CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

A 25036 Bijlage I Adviesbrief ODH - kopie

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college2.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag (070) 21 899 02 vergunningen@odh.nl www.odh.nl

Gemeente Midden-Delfland T.a.v. de heer L. Morauw Postbus 1 2636 ZG SCHIPLUIDEN

Datum

Uw brief

Ons kenmerk

Afdeling

Contactpersoon

Bijlage(n)

Uw kenmerk

Zaaknummer

Team

Telefoonnummer

-

1 april 2025

-

Betreft

ODH1371755

01133537

Toetsing & Vergunningverlening Milieu T&V Ruimte & Ondergrond

Advies in het kader van de Mijnbouwwet inzake aanvraag startvergunning aardwarmtewinning Den Hoorn I, Wippolderlaan te Den Hoorn / Woudseweg nabij 160 te Den Hoorn

R.J. van der Meulen

06 528 84 446 E-mail

reinder.jan.van.der.meulen@odh.nl

Geachte heer Morauw, Op 1 april 2025 hebben wij van u een verzoek om advies ontvangen. Het verzoek betreft het adviseren inzake de aanvraag om een startvergunning voor de aardwarmtewinning Den Hoorn I vanaf de locatie Wippolderlaan te Den Hoorn / Woudseweg nabij 160 te Den Hoorn. De aanvraag is op 21 januari 2025 ingediend door HVC Aardwarmte Wippolderlaan B.V. (hierna: HVC) voor het gebied genaamd Den Hoorn I. Procedure en samenwerking tussen decentrale overheden Het advies dient uiterlijk 21 mei 2025 te worden ingediend. De Omgevingsdienst Haaglanden is door de gemeente Midden-Delfland gemandateerd om de gemeente te adviseren in het kader van de Mijnbouwwet. U verzoekt ons om op de volgende punten te adviseren: − De overlap met andere ondergrondse gebruiksmogelijkheden, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater en/of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen; − De inpassing van de aanvraag binnen gemeentelijke en regionale beleidsplannen ten aanzien van de invulling van de warmtevraag. Daarnaast geeft Artikel 24q van de Mijnbouwwet aan dat wij ook in de gelegenheid gesteld worden advies uit te brengen met het oog op de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen.

In dit geval zullen wij ook adviseren over de planmatige ontwikkeling en het beheer van aardwarmte. Afwegingskader Binnen de provincie Zuid-Holland wordt de zogenoemde Bodemladder gebruikt als handelingsperspectief en afwegingskader voor activiteiten in de ondergrond. Centraal hierin staan de begrippen hernieuwbaar-, omkeerbaar- en beheersbaarheid. Voor alle drie de begrippen geldt dat we streven naar een zo hoog mogelijk niveau. In ons afwegingskader wordt hier invulling aan gegeven door activiteiten in de ondergrond te beoordelen op basis van nut en noodzaak, veiligheid, milieuhygiënische aspecten en ruimtelijke inpasbaarheid (zowel bovenals ondergronds).

Met opmerkingen [Rv1]: Dit zou zo kunnen blijven staan, KGG verzoekt nl. Midden Delfland Met opmerkingen [ID2R1]: akkoord

Met opmerkingen [Rv3]: Deze is niet gevraagd, maar staat wel in de Mijnbouwwet als onderwerp waarover geadviseerd kan worden door de gemeente Midden Delfland. Deze ruimte nemen we als ODH graag. Met opmerkingen [ID4R3]: akkoord

Oordeel De gemeente Midden-Delfland staat positief tegenover initiatieven voor het opsporen en winnen van aardwarmte, zeker aangezien deze in grote mate hernieuwbaar en omkeerbaar zijn. De gemeente is ook één van de aandeelhouders van HVC, naast gemeentes als Midden Delfland, Rijswijk en Maassluis. HVC heeft daarmee een expliciete opdracht van deze gemeentes voor het verduurzamen van de warmtebehoefte. Echter, zoals aangegeven in het rapport “Staat van de sector Geothermie” van de Inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) van 12 juli 2017, en zoals opnieuw bevonden is in het rapport “Evaluatie aanbevelingen Staat van de Sector Geothermie” van de Inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) van 30 september 2021, zijn er zorgen over de beheersbaarheid en veiligheid van geothermie. Dit onderschrijven wij. Ons advies is er dan ook op gericht om de beheersbaarheid te vergroten, mogelijke effecten beter in beeld te krijgen en om de milieuhygiënische en landschappelijke inpassing te verbeteren. Ons advies over de aanvraag startvergunning vindt u in de bijlage. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Indien u vragen en/of opmerkingen heeft, kunt u contact opnemen met de in het briefhoofd vermelde contactpersoon.

Gemeente Midden Delfland, namens dezen,

ir. M.W. van de Velde Teamleider Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden

ODH1371755

2/6

ADVIES Adviespunten gemeente Midden-Delfland 1. Grondwaterbeschermingsgebieden en overige ondergrondse gebruiksmogelijkheden In paragraaf 3.3.1 van het rapport “Aardwarmte Den Hoorn, Aanvraag Startvergunning Den Hoorn 1, HVC, 20 februari 2025”, gaat de aanvrager in op de ligging van de putlocaties in het aardwarmtewinningsgebied Den Hoorn I ten opzichte van de meest dichtbij gelegen grondwaterwinning “Solleveld”. De aanvrager stelt dat de beoogde putlocaties op ca. 9 km vanaf het meest dichtbij gelegen milieubeschermingsgebied voor grondwater liggen. Onze opmerkingen Op grond van artikel 24o, lid 1, onder b, van de Mijnbouwwet, dient de aanvrager van een startvergunning een beschrijving aan te leveren van de andere gebruiksmogelijkheden van het gebied, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of kenbare voornemens tot het opslaan van stoffen. Omdat het meest dichtbij gelegen waterwingebied op 9 km afstand ligt, en de bodemdaling ten gevolge van de aardwarmtewinning minder dan 1 mm per jaar is, verwachten wij niet dat er grote negatieve effecten op de beschermingsgebieden zullen optreden. Daarnaast liggen tussen deze putlocaties en Solleveld nog andere in bedrijf zijnde aardwarmtewinningen die ook cumulatief een verwaarloosbare invloed hebben op het waterwingebied “Solleveld”.

Verder hebben wij geen aanvullende opmerkingen betreffende overlap met andere ondergrondse gebruiksmogelijkheden. 2. Gemeentelijke en regionale beleidsplannen op het gebied van warmte Op grond van artikel 1.3b.2, lid 1a, jo. artikel 1.3b.1, lid 2d, van de Mijnbouwregeling dient de aanvrager een beschrijving aan te leveren van de manier waarop de aanvraag past binnen gemeentelijke of regionale beleidsplannen ten aanzien van aardwarmte voor het aangevraagde gebied. In hoofdstuk 7.1 van het rapport gaat HVC in op de positie die zij inneemt in de verduurzaming van de warmtebehoefte van diverse gemeentes in het Midden-Delfland, zoals de ontwikkeling van een regionaal warmtesysteem dat verbonden wordt aan het Warmtesysteem Midden-Delfland (WSW). Zij is als uitvoeringsorganisatie betrokken bij onder andere de gemeenten Midden-Delfland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk en Maassluis. Deze gemeenten zijn aandeelhouders van HVC, daarmee krijgt HVC een expliciete opdracht van haar aandeelhouders voor het verduurzamen van de warmtebehoefte. In de gemeente Midden-Delfland worden aardwarmte en het WSW als pijlers voor de transitie opgevoerd. HVC is daarin een hoofdrolspeler. Onze opmerkingen Wij zijn tevreden met de door de HVC in kaart gebrachte situatie rondom de warmtetransitie in de gemeente Midden-Delfland.

Het beoogde gebied valt binnen de Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam-Den Haag 1.0. Er wordt door HVC ook een beschrijving gegeven over de inpassing van het winningsplan binnen regionale en gemeentelijke beleidsplannen. Een van de gestelde voorwaarden uit de RES houdt in dat er een goede communicatie dient te zijn met de belanghebbenden van het project. Echter, de gemeente was niet op de hoogte van het voornemen van HVC om deze aanvraag in te dienen, er zijn onderhandelingen gaande met een andere partij over een ander aardwarmteproject, op ongeveer dezelfde locatie. In die zin vragen wij ons af in hoeverre HVC voor deze locatie in nauw contact was met ons (de gemeente Midden-Delfland) om over en weer af te stemmen, zoals aangegeven wordt in paragraaf 8.1.1. (eigenlijk de eerste paragraaf 7.1.1). 3. De planmatige ontwikkeling of het beheer van aardwarmte. Bij de beschouwing van de planmatige ontwikkeling of het beheer van aardwarmte komen diverse aspecten in beeld. Zo dient rekening gehouden te worden met mogelijke interferentie met andere projecten in de nabije omgeving en dient de integriteit van het reservoir waaruit gewonnen wordt, bewaakt te worden. De producer van de winning van HVC Polanen (WAT-GT-01), in wingebied Wateringen I, zit op ca. 750 m afstand van de producer DHN-GT-01.

In figuur 11 is niet aangegeven wat de cumulatieve drukverlaging is tussen deze twee producers. Voor een beschouwing van de planmatige ontwikkeling van aardwarmte is dit wel relevant. In figuur 8 is ODH1371755

3/6

de vorm van de koude bel rondom injector DHN-GT-02 aangegeven. Wij kunnen niet uit de rapportage halen of de cumulatieve drukverlaging tussen beide producers wel in deze berekening is meegenomen. Bij het winnen van de aardwarmte zal hier scheurvorming in het winpakket optreden, vanwege krimp van het gesteente in de winformatie (Delft Zandsteen) in verband met een lage injectietemperatuur van het retourwater in combinatie met de beoogde hoge injectie(retour)druk. Voor een goed beheer van aardwarmte moet de scheurvorming beperkt blijven tot het winpakket zelf en niet ook of slechts in beperkte mate optreden in de afsluitende Rodenrijskleisteen aan de bovenzijde en het Alblasserdam Laagpakket aan de onderzijde. In de aanvraag Startvergunning wordt daar in paragraaf 4.3 aandacht aan gegeven. In paragraaf 4.3.1 wordt aangegeven dat er op basis van de nu gehanteerde uitgangspunten voor de winning bij het einde van de startvergunning (en vervolgvergunning) geen condities zullen zijn opgetreden waarbij de integriteit van de afsluitende laag wordt aangetast. De integriteit is derhalve geborgd volgens de norm zoals gesteld door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Klimaat en Groene Groei. In paragraaf 4.3.2 wordt de operationele begrenzing aangegeven.

Als de putten geboord zijn en er meer locatiespecifieke data beschikbaar zijn zal opnieuw een analyse worden gemaakt van de veilige parameters waaronder geïnjecteerd kan worden. Onze opmerkingen Het is onduidelijk of de verwachte interferentie na 30 jaar tussen de producer van de winning van HVC Polanen (WAT-GT-01), in wingebied Wateringen I, en de producer DHN-GT-01 met een cumulatieve drukverlaging is berekend. Voor een beschouwing van de planmatige ontwikkeling van aardwarmte is dit wel relevant. Aangegeven wordt dat er op basis van de nu gehanteerde uitgangspunten voor de winning bij het einde van de startvergunning (en vervolgvergunning) geen condities zijn opgetreden waarbij de integriteit van de afsluitende laag wordt aangetast. Dit wil echter niet zeggen dat er geen scheurvorming op kan treden in de afsluitende lagen, maar dat deze scheurvorming niet de gehele afsluitende laag betreft. De looptijd van de startvergunning is twee jaar, of totdat de vervolgvergunning is verleend, als deze binnen deze twee jaar is aangevraagd. De vervolgvergunning wordt over de gehele aangevraagde periode verleend, dit kan ook 30 jaar zijn. Het is een pluspunt voor deze aanvraag dat voor de beoordeling van eventuele scheurvorming ook al gekeken is naar de periode van de vervolgvergunning.

Onze ervaring is dat bij sommige projecten door TNO-AGE en het SodM andere eigenschappen worden toegekend aan de winformatie en de afsluitende lagen met betrekking tot scheurbestendigheid, waardoor de injectiedruk niet zo hoog kan zijn als in de aanvraag voor de startvergunning wordt aangevraagd. Dit kan ook blijken na de analyse van de data die vrijkomen na plaatsing van de boringen. Dit is onder andere het geval geweest bij het instemmingsbesluit bij het winningsplan Kwintsheul 1. In dit besluit is het maximale uurdebiet voor de winning van aardwarmte begrensd op 360 m3/uur in plaats van de aangevraagde 400 m3/uur, op basis van de data die na plaatsing van de boringen zijn vrijgekomen. Omdat we geen adviezen van TNO-AGE en SodM hebben ontvangen, kunnen wij niet adviseren of dat hier ook het geval zou kunnen zijn. Een lagere toegestane injectiedruk geeft een lager uurdebiet, waardoor de business case minder positief zou blijken te zijn dan verondersteld. Graag ontvangen wij alsnog deze adviezen, opdat wij ook hierover kunnen adviseren. Een goede analyse van de business case zou voor ons en het WSW van groot belang zijn. Hierbij dienen we ook te vermelden dat het SodM ook om een scenario vraagt waarbij in 0% van de afdichtende lagen scheurvorming optreedt, in tegenstelling tot het beleid en de normering van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG).

In het rapport Den Hoorn SDRA & Integriteit afdichtend pakket I door HVC, van 18 februari 2025, staat aangegeven dat er alleen geen scheuren in de afscheidende lagen komen als het injectiedebiet minder is dan 1 m3/h. Dit injectiedebiet ligt dermate laag dat het onrealistisch is dat geen scheurvorming op zal treden in de afscheidende lagen. Conclusie Wij staan positief tegenover het winnen van aardwarmte.

ODH1371755

4/6

Met opmerkingen [MA5]: EZK of KGG? Met opmerkingen [Rv6R5]: Beide zijn zo genoemd in het rapport.

Echter, wij zijn van mening dat de aanvraag Den Hoorn I niet voldoet aan de indieningsvereisten voor een aanvraag Startvergunning. Wij zouden positief kunnen staan tegenover de beoogde aardwarmtewinning, als er gevolg wordt gegeven aan de onderstaande opmerkingen en adviezen over de aanvraag Startvergunning Den Hoorn I. Wij adviseren u slechts over te gaan tot besluitvorming, indien de onderstaande adviezen/opmerking in de aanvraag startvergunning zijn verwerkt: -

-

Indien de verwachte interferentie tussen de systemen van Kwintsheul I, Wateringen I en Den Hoorn I berekend zijn met de cumulatieve drukverlaging tussen de twee producers van Den Hoorn I en Wateringen I, dan dient deze cumulatieve drukverlaging ook apart in een figuur weergegeven te worden, naast figuur 11. Indien deze interferentie niet berekend is met de cumulatieve drukverlaging tussen beide producers, dan dient de interferentieberekening opnieuw gedaan te worden. In dat geval dient ook de invloed van de cumulatieve drukverlaging op de breuk tussen DHN-GT-01 en DHN-GT-02 én op de vorm van de koude bel rond DHN-GT-02 opnieuw beschouwd te worden. De zienswijzen van het SodM en TNO-Age aangeleverd worden en waaruit blijkt dat de aangevraagde maximale injectiedruk niet tot negatieve gevolgen zal leiden in de formatie. Zoals aangegeven in de aanvraag voor de startvergunning zijn wij als gemeente één van de aandeelhouders van HVC. Toch zijn wij van te voren niet geïnformeerd over de wens van HVC om een aardwarmteproject op de bewuste locatie te beginnen en ook niet over deze aanvraag. Daarmee heeft HVC naar onze mening niet voldaan aan goede communicatie met de omgeving en met andere belanghebbenden.

ODH1371755

5/6

Afschrift aan: BA: Check of hieronder de juiste adressanten zijn opgenomen voor in de verzendbrief. Komt een betrokkene niet voor in de lijst hieronder? Voer deze dan op in de lege regel. Je kunt net zoveel regels aanmaken als je nodig hebt. Zet kruisjes in de gewenste kolom. Uitleg kolommen: AAN: Aan wie moet het gestuurd worden? Als er een gemachtigde is krijgt deze de correspondentie en de hoofdbetrokkene in CC. CC: wordt onderaan de brief aan de hoofdbetrokkene genoemd bij ‘afschrift aan’, bijvoorbeeld gemachtigde en krijgt een afschrift BCC: bijvoorbeeld afschrift aan VRH, Hoogheemraadschap en wettelijke adviseurs, indieners zienswijze en interne afschriften (T&H). Deze komen niet terug onderaan de brief aan de geadresseerde. Maar door ze hier wel op te geven, worden deze afschriften wel uitgevoerd door het PT. Alle extra opgegeven betrokkenen zullen worden opgenomen in OpenWave. NVT: deze betrokkene krijgt géén afschrift. Reeds bekend in deze zaak 01133537: Rol

Email/adres

Hoofdbetrokkene

lmorauw@middendelfland.nl Gemeente Midden-Delfland L. Morauw Postbus 1 2636 ZG Schipluiden

Aan

Aanpassen in

Intern

BCC

x

JA

Hieronder in te vullen door Procedureteam! Inzage gemeente Afschrift gemeente WKPB

ODH1371755

CC

x

6/6

NEE

NVT

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=7ebb750f-098d-41f1-8d20-c14cc78fcbb6