CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

A 24063 bijlage B 24099 bijlage 20240705 2.1 Agendapost AB afronding fase 1 evaluatie en voorbereiding fase 2 evaluatie

Gemeenteraad 24 september 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college1.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemeen bestuur Datum vergadering 5 juli 2024 Agendapunt 2.1

Onderwerp

Bestuurlijke trekker Aard

Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Burgemeester van Bijsterveldt Besluitvormend

Voorstel • Kennisnemen van de resultaten van het door Berenschot uitgevoerde factbased onderzoek naar de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag • Instemmen met de hoofdlijnen van de voorgestelde aanpak voor de tweede fase van de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling • De hoofdlijnen van de voorgestelde aanpak ter advisering voorleggen aan de Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat. De aanpak bestaat uit: o Drie regionale werksessies waarin overkoepelend wordt gesproken over de doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling o Gesprekken met de 21 gemeenten om naast overkoepelende thema’s ook meer lokale kwesties op een goede manier te vertalen naar de Gemeenschappelijke Regeling o Een ambtelijk spoor om zo ook de samenwerking op ambtelijk niveau verder te versterken • Instemmen met de raadsinformatiebrief over de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling en de portefeuillehouder mandateren eventuele inhoudelijke en tekstuele wijzigingen door te voeren als de bespreking in het Algemeen Bestuur daar aanleiding toe geeft. Context Op 3 november 2023 heeft het Algemeen Bestuur het plan van aanpak voor de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH vastgesteld.

Daarmee is invulling gegeven aan artikel 8.3 van de Gemeenschappelijke Regeling, waarin is benoemd dat de Gemeenschappelijke Regeling na 10 jaar wordt geëvalueerd en wordt onderzocht of er voldoende grond is om de Gemeenschappelijke Regeling te continueren. Overeenkomstig het plan van aanpak is de evaluatie in twee fasen opgedeeld: - Deel 1: een factbased onderzoek uitgevoerd door een externe partij, dit ter onderbouwing voor het beantwoorden van de vraag van artikel 8.3a. - Deel 2: vertaling van de bevindingen naar de wijze waarop doorontwikkeling van de MRDH vorm kan gegeven. Op 22 juni 2024 heeft Berenschot het factbased onderzoek afgerond en ter bespreking aangeboden aan het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Relatie met de taakvelden MRDH en de Strategische Agenda Eén van de aspecten van de evaluatie was om te onderzoeken of en in welke mate de doelstellingen van de regeling behaald zijn en daarmee hoe is bijgedragen aan de drijvers

achter de samenwerking (‘een sterkere regio met betere kansen voor mensen door versterking van de onderlinge verbondenheid en economisch vestigingsklimaat'), wat dus betrekking heeft op de taakvelden van de MRDH. De evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling heeft geen directe relatie met inhoudelijke koers en focus uit de Strategische Agenda. Eventuele uitkomsten uit de evaluatie kunnen wel van invloed zijn op de werkwijze/inrichting van de samenwerking bij de uitvoering van de Strategische Agenda. Motivering 1. Factbased onderzoek evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Het onderzoek laat zien dat de samenwerking binnen de MRDH bestaanswaarde en meerwaarde heeft, zowel op Verkeer en Vervoer als op Economisch Vestigingsklimaat. In tien jaar is veel gebeurd en zijn binnen de beide pijlers veel resultaten geboekt. Opmerking daarbij is dat niet alle doelstellingen zoals die in 2014 zijn benoemd zijn behaald, met uiteenlopende verklaringen. Zo waren sommige doelstellingen dusdanig geformuleerd dat ze nooit haalbaar waren, niet solitair vanuit alleen MRDH bereikt kunnen worden, dan wel afhankelijkheden kennen. Tenslotte heeft Corona veel impact gehad op de haalbaarheid van de doelstellingen. Aanvullend op de hoofdlijn trekt Berenschot de volgende conclusies: Verkeer en vervoer: Er is op dit beleidsterrein veel gepresteerd binnen een woelige context.

Grote versterkingen in het netwerk zoals de E-lijn en de Hoekse Lijn worden gewaardeerd, net als de prominente rol van MRDH in de MIRT-investeringen zoals de Oude Lijn, de Oeververbinding Rotterdam en de CID-Binckhorst. De rol van de MRDH tijdens de Coronaperiode wordt gewaardeerd en is van belang geweest. De MRDH heeft daarnaast een bijdrage geleverd aan een samenhangend verkeer en vervoersnetwerk, de samenwerking wordt zeer gewaardeerd. Tegelijkertijd constateert Berenschot dat sommige ambities soms te groot zijn gebleken (bijvoorbeeld verkeersveiligheid en kwaliteit van stations). Economisch vestigingsklimaat: Ook binnen deze pijler zijn herkenbare resultaten geboekt en is een bijdrage geleverd aan de economische vernieuwing van de regio. De samenwerking binnen deze pijler wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd stelt Berenschot vast dat de impact van de MRDH op het economisch vestigingsklimaat en de concurrentiepositie beperkt is. Oorzaken zijn een onvoldoende collectief gedeelde visie en een nadruk op de operationele kant (bijvoorbeeld via de bijdrageregeling). Tenslotte staat de ambtelijke capaciteit niet in verhouding tot de oorspronkelijke ambities.

Berenschot stelt ook vast dat met de nieuwe Strategische Agenda – waarin meer focus is aangebracht - eerste stappen zijn gezet om hier een antwoord op te geven alsook met het (op het moment van schrijven) voorgestelde besluit van de bestuurscommissie op 3 juli om te komen tot een economische visie. Democratische legitimiteit: Berenschot stelt vast dat de samenwerking binnen de MRDH in formele zin sterk is gelegitimeerd, op zichzelf en in vergelijking met andere gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden. Dit komt tot uitdrukking in de veelheid aan onderwerpen waarop zienswijzen kunnen worden ingediend, het belang wat door het Algemeen Bestuur en de Bestuurscommissies wordt gehecht aan advisering van de Adviescommissies en de instrumenten die gemeenteraden hebben om bij te sturen. Tegelijkertijd concludeert Berenschot ook dat de ervaren legitimiteit (op onderdelen) beperkt

is. Hier zit dus een duidelijke discrepantie tussen. Wederkerigheid daarbij is belangrijk: zowel de werkorganisatie MRDH, de bestuurders als de raadsleden hebben een rol te spelen waar het gaat om het vergroten van de ervaren legitimiteit. Een andere conclusie is dat participatie en het betrekken van andere partners punten van aandacht zijn. Organisatie en samenwerking: De samenwerking binnen de MRDH heeft zich sterk ontwikkeld en het daarbij behorende besluitvormingsproces werkt naar behoren. Tegelijkertijd is er geen sprake van een lichte, effectieve en efficiënte samenwerking (zoals ooit beoogd bij de oprichting van de MRDH). Gelet op de grote belangen, behoeften van gremia en publieke middelen (>€ 600 miljoen/jaar) geeft Berenschot aan dat dit daarom verklaarbaar is. De ambtelijke organisatie is ondersteunend aan de samenwerking en wordt door de 21 gemeenten en partners zeer gewaardeerd. 2. Voorstel voor fase 2 In het plan van aanpak is opgenomen dat na afronding van fase 1 de uitvoering van de evaluatie wordt gestart, gericht op de doorontwikkeling van de MRDH. Gelet op de suggesties van Berenschot is het voorstel de tweede fase in te richten via 3 sporen: a.

Drie regionale werksessies waar een aantal overkoepelende, generieke thema’s breed worden besproken met raadsleden, wethouders en burgemeesters uit de 21 gemeenten Tijdens drie werksessies wordt het gesprek gevoerd over de relevante thema’s die betrekking hebben op de doorontwikkeling van de MRDH. Het gaat om drie identieke sessies, met als hoofdthema de inhoudelijke doorontwikkeling MRDH op basis van thema's uit evaluatie. Er wordt daarbij grote waarde gehecht aan een actieve (mogelijkheid tot) betrokkenheid van alle raadsleden en bestuurders. De planning is dat er drie regionale werksessies georganiseerd worden in september/ begin oktober, verspreid over de regio. De uitkomsten en suggesties van het factbased onderzoek uit fase 1 worden gebruikt als input voor de thema’s van de werksessies. Op basis van de rapportage van Berenschot wordt voorgesteld de werksessies in vier thema’s te verdelen, te weten: ➢ ➢ ➢ ➢

Regionale samenwerking thema’s verkeer en vervoer Regionale samenwerking thema’s economisch vestigingsklimaat Raadsbetrokkenheid Inwonersbetrokkenheid

Binnen deze thema’s zal tijdens de sessies expliciet aandacht worden besteed aan de beleidsrijke punten die in het kader van de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling door diverse gemeenten zijn meegegeven. Ook zal aandacht worden besteed aan het onderzoek van de Rekenkamer Den Haag (verschenen op 8 juni 2024) waarin een vergelijk is gemaakt tussen verschillende modellen voor raadsbetrokkenheid. Tenslotte wordt aan de Bestuurscommissies en de Adviescommissies vooraf de gelegenheid geboden om aan te geven welke onderwerpen zij in ieder geval aan de orde willen stellen tijdens de sessies. Om de gemeenten de mogelijkheden te geven om binnen de eigen gemeente input op te halen voor de werksessies, wordt er twee werken voorafgaand aan de werksessies voor elke werksessie een korte notitie verspreid waarin het thema, de belangrijkste bevindingen uit fase 1, de onderliggende vraagstukken en enkele varianten voor doorontwikkeling worden toegelicht. b. Bezoeken aan (commissies van) de 21 gemeenteraden, waarbij specifiek gesproken wordt over aandachtspunten die bij de betreffende gemeente leven

Met de werksessies wordt een meer overkoepelend gesprek gevoerd over de doorontwikkeling van de MRDH. Tegelijkertijd blijkt uit de evaluatie dat de 21 gemeenten op verschillende wijze invulling geven aan hun betrokkenheid bij de MRDH. Om daar invulling aan te geven wordt voorgesteld om, aanvullend op de overkoepelende sessies, actief de 21 gemeenten te bezoeken om meer gefocust het gesprek te kunnen voeren over de gewenste doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling, gemeentespecifieke behoeften en aandachtspunten. De resultaten van de gesprekken worden meegenomen in de rapportage die in december in het Algemeen Bestuur wordt besproken. c. Een ambtelijk werkspoor om nader te verkennen hoe we deze samenwerking kunnen versterken en wat dat betekent voor de Gemeenschappelijke Regeling. Tenslotte wordt, naast het bestuurlijke spoor, voorgesteld om ook een ambtelijk spoor in te richten. Via dit spoor kan het gesprek worden gevoerd over de wijze waarop de ambtelijke samenwerking versterkt kan worden, welke rollen de ambtelijke overleggen daarin hebben en hoe daarmee de verbinding met het bestuurlijke spoor vergroot kan worden. De gesprekken zijn bedoeld om te bespreken welke mogelijkheden er zijn om de werkwijze van de MRDH beter aan te laten sluiten op de werkwijze van de 21 gemeenten en v.v. 3.

Resultaten fase 2 De uitkomsten van de werksessies worden vertaald naar concrete voorstellen voor de doorontwikkeling van de MRDH. Deze voorstellen zijn zienswijzeplichtig en kunnen betrekking hebben op: -

Wijzigingen van de Gemeenschappelijke Regeling; De scope van de MRDH (inhoudelijke themaverbreding of -versmalling) Samenwerkingsvorm (veranderen betrokkenheid raden en inwoners, meer betrokkenheid van bedrijfsleven en kennisinstellingen) Governancestructuur (effectiviteit MRDH) Procedurewijzigingen

De planning is erop gericht dat het Algemeen Bestuur de resultaten van fase 1 en 2 op 6 december 2024 vrijgeeft voor zienswijzen, waarna de evaluatie in april 2025 kan worden vastgesteld. Overzichtsplanning raadsbetrokkenheid bij fase 2 Na bespreking van het factbased onderzoek van Berenschot (fase 1) in het Algemeen Bestuur van 5 juli worden de stukken per ommegaande verzonden aan de gemeenteraden, Bestuurscommissies en Adviescommissies. Op 28 augustus vindt een eerste bespreking plaats van de stukken in de Adviescommissies. In deze bespreking wordt ruimte gegeven voor eerste reflecties op het rapport Berenschot én is ruimte voor eerste reflecties op de aanpak en thema’s van fase 2. Op verzoek van de Adviescommissies wordt op 11 september een extra vergadering ingepland, hetgeen de leden van de Adviescommissies ruimere mogelijkheid geeft na het zomerreces afstemming te zoeken in de eigen raden over de aanpak en thema’s van fase 2, waarop zij dan adviseren. Op 13 september stelt het Algemeen Bestuur de definitieve aanpak van fase 2 vast. Zoals in deze agendapost beschreven zullen naast regionale werksessies ook raadsbezoeken worden ingepland en start, wanneer het Algemeen Bestuur in december

vaststelt op welke wijze zij met de aanbevelingen van het rapport Berenschot en uitkomsten fase 2 willen omgaan, een zienswijzeprocedure. Raadsleden zijn daarmee op drie momenten actief betrokken en in positie. Financiën Het voorstel heeft geen financiële consequenties. Juridisch Het voorstel heeft geen juridische consequenties. De uitkomsten van de tweede fase kunnen leiden tot aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling. Communicatie n.v.t. Bijlagen 1. Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag Gevolgde procedure Bestuurscommissie Dagelijks bestuur Ambtelijk overleg Zienswijzetermijn Adviescommissie Anders, te weten

3 juli 2024 27 juni 2024 1 juli 2024 n.v.t.. 19 juni 2024 n.v.t.

Verdere procedure Zienswijzetermijn Adviescommissie Dagelijks bestuur Algemeen bestuur Anders, te weten

n.v.t. 28 augustus 2024 en 11 september 2024 26 augustus 2024 13 september 2024 Zie onder voorstel voor fase 2

Bekendmaking • Openbaar besluit: ☒ ja ☐ nee • Wettelijke bekendmaking: ☐ ja ☒ nee

Contactpersoon • Jos Wassens • J.wassens@mrdh.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=005f5a94-eff8-43e0-8352-405ea48a5fa1