CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

A 24023 bijlage Werkplan ODH 2024 Gemeente Midden-Delfland

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college22.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Werkplan 2024 GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND

26 maart 2024

Bezoekadres

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres

Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 00 E info@odh.nl I www.odh.nl

0 Inhoudsopgave 0 1 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.5 3 3.1 3.2 3.3 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 5 Bijlage I. Bijlage II. Bijlage III. Bijlage IV. Bijlage V. Bijlage VI. Bijlage VII. Bijlage VIII. Bijlage IX.

Inhoudsopgave ........................................................................................................................... 2 Inleiding ...................................................................................................................................... 3 Kaders ......................................................................................................................................... 4 Status, positionering en vormgeving Werkplan ........................................................................ 4 Wettelijke en niet-wettelijke taken ............................................................................................ 4 Gemeentelijke kaders ................................................................................................................. 5 Financiële kaders werkplannen ................................................................................................. 5 Outputbegroting 2024 .......................................................................................................... 5 Monitoring en evaluatie ........................................................................................................ 7 Beschikbare financiële middelen .........................................................................................

7 Invoering Omgevingswet ........................................................................................................... 8 Programma Toetsing & Vergunningverlening ........................................................................... 9 Inleiding ...................................................................................................................................... 9 Maatwerktaken en afspraken ..................................................................................................... 9 Raming van producten, diensten en kosten T&V .................................................................... 12 Programma Toezicht & Handhaving ........................................................................................ 13 Inleiding .................................................................................................................................... 13 Risicogestuurd toezicht op een locatie met Milieu Belastende Activiteiten (MBA) ................ 13 Overlast ..................................................................................................................................... 15 Toezicht: Bodembescherming en –kwaliteit ...........................................................................

15 Asbest ........................................................................................................................................ 16 Duurzaamheid .......................................................................................................................... 17 Glastuinbouw............................................................................................................................ 17 Afspraken ten aanzien van handhaving ................................................................................... 20 Overige afspraken..................................................................................................................... 20 Monitoring en indicatoren ........................................................................................................ 21 Beleidskaders ........................................................................................................................... 22 Toelichting generieke taakuitvoering T&V .............................................................................. 23 Toelichting generieke taakuitvoering T&H .............................................................................. 28 Raming van taken, producten en uren T&V .............................................................................

38 Raming van taken, producten en uren T&H ............................................................................ 41 Dashboard Monitoring ............................................................................................................. 43 Werkafspraken crisisbeheersing .............................................................................................. 45 Complexe bedrijven Midden-Delfland ..................................................................................... 47 Versterking Omgevingsveiligheid ............................................................................................ 48

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

2 van 51

1 Inleiding Op 1 januari 2013 hebben de gemeenten in de regio Haaglanden hun wettelijke milieu-uitvoeringstaken bij de Omgevingsdienst Haaglanden (de ODH) ondergebracht met het doel de taakuitvoering te professionaliseren en de dienstverlening aan burgers en bedrijven te verbeteren. Ook de provincie heeft haar milieutaken voor de regio Haaglanden, als ook andere uitvoeringstaken voor zowel Haaglanden als voor heel Zuid-Holland (geconcentreerd) bij de ODH ondergebracht. Het werkplan 2024 vormt de basis voor de uitvoering van vergunningverlening 1, toezicht2 en handhavingstaken (VTH-taken) door de ODH in 2024 en is opgesteld door de ODH, op basis van door de gemeenten en provincie opgestelde kaders. Hierbij is de uitvoering door de ODH van vergelijkbare werkzaamheden voor verschillende opdrachtgevers op elkaar afgestemd en geharmoniseerd. De werkzaamheden zijn zoveel mogelijk afgeleid van de PDC3 zoals deze is opgesteld door de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Op de VTH-taken zijn de kwaliteitscriteria en kaders van de Omgevingswet van toepassing en er worden vanuit het Rijk eisen gesteld voor wat betreft robuustheid en een adequaat uitvoeringsniveau. De VTH-taken in dit werkplan hebben qua uitvoering een wettelijke grondslag en een verplichtend karakter. Uitvoering ervan is onvervreemdbaar een verantwoordelijkheid van de betreffende bevoegde overheid (gemeente, provincie).

In 2024 werkt de ODH volledig zaakgericht en de uitvoeringstaken worden ondersteund door geautomatiseerde processen om te kunnen voldoen aan de afgesproken rapportageverplichtingen. In de voortgangsrapportages (juni en september) en het jaarrapport wordt gerapporteerd over daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden. De besteding is mede afhankelijk van een aantal externe factoren, waaronder het aantal daadwerkelijk ontvangen aanvragen en meldingen en het aantal geconstateerde handelingen waarop moest worden toegezien of moest worden gehandhaafd. Financiering van de taakuitvoering door de ODH vindt in 2024 plaats op basis van output, dat wil zeggen aan de hand van de per opdrachtgever te leveren producten en diensten. De deelnemersbijdrage is op basis van voorcalculatie vastgesteld. De verantwoording vindt zowel collectief als per deelnemer plaats op basis van nacalculatie. De veranderingen op beleidsgebied voor 2024 bestaan hoofdzakelijk uit de invoering van de Omgevingswet. De voorgaande jaren heeft ODH zich in samenspraak met de opdrachtgevers voorbereid op de invoering van de Omgevingswet. De ODH levert op concernniveau een bijdrage aan diverse activiteiten die zijn gericht op een toekomst bestendige VTH taakuitvoering (o.a. naar aanleiding van het advies Van Aartsen). Er zijn daarnaast geen majeure wetswijzigingen.

Het werkplan is opgebouwd uit de programma’s “Toetsing & Vergunningverlening” en “Toezicht & Handhaving”. De systematiek van het werkplan is gebaseerd op de begroting 2024, waarbij aan de hand van taken, producten en productprijzen een raming wordt gemaakt van de benodigde middelen. Die raming wordt vervolgens vergeleken met de beschikbare bijdrage per deelnemer.

Onder “vergunningverlening” wordt tevens begrepen de taken op het gebied van toetsing en advisering Onder “toezicht” wordt tevens begrepen het behandelen van overlastmeldingen en handhavingsadvisering 3 Producten- en Diensten Catalogus Omgevingsdiensten Zuid-Holland, versie 2.2 d.d. 6 juli 2022 1 2

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

3 van 51

2 Kaders 2.1

Status, positionering en vormgeving Werkplan

De GR, daaruit voortvloeiende verantwoordingsaspecten (P&C, financiën), vastgestelde documenten als Bedrijfsplan en I&P Plan4, PDC, ZTC5 en reeds bestaande processen als begrotings-, evaluatie- en rapportagecyclus zijn leidend en daarmee bepalend. Het werkplan treedt geenszins in de plaats van deze bovenliggende elementen, noch geeft het daar andere uitwerking aan. Ook beleidsmatige uitwerkingen vinden geen plek in het werkplan, maar dienen hun grondslag en uitwerking te vinden in betreffende beleidsdocumenten of kaderstellende notities. Het werkplan is in beginsel een beknopte samenvatting van opgedragen taken en een compacte vertaling van taken naar benodigde middelen. De raming van het werkplan is afgeleid van de begroting, waarbij begroting en verantwoording een eigenstandige cyclus kennen via AB/DB. Het werkplan betreft een beknopte omschrijving van activiteiten en werkzaamheden. De beschrijving beperkt zich tot het toelichten wat met een bepaalde taak wordt bedoeld. Meer volledige beschrijvingen van taken, handelingen en processen staan opgenomen in de PDC en/of ZTC. Ook voor de behandel- en leveringstermijnen zijn de PDC en/of ZTC leidend. Het werkplan wordt opgesteld per deelnemer (gemeente, provincie). Het plan kent een aanzienlijk deel dat generiek is en voor de totale taakuitvoering van de ODH geldt.

Om de uniformiteit te vergroten en om efficiëntieredenen bij het opstellen van het werkplan wordt gebruik gemaakt van generieke standaardteksten, die zijn aangevuld met maatwerkbeschrijvingen per deelnemer.

2.2

Wettelijke en niet-wettelijke taken

Onder wettelijke taken worden de taken verstaan, die gemeenten en provincie vanuit haar publiekrechtelijke functie en verantwoordelijkheid uitvoeren en die hun grondslag vinden in de (milieu- en natuur)regelgeving en in het verlengde daarvan, in de Omgevingswet. Uitvoering van wettelijke taken zijn onvervreemdbaar belegd bij de overheid en deze kunnen niet door anderen, zoals private partijen, worden uitgevoerd. In veel gevallen ligt er bij derden (initiatiefnemers) de verplichting om de regels na te leven en dat te laten toetsen bij de bevoegde overheid. Daarnaast kan de overheid eigenstandig toezicht uitoefenen op de naleving van regels. De bevoegde overheid is de enige die de rol/positie heeft om hierover op basis van de regelgeving een uitspraak te doen. Wettelijke taken hebben per definitie dus een juridische grondslag en staan in veel gevallen open voor inspraak (bezwaar/beroep). Met de invoering van de Omgevingswet is de uitvoering van wettelijke taken zowel gericht op landelijke als ook lokale en/of regionale wet en regelgeving.

4 5

Inrichtings-en Personeelsplan ODH Zaaktype Catalogus

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

4 van 51

Bij wettelijke taken gaat het onder andere om het geven van oordelen of het nemen van besluiten over aspecten waarvan in de regelgeving staat dat die ter beoordeling van het bevoegd gezag zijn of bevoegdheden die door het bevoegd gezag uitgeoefend moeten worden. Ook het implementeren van weten regelgeving of het ondersteunen bij het opstellen van beleidskaders wordt gerekend tot de wettelijke taken. Verder mogen ook voorbereidende werkzaamheden om te komen tot oordelen, besluiten of toezichthandelingen worden gezien als wettelijke taak. Het gaat immers om handelingen die weliswaar eerder in het proces of in de tijd plaatsvinden, maar die wel gericht zijn op de uiteindelijke feitelijke wettelijke handeling en ook in die kaders hun grondslag vinden. Te denken valt aan het voeren van (voor-) overleg, het uitvoeren van globale beoordelingen (quick scans) of het deelnemen aan overleggen om potentieel lastige vraagstukken tot een oplossing te brengen. Met name dit laatste aspect neemt onder de Omgevingswet een belangrijke plek in. Er zijn uiteraard meer voorbeelden denkbaar. De ODH richt zich bij haar taakuitvoering primair op de uitvoering van wettelijke taken in het VTH-domein. Dat is ook het takenpakket dat de deelnemende gemeenten en de provincie aan de ODH hebben overgedragen. Slechts incidenteel kan een uitvoeringstaak van de ODH worden aangemerkt als nietwettelijk.

Dat aandeel is dermate beperkt dat hierin binnen het werkplan 2024 geen onderscheid wordt gemaakt.

2.3

Gemeentelijke kaders

De gemeenten hebben een eigen bevoegdheid om aanvullende bepalingen op te stellen en zijn op grond van de kwaliteitscriteria verplicht het kader vast te stellen waarbinnen de uitvoeringsorganisatie moet werken. De gemeentelijke beleidskaders zijn weergegeven in bijlage I.

2.4

Financiële kaders werkplannen

Doelstelling van 2024 is uitvoering te geven aan de werkplannen, het invullen van de rapportageverplichtingen op het gebied van de KPI’s 6, het monitoren van de werkzaamheden en te voldoen aan afgesproken criteria qua prestaties en qua kwaliteit (waaronder de landelijke kwaliteitscriteria). 2.4.1

Outputbegroting 2024

Met de deelnemers in de ODH is afgesproken dat de productiviteit 1390 uur/Fte bedraagt. In 2024 is op basis van de primaire begroting en mutaties daarop via de VJN-NJN een werkvolume beschikbaar van 251.549 uur beschikbaar voor de producten en diensten zoals deze voortvloeien uit de werkplannen. Van deze productieve uren zullen 133.802 uur in het programma Toetsing & Vergunningverlening worden gerealiseerd en 117.549 uur in het Programma Toezicht & Handhaving. De begroting 2024 is op output gebaseerd, waarbij het werkpakket in producten en diensten is vertaald. Basis voor de outputbenadering is het principe dat de deelnemersbijdrage het totaal is aan producten vermenigvuldigd met de prijs omvat (P x Q). De grondslag voor de producten/diensten is verankerd in de vastgestelde producten en diensten catalogus (PDC) en de zaaktype catalogus (ZTC). Het kengetal In een kengetal wordt de verwachte tijdsbesteding voor de totstandkoming van een product, bezien over alle uit te voeren werkzaamheden, weergegeven. In het kengetal zijn de inhoudelijke, administratiefprocedurele en juridische werkzaamheden meegenomen.

6

KPI: Kritische Prestatie Indicator

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

5 van 51

In de kengetallen is rekening gehouden met de afgesproken productiviteit van de primaire organisatie. Het proces van monitoring en bijstelling op basis van ervaring over de achterliggende jaren is een continu proces, omdat kengetallen als gevolg van veranderingen in de betreffende producten en wijzigingen in eisen aan betreffende taakuitvoering onderhevig kunnen zijn aan variatie. Bij het bijstellen van kengetallen worden dergelijke veranderingen (trends) over een langer periode beschouwd om ongewenste korte termijneffecten geen al te dominante rol te geven. Het is op dit moment niet in te schatten of de invoering van de Omgevingswet extra effecten gaat hebben op de kengetallen, bijvoorbeeld de extra tijdsbesteding op zaakniveau als gevolg van de veranderingen in de wet t.o.v. voorheen geldende wetgeving als ook een toename van verzoeken om informatie of ondersteuning van burgers, bedrijven, initiatiefnemers of opdrachtgevers. Dergelijke effecten zijn nu dan ook niet meegenomen. Afhankelijk van de ervaringen lopende 2024 en de daarop volgende jaren zal worden bezien hoe kan worden omgegaan met dergelijke effecten. Het tarief Het tarief is de financiële vertaalslag van de werkzaamheden uitgedrukt in een bedrag per uur. Basis voor het tarief is de loonsom per uur per schaal op basis van de werkelijke kosten.

De overhead van zowel de organisatie als productie is in de vorm van een gemiddeld bedrag per uur aan de loonsom per uur toegevoegd. De opbouw van het gemiddelde voorcalculatorisch tarief is opgenomen in de primaire begroting 2024. Voor de werkplannen 2024 worden 6 tariefgroepen gehanteerd die zijn afgeleid van de schalen 8 tot en met 12. Het tarief bestaat uit een voor het uitvoeringsjaar van toepassing zijnde loonsomcomponent per tariefgroep en een overheadopslag per uur. Er is sprake van 1 set met tarieven voor zowel de in de werkpannen geraamde uren als voor uren die in aanvulling daarop worden besteed. Ook zijn er geen " interne of externe" tarieven. Deze vereenvoudigde werkwijze maakt de berekeningswijze beter toegankelijk en sluit meer aan bij de werkwijze van de andere diensten in Zuid- Holland. Voor het werkplan 2024 zijn de voorcalculatorische tarieven als volgt: Voorcalculatorisch tarief 2024 Tariefgroep 1 Tariefgroep 2 Tariefgroep 3 Tariefgroep 4 Tariefgroep 5 Tariefgroep 6

Tarief afgerond 94,00 102,00 109,00 116,00 128,00 142,00

De productprijs Per product/dienst is bepaald welke tijdsbesteding nodig is van welke kwaliteit. De tijdsbesteding kent namelijk zowel een kwantitatief element (aantal uren = kengetal) als een kwalitatief element (aard/niveau/kwaliteit van de inzet = gehanteerde tariefgroep). Per product/dienst is bepaald welke kengetal van toepassing is en welk van de 6 tariefgroepen het meest recht doet aan de vereiste en/of beoogde kwaliteit. Zowel het kengetal (zie eerder toelichting) als de te hanteren tariefgroep worden jaarlijks bepaald op basis van voortschrijdend inzicht. Samengevat: de productprijs is P*Q, kengetal * tarief. De kostprijs is kostendekkend en bevat geen winstmarge.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

6 van 51

2.4.2

Monitoring en evaluatie

Er vindt een permanente monitoring plaats van de kengetallen en productprijzen. Tussentijds kunnen significante afwijkingen worden meegenomen in de begrotingscyclus. Ook de begrote aantallen voor 2024 kunnen gezien het relatief vroege moment van het opstellen van het werkplan (najaar 2023) nog aan wijzigingen onderhevig zijn. Het aantal geleverde producten en diensten vormt aangevuld met enkele kwalificaties de basis voor rapportage conform de vastgestelde lijst Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). Een overzicht van de KPI’s is opgenomen in bijlage VI. Met ingang van 2019 vindt de verantwoording zowel collectief als per deelnemer plaats op basis van nacalculatie. Voor de precieze inhoud wordt verwezen naar de besluitvorming door het Algemeen Bestuur. Verantwoording en verrekening vindt plaats in de begrotingscyclus. Het resultaat van het jaar 2023 kan pas worden bepaald op het moment van de Jaarrekening, zodat verwerking van eventuele afspraken hierover, voor zover zij het werkplan raken, niet zijn verwerkt in het werkplan 2024 maar plaatsvinden lopende het jaar 2024. In de werkplancyclus wordt ambtelijk gerapporteerd over de voortgang. Voor zover dat mogelijk is kan in de voortgangsgesprekken (onderdeel van de werkplancyclus) afgestemd worden of tussentijdse (bij)sturing van te leveren producten en diensten mogelijk is ingeval van optredende afwijkingen.

In het oog springende afwijkingen en bijzondere voorvallen zullen in de rapportages worden toegelicht. 2.4.3

Beschikbare financiële middelen

In de begroting 2024 is per deelnemer de financiële bijdrage opgenomen en vastgesteld. Met een aantal deelnemers zijn of worden afspraken gemaakt over de uitvoering van additionele taken of het beschikbaar stellen van additionele middelen. Voor zover die afspraken reeds zijn gemaakt, is de begroting aangepast. De deelnemersbijdrage is opgebouwd uit de basisbijdrage per deelnemer vermeerderd met de kosten voor eventuele additionele taken. Op het moment dat er overeenstemming is over de werkplannen, worden additionele bijdragen meegenomen in de voorjaarsnota (VJN) of de najaarsnota (NJN). Op deze wijze wordt zoveel mogelijk aansluiting gevonden met de begrotingscyclus (begroting VJN, NJN) en kunnen tevens de financiële middelen van de werkprogramma’s T&V en T&H in beeld worden gebracht. Navolgend is een overzicht opgenomen van de deelnemersbijdragen, mutaties daarop en de daaruit voortvloeiende beschikbare middelen voor de werkplannen, onderverdeeld naar de programma’s T&V en T&H. Tabel: overzicht beschikbare middelen per programma voor werkplan 2024 (vastgestelde begroting ODH)

Deelnemers Delft Den Haag Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Rijswijk Wassenaar Westland Zoetermeer Provincie Zuid-Holland

Bijdrage gewijzigde begroting 2024 € 1.522.238 € 7.521.487 € 1.050.972 € 637.896 € 849.530 € 829.794 € 594.073 € 4.244.399 € 1.285.249 € 10.004.728 € 28.540.366

Additionele taken 2024

Werkplan volume 2024 incl. databank

€ € € € € € € € € € €

€ € € € € € € € € € €

62.792 13.343 75.076 17.420 10.873 381.754 20.779 159.800 741.837

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

1.522.238 7.521.487 1.113.764 651.239 924.606 847.214 604.946 4.626.153 1.306.028 10.164.528 29.282.203

Middelen werkplan 2024 TV € € € € € € € € € € €

456.907 3.487.974 376.453 251.985 294.620 488.957 302.899 1.683.436 518.413 7.601.474 15.463.119

Middelen werkplan 2024 TH € € € € € € € € € € €

1.065.331 4.033.513 737.311 399.254 629.986 358.257 302.047 2.942.717 787.615 2.563.054 13.819.084

7 van 51

2.5

Invoering Omgevingswet

Na jaren van voorbereiding en diverse momenten van uitstel treedt de Omgevingswet nu echt per 1 januari 2024 in werking. Het werkplan 2024 is derhalve opgezet voor de situatie onder de Omgevingswet. De Omgevingswet voorziet in een verandering waarbij onder meer minder activiteiten vallen onder vergunningplicht en meer onder de meldingsplicht op basis van Algemene maatregelen van bestuur (AMvB). Ook voorziet deze wet in een meer integrale benadering van activiteiten, vooral die in de fysieke leefomgeving. Bij invoering van de wet zal in een aantal gevallen de rol van het bevoegd gezag verschuiven, waarbij het zwaartepunt ligt op het college van B&W als bevoegd gezag. Met de komst van meer meldingen en minder vergunningen onder de Omgevingswet treden er twee bewegingen op. Omdat er minder in vergunningen wordt geregeld kan de nadruk komen te liggen op de naleving van algemene regels (programma T&H). Verwacht mag worden dat gemeenten en provincie ook een accent zullen leggen op een goede afstemming vooraf (programma T&V), teneinde knelpunten in de realisatiefase te voorkomen. Vooral in de fase van de afstemming vooraf kunnen de deskundigen van de ODH een belangrijke rol vervullen. Samen met de opdrachtgevers zal worden bezien hoe die rol kan worden ingevuld.

ODH heeft zich voorbereid op de (interne) technische en procesmatige implementatie, zodat zij vanaf de inwerkingtreding, de producten en diensten uit het bestaande werkpakket kan uitvoeren onder de Omgevingswet. Hiervoor zijn de interne werkprocessen en systemen aangepast en zijn andere noodzakelijke voorbereidingen getroffen om vanaf 1 januari 2024 overeenkomstig de Omgevingswet te kunnen werken. Daarnaast is zij (voor)bereid om - in samenwerking met haar opdrachtgevers - haar rol op te pakken voor de nieuwe taken op grond van de Omgevingswet, zoals ondersteuning en advisering rond het omgevingsplan of het beheer van het register externe veiligheid. Per 1-1-2024 is nog niet de volledige implementatie afgerond, een beperkt aantal aanpassingen loopt gedurende de eerste maanden van 2024 door. De werkplanraming voorziet in een beperkt budget voor deze implementatiewerkzaamheden binnen de ODH. Het voorgaande doet echter niet af dat het werk van de ODH ook onder de Omgevingswet kan worden uitgevoerd. Het werkplan 2024 is zoals gezegd opgesteld voor het werken onder de Omgevingswet. De omzetting van de oude naar de nieuwe situatie heeft vooral “technisch” plaatsgevonden, oftewel een zo clean en direct mogelijke omzetting van oude naar nieuwe producten en teksten.

Alleen waar de Omgevingswet op voorhand leidt tot evident bekende nieuwe taken, zijn deze meegenomen in het werkplan 2024. Te denken valt aan de gewijzigde verdeling van bodemtaken voor provincie en gemeenten. Het werkplan voorziet nadrukkelijk niet in allerlei van de Omgevingswet afgeleide effecten, waaronder eventuele extra benodigde tijd als gevolg van storingen, onduidelijkheden of onvolkomenheden of gewijzigde productstromen als gevolg van gewijzigde regels. Deze effecten zijn onvoldoende bekend om nu reeds met voldoende zekerheid en duidelijkheid in beeld te kunnen brengen. Dit is ook als zodanig besproken in het bestuur van de ODH. Lopende 2024 zal het beeld gaan ontstaan wat voor effecten zich voordoen en welke impact deze hebben of kunnen hebben. Op basis van de daadwerkelijke ervaringen met de Omgevingswet in de praktijk kan het nodig zijn het werkplan bij te stellen. Bestuurlijk is afgesproken dat pas na inwerkingtreding de structurele financiële effecten van de Omgevingswet in beeld worden gebracht en worden verwerkt in de reguliere P&C-cyclus.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

8 van 51

3 Programma Toetsing & Vergunningverlening 3.1

Inleiding

Voorafgaand aan diverse handelingen in de leefomgeving zijn initiatiefnemers (gemeenten, andere overheden en derden) op basis van de regelgeving verplicht om na te gaan of deze handelingen binnen de geldende regels zijn toegestaan en zo nodig dient het bevoegd gezag (provincie, gemeenten) hiervoor toestemming te verlenen (in de vorm van een vergunning of beschikking). De beschrijving van het programma T&V is in twee delen weergegeven. In bijlage II wordt een generieke toelichting gegeven op een aantal taken die voor een belangrijk aantal deelnemers worden uitgevoerd. Dit betreft het generieke deel van de beschrijving, waarin een groot aantal activiteiten van pakket 1 en 2 op uniforme wijze is beschreven. Sommige deelnemers nemen alle taken af, sommige deelnemers slechts een deel ervan. In dit hoofdstuk wordt voor de deelnemer waarop dit werkplan betrekking heeft aandacht besteed aan meer specifieke (maatwerk)afspraken voor de taakuitvoering. Deze maatwerkafspraken zijn samengesteld op basis van eerdere werkplannen, eventuele (concept) startbrieven voor het betreffende jaar en de ervaringen gedurende de taakuitvoering in voorgaande jaren. De beschrijvingen van zowel het generieke als het specifieke deel zijn vooral kwalitatief van aard en een aanvulling van de meer compacte beschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de PDC.

In bijlage IV staat aangegeven welke werkzaamheden voor een betreffende deelnemer binnen het programma T&V worden uitgevoerd. Daaruit blijkt ook welke onderdelen van de generieke deel uit de bijlage voor de betreffende deelnemer van toepassing is. De combinatie van dat overzicht, de PDC en de aanvullende beschrijvingen in dit werkplan bieden het overzicht van het werk dat wordt uitgevoerd en de betekenis ervan.

3.2

Maatwerktaken en afspraken

Voor de gemeente Midden-Delfland wordt een gevarieerd pakket aan taken uitgevoerd. Op hoofdlijn bevat het takenpakket de werkzaamheden voor de aspecten milieubeheer, bodem, WKO en milieu en RO. Voor een specifiek overzicht wordt verwezen naar bijlage IV. Als gekeken wordt naar de maatwerkafspraken dan kan daarover het volgende worden vermeld. Voor wat betreft het aspect geluid verzorgt de ODH de advisering en toetsing van plannen en onderzoeken, bijvoorbeeld ingeval van geluidbelasting op geluidgevoelige objecten (zoals woningbouw). Daarnaast verzorgt de ODH het bijhouden en verstrekken van bodeminformatie voor Midden-Delfland. Wat betreft het aspect EV/OV verzorgt de ODH de taakuitvoering voor zover het betrekking heeft op bedrijven. Het aspect EV/OV in ruimtelijke plannen voert de gemeente zelf uit. Bij complexe situaties kan de ODH op verzoek van Midden-Delfland haar EV/OV-expertise inbrengen. Het voorbereiden en nemen van besluiten of een MER beoordeling aan de orde is, wordt voor primaire besluiten waarvoor de ODH reeds is gemandateerd en voor situaties onder de zogenaamde drempelwaarde door de ODH uitgevoerd. Actualisatie van (milieu)vergunningen Het bevoegd gezag heeft een (wettelijke) verplichting om regelmatig te bezien of vergunningen nog voldoende actueel zijn en of daarin opgenomen beperkingen en voorschriften nog toereikend zijn.

Het vergunningenbestand wordt daarbij getoetst aan de ontwikkelingen op het gebied van de technische mogelijkheden tot bescherming van het milieu, de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu en eventuele gewijzigde beleidsinzichten en wet- en regelgeving..

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

9 van 51

Het actualiseren van vergunningen maakt onderdeel uit van de nota “VTH Beleid gemeentelijke taken Omgevingsdienst Haaglanden” (mei 2020). In deze nota zijn de volgende actualisatiedoelen benoemd: - Vergunningen periodiek aan te passen aan het actuele beleid van het bevoegd gezag, zoals op het gebied van gezondheid, veiligheid, natuurwaarden en duurzaamheid; -

-

-

-

Vergunningen te laten voldoen aan de actuele wet- en regelgeving met daarin de laatste inzichten over normstelling voor een optimale bescherming van het milieu en de burger. Het bevoegd gezag past daarom regelmatig een actualisatietoets toe op elke oudere vergunning. Bij de frequentie van toetsing wordt rekening gehouden met de omvang van emissies, aard van de risico’s enzovoort. Voor inrichtingen met een grote (potentiële) impact op de leefomgeving past het bevoegd gezag een kortere termijn van beoordeling op actualiteit toe dan inrichtingen waarbij deze impact kleiner is; Implementeren van de best beschikbare technieken in de bedrijfsvoering van de bedrijven zodat milieubelasting verder wordt teruggedrongen, hinder wordt voorkomen en een hoger niveau van veiligheid wordt bereikt; Doorvoeren van wijzigingen op basis van ervaringen in achterliggende jaren met als doel de naleving of het toezicht en de handhaving te verbeteren of te vereenvoudigen.

Gelet op het voorgaande is het milieuvergunningenbestand van de Haaglandengemeenten doorlopen op een mogelijke noodzaak tot actualisatie. Naar aanleiding van deze beoordeling is een prioritering aangebracht van actualisaties die zouden dienen plaats te vinden en daarmee de volgorde waarin deze worden opgepakt. In 2024 zal opnieuw een screening van de vergunningen en prioritering van noodzakelijke actualisaties plaatsvinden. Voor de gemeente Midden-Delfland wordt in 2024 de actualisatie voorzien voor het volgende bedrijf: Bedrijf Manege Chardon Afstemming activiteiten onder de Omgevingswet De inzet en inbreng vanuit de ODH ter ondersteuning van opdrachtgevers bij plannen en aanvragen onder de Omgevingswet verschilt per opdrachtgever. Zo wordt voor enkele opdrachtgevers actief deelgenomen aan Omgevingstafels waarin alvast “geoefend” wordt met de integrale afstemming die met de Omgevingswet belangrijker is. Via het Ambtelijk Opdrachtgeversoverleg (AOO) worden gezamenlijke onderwerpen afgestemd, waarbij wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk geclusterde en geüniformeerde aanpak om een gefragmenteerde en inefficiënte uitvoering van vergelijkbare activiteiten te vermijden. Ook participeert de ODH al in verschillende voorbereidende overleggen voor de opzet van de Omgevingsplannen.

De af te stemmen onderwerpen kunnen bestaan uit een analyse van de bruidsschat, het meedenken en formuleren van planregels over milieuaspecten en het meedenken over het formuleren van eigen toepasbare regels, het opstellen van omgevingswaarden, het instellen van leges en de warme overdracht van bodemtaken. De reguliere werkplanbudgetten voorzien slechts in beperkte mate in een werkbudget voor activiteiten ter ondersteuning van individuele deelnemers. Op het moment dat dergelijke onderwerpen opgepakt dienen te worden, zullen hierover separate afspraken gemaakt moeten worden.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

10 van 51

Onder de Omgevingswet is de behandeltermijn voor veel besluiten ingeperkt tot 8 weken. Ingeval inhoudelijke (onderzoeks)rapporten onderdeel uitmaken van een aanvraag, dan is genoemde termijn alleen haalbaar als deze documenten vooraf zijn afgestemd en goedgekeurd. Een behandeltermijn van 8 weken is veelal te kort om daarbinnen (onderzoeks)rapporten inhoudelijk te kunnen beoordelen, indien nodig te laten aanpassen en goed te keuren. Met nadruk wordt derhalve gesteld dat dergelijke onderzoeken en/of inhoudelijke plannen voorafgaand aan het indienen (de aanvraag) moeten worden afgestemd en goedgekeurd om langere behandeltermijnen of substantieel meer afwijzingen (omdat de documenten niet voldoen) te vermijden. Omgevingsveiligheid In bijlage IX is een toelichting opgenomen over de werkzaamheden in 2024 voor het programma Versterking Omgevingsveiligheid. De uren die aan deze werkzaamheden zijn verbonden zijn nog niet opgenomen in dit werkplan, maar worden daaraan toegevoegd zodra de dekking bij VJN is toegevoegd. Bodemsanering Met het inwerking treden van de Omgevingswet gaat een deel van de bodemsaneringstaken over naar de gemeenten. Na de overdracht zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle omgevingswetzaken voor bodem, zoals het graven in en saneren van verontreinigde grond of het toepassen van verontreinigde grond en bagger.

De bevoegdheden voor werkzaamheden in verontreinigd grondwater blijven bij de provincie. Reeds door de provincie opgepakte gevallen van ernstige en spoedeisende bodemverontreiniging blijven bij de provincie. Na de overdracht nieuw ontdekte gevallen van bodemverontreiniging, ook indien deze ernstig en spoedeisend zijn, vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Voor een deel van de Haaglandengemeenten voert de ODH ook alle gemeentelijke bodemtaken uit. Een beperkt aantal gemeenten verricht nog zelf bodemtaken voor zover deze geen onderdeel uitmaken van het basistakenpakket. Door de Omgevingswet vinden er verschuivingen plaats in het basistakenpakket. De Haaglandengemeenten en de ODH dienen nadere afspraken te maken omtrent de taakuitvoering van de bodemtaken onder de Omgevingswet, die niet verplicht bij de ODH belegd zijn. Deze afspraken zijn maatwerk en kunnen per gemeente verschillen. Op basis van de actuele verdeling van de taakuitvoering voor bodem tussen gemeente en ODH is zo goed mogelijk ingeschat welke taken als gevolg van de overdracht vanuit de provincie naar de gemeente verschuiven. Naast een aantal nieuwe producten onder de Omgevingswet verschuift ook een deel van de bodeminformatievoorziening naar de gemeente. Nieuwe taken die thans in omvang nog niet goed inzichtelijk zijn te maken (nieuw geval en toevalvondst) zijn vooralsnog als PM opgenomen.

De additionele bodeminzet is in onderstaande tabel weergegeven. Dekking van deze taakuitvoering maakt geen onderdeel uit van dit werkplan, maar dient te worden geregeld in de VJN 2024. In beginsel is ter dekking van deze taken geld verschoven van provincie naar gemeente (gemeentefonds). Deze taken zijn al wel opgenomen in het werkplan. Omdat het budget nog niet is toegevoegd leidt dit tot een geraamd “tekort”.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

11 van 51

In het Bodemplatform Haaglanden bespreken gemeenten, provincie en ODH regelmatig actuele bodemaspecten, die bij voorkeur betrekking hebben op alle deelnemers in de ODH. De ambitie van het bodemplatform is om zich tot een breed netwerk te ontwikkelen voor alle bodem en ondergrond onderwerpen in de regio Haaglanden. Ondersteuning beleidstaken De ODH kan de gemeente Midden-Delfland op diverse beleidsontwikkelingen of Beleidstaken ondersteunen met haar kennis en expertise. Dat kan betrekking hebben op de aspecten geluid, lucht, bodem, duurzaamheid, EV/OV en de afstemming RO en milieu. Daarnaast kan de ODH de gemeente ondersteunen ingeval sprake is van wijzigingen in wet- en regelgeving. Ook kan Midden-Delfland een mogelijke inbreng van de ODH vragen bij het beleidsdeel van de beleidscyclus VTH. Desgevraagd zal de ODH hierin haar expertise inbrengen. Uiteraard draagt de ODH zorg voor haar inzet op het eigen verbeterplan Kwaliteitscriteria. De inbreng vanuit de ODH voor beleidsprogramma’s vindt plaats op verzoek vanuit en qua invulling in afstemming met de gemeente. De ODH zal namens Midden-Delfland omzetten naar een bestand met milieubelastende activiteiten en deze beheren. Ook beheert ODH het REV (register externe veiligheidsrisico’s). Specifiek aspect bij de beleidsondersteuning is het ontwikkelen van beleid voor brijnlozingen op langere termijn vanuit de glastuinbouw.

3.3

Raming van producten, diensten en kosten T&V

In bijlage IV is voor de deelnemer waarop dit werkplan betrekking heeft, een raming van producten, diensten en kosten opgenomen. Het overzicht van activiteiten (producten) is concreet en SMART uitgewerkt en uitgewerkt als een outputbegroting. Voor activiteiten die niet zijn vervat in producten is een inspanning opgenomen in de vorm van een uitvoeringsbudget. Voor het programma T&V geldt dat de werkzaamheden grotendeels vraagvolgend zijn. Het aantal, soort en aard van de aanvragen en meldingen is door de ODH slechts beperkt te sturen en kan dus variëren. De genoemde getallen dienen dan ook als een raamwerk te worden beschouwd, dat aan de hand van de concrete ontwikkelingen flexibel en op maat wordt ingevuld. Dat betekent dat de inzet tussen verschillende taakvelden kan variëren. Het is aan de ODH om er voor te zorgen dat de totale inzet binnen de totaalraming blijft. In de voortgangsrapportages wordt gerapporteerd over daadwerkelijk bestedingen en indien noodzakelijk, een voorstel gedaan om op basis van gewijzigde aantallen ook de besteding anders in te vullen of om additionele middelen beschikbaar te stellen ingeval dat nodig mocht zijn. Zoals in de vorige paragraaf is vermeld dient de financiering voor de overgedragen bodemtaken in de VJN 2024 te worden geregeld.

Als de overschrijding van het werkplanbudget als gevolg van de verschoven bodemtaken buiten beschouwing wordt gelaten blijkt dat voor het programma T&V voor de gemeente Midden-Delfland de geraamde output met een klein verschil past binnen de begroting 2024. Binnen de raming is geen budget gereserveerd voor taken die op dit moment nog niet specifiek zijn benoemd, maar die zich lopende 2024 kunnen voordoen. Te denken valt aan onvoorziene werkzaamheden en tijdsbesteding als gevolg van de Omgevingswet.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

12 van 51

4 Programma Toezicht & Handhaving 4.1 Inleiding De beschrijving van het programma Toezicht & Handhaving is in twee delen weergegeven. Net zoals voorgaande jaren wordt aandacht besteed aan specifieke maatwerkafspraken. Deze afspraken zijn samen met de startbrief en op basis van de taakuitvoering in voorgaande jaren opgesteld. Hiernaast is invulling gegeven aan de transitie naar de Omgevingswet, enerzijds door aanpassing productnamen als ook de (vak)inhoudelijke veranderingen die voortvloeien uit de implementatie van milieubelastende activiteiten. In bijlage III is een generieke toelichting gegeven op de taken die voor alle deelnemers inhoudelijk generiek uitgevoerd worden. De beschrijvingen van het specifieke en het generieke deel zijn vooral kwalitatief van aard en een aanvulling op de beschrijvingen zoals deze zijn opgenomen in de PDC. In bijlage V is aangegeven welke werkzaamheden voor de gemeente worden uitgevoerd. Daaruit blijkt ook welke onderdelen van het generieke deel (bijlage III) voor de betreffende deelnemer van toepassing zijn. De combinatie van bijlage V, de PDC en de aanvullende beschrijvingen in dit werkplan biedt het overzicht van het werk dat wordt uitgevoerd en de betekenis ervan.

4.2 Risicogestuurd toezicht op een locatie met Milieu Belastende Activiteiten (MBA) De toepassing van de risicomethodiek op locaties met Milieu Belastende Activiteiten (MBA) is regio breed gelijk en levert in uw gemeente geen onoverkomelijke knelpunten in 2024 op voor het planmatig toezicht, integrale eerste controles en themacontroles. In de risicomethodiek is in 2020 al voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet. De MBA’s zijn alreeds in activiteitgroepen ingedeeld. De oorspronkelijke 47 branches zijn vertaald naar deze activiteitgroepen zodat monitoring kon plaatsvinden per activiteitgroep op risico’s en naleefgedrag. Complexe bedrijven In 2024 staat toezicht gepland bij het merendeel van de complexe bedrijven (zie bijlage VIII). Er is op basis van toezicht en nalevingshistorie een analyse uitgevoerd waarbij voor 2024 een beperkt aantal locaties niet planmatig worden gecontroleerd. Indien in 2024 hiertoe aanleiding is zal bij die locaties alsnog incidenteel toezicht worden uitgevoerd. Hiervoor is voldoende ruimte gereserveerd in het jaarwerkplan. In de probleemanalyse en prioriteiten is opgenomen dat iedere twee jaar op grond van het naleefgedrag beoordeeld wordt of verschuivingen in prioritering nodig zijn. Eind 2022 heeft er een verschuiving in prioritering plaatsgevonden voor de jaren 2023 en 2024, daarom wordt dezelfde prioritering als vorig jaar gebruikt.

Begin 2024 wordt gestart met de herziening van de gehele risicomethodiek, de voorsortering die in 2020 is uitgevoerd op de Omgevingswet zal verder worden uitgewerkt en nieuwe inzichten zullen worden verwerkt. Getracht wordt om de nieuwe methodiek tijdig vast te stellen zodat de op te stellen werkplannen van 2025 op basis van de nieuwe risicomethodiek kunnen worden opgesteld. In de werkplannen zal er rekening worden gehouden met de herziening van noodzakelijke tijdsbesteding, Beleidsadvies Milieu/Omgevingswet (A02.1a/b). Tijdens de uitvoering van het toezicht zal de ODH, daar waar noodzakelijk, een signaalfunctie vervullen naar de gemeenten en andere handhavingspartners toe. Bij integrale casussen zal de ODH deelnemen als adviseur of regisseur afhankelijk van het zwaartepunt.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

13 van 51

ODH-bijdrage aan terugdringen van ondermijnende criminaliteit Met enige regelmaat wordt de ODH om ondersteuning gevraagd bij acties die gericht zijn op de aanpak van ondermijning. Het Haags Economisch Interventie Team (HEIT) is voor de ODH een bekende partner waarmee wordt samengewerkt. Het HEIT bezoekt, met een integraal team, bedrijven op basis van meldingen en signalen van bewoners en organisaties over mogelijke misstanden. De belangrijkste taak is het lokale ondernemersklimaat verbeteren door oneerlijke concurrentie aan te pakken. De ODH levert momenteel een bijdrage aan het terugdringen van ondermijnende activiteiten door: • Het aanleveren van informatie vanuit het geautomatiseerde registratiesysteem of anderszins • Door signalen uit het reguliere werk door te geven aan het HEIT, gemeenten en RIEC • Door deel te nemen aan integrale acties die zijn georganiseerd door het HEIT. Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) De afgelopen jaren heeft de ODH haar kennis verrijkt omtrent ZZS. Hierbij is expertise ontwikkeld over de bedrijfsprocessen waarbij ZZS in de leefomgeving vrij kunnen komen. Het gaat daarbij vooral om emissies naar de kwaliteit van lucht, bodem en water. Tijdens de controles wordt specifiek gelet op het gebruik van de gevaarlijke stoffen waarin ZZS aanwezig is en de eventuele emissie ervan.

Nieuwe en geactualiseerde vergunningen bieden de toezichthouders handvatten om bij de bedrijven, indien van toepassing, gerichter vermijdings- en reductieprogramma’s op vragen. Hier blijft de komende jaren onze aandacht voor nodig. ZZS in afvalstoffen is een onderwerp dat nog onvoldoende inzichtelijk is. De doelstelling circulaire economie en vermijding ZZS heeft een tegenstrijdigheid en is niet in overeenstemming met de productie van nieuwe producten waarbij ZZS niet verboden is. De komende jaren zal toezicht zich verder ontwikkelen ten aanzien van de informatie over ZZS dat afvalbedrijven vanuit hun vergunning verplicht moeten aanleveren. Ook in de Omgevingswet is aandacht voor ZZS, naast specifieke vergunningsplicht bij bepaalde milieubelastende activiteiten is er ook een zorgplicht tot reductie van ZZS (emissie) opgenomen in de wet. E-PRTR (European Pollutant Release and Transfer Register) Bedrijven kunnen vanuit de Europese verordening PRTR verplicht zijn om te rapporteren over hun afval en de emissies naar lucht, water en bodem in een integraal PRTR-verslag (Pollutant Release and Transfer Register). Hiervoor is een webapplicatie beschikbaar: het elektronisch milieujaarverslag: e-MJV. Het bevoegd gezag beoordeelt het verslag. De gemeente Midden-Delfland heeft één inrichting, de AWZI in de Harnaschpolder die onder de reikwijdte van de Europese verordening valt.

NB: De Europese verordening wordt momenteel herzien. Het is nu nog niet duidelijk of dit zal betekenen dat meer bedrijven onder de verordening zullen vallen. Geothermie Het aanleggen en exploiteren van een mijnbouwwerk voor het opsporen of winnen van aardwarmte is in de Omgevingswet aangewezen als vergunningplichtige MBA aardwarmte. Het bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning kan verschillen en is afhankelijk van het type bedrijf en vaak ook van het type aanvraag. Nieuw, ten opzichte van de Wabo, is dat ook Gedeputeerde Staten of burgemeester en wethouders bevoegd kunnen zijn voor deze MBA; voorheen lag de bevoegdheid bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Gezien de complexiteit van de bevoegdheidsverdeling en de medehandhavingsbevoegdheid van SodM is de ODH, samen met DCMR, in overleg getreden met SodM. Doel van dit overleg is om afspraken te maken Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

14 van 51

over welke instantie toezicht en handhaving uitoefent bij aardwarmtelocaties. Bij het overleg wordt in aanmerking genomen dat SodM bij uitstek beschikt over de deskundigheid en ervaring met betrekking tot aardwarmtelocaties en tevens bevoegd is met betrekking tot vergunningen op grond van de Mijnbouwwet, die een sterke relatie hebben met de MBA aardwarmte, en dat door het mogelijk (zeer) geringe aantal aanvragen om omgevingsvergunningen voor de MBA aardwarmte het uitermate lastig is voor ODH om ervaring op te doen met deze MBA. Vooralsnog blijft SodM toezicht en handhaving uitoefenen op bestaande aardwarmte-installaties. Datakwaliteit Het toetsen, vergunning verlenen, het houden van toezicht en uitvoeren van de handhaving wordt steeds complexer. Steeds meer factoren spelen een rol bij het beslissingsproces rondom wel of niet verlenen, het wel of niet toezicht uitvoeren en/of handhaven en vragen om een gedegen onderbouwing. De voor de ODH relevante wet- en regelgeving verandert (Omgevingswet, klimaatwet), steeds meer informatie is digitaal beschikbaar en de vraag om data, informatie en/of kennis te delen nemen toe. De ODH steekt veel tijd in datagericht werken en de kwaliteit van de data, dit vergt een zekere mate van bewustzijn voor het belang van data.

Net zoals in voorgaande jaren zal er extra inzet worden gepleegd om de datakwaliteit van ons informatiesysteem met gegevens over locaties met MBA's verder te verbeteren. Voor deze werkzaamheden is tijd gereserveerd in de producten Informatie ontsluiting en Datakwaliteit (D11.1) en Beleidsadvies Milieu/Omgevingswet (A02.1a/b).

4.3 Overlast Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de mogelijkheid om in de omgevingsplannen verschillende geluidnormen per gebied op te nemen. Het begrip en de definitie inrichting verdwijnt. Hierdoor ontstaat het risico dat er meer onduidelijkheid is voor de burger en de afhandeling van de klacht. De Omgevingswet benoemd MBA’s en dat zijn niet altijd bedrijfsmatige activiteiten. De verwachting is dat de afhandeling van de klachten dit jaar meer tijd in beslag zal nemen. Als er sprake is van een overlastpiek of frequente ernstige hinder veroorzaakt door een ondernemer, neemt de ODH actief contact op met de gemeente om deze casus te bespreken. Evenementen Jaarlijks voert de ODH op verzoek bij enkele evenementen in de gemeente geluidsmetingen uit om de gemeente informatie te verstrekken over de mate van naleving van in evenementenvergunningen opgenomen geluidsnormen. Net als in 2023 wordt uitgegaan van geluidsonderzoek bij vier evenementen. Dekking van deze taakuitvoering maakt geen onderdeel uit van dit werkplan, maar dient te worden geregeld in de VJN 2024. Toezicht en Handhaving Milieu 2024

Kengetal 2024 Tarief Productprijs (uur per product 2024 2024 Aantal

Taak/Product

Uren

Kosten

Aanvullende taken Overlast Controle geluidhinder Totaal Overlast

Evenementen

20

142

€

2.840

4

80 4

€ 11.360 80 €

11.360

4.4 Toezicht: Bodembescherming en –kwaliteit Het toezicht op saneringen wordt uitgevoerd conform de uitvoeringsstrategie Toezicht en Handhaving bodem (2024-2027) waarin de risico’s bij activiteiten in en op de bodem zijn beoordeeld en waarin rekening wordt gehouden met de Omgevingswet. De controles zullen zich richten op de milieubelastende activiteiten in of op de bodem met de hoogste risico’s. Toezicht vindt vrijwel altijd fysiek plaats maar in sommige gevallen, zoals bij het niet nakomen van rapportageverplichtingen, administratief.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

15 van 51

Met het inwerking treden van de Omgevingswet gaat een deel van de bodemsaneringstaken over naar de gemeenten. Na de overdracht zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle omgevingswetzaken voor bodem, zoals het graven in en saneren van verontreinigde grond of het toepassen van verontreinigde grond en bagger. De bevoegdheden voor werkzaamheden in verontreinigd grondwater blijven bij de provincie. Reeds door de provincie opgepakte gevallen van ernstige en spoedeisende bodemverontreiniging blijven bij de provincie. Na de overdracht nieuw ontdekte gevallen van bodemverontreiniging, ook indien deze ernstig en spoedeisend zijn, vallen onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Voor een deel van de Haaglandengemeenten voert de ODH ook alle gemeentelijke bodemtaken uit. Een beperkt aantal gemeenten verricht nog zelf bodemtaken voor zover deze geen onderdeel uitmaken van het basistakenpakket. Door de Omgevingswet vinden er verschuivingen plaats in het basistakenpakket. De Haaglandengemeenten en de ODH dienen nadere afspraken te maken omtrent de taakuitvoering van de bodemtaken onder de Omgevingswet, die niet verplicht bij de ODH belegd zijn. Deze afspraken zijn maatwerk en kunnen per gemeente verschillen.

Op basis van de actuele verdeling van de taakuitvoering voor bodem tussen gemeente en ODH is zo goed mogelijk ingeschat welke taken als gevolg van de overdracht vanuit de provincie naar de gemeente verschuiven. De additionele bodeminzet is in onderstaande tabel weergegeven. Dekking van deze taakuitvoering maakt geen onderdeel uit van dit werkplan, maar dient te worden geregeld in de VJN 2024. In beginsel is ter dekking van deze taken geld verschoven van provincie naar gemeente (gemeentefonds). Deze taken zijn al wel opgenomen in het werkplan. Omdat het budget nog niet is toegevoegd leidt dit tot een geraamd “tekort”. Toezicht en Handhaving Milieu 2024 Taak/Product Aanvullende bodemtaken onder de Omgevingswet Controle bodem Ow Graven/Saneren/Lozen bodem Hercontrole Graven/Saneren/Lozen bodem Totaal Bodembescherming en -kwaliteit

MD

Kengetal 2024 Tarief Productprijs (uur per product 2024 2024 Aantal 18 11

109 109

€ €

1.962 1.199

Uren

2 1

36 11 3

Kosten € € 47 €

3.924 1.199 5.123

4.5 Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) Gesloten Bodemenergiesystemen (GBES) vallen vanaf 1 januari 2024 onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Door deze aanpassing is er nog maar één regeling voor zowel gesloten als open bodemenergiesystemen (GBES en OBES). De uitvoering van de regeling is daarmee een basistaak geworden voor de Omgevingsdiensten. Omgevingsdiensten zullen zich voornamelijk richten op het boren en aanleg van bodemenergiesystemen met een vermogen van > 70Kwh. Houders van deze bodemenergiesystemen zijn verplicht jaarlijks te rapporteren aan bevoegd gezag over het functioneren van haar systeem. Tevens wordt toezicht gehouden of een GBES voldoet aan de registratieplicht. Indien de uitvoerende partij, die verantwoordelijk is voor het boren en aanleg van een bodemenergiesysteem, niet beschikt over de juiste certificaten, geeft de ODH een signaal af richting IL&T.

4.6 Asbest In december 2019 is de ODH voor Midden-Delfland gestart met de uitvoering van de asbesttaken op basis van de vooraf bepaalde kengetallen. Midden Delfland kiest voor 48% toezicht op het bedrijfsmatig verwijderen van asbest. Dit percentage is gebaseerd op het aantal meldingen per jaar. Van deze 48 % zullen conform afspraak twee administratieve controles worden uitgevoerd en de overige controles zullen bestaan uit controles ter plaatse van de sanering. De coördinator van de ODH hanteert deze criteria ten einde het werk te verdelen. Aanvullend voert de ODH in opdracht van Midden-Delfland asbesttaken uit bij particulieren en houdt toezicht bij asbest (stort/dump) in de openbare ruimte.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

16 van 51

In 2023 is de uitvoering van de asbesttaken geëvalueerd met als doel in beeld te brengen wat is bereikt en of de huidige wijze van taakuitvoering effectief is en of er verbeteringen mogelijk zijn. Uit de evaluatie zijn een aantal aanbevelingen naar voren gekomen die in 2024 gezamenlijk met de deelnemers verder worden uitgewerkt. Dit kan leiden tot een wijziging van toezicht in de loop van 2024, uitgangspunt bij de eventuele aanpassing is dat dit budgetneutraal plaats vindt.

4.7 Duurzaamheid Duurzaamheid, Circulaire economie en Energietransitie zijn termen die niet meer weg te denken zijn in de samenleving. Voor veel bevoegde gezagen zijn deze onderwerpen ook speerpunt in de collegeprogramma’s. De ODH voert toezicht uit op de wettelijke verplichtingen die van toepassing zijn vanuit de Omgevingswet. Dit houdt in toezicht op energiebesparingsplicht vanuit Bal en Bkl. In 2024 zal de ODH met behulp van de specifieke uitkering toezicht en handhaving energiebesparing (SPUK THE), net als in 2023, meer controles uitvoeren op de energiebesparingsplicht. Dit betreffen extra controles die boven op de in het jaarwerkplan geplande controles komen. De exacte verdeling per opdrachtgever van de additionele werkzaamheden is nog niet bekend. De verdeling zal plaats vinden naar rato op basis van het aantal bedrijven/instellingen dat valt onder de wettelijke energiebesparingsplicht. In tegenstelling tot voorgaande jaren is er in 2024 geen sprake meer van Versterkte Uitvoering Energiebesparingsplicht (VUE). Dit betekent dat de additionele werkzaamheden die vanuit VUE plaats konden vinden de afgelopen vier jaar in 2024 niet meer plaatsvinden. Per 1 juli 2023 zijn vooruitlopend op de Omgevingswet een aantal grote wijzigingen doorgevoerd in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling milieubeheer.

Zo is de energiebesparingsplicht verbreed, waardoor ook vergunningsplichtige bedrijven en glastuinbouwbedrijven onder de energiebesparingsplicht en informatieplicht kunnen vallen. Voor zeer grote energiegebruikers, met een verbruik van meer dan 10 miljoen kWh aan elektra en/of aan 170.000 m3 gas, geldt sinds 1 juli 2023 ook een onderzoeksplicht energiebesparing. In 2024 wordt de voor duurzaamheid beschikbare capaciteit met name ingezet op het uitvoeren van toezicht op naleving energiebesparingsplicht en het beoordelen van ingediende onderzoeken (onderzoeksplicht). Daarnaast wordt ingezet op het stimuleren van naleving informatieplicht en wordt eventueel handhavend opgetreden als bij de uit te voeren controles (regulier toezicht als ook controles duurzaamheid) wordt vastgesteld dat nog niet is voldaan aan de informatieplicht en/of onderzoeksplicht. Duurzaamheidscontroles worden zoveel mogelijk uitgevoerd op basis van analyses van historische informatie, kernregistraties en informatie uit het E-loket van het RvO en ingediende rapportages onderzoeksplicht. Label C In het Bkl is sinds 1 januari 2024 de Energielabel plicht (niveau C) opgenomen. Tot 31 december 2023 stond de Label C plicht in het Bouwbesluit 2012. De ODH voert voor deze additionele werkzaamheden uit in het kader van Label C.

De controles op Label C vinden plaats naast of in combinatie met andere geplande toezichtwerkzaamheden energiebesparingplicht.

4.8 Glastuinbouw Middels een gedifferentieerde aanpak (integrale controles (inclusief zuiveringsplicht), UO-controles, assimilatie controles, themacontroles, her- en sanctiecontroles én communicatie over relevante wijzigingen naar de gehele branche) wordt er voor gezorgd dat het toezicht en de handhaving van de glastuinbouw in het grootste glastuinbouw gebied van Nederland is gewaarborgd. Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

17 van 51

Administratieve controles UO-registratie Er is aandacht voor de naleving van de emissieregistratie die door elk glastuinbouwbedrijf periodiek moet worden ingeleverd bij de UO-glastuinbouw en milieu. Het toezicht op basis van de UO-database vindt deels administratief plaats, deels fysiek om te bekijken of de bedrijfssituatie overeenkomt met hetgeen gemeld is. Daarnaast vormt UO-toezicht een vast onderdeel bij het periodiek toezicht.

Werkplan 2024, Gemeente Midden-Delfland, definitief 26 maart 2014

18 van 51

Assimilatietoezicht Door het intensieve toezicht tijdens en na de assimilatiepatrouilles van de afgelopen jaren heeft de afdeling Toezicht & Handhaving een goed beeld gekregen van de (on)mogelijkheden. Er staan in 2024 minimaal drie assimilatierondes gepland met toezicht op de volgende momenten: Controles op de afscherming direct na start van de donkerteperiode; Controles in de nanacht bij temperaturen onder de 5 graden van de scherminstellingen; Nanacht-controles op ondoelmatige en onvoldoende afscherming van de zijgevel en/of bovengevel. Energiebesparing en CO2 vereffening In 2024 is de energiebesparingsplicht ook van toepassing op de glastuinbouw, evenals de informatieplicht en bij grote energieverbruikers de onderzoeksplicht. Er is een branche specifieke lijst erkende energiebesparende maatregelen, die is samenspraak met de Omgevingsdienst Haaglanden is opgesteld. In 2024 zal het toezicht op energiebesparingsplicht zal voornamelijk plaats vinden vanuit het regulier toezicht op de glastuinbouw aangevuld met inzet vanuit de specifieke uitkering toezicht en handhaving energiebesparingsplicht. Het nieuwe vereffeningssysteem dat in 2024 ingaat, houdt rekening met individuele verduurzaming in plaats van vereffening over de hele sector. Zo ontstaat een beter onderscheid tussen voorlopers en achterblijvers.

De ODH denkt op landelijk niveau mee over deze onderwerpen door de inbreng van expertise en kennis over de regio en de sector. Additioneel project: Risicogericht toezicht/intensivering toezicht op lekstromen De ODH zal de intensieve samenwerking die in 2023 van start gegaan is met het Hoogheemraadschap van Delfland voortzetten. Dit om de waterstromen te reguleren en te werken aan de afbouw van emissies door de glastuinbouw naar het regionale oppervlaktewater (al dan niet via de riolering) en de bodem. Bij deze samenwerking wordt met regelmaat overleg gevoerd tussen de verschillende handhavingspartners, worden gegevens uitgewisseld en worden de resultaten gepresenteerd aan opdrachtgevers, ondernemers en vakbladen. Lozing in de bodem lijkt één van de oorzaken te zijn voor het niet behalen van doelstellingen in de Kader Richtlijn Water (KRW). Er wordt onderzoek gedaan naar (onbedoelde) lekstromen via de bodem. Lozingen in de bodem vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Door intensivering van toezicht én handhaving in en om de kas willen we een extra stap maken op het opsporen van (onbedoelde) lekstomen. Daarnaast willen we aansluiten bij de risico gestuurde aanpak van het Hoogheemraadschap van Delfland. om deze lozingen op te sporen, te monitoren, op te heffen en te voorkomen.

Daarmee beogen wij ook bij ondernemers de kennis over en het inzicht in (onder andere) lekstromen te vergroten. Onderdeel van deze additionele aanpak is: • Combinatie van integrale controles bij specifieke bedrijven en gebiedscontroles o.b.v. data-analyse. • Meer uitgebreide controles dan reguliere glastuinbouwcontroles met meer ruimte voor een flexibele aanpak al naar gelang wat wordt aangetroffen. • Handhaving conform de Landelijke HandhavingsStrategie (LHS) daar waar overtredingen worden geconstateerd. • Ruimte om te experimenteren samen met Hoogheemraadschap Dellfland op basis van wateranalyses. • (gezamenlijke) opleiding. • Communicatie vooraf en tijdens project gericht op bewustwording bij tuinders. • Actieve kennisdeling door samen op één plek aan dit project te werken. • Gebruiken van elkaars expertise data en meetinstrumenten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=b6cbd4b4-9248-4c1f-b9b9-cfddb7eee6f1