B 23005 Vragen lid mevr D Langeveld.docx
Tekst van het document
VRAGEN lid mevr D Langeveld (CDA) In het onderzoek van de nationale ombudsman en kinderombudsman (zie bijlagen) komt naar voren dat wanneer gezinnen gedwongen uit huis worden gezet de overheid niet altijd voldoet aan haar mensenrechtelijke en kinderrechtelijke verplichtingen. Het recht op behoorlijke huisvesting is een fundamenteel mensenrecht. Toch kunnen gezinnen uiteindelijk uit huis worden gezet vanwege huurachterstand, overlast of (drugs)criminaliteit. Als dit gebeurt, moet er wel aan mensen-en kinderrechtelijke verplichtingen worden voldaan. Zo is het verboden dat gezinnen dakloos worden door een huisuitzetting. De ombudsmannen concluderen dat rechten en verplichtingen uit internationale verdragen onvoldoende verankerd zijn in regelgeving en beleid. Er is nog te veel afhankelijk van lokale kennis, keuzes in beleid,en de inzet van individuele gemeenteambtenaren en hulpverleners. De ombudsmannen noemen dit onwenselijk en wijzen erop dat deze vrijblijvendheid kan leiden tot willekeur. Vraag. 1. Is er in onze gemeente vastgesteld beleid rondom huisuitzettingen? 2. Kunt u aangeven wat het beleid en de werkwijze is rondom huisuitzettingen? 3. In hoeverre is er in onze gemeente aandacht voor kinderen wanneer er sprake is van een huisuitzetting? 4. Herkent u het beeld van de ombudsmannen dat een huisuitzetting vaak leidt tot dakloosheid? Hoe verloopt dit binnen onze gemeente?