start met de inhoudelijke voorbereiding van de volgende stap. Het Rijk gaat in deze maanden hierover ook met provincies in overleg. Provincies kunnen zelf aan de slag gaan met de resultaten van de Primos prognoses voor hun eigen provincie.

Stap 2

Het Rijk duidt de nationale doelstelling voor de woningbouw in het nieuwe tijdvak van 10 jaar en stuurt aan de provincies 1) richtinggevende aantallen voor de woningbouw per provincie en een onderbouwing, 2) kaders voor de betaalbaarheid, op dit moment vastgesteld in de regionale woondeals, op termijn vastgesteld in de wet regie, 3) richtlijnen voor het bouwen voor doelgroepen, 4) het proces en enkele data met mijlpalen en 5) een concept-sjabloon om alle afspraken vast te leggen. (Plus helderheid over welke extra onderwerpen men afspraken wil maken) Provincies hebben daarna 2 maanden de tijd om een provinciaal proces te plannen (al kunnen ze hiermee natuurlijk eerder al beginnen).

Pagina 7 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

Stap 3

Binnen de kaders van het Rijk sturen de provincies aan de regpmen gemeenten 1) richtinggevende aantallen voor de woningbouw per regio en een onderbouwing, 2) eventueel richtlijnen voor de referent e betaalbaarheid, 3) het proces om tot woningbouwaantallen t§)ong 91 4) het proces waarmee de randvoorwaarden geïnventariseerd en geprioriteerd worden, 5) het concept-sjabloon om de afspraken in vast te leggen. Gemeenten hebben daarna 5 maanden de tijd voor voorbereiding van hun indicatieve aantallen en overige feedback. Gedurende deze maanden is het Rijk actief betrokken.

Stap 4

Gemeenten leveren via de regio's na deze 5 maanden bij de provincie indicatieve aantallen in voor de woningbouw en betaalbaarheid, feedback op de sjablonen en eventuele andere input voor in de woondeal, zoals rond randvoorwaarden.

Stap 5

Er is 2 maanden de tijd voor feedback van provincie aan gemeenten en bestuurlijke afstemming op regionaal niveau (tussen provincie en gemeenten én tussen gemeenten onderling) naar aanleiding van de indicatieve aantallen en overige input. Er is ambtelijk overleg tussen het Rijk,de provincies en regionale vertegenwoordiging over wat blijkt uit de indicaties én om eventueel de sjablonen voor afspraken aan te passen. Ook worden de indicatieve aantallen geagendeerd bij het BO Woondeal.

Stap 6

Gemeenten leveren via de regio's bij de provincie bijna-definitieve aantallen in voor de woningbouw en betaalbaarheid, en andere input voor in de woondeal, waaronder over de randvoorwaarden. Provincies hebben 2 maanden om dit te analyseren, feedback te geven en om aanpassingen te vragen. Ook vindt vanuit elke provincie met een regionale vertegenwoordiging ambtelijk overleg met het Rijk plaats over de randvoorwaarden.

Stap 7

Er is 2 maanden de tijd voor bestuurlijke afstemming en besluitvorming op regionaal niveau tussen provincie en gemeenten, met formele en bestuurlijke betrokkenheid van het Rijk.

Stap 8

Gemeenten hebben 3 maanden om waar nodig gemeenteraden te betrekken bij de besluitvorming over de inhoud van de woondeal (eerste stappen hiervoor kunnen eerder starten). Deze tijd wordt ook gebruikt om nog wat zaken te verhelderen of verder uit te zoeken.

Stap 9

De afspraken vaststellen bij het BO Woondeal. En waar nodig is dit ook een buffertijd van 3 maanden om tegenvallers in het proces op te kunnen vangen en de laatste problemen op te lossen. Bij voorkeur is de woondeal enige tijd voor het nieuwe tijdvak afgerond en klaar.

Jaarlijkse monitoringscyclus De jaarlijkse cyclus om de voortang te monitoren en knelpunten ziet er als volgt uit: • Twee keer per jaar een BO Woondeal per provincie.

Pagina 8 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

•

Hierbij zijn in ieder geval aanwezig de minister en de gedeputeerde wonen van de provincie. Ook kunnen vertegenwoordigers van de woningbouwregio's en corporaties eventueel betrokken zijn. De inhoud van dit gesprek kan onder meer omvatten: o Informatie uit de landelijke monitor voortgang woningbouw (LMVW), als die klaar is. Tot die tijd op basis van landelijke bronnen ABF & CBS. o Voortgang van de invulling van randvoorwaarden en de ontwikkeling van oplossingen daarvoor, op basis van voortgangsinformatie van het ministerie (bv BO Woondeal of voortgang programma woningbouw), die in samenwerking met provincies en gemeenten tot stand komt. o Signalen van regionale versnellingstafels. o Concrete punten en denkrichtingen vast om mee te nemen in het eerstvolgende actualisatieproces van de woondeal. o Actuele ontwikkelingen, waaronder events zoals de woontop, de inwerkingtreding van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting, de vaststelling van de Ruimtelijke Arrangementen en de Nota Ruimte, enzovoort. o Nationale, provinciale en lokale verkiezingen, kennismaken in dat verband met nieuwe mensen en nieuwe beleidswensen die daaruit voortkomen.

Datum

Onze referentie 2025-0000191891

Pagina 9 van 11

DG Volkshuisvesting en Bouwen DGVB-RWB-RWO MONZ

Bijlage 3: samenhang Woontopafspraken en Woondeals Aanleiding Een deel van de landelijke, wederkerige Woontopafspraken raakt aan de afspraken die in de Woondeals zijn gemaakt. Om voor alle partijen inzichtelijk te maken om welke Woontopafspraken het gaat en hoe ze zich verhouden tot de bestaande Woondealafspraken, zijn deze in een overzicht op pagina 11 op een rij gezet.

Datum

Onze referentie 2025-0000191891

Kern De meeste Woontopafspraken zijn een voortzetting of verdere uitwerking van trajecten of processen die reeds onderdeel zijn van de Woondeals. Een aantal afspraken leidt tot bijstelling van de afspraken in de Woondeals. Andere afspraken leiden niet tot een aanpassing van de Woondeals. Daarnaast heeft een deel van de afspraken een ondersteunend doel; door uitvoering van deze afspraken zullen gemeenten bijvoorbeeld efficiënter kunnen werken of aanspraak kunnen maken op financiële regelingen ondersteunend aan woningbouw. De uitvoering van een deel van deze afspraken ligt primair bij het Rijk. Toelichting Een groot deel van de Woontopafspraken is een volgende stap of nadere uitwerking van thema's en processen die in de Woondeals zijn opgenomen. Dit betreft de betaalbaarheidsdoelstelling, het inzetten van een publiek-private monitor aan regionale versnellingstafels, de NPA-afspraken, het beter benutten van bestaande gebouwen, verplaatsbare woningen, woningbouwvoorwaarden, innovatieve werkwijzen, wonen en zorg voor ouderen en studenteneenheden. Een deel van de afspraken heeft een ondersteunend karakter voor gemeenten en helpt hen bij het (versneld) realiseren van de woningbouwopgave.

Hierbij valt te denken aan de publiek-private monitor, die, wanneer eenmaal opgezet vanaf juli 2025, ervoor zorgt dat projecten die dreigen te vertragen sneller in beeld komen en waar gezamenlijk gewerkt kan worden aan het lostrekken hiervan. Andere voorbeelden, waarbij het Rijk primair aan zet is, zijn het Programma Stoer, uniformering en standaardisering BBW, de aanpassing van juridische procedures en het uitwerken van een nieuw financieel instrumentarium dat minder beroep doet op de ambtelijke capaciteit van gemeenten bij een aanvraag (indien van toepassing, voor de realisatiestimulans zal de gemeente geen aanvraag in hoeven te dienen). Er zijn Woontopafspraken die de Woondealafspraken niet direct beïnvloeden: de Nota Ruimte, doorbraaklocaties (het aanwijzen van twintig kansrijke gebieden), sneller en meer woningen in twintig NPLV-gebieden, familie- cq. mantelzorgwoningen en dè organisatie van een nieuwe Woontop.

Pagina 10 van 11

Woontopafspraken gekoppeld aan woondeals 1. Realisatie 100.000 woningen per jaar, waarvan tweederde betaalbaar

8. Bestaande gebouwen beter benutten

3. Zorgen voor voldoende vergunningen.

3. Update van Woondeals

Sturingsinformatie en identficeren knelpunten Publiek-private monitor

Doorkijk naar programmering periode tot en met 2034

6. Nationale prestatieafspraken, realiseren sociale- en middenhuur door corporaties

9. Beschikbaar stellen locaties voor het (herplaatsen van) flexwoningen

10. Woningbouwvoorwaarde n, knelpunten identificeren en oplossen

15. Innovatieve werkwijzen, parallel plannen, industrieel bouwen

16. Wonen- en zorg voor ouderen

17. Studentenkamers versneld realiseren

Ondersteunende afspraken

Niet direct van invloed 2. We zetten de woningzoekenden centraal

3. Nota Ruimte

5. Nationaal Programma leefbaarheid- en Veiligheid

4. Aanwijzen van 20 doorbraaklocaties

20. Nieuwe Woontop

7. Investeringsklimaat

11. STOER Schrappen tegenstrijdige en overbodige eisen en regelgeving

12. Standaardiseren bouwregelgeving

13. Bezwaar- en beroepsprocedure versneld

14. Mantelzorgwoningen vergunningsvrij

18. 'Meedoekracht' en ambtelijke capaciteit

19. Financieel instrumentarium Realisatiestimulans, WBI, gebiedsbudget

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=f50d244c-1f3a-4e61-9ac5-e00494bf3d04