CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

A 23005 bijlage 1 concept Antennebeleid Midden-Delfland 2023.docx

Gemeenteraad 21 februari 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college10.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

zoveel mogelijk op bestaande gebouwen of bouwwerken, hierbij dient door de aanvrager aangetoond te worden dat plaatsing van een vergunningvrije installatie niet mogelijk is; b. vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst, voornamelijk bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie of het Bijzonder Provinciaal Landschap. Faciliterend: sportterreinen Sportterreinen zijn buitenterreinen waar verenigingen actief zijn. Net als bij bedrijventerreinen geldt hier dat het esthetische aspect van minder groot belang is. Wel dient hierbij rekening te worden gehouden met een grotere maatschappelijke gevoeligheid door de aanwezigheid van kinderen en jongeren. Voorwaarden bij plaatsing op sportterreinen zijn: a. zoveel mogelijk op bestaande bouwwerken of in combinatie met andere functionaliteit, zoals een veldverlichting; b. vrijstaande masten worden zoveel mogelijk uit het zicht geplaatst, voornamelijk bekeken vanuit de nabijgelegen gebieden met een woonfunctie of het Bijzonder Provinciaal Landschap.

19

Restrictief: bebouwde kom, woonfunctie Binnen de bebouwde kom is het realiseren van vrijstaande zendmasten vanwege de grote zichtbaarheid minder gewenst. Daarom geldt voor locaties met een woonfunctie binnen de bebouwde kom een restrictief beleid. Alleen bij aantoonbaar onvoldoende plaatsingsmogelijkheden voor omgevingsvergunningvrije antenne-installaties op bijvoorbeeld daken wil de gemeente een aanvraag in behandeling nemen. Restrictief: buitengebied Onder het buitengebied worden de gebieden buiten de bebouwde kom verstaan. Deze gebieden vallen grotendeels binnen de status en begrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Hieronder vallen de agrarische gebieden met de grondgebonden veehouderij, (cultuurhistorische) landschapselementen en de natuur- en recreatiegebieden. De gemeente streeft naar een zo gunstig mogelijke landschappelijke inpassing waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke waarden of natuurwaarden. Antenne-installaties dienen op zo´n manier en op zo’n locatie gerealiseerd te worden, dat ze de minste verstoring van de horizon opleveren. Voorwaarden voor plaatsing in het landelijk gebied zijn: a. zoveel mogelijk bij reeds gebouwde of gerealiseerde elementen in het gebied.

Denk hierbij aan infrastructurele voorzieningen zoals wegen, viaducten, hoogspanningsmasten en verkeersportalen en eventueel daar aanwezige hogere bouwwerken, zoals silo’s. Bij afwijking dient door de aanvrager aangetoond te worden dat alternatieve plaatsing niet mogelijk is; b. in beschermd natuurgebied of het Bijzonder Provinciaal Landschap dient een grote mate van terughoudendheid te worden betracht bij de plaatsing van nieuwe installaties. Bij dergelijke aanvragen dient de aanbieder nadrukkelijk aan te tonen dat een alternatieve locatie niet mogelijk is en hij daarom een beroep doet op de Telecommunicatiewet en daarop gebaseerd beleid; c. bij een aanvraag voor plaatsing van een antenne-installatie in het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland, zoals bedoeld onder b, dient aanvrager een ruimtelijk inpassingsplan te overleggen en dienen binnen grenzen van redelijkheid en billijkheid afspraken te worden gemaakt over een voldoende compensatie van de aantasting van het landschap. Restrictief: Natuurnetwerk Nederland Voor antenneplaatsing in het Natuurnetwerk Nederland gebieden waaronder Natura 2000-gebieden geldt terughoudendheid en moeten aanvragen worden afgestemd met de provincie Zuid-Holland als bevoegd gezag. Op het grondgebied van Midden-Delfland zijn geen Natura 2000-gebieden aanwezig. Wel zijn diverse gebieden onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland.

3.4 Tijdelijke antenneplaatsing Er zijn verschillende situaties denkbaar waarbij tijdelijke of kortdurende antenneplaatsing gewenst is om de mobiele bereikbaarheid te garanderen. Op basis van nu geldende jurisprudentie geldt een periode tot 31 dagen in elk geval als kortdurend. Voor langdurige plaatsing vraagt een aanbieder een (tijdelijke) omgevingsvergunning aan. 3.4.1 Calamiteiten Als een aanbieder op een locatie tijdelijk geen dekking kan bieden door overmacht, zoals stormschade is kortdurende antenneplaatsing mogelijk na overleg met de gemeente. Hierbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de uitgangspunten uit deze beleidsnota. 3.4.2 Evenementen Bij grote evenementen en op feestdagen is kortdurende antenneplaatsing vaak noodzakelijk voor extra netwerkcapaciteit en het waarborgen van 112-bereik. Hiervoor geldt ook dat rekening wordt gehouden met de uitgangspunten van deze beleidsnota, waarbij de verwachting is dat deze situatie zich in Midden-Delfland niet snel zal voordoen.

20

3.4.3 Ruimtelijke herontwikkeling Door ruimtelijke herontwikkeling moet een vergunningvrije antenne-installatie soms verplaatst worden. In afwachting van een geschikte locatie kan een telecomprovider ter overbrugging een tijdelijke omgevingsvergunning aanvragen. In het plaatsingsplangesprek deelt de gemeente zoveel ontwikkelingen die van belang kunnen zijn. Voor nieuwe plaatsingslocaties wordt specifiek gekeken naar mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor een tijdelijke locatie voor verplaatsing zoveel mogelijk wordt vermeden. 3.5 Criteria bij monumenten en beschermde dorps- of stadsgezichten De gemeente hanteert zoveel mogelijk de leidraad van de Rijksdienst voor cultureel erfgoed Plaatsing van telecommunicatieapparatuur op, in en aan monumentale gebouwen. Het beleid van de gemeente is dat er in principe geen antenne-installaties zichtbaar geplaatst mogen worden op monumenten en dat in beschermde stads- en dorpsgezichten terughoudendheid wordt betracht bij het plaatsen van zichtbare antennes. Antenne-installaties mogen geen onevenredige of onomkeerbare afbreuk doen aan de waarde van monumentale gebouwen of beschermde gebieden. Plaatsing van een antenne op, aan of bij een monument of cultuurhistorisch gebouw of gebied dient daarom zorgvuldig te worden bekeken met vroegtijdige inbreng van de commissie Welstand en erfgoed.

Bij een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een antenne-installatie of een small cell op, aan of bij een monument en in rijksbeschermde stads- of dorpsgezichten gelden de volgende voorwaarden: a. Blijvende bouwkundige aantasting of (gevolg)schade aan het monument moet worden voorkomen. b. De zichtbaarheid van de antenne vanaf de openbare ruimte moet worden geminimaliseerd. c. Bliksem- en brandbeveiliging moeten worden aangepast op de nieuwe situatie. d. Restauratie- en onderhoudswerkzaamheden in, aan of op het monument moeten ongehinderd doorgang kunnen vinden. 3.6 Plaatsing small cells op gemeentelijke infrastructuur Voor de plaatsing van small cells voldoet Midden-Delfland vanuit haar wettelijke plicht aan redelijke verzoeken tot toegang tot haar infrastructuur. Bij een verzoek om medegebruik van onder haar zeggenschap staande publieke infrastructuur ten dienste van de aanleg en exploitatie van small cells hanteert de gemeente de landelijke Leidraad medegebruik gemeentelijke infrastructuur voor plaatsen small cells.

21

4. Communicatie, participatie en antenneplaatsing Dit hoofdstuk beschrijft de communicatie-inspanningen die de gemeente zichzelf oplegt bij een aanvraag voor een vergunningplichtige antenne-installatie. 4.1 Uitgangspunten communicatie door de gemeente De aanbieder is primair verantwoordelijk voor de antenne-installatie en daarmee ook voor de communicatie en eventuele participatie tijdens en na het plaatsingsproces. Tegelijkertijd heeft Midden-Delfland extra aandacht voor eventuele zorgen van inwoners over de impact van antennes op hun leefomgeving. Een groot deel van de antenneplaatsingen is omgevingsvergunningvrij, waardoor de gemeente niet formeel betrokken is bij eventuele communicatie over de plaatsing. Het beleid van Midden-Delfland is er op gericht om aanbieders op hun verantwoordelijkheid te wijzen en te zorgen dat zij deze op een kwalitatief verantwoorde wijze invullen. Tegelijk richten inwoners zich vaak in eerste instantie tot de gemeente als ze worden geconfronteerd met veranderingen in de openbare ruimte, ook bij antenneplaatsing. Raads- en commissieleden, bestuurders en ambtenaren kunnen door inwoners aangesproken worden als binnen de gemeente een nieuwe antenne-installatie wordt geplaatst.

In afstemming met aanbieders bevordert Midden-Delfland dat aanbieders gebruik maken van objectieve informatie over antenne-plaatsing met factsheets en infographics, zoals die in brede zin beschikbaar is op www.rdi.nl en www.overalsnelinternet.nl. Objectieve informatie over EMV en gezondheid is beschikbaar op www.ggdleefomgeving.nl/straling/ en www.kennisplatform.nl. Onbekendheid, onduidelijke of niet-objectieve informatie en geen invloed op de besluitvorming en geen direct individueel voordeel kan de meningsvorming op de beleving bij antenneplaatsing negatief beïnvloeden. Het vooraf betrekken van belanghebbenden bevordert het draagvlak en draagt bij aan een zorgvuldige belangenafweging door de gemeente. Het communicatiebeleid dat Midden-Delfland met betrekking tot antenne-installaties bevordert in afstemming met de aanbieders, is gebaseerd op het verstrekken van goede informatie en waar mogelijk het betrekken van inwoners bij de locatiekeuze van antenne-installaties. In samenwerking met de initiatiefnemer is maatwerk in de communicatie het uitgangspunt. Indien dit vanuit de aanbieder niet of in onvoldoende mate wordt geleverd verwijst Midden-Delfland zelfstandig naar de objectieve factsheets en infographics. 4.1.1 Vergunningvrije antennes Voorafgaand aan het plaatsingsplangesprek vormt de gemeente zich een beeld van de beoogde locatie(s) voor antenneplaatsing en de omgeving.

Hierbij gelden de volgende beleidsmatige uitgangspunten over communicatie: De gemeente brengt tijdens het plaatsingsplangesprek kennis in over de lokale situatie en aandachtspunten voor de communicatie en eventuele participatie. Midden-Delfland stimuleert aanbieders via het plaatsingsplangesprek om de omgeving actief en tijdig te informeren over een antenneplaatsing. Bij plaatsing van small cells op een woongebouw is in het Antenneconvenant afgesproken dat de operators de eigenaar en/of verhuurder informeren waar informatiemateriaal te vinden is voor bewoners. Afhankelijk van de situatie kan de gemeente zelf bijdragen in de informatievoorziening. Bij een eventuele grootschalige uitrol van small cells en bij plaatsing van antennes en small cells op eigen gemeentelijke infrastructuur maakt Midden-Delfland specifieke afspraken met de antenne-eigenaar over algemene en locatie-specifieke communicatie aan inwoners en andere belanghebbenden. In het plaatsingsplangesprek en het overleg met de aanbieders stemt Midden-Delfland af welke vorm van aanvullende en ondersteunende communicatie wenselijk is en de gemeente eventueel zelf kan aanbieden om de objectiviteit en een breed bereik van communicatiemiddelen te realiseren.

22

4.1.2 Aanvraag omgevingsvergunning Op basis van het vooroverleg bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning vormt de gemeente zich een beeld van de beoogde locatie voor antenneplaatsing en de omgeving. In het overleg kunnen afspraken worden gemaakt over de gewenste communicatieaanpak en eventuele samenwerking daarbij tussen aanvrager en gemeente. Bij dit type aanvragen geldt het wettelijke uitgangspunt dat de aanvrager verantwoordelijk is voor de communicatie en participatie. Binnen de wettelijke criteria is sprake van een procesverantwoordelijkheid, waardoor aanvullend uitgangspunten kunnen worden meegeven aan de aanbieder. Formele afdwingbaarheid blijft beperkt. Vanuit de afspraken uit het Antenneconvenant en hun ervaringen bij andere locaties, is de verwachting dat de aanbieders zelfstandig kiezen voor een inhoudelijk verantwoord communicatietraject. Participatie door de aanvrager van een vergunning voor antenneplaatsing wordt gestimuleerd omdat het betrekken van de omgeving waardevolle inzichten op kan leveren over de beoogde locatie. Daarnaast voorkomt het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden vaak bezwaren en langere procestijden later in het traject.

Aanvullend op de uitgangspunten bij vergunningvrije antennes hanteert Midden-Delfland de volgende uitgangspunten bij een aanvraag omgevingsvergunning: Midden-Delfland stimuleert aanbieders om actief de omgeving te betrekken bij antenneplaatsing (participatie) en denkt mee over de invulling. Daarbij moet aan belanghebbenden vooraf duidelijkheid gegeven worden over de inhoudelijke uitgangspunten en noodzaak van plaatsing, mate van betrokkenheid en mogelijkheden van beïnvloeding van de plaatsing (verwachtingsmanagement). Onderdeel van het verwachtingsmanagement is dat de aanbieder aangeeft welke trede van de ‘participatieladder’ van toepassing is, variërend van informeren, raadplegen, adviseren of coproduceren. De gemeente beoordeelt per aanvraag voor antenneplaatsing of en welke vorm van aanvullende en ondersteunende gemeentelijke communicatie nodig is om de objectiviteit en een breed bereik van communicatiemiddelen te realiseren. Bij de communicatie wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de standaardbrieven van het Antennebureau en eventueel wordt een adviseur van het Antennebureau uitgenodigd voor uitleg over de antenneplaatsing.

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=e7e49924-234f-4ed7-a731-d2acf6bd24b2