CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

A 25036 Afschrift college aan Minister Klimaat en Groene Groei mbt aanvraag startvergunning aardwarmte Den Hoorn I

Gemeenteraad 24 juni 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college5.106 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Anna van Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZC Schipluiden

MM Gemeente

Midden-Delfland

T (015) 380 41 11, F (015) 380 99 92

■

E gemeente@middendelfland.nl, I www.middendelfland.nl

■

Ministerie van Klimaat en Groene Groei t.a.v. Coördinator mijnbouwvergunningen aardwarmte Postbus 20401 2500 EK 's-Gravenhage

Ons kenmerk Uw aanvraag van Bijlage

845892 26 maart 2025 2

Onderwerp Adviesverzoek aanvraag startvergunning aardwarmte Den Hoorn I

II MEI2025 Datum 20 mei 2025

Geachte mevrouw Smits, U stelt ons conform artikel 24q van de Mijnbouwwet in de gelegenheid om een advies uit te brengen over de aanvraag startvergunning van HVC Aardwarmte Wippolderlaan B.V. (HVC). Deze startvergunning betreft het gebied Den Hoorn I. Met deze brief brengen wij dit advies uit. Dit advies is afgestemd met de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH), zie bijlage. De bijlage met het advies van de ODH maakt integraal deel uit van dit advies. ADVIES Wij staan positief tegenover het winnen van aardwarmte in het gebied Den Hoorn I, maar constateren dat de aanvraag naar onze mening niet voldoet aan de indieningsvereisten voor een aanvraag startvergunning. Daarnaast geeft de aanvraag onvoldoende inzicht in de gevolgen van de winning van aardwarmte voor omwonenden van de beoogde winningsiocatie. Daarbij merken wij op dat er op ongeveer dezelfde locatie een tweede aardwarmteproject wordt voorbereid door ADL. De omwonenden hebben veel vragen over de aardwarmteprojecten van HVC en ADL die alleen door HVC, ADL en u kunnen worden beantwoord. Wij vragen u om als bevoegd gezag in het kader van participatie hierin de juiste stappen te nemen. Wij adviseren u om de aanvrager te verzoeken om de aanvraag aan te vullen en de aanvraag opnieuw aan ons voor te leggen voor nader advies.

Ook adviseren wij u niet over te gaan tot besluitvorming totdat de aanvraag is aangevuld en de opmerkingen die wij maken in deze brief in de aanvraag startvergunning zijn verwerkt. Algemeen De gemeente Midden-Delfland staat positief tegenover initiatieven voor het opsporen en winnen van aardwarmte. Het winnen van aardwarmte is belangrijk voor de warmtetransitie. Daarnaast zijn de bodemactiviteiten in grote mate hernieuwbaar en omkeerbaar. Tot slot heeft aardwarmte (bovengronds) minder impact op het landschep dan de grootschalige opwerk van wind- en zonne-energie. Evenwel moet bij het beoordelen van aardwarmteprojecten rekening worden gehouden met de mogelijke negatieve effecten ervan en is participatie van essentieel belang voor het maatschappelijk draagvlak.

De gemeente Midden-Delfland deelt de zorgen van de Inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen over de beheersbaarheid en veiligheid van geothermie. De Inspecteur-generaal noemt deze zorgen in zijn rapport "Evaluatie aanbevelingen Staat van de Sector Geothermie" van 12 juli 2017. Ons advies is er dan ook op gericht om de beheersbaarheid te vergroten, mogelijke effecten beter in beeld te krijgen en om de milieu hygiënisch en landschappelijke inpassing te verbeteren. Participatie omwonenden Het aardwarmteproject kan gevolgen hebben voor het woon- en leefklimaat van omwonenden. De bewoners hebben een lijst met 47 vragen gestuurd die o.a. betrekking hebben op overlast door bromgeluiden tijdens de exploitatieperiode, de aanwezigheid van gasleidingen en een gasafblaasput nabij de winningslocatie, informatieverstrekking en participatie en nadeelcompensatie voor omwonenden. Zij stelden deze vragen naar aanleiding van de informatieavond van ADL. De vragen betreffen ook het aardwarmteproject en het bijbehorende traject van ADL. Ook hebben zij ingesproken bij onze gemeenteraad. De inspreektekst sturen wij mee als bijlage bij dit advies. Wij vinden het vanzelfsprekend dat u hen als bevoegd gezag in een vroegtijdig stadium betrekt bij de behandeling van de aanvraag omgevingsvergunning.

Wij vragen u om als bevoegd gezag op korte termijn de omwonenden en geïnteresseerde inwoners van Midden-Delfland te informeren over het aardwarmteproject, kennis te nemen van de zaken waar zij zich zorgen over maken en die zaken vervolgens te betrekken bij de behandeling van de aanvraag startvergunning. Dit geldt ook voor de voorbereiding van het projectbesluit voor dit aardwarmteproject. Planmatig beheer en ontwikkeling van de ondergrond In de aanvraag startvergunning noemt HVC onder paragraaf 3.6 Interferentie met andere mijnbouwactiviteiten alleen de aardwarmteprojecten Kwintsheul en Wateringen I. HVC houdt geen rekening met de interferentie met de in voorbereiding zijnde mijnbouwactiviteit van het aardwarmteproject van het samenwerkingsverband ADL. Daarnaast is er onduidelijkheid over de te verwachten interferentie met de wel genoemde aardwarmteprojecten. Mijnbouwactiviteit ADL Shell Geothermal B.V. heeft op 29 april 2024 namens ADL een verzoek om omgevingsoverleg ingediend bij de gemeente Midden-Delfland. De aardwarmtebronnen en -installatie zijn gepland op het kadastraal perceel SLD02-Q-2045 nabij Woudseweg 160b in Schipluiden. Dit kadastrale perceel grenst direct aan het kadastrale perceel SLD02-Q-2046 dat HVC wil gebruiken als boorlocatie.

Wij hebben op 21 november 2024 medegedeeld dat wij het ruimtelijk initiatief van ADL beoordelen als kansrijk, mits de aardwarmte wordt gebruikt voor de glastuinbouw en de boorlocatie milieu hygiënisch en landschappelijk wordt ingepast. Mogelijk belemmert het plan van HVC nu het plan van ADL qua ruimtelijke, landschappelijke en milieu hygiënische inpassing. Opmerking: HVC dient rekening te houden met de voorgenomen mijnbouwactiviteiten van ADL, gelet op het belang van een planmatige ontwikkeling van aardwarmte, waarbij de afstemming tussen HVC en ADL onderdeel is van de communicatie ten behoeve van dit aardwarmteproject. Interferentie met bestaande aardwarmteprojecten Het is onduidelijk of de verwachte interferentie na 30 jaar tussen de producer van de winning van HVC Polanen (WAT-GT-01), in wingebied Wateringen I, en de producer DHN-GT-01 met een cumulatieve drukverlaging is berekend. Vooreen beschouwing van de planmatige ontwikkeling van aardwarmte is dit wel relevant.

Opmerking: De aanvraag startvergunning dient als volgt te worden verduidelijkt ten aanzien van de interferentie met bestaande aardwarmteprojecten: Indien de verwachte interferentie tussen de systemen van Kwintsheul I, Wateringen I en Den Hoorn I berekend zijn met de cumulatieve drukverlaging tussen de twee producers van Den Hoorn I en Wateringen I, dan dient deze cumulatieve drukverlaging ook apart in een figuur weergegeven te worden, naast figuur 11.

Indien deze interferentie niet berekend is met de cumulatieve drukverlaging tussen beide producers, dan dient de interferentieberekening opnieuw gedaan te worden. In dat geval dient ook de invloed van de cumulatieve drukverlaging op de breuk tussen DHN-GT-01 en DHN-GT-02 én op de vorm van de koude bel rond DHN-GT-02 opnieuw beschouwd te worden. De zienswijzen van het SodM en TNO-Age worden aangeleverd. Hieruit zal moeten blijken dat de aangevraagde maximale injectiedruk niet tot negatieve gevolgen zal leiden in de formatie. Gemeentelijk beleid over de warmtevraag Ten aanzien van gemeentelijke en regionale beleidsplannen over de invulling van de warmtevraag geeft de aanvraag startvergunning ons aanleiding voor het maken van opmerkingen over de communicatie, de bronnenstrategie, de warmtevraag en -aanbod, het warmtesysteem, en de ruimtelijke inpassing van de installatie. Communicatie Het beoogde gebied valt binnen de Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam-Den Haag 1.0. Een van de gestelde voorwaarden uit de RES houdt in dat er een goede communicatie dient te zijn met de belanghebbenden van het project. De gemeente Midden-Delfland was echter niet op de hoogte van het voornemen van HVC om deze aanvraag in te dienen. Zoals eerder genoemd zijn wij in overleg met een andere partij over een ander aardwarmteproject op ongeveer dezelfde locatie.

Wij herkennen ons niet in de verklaring van HVC dat er nauw contact was met onze gemeente om over en weer af te stemmen. bomerkinol: de aanvraag startvergunning dient te worden aangepast ten aanzien van de communicatie met de gemeente Midden-Delfland en de communicatie met ADL. Bronnenstrategie Wij constateren dat HVC in deze aanvraag startvergunning geen onderbouwing geeft hoe deze duurzame warmtebron op deze locatie past binnen de gemeentelijk of regionale beleidsplannen. In de aanvraag is maar een deel van de (eigen) geothermiebronnen zichtbaar gemaakt. Afstemming tussen andere (geothermische)bronnen is niet in beeld gebracht. Wij kunnen op basis van de aangeleverde informatie geen advies geven over of de aanvraag past binnen de gemeente dan wel regionale bronnenstrategie. Opmerking: de aanvraag startvergunning dient te worden aangevuld met informatie over andere (geothermische) bronnen en een onderbouwing van de keuze voor deze locatie. Warmtevraag en aanbod Wij kunnen op basis van de aangeleverde informatie geen advies geven over welke warmtevraag de aardwarmtebron gaat invullen. In de documenten is niet goed aangegeven wat de nut en noodzaak is van deze aardwarmtebron in de invulling van de lokale en regionale vraag. Dit inzicht is wel nodig om optimaal gebruik te maken van deze duurzame warmtebron.

Daarbij is al lange tijd bekend binnen de Haagse Regio dat ADL vanuit dezelfde locatie naar aardwarmte wil boren. Deze partij wil ook regionaal warmte leveren. HVC heeft niet eerder aangegeven vanuit deze locatie (Woudseweg) gebruik te willen maken van de opsporingsvergunning Den Hoorn I. Opmerking: de aanvraag startvergunning dient te worden aangevuld met informatie over de warmtevraag en -aanbod. Warmtesysteem We werken er op dit moment hard aan in de regio om in regionaal verband een lange termijn plan neer te leggen over het warmtesysteem inclusief een bronnenstrategie. Dit moet leiden tot een robuust warmtesysteem tegen zo laag mogelijk maatschappelijke kosten. Deze uitwerking is een verdieping van de uitgangspunten die regionaal al zijn vastgelegd in de Regionale energiestrategie Rotterdam Den Haag (RES 1.0). In de aangeleverde documentatie is niet aangegeven hoe deze bron nu in dit warmtesysteem past. Daarnaast zien wij als aandachtspunt dat zowel de bron die HVC wil gebruiken als de bron die ADL

wil gebruiken op een efficiënte wijze worden aangesloten op het regionale warmtesysteem. Dat is in het belang van een doelmatige en efficiënte winning van aardwarmte. Opmerking: de aanvraag startvergunning dient te worden aangevuld met informatie over de wijze waarop de warmtebron van HVC op een doelmatige en efficiënter wijze op het regionale warmtesysteem wordt aangesloten, rekening houdend met de aanwezigheid van een tweede aardwarmteproject op ongeveer dezelfde locatie. Ruimtelijke inpassing De gemeente Midden-Delfland heeft de opdracht om het open veenweidelandschap van MiddenDelfland te beschermen. Dit landschep is aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap. Om die reden is een energieproject in Midden-Delfland alleen toelaatbaar als het project geen negatieve gevolgen heeft voor het landschap. De beoogde locatie van de installatie van HVC grenst aan het open veenweidelandschap dat is aangewezen als Bijzonder Provinciaal Landschap. Daarom is het nodig om de projectlocatie landschappelijk in te passen. Ook vinden wij het belangrijk om in dit stadium afspraken te maken met HVC over de inrichting van het terrein na de beëindiging van de winning. Dat doen wij ook met ADL. Daarnaast liggen er enkele woningen in de directe omgeving van deze locatie.

Dat vraagt om een ruimtelijke inpassing die voldoet aan de eisen die worden gesteld aan milieuhygiëne en een goed woon- en leefklimaat. Ten aanzien van milieuhygiëne vragen wij aandacht voor het voorkomen van overlast door laagfrequent geluid. Het risico van overlast door laagfrequent geluid beperkt zich niet tot de directe omgeving, omdat dit geluid nog op enkele kilometers afstand van de bron waarneembaar kan zijn. Hierbij zou eigenlijk het uitgangspunt al moeten zijn dat er sprake is van twee aardwarmteprojecten op ongeveer dezelfde locatie. Vanwege de gevolgen van het aardwarmteproject voor het woon- en leefklimaat van omwonenden is het van groot belang dat de ruimtelijke inpassing en het treffen van maatregelen om overlast te voorkomen vroegtijdig worden besproken met de omwonenden in het kader van participatie. Vanuit oogpunt van een goede ruimtelijke inpassing is het noodzakelijk dat de inrichting van de terreinen van HVC en ADL op elkaar worden afgestemd. Daarbij zien wij kansen voor een gezamenlijke ontsluiting, een gezamenlijk gebouwencomplex en een gezamenlijke aansluiting op het regionale warmtenetwerk, waardoor de cumulatieve gevolgen van de twee aardwarmteprojecten op het landschap en de leefomgeving van omwonenden kunnen worden beperkt.

Om die reden ligt het voor de hand dat HVC en ADL nauw samenwerken ten aanzien van participatie met omwonenden en inwoners van Midden-Delfland. Opmerking: Vanuit oogpunt van een doelmatige en efficiënte winning van aardwarmte vinden wij het zeer wenselijk dat HVC de mogelijkheden onderzoekt van een gezamenlijke ontwikkeling en een gezamenlijk gebruik van de beoogde locatie aan de Woudseweg met ADL, inclusief een gezamenlijk beeld van de inrichting van de gehele locatie na beëindiging van de winning van aardwarmte door HVC en ADL. Meer informatie Heeft u na het lezen van deze brief nog vragen? Neemt u dan contact op met Guido De Bruijn van de afdeling LWE. Hij is bereikbaar via telefoonnummer (015) 380 41 11 of via het e-mailadres GdeBruijn@middendelfland.nl. Met vriendelijke groet. Namens burgemeester en wethouders.

F.I. Noordermeer-van Slageren burgemeester

^

omgevingsdienst

Bezoekadres

Haaglanden

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag

Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag (070) 21 899 02 vergunnlngen@odh.nl www.odh.nl

Gemeente Midden-Delfland T.a.v. de heer L. Morauw Postbus 1 2636 ZG SCHIPLUIDEN

Datum

Bijlage(n)

Uw brief

Ons kenmerk

Afdeling

Contactpersoon

1 april 2025

ODH1371755

Toetsing & Vergunningverlening Milieu

RJ.vanderMeulen

Uw kenmerk

Zaaknummer

Team

Telefoonnummer

01133537

T&V Ruimte & Ondergrond

06 528 84446

Betreft

E-mail

Advies in het kader van de Mijnbouwwet inzake aanvraag startvergunningaardwarmtewinning Den Hoorn I, Wippolderlaan te Den Hoorn /Woudseweg nabij 160 te Den Hoorn

reinder.jan.van.der.meulen@odh.nl

Geachte heer Morauw, Op 1 april 2025 hebben wij van u een verzoek om advies ontvangen. Het verzoek betreft het adviseren inzake de aanvraag om een startvergunning voor de aardwarmtewinning Den Hoorn I vanaf de locatie Wippolderlaan te Den Hoorn / Woudseweg nabij 160 te Den Hoorn. De aanvraag is op 21 januari 2025 ingediend door HVC Aardwarmte Wippolderlaan B.V. (hierna: HVC) voor het gebied genaamd Den Hoorn I. Procedure en samenwerking tussen decentrale overheden Het advies dient uiterlijk 21 mei 2025 te worden ingediend. De Omgevingsdienst Haaglanden is door de gemeente Midden-Delfland gemandateerd om de gemeente te adviseren in het kader van de Mijnbouwwet. U verzoekt ons om op de volgende punten te adviseren: -

De overlap met andere ondergrondse gebruiksmogelijkheden, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater en/of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen;

-

De inpassing van de aanvraag binnen gemeentelijke en regionale beleidsplannen ten aanzien van de invulling van de warmtevraag.

Daarnaast geeft Artikel 24q van de Mijnbouwwet aan dat wij ook in de gelegenheid gesteld worden advies uit te brengen met het oog op de planmatige ontwikkeling of het beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen. In dit geval zullen wij ook adviseren over de planmatige ontwikkeling en het beheer van aardwarmte. Afwegingskader Binnen de provincie Zuid-Holland wordt de zogenoemde Bodemladder gebruikt als handelingsperspectief en afwegingskader voor activiteiten in de ondergrond. Centraal hierin staan de begrippen hernieuwbaar-, omkeerbaar- en beheersbaarheid. Voor alle drie de begrippen geldt dat we streven naar een zo hoog mogelijk niveau. In ons afwegingskader wordt hier invulling aan gegeven door activiteiten in de ondergrond te beoordelen op basis van nut en noodzaak, veiligheid, milieuhygiënische aspecten en ruimtelijke inpasbaarheid (zowel boven­ als ondergronds).

Oordeel De gemeente Midden-Delfland staat positief tegenover initiatieven voor het opsporen en winnen van aardwarmte, zeker aangezien deze in grote mate hernieuwbaar en omkeerbaar zijn. De gemeente is ook één van de aandeelhouders van HVC, naast gemeentes als Midden Delfland, Rijswijk en Maassluis. HVC heeft daarmee een expliciete opdracht van deze gemeentes voor het verduurzamen van de warmtebehoefte. Echter, zoals aangegeven in het rapport “Staat van de sector Geothermie” van de Inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) van 12 juli 2017, en zoals opnieuw bevonden is in het rapport “Evaluatie aanbevelingen Staat van de Sector Geothermie” van de Inspecteur-generaal van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) van 30 september 2021, zijn er zorgen over de beheersbaarheid en veiligheid van geothermie. Dit onderschrijven wij. Ons advies is er dan ook op gericht om de beheersbaarheid te vergroten, mogelijke effecten beter in beeld te krijgen en om de milieuhygiënische en landschappelijke inpassing te verbeteren. Ons advies over de aanvraag startvergunning vindt u in de bijlage. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Indien u vragen en/of opmerkingen heeft, kunt u contact opnemen met de in het briefhoofd vermelde contactpersoon.

Gemeente Midden Delfland, namens dezen.

ir. M.W. van de Velde Teamleider Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden

ODH1371755

2/6

ADVIES Adviespunten gemeente Midden-Delfland 1.

Grondwaterbeschermingsgebieden en overige ondergrondse gebruiksmogelijkheden

In paragraaf 3.3.1 van het rapport “Aardwarmte Den Hoorn, Aanvraag Startvergunning Den Hoorn 1, HVC, 20 februari 2025”, gaat de aanvrager in op de ligging van de putlocaties in het aardwarmtewinningsgebied Den Hoorn I ten opzichte van de meest dichtbij gelegen grondwaterwinning “Solleveld”. De aanvrager stelt dat de beoogde putlocaties op ca. 9 km vanaf het meest dichtbij gelegen milieubeschermingsgebied voor grondwater liggen. Onze opmerkingen Op grond van artikel 24o, lid 1, onder b, van de Mijnbouwwet, dient de aanvrager van een startvergunning een beschrijving aan te leveren van de andere gebruiksmogelijkheden van het gebied, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of kenbare voornemens tot het opslaan van stoffen. Omdat het meest dichtbij gelegen waterwingebied op 9 km afstand ligt, en de bodemdaling ten gevolge van de aardwarmtewinning minder dan 1 mm per jaar is, verwachten wij niet dat er grote negatieve effecten op de beschermingsgebieden zullen optreden. Daarnaast liggen tussen deze putlocaties en Solleveld nog andere in bedrijf zijnde aardwarmtewinningen die ook cumulatief een verwaarloosbare invloed hebben op het waterwingebied “Solleveld”. Verder hebben wij geen aanvullende opmerkingen betreffende overlap met andere ondergrondse gebruiksmogelijkheden. 2.

Gemeentelijke en regionale beleidsplannen op het gebied van warmte

Op grond van artikel 1.3b.2, lid la, jo. artikel 1.3b.l, lid 2d, van de Mijnbouwregeling dient de aanvrager een beschrijving aan te leveren van de manier waarop de aanvraag past binnen gemeentelijke of regionale beleidsplannen ten aanzien van aardwarmte voor het aangevraagde gebied. In hoofdstuk 7.1 van het rapport gaat HVC in op de positie die zij inneemt in de verduurzaming van de warmtebehoefte van diverse gemeentes in het Midden-Delfland, zoals de ontwikkeling van een regionaal warmtesysteem dat verbonden wordt aan het Warmtesysteem Midden-Delfland (WSW). Zij is als uitvoeringsorganisatie betrokken bij onder andere de gemeenten Midden-Delfland, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk en Maassluis. Deze gemeenten zijn aandeelhouders van HVC, daarmee krijgt HVC een expliciete opdracht van haar aandeelhouders voor het verduurzamen van de warmtebehoefte. In de gemeente Midden-Delfland worden aardwarmte en het WSW als pijlers voor de transitie opgevoerd. HVC is daarin een hoofdrolspeler. Onze opmerkingen Wij zijn tevreden met de door de HVC in kaart gebrachte situatie rondom de warmtetransitie in de gemeente Midden-Delfland. Het beoogde gebied valt binnen de Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam-Den Haag 1.0. Er wordt door HVC ook een beschrijving gegeven over de inpassing van het winningsplan binnen regionale en gemeentelijke beleidsplannen.

Een van de gestelde voorwaarden uit de RES houdt in dat er een goede communicatie dient te zijn met de belanghebbenden van het project. Echter, de gemeente was niet op de hoogte van het voornemen van HVC om deze aanvraag in te dienen, er zijn onderhandelingen gaande met een andere partij over een ander aardwarmteproject, op ongeveer dezelfde locatie. In die zin vragen wij ons af in hoeverre HVC voor deze locatie in nauw contact was met ons (de gemeente Midden-Delfland) om over en weer af te stemmen, zoals aangegeven wordtin paragraaf 8.1.1. (eigenlijk de eerste paragraaf 7.1.1). 3.

De planmatige ontwikkeling of het beheer van aardwarmte.

Bij de beschouwing van de planmatige ontwikkeling of het beheer van aardwarmte komen diverse aspecten in beeld. Zo dient rekening gehouden te worden met mogelijke interferentie met andere projecten in de nabije omgevingen dient de integriteit van het reservoir waaruit gewonnen wordt, bewaakt te worden. De producer van de winning van HVC Polanen (WAT-GT-01), in wingebied Wateringen I, zit op ca. 750 m afstand van de producer DHN-GT-01. In figuur 11 is niet aangegeven wat de cumulatieve drukverlaging is tussen deze twee producers. Voor een beschouwing van de planmatige ontwikkeling van aardwarmte is dit wel relevant. In figuur 8 is ODH1371755

3/6

de vorm van de koude bel rondom injector DHN-GT-02 aangegeven. Wij kunnen niet uit de rapportage halen of de cumulatieve drukverlaging tussen beide producers wel in deze berekening is meegenomen. Bij het winnen van de aardwarmte zal hier scheurvorming in het winpakket optreden, vanwege krimp van het gesteente in de winformatie (Delft Zandsteen) in verband meteen lage injectietemperatuur van het retourwaterin combinatie met de beoogde hoge injectie(retour)druk. Voor een goed beheer van aardwarmte moet de scheurvorming beperkt blijven tot het winpakket zelf en niet ook of slechts in beperkte mate optreden in de afsluitende Rodenrijskleisteen aan de bovenzijde en het Alblasserdam Laagpakket aan de onderzijde. In de aanvraagStartvergunning wordt daar in paragraaf 4.3 aandacht aan gegeven. In paragraaf 4.3.1 wordt aangegeven dat er op basis van de nu gehanteerde uitgangspunten voorde winning bij het einde van destartvergunning (en vervolgvergunning) geen condities zullen zijn opgetreden waarbij de integriteit van de afsluitende laag wordt aangetast. De integriteit is derhalve geborgd volgens de norm zoals gesteld door het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Klimaat en Groene Groei. In paragraaf 4.3.2 wordt de operationele begrenzing aangegeven.

Als de putten geboord zijn en er meer locatiespecifieke data beschikbaar zijn zal opnieuw een analyse worden gemaakt van de veilige parameters waaronder geïnjecteerd kan worden. Onze opmerkingen Het is onduidelijkof de verwachte interferentie na 30 jaar tussen de producer van de winning van HVC Polanen (WAT-GT-01), in wingebied Wateringen I, en de producer DHN-GT-01 meteen cumulatieve drukverlaging is berekend. Vooreen beschouwing van de planmatige ontwikkeling van aardwarmte is dit wel relevant. Aangegeven wordt dat er op basis van de nu gehanteerde uitgangspunten voor de winning bij het einde van de startvergunning (en vervolgvergunning) geen condities zijn opgetreden waarbij de integriteit van de afsluitende laag wordt aangetast. Dit wil echter niet zeggen dat er geen scheurvorming op kan treden in de afsluitende lagen, maar dat deze scheurvorming niet de gehele afsluitende laag betreft. De looptijd van de startvergunning is twee jaar, of totdat de vervolgvergunning is verleend, als deze binnen deze twee jaar is aangevraagd. De vervolgvergunning wordt over de gehele aangevraagde periode verleend, dit kan ook 30 jaar zijn. Het is een pluspunt voor deze aanvraagdat voor de beoordeling van eventuele scheurvorming ook al gekeken is naar de periode van de vervolgvergunning.

Onze ervaring is dat bij sommige projecten doorTNO-AGE en het SodM andere eigenschappen worden toegekend aan de winformatie en de afsluitende lagen met betrekking tot scheurbestendigheid, waardoor de injectiedruk niet zo hoog kan zijn als in de aanvraag voor de startvergunning wordt aangevraagd. Dit kan ook blijken na de analyse van de data die vrijkomen na plaatsing van de boringen. Dit is onder andere het geval geweest bij het instemmingsbesluit bij het winningsplan Kwintsheul 1. In dit besluit is het maximale uurdebiet voor de winning van aardwarmte begrensd op 360 mVuur in plaats van de aangevraagde 400 mVuur, op basis van de data die na plaatsing van de boringen zijn vrijgekomen. Omdat we geen adviezen van TNO-AGE en SodM hebben ontvangen, kunnen wij niet adviseren of dat hier ook het geval zou kunnen zijn. Een lagere toegestane injectiedruk geeft een lager uurdebiet, waardoor de business case minder positief zou blijken te zijn dan verondersteld. Graag ontvangen wij alsnog deze adviezen, opdat wij ook hierover kunnen adviseren. Een goede analyse van de business case zou voor ons en het WSW van groot belang zijn. Hierbij dienen we ook te vermelden dat het SodM ook om een scenario vraagt waarbij in 0% van de afdichtende lagen scheurvorming optreedt, in tegenstelling tot het beleid en de normering van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG).

In het rapport Den Hoorn SDRA & Integriteit afdichtend pakket I door HVC, van 18 februari 2025, staat aangegeven dat er alleen geen scheuren in de afscheidende lagen komen als het injectiedebiet minder is dan 1 mVh. Dit injectiedebiet ligt dermate laag dat het onrealistisch is dat geen scheurvorming op zal treden in de afscheidende lagen. Conclusie Wij staan positief tegenover het winnen van aardwarmte.

ODH1371755

4/6

Echter, wij zijn van mening dat de aanvraag Den Hoorn I niet voldoet aan de indieningsvereisten voor een aanvraag Startvergunning. Wij zouden positief kunnen staan tegenover de beoogde aardwarmtewinning, als er gevolg wordt gegeven aan de onderstaande opmerkingen en adviezen over de aanvraag Startvergunning Den Hoorn l. Wij adviseren u slechts over te gaan tot besluitvorming, indien de onderstaande adviezen/opmerking in de aanvraag startvergunning ziin verwerkt: Indien de verwachte interferentie tussen de systemen van Kwintsheul 1, Wateringen I en Den Hoorn 1 berekend zijn met de cumulatieve drukverlaging tussen de twee producers van Den Hoorn 1 en Wateringen 1, dan dient deze cumulatieve drukverlaging ook apart in een figuur weergegeven te worden, naast figuur

11. indien deze interferentie niet berekend is met de cumulatieve drukverlaging tussen beide producers, dan dient de interferentieberekening opnieuw gedaan te worden, in dat geval dient ook de invloed van de cumulatieve drukverlaging op de breuk tussen DHN-GT-01 en DHN-GT-02 én op de vorm van de koude bel rond DHN-GT-02 opnieuw beschouwd te worden. De zienswijzen van het SodM en TNO-Age aangeleverd worden en waaruit blijkt dat de aangevraagde maximale injectiedruk niet tot negatieve gevolgen zal leiden in de formatie. Zoals aangegeven in de aanvraag voor de startvergunning zijn wij als gemeente één van de aandeelhouders van HVC. Toch zijn wij van te voren niet geïnformeerd over de wens van HVC om een aardwarmteproject op de bewuste locatie te beginnen en ook niet over deze aanvraag. Daarmee heeft HVC naar onze mening niet voldaan aan goede communicatie met de omgeving en met andere belanghebbenden.

ODH1371755

5/6

Afschrift aan: hb Check of hieronder de juiste adressanten zijn opgenomen voor in de verzendbriafi Komt een betrokkene niet voor in de lijst hieronder? Voer deze dan op in de lege regel. Je kunt net zoveel regels aanmaken als je nodig hebt. Zet kruisjes in de gewenste kolom. Uitleg kolommen: AAN: Aan wie moet het gestuurd worden? Als er een gemachtigde is krijgt deze de correspondentie en de hoofdbetrokkene in CC. CC:

wordt onderaan de brief aan de hoofdbetrokkene genoemd bij ‘afschrift aan’, bijvoorbeeld gemachtigde en krijgt een afschrift

BCC: bijvoorbeeld afschrift aan VRH, Hoogheemraadschap en wettelijke adviseurs, indieners zienswijze en interne afschriften (T&H). Deze komen niet terug onderaan de brief aan de geadresseerde. Maar door ze hier wel op te geven, worden deze afschriften wel uitgevoerd door het PT. Alle extra opgegeven betrokkenen zullen worden opgenomen in OpenWave. NVT: deze betrokkene krijgt géén afschrift. Reeds bekend in deze zaak 01133537: Rol

Email/adres

Hoofdbetrokkene

lmorauw@middendelfland.nl Gemeente Midden-Delfland

Aan

Aanpassen in

CC

BCC

NVT

X

L. Morauw Postbus 1 2636 ZG Schipluiden

Intern

I

X

Hieronder in te vullen door Procedureteam!

JA

Inzage gemeente Afschrift gemeente WKPB

ODH1371755

6/6

NEE

]

Aardwarmteprojecten op Woudseweg 160B Schipluiden - Inspreektekst Commissievergadering 13 mei 2025 Geachte commissie en andere aanwezigen, "Wij zijn uw nieuwe buren." Met deze tekst op een kaart in de brievenbus werden wij voor het eerst geïnformeerd over één van de blijkbaar twee voorgenomen aardwarmteprojecten op de Woudseweg 160B. We kregen er ook een chocoladeletter bij. Sindsdien liggen we 's nachts wakker met vele vragen. Wat voor en hoeveel overlast gaat dit ons geven? We hebben een leuk huis in een rustige, landelijke omgeving en nu wordt ons meegedeeld dat er twee fabrieken op zo'n 70-80m van onze woonhuizen gebouwd gaan worden. Hoe gaat dat er uiteindelijk uitzien? En hoeveel lawaai gaan deze pompen maken die water tot 2-3km diepte rondpompen? We zijn gaan kijken bij een aardwarmtestation in de buurt en het eeuwige, brommende en schrapende geluid is zelfs op grote afstand zeer storend. "Wij zijn uw nieuwe buren." Waarom zijn de bewoners niet al veel eerder geïnformeerd om tijdig bezwaar te kunnen maken? Dit gebeurt bijvoorbeeld al voor zaken als het kappen van bomen of het plaatsen van dakkapellen.

Waarom dan niet voor iets dat voor omwonenden veel groter en veel ingrijpender is als de aanleg van een aardwarmtestation? En in welk stadium van het proces zijn we eigenlijk? Zijn er al vergunningen afgegeven en zo ja, welke? En waarom aardwarmtestations op 70-80m van onze huizen terwijl er in Midden-Delfland enorme weilanden en kassengebieden zijn op veel grotere afstand van woningen? Hier kunnen geluidswallen en parken omheen gebouwd worden om de zichtbaarheid van de stations te verminderen. De aardwarmte is bedoeld voor levering in de Kralingerpolder. Waarom wordt er dan geboord en worden er aardwarmtestations geplaatst bij Woudseweg 160 op een afstand van zo'n 6-lOkm van de Kralingerpolder? Dit geeft grote warmteverliezen bij transport. Het is efficiënter om in de Kralingerpolder te boren. En ook eerlijker. De profiteurs hebben dan ook de overlast. Ook tijdens de aanleg zal er overlast zijn. Bijvoorbeeld bij transport van enorme onderdelen over onze smalle polderweggetjes. Verder is boren naar aardwarmte niet zonder risico's. Er is kans op aardbevingen en vervuiling van grondwater, de bodem en de lucht. Er kan olie en gas gevonden worden. Leuke bijvangst voor de ondernemer, maar bijkomende risico's voor ons.

Onder welke voorwaarden worden de projecten gestopt? En worden bewoners fatsoenlijk gecompenseerd voor eventuele calamiteiten? Ook de prijzen van onze huizen zullen flink dalen als er twee fabrieken naast ons komen te staan. Worden we daarvoor fatsoenlijk gecompenseerd? Of zijn de ondernemers en de gemeente bereid om de bewoners uit te kopen voor bijvoorbeeld een aantal maal de WOZ-waarde van onze huizen? Verder ligt er een gasleiding onder de volkstuinen naast onze huizen. En er is een gasstation. Mag er zo dichtbij deze voorzieningen gebouwd worden gebouwd en geboord worden? Wij begrepen toen we onze woning kochten dat er bij de volkstuinen daarom niet gebouwd mocht worden. Zijn er eigenlijk rode lijnen van de overheid om toestemming te geven voor aardwarmte? Hoeveel dB aan geluid mag een operationeel aardwarmtestation maken? En hoe dicht mag dit bij huizen? Zijn er voorbeelden van aardwarmteprojecten die niet zijn doorgegaan en waarom zijn deze niet doorgegaan of zelfs gestopt? Zijn deze bezwaren ook van toepassing op onze situatie? En waarom wil men eigenlijk twee aardwarmtestations vlak bij elkaar plaatsen, terwijl om fysische reden 3km onderlinge afstand nodig is? De daar in de ondergrond aanwezige warmte kan maar één keer gewonnen worden. "Wij zijn uw nieuwe buren." Alsof alles al in kannen en kruiken is. We hopen echter van harte dat het nog niet te laat is.

We hopen dat u kunt voorkomen dat er vlakbij ónze woonhuizen fabrieken gebouwd gaan worden. We hopen dat u ons, de omwonenden van Woudseweg 160B, deze overlast kunt besparen. Hoogachtend, De omwonenden van Woudseweg 160B

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=776e76d2-8b83-4ec2-b0c0-d3e0871be6fb