Aanvraagformulier Uitgebreid VU 2025
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: uitgebreid verzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Een gemeente maakt gebruik van dit formulier wanneer één van de volgende situaties van toepassing is: -
-
Voor een aanvraag voor het uitgebreide vangnet, waarbij een eigenrisicodrempel van 5% geldt. Hiervoor dient een gemeente over 2022, 2023 en 2024 voor minimaal twee van die jaren een tekort te hebben gehad van minstens 5%. Voor een aanvraag voor het reguliere vangnet (eigenrisicodrempel van 7,5%). Hiervoor dient een gemeente over 2023 en/of 2024 een vangnetuitkering te hebben ontvangen.
Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer een aanvraag wordt gedaan voor het uitgebreide vangnet.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025
1
De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
2
1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
3
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.
A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort In 2025 is het uitkeringenbestand licht gestegen van 178 naar 181 uitkeringen. Sinds de herfst van 2025 stabiliseert het bestand, maar de stijging over 2024 en (in beperkte mate) 2025 maakt dat de uitgaven zijn gestegen. Door de financieringssystematiek (financiering op basis van historische uitgaven) zijn we nog niet gecompenseerd voor de stijging van het bestand in 2024. Daar staat tegenover dat het moeilijk is om inwoners met een uitkering naar werk te bemiddelen. Zij hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt door problemen op verschillende leefgebieden. Afsluitend blijkt dat het bedrag aan verrekende inkomsten op uitkeringen gedaald is. Daardoor is de gemiddelde kostprijs van een uitkering gestegen. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college heeft in 2025 verder uitvoering en invulling gegeven aan het in 2024 vastgestelde Beleidskader re-integratie en participatie. Zo is de samenwerking met Werkse! geïntensiveerd, is een project voor anderstaligen met een afstand tot de arbeidsmarkt opgezet en is geïnvesteerd in kennis en kunde van klantmanagers. Ook het budget voor handhaving is per 2026 verhoogd. C.
Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Met de maatregelen op het gebied van re-integratie verwachten we dat ongeveer vijftien inwoners uitstromen naar betaald werk. Door extra inzet van handhaving verwachten we zeven extra cases op te kunnen pakken. Sturing vindt plaats in kwartaalgesprekken tussen management en beleid.
4
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X
De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
5
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
6
A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). A1.
Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente
Financieringssystematiek Het BUIG-budget van de gemeente Midden-Delfland wordt voor het grootste gedeelte (ca. 82%) gebaseerd op historische uitgaven. Dit vanwege het lage inwonersaantal. Sinds 2021 zien we een stijging van het uitkeringenbestand, maar door vertraging in de financieringssystematiek (t-2, dus gebaseerd op aantallen uit 2023) zien we dat het BUIG-budget achterblijft bij de gestegen uitgaven. Zie ook de volgende tabel:
Definitief BUIG-budget Lasten Resultaat Resultaat in %
2023 € 2.416.915,€ 2.878,169,€ 461.254,- (negatief) - 19,1%
2024 € 2.985.461,€ 3.212.654,€ 227.193,- (negatief) - 7,6%
2025 € 3.308.710,€ 3.545.485,€ 236.775,- (negatief) - 7,2%
Hoewel het BUIG-budget steeds meer in de buurt komt van de lasten, is er nog steeds sprake van een tekort. Hieronder hebben we dit grafisch weergegeven:
Budget vs. uitgaven € 4.000.000 € 3.500.000 € 3.000.000 € 2.500.000 € 2.000.000 € 1.500.000 € 1.000.000 € 500.000 €-
2020
2021
2022
2023
BUIG-budget
Lasten
2024
2025
7
Omvang bestand: instroom vs. uitstroom In 2025 is het aantal uitkeringen licht gestegen van 178 naar 181. Daarmee is de groei die we de afgelopen jaren zagen afgezwakt. Als we kijken naar de trend op langere termijn, zien we dit effect terug en stabiliseert het bestand zich vanaf de herfst van 20251:
Door de financieringssystematiek (zie hiervoor) zijn we nog niet gecompenseerd voor de stijging van het bestand in 2024. Dit draagt dus bij aan het tekort. Redenen instroom en uitstroom Hoewel het bestand beperkt gestegen is, is de instroom groter dan de uitstroom. De instroom in de bijstand blijft echter moeilijk te beïnvloeden, als we kijken naar de belangrijkste redenen: Reden instroom Plaatsing statushouder vanuit AZC Verhuizing uit andere gemeente Einde ander soort uitkering
Aantal 8 5 3
Reden uitstroom Betaald werk Verhuizing Bereiken AOW-leeftijd
Aantal 19 5 3
De instroom wordt grotendeels veroorzaakt door statushouders die een woning krijgen in onze gemeente. Daarnaast bestaat de instroom uit inwoners (vaak jongeren), die financieel ondersteund zijn door familie en vrienden die dat niet langer op kunnen brengen. Zij zijn ondergebracht in de categorie ‘Anders’. Kijkend naar de instroomredenen, dan zijn deze moeilijk beïnvloeden met preventieve maatregelen. De uitstroom wordt grotendeels gerealiseerd door uitstroom naar werk of opleiding. Hierin presteren we als gemeente vergelijkbaar met andere gemeenten, zo blijkt uit de Divosa Benchmark.
1 Dit is een trendgrafiek. Elke stip geeft het gemiddeld aantal uitkeringen over de afgelopen 12 maanden weer.
8
Kostprijs van een uitkering De kostprijs van een uitkering wordt onder andere bepaald door de verrekening van inkomsten. Het blijkt dat dit in 2025 is afgenomen, terwijl het normaliter elk jaar licht zou moeten stijgen (door indexatie van lonen en uitkeringen):
Het blijkt dat vooral het bedrag uit inkomsten uit parttime werk per werkende is gedaald. Het aantal inwoners met een uitkering dat parttime werkt is stabiel gebleven, maar zij werken minder uren en verdienen dus minder dan voorheen. De aanvullende uitkering is daardoor hoger. Doordat ons budget grotendeels historisch gefinancierd wordt (zie hiervoor), worden we pas over twee jaar gecompenseerd voor de gestegen kosten. Afstand tot arbeidsmarkt Uit een analyse van het uitkeringenbestand blijkt dat de afstand tot de arbeidsmarkt van uitkeringsgerechtigden groot blijft. Ook in 2024 is dit reeds geconstateerd. Medio mei 2026 is de verdeling van inwoners op de participatieladder als volgt: Trede Aantal Percentage Cumulatief 1 - Geïsoleerd 20 9,4% 9,4% 2 - Sociale contacten buiten de deur 58 27,4% 36,8% 3 - Deelname aan georganiseerde activiteiten 92 43,4% 80,2% 4 - Onbetaald werk 19 9,0% 89,2% 5 - Betaald werk met ondersteuning 23 10,8% 100% Totaal 212 100%
9
Ruim een derde van de mensen met een uitkering doet op dit moment niet mee in de samenleving (trede 1 en 2). Voor hen is uitstroom naar betaald ook niet realistisch. We zien dat deze groep wel kleiner wordt. Desalniettemin geldt ook voor de groep in trede 3 dat uitstroom naar betaald werk een lange weg is en veel inspanning zal vragen. A2.
Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren
Geïntensiveerd re-integratiebeleid 2025 is het eerste volledige jaar geweest van de nieuwe aanpak op re-integratie op basis van het Beleidskader participatie en re-integratie. We hebben hiermee meer mogelijkheden gekregen om een passend traject aan te bieden aan de inwoner dat past bij zijn of haar behoeften. Ook hebben we beter zicht gekregen op de belemmeringen van inwoners en wat er nodig is om hen een stap hoger op de participatieladder te krijgen. Uit bijvoorbeeld de verdeling van inwoners op de participatieladder zien we ook dat dit lukt, maar wel aanzienlijke inspanningen vraagt. Ook hebben de veranderingen tijd nodig gehad voor de klantmanagers. Dit maakt dat de effecten vertraagd zichtbaar worden. De volledige evaluatie van het beleidskader uit 2024 verwachten we in september 2026 aan te bieden aan de gemeenteraad. Scan voorliggende voorzieningen In 2025 heeft een gespecialiseerd bureau op basis van no cure, no pay het volledige uitkeringenbestand gescand op inwoners met mogelijk recht op een andere uitkering. De verwachting was dat dit zou leiden tot het beëindigen van een aantal uitkeringen en daarmee afname van de uitgaven. Uit dit onderzoek zijn echter geen inwoners naar voren gekomen. Dit heeft dus niet heeft geleid tot een reductie van het tekort.
Het bevestigt wel dat de kwaliteit van de uitvoering door klantmanagers over het algemeen goed is en het risico op onnodige uitgaven op dit vlak in de toekomst gering is. Inzet handhaving Door de handhaver zijn verschillende onderzoeken naar het recht op bijstand verricht. Dit heeft onder andere geleid tot een terugvordering van ten onrechte verstrekte uitkering, het afwijzen van een aanvraag en het voortzetten van het onderzoek naar het waterverbruik. Dit heeft nog geen terugvorderingen of beëindigingen opgeleverd, wel zijn er nog vijf uitkeringen in onderzoek. Daarnaast zijn twee onderzoeken verricht naar vermeend zwartwerken. Dit heeft echter niet geleid tot gevolgen voor uitkeringen.
10
B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2025 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2025 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2026 zijn getroffen. B1.
Beschrijving getroffen interne maatregelen
Intensivering samenwerking Werkse! en inzet Ontwikkelbanen In 2025 is de samenwerking met het sociaal ontwikkelbedrijf Werkse! geïntensiveerd, nadat de samenwerking in eerdere jaren beperkt was. Zo is het mogelijk om het product ‘Ontwikkelbaan’ in te zetten. Dit is een instrument waarbij een persoon vanuit de Participatiewet in dienst wordt genomen bij Werkse!. Doel is om te werken aan de competenties, vakvaardigheden en leefgebieden waardoor deze persoon succesvol kan uitstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Uitstroom naar beschut werk is bijvangst. Een medewerker kan maximaal drie jaar in dienst zijn in een ontwikkelbaan. Gemiddeld stromen de medewerkers na circa twee jaar uit de ontwikkelbaan. De ontwikkelbaan is een kostbaar en intensief traject. Daarom wordt het alleen ingezet nadat de kandidaat een assessment heeft doorlopen bij Werkse!. Dit is een diagnose instrument dat ongeveer acht weken duurt. Project activering anderstaligen: Groei & Go Sinds de zomer van 2024 wordt met verschillende re-integratiepartijen samengewerkt. Hierdoor is een breed aanbod aan instrumenten. In 2025 is echter gebleken dat er onvoldoende aanbod is voor een bepaalde groep inwoners. Het gaat om inwoners met: • • • •
Een te laag taalniveau voor de arbeidsmarkt Geen tot weinig werkervaring Een laag opleidingsniveau Een gebrek aan motivatie
11
Eind 2025 is daarom besloten een apart traject in te kopen voor deze groep. De omvang van de groep biedt mogelijkheden om een combinatie van groepsactiviteiten en individuele activiteiten aan te bieden. Doelen van het traject zijn het on the job verbeteren van de taal van inwoners, verbeteren van werknemersvaardigheden en uiteindelijk stijging op de participatieladder. Het traject duurt 27 weken. Medio maart 2026 is gestart met een groep van veertien inwoners uit Maasland. In mei 2026 starten we met groep inwoners uit Schipluiden en Den Hoorn. Uiteindelijk doel van het traject is dan minimaal 70% van de deelnemers minimaal één trede op de participatieladder stijgt. Op deze manier zijn zij klaargestoomd voor deelname aan een regulier traject richting betaald werk. Verhogen budget handhaving In de begroting van 2026 is € 15.000,- extra vrijgemaakt voor handhaving. Hiermee kunnen we onze handhaver meer uren inzetten voor onderzoeken naar mogelijk onterechte verstrekkingen van bijstand en bij aanvragen die worden gedaan (“streng aan de poort”). Hiermee verwachten we zeven extra cases te kunnen behandelen.
12
B2.
Beschrijving getroffen externe maatregelen
Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Versterken professionalisering uitvoering a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? Het rapport Verklaringen voor tekorten en overschotten op het bijstandsbudget van AEF en De Beleidsonderzoekers dat in juni 2023 is opgeleverd. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Het rapport stelt dat investeren in de professionaliteit van consulenten in de uitvoering loont, met name door te investeren in de relatie tussen inwoner en klantmanager. Dat vraagt bepaalde vaardigheden van consulenten. Gebleken is dat de effectiviteit van consulenten voor een groot deel daardoor bepaald wordt.
c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Op verschillende manieren versterkt de gemeente de professionaliteit van de uitvoering. Klantmanagers moeten een ontwikkeling doormaken van specialist op het gebied van inkomen of inburgering naar specialist op het gebied van werk en inkomen resp. werk en inburgering. Daarom krijgen zij in het voorjaar van 2026 allemaal de opleiding ‘Consulent werk’. Deze wordt in company gegeven, zodat hij kan worden afgestemd op de specifieke situatie in MiddenDelfland. Ook is vanaf februari 2026 een senior klantmanager werk aangesteld. Zij heeft negen maanden lang één dag per week vooral als taak de klantmanagers W&I en Inburgering te coachen op gespreks- en coachingsvaardigheden. Hiermee bestendigen we het lerend effect van de opleidingen en passen we dit toe op de werkvloer. Aandacht voor inzet loonkostensubsidie a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest?
13
In het jaarlijkse gesprek met Divosa over de Benchmark is gebleken dat Midden-Delfland minder loonkostensubsidies verstrekt dan andere gemeenten. De positieve effecten van de inzet van loonkostensubsidies blijken bijvoorbeeld uit de maatschappelijke kosten en baten analyse (MKBA) die in 2024 is uitgevoerd door Berenschot in opdracht van Divosa en Cedris. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Loonkostensubsidie wordt op twee manieren ingezet. Het kan als een structurele compensatie voor verminderd arbeidsvermogen van de werknemer, maar ook als opstapje om iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt met werken te laten te starten bij een werkgever. Door tijdelijk een loonkostensubsidie te verstrekken, kan iemand de kans krijgen om een werkgever zijn of haar capaciteiten te laten zien. Om die reden hebben we in 2024 al in onze reintegratieverordening vastgelegd dat een brede doelgroep gebruik kan maken van de loonkostensubsidie. Naar nu blijkt is het gebruik daarvan echter beperkt. Uitgaven aan loonkostensubsidies worden volledig vergoed in het BUIG-budget op basis van gerealiseerde uitgaven. Dat betekent dat een inwoner met een uitkering die aan het werk gaat met een loonkostensubsidie, altijd bijdraagt aan het terugdringen van het BUIG-tekort. Daarnaast zijn er andere maatschappelijke baten.
c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? De mogelijkheid om loonkostensubsidie te verstrekken voor een brede doelgroep is nogmaals onder de aandacht gebracht bij klantmanagers en re-integratiepartners. Ook is met een aantal re-integratiepartners gesproken over de afwegingen om loonkostensubsidie wel of niet in te zetten.
14
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. Van de maatregelen op het gebied van re-integratie (samenwerking Werkse! en project Groei & GO) verwachten we vijftien inwoners die uitstromen. Door het verhogen van het budget voor handhaving verwachten we zeven extra cases op te kunnen pakken. De effecten van het versterken van de professionalisering van de uitvoering zijn moeilijk te kwantificeren. We verwachten hiervan dat klantmanagers hun werk beter en effectiever gaan doen. Dat zal ook tot een efficiëntieslag leiden. C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord.
Elk kwartaal is er een overleg tussen management en beleid waarin aan de hand van een aantal KPI’s (zoals omvang uitkeringenbestand) de ontwikkelingen worden besproken en zo nodig bijgestuurd. Dit is vervolgens de basis om eventueel (financieel) bij te sturen in de periodieke begrotingswijzigingen.
15
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: M.A.I. Born De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: F.I. Noordermeer – Van Slageren
16
2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Midden-Delfland stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: F.I. Noordermeer – Van Slageren De griffier,
Naam van de ondertekenaar: W. Tieman 17