CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

A 25041 bijlage Werkplan ODH

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college25.212 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

omgevingsdienst HAAGLANDEN

Werkplan 2025 GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND

7 Maart 2024 Definitief

Bezoekadres

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres

Postbus 14060 2501GB Den Haag T (070)21899 00 E info@odh.nl I

www.odh.nl

omg«vingsditnst

HAAGLANDEN

Inhoudsopgave Inhoudsopgave.......................................................................................................

2

1

Inleiding..................................................................................................................

3

2

Kaders.....................................................................................................................

2.1

Status, positionering en vormgeving Werkplan....................................................

4 ,4

2.2

Wettelijke en niet-wettelijke taken........................................................................

,4

2.3

Gemeentelijke kaders.............................................................................................

5

2.4

Financiële kaders werkplannen.............................................................................

5

2.4.1

Outputbegroting 2025 ......................................................................................

5

2.4.2

Monitoring en evaluatie....................................................................................

7

2.4.3

Beschikbare financiële middelen......................................................................

7

3

Programma Toetsing & Vergunningverlening........................................................

9

3.1

Inleiding..................................................................................................................

,9

3.2

Maatwerktaken en afspraken.................................................................................

,9

3.3

Raming van producten, diensten en kosten T&V...................................................

12

4

Programma Toezicht & Handhaving......................................................................

4.1

Inleiding..................................................................................................................

13 13

4.2

Risicogestuurd toezicht op een locatie met Milieu Belastende Activiteiten (MBA)

13

4.3

Overlast..................................................................................................................

16

4.4

Toezicht: Bodembescherming en -kwaliteit..........................................................

17

4.5

Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES).............................................................

18

4.6

Asbest......................................................................................................................

18

4.7

Duurzaamheid........................................................................................................

18

4.8

Glastuinbouw..........................................................................................................

19

4.9

Afspraken ten aanzien van handhaving.................................................................

21

4.10

Overige afspraken...................................................................................................

22

5

Monitoring en indicatoren......................................................................................

23

Bijlage I.

Beleidskaders.........................................................................................................

24

Bijlage II.

Toelichting generieke taakuitvoering T&V.............................................................

25

Bijlage III.

Toelichting generieke taakuitvoering T&H.............................................................

30

Bijlage IV.

Raming van taken, producten en uren T&V............................................................

38

Bijlage V.

Raming van taken, producten en uren T&H...........................................................

41

Bijlage VI.

Dashboard Monitoring...........................................................................................

44

Bijlage VII.

Werkafspraken crisisbeheersing............................................................................

46

Bijlage VIII.

Complexe bedrijven Midden-Delfland....................................................................

48

Bijlage IX.

Versterking Omgevingsveiligheid...........................................................................

49

Bijlage X.

Beschrijving risicomodel toezicht bedrijven..........................................................

53

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

2 van 58

omgevingsdisnst

HAAGLANDEN

1 Inleiding Op 1 januari 2013 hebben de gemeenten in de regio Haaglanden hun wettelijke milieu-uitvoeringstaken bij de Omgevingsdienst Haaglanden (de ODH) ondergebracht met het doel de taakuitvoering te professionaliseren en de dienstverlening aan burgers en bedrijven te verbeteren. Ook de provincie heeft haar milieutaken voor de regio Haaglanden, als ook andere uitvoeringstaken voor zowel Haaglanden als voor heel Zuid-Holland (geconcentreerd) bij de ODH ondergebracht. Het werkplan 2025 vormt de basis voor de uitvoering van vergunningverlening^ toezicht^ en handhavingstaken (VTH-taken) door de ODH in 2025 en is opgesteld door de ODH, op basis van door de gemeenten en provincie opgestelde kaders. Hierbij is de uitvoering door de ODH van vergelijkbare werkzaamheden voor verschillende opdrachtgevers op elkaar afgestemd en geharmoniseerd. De werkzaamheden zijn zoveel mogelijk afgeleid van de PDC^ zoals deze is opgesteld door de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Op de VTH-taken zijn de kwaliteitscriteria en kaders van de Omgevingswet van toepassing en er worden vanuit het Rijk eisen gesteld voor wat betreft robuustheid en een adequaat uitvoeringsniveau. De VTH-taken in dit werkplan hebben qua uitvoering een wettelijke grondslag en een verplichtend karakter. Uitvoering ervan is onvervreemdbaar een verantwoordelijkheid van de betreffende bevoegde overheid (gemeente, provincie).

In 2025 werkt de ODH volledig zaakgericht en de uitvoeringstaken worden ondersteund door geautomatiseerde processen om te kunnen voldoen aan de afgesproken rapportageverplichtingen. In de voortgangsrapportages (juni en september) en het jaarrapport wordt gerapporteerd over daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden. De besteding is mede afhankelijk van een aantal externe factoren, waaronder het aantal daadwerkelijk ontvangen aanvragen en meldingen en het aantal geconstateerde handelingen waarop moest worden toegezien of moest worden gehandhaafd. Financiering van de taakuitvoering door de ODH vindt in 2025 plaats op basis van output, dat wil zeggen aan de hand van de per opdrachtgever te leveren producten en diensten. De deelnemersbijdrage is op basis van voorcalculatie vastgesteld. De verantwoording vindt zowel collectief als per deelnemer plaats op basis van nacalculatie. De veranderingen op beleidsgebied voor 2025 bestaan hoofdzakelijk uit de invoering van de Omgevingswet. De voorgaande jaren heeft ODH zich in samenspraak met de opdrachtgevers voorbereid op de invoering van de Omgevingswet. De ODH levert op concernniveau een bijdrage aan diverse activiteiten die zijn gericht op een toekomst bestendige VTH taakuitvoering (o.a. naar aanleiding van het advies Van Aartsen). Erzijn daarnaast geen majeure wetswijzigingen.

De samenwerking tussen de 5 Omgevingsdiensten in Zuid-Holland bestaat al tien jaar, maar heeft ruim twee jaar geleden extra aandacht gekregen naar aanleiding van een opdracht van de gezamenlijke besturen tot ‘dóórontwikkeling’ van het VTH-stelsel in Zuid-Holland. Op zes onderwerpen hebben de OD’s hun samenwerking verstevigd. In maart 2024 is er een bestuurlijke vervolgopdracht gegeven, om de samenwerking te voorzien van een strategie, de samenwerking te borgen en ook - opnieuw - uit te werken in concrete projecten in de vorm van een meerjarige uitvoeringsagenda. We gaan daarbij uit van vijf inhoudelijke onderwerpen en drie op het gebied van bedrijfsvoering. Op het moment van opstellen van het werkplan was de agenda nog niet gereed. Het werkplan is opgebouwd uit de programma’s “Toetsing & Vergunningverlening” en “Toezicht & Handhaving”. De systematiek van het werkplan is gebaseerd op de begroting 2025, waarbij aan de hand van taken, producten en productprijzen een raming wordt gemaakt van de benodigde middelen. Die raming wordt vervolgens vergeleken met de beschikbare bijdrage per deelnemer.

' Onder “vergunningverlening" wordt tevens begrepen de taken op het gebied van toetsing en advisering “ Onder “toezicht” wordt tevens begrepen het behandelen van overlastmeldingen en handhavingsadvisering ^ Producten- en Diensten Catalogus Omgevingsdiensten Zuid-Holland, versie 2.2 d.d. 6 juli 2022

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Deifland, Definitief, 7 maart 2025

3 van 58

omgevingsditnst

HAAGLANDEN

2

Kaders

2.1 Status, positionering en vormgeving Werkplan De GR, daaruit voortvloeiende verantwoordingsaspecten (P&C, financiën), vastgestelde documenten als Bedrijfsplan en l&P Plan^ PDC, ZTC^ en reeds bestaande processen als begrotings-, evaluatie- en rapportagecyclus zijn leidend en daarmee bepalend. Het werkplan treedt geenszins in de plaats van deze bovenliggende elementen, noch geeft het daar andere uitwerking aan. Ook beleidsmatige uitwerkingen vinden geen plek in het werkplan, maar dienen hun grondslag en uitwerking te vinden in betreffende beleidsdocumenten of kaderstellende notities. Het werkplan is in beginsel een beknopte samenvatting van opgedragen taken en een compacte vertaling van taken naar benodigde middelen. De raming van het werkplan is afgeleid van de begroting, waarbij begroting en verantwoording een eigenstandige cyclus kennen via AB/DB. Het werkplan betreft een beknopte omschrijving van activiteiten en werkzaamheden. De beschrijving beperkt zich tot het toelichten wat met een bepaalde taak wordt bedoeld. Meer volledige beschrijvingen van taken, handelingen en processen staan opgenomen in de PDC en/of ZTC. Ook voorde behandel-en leveringstermijnen zijn de PDC en/of ZTC leidend. netwerkplan wordt opgesteld per deelnemer (gemeente, provincie). Het plan kenteen aanzienlijk deel dat generiek is en voor de totale taakuitvoering van de ODH geldt.

Om de uniformiteit te vergroten en om efficiëntieredenen bij het opstellen van het werkplan wordt gebruik gemaakt van generieke standaardteksten, die zijn aangevuld met maatwerkbeschrijvingen per deelnemer.

2.2 Wettelijke en niet-wettelijke taken Onder wettelijke taken worden de taken verstaan, die gemeenten en provincie vanuit haar publiekrechtelijke functie en verantwoordelijkheid uitvoeren en die hun grondslag vinden in de (milieu- en natuur) regelgevingen in het verlengde daarvan, in de Omgevingswet. Uitvoering van wettelijke taken zijn onvervreemdbaar belegd bij de overheid en deze kunnen niet door anderen, zoals private partijen, worden uitgevoerd. In veel gevallen ligt er bij derden (initiatiefnemers) de verplichting om de regels na te leven en dat te laten toetsen bij de bevoegde overheid. Daarnaast kan de overheid eigenstandig toezicht uitoefenen op de naleving van regels. De bevoegde overheid is de enige die de rol/positie heeft om hierover op basis van de regelgeving een uitspraak te doen. Wettelijke taken hebben per definitie dus een juridische grondslag en staan in veel gevallen open voor inspraak (bezwaar/beroep). Met de invoering van de Omgevingswet is de uitvoering van wettelijke taken zowel gericht op landelijke als ook lokale en/of regionale wet- en regelgeving.

^ Inrichtings-en Personeelsplan ODH ® Zaaktype Catalogus

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

4 van 58

omg«ving$dienst

HAAGLANDEN

Bij wettelijke taken gaat het onder andere om het geven van oordelen of het nemen van besluiten over aspecten waarvan in de regelgeving staat dat die ter beoordeling van het bevoegd gezag zijn of bevoegdheden die door het bevoegd gezag uitgeoefend moeten worden. Ook het implementeren van wet­ en regelgeving of het ondersteunen bij het opstellen van beleidskaders wordt gerekend tot de wettelijke taken. Verder mogen ook voorbereidende werkzaamheden om te komen tot oordelen, besluiten of toezichthandelingen worden gezien als wettelijke taak. Het gaat immers om handelingen die weliswaar eerder in het proces of in de tijd plaatsvinden, maar die wel gericht zijn op de uiteindelijke feitelijke wettelijke handeling en ook in die kaders hun grondslag vinden. Te denken valt aan het voeren van (voor-) overleg, het uitvoeren van globale beoordelingen (quick scans) of het deelnemen aan overleggen om potentieel lastige vraagstukken tot een oplossing te brengen. Met name dit laatste aspect neemt onder de Omgevingswet een belangrijke plek in. Er zijn uiteraard meer voorbeelden denkbaar. DeODH richt zich bij haar taakuitvoering primair op de uitvoering van wettelijke taken in hetVTH-domein. Dat is ook het takenpakket dat de deelnemende gemeenten en de provincie aan de ODH hebben overgedragen. Slechts incidenteel kan een uitvoeringstaak van de ODH worden aangemerkt als niet­ wettelijk.

Dat aandeel is dermate beperkt dat hierin binnen het werkplan 2025 geen onderscheid wordt gemaakt.

2.3

Gemeentelijke kaders

De gemeenten hebben een eigen bevoegdheid om aanvullende bepalingen op te stellen en zijn op grond van de kwaliteitscriteria verplicht het kader vast te stellen waarbinnen de uitvoeringsorganisatie moet werken. De gemeentelijke beleidskaders zijn weergegeven in bijlage l.

2.4

Financiële kaders werkplannen

Doelstelling van

2025

is

uitvoering te

geven

aan

de

werkplannen,

het

invullen

van

de

rapportageverplichtingen op het gebied van de KPt’s®, het monitoren van de werkzaamheden en te voldoen aan afgesproken criteria qua

prestaties en qua kwaliteit (waaronder de landelijke

kwaliteitscriteria). 2.4.1

Outputbegroting 2025

Met de deelnemers in de ODH is afgesproken dat de productiviteit 1390 uur/Fte bedraagt. In 2025 is op basis van de primaire begroting en mutaties daarop via de VJN-NJN een werkvolume beschikbaar van 266.655 uur beschikbaar voor de producten en diensten zoals deze voortvloeien uit de werkplannen. Van deze productieve uren zullen 144.523 uur in het programma Toetsing & Vergunningverlening worden gerealiseerd en 122.132 uur in het Programma Toezicht & Handhaving. De begroting 2025 is op output gebaseerd, waarbij het werkpakket in producten en diensten is vertaald. Basis voor de outputbenadering is het principe dat de deelnemersbijdrage het totaal is aan producten vermenigvuldigd met de prijs omvat (P x Q). De grondslag voor de producten/diensten is verankerd in de vastgestelde producten en diensten catalogus (PDC) en de zaaktype catalogus (ZTC). Het kengetal In een kengetal wordt de verwachte tijdsbesteding voor de totstandkoming van een product, bezien over alle uit te voeren werkzaamheden, weergegeven. In het kengetal zijn de inhoudelijke, administratiefprocedurele en juridische werkzaamheden meegenomen.*

* KPI: Kritische Prestatie Indicator

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

5 van 58

omgtvingsdiensl

HAAGLANDEN

In de kengetallen is rekening gehouden met de afgesproken productiviteit van de primaire organisatie. Het proces van monitoring en bijstelling op basis van ervaring over de achterliggende Jaren is een continu proces, omdat kengetallen als gevolg van veranderingen in de betreffende producten en wijzigingen in eisen aan betreffende taakuitvoering onderhevig kunnen zijn aan variatie. Bij het bijstellen van kengetallen worden dergelijke veranderingen (trends) over een langer periode beschouwd om ongewenste korte termijneffecten geen al te dominante rol te geven. Op basis van een periode van enkele jaren werken met de Omgevingswet kan worden bezien of de invoering van de Omgevingswet extra effecten gaat hebben op de kengetallen, bijvoorbeeld de extra tijdsbesteding op zaakniveau als gevolg van de veranderingen in de wet t.o.v. voorheen geldende wetgeving als ook een toename van verzoeken om informatie of ondersteuning van burgers, bedrijven, initiatiefnemers of opdrachtgevers. Dergelijke effecten zijn nu dan ook niet meegenomen. Afhankelijk van de ervaringen lopende 2025 en de daarop volgende jaren zal worden bezien hoe kan worden omgegaan met dergelijke effecten. Het tarief Het tarief is de financiële vertaalslag van de werkzaamheden uitgedrukt in een bedrag per uur. Basis voor het tarief is de loonsom per uur per schaal op basis van de werkelijke kosten.

De overhead van zowel de organisatie als productie is in de vorm van een gemiddeld bedrag per uur aan de loonsom per uur toegevoegd. De opbouw van het gemiddelde voorcalculatorisch tarief is opgenomen in de primaire begroting 2025 Voor de werkplannen 2025 worden 6 tariefgroepen gehanteerd die zijn afgeleid van de schalen 8 tot en met 12. Het tarief bestaat uit een voor het uitvoeringsjaar van toepassing zijnde loonsomcomponent per tariefgroep en een overheadopslag per uur. Er is sprake van 1 set met tarieven voor zowel de in de werkpannen geraamde uren als voor uren die in aanvulling daarop worden besteed. Ook zijn er geen " interne of externe" tarieven. Deze vereenvoudigde werkwijze maakt de berekeningswijze beter toegankelijk en sluit meer aan bij de werkwijze van de andere diensten in Zuid- Holland. Voor het werkplan 2025 zijn de voorcalculatorische tarieven als volgt:

Voorcalculatorisch tarief 2025 Tariefgroep 1 Tariefgroep 2 Tariefgroep3 Tariefgroep 4 Tariefgroep 5 Tariefgroep 6

Tarief afgerond 100,00 109.00 117.00 125.00 136.00 152.00

De productpriis Per product/dienst is bepaald welke tijdsbesteding nodig is van welke kwaliteit. De tijdsbesteding kent namelijk zowel een kwantitatief element (aantal uren = kengetal) als een kwalitatief element (aard/niveau/kwaliteit van de inzet = gehanteerde tariefgroep). Per product/dienst is bepaald welke kengetal van toepassing is en welk van de 6 tariefgroepen het meest recht doet aan de vereiste en/of beoogde kwaliteit. Zowel het kengetal (zie eerder toelichting) als de te hanteren tariefgroep worden jaarlijks bepaald op basis van voortschrijdend inzicht. Samengevat: de productprijs is P*Q, kengetal * tarief. De kostprijs is kostendekkend en bevat geen winstmarge.

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief. 7 maart 2025

6 van 58

omgtvingsditnst

HAAGLANDEN

2.4.2

Monitoring en evaluatie

Er vindt een permanente monitoring plaats van de kengetallen en productprijzen. Tussentijds kunnen significante afwijkingen worden meegenomen in de begrotingscyclus. Ook de begrote aantallen voor 2025 kunnen gezien het relatief vroege moment van het opstellen van het werkplan (najaar 2024) nog aan wijzigingen onderhevig zijn. Het aantal geleverde producten en diensten vormt aangevuld met enkele kwalificaties de basis voor rapportage conform de vastgestelde lijst Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Een overzicht van de KPI’s is opgenomen in bijlage VI. Met ingang van 2019 vindt de verantwoording zowel collectief als per deelnemer plaats op basis van nacalculatie. Voorde precieze inhoud wordt verwezen naarde besluitvorming door het Algemeen Bestuur. Verantwoording en verrekening vindt plaats in de begrotingscyclus. Het resultaat van het jaar 2024 kan pas worden bepaald op het moment van de Jaarrekening, zodat verwerking van eventuele afspraken hierover, voor zover zij het werkplan raken, niet zijn verwerkt in het werkplan 2025 maar plaatsvinden lopende het jaar 2025. Inde werkplancyclus wordt ambtelijk gerapporteerd over de voortgang. Voor zover dat mogelijk is kan in de voortgangsgesprekken (onderdeel van de werkplancyclus) afgestemd worden of tussentijdse (bij)sturing van te leveren producten en diensten mogelijk is ingeval van optredende afwijkingen.

In het oog springende afwijkingen en bijzondere voorvallen zullen in de rapportages worden toegelicht. Gedurende de uitvoering in 2024 is gebleken dat de Omgevingswet voor een aantal activiteiten leidt tot een intensievere inzet of extra activiteiten (bijvoorbeeld ten aanzien van de informatieplicht). Lopende 2025 zal moeten blijken of deze ontwikkeling zich doorzet en of dit tot knelpunten gaat leiden in een te hoge realisatie. Deze ontwikkeling wordt gevolgd bij de 4-maandelijkse rapportages. 2.4.3

Beschikbare financiële middelen

In de begroting 2025 is per deelnemer de financiële bijdrage opgenomen en vastgesteld. Met een aantal deelnemers zijn of worden afspraken gemaakt over de uitvoering van additionele taken of het beschikbaar stellen van additionele middelen. Voor zover die afspraken reeds zijn gemaakt, is de begroting aangepast. De deelnemersbijdrage is opgebouwd uit de basisbijdrage per deelnemer vermeerderd met de kosten voor eventuele additionele taken. Op het moment dat er overeenstemming is over de werkplannen, worden additionele bijdragen meegenomen in de voorjaarsnota (VJN) of de najaarsnota (NJN). Op deze wijze wordt zoveel mogelijk aansluiting gevonden met de begrotingscyclus (begroting VJN, NJN) en kunnen tevens de financiële middelen van de werkprogramma’s T&V en T&H in beeld worden gebracht.

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

7 van 58

omgevingsdicnst

HAAGLANDEN

Navolgend is een overzicht opgenomen van de deelnemersbijdragen, mutaties daarop en de daaruit voortvloeiende beschikbare middelen voor de werkplannen, onderverdeeld naar de programma’s T&V en T&H. Tabel; overzicht beschikbare middelen per programma voor werkplan 2025 (vastgesteide begroting ODH)

Deelnemers

Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland Totaal

Bijdrage begroting

Additionele taken 2025

2025

€ € € € € € € € € € €

1.628.600

10.703.009

€ € € € € € € € € €

30.528.868

€

8.046.541 1.124.416 682.457 908.918 887.142 631.940 4.540.733 1.375.112

113.737

Werkplan-

Middelen

Middelen

volume inclusief

werkplan 2025

werkplan 2025

additionele taken

T&V

T&H

1.742.337

1.278.320

€ € € € € € € € € €

11.981.329

2.261.828

€

32.790.696

109.034 53.125 143.438 70.474 28.057 416.116 49.527

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

8.046.541 1.233.450 735.582 1.052.356 957.616 659.997 4.956.849 1.424.639

€ € € € € € € € € € €

578.276 3.812.638 446.546 309.872 377.286 571.913 339.835 1.913.823 585.451 9.339.730 18.275.370

€ € € € € € € € € € €

1.164.061 4.233.903 786.904 425.710 675.070 385.703 320.162 3.043.026 839.188 2.641.599 14.515.326

8 van 58

omgevingsdicnsl

HAAGLANDEN

3

Programma Toetsing & Vergunningverlening

3.1 Inleiding Voorafgaand aan diverse handelingen in de leefomgeving zijn initiatiefnemers (gemeenten, andere overheden en derden) op basis van de regelgeving verplicht om na te gaan of deze handelingen binnen de geldende regels zijn toegestaan en zo nodig dient het bevoegd gezag (provincie, gemeenten) hiervoor toestemming te verlenen (in de vorm van een vergunning of beschikking). De beschrijving van het programma T&V is in twee delen weergegeven. In bijlage 11 wordt een generieke toelichting gegeven op een aantal taken die vooreen belangrijk aantal deelnemers worden uitgevoerd. Dit betreft het generieke deel van de beschrijving, waarin een groot aantal activiteiten van pakket 1 en 2 op uniforme wijze is beschreven. Sommige deelnemers nemen alle taken af, sommige deelnemers slechts een deel ervan. In dit hoofdstuk wordt voor de deelnemer waarop dit werkplan betrekking heeft aandacht besteed aan meer specifieke (maatwerk)afspraken voor de taakuitvoering. Deze maatwerkafspraken zijn samengesteld op basis van eerdere werkplannen, eventuele (concept) startbrieven voor het betreffende jaar en de ervaringen gedurende de taakuitvoering in voorgaande jaren. De beschrijvingen van zowel het generieke als het specifieke deel zijn vooral kwalitatief van aard en een aanvulling van de meer compacte beschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de PDC.

In bijlage IV staat aangegeven welke werkzaamheden voor een betreffende deelnemer binnen het programma T&V worden uitgevoerd. Daaruit blijkt ook welke onderdelen van de generieke deel uit de bijlage voor de betreffende deelnemer van toepassing is. De combinatie van dat overzicht, de PDC en de aanvullende beschrijvingen in dit werkplan bieden het overzicht van het werk dat wordt uitgevoerd en de betekenis ervan.

3.2 Maatwerktaken en afspraken Voorde gemeente Midden-Delfland wordteen gevarieerd pakket aan taken uitgevoerd. Op hoofdlijn bevat het takenpakket de werkzaamheden voor de aspecten milieubeheer, bodem, WKO en milieu en RO. Voor een specifiek overzicht wordt verwezen naar bijlage IV. Als gekeken wordt naar de maatwerkafspraken dan kan daarover het volgende worden vermeld. Voor wat betreft het aspect geluid verzorgt de ODH de advisering en toetsing van plannen en onderzoeken, bijvoorbeeld ingeval van geluidbelasting op geluidgevoelige objecten (zoals woningbouw). Daarnaast verzorgt de ODH het bijhouden en verstrekken van bodeminformatie voor Midden-Delfland. Wat betreft het aspect EV/OV verzorgt de ODH de taakuitvoering voor zover het betrekking heeft op bedrijven. Het aspect EV/OV in ruimtelijke plannen voert de gemeente zelf uit. Bij complexe situaties kan de ODH op verzoek van Midden-Delfland haar EV/OV-expertise inbrengen. Het voorbereiden en nemen van besluiten of een MER beoordeling aan de orde is, wordt voor primaire besluiten waarvoor de ODH reeds is gemandateerd en voor situaties onder de zogenaamde drempelwaarde door de ODH uitgevoerd. Milieu en RO Voor ruimtelijke planvorming moet de milieusituatie van diverse aspecten in beeld worden gebracht en moeten de milieueffecten worden onderzocht.

Zowel voor de advisering en toetsing van de ruimtelijke (ontwikkel-)plannen, maar ook voor de advisering in het kader van de milieueffectrapportage procedure. De ODH kan quick scans verzorgen waarin milieueffecten van bepaalde ontwikkelingen of plannen op hoofdlijn worden bekeken. Ook kan de ODH meedenken over randvoorwaarden en uitgangspunten bij ruimtelijke planvorming. De bevindingen worden met de gemeente gedeeld in de Omgevingstafeloverleggen waaraan de ODH deelneemt. In deze overleggen wordt gestreefd naar een integrale benadering Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

9 van 58

omgevingsdiênst

HAAGLANDEN

van vergunningaanvragen. Desgevraagd kan de ODH een bijdrage leveren aan het formuleren van milieuparagrafen in de Omgevingsplannen en kan de ODH adviseren en meedenken bij de afstemming tussen milieu en RO in het kader van planvorming. Actualisatie van (milieu)vergunningen Het bevoegd gezag heeft een (wettelijke) verplichting om regelmatig te bezien of vergunningen nog voldoende actueel zijn en of daarin opgenomen beperkingen en voorschriften nog toereikend zijn. Het vergunningenbestand wordt daarbij getoetst aan de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu en eventuele gewijzigde beleidsinzichten en wet- en regelgeving. Het actualiseren van vergunningen maakt onderdeel uit van de nota “VTH Beleid gemeentelijke taken Omgevingsdienst Haaglanden” (mei 2020). In deze nota zijn de volgende actualisatiedoelen benoemd: Vergunningen periodiek aan te passen aan het actuele beleid van het bevoegd gezag, zoals op het gebied van gezondheid, veiligheid, natuurwaarden en duurzaamheid; Vergunningen te laten voldoen aan de actuele wet- en regelgeving met daarin de laatste inzichten over normstelling voor een optimale bescherming van het milieu en de burger. Het bevoegd gezag past daarom regelmatig een actualisatietoets toe op elke oudere vergunning.

Bij de frequentie van toetsing wordt rekening gehouden met de omvang van emissies, aard van de risico’s enzovoort. Voor milieubelastende activiteiten met een grote (potentiële) impact op de leefomgeving past het bevoegd gezag een kortere termijn van beoordeling op actualiteit toe dan milieubelastende activiteiten waarbij deze impact kleiner is; Implementeren van de best beschikbare technieken in de bedrijfsvoering van de bedrijven zodat milieubelasting verder wordt teruggedrongen, hinder wordt voorkomen en een hoger niveau van veiligheid wordt bereikt; Doorvoeren van wijzigingen op basis van ervaringen in achterliggende jaren met als doel de naleving of het toezicht en de handhaving te verbeteren of te vereenvoudigen. Gelet op het voorgaande is het milieuvergunningenbestand van de Haaglandengemeenten doorlopen op een mogelijke noodzaak tot actualisatie. Naar aanleiding van deze beoordeling is een prioritering aangebracht van actualisaties die zouden dienen plaats te vinden en daarmee de volgorde waarin deze worden opgepakt. In 2025 zal opnieuw een screening van de vergunningen en prioritering van noodzakelijke actualisaties plaatsvinden. Voor de gemeente Midden-Delfland wordt in 2025 de actualisatie voorzien voor het volgende bedrijf: Bedrijf Delfluent Services AWZl Harnaschpolder

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

10 van 58

omgevingsdienst

HAAGLANDEN

Afstemming activiteiten onder de Omaevinaswet De inzet en inbreng vanuit de ODH ter ondersteuning van opdrachtgevers bij plannen en aanvragen onder de Omgevingswet verschilt per opdrachtgever. Zo wordt voor enkele opdrachtgevers actief deelgenomen aan Omgevingstafels waarin alvast “geoefend” wordt met de integrale afstemming die met de Omgevingswet belangrijker is. Via het Ambtelijk Opdrachtgeversoverleg (AOO) worden gezamenlijke onderwerpen afgestemd, waarbij wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk geclusterde en geüniformeerde aanpak om een gefragmenteerde en inefficiënte uitvoering van vergelijkbare activiteiten te vermijden. Ook participeert de ODH

al in verschillende voorbereidende overleggen voor de opzet van de

Omgevingsplannen. De af te stemmen onderwerpen kunnen bestaan uit een analyse van de bruidsschat, het meedenken en formuleren van planregels over milieuaspecten en het meedenken over het formuleren van eigen toepasbare regels, het opstellen van omgevingswaarden, het instellen van leges en de warme overdracht van bodemtaken. De reguliere werkplanbudgetten voorzien slechts in beperkte mate in een werkbudget voor activiteiten ter ondersteuning van individuele deelnemers. Op het moment dat dergelijke onderwerpen opgepakt dienen te worden, zullen hierover separate afspraken gemaakt moeten worden. Onder de Omgevingswet is de behandeltermijn voor veel besluiten ingeperkt tot 8 weken. Ingeval inhoudelijke (onderzoeks)rapporten onderdeel uitmaken van een aanvraag, dan is genoemde termijn alleen haalbaar als deze documenten vooraf zijn afgestemd en goedgekeurd. Een behandeltermijn van 8 weken is veelal te kort om daarbinnen (onderzoeks)rapporten inhoudelijk te kunnen beoordelen, indien nodig te laten aanpassen en goed te keuren. Met nadruk wordt derhalve gesteld dat dergelijke onderzoeken en/of inhoudelijke plannen voorafgaand aan het indienen (de aanvraag) moeten worden afgestemd en goedgekeurd om langere behandeltermijnen of substantieel meer afwijzingen (omdat de documenten niet voldoen) te vermijden.

Omaevinasveiliaheid In bijlage IX is een toelichting opgenomen over de werkzaamheden in 2025 voor het programma Versterking Omgevingsveiligheid. De uren die aan deze werkzaamheden zijn verbonden zijn nog niet opgenomen in dit werkplan, maar worden daaraan toegevoegd zodra de dekking bij VJN is toegevoegd. Bodemsanering Met het inwerking treden van de Omgevingswet is een deel van de bodemsaneringstaken overgegaan naar de gemeenten. Na de overdracht zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle omgevingswetzaken voor bodem, zoals het graven in en saneren van verontreinigde grond of het toepassen van verontreinigde grond en bagger. De bevoegdheden voor werkzaamheden in verontreinigd grondwater blijven bij de provincie.

Reeds

door

de

provincie

opgepakte

gevallen

van

ernstige

en

spoedeisende

bodemverontreiniging, nieuwe gevallen van bodemverontreiniging ontstaan tussen 1987 en 1-1-2024 en instandhouding van nazorgmaatregelen onder de Wet Bodembescherming blijven bij de provincie. Na de overdracht nieuw ontdekte gevallen van historische bodemverontreiniging, ook indien deze ernstig en spoedeisend zijn, vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Voor een deel van de Haaglandengemeenten voert de ODH ook alle gemeentelijke bodemtaken uit. Een beperkt aantal gemeenten verricht nog zelf bodemtaken voor zover deze geen onderdeel uitmaken van het basistakenpakket. Door de Omgevingswet vinden er verschuivingen plaats in het basistakenpakket. De Haaglandengemeenten en de ODH dienen nadere afspraken te maken omtrent de taakuitvoering van de bodemtaken onder de Omgevingswet, die niet verplicht bij de ODH belegd zijn. Deze afspraken zijn maatwerk en kunnen per gemeente verschillen.

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

11 van 58

omgevingsditnst

HAAGLANDEN

In het Bodemplatform Haaglanden bespreken gemeenten, provincie en ODH regelmatig actuele bodemaspecten, die bij voorkeur betrekking hebben op alle deelnemers in de ODH. De ambitie van het bodemplatform is om zich tot een breed netwerk te ontwikkelen voor alle bodem en ondergrond onderwerpen in de regio Haaglanden. Ondersteuning beleidstaken De ODH kan de gemeente Midden-Delfland op diverse beleidsontwikkelingen of Beleidstaken ondersteunen met haar kennis en expertise. Dat kan betrekking hebben op de aspecten geluid, licht, lucht, bodem, duurzaamheid, EV/OV, natura-2000/flora- en fauna en de afstemming RO en milieu. Daarnaast kan de ODH de gemeente ondersteunen ingeval sprake is van wijzigingen in wet- en regelgeving. Ook kan Midden-Delfland een mogelijke inbreng van de ODH vragen bij het beleidsdeel van de beleidscyclus VTH. Desgevraagd zal de ODH hierin haar expertise inbrengen. Uiteraard draagt de ODH zorg voor haar inzet op het eigen verbeterplan Kwaliteitscriteria. De inbreng vanuit de ODH voor beleidsprogramma’s vindt plaats op verzoek vanuit en qua invulling in afstemming met de gemeente. De ODH zal namens Midden-Delfland omzetten naar een bestand met milieubelastende activiteiten en deze beheren. Ook beheert ODH het REV (register externe veiligheidsrisico’s).

Specifiek aspect bij de beleidsondersteuning is het ontwikkelen van beleid voor brijnlozingen op langere termijn vanuit de glastuinbouw. Specifieke ontwikkelingen voorde glastuinbouw Landelijk worden, in overleg met andere overheden, sector en OD's, eenduidige werkwijzen ter uitvoering van wet- en regelgeving opgesteld (bijvoorbeeld voor het lozen van brijn in de bodem, voor de zuiveringsplicht of voor assimilatiebelichting bij rozenkwekers). De ODH zal waar nodig en/of op verzoek een bijdrage leveren in de uitwerking van dergelijke afspraken en zij zal deze afspraken zoveel mogelijk overnemen en hanteren. Duurzaamheid Op het gebied van duurzaamheid heeft de ODH een duurzaamheidsprogramma opgesteld samen met de deelnemers, waaruit diensten kunnen worden afgenomen, mocht daar behoefte aan zijn. De ODH gaat met de gemeenten in gesprek om over duurzaamheid van gedachten te wisselen.

3.3

Raming van producten, diensten en kosten T&V

In bijlage IV is voor de deelnemer waarop dit werkplan betrekking heeft, een raming van producten, diensten en kosten opgenomen. Het overzicht van activiteiten (producten) is concreet en SMART uitgewerkt en uitgewerkt als een outputbegroting. Voor activiteiten die niet zijn vervat in producten is een inspanning opgenomen in de vorm van een uitvoeringsbudget. Voor het programma T&V geldt dat de werkzaamheden grotendeels vraagvolgend zijn. Het aantal, soort en aard van de aanvragen en meldingen is door de ODH slechts beperkt te sturen en kan dus variëren. De genoemde getallen dienen dan ook als een raamwerk te worden beschouwd, dat aan de hand van de concrete ontwikkelingen flexibel en op maat wordt ingevuld. Dat betekent dat de inzet tussen verschillende taakvelden kan variëren. Het is aan de ODH om er voor te zorgen dat de totale inzet binnen de totaalraming blijft. In de voortgangsrapportages wordt gerapporteerd over daadwerkelijk bestedingen en indien noodzakelijk, een voorstel gedaan om op basis van gewijzigde aantallen ook de besteding anders in te vullen of om additionele middelen beschikbaar te stellen ingeval dat nodig mocht zijn.

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

12 van 58

omgavingsefiensl

HAAGLANDEN

4 Programma Toezicht & Handhaving 4.1 inleiding De beschrijving van het programma Toezicht & Handhaving is in twee delen weergegeven. Net zoals voorgaande Jaren wordt aandacht besteed aan specifieke maatwerkafspraken. Deze afspraken zijn samen met de startbrief en op basis van de taakuitvoering in voorgaande jaren opgesteld. Hiernaast is invulling gegeven aan de transitie naar de Omgevingswet, enerzijds door aanpassing productnamen als ook de (vak)inhoudelijke veranderingen die voortvloeien uit de implementatie van milieubelastende activiteiten. In bijlage Mi is een generieke toelichting gegeven op de taken die voor alle deelnemers inhoudelijk generiek uitgevoerd worden. De beschrijvingen van het specifieke en het generieke deel zijn vooral kwalitatief van aard en een aanvulling op de beschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de PDC. In bijlageV is aangegeven welke werkzaamheden voor de gemeente worden uitgevoerd. Daaruit blijkt ook welke onderdelen van het generieke deel (bijlage III) voor de betreffende deelnemer van toepassing zijn. De combinatie van bijlage V, de PDC en de aanvullende beschrijvingen in dit werkplan biedt het overzicht van het werk dat wordt uitgevoerd en de betekenis ervan.

4.2 Risicogestuurd toezicht op een locatie met Milieu Belastende Activiteiten (MBA) De toepassing van de risicomethodiek op locaties met Milieu Belastende Activiteiten (MBA) is regio breed gelijk en levert in uw gemeente geen onoverkomelijke knelpunten in 2024 op voor het planmatig toezicht, integrale eerste controles en themacontroles. In de risicomethodiek is in 2020 al voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet. De MBA’szijn alreeds in activiteitgroepen ingedeeld. De oorspronkelijke 47 branches zijn vertaald naar deze activiteitgroepen zodat monitoring kon plaatsvinden per activiteitgroep op risico’s en naleefgedrag. Complexe bedrijven In 2025 staat op grond van de nieuwe risicomethodiek toezicht gepland bij het merendeel van de complexe bedrijven. De milieurelevantie (de aard en het effect van de MBA) van deze bedrijven is groot en dat weegt zwaar mee in de totaalscore op grond van de nieuwe risicomethodiek. Complexe bedrijven komen dus vaak boven aan de lijst van de te controleren bedrijven. Signaalfunctie Tijdens de uitvoering van het toezicht zal de ODH, daar waar noodzakelijk, een signaalfunctie vervullen naarde gemeenten en andere handhavingspartnerstoe. Bij integrale casussen zal de ODH deelnemen als adviseur of regisseur afhankelijk van het zwaartepunt.

ODH-biidrage aan terugdringen van ondermijnende criminaliteit Met enige regelmaat wordt de ODH om ondersteuning gevraagd bij acties die gericht zijn op de aanpak van ondermijning. Het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) is voor de ODH een bekende partner waarmee wordt samengewerkt. Het HEIT bezoekt, met een integraal team, bedrijven op basis van meldingen en signalen van bewoners en organisaties over mogelijke misstanden. De belangrijkste taak is het lokale ondernemersklimaat verbeteren door oneerlijke concurrentie aan te pakken. De ODH levert momenteel een bijdrage aan het terugdringen van ondermijnende activiteiten door: •

Het aanleveren van informatie vanuit het geautomatiseerde registratiesysteem of anderszins

•

Door signalen uit het reguliere werk door te geven aan het HEIT, gemeenten en RIEC

•

Door deel te nemen aan integrale acties die zijn georganiseerd doorbet HEIT.

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delftand, Definitief, 7 maart 2025

13 van 58

omgevingsdjen$t

HAAGLANDEN

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) De afgelopen jaren heeft de ODH haar kennis verrijkt omtrent ZZS. Hierbij is expertise ontwikkeld over de bedrijfsprocessen waarbij ZZS in de leefomgeving vrij kunnen komen. Het gaat daarbij vooral om emissies naarde kwaliteit van tucht, bodem en water. Tijdens de controles wordt specifiek gelet op het gebruik van de gevaarlijke stoffen waarin ZZS aanwezig is en de eventuele emissie ervan. Nieuwe en geactualiseerde vergunningen bieden de toezichthouders handvatten om bij de bedrijven, indien van toepassing, gerichter vermijdings- en reductieprogramma’s op vragen. Hier blijft de komende jaren onze aandacht voor nodig. ZZS in afvalstoffen is een onderwerp dat nog onvoldoende inzichtelijk is. De doelstelling circulaire economie en vermijding ZZS heeft een tegenstrijdigheid en is niet in overeenstemming met de productie van nieuwe producten waarbij ZZS niet verboden is. De komende jaren zal toezicht zich verder ontwikkelen ten aanzien van de informatie over ZZS dat afvalbedrijven vanuit hun vergunning verplicht moeten aanleveren. Ook in de Omgevingswet is aandacht voor ZZS, naast specifieke vergunningsplicht bij bepaalde milieubelastende activiteiten is er ook een zorgplicht tot reductie van ZZS (emissie) opgenomen in de wet.

Project ureumboekhouding De grote tuinbouwbedrijven en bedrijven in andere sectoren beschikken vaak over één of meerdere warmtekrachtkoppelingen (gasmotoren, hierna: WKK-installaties) met een vermogen groter dan 2500 kW. Deze WKK installaties gebruiken ureum t.b.v. het voldoen aan emissienormen. In de wet zijn monitoringseisen vastgesteld voor WKK’s waar op twee manieren aan kan worden voldaan, continue NOxmeting of met behulp van een ureumboekhouding. Tijdens reguliere milieutoezicht wordt o.a. op emissienormen gecontroleerd maar in de praktijk blijken de monitoringseisen voor WKK’s een efficiënte uitvoering van toezicht te belemmeren omdat er veel aandacht moet worden besteed aan de ureumboekhouding. Dit project richt zich op het verkennen van nieuwe methoden om de beschikbaarheid en naleving van de ureumboekhouding bij bedrijven met WKK-installaties te verbeteren. Door middel van een administratieve controle, waarbij bedrijven een verzoek ontvangen om hun ureumboeking aan te leveren, wordt onderzocht of de naleving verbeterd kan worden. Daarnaast wordt gekeken naar efficiëntere processen en de mogelijkheid om administratief toezicht te versterken. Voor dit onderzoek en de controles is tijd gereserveerd in de begroting, zoals vermeld in Bijlage V.

Project vetafscheiders Vanuit gemeenten en op basis van overlastmeldingen blijkt dat extra aandacht nodig is op lozing van vethoudend afvalwater. Ook vanuit Kader richtlijn water is extra bestuurlijke aandacht vereist op indirecte lozingen, waaronder ook valt het lozen van afvalwater via vetafscheiders in het gemeentelijk vuilwaterriool. In samenwerking met de gemeenten worden gebieden bepaald waar problemen zijn met name op het gebied van vethoudend afvalwater. De ODH zal vervolgens op basis van beschikbare informatie over bedrijfsmatige activiteiten waar vethoudend afvalwater kan vrijkomen gerichte controles uitvoeren. Met deze controles bieden we een beter inzicht in de omvang en mogelijke problemen rond vethoudende afvalwater en daarmee op effecten van indirecte lozingen op de waterkwaliteit in de regio. In 2025 zijn voor dit project vijf themacontroles vetafscheider opgenomen in Bijlage V. Proleet‘RisicoRadar’ Als versterking van het risicomodel bedrijven wordt in 2025 begonnen met de project RisicoRadar, waaronder de pilot ‘blinde-vlekken’ valt. Daarin worden beschikbare externe bronnen, zoals de KVK, BAG, LMA, Scios, Kiwa etc. vergeleken met de data uit ons eigen zaaksysteem. Hiermee gaan we bedrijfslocaties opsporen die nog niet bekend zijn of veranderd zijn van eigenaar of functie. In ons werkgebied, die o.a.

gekarakteriseerd wordt door een grote doorloop in het MKB, is dit van groot belang om met het risicomodel Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

14 van 58

omg«vingsdi«nst

HAAGLANDEN

de meest relevante bedrijven te selecteren. Daarmee kunnen vervolgens inventariserende controles worden ingepland maar ook gebieden worden geselecteerd waar meer informatie vereist is of Juist waar veel problematiek speelt. E-PRTR (European Pollutant Release and Transfer Register) Bedrijven kunnen vanuit de Europese verordening PRTR verplicht zijn om te rapporteren over hun afval en de emissies naar lucht, water en bodem in een integraal PRTR-verslag (Pollutant Release and Transfer Register). Hiervoor is een webapplicatie beschikbaar: het elektronisch milieujaarverslag: e-MJV. Het bevoegd gezag beoordeelt het verslag. De gemeente Midden-Delfland heeft één bedrijf, de AWZI in de Harnaschpolder die onder de reikwijdte van de Europese verordening valt. NB: De Europese verordening wordt momenteel herzien. Het is nu nog niet duidelijk of dit zal betekenen dat meer bedrijven onder de verordening zullen vallen. Gemeentelijke bedrijven indirecte lozing Indirecte lozingen zijn lozingen van bedrijfsafvalwater die via de openbare riolering van gemeenten in de afvalwaterketen terecht komen. In de riolering mengen deze lozingen met het huishoudelijke afvalwateren het ingezamelde regenwater. Via hettransportstelsel komen ze uit op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (rwzi) waar ze na zuivering als effluent op het oppervlakwater worden geloosd.

Indirect lozingen hebben daarmee invloed op de (chemische en ecologische) kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater. Het lozen van milieuvreemde stoffen is niet zondermeer toegestaan. Voor indirecte lozingen hebben omgevingsdiensten (OD's) een belangrijke basistaak voor zowel de bedrijven met meldplicht als ook de vergunningplichtige bedrijven. Omdat de waterkwaliteit rond 1973 zo slecht was, zijn de waterkwaliteitsbeheerders bevoegd gezag geworden voor een aantal categorieën van bedrijven die indirect loosden. De waterbeheerders (waterschappen, Rijkswaterstaat) hadden in eerste instantie een saneringsopdracht om tot een goede waterkwaliteit te komen. Met de komst van de Waterwet (2009) is deze bevoegdheid terug gelegd bij het Wabo bevoegd gezag, dus inclusief de overgang van impactvolle lozingen (BRZO, RIE-4 en IPPC)4 naar de provincie. De ODH voert in opdracht van gemeenten controles uit betreffende indirecte lozing. Het onderwerp indirecte lozing staat als speerpunt genoemd in het impulsprogramma Kaderichtlijn Water (KRW). 1 van de actielijnen hierbinnen dringt aan op het waar nodig KRW proof maken van lozingen en steviger inzet op Vergunningverlening-Toezicht-Handhaving (VTH). Met als doeleind het terugdringen van KRWprobleemstoffen in oppervlaktewater.

De ODH wil in 2025 starten met het intensiveren van het toezicht op indirecte lozingen en daarbij het bedrijfsafvalwater bemonsteren en toetsen aan reeds bestaande normen. Er zal hiermee ervaring op worden gedaan bij toezichthouders en wordt geëvalueerd of een verder projectmatige aanpak zinvol kan zijn in volgende jaren. Vanuit de provincie is hiertoe in samenwerking met de andere omgevingsdiensten een project gestart in 2024. Omdat de meeste bedrijfsmatige indirecte lozingen plaats vinden vanuit bedrijven die vallen onder bevoegd gezag van de gemeente wil de ODH dit provinciale project uitbreiden naar de regio Haaglanden en ook bedrijven vallend onder gemeentelijk bevoegd gezag gaan controleren en bemonsteren.

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

15 van 58

omgevingsdienst

HAAGLANDEN

Ketentoezicht Vanuit het werkplan van de Provincie Zuid-Holland voert de ODH al sinds 2013 ketentoezicht uit. Het ketentoezicht bestaat voor het overgrote deel uitgebreide vaak administratieve analyses, gecombineerd met specifieke controles op “verdachte” locaties/ketens. In de praktijk komt het steeds meer voor dat dit controles zijn die plaatsvinden bij bedrijven die vallen onder bevoegd gezag van de gemeente. Om de inzet voor gemeentelijk ketentoezicht beter in beeld te brengen is in 2024 gestart met de controles los van het analysewerk te registreren. Om deze reden is in het werkplan voor 2025 rekening gehouden met inzet op ketentoezicht. Geothermie Het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk voor het opsporen of winnen van aardwarmte is in de Omgevingswet aangewezen als vergunningplichtige MBA aardwarmte. Het bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning kan verschillen en is afhankelijk van het type bedrijf en vaak ook van het type aanvraag. Nieuw, ten opzichte van de Wabo, is dat ook Gedeputeerde Staten of burgemeester en wethouders bevoegd kunnen zijn voor deze MBA; voorheen lag de bevoegdheid bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Gezien de complexiteit van de bevoegdheidsverdeling en de medehandhavingsbevoegdheid van SodM is de ODH, samen met DCMR, in overleg getreden met SodM.

Doel van dit overleg is om afspraken te maken over welke instantie toezicht en handhaving uitoefent bij aardwarmtelocaties. Bij het overleg wordt in aanmerking genomen dat SodM bij uitstek beschikt over de deskundigheid en ervaring met betrekking tot aardwarmtelocaties en tevens bevoegd is met betrekking tot vergunningen opgrond van de Mijnbouwwet, die een sterke relatie hebben met de MBA aardwarmte, en dat door het mogelijk (zeer) geringe aantal aanvragen om omgevingsvergunningen voor de MBA aardwarmte het uitermate lastig is voor ODH om ervaring op te doen met deze MBA. Vooralsnog blijft SodM toezicht en handhaving uitoefenen op bestaande aardwarmte-installaties. Datakwaliteit Er zijn diverse factoren die een rol spelen bij het beslissingsproces rondom wel of niet verlenen van vergunningen, en het wel of niet toezicht uitvoeren en/of handhaven. De voor de ODH relevante wet- en regelgeving verandert (Omgevingswet, klimaatwet), steeds meer informatie is digitaal beschikbaar en de vraag om data, informatie en kennis te delen nemen toe. De ODH steekt veel tijd in datagericht werken en de kwaliteit van de data, dit vergt een zekere mate van bewustzijn voor het belang van data. Net zoals in voorgaande jaren zal er extra inzet worden gepleegd om de datakwaliteit van ons informatiesysteem met gegevens over locaties met MBA's verder te verbeteren.

Voor deze werkzaamheden is tijd gereserveerd in Bijlage V onder product Informatie-ontsluiting en Datakwaliteit en Beleidsadvies Milieu.

4.3 Overlast Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de mogelijkheid om in de omgevingsplannen verschillende geluidnormen per gebied op te nemen. Het begrip en de definitie inrichting verdwijnt. Hierdoor ontstaat het risico dat er meer onduidelijkheid is voor de burgeren de afhandeling van de klacht. De Omgevingswet benoemd MBA’s en dat zijn niet altijd bedrijfsmatige activiteiten. De verwachting is dat de afhandeling van de klachten dit jaar meer tijd in beslag zal nemen. Als er sprake is van een overlastpiek of frequente ernstige hinder veroorzaakt door een ondernemer, neemt de ODH actief contact op met de gemeente om deze casus te bespreken.

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief. 7 maart 2025

16 van 58

omgavingsdi«nst

HAAGLANDEN

Preventie overlast De ODH zal zich, naast het behandelen van overlastzaken, in 2025 in navolging van een pilot uitgevoerd in 2024 gaan richten op de preventie van overlastsituaties. De pilot is uitgewerkt tot een project gericht op communicatie richting met name nieuwe ondernemers en controles vlak voor of na opening van nieuwe bedrijfslocaties. Binnen dit project worden nieuw opgestarte bedrijven in sectoren waar historisch gezien de meeste overlastzaken voorkomen, proactief geïnformeerd over relevante wet- en regelgeving. Daarnaast zullen er preventieve controles plaatsvinden bij de opening van deze bedrijven, met als doel potentiële overlastoorzaken vroegtijdig te signaleren en te voorkomen. Voor deze preventieve activiteiten is tijd opgenomen in de begroting onder ‘project communicatie’ en ‘projectcontroles’, zoals weergegeven in Bijlage V. Warmtepomp metingen Sinds de opkomst van warmtepompen bij particulieren merken we dat de vraag naar het uitvoeren van geluidmetingen bij overlastsituaties tussen particulieren stijgt. De gemeente is bevoegd tot het houden van toezicht op de regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbt). We kunnen als adviseur een aantal metingen op Jaarbasis uitvoeren. Hiermee kan de gemeente bepalen of een overlastsituatie tussen particulieren wel of niet voldoet aan van toepassing zijnde regelgeving.

Evenementen Jaarlijks voert de ODH op verzoek bij enkele evenementen in de gemeente geluidsmetingen uit om de gemeente informatie te verstrekken over de mate van naleving van in evenementenvergunningen opgenomen geluidsnormen. Net als in 2024 wordt uitgegaan van geluidsonderzoek bij vier evenementen. Dekking van deze taakuitvoering maakt geen onderdeel uit van dit werkplan, maar dient te worden geregeld in de VJN 2025. Toezicht en Handhaving Milieu 2025

Kengetal 2025 (uur per product

Taak/Product

Tarief 2025

Productprijs 2025

Aantal

Uren

Kosten

Aanvullende taken overlast [Controle geluidshinder

I Evenementen

20

136

Totaal Overlast

€

2.720

4

80 4

€

10.680

80 €

10.880

4.4 Toezicht: Bodembeschermingen -kwaliteit Het toezicht op saneringen wordt uitgevoerd conform de uitvoeringsstrategie Toezicht en Handhaving bodem (2024-2027) waarin de risico’s bij activiteiten in en op de bodem zijn beoordeeld en waarin rekening wordt gehouden met de Omgevingswet. De controles zullen zich richten op de milieubelastende activiteiten in of op de bodem met de hoogste risico’s. Toezicht vindt vrijwel altijd fysiek plaats maar in sommige gevallen, zoals bij het niet nakomen van rapportageverplichtingen, administratief. De geplande bodem gerelateerde werkzaamheden, waarbij het aantal gevallen in lijn ligt met voorgaande Jaren. De uiteindelijke uitvoering hangt echter sterk af van het aantal binnenkomende meldingen bij de ODH. Het blijkt regelmatig dat bodemactiviteiten plaatsvinden zonder de vereiste melding en/of kennisgeving, is in het werkplan extra ruimte opgenomen voor het uitvoeren van specifieke gebiedscontroles gericht op bodembescherming. Tevens is er een begin gemaakt met het verbeteren van het signaaltoezicht tussen verschillende toezichthoudende instanties om effectiever samen te werken.

Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

17 van 58

omgtvingsditnst

HAAGLANDEN

4.5 Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) vallen vanaf 1 januari 2024 onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Door deze aanpassing is er nog maar één regeling voor zowel gesloten als open bodemenergiesystemen (GBES en OBES). De uitvoering van de regeling is daarmee een basistaak geworden voor de Omgevingsdiensten. Omgevingsdiensten zullen zich voornamelijk richten op het boren en aanleg van bodemenergiesystemen met een vermogen van > 70Kwh. Houders van deze bodemenergiesystemen zijn verplicht jaarlijks te rapporteren aan bevoegd gezag over het functioneren van haar systeem. Tevens wordt toezicht gehouden of een GBES voldoet aan de registratieplicht. Indien de uitvoerende partij, die verantwoordelijk is voor het boren en aanleg van een bodemenergiesysteem, niet beschikt over de juiste certificaten, geeft de ODH een signaal af richting IL&T.

4.6 Asbest Op 1 december 2019 (formeel mandaat 01-01-2020) heeft de gemeente Midden-Delfland de taak voor asbesttoezicht overgedragen aan de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Bij deze overdracht heeft de gemeente ervoor gekozen om 45% toezicht uit te voeren op het bedrijfsmatig verwijderen van asbest, waarvan 5% administratief en 95% fysiek op locatie van de sanering plaatsvindt, conform afspraak. Voor het uitvoeren van fysieke controles heeft de gemeente specifieke criteria vastgesteld, die door de coördinator van de ODH worden toegepast voor een efficiënte werkverdeling. In 2023 is het asbesttoezicht geëvalueerd om te bepalen wat er is bereikt en om te beoordelen of de huidige werkwijze effectief is en verbeteringen mogelijk zijn. De evaluatie leverde diverse aanbevelingen op, die in 2024 samen met betrokken partijen zijn uitgewerkt. Uit de evaluatie bleek dat het toezicht op asbestsaneringen structureel meer tijd vergt dan aanvankelijk was voorzien bij de taakoverdracht. Daarnaast blijkt dat enkel toezicht houden op gemelde asbestsaneringen in het algemeen leidt tot onvoldoende zicht op illegale saneringen in de regio. Om beter zicht te krijgen op illegale asbestsaneringen worden in samenwerking met het team ketentoezicht vanaf 2025 gerichte gebiedscontroles gepland, binnen de beschikbare capaciteit voor asbesttoezicht.

Hierbij wordt de capaciteit afgestemd op geactualiseerde kengetallen en nalevingspercentages. Hierdoor zal het totale aantal toezichtzaken lager zijn dan in voorgaande ja ren, maar zijn de controles gerichter op risico’s van niet-naleving en illegaliteit.

4.7 Duurzaamheid Duurzaamheid, Circulaire economie en Energietransitiezijn termen die niet meerweg te denken zijn in de samenleving.

Voor veel

bevoegde

gezagen

zijn

deze

onderwerpen

ook

speerpunt

in

de

collegeprogramma's. De ODH voert toezicht uit op de wettelijke verplichtingen die van toepassing zijn vanuit de Omgevingswet. Dit houdt in toezicht op energiebesparingsplicht vanuit Bal en Bkl. In 2025 zal de ODH met behulp van de specifieke uitkering toezicht en handhaving energiebesparing (SPUK THE), net als in 2023 en 2024, meer controles uitvoeren op de energiebesparingsplicht. Dit betreffen extra controles die boven op de in het jaarwerkplan geplande controles komen. De exacte verdeling per opdrachtgever van de additionele werkzaamheden is nog niet bekend. De verdeling zal plaats vinden naar rato op basis van het aantal bedrijven/instellingen dat valt onder de wettelijke energiebesparingsplicht, de informatieplicht en onderzoekplicht energiebesparingsplicht. Per 1 juli 2023 is vooruitlopend op de Omgevingswet een aantal grote wijzigingen doorgevoerd in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling milieubeheer. Zo is de energiebesparingsplicht verbreed, waardoor ook vergunningsplichtige bedrijven en glastuinbouwbedrijven onder de energiebesparings­ plicht en informatieplicht kunnen vallen. Voor zeer grote energiegebruikers, met een verbruik van meer dan 10 miljoen kWh aan elektra en/of aan 170.000 m3gas, geldt sinds 1 juli 2023 ook een onderzoeksplicht energiebesparing. Werkplan 2025, Gemeente Midden-Delfland, Definitief, 7 maart 2025

18 van 58

omg«vtngsdi«nst

HAAGLANDEN

In 2025 wordt de voor duurzaamheid beschikbare capaciteit met name ingezet op het uitvoeren van toezicht op naleving energiebesparingsplicht. Daarnaast wordt ingezet op het stimuleren van naleving informatieplicht en wordt eventueel handhavend opgetreden als bij de uit te voeren controles (regulier toezicht als ook controles duurzaamheid) wordt vastgesteld dat nog niet is voldaan aan de informatieplicht en/of onderzoeksplicht. Duurzaamheidscontroles worden zoveel mogelijk uitgevoerd op basis van analyses van historische informatie, kern registraties en informatie uit het E-loket van het RvO en ingediende rapportages onderzoeksplicht. De ODH hoopt dat in 2025 de wetswijziging waarmee energieleveranciers omgevingsdiensten inzage moeten geven in de energieverbruiksgegevens vastgesteld wordt. Met deze wetswijziging komt er zicht op de daadwerkelijke energieverbruiksgegevens van bedrijven en daarmee een betere manier van informatie gestuurd toezicht op energiebesparingsmogelijkheden en inzicht in de daadwerkelijke energiebesparing in de regio. Label C In het Bbl is sinds 1 januari 2024 de Energielabel plicht (niveau C) opgenomen. Tot 31 december 2023 stond de Label C plicht in het Bouwbesluit 2012. De ODH voert voor deze additionele werkzaamheden uit in het kader van Label C.

De controles op Label C vinden plaats naast of in combinatie met andere geplande toezichtwerkzaamheden energiebesparingsplicht. Voor 2025 is rekening gehouden met dezelfde inzet in uren als in het werkplan 2024. De verwachting is dat in de loop van 2025 de noodzakelijke inzet op Label C afneemt en dat niet het gehele budget benut zal worden. Bij het opstellen van de begroting en dit werkplan was dit echter onvoldoende concreet. In de loop van 2025 kunnen we meer informatie hierover geven. In overleg kan een eventueel restant van het Label C budget ingezet kan worden voor het uitvoeren op de Wet Persoonsgebonden Mobiliteit. Wet Persoonsgebonden Mobiliteit De Wet Persoonsgebonden Mobiliteit is in werking sinds 1 juli 2024 en verplicht werkgevers met meer dan 100 medewerkers in loondienst om jaarlijks voor 1 juli de C02 emissie als gevolg van persoonsgebonden mobiliteit te rapporteren bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Vanuit de Omgevingswet is bepaald dat het toezicht op deze regels als basistaak dient te worden ondergebracht bij Omgevingsdiensten. Er is een landelijke leidraad opgesteld voor het op adequate wijze uitvoeren van het toezicht en handhaving. In Haaglanden vallen zover bekend is 527 werkgevers onder deze rapportageplicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=a6095297-9026-42d2-b8bd-13b869738a49