B 22159 bijlage concept contract.pdf
Tekst van het document
ONTZORGINGSCONTRACT
Gemeente Midden-Delfland en Stichting Dierennoodhulp West-Nederland 2023
ONTZORGINGSCONTRACT Overeenkomst tussen de Stichting Dierennoodhulp West Nederland en de gemeente Midden-Delfland Partijen 1. Stichting Dierennoodhulp West Nederland, gevestigd Broekpolderweg 249 B, 3138 HA Vlaardingen. Ingeschreven in het handelsregister Kamer van Koophandel onder nummer 63950928, te dezen vertegenwoordigd door de heer Cornelis Zeeman, hierna te noemen: ”Dierenambulance” en 2. Gemeente Midden-Delfland een publiekrechtelijke rechtspersoon, kantoorhoudend Anna van Raesfeltstraat 37, 2636 HX Schipluiden, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door ……………………………………………………………, ingevolge het bepaalde bij artikel 171 van de Gemeentewet namens wnd. burgemeester Bram van Hemmen, zoals bepaald in collegebesluit d.d. ……..…………. 2022 met registratienummer ……………………….., hierna te noemen: “gemeente” De gemeente en Dierenambulance hierna gezamenlijk te noemen: “partijen”.
Begripsomschrijving voor deze overeenkomst Zwerfdier:
vrij rondlopende dieren, die gewoonlijk als huisdier gehouden worden met een vermoedelijke eigenaar.
Gehouden dier: dieren die een houder hebben, niet zijnde de dieren die voor productiedoeleinden worden gehouden. De houder is degene die de feitelijke macht uitoefent over het dier. Dit kan ook de eigenaar zijn. Wild dier:
dieren die gewoonlijk niet als huisdier gehouden worden.
Overwegende 1. Dat er in de gemeente zwerfdieren zijn, waarvan de eigenaar niet bekend is, waarvan de eigenaar niet te achterhalen is en die door niemand worden verzorgd; 2. Dat de gemeente de wettelijke plicht heeft om in deze situaties dieren in de gemeente, waarvan de eigenaar niet bekend is, gedurende een termijn van veertien dagen te ‘bewaren’; dat de gemeente in dat verband verantwoordelijk is voor het vervoeren, opvangen en -indien van toepassing- (medisch) verzorgen van deze dieren; 1 (pakket A)
1 Art 5:8 lid 3 BW: Indien een dier wordt gevonden, is de burgemeester na verloop van twee weken, nadat het dier door de gemeente in bewaring is genomen, bevoegd het zo mogelijk tegen betaling van een koopprijs, en anders om niet, aan een derde in eigendom over te dragen. Mocht ook dit laatste zijn uitgesloten, dan is de burgemeester bevoegd het dier te doen afmaken. De termijn van twee weken behoeft niet te worden in acht genomen, indien het dier slechts met onevenredig hoge kosten gedurende dat tijdvak kan worden bewaard, of afmaking om geneeskundige redenen vereist is.
2
3. Dat de gemeente de wettelijke plicht heeft om binnen haar gemeentegrenzen bij uitvoering van bestuursdwang uitvoering te geven aan het op diervriendelijke wijze meevoeren en opslaan van zaken, in casu dieren; 2, 3, 4 4. Dat de gemeente niet zelf over de mogelijkheden beschikt om deze (zwerf)dieren op te vangen, te vervoeren, (medisch) te verzorgen en/of te huisvesten; 5. Dat de gemeente de kosten van de Dierenambulance vergoedt voor de wettelijke taken ten aanzien van gehouden dieren (zwerfdieren); 6. Dat op Europees niveau5 is bepaald dat kadavers moeten worden verwijderd en dat in Nederland is bepaald dat gemeenten voor het ruimen van kadavers (van tenminste gezelschapsdieren) verantwoordelijk zijn; 6, 7, 8, 9 7. Dat de gemeente in het kader van haar gemeentelijke gezondheidsbeleid10 invulling moet geven aan o.a. infectieziektebestrijding11 en dat het afvoeren van zieke en dode dieren binnen haar gemeentegrenzen daar redelijkerwijs deel van uitmaakt; 8. Dat de Dierenambulance geschikt is voor het vervoer van zieke en dode dieren, die geïnfecteerd zijn met dierziekten welke een risico voor de volksgezondheid kunnen zijn; 9. Dat eenieder de verplichting heeft om hulpbehoevende dieren de nodige zorg te verlenen, ook als dit de niet-gehouden dieren betreft12 en dat deze plicht ook geldt voor overheden;13 10.
Dat de gemeente het verwijderen, opslaan en afvoeren van dode gezelschapsdieren in de openbare ruimte wil uitbesteden; (pakket B)
11.
Dat de gemeente – onder voorwaarden – de kosten (gedeeltelijk) vergoedt voor de wettelijke verplichte zorg aan hulpbehoevende of zieke dieren14. Met uitzondering van de situatie dat dieren zich bevinden op particulier terrein; (pakket C)
2 Art 5:29 Awb lid 1: Voor zover de toepassing van bestuursdwang dit vergt, kan het bestuursorgaan zaken meevoeren en opslaan. 3 Art 5:30 Awb lid 1: Indien een meegevoerde en opgeslagen zaak niet binnen dertien weken nadat zij is meegevoerd, kan worden teruggegeven, kan het bestuursorgaan de zaak verkopen. 4 Art 2.2 lid 8 Wet dieren: Het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden. 5 Verordening 1069/2009. Artikel 8 en 12 bepalen dat gezelschapsdieren categorie I materiaal zijn wat verwijderd moet worden. 6 https://www.nvwa.nl/onderwerpen/kadavers-verwijderen-van-dode-dieren/regelgeving 7 https://www.nvwa.nl/onderwerpen/kadavers-verwijderen-van-dode-dieren/wat-kan-er-misgaan-metkadavers 8 Artikel 3.5 lid 1 Wet dieren: Indien kadavers van gezelschapsdieren zijn aangewezen ingevolge artikel 3.3, eerste lid, worden bij gemeentelijke verordening ten aanzien van deze producten regels gesteld ter zake van: (etc). 9 Artikel 3.5 lid 2 Wet dieren: Indien tussen een gemeente en de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde ondernemer een overeenkomst is gesloten omtrent de in het eerste lid, onderdelen b en c, genoemde onderwerpen, behoeft de gemeentelijke verordening geen voorschriften over die onderwerpen te bevatten.
10 Artikel 13 lid 2 Wet publieke Gezondheid: De gemeenteraad stelt binnen twee jaar na openbaarmaking van de nota, bedoeld in het eerste lid, een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vast. 11 Artikel 6 Wet publieke Gezondheid: Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de uitvoering van de algemene infectieziektebestrijding. 12 Art 2.1 lid 6 Wet Dieren: Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg. 13 Zie Zienswijze RDA, Dieren in Huis van Thorbecke pagina 14 https://www.rda.nl/publicaties/publicaties/2022/03/30/zienswijze-dieren-in-het-huis-van-thorbecke 14 Op grond van artikel 2.1 lid 6 Wet Dieren; Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg.
3
12.
Dat de gemeente het verwijderen, opslaan en afvoeren van dode wilde dieren in de openbare ruimte, waarvan al dan niet een besmetting met een ziekte als genoemd in bijlage 1 vermoed wordt of vaststaat, wil uitbesteden; (pakket D)
13.
Dat de gemeente voor haar inwoners een centraal informatie- en meldpunt heeft over overdraagbare dierziektes (zoönose). En hoe gehandeld moet worden. Dit informatie- en meldpunt wil de gemeente uitbesteden aan de Dierenambulance. De Dierenambulance heeft hiervoor een aparte webpagina op haar eigen website. De gemeente zal haar inwoners hiernaar verwijzen. De inwoners zullen door de gemeente via alle beschikbare media (ook haar eigen website) verwezen worden naar de webpagina van de Dierenambulance (https://www.dierennoodhulpwestnederland.nl/zieke-wilde-dieren) . De gemeente kan op deze webpagina ook zelf berichten omtrent dierenwelzijn laten plaatsen of laten aanpassen; (pakket F)
14.
Dat de gemeente het verwijderen, opslaan en afvoeren van alle dode dieren (huisdieren en wilde dieren, ook indien getroffen door een grootschalig heersende dierziekte) in de openbare ruimte wil uitbesteden; (Pakket E: inclusief A + B + C + D + F)
15.
Dat de gemeente de monitoring, inclusief verplichte dierziektemeldingen en contact met diverse overheids- en onderzoeksdiensten wil uitbesteden;
16.
Dat de Dierenambulance, in geval van een dierziekte-uitbraak, de afhandeling van meldingen, monitoring en contact met professionele en overheidspartijen15, transport, opslag, afhandeling en verwerking van zieke of dode dieren kan verzorgen in daartoe uitgeruste gecertificeerde dierenambulances;
17.
Dat de gemeente de kosten vergoedt voor de taken, die voortvloeien uit het transport, afvoer en medische zorg van zieke en dode wilde dieren, indien het gaat om een onmiddellijk belang voor de volksgezondheid, openbare orde en veiligheid in de gemeente; 16
18.
Dat de Dierenambulance het transport kan verzorgen van dieren na een huisuitzetting, na een huisbrand, na overlijden van de eigenaar, na inverzekeringstelling, na inbewaringstelling, na inhechtenisneming, na inbewaringstelling, na gevangenhouding of in detentie nemen van de eigenaar. De Dierenambulance brengt de kosten in rekening bij de eigenaar of zaakwaarnemer. Indien deze kosten door de Dierenambulance niet verhaald kunnen worden op eigenaar of zaakwaarnemer, zijn de kosten wel inbegrepen in de gemeentelijke vergoeding behorende bij deze overeenkomst, zolang het dier als herplaatsbaar te kwalificeren is;
19. Dat de Dierenambulance 24 uur per dag gedurende 7 dagen in de week telefonisch bereikbaar is; 20. Dat de gemeente en de Dierenambulance de afspraken hieromtrent in deze overeenkomst nader zullen vastleggen.
15 DWHC voor dierziekteonderzoek, NVWA voor landelijke instructies en (Europese) monitoring, Sovon voor (Europese) monitoring 16 https://www.nvwa.nl/onderwerpen/kadavers-verwijderen-van-dode-dieren/wat-kan-er-misgaan-met-kadavers
4
Partijen verklaren te zijn overeengekomen als volgt: Artikel 1. Duur van de overeenkomst 1. Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2023 en heeft een looptijd van een jaar. 2. De overeenkomst wordt telkens met wederzijdse schriftelijke instemming voor de duur van een jaar verlengd, maar eindigt van rechtswege in ieder geval op 31 december 2027. 3. De overeenkomst kan met instemming van beide partijen op ieder moment schriftelijk worden opgezegd of gewijzigd. Artikel 2. Doel van de overeenkomst In deze overeenko0mst leggen partijen vast onder welke voorwaarden de Dierenambulance gedurende de looptijd van deze overeenkomst de opvang en het vervoer van (gewonde en dode) dieren voor de gemeente zal zorgen. Artikel 3. Evaluatie van de overeenkomst Uiterlijk in oktober van elk jaar vindt een evaluatie plaats van de uitvoering van deze overeenkomst en de financiële verantwoording daarvan. Tevens hebben partijen overleg over voortzetting, beëindiging en/of wijziging van de overeenkomst. Artikel 4. Verplichting met betrekking tot zwerfdieren (Pakket A) 1. Zwerfdieren die – door derden – gevonden zijn en aan de Dierenambulance zijn overgedragen, worden direct (digitaal) geregistreerd. 2.
De registratie moet in ieder geval bevatten: de diersoort, de (uiterlijke) kenmerken van het dier, de gezondheidsstatus van het dier, de vindlocatie, de datum en het tijdstip waarop het dier is aangetroffen en het tijdstip van overdracht van of aan de Dierenambulance. 3. Zwerfdieren die aan de Dierenambulance zijn overgedragen moeten direct na registratie, uiterlijk in de vier uren binnen doorgaande kantoortijden volgend op de registratie, worden aangemeld bij Amivedi of een andere instantie of systeem, waardoor dieren weer bij hun eigenaar kunnen worden gebracht. 4. Zwerfdieren waarvan, nadat ze aan de Dierenambulance zijn overgedragen, niet bekend is wie de eigenaar is, moeten aan een dierenopvang worden overgedragen. 5. Zwerfdieren waarvan bij aantreffen bekend is wie de eigenaar is, moeten aan de eigenaar teruggegeven worden door de Dierenambulance. De kosten van het vervoer en de opvang worden in die situatie doorberekend aan de eigenaar. 6.
Katten, die loslopen en overlast veroorzaken en waarvan de eigenaar niet is te traceren, mogen, nadat zij een belbandje met het telefoonnummer van de Dierenambulance om hebben gekregen, weer losgelaten worden. Wanneer een kat met een belbadje binnen drie dagen opnieuw wordt aangetroffen, moet het dier worden gevangen en alsnog naar de opvang worden gebracht.
Artikel 5. Dode gezelschapsdieren (Pakket B) 1. Dode gezelschapsdieren, die in de openbare ruimte worden aangetroffen en waarvan de eigenaar niet bekend is, worden binnen 4 uur opgehaald en vervoerd. 2. Dode gezelschapsdieren, die in de openbare ruimte worden aangetroffen en waarvan de eigenaar niet bekend is, moeten veertien dagen bewaard worden in de koeling van de Dierenambulance
5
om door middel van identificatie te trachten de eigenaar van het dier te achterhalen, in kennis te stellen en vervolgafspraken te maken. Artikel 6. Dode en levende wilde dieren – onder normale omstandigheden (Pakket C en D) 1. Dode wilde dieren, die in de openbare ruimte worden aangetroffen, worden binnen 4 uur opgehaald en vervoerd. 2. Bewaren, opslaan en afvoeren van het dode dier wordt geregeld via de daartoe aangewezen kanalen. 3. Levende wilde dieren, die gewond of ziek zijn en in de openbare ruimte worden aangetroffen, ontvangen eerste zorg en worden naar een daartoe geschikte opvang gebracht. Artikel 7. Dode en levende wilde dieren – tijdens een dierziekte -uitbraak / dieren met zöonoserisico (Pakket E) 1. Dode wilde dieren verdacht van een heersende dierziekte (zie bijlage: lijst dierziekten), die in de openbare ruimte worden aangetroffen, worden binnen 4 uur opgehaald en vervoerd conform een daartoe opgesteld hygiëneprotocol (zie bijlage 3). 2. Levende wilde dieren verdacht van een heersende dierziekte, die gewond of ziek zijn en in de openbare ruimte worden aangetroffen (met of zonder melding), worden naar een daartoe geschikte opvang of quarantaine gebracht. 3.
Bij verdenking van een (grootschalig) heersende dierziekte vindt afstemming plaats met daarvoor van belang zijnde organisaties (zoals NVWA, DWHC, GGD) over noodzaak van onderzoek en informeren van de gemeente. 4. Bewaren en afvoeren van het dode dier wordt geregeld via daartoe aangewezen kanalen. 5. De Dierenambulance draagt zorg voor de communicatie en afstemming over de laatste stand van zaken en voorschriften inzake de (grootschalig) heersende dierziekte met Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD), etc. 6. De Dierenambulance draagt zorg voor de terugkoppeling van de uitslag van het onderzoek naar de gemeente. Artikel 8. Eisen aan opvang 1. Gezelschapsdieren worden ondergebracht bij Dierenopvangcentrum Vlaardingen, of daartoe ingerichte opvangen. 2. Het realiseren van alle andere vormen van opvang voor dieren, die onder deze overeenkomst vallen, valt onder de verantwoordelijkheid van de Dierenambulance. 3. Opvang voor alle dieren, die onder deze regeling vallen, dient te voldoen aan de wettelijke vereisten die gelden voor opvang van dieren, zoals gesteld in de Wet Dieren.
Hieronder vallen in ieder geval de registratie van de locatie, een registratie van het bewijs van vakbekwaamheid en het vereiste van een correcte administratie. 4. Noodopvang van dieren door de Dierenambulance is toegestaan voor een periode van maximaal 2 x 24 uur. Dit is enkel anders, indien dieren binnen deze 2 x 24 uur niet terecht kunnen bij een opvanglocatie, omdat de periode buiten kantoortijden valt, of zon- en feestdagen. Of als de opvanglocatie door omstandigheden (ruiming in verband met vogelgriep, of tijdelijke sluiting in verband met voorkoming van vogelgriep, of onderbezetting naar aanleiding van coronavirus) is gesloten.
6
5. Hetgeen gesteld is in lid 4 van dit artikel, is niet van toepassing indien de noodopvang voldoet aan de vereisten als bedoeld in lid 3 van dit artikel. 6. Dieren ontvangen de noodzakelijke medische zorg. Artikel 9. Verdere afspraken 1. De Dierenambulance geeft de gemeente op eerste verzoek inzage in de door haar bijgehouden registratie. 2. Indien de gemeente hierom vraagt, is de Dierenambulance verplicht een samenstellingsverklaring van een onafhankelijke accountant te overleggen aan de gemeente.17 Dit gebeurt op kosten van de gemeente, tenzij blijkt dat de boekhouding verwijtbaar niet in orde is. Dan zijn de kosten voor de Dierenambulance. 3. De Dierenambulance staat ervoor in dat, bij de overdracht van het bedrijf aan een derde, of bij overdracht van de zeggenschap over het bedrijf aan een derde, de rechten en verplichtingen, zoals vastgelegd in deze overeenkomst, ongewijzigd door de derde worden overgenomen. In dat geval moet er voor de overdracht melding worden gedaan aan de gemeente. 4. De gemeente is op kantoortijden voor spoedvragen beschikbaar voor de Dierenambulance. Tenminste binnen 24 uur krijgt de Dierenambulance een reactie. Indien dit voor de gemeente tijdelijk niet haalbaar is, doet zij de Dierenambulance hierover mededeling. Artikel 10. Financiële verplichting 1.
Ten behoeve van de uitvoering van de activiteiten in de pakketten A tot en met E, verstrekt de gemeente een jaarlijkse subsidie van € 10.000 (€ 0,50 per inwoner). Dit subsidiebedrag wordt als voorschot overgemaakt op bankrekening NL33INGB0006973435 ten name van Stichting Dierennoodhulp West Nederland onder vermelding van ‘Voorschot subsidie’. De bevoorschotting vindt plaats in de maand januari. 2. Voor de te verrichten taken wordt door de Dierenambulance de volgende kosten in rekening gebracht: a. opvangkosten maximaal 2 dagen voor zoogdieren : € 35,00 (€ 17,50 per dag) b. opvangkosten maximaal 14 dagen voor reptielen : € 245,00 (€ 17,50 per dag) c. opvangkosten maximaal 2 dagen voor wilde vogels : € 10,00 (€ 5,00 per dag) c. opvangkosten maximaal 14 dagen kooivogels, pluimvee : € 70,00 (€ 5,00 per dag) d. Bewaarkosten maximaal 14 dagen van dode huisdieren : €. 35,00 (€ 2,50 per dag) e. Rit Dierenambulance : € 30,00 f. Totale administratiekosten per dier : € 2,50 De maximale termijn van 2 dagen opvang voor zoogdieren en wilde vogels kunnen bij de Dierenambulance incidenteel door omstandigheden tot maximaal 14 dagen verlengd worden. Het betreft hier dan bijvoorbeeld tijdelijke sluiting van de gespecialiseerde opvang in verband met vogelgriep, ziekte of onderbezetting personeel. Of geen plaats meer door overvolle dierenasiels. Artikel 11. Facturering 1.
In het eerste kwartaal, volgend na het subsidiejaar, overlegt Dierenambulance een inhoudelijk en financiële verantwoording over het voorgaande subsidiejaar. Deze verantwoording bestaat uit een gespecificeerde rittenregistratie volgens artikel 4 lid 2 van deze overeenkomst over vier kwartalen, waarin alle ritten worden verantwoord met de bijbehorende kostenberekening. Tevens wordt een jaarrekening en jaarverslag over het betreffende subsidiejaar toegevoegd. 2. Na overlegging van de stukken volgens lid 1, wordt door de gemeente bepaald of de toegekende subsidie, die als voorschot is verstrekt, definitief kan worden vastgesteld.
17
https://zzpdaily.nl/samenstellingsverklaring/
7
Artikel 12. Beëindiging van de overeenkomst 1. Deze overeenkomst kan in de volgende gevallen met onmiddellijke ingang worden opgezegd: - indien de Dierenambulance surseance van betaling aanvraagt, zijn eigen faillissement aanvraagt of failliet wordt verklaard, of enige andere Nederlandse of buitenlandse insolventiemaatregel op hem van toepassing wordt, waardoor hij het vrije beheer en de vrije beschikking over zijn vermogen verliest; - in geval van een ernstige tekortkoming van één van de partijen; - als één van de parttijen haar verplichtingen uit deze overeenkomst na een deugdelijke ingebrekestelling (voor zover vereist), niet behoorlijk of niet tijdig nakomt. Al dan niet blijkend uit de uitkomsten van een accountantsverklaring. 2. De opzegging moet worden gedaan bij aangetekende brief. Artikel 13. Fraude 1. In het geval van fraude of strijdigheden met de Wet Dieren, kan de overeenkomst met onmiddellijke ingang worden opgezegd. 2. In het geval van fraude of strijdigheden met de Wet Dieren in de uitvoering van de taken door de Dierenambulance, kan de gemeente naar eigen keuze in ieder geval een of meerdere van de hierna beschreven maatregelen treffen: a. de ten onrechte uitgekeerde betaling en gemaakte onderzoekskosten terugvorderen of verrekenen; b. melding c.q.
aangiften doen bij de bevoegde opsporings- en toezichtinstanties, zoals de FIOD, de NVWA, de Inspectiedienst van de Dierenbescherming of het Openbaar Ministerie. 3. De Dierenambulance houdt onverminderd de verplichting om, in ieder geval tot de overeenkomst is opgezegd, de overeengekomen diensten te blijven leveren. 4. De in dit artikel beschreven sancties laten onverlet het recht van de gemeente om nakoming en/of schadevergoeding te vorderen. Art. 14 Aansprakelijkheid 1. De Dierenambulance is aansprakelijk voor schade, geleden door derden als gevolg van haar eigen handelingen, handelingen van haar ondergeschikten en van andere personen die door haar ingeschakeld zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst. 2. De Dierenambulance vrijwaart de gemeente voor boetes en voor iedere aanspraak op schadevergoeding, ter zake van de onder het voorgaande lid bedoelde handelingen van haarzelf, van haar ondergeschikten of andere personen door haar ingeschakeld voor de uitvoering van deze overeenkomst. Artikel 15. Overige bepalingen 1. Op deze overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing. 2. Op deze overeenkomst zijn de inkoopvoorwaarden van de gemeente van toepassing. 3.
Voor zover de uitvoering van deze overeenkomst wezenlijk beïnvloed wordt door wijzigingen in de wet- of regelgeving en/of gemeentelijk beleid, zullen partijen overleg voeren over het al dan niet (gewijzigd) voortzetten van deze overeenkomst. Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend; Plaats: ………………………………………….…………
Datum: ……………………………….…………..
De gemeente Midden-Delfland, wnd. burgemeester, de heer Bram van Hemmen,
De Dierenambulance
8
namens deze, de heer / mevrouw
de heer / mevrouw
……………………………………………………………
……………………………………………………..
handtekening: …………………………………………..
handtekening: …………………………………...
9
Bijlage 1
DIERZIEKTES - ZOÖNOSEN Onderstaand treft u een lijst met regelmatig voorkomende dierziektes aan. Dit zijn ziektes, die tot grootschalige sterfte onder dieren kunnen lijden. En waarvan sommige dierziektes een risico voor de volksgezondheid kunnen inhouden, omdat zij bijvoorbeeld een zoönose zijn. In dat geval is een ziekte meldingsplichtig en heeft de GGD een rol bij de aanpak ervan. Deze lijst behoeft nog aanvulling. Het is een eerste opzet.
Diersoort
Zoönose Verantwoordelijke overheid Meer informatie
VOGELGRIEP (aviaire influenza) Komt vooral voor bij kippen, kalkoenen, eenden en wilde watervogels. Inmiddels zijn ook een aantal zoogdieren besmet geraakt. Zoals vossen, zeehonden en bunzings. Dit betekent dat ook honden en katten een risico lopen in het buitengebied. Ja De NVWA coördineert landelijk de aanpak Voor wat betreft de volksgezondheid is de GGD verantwoordelijk https://www.nvwa.nl/onderwerpen/vogelgriep-preventie-en-bestrijding https://www.nvwa.nl/onderwerpen/vogelgriep-preventie-en-bestrijding/vraagen-antwoord/melden-dode-wilde-watervogels
Diersoort Zoönose Verantwoordelijke overheid Meer informatie
https://www.rivm.nl/aviare-influenza BOTULISME Watervogels, vissen Nihil. Verloopt bij mensen via voedsel. Meldingsplichtige ziekte In geval van dode dieren: Gemeente en Waterschap ruimen kadavers. GGD. https://nl.wikipedia.org/wiki/Botulisme https://www.wur.nl/nl/OnderzoekResultaten/Onderzoeksinstituten/BioveterinaryResearch/Dierziekten/Bacteriele-ziekten/Botulisme-1.htm https://lci.rivm.nl/richtlijnen/botulisme Inschakelen van andere instanties In geval van voedsel gerelateerd botulisme, neem contact op met de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA, tel. 0900-0388).
• • •
• • •
Diersoort Zoönose Verantwoordelijke overheid
In geval van besmetting via drinkwater, neem contact op met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT is 24 uur per dag te bereiken op tel. 088-489 00 00). In geval van het aantreffen van dode dieren, neem contact op met uw gemeente of waterschap (zie ook Draaiboek Waterrecreatie en Infectieziekten). Er zijn goede afspraken tussen deze twee overheden over het verwijderen van de kadavers: de gemeente verwijdert dode vissen en vogels, die worden aangetroffen in parken, particuliere terreinen en op de waterkant. Het waterschap verwijdert de dode vissen en vogels drijvend op het water. Voor een lijst van alle waterschappen in Nederland (met adressen en telefoonnummers) zie http://www.waterschappen.nl. Voor diagnostiek: neem contact op met ‘Wageningen Bioveterinary Research’ (tel. 0320238238 of 06-65072134). Voor vragen over antitoxine: neem contact op met ‘Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding’ (onderdeel van RIVM) (tel. 088-689 70 00, 24/7).
MYXOMATOSE Ernstige vaak dodelijke konijnenziekte Nee. Virus is verwant aan de pokkenvirus. Verspreiding door muggen, vlooien en vliegen. Zwellingen bij de ogen, mond en anus. Bulten op oren, bij de mond en op de rug. Vervolgens longontsteking, gevolgd door overlijden. ---
10
Meer informatie
Zeer besmettelijke onderling overdraagbare aandoening met nog steeds kans op sterfte.
• •
https://nl.wikipedia.org/wiki/Myxomatose https://www.licg.nl/konijnen-en-knaagdieren/myxomatose-bij-konijnen/#voorkomen
MERELZIEKTE Voor merels dodelijk. Ook andere vogels vatbaar. Verspreiding door vogels en muggen. De ziekte komt ook voor bij paarden, knaagdieren en vleermuizen. Zoönose Ja. Mensen hebben meestal weinig last. Een heftig symptoom bij mensen kan zijn gezichtsverlamming, als gevolg van aantasting van de hersenen door het virus. Ondanks een kleine kans dat zoogdieren ziek worden van het virus, wordt het virus (usutuvirus) toch als potentieel gevaar voor mensen bestempeld. Verantwoordelijke Melding bij Sovon Vogelonderzoek, de Vogelbescherming en Dutch Wildlife overheid Health Center (Universiteit Utrecht) Meer informatie https://www.ivn.nl/afdeling/deventer/nieuws/het-usutuvirus-in-vogelvlucht DRAAINEKZIEKTE / DRAAIHALSZIEKTE / TORTICOLLIS Diersoort Een volièrevogel-ziekte. Komt ook voor bij slangen. Zoönose Ja. Mensen hebben klachten als hoesten, verkoudheid Verantwoordelijke --overheid Meer informatie Niets te vinden bij wilde vogels. Verschijnselen: Depressief. Stoppen met eten. Krijgen groenige gelige te dunne ontlasting, uiteindelijk met bloed erbij. Ze worden sloom/traag. Soms ademhalingsmoeilijkheden. PAPEGAAIENZIEKTE (psittacose, ornithose) Diersoort Papegaaien, maar ook parkieten, pluimvee, duiven, eenden, kalkoenen, kanaries en andere vogels Zoönose Ja. Meldplichtige ziekte. Verantwoordelijke Melding bij NVWA en bij de GGD. overheid Kadavers ruimen.
Meer informatie • https://www.rivm.nl/papegaaienziekte • https://www.wur.nl/nl/OnderzoekResultaten/Onderzoeksinstituten/BioveterinaryResearch/Dierziekten/Bacteriele-ziekten/Psittacose-ofpapegaaienziekte.htm HET GEEL: stadsduiven Diersoort Duiven en eventuele andere vogels (groenlingen, roofvogels, uilen) Zoönose Nee Verantwoordelijke --overheid Meer informatie • https://dwhc.nl/ziekten/trichomonas/ • https://www.bnnvara.nl/vroegevogels/artikelen/voorkom-de-vogelziektehet-geel VOGELPOKKEN Diersoort Diverse vogelsoorten; van duif en meeuw tot koolmees Zoönose Nee Verantwoordelijke --overheid Meer informatie Overdracht onderling en via insecten https://dwhc.nl/vogelpokken/ PARATYFUS / SALMONELLOSE Diersoort Huisdier: kippen, eenden, runderen, knaagdieren, reptielen, hond, kat. Wild: diverse, waaronder duiven, reptielen, egels. Zoönose Ja. Via voedsel en water. Vooral in het buitenland Meldingsplicht ziekte. Verantwoordelijke Ziekte (humaan) melden bij GGD. overheid Diersoort
11
Meer informatie
• • •
Diersoort Zoönose Verantwoordelijke overheid
Huisdieren Ja NVWA RIVM
Meer informatie
https://www.nvwa.nl/nieuws-en-media/actuele-onderwerpen/corona/f/dierenen-corona HONDSDOLHEID (Rabiës) Honden, vleermuizen, vossen en katten. De ziekte is dodelijk. Komt een (huis)dier in contact met een vleermuis, ga dan direct naar de dierenarts. Ja. Hondsdolheid is een van de ouds bekende zoönose. U kunt besmet raken via een beet, krab of lik van een geïnfecteerd dier. Infectie leidt tot zenuwverschijnselen. Let vooral op bij vleermuizen!! Ga bij twijfel direct naar huisarts. GGD. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) (telefoonnummer: 09000388) RIVM Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding (LCI). Rabiës, ook wel hondsdolheid genoemd, wordt veroorzaakt door een virus. https://www.rivm.nl/rabies/vleermuis-gevonden
Diersoort Zoönose
Verantwoordelijke overheid
Meer informatie
https://lci.rivm.nl/richtlijnen/paratyfus https://www.licg.nl/salmonellose/ https://dwhc.nl/second-dwhc-interim-report-hedgehogs/ CORONA EN HUISDIEREN
12
Bijlage 2 Vogelgriep: handreiking voor het opruimen van dode wilde vogels en de omgang met levende zieke vogels 11 februari 2021 Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Wilde vogels kunnen besmet zijn met hoogpathogene aviaire influenza (HPAI). Wanneer het vogelgriepvirus circuleert, kunnen er mogelijk besmette wilde vogels gevonden worden. Er is behoefte aan een protocol voor de omgang met dode wilde vogels die gevonden worden en zieke levende vogels die gevonden worden, en die mogelijk besmet zijn met HPAI. Opruimen dode wilde vogels Ten algemene geldt dat het bij de vondst van veel dode wilde vogels het raadzaam is om kadavers op te ruimen, los van een eventuele HPAI besmetting. In eerste instantie is de rechthebbende of beheerder van de grond waarop een kadaver zich bevindt verantwoordelijk voor het opruimen van dode wilde vogels. Dat kan een particulier zijn (tuin bij woning, grote natuurterreinen), Rijkswaterstaat (Rijkswateren of (auto)snelwegen), een provincie (provinciale wegen), een waterschap (provinciale wateren), ProRail (treinspoor) of een gemeente (lokale wegen, lokale wateren, andere lokale openbare ruimten). Wanneer dode wilde vogels mogelijk besmet zijn met HPAI, is het in het kader van diergezondheid en volksgezondheid van belang dat de kadavers worden opgeruimd.
Bij een vermoeden van vogelgriep is de Rijksoverheid verantwoordelijk voor het laten onderzoeken van de kadavers. Het opruimen van de dode wilde vogels is dan, in aanvulling op de verantwoordelijkheid van rechthebbenden of beheerders, ook een verantwoordelijkheid van de overheid. Het is dan ook een gezamenlijk belang dat het opruimen van dode wilde vogels tijdig en op een verantwoorde wijze gebeurt. De rechthebbenden of beheerders wordt gevraagd om de dode wilde vogels op te ruimen. Wanneer wordt geadviseerd dode wilde vogels op te ruimen? Normaal gesproken zullen niet alle dode wilde vogels die in een gebied worden gevonden worden opgeruimd door rechthebbenden of beheerders, bijvoorbeeld als het een enkel kadaver of een klein aantal vogels betreft. Wanneer er mogelijk sprake is van vogelgriep, wordt rechthebbenden of beheerders gevraagd om in de volgende situaties dode wilde vogels op te ruimen: • • • • •
Als er meer dode wilde vogels worden gevonden dan gewoonlijk in dat gebied. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het type gebied; bijvoorbeeld in een woonwijk kan een ander aantal dode wilde vogels als afwijkend worden gezien dan in een natuurgebied, en Als er een ophokplicht geldt in het gebied waar de dode vogels worden gevonden. Als recent vogelgriep is vastgesteld bij wilde vogels in het gebied waar dode wilde vogels worden gevonden. Het is dan aannemelijk dat er nog virus circuleert onder wilde vogels en dat dode wilde vogels mogelijk besmet zijn. Als er (veel) dode vogels op een hoogwater vluchtplaats worden gevonden en er een ophokplicht geldt in dat gebied. Als er wegens een uitbraak bij gehouden vogels een beperkingszone is ingesteld in het gebied waar de dode wilde vogels worden gevonden, geldt een verbod op het verplaatsen van kadavers, tenzij dit gebeurt om de kadavers te verwijderen.
Meldcriteria bij vondsten van dode wilde vogels
• •
Als op dezelfde plek 1 of 2 dode wilde eenden, zwanen of ganzen worden gevonden of tot 20 andere wilde vogels, dan kan dit worden gemeld bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC). Wanneer op dezelfde plek 3 of meer dode eenden, zwanen of ganzen worden gevonden of meer dan 20 andere wilde vogels, dan kan men dit melden bij het
13
landelijk meldpunt voor dierziekten via telefoonnummer (045) 54 63 188. Het veterinair incidententeam van de NVWA neemt dan contact met de melder op.
Werkwijze bij vondsten van dode vogels die bij de NVWA gemeld worden • • • •
De NVWA bepaalt of er monsters worden genomen. Als er monsters worden genomen regelt de NVWA transport en onderzoek van de monsters. De rechthebbende of beheerder van het gebied waar de vogels zijn gevonden zorgt ervoor dat de kadavers worden opgeruimd, nadat eventuele monsters door de NVWA zijn afgenomen. Op de website van de NVWA staat een handleiding voor het opruimen van dode wilde vogels.
Werkwijze bij vondsten van dode vogels die niet bij de NVWA gemeld worden • •
Het opruimen van de kadavers is ook raadzaam als er veel dode vogels worden gevonden waarbij geen besmetting met HPAI wordt vermoed, vanwege een algemener risico voor de volks- en diergezondheid. Het is aan de rechthebbende of beheerder van de grond om deze vogels op een verantwoorde wijze op te (laten) ruimen.
Opvang zieke wilde vogels Het opvangen van zieke wilde vogels is geen officiële taak voor overheden. Toch zullen bijvoorbeeld medewerkers van een dierenambulance, een boswachter of terreinbeheerder hier soms aan meewerken, al dan niet in opdracht van (lokale) overheden. Het regelen van de opvang is dan in principe de taak van degene die het dier wil op vangen. Als er een ernstige verdenking is van een besmetting met HPAI (grote aantallen zieke vogels bij elkaar, neurologische verschijnselen, gevonden in een regio waar eerder besmette vogels zijn gevolgen) dan kan het vanuit het oogpunt van dierenwelzijn wenselijk zijn de dieren uit hun lijden te verlossen. Vanuit het oogpunt van diergezondheid is het onverstandig deze vogels bij andere vogels te huisvesten (bijv. bij een reguliere vogelopvang), ook niet als er quarantainemogelijkheden zijn. Met het euthanaseren worden de risico’s voor dier- en volksgezondheid verkleind. Voor het euthanaseren is de desbetreffende dierenarts of elke andere persoon die de bevoegdheid heeft verantwoordelijk. Daar is een rapport over verschenen (voorjaar 2021) en daarvoor zijn regels opgesteld. Wildopvangcentra hebben protocollen ontwikkeld voor de opvang van vogels die mogelijk besmet zijn met vogelgriep, waarin bijvoorbeeld aandacht is voor quarantaineverblijven en hygiënemaatregelen. Dit is terug te vinden op het platform voor wildopvangcentra.
14
Bijlage 3
HANDLEIDING VOOR HET OPRUIMEN VAN DOOD GEVONDEN WILDE (WATER)VOGELS Deze handleiding is bedoeld voor medewerkers van de Dierenambulance, de Dierenbescherming en overige organisaties die worden ingezet bij het ophalen, verpakken en vervoeren van de kadavers van wilde (water)vogels. Het H5N8 virus dat momenteel wordt aangetoond bij wilde (water)vogels is voor zover nu bekend, niet gevaarlijk voor de mens. Toch is het belangrijk om wel de nodige hygiënemaatregelen in acht te nemen. Bij (water)vogels die in de vrije natuur zijn gestorven aan de vogelgriep, zal het virus vooral aanwezig zijn in de vogelpoep. Contact hiermee moet dus zoveel mogelijk voorkomen worden. Als u onderstaande hygiënische maatregelen volgt, is de kans dat u in contact komt met het virus zo klein mogelijk. De Dierenambulance, Dierenbescherming en overige organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor het voorhanden hebben van de volgende materialen: • • • • • • • • • •
Wegwerpoverall Latex wegwerphandschoenen Werkhandschoenen Stevige plastic overschoenen Mondkapje (minimaal FFP2 klasse) Sterillium Kadaverzakken Tie wraps of tape Schep, blik en schepnet Vuilniszakken
WERKWIJZE • • • • • • • • •
De medewerker zorgt voor vertrek dat alle benodigde materialen in de auto liggen en een duidelijke scheiding van schoon en vuil in de auto. Bij aankomst op de locatie waar de kadavers liggen, trekt de medewerker de bovenstaande persoonlijke beschermingsmiddelen aan. Over de eigen schoenen worden stevige plastic overschoenen gedragen. Kadavers NOOIT met blote handen aanraken. Raap de kadavers met een schep, blik of schepnet op en stop deze in een binnenstebuiten gekeerde kadaverzak. Maak de kadaverzak goed dicht met een tie wrap of tape. Inspecteer tevens de directe omgeving rond de kadavers op zieke en/of dode dieren. Na het verzamelen van de kadavers ontsmet u de handen met Sterillium. U trekt de persoonlijke beschermingsmiddelen uit, stopt deze in een vuilniszak en maakt de zak goed dicht. Hierna ontsmet u nogmaals de handen met Sterillium. De zak met kadavers, vuilniszak met persoonlijke beschermingsmiddelen én de gebruikte materialen worden aan de buitenzijde besproeid met Sterillium. De zak met kadavers en de vuilniszak worden op een reinigbare ondergrond in het vuile gedeelte van de auto vervoerd en vervolgens afgeleverd bij een kadaververzamelpunt van de gemeente.
Bij meer dan drie verse kadavers van watervogels op één locatie gevonden òf meer dan 20 kadavers van andere vogelsoorten, dient u contact op te nemen met de NVWA op telefoonnummer 045-5463188 voor eventuele nadere instructies. Geef bij de melding duidelijk aan:
15
- Uw naam, organisatie en telefoonnummer - Vindplaats, adres, postcode en plaatsnaam - Diersoort(en) - Aantal kadavers per vindplaats ZIEKTE NA OPRUIMEN VAN DODE WILDE (WATER)VOGELS Mocht u binnen 10 dagen na in contact te zijn geweest met kadavers van wilde (water)vogels toch griepklachten krijgen, neem dan contact op met uw huisarts of de GGD. Vertel dan dat er mogelijk contact is geweest met kadavers van wilde (water)vogels. Meld het ook bij de werkgever en de bedrijfsarts. Deze handleiding is afgestemd met het Landelijk Coördinatiecentrum Infectieziektebestrijding van het RIVM te Bilthoven Versie: 3.2
AI PRO 1224
16