A 25054 Bijlage 2 Beslissing op bezwaar - ontvankelijk en gegrond
Tekst van het document
Beslissing op bezwaar ontvankelijk en gegrond
Op (datum) ontvingen wij uw bezwaarschrift tegen ons besluit van 12 februari 2025. Met dat besluit verleenden wij een omgevingsvergunning voor het realiseren van een tijdelijke opvanglocatie (AZC) en het gebruiken van de gronden hiervoor. Deze opvanglocatie betreft een omvang van 225 asielzoekers voor de duur van 5 jaar. De locatie is aan de Kleijweg 58 tot en met 126 (even) in Den Hoorn (hierna: bestreden besluit). In deze brief staat welke beslissing wij hebben genomen op uw bezwaarschrift. Advies commissie bezwaarschriften Uw bezwaarschrift is om advies voorgelegd aan de commissie bezwaarschriften (hierna: commissie). De commissie bood u de gelegenheid uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten tijdens een hoorzitting op 27 mei 2025 en heeft op 23 juni 2025 een advies uitgebracht. Een afschrift van dit advies treft u hierbij aan. De commissie heeft de bezwaarmakers in twee groepen ingedeeld. De verdelingscriteria staan in het advies. U bent ingedeeld in de groep die staat genoemd in bijlage 1.
De commissie adviseert: - De bezwaren van bezwaarmakers genoemd in bijlage 1 ontvankelijk te verklaren; - De bezwaren van bezwaarmakers genoemd in bijlage 1 gegrond te verklaren; - Met inachtneming van dit advies een besluit te nemen op de bezwaren; - Een vergoeding van de proceskosten toe te kennen als hiervoor vermeld.* *Dit geldt enkel in het geval er sprake is van rechtsbijstand wat is verleend door een beroepsmatige rechtsbijstandverlener. Beoordeling advies Wij zijn het grotendeels eens met het advies van de commissie. Alleen, op het onderdeel dat gaat over het raadsbesluit hebben wij een andere beoordeling. Wij zijn van mening dat de commissie uitgaat van een verkeerde lezing van dit raadsbesluit. Voor nadere toelichting zie de tekst onder het kopje raadsbesluit. Wij nemen het advies verder geheel over. Aanvullende motivering De commissie heeft geconcludeerd dat in het bestreden besluit bepaalde aspecten onvoldoende zijn geborgd in de vergunning. Het advies van de commissie is om op de in hun advies aangegeven onderdelen de motivering en de uitkomsten van de genoemde onderzoeken toe te voegen. Hieronder worden de punten waar de commissie haar advies over heeft gegeven om deze nader te motiveren benoemd. Ook wordt duidelijk gemaakt hoe het bestreden besluit nader wordt gemotiveerd en aangevuld.
Naar aanleiding van het advies van de commissie is de omgevingsvergunning herzien. Deze beslissing op bezwaar dient in samenhang met deze gewijzigde versie van de omgevingsvergunning te worden gelezen. De omgevingsvergunning van 12 februari 2025 (kenmerk: D2025-00001422 ) wordt vervangen door de omgevingsvergunning welke als bijlage is opgenomen bij deze beslissing op bezwaar. Aantal en verdeling type asielzoekers zoals opgenomen in artikel 3 van de bestuursovereenkomst als voorschrift aan de vergunning te verbinden De commissie adviseert de aantallen en samenstelling op te nemen in voorschriften bij de omgevingsvergunning. Wij doen dit door de aantallen en samenstelling, zoals beschreven in artikel 3 van de bestuursovereenkomst, een op een over te nemen als gebruiksvoorschrift(en) bij de
omgevingsvergunning. Wij hebben besloten artikel 3, zoals opgenomen in de bestuursovereenkomst op te nemen als gebruiksvoorschrift bij de omgevingsvergunning en deze aan de omgevingsvergunning te verbinden. Artikel 3 van de bestuursovereenkomst houdt in: - In de COA-opvanglocatie worden maximaal 225 vreemdelingen opgevangen, waarvan maximaal 25 AMV’ers; - In de COA-opvanglocatie worden maximaal 275 capaciteitsplaatsen gerealiseerd. Het COA garandeert dat er niet op enig moment meer dan 225 vreemdelingen op de COA-opvanglocatie zullen worden opgevangen; - Het COA spant zich in voor een evenwichtige samenstelling van vreemdelingen voor wat betreft herkomst, geslacht, leeftijd en gezinssituatie; - Door de in lid 1 op de vangen AMV’ers zal het COA de groep vreemdelingen in de COAopvanglocatie voor 50% uit gezinnen laten bestaan en voor 50% uit asielzoekers (dit kunnen alleenreizende mannen zijn) die langer dan 6 maanden in de asielprocedure zitten; - Door de in lid 1 op te vangen AMV’ers zal het COA in de COA-opvanglocatie geen uit spoor 2 behorende vreemdelingen, uitgezonderd kwetsbare vreemdelingen, op deze COAopvanglocatie opvangen; - Op het verzoek van het gemeentebestuur verstrekt het COA het gemeentebestuur informatie over het aantal vreemdelingen dat in de gevraagde periode in de COA-opvanglocatie verblijft en over de in het vorige lid bedoelde samenstelling.
Door het opnemen van bovenstaand gebruiksvoorschrift in de omgevingsvergunning worden de samenstelling en aantallen ook via deze wijze geborgd. Het opgestelde veiligheidsplan moet worden verbonden aan de omgevingsvergunning middels een specifiek voorschrift zoals benoemd in diverse uitspraken waar de commissie naar verwijst en het veiligheidsplan dient tevens te worden aangevuld met: - Een duidelijk standpunt over het aantal begeleiders per doelgroep en hoeveel asielzoekers van een doelgroep een begeleider aankan; De commissie adviseert het opgestelde veiligheidsplan nader aan te vullen met een duidelijk standpunt over het aantal begeleiders per doelgroep en hoeveel asielzoekers van een doelgroep een begeleider aankan. Daarnaast adviseert de commissie om het veiligheidsplan aan te vullen met randvoorwaarden voor het nakomen van de voorwaarden uit het veiligheidsplan. Naar aanleiding van het advies van de commissie hebben wij het veiligheidsplan aangevuld. Het aangepaste veiligheidsplan wordt als bijlage bij de omgevingsvergunning gevoegd. Ook zal in de omgevingsvergunning worden opgenomen dat de vigerende versie van het veiligheidsplan deel uitmaakt van de omgevingsvergunning. Op deze wijze wordt de naleving van het veiligheidsplan geborgd.
In de omgevingsvergunning wordt opgenomen dat de opvolgende versies van het veiligheidsplan onderdeel uitmaken van de omgevingsvergunning, waarmee het dynamische karakter van het veiligheidsplan tevens is geborgd. Voorts wordt opgemerkt dat in het AZC in Midden-Delfland een gestructureerde en hoogwaardige aanpak van begeleiding wordt gehanteerd. Het doel en de taak van het COA is om de bewoners te ondersteunen bij het ontwikkelen van zelfredzaamheid in een voor hen onbekende omgeving. Zo worden de bewoners in staat gesteld om zo vroeg mogelijk eigen verantwoordelijkheid te nemen voor hun toekomst en actief bij te dragen aan de samenleving. In gevallen waarin bewoners geen recht hebben op asiel, wordt ingezet op begeleiding om te zorgen voor een perspectiefvolle terugkeer.
Deze methodische aanpak zorgt ervoor dat er voortdurend goed zicht is op de situatie van de bewoners. Hierdoor kan tijdig worden ingespeeld op de behoeften van de bewoners en zo wordt bijgedragen aan de veiligheid, het welzijn en de toekomst van de bewoners. De commissie heeft voorts geadviseerd om het aantal begeleiders per doelgroep en hoeveel asielzoekers van een doelgroep een begeleider aankan te benoemen. De begeleiding op locatie wordt uitgevoerd door een professioneel team van medewerkers. Voor een locatie met 200 bewoners bestaat dit team uit circa 11 tot 13 FTE. De begeleiders werken een dienstenrooster en zijn dagelijks beschikbaar tussen 08.00 uur en 22.00 uur (doordeweeks) en tot 17.00 uur in het weekend. Buiten deze uren zijn er minimaal drie beveiligers aanwezig om de BHV-organisatie te waarborgen, en is de bereikbaarheidsdienst van het COA operationeel. Samenwerking en informatie-uitwisseling Het team op locatie werkt intensief samen om een compleet beeld te krijgen van de bewoners en hun situatie. Verschillende functiegroepen – zoals huismeesters, woonbegeleiders, programmabegeleiders, NT2-docenten en casemanagers – delen kennis, ervaringen en signalen over de bewoners. Op deze wijze kan de begeleiding beter worden afgestemd op individuele behoeften. Alle medewerkers registreren informatie over de bewoners zo volledig en tijdig mogelijk.
Opvang van Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) Voor specifieke doelgroepen worden aparte opvanglocaties en/of aanvullende kaders gehanteerd, zoals de Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV). Op deze wijze kan begeleiding worden geboden die aansluit op de specifieke behoeften van deze groepen. Voor de locatie Den Hoorn hebben is de specifieke doelgroep AMV. De groep AMV in Den Hoorn is relatief klein. Voor deze locatie, waar maximaal 25 jongeren verblijven is de begeleiding als volgt geborgd. • Begeleiding is 24 uur per dag beschikbaar en wordt uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. • Minimale bezetting per dagdeel: - Ochtend: 2 medewerkers - Middag en avond: 3 medewerkers - Nacht: 2 medewerkers (wakende dienst) Met deze aanpak wordt een veilige en stabiele omgeving geboden waarbij de begeleiding en ondersteuning wordt geboden die nodig is voor de bewoners. Bovenstaande aantallen zijn onderdeel van ons herziene besluit. Een betere beschrijving van de lokale situatie en motivering dat de opvang van 225 asielzoekers niet leidt tot een onevenredige druk op voorzieningen (in het bijzonder scholen en politie). Enkel het voeren van gesprekken is niet voldoende. Dit moet beter worden onderzocht en worden gemotiveerd in de vergunning.
De commissie adviseert nader te onderbouwen dat de voorzieningen, waaronder in het bijzonder scholen en politie, een toename van 225 asielzoekers aan kunnen. Wij hebben nader onderzocht of deze toename leidt tot een onevenredige druk op deze voorzieningen. Met betrekking tot de capaciteit van de scholen wordt door ons het volgende in de vergunning opgenomen. Primair onderwijs Met de besturen van de basisscholen is reeds in 2023 contact gezocht voor de mogelijkheden om onderwijs te geven aan kinderen in de basisschoolleeftijd. Drie schoolbesturen van scholen in Den Hoorn hebben het initiatief opgepakt om gezamenlijk nieuwkomersonderwijs in te gaan richten. De scholen zagen hierbij een logische combinatie van meerdere doelgroepen. In deze gezamenlijke
nieuwkomersklas willen de scholen onderwijs bieden aan de doelgroepen: kinderen van het AZC, kinderen van arbeidsmigranten en kinderen van expats. Het inrichten van een nieuwkomersklas wordt gebaseerd op de ervaring van het COA en de volgende berekening: Uitgaande van 100 personen in gezinsverband en gemiddeld 4 gezinsleden per gezin komt de inschatting uit op ongeveer 50 kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar. Verwachting is een aantal van 15-20 kinderen in de basisschoolleeftijd. Dit is een schatting, we weten vooraf niet hoe de samenstelling van de gezinnen in ons AZC is. Vooralsnog wordt uitgegaan van een nieuwkomersklas met ongeveer 15-20 kinderen. Het primair onderwijs in Midden-Delfland staat in contact met schoolbesturen in Delft, waar ervaring is het bieden van nieuwkomersonderwijs. Omdat het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd in een AZC moeilijk te voorspellen is, behoort samenwerking met het nieuwkomersonderwijs in Delft tot de mogelijkheden (uitwisseling bij variërende aantallen). Voortgezet onderwijs Voor kinderen in de leeftijd na de basisschool bestaat reeds een samenwerking met de ISK Delft. Midden-Delfland valt, samen met andere gemeenten, onder het voedingsgebied van de ISK Delft. De ISK Delft houdt dus rekening met groei van de populatie vanuit Midden-Delfland.
In relatie tot het AZC verwachten we 35 leerlingen in de leeftijd voortgezet onderwijs; 25 AMV-ers en 10 vanuit de gezinnen. Ook dit betreft een inschatting. Momenteel zijn voldoende ISK plaatsen voor nieuwkomersjongeren beschikbaar bij de ISK Delft. Het aanpassen van de beschikbaarheid op de ontwikkelingen is regulier werk voor de ISK. Wij hebben ten aanzien van zorg en vrije tijdsbesteding eveneens naar aanleiding van het advies van de commissie volledigheidshalve uitgezocht wat de impact is van het toevoegen van 225 asielzoekers op deze voorzieningen. Zorg De huisartsenzorg voor bewoners van het AZC wordt geregeld door het COA; de bewoners maken gebruik van huisartsen vanuit het COA. In een noodgeval zal een lokale arts of een arts van het COA altijd hulp verlenen. Vrije tijdsbesteding (sport etc) Het COA verzorgt de vrije tijdsbesteding van de bewoners van het AZC. Indien het aanbod wordt gedaan dan zal dit, met behulp van vrijwilligers uit de dorpen gebeuren. Op deze AZC locatie is hier ruimte en gelegenheid voor. Aansluiting bij lokale verenigingen zal altijd in overleg gaan met betreffende verenigingen. Samengevat We verwachten, onder andere door de grondige voorbereidingen met betrekking tot de nieuwkomersklas, dat het onderwijs voldoende aanbod zal leveren. Voor andere maatschappelijke voorzieningen zoals bijvoorbeeld huisartsenzorg verwachten we geen verhoogde druk.
Met betrekking tot de capaciteit van de politie gaan we het volgende aanvullen aan de omgevingsvergunning. Met de politie zijn afspraken gemaakt over een herverdeling van de inzet van wijkagenten over de dorpen. Hierdoor zijn er twee wijkagenten beschikbaar voor Den Hoorn waar dat er voorheen één was. De capaciteit aan wijkagenten voor Den Hoorn voldoet hiermee aan de norm van
1 wijkagent per 5.000 inwoners.1 Deze twee wijkagenten worden onder andere ondersteund door twee agenten die gericht zijn op ‘bedrijventerrein’ en een agent ‘operationeel expert’. Los van de inzet aan wijkagenten en specialisten zijn er lopende afspraken met de politie voor de inzet bij noodsituaties. De werkwijze is dat de politie in alle gevallen opkomt. Als dit niet vanuit het eigen politieteam mogelijk is, bijvoorbeeld omdat deze al zijn ingezet in een actuele situatie, dan wordt inzet geleverd vanuit andere agenten uit korps Haaglanden. Voor Midden-Delfland komt de eerste achtervang vaak uit Delft. Deze werkwijze waarbij regionaal capaciteit wordt bijgeschaald waar nodig, is de (landelijk) gebruikelijke werkwijze. Het veiligheidsplan zal worden aangepast met bovenstaande motivering. Ook zullen de huisregels van het COA als bijlage worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Tot slot wordt met betrekking tot de voorzieningen op het gebied van veiligheid opgemerkt dat met de komst van het AZC de bevolking van het dorp Den Hoorn toeneemt met 225 personen, oftewel 2,7 procent tot ongeveer 8400 inwoners. Met de recente herschikking van de inzet van wijkagenten, wordt ook met de komst van deze nieuwe inwoners voldaan aan de landelijk gebruikelijke norm van één wijkagent per circa 5000 inwoners. De inzet aan gemeentelijke handhaving is gemeentebreed georganiseerd.
De gemeente Midden-Delfland had jarenlang één Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA). Sinds midden 2024 is deze inzet verdubbeld naar twee medewerkers. Met deze inzet is onze gemeente in staat om voldoende extra aandacht te besteden aan handhaving gerelateerd aan het AZC, zoals beschreven in het veiligheidsplan. Motivering omtrent geur, gevaar en luchtkwaliteit De commissie heeft in haar advies geconstateerd dat het aspect geluid voldoende door het college is gemotiveerd. Wij willen echter in aanvulling op het advies van de commissie enkele milieuaspecten nader motiveren in deze beslissing op bezwaar. Met betrekking tot geurhinder en bedrijvigheid moet meegewogen worden dat de tijdelijke opvanglocatie een geurgevoelig gebouw is. Echter, op grond van artikel 5.90 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving gelden de instructieregels uit Paragraaf 5.1.4.6 niet voor activiteiten op een geurgevoelig gebouw dat is toegelaten voor de duur van minder dan 10 jaar. Gezien het feit dat de instructieregels voor geurhinder niet van toepassing zijn op tijdelijke bouwwerken, kan daarmee ook worden gesteld dat de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven niet in het geding is.
Gezien de tijdelijkheid van de ontwikkeling, het feit dat er in de huidige situatie geen bedrijven aanwezig zijn die geurhinder veroorzaken (zoals beargumenteerd in de onderbouwing fysieke leefomgeving van Witteveen+Bos) en er tevens geen klachten bij de milieudienst bekend zijn (zie advies van 6 februari 2025), geeft dit alle belangen overwegende aanleiding om te stellen dat de luchtkwaliteit aanvaardbaar is. Ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid is in het kader van de bezwaarprocedure de ODH gevraagd dit aspect te toetsen. Door de ODH is op 10 juli 2025 een advies uitgebracht. Uit deze beoordeling volgt dat de toets aan de omgevingsveiligheid voldoende is uitgevoerd. Wel wordt door de ODH opgemerkt dat het benoemen van de relevante aandachtsgebieden van de A4 en de toetsing van het groepsrisicobeleid uit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) ontbreekt. In deze beslissing op bezwaar wordt dit als volgt aangevuld. Met betrekking tot het ontbreken van het In Nederland geldt er een wettelijke norm (Politiewet 2012, art. 38a) dat er gemiddeld ten minste één wijkagent per 5.000 inwoners moet zijn, op het niveau van de regionale eenheid. Dit betekent dat in totaal voldoende formatie moet zijn voor die verhouding, maar de verdeling binnen wijken kan lokaal worden bijgesteld afhankelijk van behoeften en problematiek 1
benoemen van de relevante aandachtsgebieden van de A4 is nader onderzoek gedaan. Op grond van Bijlage VII, deel C van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) gelden voor het Basisnet een afstand voor het plaatsgebonden risico van één op de miljoen per jaar (PR 10-6), een brandaandachtsgebied van 30 meter en een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Deze afstanden reiken niet tot de planlocatie waardoor het niet noodzakelijk is om het groepsrisico op grond van artikel 5.15 van het Bkl te verantwoorden. De openbare kaarten op de Atlas Leefomgeving en het Portaal Atlas Veiligheid tonen ook een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter. Het gifwolkaandachtsgebied reikt net tot aan de beoogde drielaagse woonunits aan de westzijde. Ondanks dat dit gifwolkaandachtsgebied op moment van schrijven niet rechtsgeldig is, wordt geadviseerd om alsnog rekening te houden met het gifwolkaandachtsgebied. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is namelijk voornemens het gifwolkaandachtsgebied toe te voegen gedurende een volgende actualisatie van de wet- en regelgeving. Gezien de zeer beperkte overlap tussen de planlocatie en het nog aan te wijzen gifwolkaandachtsgebied, kan een aanvullende onderbouwing achterwege blijven.
In de bouweis uit artikel 4.124, vierde lid van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staat dat alle nieuwbouw met mechanische ventilatie een voorziening dient te hebben waarmee het systeem handmatig uitgeschakeld kan worden in het geval van een externe calamiteit welke de binnenlucht negatief beïnvloedt. Dit is tevens de beste maatregel tegen een gifwolkscenario. Voor wat betreft de toetsing aan het groepsrisicobeleid uit de ZHOV geldt dat de planlocatie niet binnen een brand- of explosieaandachtsgebied ligt. Om die reden is een groepsrisicoberekening welke volgt uit artikel 7.18 van de ZHOV niet vereist. Met betrekking tot de luchtkwaliteit voegen we de volgende motivering toe aan het besluit. De achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO₂) en fijnstof (PM₁₀) bedragen respectievelijk 22 µg/m³ en 16 µg/m³, en blijven daarmee ruim onder de wettelijke grenswaarde van 40 µg/m³. Op basis van berekeningen met de NIBM-tool blijkt dat de extra verkeersbewegingen door de opvanglocatie niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Verdere toetsing of maatregelen zijn daarom niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Verbinden van het ecologisch onderzoek en werkprotocol aan de vergunning.
De commissie heeft in haar advies aangegeven dat het uitgevoerde ecologisch onderzoek dat is verricht en de toetsing daarvan door de ODH verbonden moet worden aan de omgevingsvergunning. De initiatiefnemer (het COA) heeft een ecologisch werkprotocol, opgesteld op 4 maart 2025 en een verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna Harnaschdreef, opgesteld op 4 maart 2025 aangeleverd. Deze zijn door de ODH positief beoordeeld op 16 mei 2025. De ODH deelt de conclusie zoals opgenomen in de quickscan dat er geen omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet nodig is. Het ecologisch werkprotocol vormt een praktische handleiding voor de maatregelen die voorafgaand, tijdens en na de werkzaamheden genomen kunnen worden om negatieve effecten op de flora- en fauna te kunnen voorkomen. Daarnaast is er op 1 juli 2025 een ecologisch werkprotocol opgesteld naar aanleiding van de constatering van de aanwezigheid van hazen, een broedende scholekster en een broedend kievit paar. Hiervoor zijn een aantal mitigerende maatregelen opgelegd, deze zijn te lezen in het ecologisch werkprotocol van 1 juli 2025. De onderzoeken worden verbonden aan de omgevingsvergunning.
Verbinden van het bodemonderzoek aan de vergunning waaruit blijkt dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de toekomstige functie De commissie heeft in haar advies aangegeven dat het uitgevoerde bodemonderzoek dat is verricht en de toetsing daarvan door de ODH verbonden moet worden door ons aan de omgevingsvergunning.
Initiatiefnemer heeft hiervoor een notitie ‘Samenvatting bodemonderzoek perceel WH1-B1, opgesteld op 11 april en een ‘Actualiserend vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek keerlus perceel WH1-B Harnaschdreef in Den Hoorn, opgesteld op 24 maart 2025 aangeleverd. Deze zijn door de ODH positief beoordeeld op 17 februari 2025. De ODH concludeert dat op basis van het onderzoek en de memo wordt geconcludeerd dat de bodem geschikt is voor de beoogde bestemming. De onderzoeken worden verbonden aan de omgevingsvergunning. Vergunning moet worden aangevuld met het onderdeel ‘strijdig gebruik’ en worden aangevuld met gebruiksvoorschriften De commissie heeft geadviseerd om het onderdeel strijdig gebruik op te nemen in de omgevingsvergunning. Dit was eerder niet opgenomen in de omgevingsvergunning vanwege een kennelijke verschrijving. De omgevingsvergunning wordt aangevuld met dit onderdeel. Daarnaast heeft de commissie geadviseerd de gebruiksvoorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning.
De volgende gebruiksvoorschriften zullen worden verbonden aan de omgevingsvergunning: - Het verbinden van het veiligheidsplan aan de omgevingsvergunning en de opvolgende versies hiervan; - Het naleven van het ecologisch werkprotocol; - Artikel 3 van de bestuursovereenkomst, inhoudende: In de COA-opvanglocatie worden maximaal 225 vreemdelingen opgevangen, waarvan maximaal 25 AMV’ers; In de COA-opvanglocatie worden maximaal 275 capaciteitsplaatsen gerealiseerd. Het COA garandeert dat er niet op enig moment meer dan 225 vreemdelingen op de COA-opvanglocatie zullen worden opgevangen; Het COA spant zich in voor een evenwichtige samenstelling van vreemdelingen voor wat betreft herkomst, geslacht, leeftijd en gezinssituatie; Door de in lid 1 op de vangen AMV’ers zal het COA de groep vreemdelingen in de COAopvanglocatie voor 50% uit gezinnen laten bestaan en voor 50% uit asielzoekers (dit kunnen alleenreizende mannen zijn) die langer dan 6 maanden in de asielprocedure zitten; Door de in lid 1 op te vangen AMV’ers zal het COA in de COA-opvanglocatie geen uit spoor 2 behorende vreemdelingen, uitgezonderd kwetsbare vreemdelingen, op deze COAopvanglocatie opvangen; Op het verzoek van het gemeentebestuur verstrekt het COA het gemeentebestuur informatie over het aantal vreemdelingen dat in de gevraagde periode in de COA-opvanglocatie verblijft en over de in het vorige lid bedoelde
samenstelling. Raadsbesluit Door de commissie is geadviseerd in te gaan op het ingenomen standpunt over de 30 wooneenheden die per direct beschikbaar worden gesteld voor lokale woningzoekenden, nu de commissie heeft geconstateerd dat dit standpunt niet meer actueel is. Deze aantallen komen voort uit het raadsvoorstel, waarbij tevens het uitgangspunt was dat er units voor drie tot vier personen zouden worden gerealiseerd. Echter, heeft de commissie geconstateerd dat de onderhavige omgevingsvergunning is verleend voor 27 units voor 8 personen verdeeld over drie slaapkamers en 7 woningen voor 4 personen verdeeld over twee slaapkamers. Geen enkele van deze units wordt echter per direct beschikbaar gesteld voor lokale woningzoekenden en is er geen kenbare koppeling gemaakt met een ander plan dat er (gelijktijdig) op een andere locatie woningen voor lokale woningzoekenden zouden worden gerealiseerd, terwijl het de oorspronkelijke bedoeling was dat op dezelfde locatie te doen. Er is voorts nagelaten om de (gevolgen van de) wijziging van de door de gemeenteraad gestelde uitgangspunten, waardoor met deze omgevingsvergunning geen, al dan niet tijdelijke, nieuwe
woningbouw wordt toegestaan, maar wel potentiële bedrijfslocaties worden onttrokken, te onderzoeken en te onderbouwen, oordeelt de commissie dat het besluit op dit punt niet zorgvuldig is voorbereid. Wij volgen de redenatie omtrent het ingenomen standpunt over de 30 wooneenheden niet. De constatering dat de dertig wooneenheden die voor de lokale doelgroepen worden opgeleverd niet meer actueel is, is niet terecht. Het realiseren van de 30 wooneenheden maakt echter geen onderdeel uit van de nu verleende omgevingsvergunning. Dit zal in een aparte procedure worden aangevraagd en worden behandeld. Deze 30 wooneenheden worden door het COA geleverd bij het mogelijk maken van de realisatie van een AZC. De link tussen beide projecten is vooral dat het COA de aanschaf van de wooneenheden betaalt vanwege hun belang bij het realiseren van een AZC. Deze woningen zullen ook in Den Hoorn worden gerealiseerd. Het klopt dat momenteel de insteek is dat deze 30 woningen niet direct aansluitend aan dit perceel voor het AZC worden gerealiseerd. Er is echter geen verandering in het aantal units en de beoogde doelgroep. Ook worden deze 30 woningen direct ter beschikking gesteld aan de lokale doelgroep. Aan de belofte aan de samenleving om ook voor de eigen inwoners woonruimte te creëren zal nog worden voldaan. Dit project doorloopt een eigen vergunningsprocedure.
Doordat de afspraken hierover in de bestuursovereenkomst zijn vastgelegd is er voldoende borging dat hieraan zal worden voldaan. Onterecht wordt geconstateerd dat de 66 wooneenheden na 5 jaar zonder meer beschikbaar zouden komen voor lokale doelgroepen. Het is een optie dat de raad na 5 jaar besluit om voor 50% van de aanschafwaarde deze units over te nemen en in te zetten voor lokale doelgroepen. In het raadsvoorstel van 25 oktober 2023 onder paragraaf 6.1.2. en onder 7.1. staat dit nader beschreven. De enige verandering is dat ondertussen de mogelijkheid bestaat dat de 30 woningen niet als onderdeel van een woonblok van 48 wooneenheden wordt aangeleverd. Dit levert flexibiliteit op. Wij zien dat als voordeel. Ook is deze afspraak onder artikel 8 vastgelegd in de ondertekende bestuursovereenkomst. Of de raad tegen die tijd van de optie gebruik gaat maken is nu niet bekend. Dit kan dus ook niet op dit moment in deze vergunning worden verwerkt. De commissie geeft aan dat niet duidelijk is of de samenleving over 5 jaar specifiek deze woningen nodig heeft. Dat is nu inderdaad nog niet met volledige zekerheid te bepalen. Het lijkt er wel op dat er een aanzienlijke behoefte aan woningen is op dit moment. Op dit moment ligt die keuze echter niet voor. Die afweging kan de raad dus zelf maken in de komende vijf jaren.
Ten aanzien van de aanvullende motivering van de locatie voegen we de volgende motivering toe. De gemeente Midden-Delfland heeft net als de andere gemeenten in Nederland een wettelijke opgave om te voorzien in het realiseren van opvangplaatsen. De gemeente heeft geen grote panden beschikbaar waarin gewoond kan worden en omdat er geen onbenutte woningbouwgronden beschikbaar zijn was het realiseren van een dergelijke voorziening op een bedrijventerrein een voor de hand liggende locatie. Het belang van het realiseren van een maatschappelijke voorziening welke tijdelijk is heeft de gemeente daarnaast zwaarder laten wegen dan het belang om bedrijven te vestigen op de locatie. De gemeente heeft in de aanloop naar het raadsvoorstel onderzoek gedaan naar op welke plek in de gemeenten een AZC eventueel gerealiseerd kan worden. Uit dat onderzoek bleek dat de enige locatie binnen de gemeente die geschikt is voor huisvesting van een AZC (met al de randvoorwaarden daarbij) en die beschikbaar is (in eigendom kunnen krijgen en geen verplichtingen) dit perceel betreft. De gemeente heeft daarom hier een groot perceel aangekocht van een bedrijvenschap. De gemeente is bezig de grond die niet wordt ingezet voor het AZC aan bedrijven te verkopen. Dat loopt goed. De gemeente erkent dat er dus ook wel degelijk vraag is naar bedrijventerrein. De gemeente overweegt
echter dat voor het voldoen aan de landelijke, regionale en lokale opgave dit terrein hier echter toch voor een korte periode voor moet worden ingezet. De provincie Zuid-Holland is een van de medeoverheden die hierover beslist. Ook de provincie weegt af dat het passend is dat op deze locatie in Midden-Delfland tijdelijk een AZC wordt gerealiseerd. De provincie heeft dit laten weten door geen zienswijze in te dienen op deze beslissing. Contra expertise Aeriusberekening dient te worden betrokken bij de beslissing op bezwaar Door de commissie is geadviseerd in te gaan op de aangeleverde contra expertise van de Aeriusberekening zoals is aangevoerd door bezwaarmakers. De aangeleverde contra expertise bestaat niet uit een herberekening van de Aerius maar bestaat uit een aantal punten die motiveren dat de invoer van de Aeriusberekening onjuist is. Wij volgen de opmerkingen zoals aangehaald in de contraexpertise niet. Met betrekking tot het gebruik van stageklassen IV verwijzen we naar een uitspraak van de Raad van State 2 waaruit volgt dat het gebruik van stageklasse IV als voldoende aannemelijk kan worden beschouwd. Daarnaast achten we het voldoende aannemelijk dat er ook gebruik zal worden gemaakt van stageklasse V. Dit betreffen mobiele werktuigen vanaf 2019 – heden.
We zijn van oordeel dat de uitspraak doorgetrokken kan worden voor mobiele werktuigen in stageklasse V nu het 2025 is. De initiatiefnemer heeft zich hieraan te houden nu dit de uitgangspunten zijn voor de Aerius berekening. In het kader van de bezwaarprocedure hebben we de contra expertise voorgelegd aan de ODH. De ODH heeft in het advies van 15 juli 2025 aangegeven dat de contra expertise geen redenen vormt om te twijfelen aan de juistheid van de al eerder uitgevoerde Aerius berekening. De meest recente update van de AERIUS calculator is van 24 april 2025. Volledigheidshalve is de AERIUS berekening opnieuw uitgevoerd volgens de nieuwste update. Deze zal als bijlage aan de omgevingsvergunning worden verbonden. Voor wat betreft de invoer en aannemelijkheid van de verkeersbewegingen verwijzen we naar de aangevulde motivering met betrekking tot parkeren. Daar komt bij dat deze is beoordeeld door de ODH en akkoord is bevonden. Wij zien voorts geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de AERIUS-berekening. Laddertoets De commissie heeft geadviseerd de laddertoets welke is opgenomen in de onderbouwing effecten fysieke leefomgeving nader te onderbouwen. Allereerst merken wij op dat in het meest recente verdeelbesluit spreidingswet van de minister uit december 2024 (bijgevoegd), de taakstelling voor Midden-Delfland is gesteld op 225 vluchtelingen.
De aanname dat Midden-Delfland met de huidige plannen meer vluchtelingen zal opvangen dan de spreidingswet van ons verwacht is daarmee op dit moment niet meer correct. Met het aantal van 225 voldoet de gemeente precies aan het totaal aantal door onze gemeente nu op te vangen vluchtelingen. Daarbij merken wij op dat het bepalen van de omvang van opvanglocaties in een gemeente afhankelijk is van meerdere afwegingen, zoals de benodigde schaalgrootte om alle voorzieningen op locatie te kunnen bieden (zoals begeleiding en beveiliging) en de totale opgave aan opvang in de regio. De keuze om in Midden-Delfland opvang te realiseren voor 225 vluchtelingen is een besluit van de gemeenteraad dat in oktober 2023 is genomen (kenmerk 512090, “Resultaat onderzoek naar de mogelijkheid van Flexwonen en opvang in MiddenDelfland”). Hierbij is ook relevant dat het COA vanaf een omvang van 300 bewoners al de voorzieningen verzorgt en betaalt. De raad heeft aangegeven dat al de kosten door het COA gedragen moeten worden. Met het COA is hierover gesproken en dat leidde tot de uitkomst dat in onze gemeente
2
ECLI:NL:RVS:2021:1960
het COA ook bij deze kleinere omvang van 225 al de voorzieningen zou aanbieden en de kosten volledig zou vergoeden. Dit aantal is dus nodig om aan de kaderstelling te voldoen. Onderbouwing voor deze behoefte blijkt uit cijfers en trends. Op de website van het COA (https://www.coa.nl/nl/lijst/capaciteit-en-bezetting) zijn de landelijke cijfers inzichtelijk, en wordt ook de benodigde extra opvangcapaciteit inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat de vraag naar opvangplekken in de loop van dit jaar stijgt, en op 1-1-2026 er een extra opgave van 52.500 benodigde capaciteit wordt voorzien. Dit, in combinatie met het verdeelbesluit dat de minister eind 2024 nam, maakt dat het voor het college aannemelijk is dat de 225 plekken in Midden-Delfland nodig zijn. De capaciteitsraming die het ministerie in 2024 heeft gemaakt, wordt alleen behaald als het verdeelbesluit volledig wordt uitgevoerd. De laatste ramingen geven aan dat het verwachtte aantal benodigde plekken boven de capaciteitsraming ligt. Wij merken hierbij ook op dat de verdeling van de huisvestingsbehoefte van de diverse doelgroepen een regionaal vraagstuk is. Voor elke gemeente worden normen gesteld. In elke woonregio dus ook de regionale woonregio waar Midden- Delfland deel van uitmaakt worden afspraken gemaakt over de onderlinge verdeling.
Op deze manier kan een gemeente die de mogelijkheid heeft om een bepaalde doelgroep te huisvesten die uitruilen met een andere doelgroep. Deze huisvesting in Midden-Delfland is onderdeel van de regionale afspraken. Ook is het een gegeven dat Midden-Delfland tot op heden geen asielzoekers heeft gehuisvest. De jaren waarin Midden-Delfland 0 plaatsen heeft gerealiseerd lijkt niet te worden meegenomen in de stellingname dat Midden-Delfland meer asielzoekers toelaat dan de spreidingswet oplegt. In een enkel jaar is het aantal van 225 inderdaad hoger dan de norm die bij aanvang is meegegeven in de spreidingswet (1-2-2024) voor Midden-Delfland. In overweging nemend dat Midden-Delfland de huisvesting beperkt tot 5 jaar is het aantal van 225 passend. Samenstelling groep Uit cijfers van het CBS is inzichtelijk welk deel van de asielzoekers alleen komt, en welk deel in gezinsverband. Over de jaren heen zien we hierin zekere fluctuaties.
Volgens de meest recent gepubliceerde cijfers van het CBS reisde in 2023 en de eerste helft van 2024 ongeveer 40 % van alle asielzoekers in gezinsverband binnen, terwijl 60 % alleen kwam (https://longreads.cbs.nl/asielenintegratie-2025/asielaanvraag-en-opvang) De samenstelling die wij met het COA zijn overeengekomen sluit in grote lijnen aan op deze verdeling, waarbij het overeengekomen op te vangen aantal gezinnen wat hoger is dan het aantal alleenstaanden. In gesprekken met het COA is de verdeling van de 225 plekken gemaakt. Hierbij is rekening gehouden met de randvoorwaarden die de raad van Midden-Delfland, heeft meegegeven aan ons voor de gesprekken, te weten: vluchtelingen huisvesten die vallen onder de beschrijving “kunnen werken” en “gezinnen”. Ook is de urgentie en behoefte van het COA meegenomen om – gezien de instroom en het grotere plaatje van in de provincie te realiseren plekken – ook een aantal plekken voor AMV in Midden-Delfland te realiseren. Dit heeft geresulteerd in de verhouding tussen gezinnen, alleenstaanden en alleenstaande minderjarigen, zoals opgenomen in de overeenkomst en het raadsbesluit. Onderbouwing parkeren De commissie heeft geadviseerd het aspect parkeren nader te onderbouwen. De keuze om aan te sluiten bij de ervaringscijfers van het COA dient nader te worden onderbouwd.
De ervaringscijfers van het COA die zijn gebruikt ter motivering zouden onvoldoende zijn onderbouwd. In de onderbouwing effecten fysieke leefomgeving, opgesteld door Witteveen+Bos en ter zitting is door ons college en het COA aangevoerd dat deze onderbouwing is gebaseerd op ervaringscijfers van het COA. Asielzoekers beschikken (doorgaans) niet over een eigen auto. Hierbij wordt een uitgangspunt gehanteerd van 1 parkeerplaats per 10 asielzoekers. De parkeerplaatsen die worden gerealiseerd zijn
bedoeld voor medewerkers en leveranciers. Door 30 parkeerplaatsen te realiseren wordt voldaan aan deze parkeerbehoefte. In meerdere uitspraken is geconcludeerd dat het berekenen van de parkeerbehoefte aan de hand van ervaringscijfers een geaccepteerde methode is. In de uitspraak van de Rechtbank Overijssel van 16 april 2025 betrof de aanvraag een asielzoekerscentrum voor 150 asielzoekers. Hierbij werden 23 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Uit de berekeningen van de verkeersgeneratie volgde in dit geval dat er 17 verkeersbewegingen zouden zijn per dag. Het aantal van 23 parkeerplaatsen zou daarmee voldoen. De rechtbank heeft hierin geconcludeerd dat dit een aannemelijk uitgangspunt is. Het uitgangspunt dat hier is gehanteerd komt neer op ongeveer 1 parkeerplaats per 10 asielzoekers.3 In de uitspraak van de Raad van State van 15 april 2019 betrof de aanvraag een asielzoekerscentrum van 400 personen. In deze casus werd uitgegaan van het feit dat er per dag ongeveer 30 tot 40 personen met de auto zouden komen, waarbij 83 parkeerplaatsen beschikbaar waren. Ook in deze casus werd uitgegaan van een uitgangspunt van ongeveer 1 parkeerplaats per 10 asielzoekers, welke ook aannemelijk is bevonden door de Afdeling.
4 Het uitgangspunt van 1 parkeerplaats per 10 asielzoekers is een afgeleide van het aantal verkeersverplaatsingen met motorvoertuigen dat een AZC per dag te verwerken krijgt. In dit geval worden er maximaal 26 motorvoertuigen per dag verwacht. Het aantal van 31 parkeerplaatsen voorziet ruimschoots in het faciliteren van de 26 verkeersverplaatsingen per dag. Wij zijn van mening dat op grond van bovenstaande het gebruiken van de ervaringscijfers en het uitgangspunt van 1 parkeerplaats per 10 asielzoekers een geaccepteerde en aannemelijke methode is om de parkeerbehoefte te berekenen. Strijd met de Omgevingsvisie Zuid-Holland en Midden-Delfland 1.0. is onvoldoende gemotiveerd De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland. Deze visie is “zelfbindend” voor de provincie. Deze visie is niet bindend voor de gemeente. Het is wel gebruikelijk dat de gemeente rekening houdt met de visie van de provincie. Hier is dus afstemming over geweest en de provincie is ook om een zienswijze gevraagd.
Met het niet indienen van een zienswijze laat de provincie blijken de afweging van de gemeente te volgen. Ten aanzien van bedrijventerreinen zet de provincie Zuid-Holland in op het beter gebruikmaken en duurzaam functioneren van bedrijventerreinen en het behouden van voldoende ruimte voor bedrijven in hoge milieucategorieën, milieuzones en watergebonden bedrijven. De Harnaschpolder is aangewezen als regionaal bedrijventerrein. Het bedrijventerrein heeft een omvang van 47 hectare (netto) en heeft een centrale ligging door de locatie aan de snelweg A4. Een belangrijke nevenkwaliteit van Harnaschpolder is dat bedrijven zich hier in grote getalen kunnen vestigen, zodat de dorpen en het landschap vrij kunnen blijven van nieuwe bedrijvigheid. Het realiseren van een AZC past niet binnen de omgevingsvisies omdat een AZC geen bedrijf is maar een logiesfunctie heeft. Echter wijken wij af van de omgevingsvisies met als reden dat er een groot maatschappelijk vraagstuk is waar onze gemeente een rol in heeft te vervullen, we wegen ook af dat het hier gaat om een tijdelijke wijziging van de functie. Het AZC zal na een periode van 5 jaar van de locatie verdwijnen waarna de gronden weer 3 4
ECLI:NL:RBOVE:2025:2340. ECLI:NL:RVS:2019:1178.
gebruikt kunnen worden voor bedrijfsactiviteiten. De opvang van asielzoekers is een landelijke verplichting waar gemeenten aan moeten bijdragen. De acute behoefte aan opvanglocaties maakt het noodzakelijk om tijdelijk af te wijken van bestaande ruimtelijke ambities en beleidsdoelen. Uit het locatieonderzoek dat vooraf is gegaan aan de behandeling van de omgevingsvergunning is gebleken dat dit de beste locatie is voor een tijdelijk AZC. Een bedrijventerrein is een gebied waar functies kunnen worden ondergebracht, die een gemeente liever niet in woonwijken wil hebben, gelet op een zekere mate van hinder. In lijn hiermee kan worden gesteld dat een azc als logiesinrichting goed gesitueerd is op het bedrijventerrein Harnaschpolder-Zuid. Daar komt bij dat in de huidige situatie er geen bedrijf op deze locatie aanwezig is waardoor er geen bedrijvigheid moet verdwijnen voor de realisatie van het AZC. Gelet op bovenstaande belangenafweging achten wij dit voldoende om tijdelijk af te wijken van de omgevingsvisies.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouder,
Beroep Standaard beroepsclausule Voorlopige voorziening Standaard clausule
Bijlagen Herziene omgevingsvergunning (datum) Advies bezwaarschriftencommissie