B 169 Omgevingsdienst Haaglanden.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres
Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres
Aan:
De gemeenteraad van Midden-Delfland
Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 00 E info@odh.nl I www.odh.nl
Datum
Uw Brief
Ons Kenmerk
Afdeling
Contactpersoon
Bijlage(n)
Uw Kenmerk
Zaaknummer
Team
Telefoonnummer
30-6-2021 1
20 juni 2021 2021-13385 / 21Z.002135
Betreft
Reactie ODH ingediende zienswijzen Begroting ODH 2022
ODH18201 -
Bedrijfsvoering Financiën
C.M.J. Veerman 0621561992 Email
Cees.Veerman@odh.nl
Geachte leden van de raad, Het Algemeen Bestuur (AB) van de ODH heeft uw zienswijze op de begroting 2022 in goede orde ontvangen en betrokken in de vergadering van 30 juni bij de beraadslagingen over de begroting 2022. Het AB dankt u voor de door u ingediende zienswijze. In de bijlage treft u de reactie van het AB aan.
Hoogachtend, Namens het AB
Drs. R.S. Noé Plv. directeur/secretaris
Reactie zienswijze Midden-Delfland begroting ODH 2022 Het Algemeen Bestuur (AB) heeft met genoegen vastgesteld dat u kunt instemmen met de voorgelegde begroting 2022. U heeft tevens aandacht gevraagd voor een aantal onderwerpen. 1. Indexering U constateert dat de indexering op de deelnemersbijdrage conform de gemeentelijke kaderbrief is toegepast. Voor de wijze van indexering gaat de ODH uit van de in het Koersplan 2018-2021 opgenomen financiële uitgangspunten, waarbij voor de hoogte van de lastenstijging wordt uitgegaan van de werkelijke lastenstijging en dat indien de werkelijke lastenstijging niet vaststaat voor de bepaling van de lastenstijging wordt uitgegaan van de indexen zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning van september 2020. 2. Kosten Omgevingswet VNG en IPO hebben bij het Kabinet kenbaar gemaakt dat de kosten voor de implementatie van de Omgevingswet met inbegrip van de kosten van Omgevingsdiensten 1 tot 1,5 miljard euro bedragen. Onduidelijk is of dit bedrag kan worden terugverdiend zoals het Kabinet veronderstelt. De verwachtingen van legesheffing als inkomstenbron zal in dit kader niet te optimistisch moeten worden ingeschat door de beperking van het verlenen van vergunningen zoals met de wet wordt beoogd. Het voornoemde bedrag heeft geen betrekking op eventuele structurele meerkosten.
Een beeld over mogelijke structurele effecten kan pas na enige jaren ervaring met de uitvoering van de wet worden verkregen en zal alsdan, conform ook de bestuurlijke afspraken daarover, worden besproken of zoveel eerder indien nodig. De beoogde inwerkingtredingsdatum is thans voorzien op 1 juli 2022. Wij delen uw constatering dat de invoering van de Omgevingswet een lastenstijging van 10-12 procent tot gevolg kan hebben. Wij houden de verhouding tussen kosten en opbrengsten scherp in de gaten en sturen zo nodig bij. Uiteraard zullen wij zoeken naar mogelijkheden om intensiveringen als gevolg van de komst van de Omgevingswet binnen de reguliere exploitatie op te vangen waarbij het in het Koersplan 2018-2021 opgenomen uitgangspunt geldt dat een herstel van het evenwicht tussen lasten en baten niet mag leiden tot een vermindering van de kwantiteit en kwaliteit van de dienstverlening. 3. Verantwoording en sturing Wij zullen uw opmerking ten aanzien van de weerstandsratio meenemen bij het opstellen van een integrale nota “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” en “Reserves en voorzieningen” waarvan de vaststelling wordt geagendeerd voor het AB van november 2021. 4. Covid-19 De Sociale Partners buigen zich in de CAO onderhandelingen over de aspecten van thuiswerken na de pandemie.
In hoeverre de uitkomsten financiële consequenties hebben en langs welke weg daarvoor dekking wordt gevonden is nog niet bekend. Op dit moment wordt (in overleg met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland en de provincie als verhuurder) een huisvestingsvisie ontwikkeld waarbij het ‘hybride’ werken (thuiswerken en op kantoor) als uitgangspunt geldt. In de uitwerking wordt ingegaan op de gevolgen ervan voor de bedrijfsvoering inclusief de financiële consequenties. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat de financiële consequenties van het ‘hybride’ werken binnen de exploitatie worden opgevangen. 5. Toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken De mogelijke financiële consequenties van de adviezen van de Commissie van Aartsen of het rapport Doorontwikkeling Zuid- Hollandse Omgevingsdiensten zijn afhankelijk van het al of niet overnemen van deze adviezen. Het primaat hiervoor ligt niet bij het bestuur van de Omgevingsdienst. Een kabinetsstandpunt over het rapport van Aartsen ontbreekt en ook over het rapport Doorontwikkeling Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten heeft Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland nog geen standpunt ingenomen.
2