A 25063 Plan van aanpak taakstelling huisvesting vergunninghouders
Tekst van het document
im Gemeente ÉÉÉ Midden-Delfland
Anna van Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG Schipluiden 1(015) 380 41 11, F (015) 380 99 92 E gemeente@middendelfland.nl, I www.middendelfland.nl
Aan de gemeenteraad
Ons kenmerk Bijlage(n)
947761 Bijlage bij de raadsinformatiebrief: 1. Bestuurlijke interventieladder taakstelling huisvesting vergunninghouders.
Onderwerp Plan van aanpak taakstelling huisvesting vergunninghouders
2 2 SEP 2025 Datum 16 september 2025
Geachte raadsleden. Vanuit de provincie Zuid-Holland heeft de gemeente de opdracht om te voldoen aan de taakstelling Huisvesting Vergunninghouders. Dit betekent dat de gemeente de taak heeft om een door de provincie gesteld aantal vergunninghouders te huisvesten. De gemeente Midden-Delfiand loopt achter op deze taakstelling. Per 1 september 2025 heeft de gemeente de taak om 24 vergunninghouders voor het einde van het jaarte huisvesten. Omdat de gemeente meermaals niet heeft voldaan aan de taakstelling, is zij gestegen op de bestuurlijke interventieladder; naar trede 2B (De bestuurlijke interventieladder is als bijlage aan deze raadsinformatiebrief gevoegd). Als gevolg hiervan heeft de gemeente op 24 juli 2025 het verzoek van de provincie ontvangen om voor 19 september 2025 een plan van aanpak aan te leveren met oplossingsrichtingen om in de toekomst wel te voldoen aan de taakstelling. In ons plan van aanpak voor de provincie brengen wij onder de aandacht dat het percentage eenpersoonshuishoudens onder de vergunninghouders die aan onze gemeente gekoppeld zijn erg hoog is en dat onze woningvoorraad minder geschikt is voor het huisvesten van deze huishoudens. Daarnaast laten wij zien dat wij streven om te voldoen aan de taakstelling door in te zetten op woningdelen en te sturen op de woningbouwprogrammering bij het realiseren van nieuwbouw.
Wij zijn actief in gesprek met de woningcorporatie WoonWest om de woonvorm woningdelen voor woonstarters te onderzoeken als alternatief middel om meer woonplekken te realiseren. Tot slot vragen we aandacht voor de uitdagingen van de gemeente bij het realiseren van voldoende woonplekken voor vergunninghouders. Met dit plan van aanpak willen wij de provincie Zuid-Holland inzicht geven in de inspanningen die de gemeente Midden-Delfland verricht om te voldoen aan de taakstelling huisvesting van vergunninghouders.
Met vriendelijke groet, het college van burgemj
M.A.UfiörrrM-----gerereeftteseWet^
MIX
FSC
Papl«r van varantwoorda harkomat
FSC* C003606
;ter en wethouders.
F.I. loordermeer -j/ao-Slageren' burg*ern.eester‘
ritkislow
Bijlage 1: interventielader huisvesting vergunninghouders uitvoeringsprogramma IBT Bestuurlijk traject: gebruik van de bestuuriijke interventieiadder Uitgangspunt van de wettelijke regeling is dat een besluit tot indeplaatsstelling niet wordt genomen zonder dat de gemeente eerst in de gelegenheid is gesteld zelf in de zaak te voorzien. Een juridische interventie in het kader van Interbestuurlijk Toezicht (hierna IBT) in de vorm van een besluit tot indeplaatsstelling wordt dus voorafgegaan door een bestuurlijk traject. In de huidige bestuurspraktijk blijkt dat ambtelijk en bestuurlijk overleg, het verder stijgen op de interventieiadder en het aankondigen van een juridische interventie in het algemeen voldoende is om ervoor te zorgen dat een bestuursorgaan de gevorderde taken naar behoren uitvoert. Een juridische interventie is dus niet los te zien van het bestuurlijk traject dat eraan voorafgaat. Het bestuurlijk traject wordt omschreven als een interventieiadder die verschillende treden kent. • Trede 1 Signaleren Het toezicht begint met het signaleren van een achterstand in het realiseren van de opgave en/of het niet op schema lopen bij het realiseren van de opgave.
• Trede 2A Informatie opvragen en beoordelen Als de achterstand in het realiseren van de opgave aanhoudt, volgt een ambtelijk gesprek met de gemeente, de regievoerder van het COA en eventueel de in de gemeente werkzame corporaties. • Trede 2B Afspraken maken (ambtelijk) Op deze trede van de interventieiadder gaan provincie, gemeente, regievoerder van het COA en corporaties in gesprek over de maatregelen die worden genomen om de taakstelling te halen. In deze fase wordt aan de gemeente gevraagd om een plan van aanpak waarin staat hoe het huisvestingsproces zal worden verbeterd. De provincie levert hiervoor een vast format aan dat door de gemeente en corporaties kunnen worden ingevuld. • Trede 3 Actief toezicht (bestuuriijk): afspraken over acties, termijnen en vervolg Als de achterstand in het realiseren van de opgave aanhoudt, bestaat er grond voor een interventie. In deze fase maken wij afspraken met de gemeente over de te nemen acties en termijnen (het realiseren van de opgave in het lopende halfjaar). In deze fase krijgt de gemeente de gelegenheid om alsnog aan haar verplichtingen te voldoen. • Trede 4 Vooraankondiging van juridische interventie Wanneer de gemeente de te nemen acties niet of onvoldoende heeft uitgevoerd of na het verstrijken van de gestelde termijnen niet aan haar verplichtingen heeft voldaan, nemen wij een beslissing over de overstap naar trede 4.
Dit betekent dat wij de gemeente aankondigen dat wij voornemens zijn over te gaan tot indeplaatsstelling. In onze aankondiging aan de gemeente, een brief, geven wij in grote lijnen aan dat de gemeente niet of niet in voldoende mate heeft voorzien in de huisvesting van vergunninghouders, waarom wij tot juridische interventie over gaan en leggen wij uit wat de consequenties zijn van een toekomstig besluit tot indeplaatsstelling. Een afschrift van deze aankondiging sturen wij aan de gemeenteraad en wij publiceren ons voornemen in het Provinciaal blad dan wel op andere geschikte wijze. Het betrekken van de gemeenteraad geeft de gemeenteraad de mogelijkheid haar rol in het kader van de horizontale verantwoording te nemen. De bekendmaking van ons voornemen kan bijdragen aan een publiek debat en dat kan weer bijdragen aan versterking van het proces van horizontale verantwoording. • Trede 5 Besluit tot indeplaatsstelling met laatste termijn om alsnog zelf te voorzien Wanneer onze vooraankondiging niet het gewenste effect heeft (het realiseren van de opgave) dan besluiten wij over te gaan tot indeplaatsstelling. Het besluit formuleren wij als een last: wanneer de gemeente niet binnen de gestelde termijn (de begunstigingstermijn) haar opgave heeft gerealiseerd, zullen wij maatregelen nemen om te voorzien in de huisvesting van vergunninghouders op kosten van de betrokken gemeente.
Wanneer het voorzien in de huisvesting van vergunninghouders een omvangrijke resultaatsverplichting betreft, kan het besluit tot indeplaatsstelling deelstappen en verschillende termijnen bevatten. Met de verschillende termijnen wordt voorkomen dat de indeplaatsstelling niet kan worden geëffectueerd door iedere keer precies te doen wat in een besluit tot indeplaatsstelling wordt voorgeschreven en vervolgens weer stil zit zodat een nieuw besluit - met alle noodzakelijke voorbereiding - nodig is om verdere stappen af te dwingen. Vanaf het moment dat één van die termijnen is overschreden wordt niet aan de last voldaan en treden wij daadwerkelijk in
2
de plaats van de gemeente. Op kosten van de gemeente treffen w/ij zelf de maatregelen die nodig zijn om de gemeentelijke opgave te realiseren. • Trede 6. Sanctie en indeplaatsstelling Als de formele waarschuwingstermijn is verstreken én de gemeente niet aan haar verplichtingen heeft voldaan, gaan wij feitelijk over tot indeplaatssteiling. Dat betekent dat alle maatregelen die nodig zijn om de gevorderde taak uit te voeren, door ons worden genomen. Het is mogelijk dat wij het besluit tot indeplaatsstelling niet effectueren als de gemeente voldoende aannemelijk maakt dat zij op korte termijn zelf haar opgave realiseert.
3