CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

B 140 CDA MD visie Duurzaam Boeren.pdf

Gemeenteraad 22 juni 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van derden3.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Visie CDA: Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland voor de komende generaties Inleiding In de commissievergadering van dinsdag 6 april 2021 heeft het CDA gereageerd op de brieven A 013 ‘uitvoeringsprogramma gebiedsvisie Midden-Delfland 2025’, A 014 ‘Jaarverslag Groenfonds MiddenDelfland’ en A 015 ‘Groen ondernemen een nieuwe landbouw 2021-2024’. Het CDA vindt dat deze brieven in samenhang belangrijk zijn voor het onderwerp “Stand van zaken gebiedsvisie” MiddenDelfland 2025 en vooral voor het vernieuwen en doortrekken van deze visie na 2025. De inhoud van wat het CDA heeft aangedragen werd door de commissie gedeeld, maar ook met de behoefte hier beter voorbereid op te kunnen reageren. Daarbij was er interesse bij de commissie om over dit onderwerp op een ander moment langer door te willen praten, gezien het belang voor onze gemeente en alle ontwikkelingen in de sector. Raadsbreed blijft overeind dat invulling van de open ruimte met een visie over na 2025 belangrijk voor het bestaansrecht van onze gemeente is en blijft. Juist de werkers in de open kern van onze gemeente, het landschap, waar bezoekers waarde aan hechten, hebben het moeilijk om hun bedrijf staande te houden. Voor onze eigen bewoners is het buitengebied vaak het belangrijke ommetje te voet met de fiets of met de boot.

Voor andere dan veehouderij ondernemers is het mooie gebied een belangrijk onderdeel voor hun uitstraling en marketing. Leefbaarheid, rust, sfeer en de agrarische bedrijvigheid zijn bepalend om graag te blijven wonen in onze kernen en de buurtschappen. De steden om ons heen prijzen graag ons open gebied aan bij het ontwikkelen van nieuwe wijken en bij verkoop van hun huis. Een gebied als MiddenDelfland is onmisbaar voor de grote steden, we weten nog erg weinig van de waarde van groen en rust voor de gezondheid voor mensen, wel is zeker dat dit positief is. Het CDA Midden-Delfland blijft van mening dat wat nu voor de komende vier jaar in A 015 “Groen ondernemen, een nieuwe landbouw 2021-2024” geschetst wordt als toekomstvisie, te mager en te weinig ambitieus is voor instandhouding van deze waarde. In dit document geeft het college aan dat ze met verschillende programmaonderdelen, -initiatieven en -instrumenten de (melk)veehouderij wil ondersteunen in haar rol als landschappelijk en economisch drager van het gebied. De CDA-fractie vindt dat de uitwerking van met name de punten “grond onder het bedrijf” en belonen van “kringloop prestaties” beter en ambitieuzer kan.

Om bedrijven voldoende economisch perspectief te kunnen blijven bieden kan bijvoorbeeld het ruimer toepassen van erfpacht (verlaging van aflossingsverplichting door minder te hoeven lenen voor de grond) en het beter belonen op kringloop producten bijdragen. Vanuit Europa komt er een Farm to Fork strategie voor vergroting afzet Bio producten. Mogelijk zit hier ook ruimte voor afzet vergroting Kringloop producten in als het met Bio te weinig gaat lukken. Biologische melk brengt voor de boer al jaren gemiddeld 12 cent per liter meer op, er is op dit moment weer ruimte om meer biologisch melk te kunnen afzetten bij coöperaties als Friesland Campina en EKO Holland. Er moet een beter perspectief voor kringloop landbouw komen dan nu het geval is. Hetzelfde geldt ook voor een beloning van activiteiten ten behoeve van biodiversiteit en landschap: nu is dit een vergoeding voor dingen die men moet laten (compensatie voor harde opbrengstvermindering) in plaats van een prikkel en beloning voor die activiteiten die waarde toevoegen. Zo’n systeem past ook meer bij het ondernemerschap in een Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Bovendien mist het CDA een verdere doorkijk na 2024. Voor ondernemers en het kunnen doen van investeringen is er behoefte aan consistent beleid, juist voor boeren met steeds grote wijzigingen in regelgeving en wijzigingen in financiering (zie volgende punt).

Dit zijn de redenen waarom het CDA onderstaande notitie ter bespreking wil inbrengen in de raad, met als opdracht aan het college dit verder uit te werken en uit te voeren.

Doelstelling Er komt de komende jaren veel op de boeren af, de stikstof problematiek, energie transitie, sterkere rendement regels van uit de EU bij financiering, Farm to Fork strategie (EU wil naar 25% bio landbouw in 2030) en ook de bewoners van dorpen en steden die steeds meer meekijken op het platteland. Deze notie gaat over vijf gedachtenlijnen die door verder uit te werken een bijdrage kunnen vormen om boeren in Midden-Delfland een toekomst te bieden. Doel is om boeren in Midden-Delfland een perspectief te (blijven) geven op voldoende rendement; een eerlijke boterham. Zodat ze in onze gemeente de dragers van het landschap blijven en beloond worden voor hun inspanningen om hun bedrijfsvoering duurzamer (minder uitstoot) te maken en meer te integreren met natuur-, groen- en waterbeheer. Als onze boeren hun bedrijfsvoering niet meer overeind kunnen houden bij gebrek aan rendement, dreigt grootschalige verrommeling en risico op nieuwe grondeigenaren met andere belangen, die tegenstrijdig kunnen zijn aan de belangen van het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Zeker ook de druk op woningbouw in de regio is daarbij een risico voor het overeind houden van het BPL op langere termijn. Om die eerlijke boterham te kunnen blijven verdienen is beloning van groene diensten van belang, maar ook het beheersen van bedrijfskosten.

Voor verduurzaming zijn steeds meer investeringen nodig denk o.a. aan andere of aangepaste stallen voor minder stikstof uitstoot, kleine windmolens, zonenergie op daken, elektrische voertuigen, investeringen tegen bodemdaling, natuurstroken, kruidenrijk grasland, e.d. Met name bij bedrijfsoverdracht komt dat ook steeds meer als knelpunt naar voren. Bij financiering van investeringen of aankoop van gronden kijken banken steeds meer naar aflossingscapaciteit en minder naar de onderliggende waarden van het onroerend goed. Steeds grotere financiering vraagt ook een steeds grotere aflossing verplichting. Om dit weer mogelijk te maken moeten bedrijven uitbreiden en intensiever gaan werken. Deze race naar steeds meer en groter zou in een gebied als Midden-Delfland doorbroken moeten kunnen worden zodat meer boeren zich nu en in de toekomst op vormen van kringloop en biologisch boeren kunnen richten. In

Weidevogels Midden-Delfland is nog steeds een gebied met verhoudingsgewijs veel weidevogels. Dit is mede te danken aan boeren die hier liefhebberij in vinden en de Vogelwerkgroep Delfland. Met het verder opschalen van de bedrijven loopt Midden-Delfland het risico dat het aantal weidevogels terug gaat lopen. Bij weidevogels gaat het niet alleen om de vogels zelf, maar het zegt ook iets over de biodiversiteit, bodemleven en voldoende insecten. De meeste melkveehouders in Midden-Delfland weiden hun koeien volgens de normen van Campina. minimaal 120 dagen 6 uur per dag. Door deze lage norm kunnen melkveehouders in het voorjaar vroeg eerst alles maaien en daarna de koeien naar buiten laten, dit maaien is juist in de kwetsbare weidevogel periode. Het zou goed zijn voor de weidevogels in Midden-Delfland om met bv de aanvullende normen vanuit de biologische landbouw te gaan werken, koeien naar buiten van 15 april tot 15 oktober, 8 uur per dag. Met deze normen gaan de koeien eerder naar buiten en worden delen dus pas later na voorweiden gemaaid. Ook hier moet dan een goed systeem van beloningen en controles toegepast worden, waarde vast en voor een lange termijn. De kennis hiervoor is bij bv Qlip of Vockestaert in huis, dit helpt de biodiversiteit en verder aantrekkelijk houden van het gebied.

ons gebied zal schaalvergroting steeds moeilijker worden en zal gekozen moeten worden voor waarde-vergroting (value not volume). Meer biodiversiteit en behoud van landschappelijke waarden zou het meetbare resultaat moeten worden van een proces waar het ondernemerschap van de grondgebonden bedrijven centraal staat. De vijf voorstellen die daarbij kunnen helpen, worden in onderstaande op een rij gezet, waarbij die deels al worden ingezet vanuit de gemeente Midden-Delfland. Daarbij is het ook goed om ons te realiseren dat wij landelijk gezien daarbij vooroplopen en dat ook nog veel meer kunnen laten zien Concrete voorstellen 1/ Bij uitbreiden met grond van bestaande bedrijven of bij een bedrijfsovername van stoppende boeren, waar financiering van grond moeilijkheden oplevert voor de continuïteit en de noodzakelijke omslag voor de toekomst, kan de gemeente hulp bieden. De gemeente kan op verzoek van boeren meedenken om een deel van de financiering op zich te nemen bij aankoop van gronden of bij bedrijfsovername voor de melkveehouderij. Het rendement op gronden in de veehouderij en open teelten is bijzonder laag. Toch is onroerend goed als onderpand noodzakelijk om een boerderij te kunnen financieren. Vanuit de EU komt er strengere regelgeving naar de banken toe in 2023 om meer naar het rendement te gaan kijken bij overname en minder naar de onderliggende waarde van het bedrijf.

Om dat rendement te verbeteren kan het aanbod van de gemeente zijn om tijdelijk in pacht of in een erfpachtconstructie de grond te financieren waarbij er voor de agrariër een eerste terugkooprecht moet gelden. Door afspraken te maken over duurzaam gebruik van deze gronden wordt ook de biodiversiteit en het landschap in Midden-Delfland geholpen. Als startfinanciering zouden de rijksbijdragen uit de IODS-gelden opgenomen kunnen worden als ook de bestaande grondposities van de gemeente (voormalige BBL-gronden). Dat betekent dat het beleid niet meer is het per se verkopen van de nu bij de gemeente in bezit zijnde gronden, maar de bereidheid deze in erfpacht uit te geven of als agrarische ruilgrond te behouden. Daarnaast de bereidheid vanuit de gemeente daar waar nodig gronden aan te kopen om in erfpacht uit te geven. Daarmee zou een soort grondbank ontstaan bij de gemeente, met als doelstelling boeren hiermee te ondersteunen in hun transitie naar verduurzaming en hun besteedbaar inkomen beter op peil te houden (omdat er immers niet meer geleend en afgelost hoeft te worden voor de grond in erfpacht). Deze verduurzaming zal moeten passen bij het vastgestelde beleid voor het Bijzonder Provinciaal Landschap.

Om concurrentie op de grondmarkt vanuit de gemeente te vermijden, zou dit bij bedrijfsoverdracht en/of aankoop van gronden alleen moeten gebeuren op verzoek van (beide) partijen (de stoppende en startende boer), zodat de gemeente niet de keus hoeft te maken welke boer wel of niet in aanmerking komt. Ook zal dit dan voor slechts een gedeelte van de gronden het geval moeten zijn. (de startende boer zal minimaal zelf ook een inbreng in de grondpositie moeten hebben). Ook voor zittende boeren zou maximaal een deel van hun grondpositie desgewenst door de gemeente kunnen worden overgenomen. Denk hierbij aan de landelijke signalering van boeren die door de huidige problematiek tegen een burn-out of erger aanlopen waar dit mogelijk ook kan helpen. Vanuit de gemeente gezien is dit vermogen voor vermogen (huidige beschikbare vermogen omzetten in grond), de door de gemeente te ontvangen canon is hoger dan de te betalen rente door de gemeente en de looptijden bij externe financiering door de gemeente staan gelijk aan de erfpachtstermijn. Daarmee loopt de gemeente geen tot nauwelijks financieel risico (de grondwaarde

zal zich eerder positief ontwikkelen), creëert de gemeente een financieel rendement (verschil te ontvangen canon versus te betalen rente, ook vanwege mogelijke staatssteun) en kan daarmee de personele inzet voor dit beleid bekostigen. Ook stimuleert de gemeente daarmee de verduurzaming van het landschap (maatschappelijk rendement). Mogelijk zou een maximum kunnen worden afgesproken voor de financiële omvang van een dergelijke grondbank en/of een samenwerking kunnen worden gezocht met andere, non-profit instellingen. De regeling moet generiek zijn zodat subjectieve afwegingen worden vermeden. 2/ Een beter systeem ontwikkelen om werk voor landschap en biodiversiteit te belonen. Nu worden vergoedingen pas toegepast als er iets nagelaten moet worden wat de opbrengst verminderd (bijvoorbeeld bij later maaien voor weidevogelbeheer met een compensatie voor de voederkwaliteit). Hier worden vaak de staatssteun toets criteria ingezet omdat dit wordt gezien als een stapeling van subsidies wat maar beperkt mogelijk is. We zouden meer naar een systeem moeten waar boeren hier ook aan kunnen verdienen door te voldoen aan criteria of kpi’s met hun specifieke ondernemerschap. Het anders boeren zou veel meer een ondernemerssysteem moeten worden met doelen om te realiseren waar het inkomen door toeneemt en landschappelijke doelen en meer biodiversiteit het resultaat moeten zijn.

Denk hierbij aan de biodiversiteit door melkvee in de weilanden wat weer prima past bij de zorg voor weidevogels. Niet meer de activiteiten of het nalaten daarvan moet worden beloond, maar de doelstelling; het hoe wordt dan aan de ondernemer overgelaten. Als blijvende en meer uitgebreide financiering hiervoor zouden nieuwe bedragen toegevoegd aan ons eigen Midden-Delfland Groenfonds moeten worden. Het Groenfonds is ontstaan waar woningbouw rond ons groene gebied zich ontwikkelde en een aantal gemeenten bereid waren een bijdrage te leveren voor het gebied waar de nieuwe inwoners recreatief gebruik van gingen maken. Dit was specifiek voor benoemde gebieden, denk aan woningbouw van Delft in de Harnaschpolder en nu de Dijkpolder bij Maasluis. Het systeem bestaat al vele jaren, de bedragen gingen namelijk nog over guldens, HFL 2500 per woning. Daarmee heeft dit fonds zijn maximum bereikt en krijgt geen nieuwe voeding voor het kunnen financieren van nieuwe zaken. De achtergrond is om zaken hieruit te belonen waar geen vergoedingen voor mogelijk zijn maar die wel belangrijk zijn voor behoud van ons landschap. Denk aan onderhoud knotbomen, kleine landschapselementen, aanpassingen voor erfvogels, behoud oudhollandse vee-rassen, behoud oud grasland, e.d. Boeren kunnen nu totaal voor max.

5.000 euro beloond worden uit dit Groenfonds, voor een verdien model moet dit bedrag naar een hoger maximum. Voor verbreding en uitbreiding van dit systeem zou in overleg en vanuit de Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH) en provincie Zuid-Holland ook ingezet moeten worden op bekostigingssystemen voor groen en blauw, naast de nu prioritaire focus vanuit de MRDH en de provincie op wonen, werken en infrastructuur (rood en grijs). Gedacht zou daarbij kunnen worden aan flankerend beleid bij woningbouwbijdragen voor groen en blauw, en aan afsplitsing van budgetten bij infrastructuur voor inpassing en compensatie. Deze bedragen zouden, net als in de huidige systematiek van het Groenfonds, kunnen worden opgenomen in een zelfstandig fonds. Deze fondsen waaruit beloningen voor groen en biodiversiteit (en wellicht bv ook voor recreatieve verbindingen) kunnen worden verstrekt, kunnen worden beheerd door een combinatie van gemeenten die zich verantwoordelijk voelen voor zo’n gebied (niet alleen bv het Bijzonder Provinciaal Landschap, maar ook de groengebieden op Voorne-Putten en in de Haagse en Wassenaarse duinen). Het college zou deze lijn binnen de MRDH en bij de provincie actief moeten promoten en stimuleren om dit op het niveau van de MRDH, de provincie of zelfs landelijk te gaan realiseren.

Midden-Delfland is een voorloper geweest om een Groenfonds op te richten waar onderhoud van landschappelijke elementen en bijdragen aan bovenwettelijke biodiversiteit plaats kan vinden. Met de realisatie van meer dan 100.000 woningen, die in de komende periode in de omliggende steden en dorpen moeten worden gerealiseerd, neemt de druk op het landschap en voorzieningen toe. Waar nu iets meer dan 2 miljoen randstedelingen genieten van ons mooie landschap, worden dat er in de toekomst wel 2,5 mln. Dat zal de druk er op zeker vergroten. Het mooi houden van het landschap en toch de boeren hun werk te kunnen laten doen gaat een ander ondernemerschap vragen dan alleen klassiek melkveehouder zijn. De maatschappelijke druk om meer biodiversiteit in graslanden te behouden, meer divers dan alleen hoogwaardige productie grasland, geeft ook kansen. Gelijk kan dan gewerkt worden om meer natuurgronden in een natuur inclusieve bedrijfsvorm te integreren met boerenbedrijven. Dat vraagt om kennis en vergoedingen met beloningen passend in andere manieren van ondernemen. Een blijvende en daarom zekere manier van financieren is nodig om boeren vertrouwen te geven hierin te gaan investeren.

Een dergelijk fonds (in uitgebreide vorm) kan niet alleen onze boeren meer financiële continuïteit bieden, maar ook een kleine gemeente als Midden-Delfland ontlasten bij de uitvoering van haar regionale taken en verantwoordelijkheden (investeringen en beheer van bovenlokaal groen, recreatie, natuur en landschap). 3/ Een deel van de boeren zal zich willen blijven richten op de wereldmarkt, voor Midden-Delfland zal dit steeds minder gaan passen dan in de meer grotere veehouderij gebieden van Nederland. Coöperatie vormen van burgers en boeren, b.v. CSA’s, gaan mogelijk toenemen in ons gebied. Hier ruimte voor geven naast boeren die zelf initiatieven ontwikkelen voor verbreding van producten is kansrijk. Het blijven ondersteunen, stimuleren en vergroten van de activiteiten van streekcoöperaties om eerlijke producten via korte ketens af te zetten, is dan ook van groot belang. Vermindering van milieuoverlast door beperking van transporten, draagvlak in de regio vergroten voor eerlijk voedsel van dichtbij en meerwaarde creëren voor de boeren (hogere marges en prijzen) is een breder belang. De gemeente kan actief stimuleren om producten van Midden-Delfland te vermarkten bij scholen, bedrijven en horeca in de omliggende regio (Delft, Rotterdam, Den Haag), door streek coöperaties actief te ondersteunen.

Dat verbetert het verdienmodel voor de boeren en vergroot het draagvlak in de regio en bij consumenten. Daarnaast actief blijven aansluiten bij projecten als “Rotterdam de Boer op” en andere korte-keten projecten gericht op afzet. 4/ In Midden-Delfland is een actieve groep jonge boeren actief, daarvan zijn er een handvol die graag willen starten en die ruimte is er ook gezien het aantal bedrijven waar nu melkveehouders wonen en werken zonder opvolger en boven de 65 jaar. De oudere generatie wil graag op hun familiebedrijf blijven wonen. Dit belemmert de doorstroming naar opvolging buiten het familiebedrijf, oplossingen zijn dan ook ingewikkeld omdat de starters dan niet direct op het bedrijf woonachtig kunnen zijn. Ook is het voor die starters heel moeilijk om in de directe nabijheid van hun nieuwe boerenbedrijf een woning te kunnen vinden. Aandacht voor deze problematiek, het bevorderen van vroegtijdig samenwerken tussen zittende en startende boer, meedenken met beide partijen en oplossingen aandragen kan het aantal bedrijven met jonge boeren vergroten. Hiervoor kan bijvoorbeeld overwogen worden om voor startende boeren op het bedrijf tijdelijk een extra woning (bijvoorbeeld in bestaande bebouwing op het erf, het splitsen van een woning, tijdelijk gedeeltelijk benutten van een stalgedeelte o.i.d.) toe te staan om deze bedrijfsopvolging in een overgangsfase vorm te geven.

Tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan voor een periode van maximaal tien jaar kan dan overwogen worden als maatwerk voor bedrijfsopvolging. Vraag is dan aan de gemeente om bijvoorbeeld op deze manier actief te zoeken naar oplossingen.

5/ Midden-Delfland mag tot slot ook best meer laten zien hoe bijzonder dit landschap op deze plek is. Aansluiten bij Groenblauwe initiatieven van uit de MRDH is bijvoorbeeld een kans om dit landschap met een agrarische bedrijfsvoering te laten stralen. In het hele land en op nationaal niveau vindt veel discussie plaats over de toekomst van boerenbedrijven en de zoektocht naar de verduurzaming hiervan. We mogen meer laten zien wat hier gebeurt, welke doelstellingen hier al bereikt zijn en welke instrumenten zijn en worden ingezet. We zijn immers zowel een gebied met nu nog (gedeeltelijk) gezonde melkveehouderijbedrijven, een recreatieve functie, met biodiversiteit op de bedrijven, natuur en voor watersport aantrekkelijk. Dit met een verstedelijkt en groot glastuinbouw gebied in en om ons heen. Wij kunnen ons meer als voorloper op dit gebied laten zien met een voorbeeldfunctie. Actieve promotie hiervan mag wat ons betreft nog meer plaatsvinden in samenwerking met alle ondernemers, partijen en maatschappelijke organisaties. Initiatieven als PUUR Midden-Delfland, de streekcoöperatie, het ondersteuningsprogramma “Duurzaam Boer Blijven” moeten de ruimte krijgen voor meer ondernemers om aan te sluiten. Nieuwe activiteiten in de zin van “Wees-Goed-en-Vertel-het” moeten ontwikkeld worden.

Labelling van producten en activiteiten kunnen de waarde van het gebied verder brengen en opbrengst verhogend werken. Een concreet promotieprogramma is wat ons betreft gewenst om dit meer invulling te geven voor de komende jaren. Tot slot Het CDA vraagt het college om met een uitgewerkt plan te komen in januari 2022 langs deze lijnen, wat al kan starten in de komende vier jaar en verder uitgerold kan worden naar de volgende jaren. We zijn op veel vlakken al jarenlang goed bezig, maar de toekomst vraagt om verdere, nieuwe inspanningen om perspectief te blijven geven aan ons gebied en de agrarische ondernemers op langere termijn. Het CDA ziet dat er veel gaat veranderen de komende jaren in de regelgeving en in het beleid, zowel Europees, landelijk als regionaal. Midden-Delfland moet daar met een concrete toekomstvisie en instrumenten zo op in spelen dat het niet een nauw harnas is, maar flexibel mee bewegende vrijetijdskleding. Graag wil de CDA-fractie over bovenstaande concrete voorstellen met de raad en het College van gedachten wisselen.

Namens de CDA-fractie Midden-Delfland, Arie van den Berg Schipluiden, juni 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=f1ba40ea-8baa-4a90-ab60-952df6d7a0f5