A 23010 Centrumplan Den Hoorn uitspraak Erfdienstbaarheden.pdf
Tekst van het document
* PPPI Gemeente ■ Midden-Delfland
Annavan Raesfeltstraat37, Postbus 1,2636 ZC Schipluiden T (015) 380 41 11,F (015) 380 9992 E gemeente@middendelfland.nl , I www.middendelfland.nl
Aan de gemeenteraad
Ons kenmerk Uw briefvan Bijlagen
0000330892 18januari2023
Onderwerp RaadsinformatiebriefuitspraakErfdienstbaarheden
2023 Datum 18januari2023
Geachteraadsleden,
Inleiding
Op 10 januari2023 heefthethofDen Haag arrest gewezen in de civielrechtelijke procedureoverde erfdienstbaarheden ter zake van de herontwikkeling van hetdorpscentrumvan Den Hoorn.In deze brief zullenwij hetarrest van hethofDenHaag duiden ende eventuele gevolgen van hetarrest opde andere lopendeprocedures.Tot slot bespreken wij de vervolgstappen. Vooruitlopend daarop schetsen wij de achtergronden hetprocesverloop. Achtergrond
Om de herontwikkeling van hetdorpscentrumvan Den Hoornte (kunnen) realiserenmoetde gemeente de vrije beschikkinghebbenoverde grondenin hetplangebiedvan hetbestemmingsplan Centrumplan Den Hoorn2016(hierna:het"bestemmingsplan"). Om de supermarkten de appartementen in hetbestemmingsplan te realiseren,heeftde gemeente eenovereenkomst gesloten met Waaijer ProjectrealisatieB.V. (hierna:"Waaijer"). Binnenhetplangebiedvan hetbestemmingsplan zijn erfdienstbaarheden gevestigdtenbehoeve van hetperceel1694 van G.A.M. van LeeuwenBeheerB.V. en Plus Vastgoed B.V. (hiernagezamenlijk: "Van Leeuwenc.s.")enten laste van hetperceel1696van de gemeente. Om hetbestemmingsplan endaarmee de herontwikkeling van hetdorpscentrumvan Den Hoornte (kunnen) realiserenkunnen deze erfdienstbaarhedenniet(ongewijzigd)in stand worden gelaten.In eencivielrechtelijke procedureheeftde gemeente daartoe vorderingen ingestelddie strekkentot opheffing, dan wel verlegging, dan wel wijzigingvan deze erfdienstbaarheden ophetperceel1696van de gemeente. Daarnaast heeftde gemeente eenverklaringvoorrechtgevorderd dat - anders dan Van Leeuwen c.s. stellen- optweenaastgelegen percelen van de gemeente, percelen1522en 1523binnenhet plangebiednietdoor vestigingen nietdoor verjaringeenrechtvan erfdienstbaarheidis ontstaanten behoeve van hetperceelvan Van Leeuwen c.s.
Tot slot heeftde gemeente eenverklaringvoorrecht gevorderd dat hetpersoonlijk gebruiksrecht dat opdeze tweenaastgelegen percelen betrekkingheeft, is opgezegd. Vonnis vande rechtbankDen Haagvan3februari2021
In het(eind)vonnisvan 3 februari2021 heeftde rechtbankDen Haag de vorderingen van de gemeente tot opheffing, dan wel verlegging, dan wel wijzigingvan deze erfdienstbaarheden afgewezen. De verklaringvoorrechtdie door de gemeente is gevorderd dat optweenaastgelegen percelen nietdoor vestigingen nietdoor verjaringeenerfdienstbaarheidis ontstaanten behoeve van hetperceelvan Van Leeuwen c.s., is toegewezen. De daarmee samenhangende door de gemeente gevorderdeverklaringvoorrechtdat hetpersoonlijk gebruiksrecht dat opdeze tweepercelen
betrekkingheeft,is opgezegd,is afgewezen. Tot siot is de gemeente veroordeeidin de proceskosten van Van Leeuwen c.s. Tegenhet(eind)vonnisvan 3 februari2021 is de gemeente in hogerberoepgegaan.Ook Van Leeuwen c.s. zijn in hogerberoepgegaan,in eenzogenaamdincidenteeihogerberoep,tegende toewijzingvan de vorderingvan de gemeente dat opde naastgeiegen perceien1522en 1523geen rechtvan erfdienstbaarheidis ontstaan. Arrestvanhet hof Den Haagvan 10januari2023
In hetarrest van 10 januari2023 heefthethofDen Haag hetvonnisvan de rechtbankDen Haag van 3 februari2021 bevestigd. Het hofDen Haag oordeeitovereenkomstig de steiiingvan de gemeente dat er opde naastgeiegen percelen 1522en 1523van de gemeente geenrechtvan erfdienstbaarheidis ontstaantenbehoeve van hetperceelvan Van Leeuwen c.s. (r.o. 6.1e.v.). VolgenshethofDen Haag heeftde gemeente geenbelangbij haar vorderingdat hetpersoonlijk gebruiksrecht opdeze naastgelegen percelenis opgezegd, omdat Van Leeuwen c.s. hebbenbestreden dat aan heneenpersoonlijk gebruiksrecht is verleend(r.o. 7.1e.v.). Verder verwerpthethofDen Haag de stellingen van de gemeente overde vorderingen tot opheffing, oververlegging entot wijzigingvan de erfdienstbaarheden opperceel1696(r.o. 7.4 e.v.). Ondanks dat de gemeente uitgebreide(en ookprincipiële) hogerberoepsgronden heeftaangevoerdtegenhet vonnisvan de rechtbankDen Haag, valt opdat hethofDen Haag voornamelijk volstaat met een verwijzingnaar de oordelenvan de rechtbankDen Haag. Aan veelhogerberoepsgronden wordt ongemotiveerd voorbijgegaan. Aan hetdoor de gemeente aangevoerde principiële puntdat aan hetalgemeen belangin de zin van artikel 5:78BW (overwijzigingvan erfdienstbaarheden) dezelfde betekenismoetwordentoegekend als hetalgemeenbelangin de zin van de Onteigeningswet wordt ongemotiveerd voorbijgegaan.
Ook is opmerkelijk dat hethofDen Haag enerzijdsoverweegt dat de erfdienstbaarheidrichtingde Looksingel stoptbij perceel1523(endus nietreikt tot aan de Looksingel), maar anderzijds toch (ongemotiveerd) oordeeltdat Van Leeuwen c.s. eenbelanghebbenbij (ongewijzigde) instandhouding van deze erfdienstbaarheid.Hoeeenenander zich tot elkaar verhoudt,wordt niettoegelicht. Tot slot heefthethofDen Haag de gemeente in de proceskosten van Van Leeuwen c.s. veroordeeld. Ook heefthethofDenHaag Van Leeuwen c.s. in de proceskosten van de gemeente veroordeeldin het incidenteelhogerberoep. Anderelopendeprocedures
Naast deze civielrechtelijke procedurelopenmomenteel ookandere procedures. Onteigening Op 14december2021 heeftuw raad beslotende Kroonopde voetvan artikel 78 Onteigeningswet te verzoeken, tot aanwijzingvan onroerende zakenter onteigening in de gemeente, ter uitvoering van hetbestemmingsplan. De te onteigenen onroerende zaken zijn (ondermeer) perceel1694(het perceelvan Van Leeuwen c.s.) en perceel1696(hetperceelvan de gemeente). Dat laatste perceelis al eigendomvan de gemeente, maar de gemeente wenstonderzichzelfte onteigenen met hetoogop de titelzuiverende werkingvan onteigening, waardoor de erfdienstbaarhedenkomente vervallen(art. 59 lid 3 Onteigeningswet). Tevenszijn in deze onteigeningsprocedure betrokkende naastgelegen percelen1522en 1523,geziende standpunten die Van Leeuwen c.s. in de civielrechtelijke procedure hebbeningenomen.
2
Het ontwerpvan hetonteigeningsbesluit heeftvan 2 augustus2022 tot en met maandag 12 september2022 ter inzagegelegen. Van Leeuwen c.s. hebbendaartegenzienswijzeningediend.Op 26 september2022 heefteenhoorzitting plaatsgevonden. Binnenzes maanden na de tervisielegging van hetontwerponteigeningsbesluit moetde Kroonhetonteigeningsbesluit nemen,waarna de weg openstaat voorde gerechtelijke onteigeningsprocedure. Op dit momentis hetonteigeningsbesluit nog nietgenomen. De verwachtingis dat hetonteigeningsbesluit uiterlijkin maart 2023 volgt. Bestuursrechtelijke procedure Verder loopteenbestuursrechtelijke procedurebij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna:de "Afdeling") in hetberoepvan Van Leeuwen c.s. tegenhetexploitatieplan Centrumplan Den Hoorn2020 (hierna:het"exploitatieplan"). Op 10 augustus2022 heeftde Afdeling in deze bestuursrechtelijke procedureeentussenuitspraak gedaan. Hoeweleengrootaantal beroepsgronden van Van Leeuwen c.s. ongegrond zijn verklaard, heeftde Afdeling eenaantal van de beroepsgronden van Van Leeuwen c.s. met betrekkingtot enerzijdseenaantal meerprincipiële punten en anderzijds enkeletaxatie-technische/financieel-technische onderdelen,gegrondverklaard. De Afdeling heeftuw raad opgedragen om hetexploitatieplan binnen26 wekente herstellen.
Dezetussenuitspraak van 10 augustus2022 volgtopeentussenuitspraak van 3 oktober2018eneen einduitspraakvan 20 november2019van de Afdelingwaarin hetberoepvan Van Leeuwen c.s. tegen hetbestemmingsplan ongegrond is verklaard en hetberoepvan Van Leeuwen c.s. tegende voorloper van hetexploitatieplan, hetExploitatieplan Centrumplan Den Hoorn2016,(gedeeltelijk)gegrondis verklaard. In aansluitingophetoordeelvan de voorzieningenrechter van de Afdeling in haar uitspraakvan 8 oktober2020 waarin de verzoeken van Van Leeuwen c.s. tot hettreffenvan eenvoorlopige voorziening met betrekkingtot hetexploitatieplan zijn afgewezen, heeftde Afdeling in de tussenuitspraak van 10 augustus2022 bevestigd dat hetbestemmingsplan onherroepelijk is. Het gewijzigdexploitatieplan is op 24januari2023 door uw raad vastgesteld. Staatssteunklacht Verder hebbenVan Leeuwen c.s. medio 2021 bij de Europese Commissieeenklacht ingediendinzake vermeendeongeoorloofde staatssteunvan de gemeente aan Waaijer. De gemeente heeftnognietvan de Europese Commissievernomen. Gevolgenvanhet arrestvanhet hof Den Haagvoor de anderelopendeprocedures
Het (deels) negatieve arrest van hethofDen Haag overde vorderingen tot opheffing, oververlegging entot wijzigingvan de erfdienstbaarheden opperceel1696zijn eenbelemmering voorde realisatie van hetcentrumplan. Het gevolgvan hetarrest van hethofis dat via deze civieleproceduredeze belemmering nietword weggenomen. Voorbovenstaandelopendeproceduresverwachtenwij geen(negatieve) gevolgen naar aanleiding van hetarrest van hethofDen Haag. Ondanks hetnegatieve arrest van hethofDen Haag overde vorderingen tot opheffing, oververlegging entot wijzigingvan de erfdienstbaarheden op perceel 1696,zal de (lopende)onteigening er, mits die wordt toegestaan, ooktoeleidendat de erfdienstbaarheden zullenvervallen. Vervolgstappen
Tegenhetarrest van hethofDen Haag kan door de gemeente in cassatie worden gegaanbij de Hoge Raad. Voordat er cassatie kan worden ingesteld,dient er eencassatieadvies bij eencassatieadvocaat te worden ingewonnen overde kansenen risico's in eeneventuele cassatie. Ook kan door Van Leeuwen c.s. in cassatie wordengegaantegenhetarrest van hethofDen Haag tegende (bevestiging van) de toewijzingvan de vorderingvan de gemeente overde naastgelegen percelen.Dat laatste kan 3
eventueel ooknaar aanleidingvan eencassatieberoep van de gemeente (via eenzogenoemd incidenteelcassatieberoep). De cassatietermijnbedraagt drie maanden. Het collegeberaadt zich nogoverhetin cassatie gaan tegenhetarrest.
Met vriendelijkegroet.. hetcollegevan burgémeester enwethouders.
/
rs' ^A.IXBorn lentesacretaris g
n Hemmen
4