CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

A 25081 Afschrift brief met zienswijze Midden-Delfland op Herziening Omgevingsbeleid 2025

Commissie 10 februari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven college met zienswijzen over provinciale plannen2.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

" im Gemeente ” ÉÉÉ Midden-Delfland

Annavan Raesfeltstraat37, Postbus 1, 2636 ZG Schipluiden T (015) 380 41 11, F (015) 380 99 92 E gemeente@middendelfland.nl , I www.middendelflandml

ritta^hc'

ProvincieZuid-Hoiiand t.a.v. Team Omgevingsbeleid Postbus 90602 2509 LP DEN HAAG

Ons kenmerk Uw briefvan Bijlage

959501 6 november2025

Onderwerp Zienswijze Herziening Omgevingsbeleid 2025

1 1 DEC 2025 Datum 12 december 2025

Geachte heer, mevrouw. U stelt onsin de gelegenheid om een zienswijze in te dienen opde ontwerpherziening2025 van het provinciaal omgevingsbeleid. Onze zienswijze bestaat uit een algemene reactie opde herziening en een reactie per beleidsdoel, waarbij wij zo nodig ingaanopde doorwerking vandat beleidsdoel In het omgevingsprogrammaen de omgevingsverordening. In een aantalgevallen verwijzen wij naar het samenwerkingsverbandRuimte in de Haagse Regio. Algemeen

Wij steunende inzet van het provincialebeleid om ontwikkelingenmogelijk te maken,de kwaliteit van het woon-en leefmilieu en van het economischevestigingsklimaat te versterken en daarbij het onbebouwdebuitengebied opente houden, voorde natuur,de landbouwen als recreatief uitloopgebied.Uit het Omgevingsprogramma blijkt de forse inzet van de provincieopde diverse de onderlinge beleidsterreinen. Dit wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd zien wij als aandachtspunt samenhang en integratie van beleidsvelden in éénintegrale visie. Wij onderschrijven het belang van regionaalen lokaalmaatwerken de noodzaak om daarover afsprakente maken. Regionalegebiedsprogramma's kunneneen goed middel zijn om dit te bereiken. Wij werken dit graag uit voorde Haagse Regio met de andere Haaglandengemeenten en het Hoogheemraadschapvan Delfland. Een terugkerend puntvan kritiek is de keuze om het provincialeomgevingsbeleid elk jaarte herzien. Wij denken dat het werken met regionalegebiedsprogramma's en bestuurlijkeafspraken het mogelijk maken om de visie en de verordening minder vaakte herzien. Beleidsdoel2.1 Duurzameen veiligebereikbaarheid voor iedereen

Ten behoeve vaneen goede bereikbaarheid zorgt de provincievooreen goed functionerenden verkeersveilige provincialeinfrastructuur, goed openbaar vervoer en stimuleert zij veilig, gezond en duurzaamreisgedrag.

MIX

FSC

Papl«rvan vorantwoorde harkomat

FSC* C003606

Veryoerarmoede Naaraanleidingvan dit beleidsdoei vragen wij aandachtvoorde vervoersarmoedevan het deel van onzeInwonersdat dooromstandigheden geen gebruik kan makenvande fiets of de autoen noodgedwongenis aangewezenop het openbaar vervoer, zoalssenioren.Voorhen Is het belangrijk dat er mobiliteitsoplossingen zijn die passenbij hun situatie. Hoewel dit een verantwoordelijkheidis van de MRDH, is het wenselijk dat de provinciehaar rol paktdoorhet stellen vande juiste randvoorwaarden. Kwetsbaarheid vanhetlokaleopenbaarvervoerssysteem Goede en betrouwbarebusverbindingenvanonzedorpenmet Maassluis,Delft en Schiedam zijn essentieel. De gevolgen van de werkzaamheden aande N468voordeze busverbindingenlatenzien hoe kwetsbaar onsopenbaar vervoersysteem is en welke impactdit heeft ophet leven van het deel vanonzeinwonersdat is aangewezenopdat openbaar vervoer. Slulpverkeer De grote verkeersdrukte opde Rijkswegen A4en A20 zorgt voorveel sluipverkeerdoorMiddenDelfland. Dit sluipverkeerleidt tot verkeershinder en verkeersonveilige situaties. Deze verkeersdrukte zal verder toenemendoorde verstedelijking van de Zuidelijke Randstad.Goed mobiliteitsbeleid opnationaal en provinciaal niveauen het bevorderen vande keuze voorde fiets en/ofhet openbaar vervoer opalle schaalniveausis vangroot belang in relatie tot de verkeersdrukte opde snelwegen en het sluipverkeer. Beleidsdoel3.1: Energietransitie

Wij constaterendat de energietransitiein het provincialebeleid in hoofdzaaksectoraalwordt ingestoken. De ruimtelijke inpassingvan de energietransitie in samenhang met de het bieden van ruimte aanandere opgavenvormt een uitdaging die vraagt om een zorgvuldig ontwerpvande betreffende maatregelen. Zo kunnenwindmolenseen grote impacthebben opde beleving van waardevollelandschappen,als het BijzonderProvinciaalLandschapvan Midden-Delfland. Dat geldt ookvoorwindmolensin stedelijke gebieden die grenzen aandeze landschappen.Dat vraagt om een goede afstemming tussengemeenten. Wij vinden het belangrijk dat de provinciehet belang vandie onderlinge afstemming actief uitdraagt. Mocht dit onderwerplandenin de regionalegebiedsprogramma's dan vragen wij aandachtvoorhet feit dat het BijzonderLandschapvan Midden-Delflanden de aangrenzendestedelijke gebieden vallen in twee verschillende regio's, namelijkde Haagse Regio en de Rotterdamse Regio. Overigens vallen beide regio's in de RES Rotterdam-DenHaag. Ten aanzienvan de RES vragen wij aandachtvoorde rolverdeling tussen provincie,RES en gemeenten als het gaat om de programmatische aanpak van de energietransitie. De energietransitievande glastuinbouwen de melkveehouderij kan ookgevolgen hebben voorhet landschapen het woon-en leefklimaatvanonzeinwoners.Daarbij denken wij aan aardwarmteprojecten en mestvergisters.

Deze ontwikkelingenvragen om een integrale afweging, maardat staatopgespannenvoet met sectoraleregelgeving van Rijk en provincie.Het risico bestaat dat agrarisch ondernemersin een positiekomendat zij moetenvoldoenaantegenstrijdige regelgeving van Rijk, provincieen gemeente. Beleidsdoel4.1:Toekomstbestendig economischvestigingsklimaat

Wij herkennenonsin het streven naareen toekomstbestendige economiemet een gezond en aantrekkelijkvestigingsklimaat voorhaar ondernemersen inwonersen ondersteunen het streven naarversnelling vande transitiesin brede zin. Wij begrijpen het uitgangspuntdat de beschikbare milieugebruiksruimteopbedrijventerreinenzo optimaalwordt benuten dat er ruimte blijft voorbedrijven die vallen in een hogere milieucategorie.

Wel geven wij ten aanzienhiervan de voigende aandachtspunten mee: •

•

•

•

Het is niet reëei om bedrijven die niet volledig gebruik makenvande maximaie miiieugebruiksruimte uit te sluitenvan de zogenoemde zware bedrijventerreinen.Wij vinden dat maatwerk mogelijk moet blijven voorbedrijven die zich al gevestigd hebben op zo'n bedrijventerrein en dat zij ookde mogelijkheid krijgen om in de toekomst(beperkt) te kunnengroeien; Voorhet functioneren van het economischeecosysteem opeen zwaarbedrijventerrein kan het nodig zijn dat bedrijven in een lagere milieucategorieënhier permanentworden toegestaanals zij ondersteunendzijn aanzwaardere bedrijven opdat terrein; Het handhaven van hogere milieucategorieënmag er niet toe leiden dat (zwaardere) bedrijven worden ontmoedigd om maatregelen te nemenom de milieu-impacte verkleinen; Het beleidsuitgangspuntmag niet leiden tot leegstand en achteruitgang opde terreinen. Vrijkomendegebouwen en percelenzijn immers niet per definitie geschikt voorzwaardere bedrijven.

Lokalebedrijventerreinen In Midden-Delfland is sprakevanenkele lokale bedrijventerreinendie deel uitmakenvande dorpskernen.Daarbij gaat het om het te ontwikkelenbedrijventerrein Hooipolderin Den Hoorn,het bedrijventerrein aande Zouteveensewegin Schipluiden en het Ambacht in Maasland.Wij zien hier mogelijkheden om deze terreinente ontwikkelenals woonwerkgebieden.De lokale bedrijven veroorzakenrelatief weinig milieuhinder. Doormeervoudig ruimtegebruik en gestapeld bouwen gaat een dergelijke ontwikkeling per saldo niet ten koste van het vloeroppervlak aanbedrijvigheid. Ook nemendaardoorde mogelijkheden toe om nieuwewoningente bouwenbinnenhet bestaand dorp- en stadsgebied. Een dergelijke aanpak zouwel kunnenbetekenen dat wij behoefte hebben aantijdelijke schuifruimte om herstructurering van bedrijventerreinenmogelijk te maken. Wij gaan daar graag met u over in gesprek. Te ontwikkeien iokaalbedrijventerrein Hooipoider U heeft aangegeven dat u voornemensbent het te ontwikkelenbedrijventerrein 'hooipolderzuid' aante duiden als 'bedrijventerrein'. Hoewel wij voornemenszijn om de particuliereeigenaren van de betreffende gronden hier een bedrijventerrein te laten ontwikkelen,voorzietde vigerende uitwerkingsplicht ookde functiewonen,waaronderhet behouden van een aantalbestaande woningenin de vorm van lintbebouwinglangs de Gaag.

Vanuitde beeldkwaliteit van het gebied zien wij als gemeente ookeen belang van het behoud en de verdere ontwikkelingvan het bebouwingslintlangs de Gaag. In die zonebehouden wij graag de mogelijkheid om het planologischbestemmen van (bestaande)woningenmogelijk te houden. Daarbij merken wij opdat het oorspronkelijk stedenbouwkundigplanvoorzag in een ruime bufferzonemet groen en water tussendeze woningenen de nieuwte ontwikkelenbedrijfskavels. Wij vragen de provinciemet haar aanduidinghier rekening mee te houden. Wij gaan ervan uit dat, omdat het vigerende en onherroepelijkebestemmingsplanin het verleden uw formele goedkeuring heeft gekregen, wij daar ookuitvoeringaankunnengeven. Beleidskeuze 5.1.2Beschermen en versterken bestaande natuur en soorten

Als gevolg vande herziening van het provinciaal beleid worden de belangrijkste weidevogelgebieden strikter beschermd. Ook wordt in totaaleen groter oppervlakaangebied beschermd. Gelet ophet feit dat weidevogels onderdruk staan,vinden wij dat een goede beleidsverandering. Het beschermen vande weidevogelnatuurmaaktookdeel uit van ons gemeentelijk beleid als verwoord in onzeOmgevingsvisie. De regels vande omgevingsverordening worden zo aangepastdat het mogelijk wordt om een significantevermindering van het oppervlak,de kwaliteit of de samenhang vaneen weidevogelgebied elders in het weidevogelgebied te compenseren.Dit maakthet mogelijk om een afnamevan het oppervlakvan een gebied te compenserendoorhet verbeteren vande kwaliteit en de samenhang in datzelfde gebied.

Wij vinden het positief datzo wordt bevorderd dat compensatiemaatregeien ten goede komenaan hetzelfde gebied dat getroffen wordt doorde negatieve effecten vaneen ruimtelijke ontwikkeling. Verder constaterenwij dat het aanscherpenvandeze regels niet leidt tot meer beperkingen voor de melkveehouders in Midden-Delflanddoordatrekening wordt gehouden met gevestigde rechten van bestaandeagrarische bedrijven en burgerwoningen. Ten aanzienvan de regeling vragen wij onsaf hoe wordt bepaaldof er al dan niet sprakeis van een significante beperking van de instandhoudingen ontwikkelingvan de kenmerkenen waarden van een gebied en/ofeen significantevermindering van het oppervlak,de kwaliteit of de samenhang vaneen weidevogelgebied. Ook vragen wij onsaf hoe wordt bepaaldof de compensatiein een redelijke verhouding staattot de verlorenwaarden.Wij horen graag of daar een leidraad voorbestaatof dat een dergelijke leidraad in de nabije toekomstwordt opgesteld. Ten aanzienvande formuleringvanartikel 7.43ja,lid 4missen wij een bepaling over het tijdstip van het treffen van de compensatiemaatregelen en het tijdstip dat de compensatiemaatregelen (naarverwachting) effect zullen hebben. Vanuitoogpuntvande instandhoudingvan weidevogelnatuuris het wenselijk dat negatieve effecten tijdig worden gecompenseerd.

Het stellen van een termijn aanhet treffen van compensatiemaatregelen maakthet ookmogelijk om handhavend opte treden als deze maatregelen niet tijdig worden genomen. Beleidsdoel6.2: Ruimte en landschap

Gezien de omvang en de nieuweteksten onderdit beleidsdoel, wordt per beleidskeuze een reactie gegeven. Bij beleidskeuze 6.2.1 gaan wij in een apartealineain ophet gebiedsprogramma. Beleidskeuze 6.2.1: Toekomstbestendige ruimtelijkeontwikkeling

Wij kunnenonsvinden in het streven naareen toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling, waarbij de beperkte beschikbare ruimte beter en efficiënterwordt benuten de juiste functielandt opde juiste plek. De nieuwebeschermingscategorieën voorde onbebouwderuimte zijn navolgbaar,maarworden naaronzemening met name rond de dorpente stringent toegekend. Voorde leefbaarheid vanonzedorpenis het noodzakelijkom woningentoe te voegen, met name voorMaaslanden Schipluiden. Wij zetten onsin voorverdichting binnende dorpskernen.Dat staat ookin onzeOmgevingsvisie. Het blijkt echter in de praktijklastig om opinbreidingslocaties voldoendewoningenin de juiste categorie te realiseren. Dat heeft te maken met de beperkte omvang vande inbreidingslocatiesen de voorwaardendie ontwikkelaarsen de woningcorporatie stellen aanwoningbouwprojecten om te komentot een voorhen haalbaarproject. Daarbij gaat het onderandere om een minimaalaantalwoningenen het voorkomenvan"gespikkeld bezit" om de ontwikkelingmogelijk te kunnenmakenvooreen ontwikkelaaren/ofwoningcorporatie. Dat maakt dat wij nu kansrijke, nieuwelocatieonderzoekenom optermijn woningente bouwen.Enkele van die potentiëlelocaties liggen aande dorpsranden,waarbij wij kansenzien voorhet verbeteren van de overgang tussendorp en landschap.

Hoewel de provinciehet bouwenvan nieuwewoningenaande randenvan dorpentoestaatonder het motto"straatjeerbij", passenhet bouwenaande dorpsrandenvan Maaslanden Schipluiden helaas niet binnenhet provinciaalbeleid. Dit vanwege het beschermingsniveau (categorie 1 en 2) van het aangrenzendelandschap.Wij vragen u om in het provinciaalbeleid de mogelijkheid opte nemenom vande betreffende regel af te wijken als dat nodig is vanuitoogpuntvan leefbaarheid en vitaliteit vande dorpenéndit per saldo een kwaliteitsverbetering oplevert. Wij zoudenhet procesvande regionalegebiedsprogramma's willen benuttenvoorhet maken van afsprakenover dit onderwerp.

Het is belangrijk dat er ookin de beschermde gebieden in het buitengebied ruimte is voor passenderecreatiemogelijkheden. Met de toenemendeverstedelijking is het de opgaveom de recreatiedrukopde natuurgebiedenen waardevolleagrarische landschappenin banente leiden, waarbij het belangrijk is de draagkracht en de kwaliteit van deze gebieden bij toenemende in het oog te houden. bezoekersaantallen Dit vraagstuk heeft een hoge urgentie omdat in onzeregio het laagste percentagegroen per inwonerbeschikbaar is ten opzichte vande rest van Nederland. De uitwerking vande toekomstige behoefte aanrecreatiegebieden moet daaromin samenhang worden gezien met de opgavenvande toekomstbestendige verstedelijking, de mobiliteitsbehoefte en in samenhang met de bescherming van het open,agrarische landschep. Het bieden van ruimte voorde toekomstige recreatiebehoefte die pastbij het robuusteregionale groenblauwenetwerk zoudeel moetenuitmakenvaneen integrale, samenhangendevisie vande provincieop het onbebouwdgebied in relatie tot het bestaandstads- en dorpsgebied die is afgestemd met het programmaNOVEX Zuidelijke Randstad.Zo zien wij mogelijkheden om het recreatief medegebruik van het agrarisch landschapte vergroten in combinatiemet de aanleg van noodwaterbergingen.Evenwel zien wij als nadeel dat het nettooppervlakaanlandbouwgrond hierdoor afneemt.

Deze afnamemag er niet toe leiden dat de agrarisch sector als lokaalsysteem niet meer kan functioneren. Regionale gebiedsprogramma's De ontwikkelingvan regionalegebiedsprogramma's is een nieuwonderdeel in het Omgevingsbeleid. Dit is voorde provincieeen middel om de Ruimtelijke Koers (Ruimtelijk Voorstel) en het Omgevingsbeleid gebiedsgericht verder uit te werken, met ruimte voormaatwerkper regio. De provincieis recent, samen met de gemeenten en waterschappenin de regio's, gestart met dit proces. De Haagse regio steuntdit idee en werkt opdit momentsamen met de provincie,om het gezamenlijke regionale Gebiedsprogrammavoorde Haagse regio procesmatig en inhoudelijkvorm te geven. De Haagse regio werkt graag samen met de provincieaande verdere vormgeving vande samenwerkingen paktde integrale ruimtelijke vraagstukkenin de Haagse regio graag samen met de provincieop. Wel vragen wij aandachtvoorhet efficiëntinzettenvan de bestuurlijkeen ambtelijke capaciteiten behoeve van regionaleoverlegverbandenen het bewaken van de samenhang tussendeze overlegverbanden. Aanpassing begrenzing Zuidrand Schipluiden Wij zijn al enkele jaren met u in gesprek om te komentot een woningbouwontwikkeling aande Zuidrandte Schipluiden. De aanduiding'Kroonjuweel'is hier daarvooral dooru verwijderd.

Daarnaasthebben wij in goed overleg met u het woningbouwprogramma significantaangepastom meer (sociale)woningbouwmogelijk te maken. Recent hebben wij in de voorbereiding een PFASvervuiling aangetroffendie gesaneerd moest worden en tot een vertraging heeft geleid. Recent is onsambtelijk te kennengegeven dat met het nieuwebeleid de motiveringsplichtenen de kaders binnenbeschermingscategorie 2 en 3 (groene buffer, buitengebied) strenger worden, waardoordit woningbouwplan geen doorgang meer kan vinden. Daarbij werd de oplossing aangereiktom de aanvraagomgevingsvergunning in te laten dienen voorde inwerkingtreding van de herziening van de Omgevingsverordening. Gelet opde tijd die nodig is om de planvormingaf te ronden,is die oplossingniet haalbaar. Daaromverzoekenwij u om conformde eerder gemaakte onzewoningbouwafspraken deze locatie aante wijzen als onderdeel vande kern Schipluiden en de begrenzing vande gebieden met beschermingscategorie 2 en 3 aante passenals aangegeven in het volgende kaartje.

Kroonjuweel MiddenDelflandenkleinschalige ontwikkelingen Foppenpolder Maasland Het kroonjuweelMidden-Delfland beschrijft belangrijke intactecultuurhistorischeelementenen de omliggende gave poldereenheden.Hier zijn dat o.a. de Zouteveenseweg, Negenhuizen en de Vlietlanden.In het verleden werd het kroonjuweelaande westzijde begrensd doorde Kwakelweg. Tegenwoordig valt de grens van het kroonjuweelter plaatsevande Foppenpolder ten zuiden van de dorpskernvan Maaslandsamen met de grens vande bestaandebebouwing. Dit in tegenstelling tot de oostrandvan Maasland,waardeze grens opruime afstandligt vande dorpsrand.dan ook enige bufferafstandgenomentot de dorpsrand. De huidige grens van het Kroonjuweelter plaatsevande Foppepolder hindert de gemeente in ontwikkeimogelijkheden die naaronzemening geen afbreukdoen aanhet kroonjuweel,maarwel een belangrijke bijdrage kunnenleveren aande kwalitatieveontwikkelingvan het historisch bebouwingslintvan de Kortebuurt. Verder heeft de genoemde begrenzing van het Kroonjuweeldoorde herziening van het omgevingsbeleid als gevolg dat een bouwplanvoorhet bouwenvanenkele woningenaanhet Foppenpolderpad ter plaatsevan het perceel MLDOO I 1166 (Foppenpolder 18 Maasland)geen doorgang meer kan vinden.

Er zijn doorde provincieen onzegemeente verwachtingen gewekt bij de eigenaarvan het perceel over de mogelijkheid om hier enkele woningente bouwen.Gelet opde voorgeschiedenis vandit bouwplanwaarbij sprakewas een langdurig juridische strijd tussende gemeente Midden-Delflanden de eigenaarvan het perceel dat is opgelostdoorde genoemde toezeggingen, vinden wij het zeer onwenselijkals dit bouwinitiatiefdoorde herziening van het provinciaal omgevingsbeleid onmogelijkwordt gemaakt. Wij vragen u om het omgevingsbeleid zo aante passen,dat kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingenmogelijk blijven binnenhet bebouwingslintvande Kortebuurten dat het bouwen vanenkele woningenophet perceel aanhet Foppenpolderpad dat grenst aande bebouwde kom mogelijk blijft. Beleidskeuze 6.2.2: Ruimtelijkekwaliteiten landschap

Wij ondersteunen de inzet op ruimtelijke kwaliteit en landschapen de versterking daarvanonder verwijzing naaronzeopmerkingenover het spanningsveldtussende bescherming van het landschapen het bouwenaande dorpsrandenten behoeve van het behoud vanvitale en leefbare dorpen. Beleidskeuze 6.2.3: Groenblauwenetwerken

Wij steunende inzet opde versterking van het groenblauwenetwerk en dragen daar actief aanbij, zowel in het ZH-PLG als In NOVEX-ZR en de Samenwerking Ruimte in de Haagse regio. Zoals eerder benoemd vraagt de inzet opversterking van het groenblauwenetwerk om een

samenhangende,integrale visie en aanpak en om een goede samenwerking tussengemeenten, waterbeheerders, provincieen Rijk. De Haagse Regio heeft onderzoeklaten doen naarhet robuusteregionalegroenblauwenetwerk. Uit dat onderzoekblijkt dat er een gesprek nodig is met de rijksoverheid over het instrumentarium en het vinden vanvoldoendemiddelen voorhet realiseren vanontbrekendeschakels in het netwerk als ookvoorhet beheren van de bestaandegroengebieden. Beleidskeuze 6.2.4: Ontwikkelingenhouden rekeningmet wateren bodem

Het valt onsopdat het toepassenvan de prestatie-eisenvoorklimaatadaptief ontwikkelenonder deze beleidskeuze vrijblijvender is geformuleerd dan onderbeleidskeuze 6.2.1. Wij geven u in overweging om de formuleringaante passenaandie van beleidskeuze 6.2.1. Beleidsdoel7.3: Klimaatbestendig Zuid-Holland, opgewassen tegende effectenvan klimaatverandering

Wij steunende inzet opeen klimaatbestendig Zuid-Hollanden zet zich in vooreen klimaatbestendige Haagse regio. Wel vragen wij aandachtvooreen nadere weging vande voor-en nadelenvan het opzettenvan de grondwaterstandin de veenweidegebieden. Het is nodig om die in samenspraak met de betreffende gemeenten en waterbeheerders als het Hoogheemraadschapvan Delfland naderte verkennen,waarbij wordt gestreefd naareen doorde regio gedragen besluit en pakketvan maatregelen. Meerinformatie

Heeft u na het lezen van deze brief nog vragen?Neemt u dan contactopmet Guido De Bruijnvan de afdeling LWE. Hij is bereikbaar via telefoonnummer (015) 380 41 11 of via het e-mailadres GdeBruijn@middendelfland.nl . Met vriendelijke groet, het college van burgemeester eti^ethouders.

M.A. 9'

irn itesecmtaris

-van Slagi burgeme(

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=905af953-e00b-4e90-918d-7244d4e0494a