A 23048 Rapport Herijking Armoedebeleid - Gemeente Midden-Delfland versie 1.0
Tekst van het document
EVALUATIE ARMOEDE- EN SCHULDENBELEID 2023 GEMEENTE MIDDEN-DELFLAND
Evaluatie armoede- en schuldenbeleid 2023 Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen in de gemeente Midden-Delfland. Daarnaast brengt dit onderzoek het effect van de gemeentelijke regelingen in kaart op de totale inkomens en komen de ervaringen van de minimadoelgroep aan bod.
Colofon Opdrachtgever Gemeente Midden-Delfland Datum Juni 2023 Auteurs Michelle Ellens Jitske Kooistra-van der Wijk Anieta Boer Databewerking Johan Knol Grafische ondersteuning Senne Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. 1
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Samenvatting................................................................................................................................. 5 1. Minima in beeld ....................................................................................................................... 12 2. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld ........................................................................................ 19 3. Minimaregelingen .................................................................................................................... 22 4. Schuldhulpverlening ................................................................................................................ 29 5. Inkomenseffecten .................................................................................................................... 30 6. Behoeftepeiling Minima ........................................................................................................... 39 Bijlage 1.
Methodiek Armoedemonitor ........................................................................................ 42 Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken .......................................................................................... 44 Bijlage 3. Kenmerken kinderen ................................................................................................... 45 Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100% en 110% Wsm .............................................................. 46 Bijlage 5. Onderzoeksmethodiek inkomens effectrapportage ..................................................... 48 Bijlage 6. Overzicht minimaregelingen ........................................................................................ 51 Bijlage 7. Opbouw totaal inkomen 100 tot 130% Wsm ............................................................... 52 Bijlage 8. Financieel maandoverzicht .......................................................................................... 54 Bijlage 9. Afkortingen .................................................................................................................. 60
1
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Inleiding Gemeenten hebben de zorgplicht om de leefsituatie en het toekomstperspectief van kwetsbare burgers die in armoede verkeren, te verbeteren. Daarnaast hebben zij de taak en het belang om prikkels te geven aan burgers dat zij zoveel mogelijk zelfstandig in hun levensonderhoud voorzien. Het minima- en schuldenbeleid is in de gemeente Midden-Delfland een actueel thema. De gemeente wil in 2023 dit beleid tegen het licht houden ten behoeve van het nieuwe uitvoeringsprogramma Armoede en Schuldhulpverlening. Voorliggend onderzoek geeft daarom inzicht in de omvang en kenmerken van de huidige minimapopulatie (Armoede- en schuldenmonitor), het effect van de gemeentelijke regelingen en landelijke toeslagen op de inkomensgroei (Inkomenseffect rapportage) en de ervaringen van de minimadoelgroep (Behoeftepeiling Minima). Hieronder wordt de onderzoeksmethodiek van de verschillende deelonderzoeken toegelicht. 1.1. Onderzoeksmethode Armoedemonitor De Armoedemonitor beschrijft de doelgroep voor het lokale armoedebeleid aan de hand van een aantal kenmerken1. Daarnaast brengt de monitor het gebruik en bereik van de verschillende minimaregelingen in beeld. De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 31 december 2022 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm).
Het gebruik van de regelingen is gemeten over het jaar 2022. De huidige meting wordt beschouwd als nulmeting 2 en de gemeente zou graag over circa twee jaar een vervolgmeting willen uitvoeren. Methodieken De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding, energietoeslag en gegevens van schulddienstverlening. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. De methodiek van bronregistraties heeft als gevolg dat alleen minimahuishoudens die de gemeente (en/of externe partners) in beeld heeft, zijn opgenomen in de Armoedemonitor. Huishoudens die van geen enkele regeling of voorziening voor minima gebruikmaken, maar misschien wel recht hebben op sommige regelingen, ontbreken daarom in de cijfers.
Met behulp van de Armoede Index verschaft KWIZ wel inzicht in de omvang van de groep huishoudens die niet in beeld is bij de gemeente. Vergelijking met andere gemeenten De gemeente Midden-Delfland wenst een vergelijking te zien met naburige gemeenten: Lansingerland en Ridderkerk. Deze vergelijking zal plaatsvinden voor het aandeel huishoudens en kinderen dat moet rondkomen van een minimuminkomen. In beide gemeenten heeft KWIZ in 2023 vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd. Verder zal de vergelijking met andere gemeenten met name plaatsvinden op ervaringscijfers van KWIZ. Bijvoorbeeld voor het bereik van de minimaregelingen en de overlap met schuldhulpverlening wordt de gemeente Midden-Delfland afgezet tegen gemeenten van vergelijkbare grootte (inwonersaantal tot 50.000 inwoners). 1 De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op de kenmerken van de oudste persoon in het
huishouden. 2 In 2016 heeft KWIZ ook een Armoedemonitor opgesteld voor de gemeente Midden-Delfland. Dit is op moment van schrijven 7 jaar geleden en sindsdien hebben vele ontwikkelingen plaatsgevonden. Om die reden heeft de gemeente ervoor gekozen om de huidige meting over 2022 als nulmeting te beschouwen en geen vergelijking uit te voeren met de resultaten uit 2016.
2
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
1.2. Onderzoeksmethode Inkomenseffect rapportage We berekenen voor zes verschillende huishoudtypen met vier verschillende inkomensniveaus ten opzichte van het Wettelijk sociaal minimum, de effecten van het wegvallen van gemeentelijke regelingen en dalen van landelijke toeslagen bij een stijgend inkomen, oftewel de inkomenseffecten. Daarvoor is per huishoudtype een overzicht van de inkomsten en uitgaven per maand. Met behulp van landelijke inkomensnormen, landelijke toeslagen en informatie over gemeentelijke regelingen is per huishoudtype de inkomsten bepaald. De gemeentelijke regelingen worden hiervoor omgezet in een maandbedrag. Voor de vaste uitgaven gaan wij uit van cijfers en normen van het Nibud. Voor de andere uitgaven is waar mogelijk gebruikgemaakt van lokale tarieven (zoals huur en waterschapsbelasting).
1.3. Onderzoeksmethode Behoeftepeiling Minima De gemeente wil bij het nieuwe uitvoeringsprogramma tevens uitdrukkelijk rekening houden met de behoeften die de doelgroep heeft en hoe de minimapartners 3 tegen de armoede- en schuldenproblematiek aankijken. Het bevragen van de ervaringen en behoeften van de minimadoelgroep is daarom een cruciaal onderdeel van dit onderzoek. Doelgroep en respons De doelgroep van dit onderzoek bestaat uit inwoners van de gemeente Midden-Delfland die in 2022 de energietoeslag toegekend hebben gekregen en/of gebruik hebben gemaakt van een of meerdere minimaregelingen. Per huishouden is één vragenlijst verstuurd. In totaal hebben 480 huishoudens in de gemeente een uitnodiging gekregen om deel te nemen aan het onderzoek. De vragenlijsten is in mei 2023 verstuurd. Respondenten konden de vragenlijst zowel schriftelijk als online invullen. In totaal hebben 111 respondenten de vragenlijst ingevuld (20 online, 91 op papier). Dat is 23 procent van de aangeschreven doelgroep. De respons is niet voldoende om uitspraken te doen over de volledige doelgroep van huishoudens die gebruikmaken van het minimabeleid in de gemeente Midden-Delfland. Om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen, waren er 174 respondenten nodig voor een betrouwbaarheid van 90 procent. De resultaten dienen als indicatief te worden beschouwd.
In voorliggend rapport is een samenvatting van de resultaten opgenomen. Het volledige rapport inclusief diagrammen en duiding is opgeleverd als ‘Rapport Behoeftepeiling gemeente MiddenDelfland’, opgeleverd in juli 2023.
1.4. Leeswijzer Het rapport start met een samenvatting van de belangrijkste onderzoeksresultaten en daaruit voortvloeiende aanbevelingen. Vervolgens geven de eerste twee hoofdstukken inzicht in de minimapopulatie: huishoudens en kinderen met bijbehorende kenmerken. Hoofdstuk 3 gaat in op het gebruik en bereik van de minimaregelingen van gemeente Midden-Delfland. Hoofdstuk 4 bespreekt het gebruik van schuldhulpverlening en de overlap hiervan met minimahuishoudens. Hoofdstuk 5 geeft de inkomenseffecten weer (inkomenseffect rapportage) en hoofdstuk 6 bespreekt de resultaten van de behoeftepeiling onder minima. Het rapport wordt afgesloten met een tiental bijlagen waarin de achterliggende informatie wordt weergegeven. Bijlage 1 geeft een overzicht van de onderzoeksmethodiek van de Armoedemonitor. In bijlage 2 tot 4 worden aanvullende cijfers gepresenteerd voor de Armoedemonitor; het gaat bijvoorbeeld om de kenmerken van alle huishoudens 4 en van de 3 De ervaringen van de minimapartners vormen geen onderdeel van voorliggend onderzoek. Het ophalen
van de ervaringen van deze samenwerkingspartners heeft de gemeente zelf uitgevoerd. 4 Alle landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS en vergelijking met andere gemeenten wordt gedaan op basis van ervaringscijfers van KWIZ.
3
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
inkomensgroepen die in het rapport niet aan de orde komen (100 en 110 procent Wsm). Bijlage 5 geeft een overzicht van de onderzoeksmethodiek van de inkomenseffect rapportage. Bijlage 6 tot 8 behoren tot de inkomenseffect rapportage. Zij geven een overzicht van de minimaregelingen, de opbouw van het totale inkomen per huishoudtype en de financiële maandoverzichten weer. Bijlage 9 bevat de kenmerken van de respondenten van de behoeftepeiling en bijlage 10 geeft een lijst van afkortingen.
4
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Samenvatting In deze samenvatting staan de belangrijkste onderzoeksresultaten weergegeven van de drie deelonderzoeken: de Armoedemonitor, de inkomenseffect rapportage en de behoeftepeiling onder de minimadoelgroep. Eerst wordt de minimapopulatie en haar kenmerken beschreven. Het bereik van de regelingen komt ook aan de orde. Verder gaan we in op de effecten van het landelijke en lokale beleid op de totale inkomens van huishoudens. Tot slot komen de ervaringen van de minimadoelgroep aan bod. Omvang minimapopulatie: huishoudens en kinderen Van alle huishoudens in de gemeente Midden-Delfland hebben naar schatting 266 huishoudens een inkomen tot 100 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) en 405 huishoudens in totaal een inkomen tot 120 procent Wsm. Respectievelijk vormen zij 3,3 procent en 5,0 procent van alle huishoudens in de gemeente. Het aandeel minimahuishoudens op 100 procent Wsm ligt in Midden-Delfland onder het gemiddelde in vergelijkbare kleine gemeenten (5 à 6 procent). Op 120 procent Wsm ligt het aandeel minimahuishoudens in MiddenDelfland iets onder het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten; 6 à 7 procent. Verder groeien 170 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm (4,3 procent) en 244 kinderen met een huishoudinkomen tot 120 procent Wsm (6,1 procent).
Het aandeel minimakinderen in vergelijkbare gemeenten ligt gemiddeld op 8 à 9 procent; MiddenDelfland heeft dus in verhouding minder minimakinderen dan vergelijkbare gemeenten. Tabel S1. Omvang totale minimapopulatie Midden-Delfland (geschat) Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 110% Tot 120% Subtotaal
Huishoudens Aantal % 266 3,3% 61 0,8% 78 0,9% 405 5,0%
Geen minima Totaal
7.639 8.044
95,0% 100%
Kinderen Aantal % 173 4,3% 33 0,8% 38 0,9% 244 6,1% 3.767 4.011
95,9% 100%
De gemeente Midden-Delfland heeft een groot deel van de minimapopulatie in beeld. In totaal gaat het om 291 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm (3,6 procent van alle huishoudens). De gemeente heeft 223 kinderen in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm (5,6 procent van alle kinderen in de gemeente). Tabel S2. Omvang minimapopulatie Midden-Delfland (in beeld) Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 110% Tot 120% Subtotaal
Huishoudens Aantal % 229 2.8% 24 0.3% 38 0.5% 291 3.6%
Geen minima Totaal
7.753 8.044
96.4% 100%
5
Kinderen Aantal % 170 4,2% 27 0,7% 25 0,6% 223 5,6% 3.788 4.011
94,4% 100%
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Kenmerken van de minimapopulatie De helft van de minimahuishoudens ontvangt een uitkering vanuit de Participatiewet als voornaamste inkomstenbron (49 procent). Verder heeft een derde een overig inkomen, zoals inkomen uit arbeid of een WW-uitkering. Tot slot heeft 18 procent een AOWuitkering. De helft van de minimahuishoudens betreft een alleenstaand huishouden (49 procent). De meeste minimahuishoudens hebben een niet-westerse migratieachtergrond (49 procent) of een Nederlandse achtergrond (41 procent).
Figuur S1. Inkomensbron minima
Inkomensbron Participatiewet
AOW
Overig inkomen
33% 49%
18%
Kijkend naar minimakinderen groeien de meeste minimakinderen op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet (61 procent). Ruim de helft van de minimakinderen woont in een tweeoudergezin (60 procent) en de andere kinderen groeien op in een eenoudergezin (40 procent). De meeste minimakinderen groeien in een huishouden met een niet-westerse migratieachtergrond (73 procent) en wonen in Maasland (52 procent). Doelgroepen Sommige doelgroepen hebben vaker een minimuminkomen dan andere doelgroepen. Dit geldt bijvoorbeeld voor eenoudergezinnen met minderjarige kinderen en huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond. Op grond van woonplaats zijn geen opvallende verschillen te zien tussen Maasland, Schipluiden en Den Hoorn: het aandeel minima is vergelijkbaar in deze woonplaatsen. Nieuwe en langdurige minima Zeven op de tien minimahuishoudens in de gemeente Midden-Delfland zijn langdurig minima (209 huishoudens; 71 procent). Deze huishoudens zijn al drie jaar of langer aangewezen op een inkomen tot 120 procent Wsm. Bepaalde doelgroepen moeten vaker langdurig rondkomen van een minimuminkomen dan andere doelgroepen. Dit geldt bijvoorbeeld voor huishoudens met een AOW-uitkering, alleenstaande huishoudens en ouderparen met kinderen en huishoudens die woonachtig zijn in Schipluiden. Verder zijn 39 huishoudens ingestroomd in de minimapopulatie (13 procent).
Regelingen In onderstaand figuur staat het bereik per regeling in 2022. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de doelgroep. In onderstaande figuur wordt het bereik tevens afgezet tegen het gemiddelde dat in vergelijkbare gemeenten gangbaar is 5. Het volgende valt op: • Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen ligt relatief hoog in de gemeente Midden-Delfland (80 procent). In vergelijkbare gemeenten zien we een bereik van 70 tot 75 procent; • De regeling Sociale Participatie ondersteunt volwassenen in hun deelname aan de samenleving. De regeling heeft een relatief laag bereik van 14 procent, terwijl in vergelijkbare gemeenten een bereik van 30 tot 35 procent gangbaar is; • Verder ligt het bereik van de meeste regelingen in lijn met het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten.
5 Voor de computerregeling, regeling schoolkosten en fietsregeling beschikt KWIZ over onvoldoende
vergelijkingsmateriaal om
6
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Figuur S2. Bereik regelingen, afgezet tegen het landelijk gemiddelde
Bereik regelingen 2022
Landelijk
80%75% 45% 35%
43%40%
21%25%
35% 14%
30% 17%
21%25%
Schuldhulpverlening In 2022 hebben 34 huishoudens gebruikgemaakt van schuldhulpverlening. In totaal hebben 19 huishoudens hiervan een minimuminkomen tot 120 procent. Afgezet tegen alle minimahuishoudens maakt 6,5 procent van de minimahuishoudens gebruik van schuldhulpverlening. Onder niet-minimahuishoudens ligt dit aandeel veel lager, namelijk op 0,2 procent. Tabel S3. Inkomensverdeling SHV-gebruikers Schuldhulpverlening
2022 Aantal
Tot 120% Wsm Overige huishoudens Totaal
% 56% 44% 100%
19 15 34
Aandeel SHV t.o.v. alle huishoudens 6,5% 0,2%
Inkomenseffecten Financieel effect Het bedrag dat minima vanuit het Rijk aan toeslagen kunnen ontvangen is veel hoger dan het bedrag dat ze aan gemeentelijke regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente dan ook kleiner dan de invloed van het Rijk. Het bedrag aan landelijke toeslagen neemt voor de meeste huishoudens geleidelijk af bij een hoger inkomen. Ditzelfde gaat op voor de gemeentelijke regelingen. De regelingen in de gemeente Midden-Delfland vallen op verschillende momenten weg (maximaal 120 procent Wsm). Echter heeft het gemeentelijk beleid wel degelijk een groot effect. De gemeentelijke regelingen zorgen er voor dat huishoudens (meer) ruimte overhouden voor het doen van vrije bestedingen. Dit komt met name paren die niet AOW-gerechtigd zijn ten goede, omdat zij op het bijstandsniveau zonder de gemeentelijke regelingen geen budget zouden overhouden voor vrije bestedingen. Het bedrag dat wordt overgehouden verschilt aanzienlijk per huishoudtype en inkomensniveau. Alleenstaanden houden bij elk inkomensniveau ook een relatief groot budget voor vrije besteding over zonder gemeentelijke bijdragen. Paren met en zonder kinderen hebben een lager budget omdat de landelijke toeslagen bij hen sneller teruglopen. Zij hebben bij een inkomen op 100 procent Wsm de gemeentelijke ondersteuning nodig om een budget te hebben voor vrije bestedingen.
Daarnaast is het belangrijk om te benoemen dat de aanname is gedaan 7
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
dat huishoudens gebruik maken van alle beschikbare regelingen. Echter in de praktijk is de ervaring dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het vrij besteedbaar budget waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Werken loont Werken loont: wanneer huishoudens in Midden-Delfland vanuit de bijstand gaan werken tegen een loon gelijk aan 110, 120 of 130 procent Wsm, gaan zij er in totaal inkomen meestal op vooruit (mits zij gebruikmaken van alle toeslagen en regelingen) ten opzichte van de bijstandssituatie. Landelijke toeslagen lopen geleidelijk terug en het recht op gemeentelijke regelingen vervalt naarmate het inkomen toeneemt. Dit wordt echter gecompenseerd door de stijging van het inkomen. Het totaal inkomen bestaat uit het netto-inkomen (inclusief vakantietoeslag), landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Alleenstaanden gaan er bij ieder hoger inkomensniveau relatief gezien het meest op vooruit. Ook paren gaan er bij een hoger loon telkens op vooruit ten opzichte de bijstandssituatie. Ervaringen van de doelgroep Meedoen Twee derde van de respondenten heeft het gevoel mee te kunnen doen in de samenleving. De belangrijkste belemmeringen voor het niet (volledig) mee kunnen doen zijn: weinig geld, een slechte gezondheid en weinig sociale contacten.
Financiële situatie Twee derde van de respondenten kan maandelijks niet (altijd) rondkomen en de meeste respondenten met geldzorgen hebben hier al drie jaar of langer mee te maken. Het ontbreekt respondenten het meest aan geld voor sociale participatie en de aanschaf van noodzakelijke spullen. De financiële situatie heeft voor een deel van de respondenten een negatief effect op hun gezondheid, zoals stress, zorgen en piekergedachten. Bekendheid regelingen De bekendheid en het gebruik van de minimaregelingen verschilt per regeling. De energietoeslag en de kwijtschelding gemeentelijke belastingen zijn de meest bekende regelingen. De meest genoemde reden voor niet-gebruik van regelingen is onbekendheid, daarnaast vinden respondenten het soms moeilijk om een regeling aan te vragen. Informatie en contact De medewerkers van de gemeente en vrienden en kennissen vormen de belangrijkste informatiebron bij geldzorgen. Ruim een deerde van de respondenten is positief over de informatie: ze weten waar ze moeten zijn en snappen de informatie die ze krijgen. Tegelijkertijd is de informatie voor een kwart van de respondenten niet duidelijk. Aanvraag De helft van de respondenten kan een aanvraag niet zonder hulp doen. De wijze waarop respondenten een aanvraag doet is verschillend.
Respondenten van 67 jaar en ouder doen dit het liefst op papier, respondenten jonger dan 67 jaar doen dit liever digitaal. Tips en adviezen Respondenten hadden de gelegenheid om tips en adviezen mee te geven: • Informatievoorziening: respondenten willen graag (meer) duidelijke informatie over de regelingen. Dit zou volgens hen bijvoorbeeld kunnen als medewerkers van de gemeente daarin een pro-actievere rol innemen. Maar ook een duidelijk en overzichtelijke folder zou hen helpen. Daarnaast zou het respondenten helpen als het taalgebruik makkelijker zou worden. • Toegankelijkheid: Het is voor respondenten niet altijd duidelijk waar zij bepaalde informatie moeten zoeken en daarnaast hebben zij moeite met het aanvragen van
8
Gemeente Midden-Delfland
•
Versie 1.0
regelingen. Ook wordt aangegeven dat een aantal respondenten een drempel ervaren wanneer zij een aanvraag willen doen. Persoonlijke behandeling: respondenten hebben behoefte aan een persoonlijke behandeling. Hierbij zou rekening gehouden kunnen worden bij het leveren van passende informatie en hulp.
S1.2 Conclusie en aanbevelingen Uit de onderzoeksresultaten kunnen een aantal conclusies worden getrokken. De conclusies zijn onderverdeeld in drie thema’s. De hieruit voortvloeiende aanbevelingen volgen in de tekstkaders. Participatie • De inkomenseffect rapportage laat zien dat alle huishoudtypen voldoende vrij besteedbaar budget hebben om sociaal te kunnen participeren in de samenleving, als zij van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaken. Paren (met en zonder kinderen) hebben hierbij de ondersteuning van de gemeentelijke regelingen ook nodig op bijstandsniveau; • Uit de Armoedemonitor blijkt echter dat huishoudens gemiddeld 2,2 minimaregelingen benutten. De praktijk laat dus een weerbarstig beeld zien. Áls huishoudens gebruikmaken van de regelingen kunnen ze rondkomen en participeren, maar in de praktijk maken huishoudens op de meeste regelingen geen aanspraak terwijl ze hier recht op hebben. Dit geldt in het bijzonder voor de regeling Sociale Participatie voor volwassenen. Deze regeling heeft een bereik van 14 procent onder de doelgroep en wordt op declaratiebasis aangeboden; • Het effect hiervan zien we terug in de behoeftepeiling onder de minimadoelgroep; huishoudens hebben regelmatig te weinig budget om te participeren.
Zo geven huishoudens aan dat ze soms/vaak te weinig geld hebben om leuke dingen te doen (82 procent), mee te doen aan sport en cultuur (68 procent) of op bezoek te gaan bij familie en vrienden (57 procent). Bovenstaande wijst erop dat de gemeente Midden-Delfland een breed en compleet aanbod aan minimaregelingen heeft. Dit pakket biedt voldoende ondersteuning voor een minimaal niveau van sociale participatie áls inwoners hier gebruik van maken. Aanbeveling: Overweeg om de regeling Sociale Participatie te verstrekken op andere wijze dan op declaratiebasis. Dit kan een drempel verlagen voor het aanvragen en gebruikmaken van de regeling. Bijvoorbeeld aan de hand van een gesprek waarin inwoners aangeven hoe de regeling zal bijdragen aan hun participatie aan de samenleving, of dat inwoners één kostenpost dienen te verantwoorden. Een andere mogelijkheid kan zijn om aan te geven dat op steekproefniveau controle wordt uitgevoerd van de uitgaven. Alle genoemde opties zorgen ervoor dat inwoners niet alle kosten hoeven verantwoorden voordat ze deze maken; dit kan hun wendbaarheid vergroten bij het participeren in de samenleving. Kwetsbare groepen • De Armoedemonitor laat zien dat sommige huishoudens vaker minima zijn dan andere.
Het gaat bijvoorbeeld om alleenstaanden, eenoudergezinnen met minderjarige kinderen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond; • Zeven op de tien minimahuishoudens zijn langdurige minima. Deze huishoudens zijn al drie jaar of langer aangewezen op een minimuminkomen. Hun langdurige inkomenssituatie remt hun perspectief op een inkomensvooruitgang; de kans is aanwezig dat deze groep moeizaam of zelfs niet meer uit een minimasituatie vandaan komt; • Een derde van de minimahuishoudens heeft een overig inkomen (loon uit arbeid, zzp of een WW-uitkering) als voornaamste inkomensbron. Dit sluit aan bij de landelijke trend 9
Gemeente Midden-Delfland
•
•
•
Versie 1.0
dat steeds meer huishoudens te maken krijgen met financiële zorgen. Er vindt een verschuiving plaats binnen de minimapopulatie van huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet naar huishoudens met een overig inkomen; Er zijn veel zzp’ers in de gemeente Midden-Delfland: bijna een tiende van de beroepsbevolking heeft een eigen onderneming zonder personeel (1.249 inwoners). Van deze groep zijn slechts 29 huishoudens in beeld als minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm, omdat zij gebruikmaken van één of meerdere minimaregelingen; Uit de behoeftepeiling onder de doelgroep is bovendien gebleken dat inwoners drempels ervaren om mee te kunnen doen aan de samenleving. De meest voorkomende zijn: weinig geld (44 procent), een slechte mentale of fysieke gezondheid (35 procent) en weinig sociale contacten (22 procent). Deze drempels laten zien dat inwoners kwetsbaar kunnen zijn door weinig financiële bestedingsruimte, maar ook vanwege andere oorzaken; Tot slot leidt de financiële situatie van minimahuishoudens ook tot mentale problematiek. Zo heeft de helft van de respondenten die niet (altijd) kunnen rondkomen te maken met slaapproblematiek, stress en piekergedachten.
Bovenstaande onderzoeksresultaten wijzen erop dat er kwetsbare doelgroepen zijn die extra aandacht verdienen. Het kan voorkomen dat de verschillende doelgroepen ook verschillende behoeften hebben. Houd de verschillende doelgroepen in beeld en krijg in beeld wat deze huishoudens nodig hebben. Aanbevelingen: Investeer voor langdurige minima in participatiemogelijkheden in de samenleving, zodat zij kunnen meedoen (ook wanneer participatie in het arbeidsproces niet lukt). Krijg en houd multiproblematiek in beeld; huishoudens hebben veelal ook met andere problematiek te maken wanneer zij van een minimuminkomen moeten rondkomen. Hulp op andere levensdomeinen kan noodzakelijk zijn. Besteed bijvoorbeeld bij de aanvraag van een minimaregeling aandacht aan andere drempels die inwoners ervaren en inventariseer hun ondersteuningsbehoeften. Zet in op informatievoorziening over de minimaregelingen onder ondernemers. Hun wisselende inkomen kan een drempel vormen om regelingen aan te vragen, dus informatievoorziening en ondersteuning is van belang. Daarnaast is het van belang om de aandacht te vestigen op de minimahuishoudens die een inkomen uit arbeid (overig inkomen) als belangrijkste inkomensbron hebben. Deze huishoudens nemen deel aan het arbeidsproces, maar hebben alsnog onvoldoende middelen om rond te komen. De meeste regelingen worden verstrekt tegen een inkomensgrens van 110 procent.
Het gaat bijvoorbeeld om de regeling Sociale participatie en de bijzondere bijstand waar ook participatiemogelijkheden vanuit worden vergoed. In vergelijking tot andere gemeenten hanteert de gemeente Midden-Delfland hiervoor relatief lage inkomensgrenzen. Aanbeveling: Onderzoek de mogelijkheden om de inkomensgrenzen van de minimaregelingen te verruimen om meer huishoudens te ondersteunen, ook de groep huishoudens die een inkomen uit arbeid heeft, maar onvoldoende bestedingsruimte om rond te komen.
10
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Informatie en aanvraagprocedure • De belangrijkste reden voor het niet gebruiken van minimaregelingen is onbekendheid: 46 procent van de huishoudens geeft aan dat ze de regelingen niet kennen; • Uit de behoeftepeiling blijkt bovendien dat een aanzienlijk deel van de inwoners de informatie niet kunnen vinden die ze zoeken (41 procent), de informatie die ze vinden niet snappen (36 procent) en niet weten waar ze moeten zijn voor de minimaregelingen (34 procent); • Vier op de tien respondenten kan de regelingen zelf aanvragen, zonder hulp van naasten of gemeentelijke medewerkers; • De belangrijkste informatiebronnen over de minimaregelingen zijn medewerkers van de gemeente (41 procent), familie en vrienden (39 procent) of internet (32 procent). Bovenstaande onderzoeksresultaten laten zien dat de informatievoorziening niet voor alle respondenten voldoende ondersteunend is. Inwoners kennen niet alle regelingen, weten niet altijd waar ze informatie moeten zoeken, begrijpen de informatie niet altijd en hebben veelal hulp nodig bij het aanvragen van de regelingen. Dit duidt erop dat de informatievoorziening en aanvraagprocedure beter zou kunnen aansluiten bij de doelgroep. Aanbevelingen: Vereenvoudig de aanvraagprocedure voor de minimaregelingen.
Bijvoorbeeld door een integrale intake waarbij inwoners direct gewezen worden op andere minimaregelingen waar ze mogelijk nog geen gebruik van maken. Of door een automatische toekenning van minimaregelingen als ze recht hebben op één van de minimaregelingen. Investeer in informatievoorziening die aansluit bij de doelgroep. Verspreid de folder met het overzicht van minimaregelingen bijvoorbeeld op openbare plekken in de gemeente. Gebruik in de communicatie-uitingen B1-taalniveau en communiceer waar mogelijk met visueel met plaatjes of filmpjes.
11
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
1. Minima in beeld De gemeente Midden-Delfland hanteert voor het minimabeleid een bovengrens van 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum. In dit hoofdstuk beschrijven we de kenmerken en ontwikkelingen van deze doelgroep 6.
1.1. De gemeente heeft naar schatting 405 minimahuishoudens tot 120 procent Wsm De Armoedemonitor brengt de minimahuishoudens in kaart op basis van bestanden van diverse registraties waarin minima voorkomen. Minima die in geen enkele registratie voorkomen, en die dus van geen enkele regeling of voorziening voor inwoners met een laag inkomen gebruikmaken, ontbreken daardoor in de Armoedemonitor. De gemeente heeft deze minima zelf ook niet in beeld (ze maken immers nergens gebruik van). Met behulp van de KWIZ-Armoede Index is er een schatting gemaakt van de totale minimapopulatie in de gemeente. Deze Armoede Index is gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ, geëxtrapoleerde CBS-gegevens en gemeentelijke gebruikscijfers. Naar schatting hebben 266 huishoudens in de gemeente Midden-Delfland een inkomen tot 100 procent Wsm en in totaal 405 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 5,1 procent van alle huishoudens in de gemeente. Gemiddeld heeft 6 à 7 procent van alle huishoudens in gemeenten van vergelijkbare grootte (maximaal 50.000 inwoners) een inkomen tot 120 procent Wsm. In de gemeente Midden-Delfland ligt dit percentage dus iets lager dan gemiddeld. De gemeente Midden-Delfland heeft 291 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld (vanaf paragraaf 1.2 gaan we nader op deze groep in), dat is 72 procent van alle (geschatte) minimahuishoudens.
Er zijn 114 minimahuishoudens niet in beeld, omdat deze groep van geen enkele regeling gebruik maakt. Tabel 1.1.1 Schatting aantal minima tot 120 procent Wsm Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Wsm Tot 120% Wsm
In beeld in Armoedemonitor 229 291
Schatting totaal aantal minima 266 405
Tabel 1.1.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 120% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen WW-uitkering Arbeidsongeschiktheid Inkomen uit arbeid ZZP Totaal
2022 Aantal % 144 36% 117 29% 144 35% 33 8% 35 9% 42 10% 34 8% 405 100%
In de rest van dit hoofdstuk gaan we in op de minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft: 291 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm.
6 In dit hoofdstuk worden de kenmerken van huishoudens tot 120 procent Wsm weergegeven. In bijlage 4
worden de kenmerken van huishoudens tot 100 en 110 procent Wsm weergegeven.
12
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Vergelijking ten opzichte van de regio Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Midden-Delfland wordt vergeleken met het aandeel minimahuishoudens in de naburige gemeenten 7. Voor de drie gemeenten wordt hierbij gebruikgemaakt van de schatting van het totale aantal en aandeel minimahuishoudens op basis van de Armoede Index (dus inclusief de minimahuishoudens die niet in beeld zijn bij de betreffende gemeenten. Tabel 1.1.3 Vergelijking minimahuishoudens Midden-Delfland, Lansingerland en Ridderkerk Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm
Midden-Delfland Aantal % 266 3,3% 327 4,1% 405 5,1%
Lansingerland Aantal % 944 3,8% 1.060 4,3% 1.267 5,1%
Ridderkerk Aantal % 1.306 6,2% 1.479 7,0% 1.923 9,1%
Het totale aantal minimahuishoudens op 120 procent Wsm voor de gemeente Lansingerland is geschat (op basis van de Armoede Index) op 1.267 huishoudens (5,1 procent van alle huishoudens). De gemeente Lansingerland en de gemeente Midden-Delfland hebben eenzelfde aandeel minimahuishoudens: 5,1 procent. Voor de gemeente Ridderkerk is het aantal minimahuishoudens geschat op 1.923 minimahuishoudens tot 120 procent Wsm (9,1 procent van alle huishoudens). Dit aandeel ligt boven het aandeel minimahuishoudens binnen de gemeente Midden-Delfland. Een verklaring hiervoor is dat de gemeente Ridderkerk meer dan 50.000 inwoners heeft en om die reden ook te maken heeft met armoedeproblematiek van ander formaat.
1.2. De gemeente Midden-Delfland heeft 291 minimahuishoudens in beeld In totaal heeft de gemeente Midden-Delfland 229 huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau (tot 100 procent Wsm) in beeld. Op een inkomensniveau van 120 procent Wsm heeft de gemeente 291 huishoudens in beeld. Deze 291 huishoudens hebben voornamelijk een uitkering vanuit de Participatiewet (49 procent) als belangrijkste inkomstenbron. Het aandeel minimahuishoudens dat een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt, ligt iets hoger dan in vergelijkbare gemeenten (gemiddeld tussen 40 en 45 procent). Het aandeel minimahuishoudens met een AOW-uitkering ligt daarentegen iets lager dan gemiddeld. Tabel 1.2.1 Huishoudens naar inkomen in Midden-Delfland Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 110% Tot 120% Subtotaal
2022 Aantal 229 24 38 291
% 2.8% 0.3% 0.5% 3.6%
Geen minima Totaal
7.753 8.044
96.4% 100%
Tabel 1.2.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 120% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal
2022 Aantal % 144 49% 51 18% 96 33% 291 100%
Vergelijkbare gemeenten 40 – 45% 20 – 25% 35 – 40% 100%
7 De gemeenten Lansingerland en Ridderkerk hebben respectievelijk 62.200 inwoners en 47.099
inwoners. Dit betekent dat de gemeenten van grotere omvang zijn dan de gemeente Midden-Delfland (19.468 inwoners). De gemeente Lansingerland valt echter wel in dezelfde groscategorie van gemeenten met een inwonertal tot 50.000 inwoners.
13
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
1.2.2. Eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn vaker dan gemiddeld minima De meeste minima vormen een alleenstaand huishouden (49 procent). Daarnaast bestaat 43 procent uit huishoudens met kinderen: 20 procent vormt een eenoudergezin en 23 procent een tweeoudergezin. Bijna de helft van de minimahuishoudens is tussen de 45 en 66 jaar en een op de drie is tussen de 27 en 45 jaar. Naar herkomst heeft de helft van de minimahuishoudens een niet-westerse migratieachtergrond (52 procent). Daarnaast hebben vier op de tien minimahuishoudens een Nederlandse achtergrond en 9 procent een westerse migratieachtergrond. Het grootste aandeel minimahuishoudens woont in de kern Den Hoorn (45 procent). Ruim een derde woont in Maasland (38 procent) en de overige 17 procent woont in Schipluiden. Sommige huishoudens zijn vaker dan gemiddeld minima. Huishoudtype. Van alle eenoudergezinnen met minderjarige kinderen (211 huishoudens) heeft 18 procent (38 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder tweeoudergezinnen met minderjarige kinderen ligt dit aandeel lager, namelijk op 2 procent (35 tweeoudergezinnen van alle 1.625 tweeoudergezinnen in de gemeente). Achtergrond. Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben naar verhouding vaker een minimuminkomen tot 120 procent Wsm dan huishoudens met een andere achtergrond.
In de gemeente Midden-Delfland heeft een kwart van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond een minimuminkomen. Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond (2 procent) of westerse migratieachtergrond (4 procent) ligt dit aandeel lager. Kernen. Het aandeel minimahuishoudens in de kernen Maasland, Schipluiden en Den Hoorn is vergelijkbaar. In onderstaande tabel staat de verdeling naar diverse kenmerken. In de laatste kolom (‘Aandeel minima t.o.v. alle huishoudens’) staat per kenmerk het aandeel minima ten opzichte van alle huishoudens in de gemeente. Dat geeft inzicht in welke groepen vaker dan gemiddeld minima zijn. Tabel 1.2.1 Kenmerken minima, inkomen tot 120% Wsm Aandeel
2022
Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
14
minima t.o.v.
Aantal
%
142 38 5 15 23 35
49% 13% 2% 5% 8% 12%
6% 18% 12% 7% 1% 2%
20
7%
6%
13 291
4% 100%
2%
10 92 135 54 291
3% 32% 46% 19% 100%
5% 5% 4% 2%
alle huish.
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Aandeel
2022
Categorie
minima t.o.v.
Aantal
%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
115 25 151 291
39% 9% 52% 100%
2% 4% 25%
Kern Maasland Schipluiden Den Hoorn Totaal
110 49 132 291
38% 17% 45% 100%
4% 3% 4%
alle huish.
* leeswijzer: van de 291 minimahuishoudens is 49 procent (142 huishoudens) alleenstaand. Afgezet tegen alle alleenstaande huishoudens in de gemeente laat de laatste kolom zien dat 6 procent daarvan een minimuminkomen heeft. Onder eenoudergezinnen met minderjarige kinderen is dat 18 procent.
1.3. 7 op de 10 minimahuishoudens zijn langdurig minima In 2022 behoorden 209 minimahuishoudens (72 procent) tot de langdurige minima. Dit zijn huishoudens die drie jaar of langer zijn aangewezen op een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is vergelijkbaar met andere gemeenten waar gemiddeld 65 tot 70 procent van de minimahuishoudens langdurig van een minimuminkomen rondkomen. De meeste langdurige minima ontvangen een uitkering vanuit de Participatiewet (48 procent), vormen een alleenstaand huishouden (51 procent) en hebben een niet-westerse migratieachtergrond (49 procent). Verder valt op dat bepaalde doelgroepen vaker langdurig moeten rondkomen van een minimuminkomen dan andere doelgroepen. Dit geldt bijvoorbeeld voor huishoudens met een AOW-uitkering, alleenstaande huishoudens en ouderparen met kinderen en huishoudens die woonachtig zijn in Schipluiden.
15
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Tabel 1.3.1 Kenmerken langdurige minima, inkomen tot 120% Wsm Aandeel langdurige
2022
Categorie
Aantal
Duur op minimuminkomen Tot en met 1 jaar 1 tot en 3 jaar 3 jaar en langer Totaal
%
minima t.o.v. alle minima
39 43 209 291
13% 15% 72% 100%
100 49 60 209
48% 23% 29% 100%
69% 96% 66%
106
51%
75%
22
11%
51%
10 17
5% 8%
67% 74%
24
12%
69%
17
8%
85%
12
6%
92%
209
100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
4 57 97 51 209
2% 27% 47% 24% 100%
40% 62% 72% 94%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
85 21 103 209
41% 10% 49% 100%
74% 84% 68%
Kern Maasland Schipluiden Den Hoorn Totaal
81 38 90 209
39% 18% 43% 100%
74% 78% 68%
Langdurige minima Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal
* Leeswijzer: van de 209 huishoudens met een langdurig laag inkomen heeft 48 procent (100 huishoudens) een bijstandsuitkering. Afgezet tegen alle huishoudens met een bijstandsuitkering laat de laatste kolom zien dat 69 procent daarvan al drie jaar of langer een minimuminkomen heeft. Onder huishoudens met een AOWuitkering is dat 66 procent. En onder alle alleenstaanden met een minimuminkomen (142 huishoudens) is 75 procent al drie jaar of langer afhankelijk van een minimuminkomen.
16
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
1.4. Zzp In 2022 stonden 1.249 inwoners als zzp’er ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dit is 9 procent van de beroepsbevolking8 in de gemeente Midden-Delfland. Van de 1.249 zzp’ers in de gemeente Midden-Delfland heeft de gemeente 29 zzp’ers met een minimuminkomen in beeld; dit is 2,3 procent van alle ingeschreven zzp’ers. Deze groep van 29 zzp’ers zijn in beeld, omdat zij gebruik hebben gemaakt van een of meerdere gemeentelijke voorzieningen. De meeste zzp’ers die in beeld zijn hebben (voornamelijk) inkomsten vanuit hun onderneming of omdat binnen het huishouden nog een andere inkomensbron is, bijvoorbeeld inkomen uit werk of een WW-uitkering. Bij 8 procent van de huishoudens waarin een zzp’er woont, is er een (aanvullende) uitkering vanuit de Participatiewet. Zes op de tien huishoudens betreft een gezin met kinderen (59 procent) en acht op de tien huishoudens heeft een Nederlandse achtergrond. Het grootste aandeel zzp’ers woont in de kern Den Hoorn. Tabel 1.4.1 Zzp’ers naar inkomen in gemeente Midden-Delfland Inkomenspercentage 2022 t.o.v. Wsm Aantal % Tot 100% 19 1,5% 100% tot 120% 10 0,8% Totaal minima tot 120% 29 2,3% Overig Totaal
1.220 1.249
97,7% 100%
Tabel 1.4.2 Kenmerken zzp’ers met inkomen tot 120% Wsm in gemeente Midden-Delfland Categorie
Minima ZZP’ers Aantal %
Alle ZZP’ers Aantal
%
Inkomensbron Participatiewet AOW-uitkering Andere inkomensbron Totaal
8 3 18 29
28% 10% 62% 100%
Huishoudtype Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal
12 17 29
41% 59% 100%
515 734 1.249
41% 59% 100%
Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 jaar of ouder Totaal
15 14 29
52% 48% 100%
399 850 1.249
32% 68% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal
8 21 29
28% 72% 100%
990 359 1.249
79% 21% 100%
Kern Maasland Schipluiden Den Hoorn Totaal
8 5 16 29
28% 17% 55% 100%
420 316 513 1249
34% 25% 41% 100%
8 Inwoners tussen de 15 en 75 jaar. In totaal gaat het om 14.538 inwoners.
17
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Gebruik regelingen onder ZZP’ers De zzp’ers kunnen, mits ze voldoen aan de voorwaarden (bijvoorbeeld inkomensgrenzen en vermogensgrenzen), gebruikmaken van de minimaregelingen van de gemeente. Hieronder staat het gebruik per regeling weergegeven. Tabel 1.4.3 Gebruik regelingen door ZZP’ers in 2022 Regeling Aantal gebruikers Kwijtschelding 16 huishoudens Bijzondere bijstand 2 huishoudens Individuele inkomenstoeslag 1 huishouden Collectieve zorgverzekering 13 huishoudens Sociale participatie 4 huishoudens Computerregeling 2 huishoudens Fietsregeling 2 huishoudens Regeling schoolkosten 2 huishoudens Energietoeslag 40 huishoudens9
9 In totaal hebben 40 huishoudens waarin een zzp’er actief is, gebruikgemaakt van de energietoeslag. Dit
aantal ligt boven het totaal van 29 minimahuishoudens waarin een zzp’er actief is omdat voor de energietoeslag geen vermogensgrens wordt gehanteerd. Dit betekent dat deze huishoudens wel een inkomen tot 120 procent Wsm hebben, maar mogelijk beschikken over een hoger vermogen óf nog niet als minimahuishouden bij de gemeente bekend zijn (omdat ze geen gebruikmaken van andere regelingen).
18
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
2. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan kinderen in de leeftijd tot 18 jaar die opgroeien in huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. We geven een aantal kenmerken weer en vergelijken deze kenmerken met die van alle kinderen in de gemeente MiddenDelfland. Tevens geven we het aantal (minima)kinderen weer dat een indicatie voor de Jeugdwet heeft gekregen. In de bijlage staan de kenmerken van alle kinderen.
2.1. De gemeente heeft 91 procent van de minimakinderen in beeld In hoofdstuk 1 is een schatting gegeven van alle minimahuishoudens in de gemeente (op basis van de KWIZ Armoede Index). In dit hoofdstuk beginnen we met een schatting van alle kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een minimahuishouden. Vervolgens gaan we in op de kenmerken van de minimakinderen die de gemeente (op basis van de bestandskoppeling in de Armoedemonitor) daadwerkelijk in beeld heeft. Naar schatting groeien 173 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Midden-Delfland op in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm en in totaal 244 kinderen in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 6,1 procent van alle kinderen in de gemeente Midden-Delfland. Dit aandeel ligt onder het gemiddelde aandeel minimakinderen van 8 à 9 procent in gemeenten met maximaal 50.000 inwoners. De gemeente Midden-Delfland heeft 223 minimakinderen tot 18 jaar uit huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld (vanaf paragraaf 2.2 gaan we nader op deze groep in), dat is 91 procent van alle (geschatte) minimakinderen. Dit betekent dat er 21 minimakinderen niet in beeld zijn, omdat deze groep van geen enkele regeling gebruikmaakt. De groep minimakinderen die de gemeente niet in beeld heeft is kleiner dan de groep minimahuishoudens die niet in beeld zijn.
Dit komt omdat de kindregelingen over het algemeen een groot deel van de doelgroep bereiken. Hierdoor zijn de minimakinderen beter in beeld. Tabel 2.1.1 Schatting aantal minimakinderen tot 120 procent Wsm (cumulatief) Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 110% Tot 120% Overig Totaal
In beeld in Armoedemonitor 170 197 223
Schatting totaal aantal minima 173 206 244
3.788 4.011
3.767 4.011
In de rest van dit hoofdstuk gaan we in op de minimakinderen die de gemeente in beeld heeft: 223 kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Vergelijking met naburige gemeenten In vergelijking tot de gemeenten Lansingerland en Ridderkerk ligt zowel het aantal als het aandeel minimakinderen in de gemeente Midden-Delfland lager. Tabel 2.1.2 Vergelijking minimakinderen Midden-Delfland, Lansingerland en Ridderkerk Inkomenspercentage Midden-Delfland Lansingerland Ridderkerk t.o.v. Wsm Aantal % Aantal % Aantal % Tot 100% Wsm 173 4,3% 528 3,3% 769 8,7% Tot 110% Wsm 206 5,1% 562 3,5% 875 9,9% Tot 120% Wsm 244 6,1% 612 3,8% 1.027 11,6%
19
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
2.2. 5,6 procent van de kinderen groeit op in een minimahuishouden In 2022 heeft de gemeente 223 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit is 5,6 procent van alle kinderen in de gemeente Midden-Delfland. Tabel 2.2.1 Aantal kinderen in (minima)huishoudens (cumulatief) Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% Tot 110% Tot 120%
2022 Aantal 170 197 223
% 4,2% 4,5% 5,6%
Overig Totaal
3.788 4.011
94,4% 100%
Tabel 2.2.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens tot 120% Wsm Inkomensbron Participatiewet / AOW Ander inkomen Totaal
2022 Aantal % 137 61% 86 39% 223 100%
2.3. Kinderen in een eenoudergezin of gezin met niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker op in armoede De meeste minimakinderen groeien op in een tweeoudergezin (60 procent). Zeven op de tien minimakinderen heeft een niet-westerse migratieachtergrond (73 procent) en een vijfde van de minimakinderen heeft een Nederlandse achtergrond (19 procent). Naar woonkern wonen de meeste minimakinderen in Maasland: van alle 223 minimakinderen woont de helft (117 kinderen, 52 procent) in deze kern. Ruim een derde van de minimakinderen woont in Den Hoorn. Sommige minimakinderen hebben meer kans om in armoede op te groeien dan andere kinderen. Huishoudtype. Minderjarige kinderen in een eenoudergezin groeien zeven keer zo vaak op in een minimahuishouden als minderjarige kinderen in een huishouden met twee ouders. In totaal groeit 22 procent van alle minderjarige kinderen uit eenoudergezinnen op in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Van alle kinderen die opgroeien in een huishouden met twee ouders ligt dit aandeel op 3 procent. Achtergrond. Kinderen met een migratieachtergrond hebben ook meer kans om in armoede op te groeien. Zo groeit 34 procent van alle kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond op in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond ligt dit aandeel veel lager, op slechts 1 procent. Kernen.
Tot slot groeien kinderen die wonen in de kern Maasland vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit de kernen Schipluiden en Den Hoorn. Daar is het aandeel minimakinderen respectievelijk 3 en 4 procent. In de kern Maasland is dit 9 procent van alle kinderen in een minimahuishouden. Verdeling naar kenmerken In de volgende tabel staat een aantal kenmerken van kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. We vergelijken de minimakinderen met alle kinderen in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minimakinderen te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen’).
20
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Tabel 2.3.1 Kenmerken minimakinderen, inkomen tot 120% Wsm Aandeel
2022
Categorie
Aantal
%
minima t.o.v. alle kinderen
Huishoudtype Eenoudergezin met minderjarige kinderen Eenoudergezin met minder- en meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden met minder- en meerderjarige kinderen Totaal
77 12 94 40
35% 5% 42% 18%
223
100%
Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal
43 96 84 223
19% 43% 38% 100
5% 5% 6%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
42 19 162 223
19% 8% 73% 100%
1% 7% 34%
Kern Maasland Schipluiden Den Hoorn Totaal
117 24 82 223
52% 11% 37% 100%
9% 3% 4%
21
22% 22% 3% 9%
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
3. Minimaregelingen In dit hoofdstuk geven we het gebruik en bereik weer van de verschillende minimaregelingen. Het gebruik is gemeten over het gehele jaar 2022. Het bereik is het gebruik van de regeling afgezet tegen de totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft).
3.1. Gebruik en bereik van minimaregelingen •
• •
• •
•
•
• • •
De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kent een hoog bereik in de gemeente Midden-Delfland. In 2022 hebben 184 huishoudens gebruikgemaakt van deze regeling. Een bereik van 80 procent ligt boven het gemiddelde van 70 à 75 procent bij vergelijkbare gemeenten; In 2022 maakten 54 huishoudens gebruik van de bijzondere bijstand. Het bereik van de regeling bedraagt 21 procent en ligt in lijn met de 20 à 25 procent die we bij vergelijkbare gemeenten zien; Van de huishoudens die langdurig (drie jaar of langer) moeten rondkomen van een minimuminkomen, maken 57 huishoudens gebruik van de individuele inkomenstoeslag. Het bereik komt daarmee op 35 procent en dat ligt onder het gemiddelde bereik van 40 tot 45 procent in vergelijkbare gemeenten; In de gemeente Midden-Delfland maken 126 huishoudens gebruik van de collectieve zorgverzekering. Dit brengt het bereik van de regeling op 43 procent en ligt daarmee iets boven het gemiddelde bereik van 35 tot 40 procent in vergelijkbare gemeenten; De regeling ‘Sociale Participatie’ ondersteunt volwassenen in hun maatschappelijke deelname. In 2022 maakten 35 huishoudens hier gebruik van; een bereik van 14 procent. Gemiddeld maakt 30 tot 35 procent van de huishoudens gebruik van een participatieregeling voor volwassenen.
Het bereik in Midden-Delfland ligt hier dus onder; Voor huishoudens die drie jaar of langer leven van een inkomen van 110 procent Wsm kunnen aanspraak maken op de computerregeling. In 2022 hebben 27 huishoudens hier gebruik van gemaakt. Huishoudens kunnen eenmaal per vier jaar gebruikmaken van deze regeling. Het is niet vast te stellen hoeveel huishoudens in 2022 in aanmerking zouden komen voor de regeling (doelgroep kan niet worden vastgesteld), daarom kan het bereik van de regeling ook niet worden berekend; Voor kinderen op de basisschool en middelbare school is de regeling Schoolkosten beschikbaar. In totaal heeft een derde van de huishoudens met kinderen tussen de 4 en 18 jaar hier gebruik van gemaakt (30 procent). Het betreft 23 huishoudens. Het gemiddelde bereik in andere gemeenten ligt tussen de 20 en 25 procent; Huishoudens met kinderen in de middelbare schoolleeftijd kunnen aanspraak maken op de fietsregeling. In totaal hebben 9 huishoudens hier gebruik van gemaakt. In 2022 levert dit een bereik op van 17 procent; Het Jeugdfonds Sport & Cultuur heeft in 2022 41 kinderen uit de gemeente MiddenDelfland ondersteund. Dit geeft een bereik van 21 procent. Het bereik ligt daarmee in lijn met vergelijkbare gemeenten (20 tot 25 procent); Tot slot konden huishoudens in 2022 gebruikmaken van de energietoeslag.
In totaal hebben 286 minimahuishoudens gebruikgemaakt van deze regeling. Daarnaast hebben nog eens 150 huishoudens ook aanspraak gemaakt op de energietoeslag. Deze groep huishoudens heeft een inkomen tot 120 procent Wsm en een te hoog eigen vermogen (auto, huis e.d.) of is niet bij de gemeente in beeld als zijnde minimahuishouden (omdat ze niet van andere gemeentelijke regelingen gebruikmaken). In totaal zijn er dus 436 huishoudens in de gemeente Midden-Delfland die gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag.
22
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Tabel 3.1.1 Gebruik en bereik regelingen in 2022 Regeling Kwijtschelding Doelgroep Gebruik Bereik
2022
Landelijk
229 huishoudens 184 huishoudens 80%
70-75%
Bijzondere bijstand Doelgroep Gebruik Bereik
253 huishoudens 54 huishoudens 21%
20-25%
Individuele inkomenstoeslag Doelgroep Gebruik Bereik
162 huishoudens 57 huishoudens 35%
40-45%
Collectieve zorgverzekering Doelgroep Gebruik Bereik
291 huishoudens 126 huishoudens 43%
35-40%
Sociale participatie Doelgroep Gebruik Bereik
253 huishoudens 35 huishoudens 14%
30-35%
Computerregeling Doelgroep Gebruik Bereik
n.t.b. 27 huishoudens n.t.b.
Regeling Schoolkosten Doelgroep Gebruik Bereik
77 huishoudens 23 huishoudens 30%
Fietsregeling Doelgroep Gebruik Bereik
52 huishoudens 9 huishoudens 17%
Jeugdfonds Sport & Cultuur Doelgroep Gebruik Bereik
223 kinderen 46 kinderen 21%
Energietoeslag Gebruik minimahuishoudens Gebruik niet-minimahuishoudens Totaal gebruik
20-25%
20-25%
286 huishoudens 150 huishoudens 436 huishoudens
Cumulatief gebruik regelingen volwassenen Gemiddeld maken minima gebruik van 2,0 van de volgende 6 regelingen voor volwassenen: bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, individuele inkomenstoeslag, collectieve zorgverzekering, de regeling voor sociale participatie en de computerregeling 10. 10 De energietoeslag wordt niet meegeteld in het totale aantal regelingen (voor volwassenen).
23
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen, eenoudergezinnen met minder- en meerderjarige kinderen en bijstandsgerechtigden maken gemiddeld gezien van meer regelingen gebruik, zoals in onderstaande figuur te zien is. Figuur 3.1.1. Gemiddeld gebruik zes regelingen uitgesplitst naar huishoudtype Alleenstaand
1,8
Eenoudergezin minderjarige kinderen
2,0
Eenoudergezin minder- en meerderjarige kinderen
2,6
Eenoudergezin meerderjarige kinderen
1,8
Meerpersoons zonder kinderen
1,5
Meerpersoons minderjarige kinderen
2,6
Meerpersoons minder- en meerderjarige kinderen
2,1
Meerpersoons meerderjarige kinderen
2,00
Figuur 3.1.2. Gemiddeld gebruik zes regelingen uitgesplitst naar overige kenmerken Participatiewet AOW Overig inkomen
2,5 1,5 1,3
0 tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot 66 jaar 66 jaar en ouder
1,7 2,1 2,0 1,5
Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond
1,6 1,8 2,2
Cumulatief gebruik alle regelingen De gemeente kent in totaal negen minimaregelingen. Naast de zes regelingen waar iedereen (mits ze voldoen aan de inkomensnormen) gebruik van kan maken, zijn er drie regelingen voor kinderen: het Jeugdfonds Sport & Cultuur, de fietsregeling en de regeling voor schoolkosten. Gemiddeld maken minima van 2,2 van deze negen regelingen gebruik. Bijstandsgerechtigden en meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen maken gemiddeld van meer regelingen gebruik. Dat geldt ook voor minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond.
24
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Figuur 3.1.3. Gemiddeld gebruik acht regelingen uitgesplitst naar huishoudtype Alleenstaand
1,8
Eenoudergezin minderjarige kinderen
2,5
Eenoudergezin minder- en meerderjarige kinderen
3,2
Eenoudergezin meerderjarige kinderen
1,9
Meerpersoons zonder kinderen
1,5
Meerpersoons minderjarige kinderen
3,4
Meerpersoons minder- en meerderjarige kinderen
2,7
Meerpersoons meerderjarige kinderen
2
Figuur 3.1.4. Gemiddeld gebruik acht regelingen uitgesplitst naar overige kenmerken Participatiewet
2,9
AOW
1,6
Overig
1,4
0 tot 27 jaar
1,7
27 tot 45 jaar
2,5
45 tot 66 jaar
2,2
66 jaar en ouder
1,6
Nederlandse achtergrond
1,6
Westerse migratieachtergrond
1,9
Niet-westerse migratieachtergrond
2,6
3.2. Kenmerken gebruikers per regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding gemeentelijke belastingen aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, de aanschaf van een identiteitskaart en Onroerende Zaak Belasting (OZB). De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op of rond het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum (100 procent Wsm). In 2022 hebben 184 huishoudens kwijtschelding toegekend gekregen: • Alleenstaanden maken vaker gebruik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen dan andere huishoudtypen (de meerderheid van alle minimahuishoudens vormt ook een alleenstaand huishoudtype); • Minimahuishoudens die een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen, maken vaker gebruik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (58 procent) dan huishoudens met een AOW-uitkering of overig inkomen (zoals loon uit arbeid of een WWuitkering); • Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond of westerse migratieachtergrond.
25
Gemeente Midden-Delfland
Versie 1.0
Bijzondere bijstand11 Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Midden-Delfland is erop gericht om inwoners met een inkomen tot 110 procent Wsm die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. Boven een inkomensniveau van 110 procent Wsm wordt een draagkrachtberekening toegepast. In 2022 hebben 54 huishoudens een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand gekregen; • Gebruikers van de bijzondere bijstand ontvangen veelal een uitkering vanuit de Participatiewet (70 procent); • Alleenstaanden en eenoudergezinnen met minderjarige kinderen maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan de andere huishoudtypen; • Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor inwoners die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Midden-Delfland behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 105 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering.