A 038 Weidevogelverslag 2020 VWG MD.pdf
Tekst van het document
vogelwerkgroep
Midden-Delfland
JAARVERSLAG 2020
vogelwerkgroep
Midden-Delfland
JAARVERSLAG 2020
Samensteller: F. Koornneef Gegevensverwerking/kaarten: M. van Holsteijn Opmaak: F. van der Knaap
Dit jaarverslag is financieel mogelijk gemaakt door Agrarisch Collectief Midden-Delfland. © Overname van gegevens of afbeeldingen alleen na toestemming van de contactpersoon van de vereniging of de betreffende fotograaf. Omslagfoto voorzijde: Jonge grutto (foto: Renata de Wit). Omslagfoto achterzijde: Grutto (foto: Renata de Wit).
1
Inhoud 1 Weidevogels Midden-Delfland 2020.................................................................................................... 4
5.20 Schieveen ......................................................................................................................................... 70
1.1 Voorwoord........................................................................................................................................ 4
5.21 Woudse polder ................................................................................................................................ 73
1.2 Het jaar in het kort .......................................................................................................................... 5
5.21.1 Resultaten Woudse waterberging............................................................................................ 74
1.3 Broedsucces grutto ......................................................................................................................... 8
5.22 Zuidpolder van Delfgauw ............................................................................................................. 76
2 Het weer in Midden-Delfland 2020...................................................................................................... 9
5.23 Vlietlanden ...................................................................................................................................... 79
3 Gieren in de polder................................................................................................................................15 4 Vrijwilligerswerk door het broedseizoen heen................................................................................17
6 Kraaiennest wordt gruttoplas..............................................................................................................81 7 Roofvogels en Uilen in Schipluiden...................................................................................................84
5 Overzichten per polder.............................................................................................................23
8 Verslag Visdieven...................................................................................................................................87
5.1 Aalkeetbinnenpolder........................................................................................................................ 26
9 Sponsors ..................................................................................................................................................88
5.2 Aalkeetbuitenpolder Noord ............................................................................................................ 27
10 Contact ..................................................................................................................................................90
5.2.1 Beschermen bij Jeroen van der Kooij....................................................................................... 28 5.3 Aalkeetbuitenpolder Zuid ............................................................................................................... 30 5.4 Ackerdijkse polder Oost .................................................................................................................. 32 5.5 Ackerdijkse polder West .................................................................................................................. 34 6.5.1 Beschermen bij Arie en Bas van den Berg............................................................................... 35 5.6 Bergboezem ...................................................................................................................................... 37 5.7 Commandeurspolder ....................................................................................................................... 40 5.7.1 Weidevogelkerngebied Commandeurspolder......................................................................... 41 5.8 Dijkpolder .........................................................................................................................................
43 5.8.1 Weidevogelgebied Dijkpolder ................................................................................................... 44 5.9 Dorppolder ....................................................................................................................................... 46 5.10 Duifpolder........................................................................................................................................ 48 5.11 Foppenpolder .................................................................................................................................. 51 5.12 Groeneveldse polder ...................................................................................................................... 51 5.13 Holierhoekse en Zouteveensepolder Oost .................................................................................. 54 5.14 Holierhoekse en Zouteveensepolder West .................................................................................. 56 5.14.1 Verslag Bedrijf W. Moerman................................................................................................... 57 5.15 Klaas Engelbrechts polder (KEP) .................................................................................................
59 5.15.1 Bescherming bij Nico van Paassen......................................................................................... 60 5.16 Kralingerpolder .............................................................................................................................. 62 5.17 Lage Abtswoudschepolder ............................................................................................................ 64 5.18 Polder Noord-Kethel ..................................................................................................................... 66 5.19 Polder Oude Leede.......................................................................................................................... 68 2
Figuur 1 Renata en de kievitskuikens (foto: John Kleijweg) 3
1 Weidevogels Midden-Delfland 2020 1.1 Voorwoord Het weidevogelseizoen van 2020 startte vreemd genoeg zonder startavond. Deze bliezen we lastminute af, omdat corona zijn intrede deed in Nederland. Om het jaarverslag van 2019 toch bij zoveel mogelijk boeren en vrijwilligers te krijgen, deden we een oproep onder de vrijwilligers voor bezorgers. Hier werd gelukkig met veel enthousiasme op gereageerd! Het bleek een goed excuus om lekker een rondje door de polder te fietsen en vogels te kijken. Zo heeft bijna iedereen afgelopen jaar een jaarverslag gekregen en moesten er zelfs extra boekjes bijgedrukt worden. Wat ons betreft een succes dat we hopelijk dit jaar voort kunnen zetten.
Maar er bleef genoeg te doen voor vrijwilligers in het weidevogelseizoen. In februari en de zomer hebben vele handen geholpen met het plaatsen en weer weghalen van zonnepompen. De sleepslangbemesting vroeg ook weer om vele handen die niet vies waren van een beetje poep. Tot slot kwamen er in 2020 wat nieuwe plekken bij waar met elektrisch raster katten en vossen uit de weilanden worden geweerd. Er is een heus team ontstaan dat gewapend met bosmaaier de rasters geregeld controleerde op functioneren. Vanaf deze plaats allemaal heel hartelijk bedankt voor jullie geweldige inzet! We hopen dit jaar weer met een groep vrijwilligers alarmtellingen te kunnen doen en wie weet eens met elkaar op excursie te gaan. In dit jaarverslag zult u een aantal nieuwe grafieken en tabellen tegenkomen, die naar ons idee nog meer inzicht geven in het wel en wee van de weidevogelpopulatie in de polders van Midden-Delfland. Veel leesplezier!
Figuur 2 Jaarverslagen rondbrengen en tegelijk vogelen met de kinderen (foto: Willemijn Nagel) Ook de gezamenlijke alarmtellingen in de KEP, Commandeurspolder en Duifpolder die we normaal gesproken doen met een groep vrijwilligers, hebben we dit jaar anders gedaan. Op de startavond hadden we Jesse Keijzer aan iedereen voor willen stellen. Hij telt vanaf afgelopen voorjaar de polders die voorheen door Michiel van Dien werden geteld. Michiel hadden we op de startavond graag uitgezwaaid en alle geluk willen wensen in Spanje. Om in ieder geval de boeren te informeren over een ‘vreemde eend’ in de polder, heeft Jesse zich aan hen per e-mail voorgesteld: “Ik ben Jesse Keijzer, 29 jaar en ik kom uit Rotterdam. Ik ben o.a. opgeleid door Ferry van der Lans en doe inmiddels al jarenlang (weide)vogeltellingen voor diverse organisaties. Vorig jaar heb ik meegedaan met de alarmtellingen in de Commandeur- en Duifpolder en dit jaar inventariseer ik samen met Ferry het gehele gebied. Dit zullen we doen in 5 rondes. Tot ziens in het veld” Figuur 3 Onze nieuwe teller: Jesse Keijzer 4
Figuur 4 Grasmaaien onder het katten- en vossenraster in de Duifpolder (foto: Michel van Ruiven)
1.2 Het jaar in het kort In de vestigingsperiode begin maart 2020 troffen de weidevogels aantrekkelijk biotoop met drassige velden. Hierdoor kwamen de weidevogels in grote getale tot broeden. Kievit en tureluur reageerden meteen op de goede omstandigheden en waren talrijker dan in de voorgaande jaren. Het grote aantal nesten zorgden weer voor een hoge inspanning van vele vrijwilligers van de Vogelwerkgroep Midden-Delfland, boeren en loonwerkers tijdens het mest-rijden en het gereed maken van de maïsakkers. In april en mei bleef het erg droog en dit had een groot effect op het voedselaanbod van de volwassen (bodemleven) en jonge (insecten) weidevogels. Er was nauwelijks iets te eten voor de vogels en pas na wat neerslag in juni zag je de insecten weer toenemen. Daarnaast was er sprake van stevige predatie, die verklaard wordt uit het goede muizenjaar 2019 met uitstekende reproductie van roofdieren, die vervolgens in 2020 5
weinig muizen hadden om zich mee te voeden. Bij mooi weer hebben deze predatoren gunstige omstandigheden om te foerageren en door voedselgebrek verzwakte weidevogels (kuikens) zijn dan een makkelijke prooi. Inmiddels hebben we een telreeks van 6 jaren, van 2015 tot en met 2020. In de meeste jaren zijn alle polders op 3 momenten in het seizoen geteld, rond 1 april (ronde 1), rond 1 mei (ronde 2) en rond 1 juni (ronde 3). Op deze manier krijgen we een goed beeld van de populatie en het broedsucces. In onderstaande grafieken zijn per vogelsoort de waarnemingen over de jaren per ronde voor het hele Midden-Delfland gebied weergegeven. Daarin valt op dat de kuifeend, krakeend en slobeend afgelopen 6 jaar een positieve trend laten zien.
Figuur 5 jonge grutto (foto: Renata de Wit)
Om polders met elkaar te kunnen vergelijken wordt vaak naar de het aantal broedpaar per 100 hectare gekeken. In 2020 geeft dat onderstaand beeld. De provincie Zuid-Holland hanteert als norm voor goed weidevogelgebied 50 broedpaar per 100 hectaren. Krakeend en kuifeend worden hierbij meegenomen als meelift soorten.
6
7
Bruto Territoriaal Succes (BTS) en is een maat waarmee het broedsucces kan worden weergegeven. Voor weidevogels is dit alleen goed te bepalen voor grutto’s. Een BTS van boven de 65% geldt over het algemeen als noodzakelijk om de populatie in stand te houden.
1.3 Broedsucces grutto
2 Het weer in Midden-Delfland 2020 Gedurende het weidevogelseizoen heb ik geen aantekeningen gemaakt van het weer en mijn geheugen is ontoereikend om daaruit te putten. Voor het weersoverzicht hieronder is geput uit de landelijke weersbeschrijving van KNMI. De voor ons minder belangrijke fragmenten zijn daaruit verwijderd. Al met al is het nog steeds een tamelijk omvangrijke tekst waarvan ik hoop dat er nog voldoende interessante aspecten bewaard gebleven zijn om het geheugen weer op te frissen. De tekst behandelt maand na maand het eerste halfjaar en als laatste, na de tekst van juni, volgen nog een kort stukje met mijn eigen herinneringen en twee grafieken van temperatuur en neerslag. De twee grafieken in het stuk geven een overzicht van de door KNMI geregistreerde temperatuur van (Hoek van Holland en Rotterdam) en de door mijn weerstation in Maassluis geregistreerde neerslag. Zoals natuurlijk te verwachten was zijn aan de kust (hier KNMI-station Hoek van Holland) de temperatuurvariaties kleiner dan landinwaarts aan de oostkant van ons weidevogel beschermingsgebied. Ook is goed te zien dat in perioden met weinig bewolking (vanaf eind maart) de dagelijkse gang van de temperatuur aanzienlijk groter is dan tijdens bewolking. Bas Blok
Januari 2020: Zeer zacht, vrij droog en vrij somber Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 6,2°C tegen een langjarig gemiddelde van 3,1°C was het in januari zeer zacht. De maand eindigt daarmee in de top vijf van zachtste januarimaanden sinds 1901. Al gauw maakte het rustige hogedrukweer plaats voor wisselvalliger weer met oplopende temperaturen. Vanaf 8 januari brak een zeer zachte periode aan met op de meeste dagen maximumtemperaturen boven 10°C. Normaal ligt de maximumtemperatuur in deze tijd van het jaar tussen de 5 en 6°C. Vanaf 18 januari kwam het land opnieuw onder invloed van hoge druk en werd het rustig, vrijwel droog maar ook vaak mistig weer. De temperaturen lagen rond normaal. De temperatuur daalde ’s nachts regelmatig tot rond het vriespunt. Op 26 januari maakte het hogedrukgebied weer plaats voor depressies uit het westen. Het werd opnieuw wisselvallig, met af en toe veel wind, en de temperaturen liepen weer op tot ruim boven normaal. De maand was vrij droog met gemiddeld over het land 46 millimeter neerslag tegen een langjarig gemiddelde van 73 millimeter. 27 en 28 januari was het onstuimig met in het kustgebied In De Bilt werd in januari 51 millimeter afgetapt, tegen 70 millimeter normaal. Het was deze maand vrij somber met gemiddeld over het land 49 uur zonneschijn tegen normaal 62 uur.
Het zonnigst was het in het zuidwesten van het land, met in Vlissingen 70 uur zon, iets meer dan het langjarig gemiddelde van 68 uur.
Februari 2020: Somber, uitzonderlijk zacht en nat Februari was een uitzonderlijk zachte maand met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 7,2°C tegen 3,3°C normaal. Daarmee was het de op één na zachtste februarimaand ooit na februari 1990 met 7,6°C. De eerste dagen van de maand verliepen wisselvallig. Met maximumtemperaturen (ruim) boven de 10 graden was het zacht en het regende en waaide flink. Van 5 tot en met 7 februari bracht een krachtig hogedrukgebied boven ons land enkele dagen droog, zonnig en rustig weer. Op 9 februari kwam er met stormdepressie Ciara abrupt een einde aan deze rustige periode en kregen we te maken met de eerste storm van de maand: verschillende 8
9
stations aan de kust registreerden een uurgemiddelde windsnelheid van 9 Beaufort. Dit was het begin van een onstuimige periode met veel regen en wind die tot en met de 24e duurde. De temperaturen lagen over het algemeen ruim boven normaal. Het zachtst was het op 15 en 16 februari met op de 16 e in een groot deel van het land maximumtemperaturen van meer dan 15°C. Onder de invloed van een stormdepressie stond er het weekend van 15/16 februari opnieuw veel wind maar kwam het niet tot storm. Dat gebeurde wel op 23 februari, wederom een zondag, met 9 Beaufort in het zuidwestelijk kustgebied. Overigens was februari als geheel uitermate winderig; op 15 dagen stond er tenminste een harde wind (7 Beaufort of meer) ergens in het land. Vanaf de 25e werd het weer minder onstuimig en ook duidelijk minder zacht. De laatste dagen van de maand bracht een diepe depressie nabij Schotland opnieuw regen, wind en temperaturen boven normaal. Door het wisselvallige en winderige weer telde februari in De Bilt slechts twee vorstdagen, tegen 13 normaal en geen ijsdagen. Met gemiddeld over het land 136 millimeter neerslag tegen 55 millimeter normaal, was februari ook een uitzonderlijk natte maand. In De Bilt viel er 157 millimeter.
Net als bij de wind waren de weekenden (zondagen) toevalligerwijs het natst, met zowel op 9, 16 als 23 februari op uitgebreide schaal meer dan 10 millimeter neerslag en in delen van het land meer dan 20-25 millimeter. In het zuidwesten was het duidelijk minder nat met lokaal 90 millimeter. Februari was aan de sombere kant met gemiddeld over het land 73 zonuren tegen 85 uren normaal. In het westen scheen de zon het meest, met Hoek van Holland als zonnigste station met 88 zonuren.
Maart 2020: Zeer zonnig, vrij zacht en vrij droog Maart eindigt in top vijf zonnigste maartmaanden. Met een gemiddelde temperatuur van 6,8°C tegen normaal 6,2°C was maart vrij zacht. De maand was echter kouder dan de voorgaande februarimaand, die dit jaar met 7,2°C zeer zacht was. De maand kende een duidelijke tweedeling. De eerste veertien dagen waren een voortzetting van het zachte en wisselvallige weer in februari. Onder invloed van een westelijke stroming was het nat en de meeste dagen lag de temperatuur boven normaal. Regelmatig stond er ook veel wind. Vanaf de 15e veranderde het weerbeeld en kregen hogedrukgebieden de overhand. Af en toe veel wind, maar het bleef wel grotendeels droog. De westelijke aanvoer zorgde ervoor dat de temperaturen boven normaal bleven. Vanaf 21 maart kwamen we in een oostelijke stroming onder invloed van een hogedrukgebied boven Scandinavië. Er volgden koude, maar zonovergoten dagen. De schrale oostenwind liet het af en toe nog was kouder aanvoelen. ’s Nachts daalde de temperatuur flink. De maand was vrij droog met gemiddeld over het land 51 mm neerslag tegen normaal 68 mm. De verschillen in het land waren echter groot. In De Bilt viel 67 mm, precies gelijk aan het langjarig gemiddelde. Bijna alle neerslag viel in de eerste veertien dagen van de maand.
Op 5 en 6 maart trok een klein lagedrukgebied net ten zuiden van ons land oostwaarts en bracht vooral in de zuidelijke helft van het land veel neerslag, ca 15-20 mm. Ook 10 en 11 maart waren onstuimige dagen met veel wind en neerslag. In het zuiden van het land viel ca. 20 mm, lokaal 25-30 mm. In het noorden viel rond 10 mm neerslag. Vanaf de 15e was het vrijwel droog. Alleen helemaal aan het einde van de maand vielen af en toe wat lichte, winterse buitjes. De hoeveelheid zon lag met gemiddeld over het land 194 uren zon ruim boven het langjarig gemiddelde van 125 uur. De eerste veertien dagen van de maand lag het aantal uren zonneschijn onder het langjarig gemiddelde, maar daarna nam het aantal uren zonneschijn onder invloed van de hogedrukgebieden toe. Van 21 tot en met 28 maart scheen de zon overdag bijna ononderbroken. Door de droge lucht, ook op grotere hoogten, was er op de meeste dagen geen wolk aan de lucht te bekennen.
April 2020: Zeer zacht, zeer droog en recordzonnig Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 11,1°C tegen een langjarig gemiddelde van 9,2°C was april zeer warm. Met maxima rond 10°C en op uitgebreide schaal lichte vorst in de nachten, was het vrij koud voor de tijd van het jaar. Met veel zon stegen de maxima landinwaarts vanaf de 5 e dagelijks tot rond of boven de 20°C en op 6 april registreerde De Bilt de eerste warme dag van de maand. Later op de 6e bracht een zwak koufront plaatselijk wat lichte regen. Van 7 tot en met 12 april bleef het zonnig en over het algemeen droog onder invloed van een hogedrukgebied boven de Noordzee en vooral op 8 en 12 april was het zeer warm. Vanaf 13 april werd het gevoelig kouder. De maxima kwamen nauwelijks meer boven de 10°C uit en in de nachten vroor het landinwaarts licht. Van 16 tot en met 23 april stond er een hardnekkige oost- tot noordoostenwind, waarmee droge lucht werd aangevoerd en de zon dagenlang uitbundig scheen. Vanaf de 24ste draaide de wind weer naar noord en werd het minder warm. Tot en met Koningsdag (27 april) bleef het weer onder invloed van hogedruk echter nog droog en zonnig. Dat veranderde in de laatste dagen van de maand, toen storingen vanaf de Atlantische Oceaan ons wel wisten te bereiken en bewolking en regen ons weer gingen domineren.
Met 11 millimeter neerslag gemiddeld over het land tegen 42 millimeter normaal, was de maand zeer droog. Plaatselijk kwam het zelfs maar tot vier dagen met neerslag. Op zestien dagen bleef het in het hele land droog. Neerslag van betekenis viel er alleen op de 6e, 12e, 18 10
11
e en in de laatste drie dagen van de maand, met regionaal soms 5-10 millimeter. Het natst was het deze maand in de kustgebieden met lokaal 20 millimeter. Met gemiddeld over het land ongeveer 287 uren zon tegen normaal 178, was het de zonnigste aprilmaand sinds het begin van de metingen.
veel wind met in een groot deel van het land 5-6 Bft uit het noorden en zware windstoten aan de kust. Van 11 tot en met 14 mei was het koel voor de tijd van het jaar. In de nachten was het opnieuw koud en landinwaarts vroor het plaatselijk licht. Er brak vanaf 14 mei weer een zonnige en droge periode aan die tot en met de 21e zou duren. Een zuidwestelijke stroming voerde geleidelijk warmere lucht aan, waarna het op 21 mei bij een zwakke aflandige wind in vrijwel het hele land zomers warm werd. Op 22 mei volgde er van het westen uit een koufront, waar vooruit plaatselijk een enkele (onweers)bui tot ontwikkeling kwam. Ook op 23 en 24 mei bleef het onstabiel met enkele buien. Vanaf de 25e tot en met het einde van de maand was het wederom een krachtig hogedrukgebied in onze omgeving dat het weer domineerde, met opnieuw zonnig en droog weer bij temperaturen rond of iets boven de normaal voor de tijd van het jaar. Mei was een zeer droge maand met landelijk gemiddeld 15 millimeter tegen 61 millimeter normaal. Op de meeste plaatsen telde de maand tenminste 24 droge dagen. De meeste neerslag viel al in het begin van de maand; op 1 en 2 mei samen gemiddeld 9 millimeter. Door het vaak buiige karakter waren de verschillen echter groot. In het zuidwesten en zuidoosten was het het droogst met lokaal nog geen 10 millimeter.
Met landelijk gemiddeld 324 zonuren tegen 213 zonuren normaal was mei ook een zeer zonnige maand. Zoals vaker in de lente waren de verschillen tussen de kustgebieden en het binnenland groot. De zon scheen het meest in het zuidwestelijk kustgebied, met in Hoek van Holland 356 uren zon.
Juni 2020: Zeer warm, zeer zonnig en nat
Met een gemiddelde temperatuur van 13,1°C tegen een langjarig gemiddelde van 13,1°C was de laatste maand van de lente een normale maand. De maand begon wisselvallig en koel. Een noordwestelijke stroming bracht enkele storingen met zich mee, waardoor er in de eerste dagen van de maand verspreid over het land enkele buien voorkwamen, vaak ook met onweer. De temperaturen lagen tot en met de 5e duidelijk onder het langjarige gemiddelde. Op Bevrijdingsdag (5 mei) kwamen we onder invloed van een hogedrukgebied dat tot en met 9 mei in onze omgeving aanwezig zou blijven. Het werd uitermate zonnig en droog en in een zwakke aflandige stroming warmde het geleidelijk steeds verder op. De maximumtemperaturen stegen vanaf de 7e in een groot deel van het land tot ruim boven de 20°C. De dagelijkse gang was groot, waardoor de minimumtemperaturen in het noordoosten soms rond het vriespunt uit konden komen. Op 10 en 11 mei passeerde een koufront waarachter een krachtige noordelijke stroming koude lucht aanvoerde, waarna de temperatuur een gevoelige stap terug deed. Het was tijdelijk minder zonnig en plaatselijk viel er wat lichte regen of een bui. Daarbij stond er ook opvallend
Met een etmaalgemiddelde temperatuur van 17,5°C tegen 15,6°C normaal in De Bilt was juni zeer warm. Juni begon met twee warme dagen onder invloed van zuidelijke stromingen. Daarna volgde een koele periode met tot en met de 10e temperaturen beneden normaal. Van 4 tot en met 7 juni werd het nergens warmer dan 20 graden. Na de 10e bleef het wisselvallig. Omdat de stroming oostelijk was werd het warm. Na de 22e werd het zeer warm en zonnig zomerweer. De nacht van 25 op 26 juni was opvallend warm: in het westen kwam de temperatuur plaatselijk niet onder 20 graden. De hoogste temperatuur deze maand, 32,2°C, werd op 26 juni gemeten in Hoek van Holland. De laatste drie dagen van de maand verliepen wisselvallig met temperaturen rond of iets onder normaal. Met gemiddeld over het land 84 mm neerslag tegen normaal 68 mm was juni duidelijk natter dan normaal. De neerslag was ongelijk over het land verdeeld, omdat de regen vaak tijdens zware, lokale buien viel. Het zuiden en westen was het natst op een aantal KNMI-neerslagstations meer dan 150 mm. Ondanks de natte maand was het neerslagtekort (neerslag minus verdamping vanaf 1 april) vrijwel overal nog duidelijk groter dan normaal. Ten opzichte van de situatie eind mei is er weinig verandering in het neerslagtekort gekomen. Landelijk gemiddeld bedroeg het neerslagtekort eind juni ongeveer 180 mm.
Er is dus op veel plaatsen nog steeds sprake van droogte. De neerslag viel vrijwel geheel in de periode van 4 t/m 19 juni en in de laatste vijf dagen van de maand. De eerste neerslag van betekenis sinds eind april/begin mei viel van 5-7 juni, gemiddeld ongeveer 20 mm. Van 12 tot en met 19 juni waren er lokaal zware buien. Op de 12e viel in de zuidwestelijke helft ongeveer 20 mm, op een enkele plaats viel 4050 mm. Op veel plaatsen in het westen en zuiden viel neerslag van betekenis, maar meestal niet meer dan 30 mm. Ook aan het einde van de kortdurende warme periode viel op 26 juni in het westen en zuiden tijdens zware buien plaatselijk weer veel neerslag. Op vijf dagen viel ergens in Nederland meer dan 50 mm in een etmaal tijd. Met gemiddeld over het land 232 uren zon
12
13
Bovenstaande grafiek per kolom de in een etmaal waargenomen neerslagsom gemeten gedurende 24 uur vanaf middernacht. De waarnemingen zijn gedaan in Maassluis met een ‘automatische’ regenmeter. De etmaalsom zoals KNMI die berekent ligt is een aantal uren verschoven zodat waarnemers hun regenmeter overdag kunnen aflezen. De lange periode waarin nagenoeg geen neerslag viel, met een korte onderbreking eind maart/begin april, valt op in de grafiek.
Mei 2020: Zeer zonnig, zeer droog een normale temperatuur
was juni zeer zonnig. Tijdens de wisselvallige periode waren er meestal toch de nodige uren zon. Tijdens de kortdurende zeer warme periode scheen de zon vrijwel ongehinderd.
Eigen herinneringen Veel van de dagelijkse details van het weer aan het eind van de winter en in het voorjaar zijn al lang weer vergeten maar van enkele opvallende ervaringen komen er toch nog herinneringen boven. In februari, bij het plaatsen van de plas-dras installaties, was het op sommige plaatsen heel drassig in het land. Bovendien heeft het enkele keren hard gewaaid, in samenhang met de doorweekte bodem was dat niet goed voor de plas-dras opstellingen, enkele daarvan moesten weer rechtgezet en op het zuiden gericht worden. Daarna, tijdens de eerste weken nest-zoeken/ sleepslangen werd het onaangenaam koud, niet alleen lag er ochtend na ochtend een laagje ijs in de sloten maar stond er soms bovendien een nare wind. Er waren nogal wat kleding lagen nodig om op temperatuur te blijven. En plotsklaps sloeg het helemaal om, het werd droog, eerst nog koud, maar vanaf begin april werden de temperaturen een stuk prettiger. Een andere ervaring, op het nog onbewerkte maïsland was het lastig lopen (en rijden) doordat de kluiten niet stuk gevroren of verweekt waren. Op sommige plaatsen in grasland, vooral waar plassen gestaan hadden, was de grond zo hard dat de bamboestokken eigenlijk alleen in scheuren in de grond te drukken waren.
Behalve bij een van de activiteiten bij Ron Olsthoorn ben ik geen enkele keer natgeregend, dat is voor ons vrijwilligers fijn maar voor de gewassen natuurlijk niet. Toen eind juni de warmte arriveerde was het vrijwilligerswerk in het land nagenoeg afgelopen.
3 Gieren in de polder ‘Gieren in de polder’, een bekende uitspraak, die voor ons betekent dat er mest gereden wordt. Maar op 29 en 30 mei 2020 waren er echte gieren aanwezig bij ons in de polder. Een groep van 16 vale gieren werd 29 mei opgepikt boven Amsterdam vanwaar ze naar de kust vlogen om vervolgens af te zakken langs Haarlem, Katwijk en Den Haag om tegen de avond via Delft en de A13 ons gebied in te vliegen. In de avond vlogen ze laag over Schiedam en Vlaardingen om vervolgens in de bomen aan de Zuidbuurt, nabij de Krabbeplas te landen en te overnachten.
Figuur 8 Vale gier met kleine mantelmeeuw (foto: Gerard Dumaij)
Figuur 6 Kievitsnest op bouwland (foto: Robbert Kester)
Figuur 7 Dekselen in de kou (foto: Yvonne den Heijer) 14
De volgende ochtend waren veel vogelspotters uit het hele land afgereisd om deze vogels te zien en stonden er tientallen auto’s op de Zuidbuurt. Gieren staan niet vroeg op, want hun manier van vliegen is om zich te laten meedrijven op thermiek, dat is door zon verwarmde lucht. Om half acht besloot de eerste gier te vertrekken en achtervolgd door een ooievaar, die vergeleken met de gier maar een klein vogeltje is, vloog deze over de A20 om vervolgens in de Duifpolder te landen. Daar bleef hij tot een uur of 10 in het land zitten. Ooievaars zijn te-
Figuur 9 Vale gieren (foto: Gerard Dumaij) 15
recht bang voor vale gieren, want die pakken wel eens de jongen van de ooievaar van het nest. Om half tien begon de rest van de groep op te stijgen en langzaam cirkelend hoogte te winnen boven de Aalkeetbuitenpolder. Ze waren daarbij tot vanuit Delft te zien. Iets na 10-en was de groep weer compleet en zweefden ze met zijn allen naar het zuidoosten om snel geheel uit zicht te verdwijnen. Vale gieren komen wel vaker in Nederland kijken als het warm weer is en het vliegen hun geen moeite kost. Binnen een dag of drie vliegen ze van de dichtstbijzijnde broedplaatsen in ZuidFrankrijk en Spanje naar het noorden om in Nederland te stranden op het vele open water en de Noordzee, waarboven ze niet kunnen vliegen omdat daar geen thermiek is. Na een paar dagen zonder eten, keren ze meestal snel weer terug naar hun broedgebieden.
4 Vrijwilligerswerk door het broedseizoen heen Binnen de Vogelwerkgroep Midden-Delfland is een flink aantal vrijwilligers betrokken bij een grote diversiteit aan activiteiten. Er moet heel veel georganiseerd en gecoördineerd worden. En ook communicatie met agrariërs, loonwerkers, instanties, vrijwilligers en burgers van het gebied vraagt de nodige inspanning. Een groot deel van het vrijwilligerswerk is gericht op het daadwerkelijk beschermen van de weidevogels in ons werkgebied. De samenwerking tussen agrariërs, loonwerkers en vrijwilligers maakt gemechaniseerd werk op het land mogelijk terwijl daarbij schade aan de weidevogels zo veel mogelijk beperkt wordt.
Ferry van der Lans
Figuur 11 Loonwerkers en vrijwilligers samen het land in (foto: Bas Blok) Dit jaar begon voor mij het seizoen met een overleg in De Koe te Schipluiden. Daar werden de voorbereidingen besproken: het plaatsen van plas-dras installaties en vossenrasters. Hieronder een greep uit de activiteiten gedurende het veldseizoen.
Figuur 12 Met mini-truck, tractor, quad en kruiwagen het land in plas-dras pompen plaatsen (foto’s: Bas Blok)
Figuur 10 Vale gier (foto: Gerard Dumaij) 16
17
In februari beginnen twee teams met het plaatsen van de plas-dras installaties. Ons team (Aad Kleijweg, Martin Landzaad en ik) begint in de Zuidpolder. Omdat het land nogal nat is kunnen we niet met de mini-truck van Aad het land in, maar we krijgen hulp van de betrokken boeren. Zij brengen ons met tractor/quad en aanhanger naar de opstelplekken van de plas-dras installaties. In één veld was het zelfs voor een tractor te nat en kon met moeite het materiaal voor twee plas-dras installaties op een kruiwagen en dragend het land in gezeuld worden. Je vraagt je dan af waarom zouden we hier nog plas-drasinstallaties neerzetten want veel natter dan dit kan niet. Dit jaar heeft ons geleerd dat het wel snel veel droger kan worden. Toen tijdens een stormachtige periode enkele zonnepanelen scheef gewaaid waren was het inmiddels zo droog dat de mini-truck wel het land in kon. Bij die gelegenheid hebben we twee installaties verplaatst naar dieper, schoner, water. Dat was nodig omdat de drijvende pompen te veel slootvuil aanzogen en daardoor niet goed meer werkten.
Figuur 13 Pompen installeren (foto’s: Bas Blok) Eeen andere jaarlijks terugkerende voorbereiding is het plaatsen van vossenrasters. Een flink aantal daarvan staat aan de randen van het kerngebied in de Commandeurspolder. Die rasters werden geplaatst door Piet Koornneef met wisselende assistentie, o.a. van Roel Baaima en Arie Voogt. Ook ik heb een keer meegeholpen. Gebleken is dat het werken zo dicht langs de slootkanten niet geheel zonder gevaar is: voordat je het weet blijkt een steunpunt toch niet zo stevig te zijn en heb je een nat pak. De vossenrasters vragen best veel aandacht, door plantengroei tegen de stroomdraden lekt de stroom weg, en soms wordt een raster opzijgelegd door een boer die op het land moet zijn maar zelfs publiek kan er soms niet van afblijven.
Figuur 14 Rasters plaatsen in de Commandeurspolder (foto: Bas Blok) 18
En dan, tweede helft van maart, begint het nesten zoek seizoen. Eerst samen met Martin van Holsteijn een aantal keren verkennend zoeken in verschillende polders. Totdat op 23 maart het sleepslangen begint bij John van Winden in de Dorppolder. Daar dekselen Martin en ik. Zo vroeg in het seizoen zijn er nog niet veel nesten zodat er maar enkele deksels nodig zijn. Het blijkt een stevige klus om die deksels weer uit de taaie grond te sjorren, vooral het deksel dat door de tractor dieper gedrukt was. Zo vroeg in het seizoen is het gras nog kort, de meeste nesten kunnen dan op grasland met de telescoop gevonden worden, dat spaart veel verstoring in het land. Op bouwland lukt dat niet zo goed omdat de kieviten en scholeksters achter schollen en kluiten verborgen kunnen zitten. Bovendien staat op sommige maisakkers te veel groen om met de telescoop te werken. Bij Bouwlust op het gespitte Figuur 15 Kievitsnest onder deksel maisland (daar komt later in het seizoen het bekende dool- (foto: Bas Blok) hof) handmatig nesten gezocht door het gespitte land in stroken af te lopen. Dit jaar lagen er aanzienlijk meer nesten dan vorig jaar. Een paar dagen later samen met Arie Voogt de nesten in mandjes gedaan en verdiept weer teruggeplaatst, zodanig dat elk nestje ongeveer op maaiveldhoogte ligt maar het mandje niet goed zichtbaar is voor predatoren.
Dit ter voorbereiding van het zaai gereedmaken van het land. Tijdens de grondbewerking zetten we dan het mandje opzij en na passage van de machine plaatsen we het mandje weer terug in een door ons gemaakt putje in de grond. De nestmandjes methode passen we vooral op bouwland toe vooraf gaand aan grondbewerking of sleepslangen (meestal mestinjectie of soms watergeven zodat de mais goed kan kiemen en uitlopen). In de meeste gevallen verzorgen vrijwilligers het opnemen en terugplaatsen van de mandjes, een enkele keer doet de boer of de loonwerker dat. Bij het sleepslangen schuift de aanvoerslang voortdurend heen en weer over het land. In ongunstige situaties kan het nest lange tijd niet teruggeplaatst worden omdat de slang keer op keer over de nestlocatie schuift. Toch heeft de ervaring geleerd dat ook die nesten weer bebroed gaan worden. Soms gaat het mis als er grote veranderingen in het land ontstaan, bijvoorbeeld als nestjes pas tijdens de bewerking in mandjes geplaatst worden, dan is er voor de broedvogels te groot verschil tussen voor en na de bewerking. De kieviten komen dan niet altijd terug op hun nest. O.a. bij het kilveren is dat gebeurd, overigens speelt daar waarschijnlijk ook nog eens de zeer lange verstoring (bijna de gehele dag een trekker op het land) een rol.
Van de acht nesten die ik gevonden en in mandjes gedaan had op een ‘kilver’ akker is er tijdens het werk eentje uitgekomen. Later bleek dat alle andere kievitsnesten (6) verlaten zijn en alleen de scholeksters bleven Figuur 16 Bas en Martin op zoek naar nesten hun nest (1) trouw. Ik vermoed dat de (foto: Martin van Holsteijn) nesten meer kans maken als ze een paar 19
dagen voorafgaand aan een ingrijpende bewerking (kilveren, roteren) in mandjes gedaan worden. Bij minder ingrijpende bewerkingen, zoals sleepslangen is dat misschien niet zo belangrijk. Ter voorbereiding van het jaarlijkse sleepslangen bij Arie Jacob Dijkshoorn in de Duifpolder hebben we in groepjes verschillende keren nesten gezocht. Opvallend was het relatief grote aantal door predatie verloren nesten, veel meer dan voorgaande jaren. Tijdens het sleepslangen bij Arie Jacob is elk jaar wel wat te beleven, dit jaar zakte de mestinjectie trekker tot zijn assen weg en was er veel geweld van twee andere trekkers nodig om die mestinjectie trekker weer rijdend te krijgen. Dit van horen zeggen, zelf was ik met Martin en John bij J.J. Konijnenburg aan het nest zoeken en sleepslangen.
Figuur 17 De ‘mandjes-methode’(foto’s: Bas Blok)
Later met Piet sleepslangen bij van Staelduijnen, de nestjes in mandjes op een veilige plek gezet en direct na het sleepslangen op de oorspronkelijke plaats teruggezet. Één nest met een pul werd erg lang bedreigd daarom het mandje in de auto geplaatst zodat de pul niet te veel zou afkoelen. Deze aanpak heb ik ook bij andere boeren gevolgd, o.a. bij Maarten Moerman in de Zuidbuurt een mandje met eieren in de auto gezet. Bij Peet van Paassen aan de Zijde vonden we (Eilke, Renata, Annemieke en ikzelf) 14 uitgekomen pullen die nog bij hun nesten waren. Omdat het sleepslangen daar best lang zou gaan duren hebben Renata en Annemieke zich over de pullen ontfermd en hen met groot succes warm gehouden. Vorig jaar hadden Martin en ik daar een nest met pullen gevonden, die raakten ‘onderkoeld’ omdat het steenkoud was en ze zonder moeder kievit niet konden opwarmen. Die pullen zijn toen tot leven gekomen in de warme trekker, bij het terugplaatsen na het sleepslangen gingen die pullen meteen op de loop en in dekking. Meestal wordt met sleepslangen mest op het land gebracht. Dit jaar bij Jan Piet van Woerden in de Woudsepolder samen met Martin Landzaad twee keer gesleepslangd. De eerste keer voor mestinjectie, toen waren er nog niet veel nesten. De tweede keer werd er water opgebracht ter ondersteuning van het kiemen van maiszaad.
Bij het water sleepslangen lagen er veel meer nesten van kieviten en ook enkele scholeksters. Die nesten samen met Martin in mandjes gedaan en na passage van de trekker en/of slang weer teruggeplaatst. Bij controle de volgende dag bleken alle nesten weer bebroed, één van de scholeksternesten stond op uitkomen (alle drie de eitjes waren aangepikt) en tot mijn grote verrassing was er midden op het land ook een nieuw kievitsnest met twee eitjes op een plek waar de injectietrekker geweest was en de slang heen en weer geschoven had. Of dat nest al bestond tijdens het sleepslangen weet ik niet met zekerheid maar we hadden het in ieder geval niet gevonden en de eitjes waren onbeschadigd. Het was overigens een bijzonder kaal nest, vrijwel zonder ‘vulling’.
Piet Boekesteijn geholpen met nest zoeken bij Henk van Staelduijnen in de Kralingerpolder. Het land was geploegd en de schollen waren hard (droog en geen vorst overheen gegaan) waardoor het lastig lopen was. Piet had daar een week of wat eerder al nesten gevonden en ook samen vinden we inderdaad nieuwe nesten, dat geeft natuurlijk extra energie. Twee weken later daar weer gezocht met Piet en Annemieke. Bij die gelegenheid ook het aanpalende weiland van Gert-Jan Hooijmans afgezocht. Op beide akkers vinden we nieuwe nesten, op het weiland ook grutto en scholekster.
Figuur 19 John Kleijweg maait nest enclave uit (foto: Bas Blok) Tegen het einde van het nestseizoen wordt er volop gemaaid. In dat hoge gras is het nogal lastig om nesten te vinden en met stokken te markeren. Bovendien zijn veruit de meeste eieren dan al uit en scharrelen de pullen tussen het hoge gras. Om die pullen nog een kans te geven rijdt dan, waar het kan, een vrijwilliger mee op de maaier. Zodra hij/zij en/of trekkerbestuurder pullen zien moet de vrijwilliger die proberen te vangen en naar een veiliger plekje brengen. Het is verbazingwekkend hoeveel pullen zo nog gevonden en meestal gered kunnen worden. In dat hoge gras zitten ook broedende eenden, die laten zich vaak pas op het allerlaatste moment zien, soms ook niet. Wordt zo’n eend opgeschrikt en verraad zo haar nest dan geeft de vrijwilliger met stokken de globale ligging van het nest aan, de maaier laat dan het gras tussen de stokken staan zodat een enclave rondom het nest ontstaat. Dit is ook de werkwijze bij al eerder gevonden nesten. De stokken geven de hoekpunten van de enclave aan, zo mogelijk in een ruitvorm met een voorpunt en achterpunt in de rijrichting
Figuur 18 Kuikenzorg (foto: Bas Blok) 20
21
zodat trekkers gemakkelijk de contouren van de enclave kunnen volgen. Soms is er tussen zo’n enclave en de sloot te weinig ruimte voor een schudder of andere machines. Met een bosmaaier maken vrijwilligers dan extra ruimte en stroomlijnen zo nodig de enclave. Om het werken met machines gemakkelijk te maken halen vrijwilligers het gemaaide gras dicht bij de enclave weg, de nesten zijn dan veilig voor opgeworpen grasplukken. Handmatig wegharken van het gemaaide gras vraagt wel meer inspanning en steviger materiaal dan bij een net gemaaid gazonnetje. John bij het bijwerken van enclaves met de bosmaaier bij Arie Jacob Dijkshoorn geholpen door gras te harken. Later op verzoek van Martin van Holsteijn de hoekpunten van alle enclaves geregistreerd.
5 Overzichten per polder De overzichten, kaarten en de verslagen zijn evenals vorig jaar weer zo veel mogelijk gegroepeerd per polder. De kaart en de tabellen met de waarnemingen zijn betrokken op het gehele gebied. Vogels met alle broedcodes zijn in de overzichten meegenomen. In 2016 zijn er in de meeste gebieden geen tellingen verricht rond 1 april; hier is dus geen gegeven voor ronde 1. Voor het bepalen van het areaal grasland per polder is gebruik gemaakt van de gegevens over het netto Agrarisch Areaal Nederland (AAN) in 2020.
Figuur 20 Plas-draspompen ophalen (foto’s: Bas Blok) Uiteindelijk komt dit seizoen ook weer tot een eind, de weidevogels vertrekken met (hopelijk nieuw) kroost en begin juli halen wij (Aad, Martin Landzaad en ik) de plas-dras installaties weer uit het land. Dit keer was het zo droog dat onze mini-truck vrij gemakkelijk in het land uit de voeten kon. Thuis haal ik de kist met deksels (voor sleepslangen), de mandjes en de stokken weer uit de auto en maak de deksels schoon, dat was onderhand na de vele mest wel nodig en breng de spullen naar John Kleyweg, klaar voor volgend jaar. Al met al was dit weer een interessant vogeljaar waarbij wij als vrijwilligers hopelijk de nodige nestjes gered hebben. Terugkijkend blijk ik op meer dan veertig dagen uitgerukt te zijn voor een of meerdere activiteiten. Soms was het vermoeiend, of koud of frustrerend, maar meestal leuk om in Midden-Delfland te werken met loonwerkers, boeren en vrijwilligers voor een belangrijk doel: het in stand houden van onze weidevogels.
Tabel 1 Legenda bij de kaarten
Bas Blok Figuur 21 Sleepslangdeksels schoonmaken (foto: Bas Blok)
22
Figuur 22 Scholekster op nest in nestbakje (foto: Renata de Wit) 23
Midden-Delfland AC-MD
24
Telresultaat ronde 1, 2 en 3 (1 april / 1 mei / 1 juni)
25
5.1 Aalkeetbinnenpolder
5.2 Aalkeetbuitenpolder Noord Deze polder ligt tussen Maasland en Vlaardingen ten noorden van de A20. Met de komst van de Blankenburgtunnel zal er nog meer asfalt in deze polder komen. In de Aalkeetbuitenpolder zijn een eendenkooi en 2 grote wateren (Rijsplas en Krabbeplas) aanwezig. De snelweg, eendenkooi en 2 boerderijen staan in het midden van de polder, wat de openheid niet ten goede komt. Het grasland in noord bestaat grofweg uit twee delen met in het oosten land van Natuurmonumenten (NM) waar in het voorjaar een hoge waterstand gehanteerd wordt, in het midden droger grasland met intensief agrarische gebruik. In 2020 was het leukste nieuws dat 2 visdieven jongen kregen op de eilandjes die John Kleijweg deze winter bij Maarten Moerman had gelegd. Ook zaten hier weer een kievit en tureluur met jongen, op een stuk waar al jaren geen weidevogels gebroed hadden. Achterin bij Maarten zat een gele kwikstaart. 2 paar grutto’s hebben bij Jeroen van der Kooij gebroed en jongen grootgebracht en bij NM zat een paartje zomertaling. Areaal grasland: 145,58 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 76 Trend 2000 - 2015: afname Trend laatste 5 jaar: afname *soorten: Gele Kwikstaart, Graspieper, Grutto, Kievit, Kluut, Scholekster, Slobeend, Tureluur, Veldleeuwerik, Zomertaling
Figuur 23 Jonge visdief bij Maarten Moerman (foto: Ferry van der Lans)
Areaal grasland: 61,65 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 18 *soorten: Graspieper, Kievit, Scholekster, Tureluur
26
27
Figuur 24 Grutto Aalkeetbuitenpolder Noord (foto: Jos Aarden)
5.2.1 Beschermen bij Jeroen van der Kooij Dinsdag 24 maart was onze eerste dag. We waren blij met zo veel vogels te zien, grutto’s, kieviten, tureluur, graspieper en veldleeuwerik. Erg leuk en een goed begin. Maar het werd minder en de grond werd droger, weinig plas-dras plekken. En er was vaak veel wind op de dagen dat wij liepen. Ook niet altijd warm dus, kippenvel op mijn blote benen, hihi eigen schuld. De grutto’s wel weer gezien dit jaar en ze waren boven ons hoofd aan het tieren, maar... geen pulletjes gezien, jammer!! Wel dit jaar vogels die uit de sloot op vlogen. Aan John Kleijweg gevraagd en het bleken watersnippen te zijn. Dat was erg leuk. Veel pinksterbloemen en het land zag soms paars/blauw van de dovenetel en hondsdraf, een prachtig gezicht. Dit jaar ook de vos weer gezien achter in het land, vast wezen snacken, ook weer een beetje jammer voor ‘onze vogels’. Iedere week hoorden we de leeuwerik, dat was dan weer erg leuk. Jos heeft dit jaar weer een paar keer met de camera gezeuld. Dat is nog wel een dingetje om de vogels goed in de lens te krijgen. Maar ach, we hadden de tijd. Ook hebben we de purperreiger gezien, schijnt bijzonder te zijn. En een tapuit. Op een zaterdag zijn we met Martin van Holsteijn meegelopen, maar er was zo veel wind dat de vogels boven ons hoofd wegwaaiden, dus ook een beetje jammer. Maar we hebben wel weer wat geleerd.
Volgend jaar misschien meer van zulk soort momenten met de mannen met kennis van de vogels? Dit jaar de karnemelk van Jeroen geproefd die erg lekker was. Oh ja, ook nog wat vogels om de boerderij gespot. Meest dronken we na afloop ergens onze thee en kletsten we nog na over de vogels en andere dingen. Al met al een leuke tijd weer, maar qua vogels hebben we wel betere jaren gehad hier. Hartelijke groet en Jeroen bedankt dat we weer mochten lopen in jouw land. Jos en Ella
Figuur 25 Pinksterbloem en weidevogels tellen Aalkeetbuitenpolder Noord (foto: Ella Mosterd) 28
29
5.3 Aalkeetbuitenpolder Zuid Het gedeelte van de Aalkeet ten zuiden van de A20 en ten noorden van de Zuidbuurt. Het betreft voornamelijk land op afstand, aangezien in deze polder geen boerenbedrijf meer zit. Deze polder is de laatste jaren behoorlijk onder druk komen te staan. Vermoedelijk is dit te wijten aan de werkzaamheden aan de nieuwe Blankenburgtunnel, waarvan de aan- en afvoerwegen rakelings langs het gebied lopen. In zuid liggen graslanden met vrij hoge waterstand en extensief agrarisch gebruik. Grutto’s zijn het meest gevoelig voor verstoring en die zaten er dit jaar niet meer. Sowieso zaten er niet veel weidevogels meer dit jaar, maar wel 2 paar graspiepers. Areaal grasland: 66,41 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 26 Trend 2000 - 2015: afname Trend laatste 5 jaar: afname *soorten: Graspieper, Kievit, Tureluur
Figuur 26 Grutto Aalkeetbuitenpolder noord (foto: Jos Aarden) 30
31
5.4 Ackerdijkse polder Oost Het deel ten oosten van de A13 is vrijwel helemaal natuurreservaat van Natuurmonumenten, beter bekend als de Ackerdijkse plassen. De weidevogels broeden in het achterste deel van het gebied, dat mooi te overzien is van het fietspad. Dit was de laatste plek waar kemphaantjes broedden in de jaren 2000 in Midden-Delfland. In de natte graslanden zitten behalve grutto’s en tureluurs, ook slobeenden en gele kwikstaarten en er broeden kluten, kleine plevieren en kokmeeuwen. Ook dit voorjaar kwamen er weer steltkluten kijken, maar gebroed hebben ze hier nog niet. Areaal grasland: 117,53 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 50 Trend 2000 - 2015: afname Trend laatste 5 jaar: afname *soorten: Gele kwikstaart, Grutto, Kievit, Kluut, Scholekster, Slobeend, Tureluur, Veldleeuwerik
32
33
5.5 Ackerdijkse polder West Dit kleine poldertje is gelegen tussen de A13 en het Schiekanaal ten zuiden van Delft. Er is een hoek grasland met 2 boerenbedrijven, maar voor de rest is de polder ingericht als recreatiegebied met nudistencamping en al. Het grasland is voor een groot deel onder beheercontracten en bestaat uit vochtig grasland met brede watergangen en is geschikt voor weidevogels. Het vooral de beperkte openheid die het gebied parten speelt. In 2020 was weer een mooie, gevarieerde vogelstand aanwezig bij Arie van den Berg van bijna 100 paar per 100 ha met grote aantallen kieviten, grutto’s en tureluurs. Ook graspieper, visdief, kuifeend, slobeend zijn van de partij. Areaal grasland: 84,57 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 102 Trend 2000 - 2015: afname in met name zuidelijk deel Trend laatste 5 jaar: stabiel *soorten: Graspieper, Grutto, Kievit, Scholekster, Slobeend, Tureluur
6.5.1 Beschermen bij Arie en Bas van den Berg Dit seizoen leek niet zoveel anders te worden dan de andere jaren. De weidevogels op deze percelen heb ik nu voor het vierde jaar geteld en steeds was de weidevogelbezetting heel goed, met dank aan het vogelgastvrije beheer door Arie van den Berg van zijn terrein. Eind maart startte het seizoen weer goed als gebruikelijk, met volop broedparen kievit, ruimschoots tureluurs en scholeksters, en alvast een aantal beginnende grutto’s. De weken daarna zette die trend zich goed voort en liepen ook de aantallen gruttoparen, graspiepers en broedende eenden op. Inmiddels hadden we te maken met een warm en droog voorjaar. Toen Figuur 27 Kokmeeuwnest (foto: Evelien van Beek) april overging in mei was de hoeveelheid alarmerende grutto’s, tureluurs en kieviten aanzienlijk en leek er niet veel anders aan de hand dan andere jaren. Half mei waren er naast de al grotere jonge kieviten ook wat jonge grutto’s te zien tussen het inmiddels lange gras. Ook met de tureluurs en scholeksters leek het onverminderd goed te gaan. Maar eind mei/begin juni was het ineens anders: op één paartje na waren plotseling alle grutto’s vertrokken. De aankondiging daarvan kwam al binnen bij de ontvangst van de 3e ronde van de polderbrede telling van 29 mei, waarop nog maar twee paartjes grutto te zien waren. Een dramatische ontwikkeling.
De lange droge periode moet een desastreus effect hebben gehad op het broedsucces van de grutto’s. De andere weidevogels lijken er minder last van te hebben gehad, die aantallen bleven tot aan het eind van het seizoen vrij stabiel goed. Verder waren de beide eilandjes weer bezet met broedende visdieven en ook een aantal broedparen slobeend, krakeend, kuifeend en wilde eend moet – al dan niet succesvol – in en langs de percelen hebben gebroed. Ook werd eenmaal een zomertaling gesignaleerd, die ik daarna helaas niet meer heb gezien. Een kokmeeuwpaar begon begin juni een nest als overburen van de visdieven. Daarnaast is de graspieper ieder jaar steeds met een drie- of viertal paartjes broedend aanwezig. Al met al een merkwaardig jaar dat helaas een slechte uitkomst voor de grutto’s opleverde. Hopelijk brengt volgend jaar wel een voorjaar met erg vogelvriendelijk weer! Evelien van Beek
Koeien van Bas en Arie (foto: Evelien van Beek) 34
35
5.6 Bergboezem Een omdijkt poldertje, dat sinds 2011 onderdeel is van de Groenzoom en extensief beheerd wordt. Het ligt tegen de Oude Leedepolder aan en grenst aan bedrijventerrein Oudeland en de Ackerdijkse plassen. Het betreft een waterberging zonder bewoning met oud grasland dat erg ongelijk is en waar extensief beheer wordt uitgevoerd. In 2020 stonden percelen regelmatig onder water, maar door het ongelijke maaiveld leidt dat tot 2 belangrijke hoeken met plasdras, waar veel vogels op af komen. Dit heeft al veel bijzondere steltlopers op doortrek aangetrokken en in 2020 zat er bijvoorbeeld een poelruiter. Ieder jaar komen er steltkluten langs. In dit poldertje wordt altijd makkelijk een dichtheid van 100 paar per 100 hectare geteld. Areaal grasland: 65,38 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 190 Trend 2000 - 2015: stabiel Trend laatste 5 jaar: afname *soorten: Gele kwikstaart, Grutto, Kievit, Kleine plevier, Kluut, Scholekster, Slobeend, Tureluur, Veldleeuwerik, Zomertaling In 2016 is er maar één ronde geteld en in 2017 in het geheel niet.
36
37
Figuur 29 Steltkluut in de Bergboezem (foto: Ferry van der Lans)
38
39
5.7 Commandeurspolder Deze polder ligt direct ten oosten van het dorp Maasland. Er is middenin de polder een eendenkooi aanwezig en in het westelijk deel percelen met bos en recreatiegebied. Langs alle randen van de polder zijn bomenrijen aanwezig en een natuurvriendelijke oever met veel riet loopt door de polder. Het grasland bestaat uit extensief grasland met hoge waterstand in het zuidelijk deel, een droger en intensiever middendeel en in het noorden delen met hoge waterstand en zowel intensief beheerde percelen als percelen met beheercontract. De meest zuidelijke percelen behoren tot het in 2019 opgerichte weidevogelkerngebied Commandeurspolder. Het hoogtepunt hier was dat een zomertaling met jongen werd gezien door John Kleijweg. Sowieso zaten er weer veel vogels in het 2e jaar van het weidevogelkerngebied. De plasdrasgebieden van Nell, Dijkshoorn en Zegwaard trokken veel vogels, zodat er meer dan 200 territoria geteld werden, waaronder graspiepers, veldleeuweriken en slobeenden. Op voorbeweide percelen bij van Woerden werden veel nalegsels gemaakt door kieviten en scholeksters, maar ook door slobeenden, wilde eenden, tureluurs en grutto’s. Areaal grasland: 184,63 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 100 Trend 2000 - 2015: afname Trend laatste 5 jaar: stabiel
5.7.1 Weidevogelkerngebied Commandeurspolder 2020 was het 2e weidevogelseizoen voor het in 2019 geopende Weidevogelkerngebied Commandeurspolder. In 2020 zijn er 9 soorten weidevogels met in totaal 68 territoria vastgesteld in het kerngebied. Het is een goed resultaat en een (sterke) toename in het aantal broedparen ten opzichte van voorgaande jaren. Het totaal aantal territoria is min of meer verdubbeld sinds de inrichting van het kerngebied en ten opzichte van verleden jaar nam de stand met 10% toe. Alle soorten zijn toegenomen, tevens zijn niet jaarlijkse broedvogels allemaal aanwezig in 2020. Het broedsucces is nogal matig in 2020.
*soorten: Graspieper, Grutto, Kievit, Scholekster, Slobeend, Tureluur, Veldleeuwerik, Zomertaling
Figuur 30 Dit jaar zijn de koekoeksbloemen, die met de inrichting waren ingezaaid in de slootkanten, goed opgekomen (foto: Martin van Holsteijn)
40
41
5.8 Dijkpolder Deze polder ligt direct ten westen van Maasland en wordt doorsneden door de A20. Er is een ijsbaan aanwezig in het oostelijk deel en ten westen van de A20 bestaat de polder uit akkerbouwgebied en bedrijventerrein. Door boerderijen met oprijlanen middenin de polder is er beperkte openheid in de polder. Het grasland wordt naar het oosten toe steeds lager en natter, zodat de meeste weidevogels dichtbij het dorp zitten. Een maïsperceel in het westen trok nog wat kieviten. Het grasland gebruik is agrarisch en er zijn percelen met beheercontract. In de winter van 2019/2020 is bij Van Buuren een klein natuurgebiedje aangelegd, waar de Vogelwerkgroep bij betrokken was en in het natte deel zaten dit jaar meteen kieviten, grutto’s, scholeksters en tureluurs, die je vanuit de bebouwde kom van Maasland kan bekijken. Achter de hertenkamp in Maasland zit ook een mooie concentratie vogels. Circa 50 territoria per 100 hectare in deze polder. Areaal grasland: 245,38 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 49 Trend 2000 - 2015: afname Trend laatste 5 jaar: stabiel *soorten: Grutto, Kievit, Scholekster, Slobeend, Tureluur
42
43
5.8.1 Weidevogelgebied Dijkpolder In februari 2020 werd de mogelijkheid geboden door een particulier om een aantal ha grasland in de Dijkpolder in Maasland weidevogelvriendelijk in te richten. Het was kort dag maar door veel inzet van vrijwilligers en loonwerkers lukte het toch om een groot deel van de werkzaamheden op tijd te realiseren. Sloten werden plas-dras gegraven, waterafvoer werd omgeleid zodat water vastgehouden werd. Zonnepomp geïnstalleerd en de oevers ingezaaid met een inheems bloemen en kruidenmengsel. Ook een afrastering om Figuur 31 plas-dras Dijkpolder (foto: Paul Korstanje) katten tegen te houden werd geïnstalleerd! We waren nog niet klaar of de eerste kieviten melden zich al! Gevolgd door 2 paar grutto’s en minstens 4 paar tureluurs en 2 paar scholeksters. Wat het broedsucces geweest is, is niet precies te zeggen. Wel hebben we minstens 3 paar kieviten met jongen gezien. Ook een grutto met jongen en zeker 3 tureluurs met jongen. Ook 2 paar scholekster hadden jongen. 2 paar kieviten hadden zelfs eind juni nog jongen! En ook een slobeend zwom op een gegeven moment voorbij met 6 pijltjes! Kortom een succes! De uitgegraven zwarte grond was erg in trek bij de kieviten als broedplaats, ook voor komend broedseizoen worden stroken zwarte grond gemaakt. In het najaar worden nog een aantal percelen grasland doorgezaaid met een kruidenrijk mengsel.
We kregen veel respons van buurtbewoners die het een prachtig project vonden en er erg blij van werden. De weidevogelwerkgroep en Vockestaert adviseerden ons begeleidde in de vergunning aanvraag. Speciaal dank natuurlijk aan BVB Substrates die het project mogelijk maakte! Figuur 32 Gruttonest Dijkpolder (foto: Paul Korstanje) Arjen Keijzer en Paul Korstanje 44
45
5.9 Dorppolder Deze polder is gelegen tussen Schipluiden, Maasland en De Lier. Het westelijk deel van de polder bestaat uit glastuinbouw, het oostelijk deel uit grasland. Er is een recreatiegebied aanwezig; ’t Kraaiennest. Er is behoorlijk wat openheid in de polder, enigszins beperkt door Huis ten Dorp middenin de polder. Het grasland is in agrarisch gebruik met een concentratie aan percelen met zwaar beheer in het zuidelijk deel. Het midden van de polder is het meest intensief in gebruik en hier zijn enkele maïsakkers te vinden. Het noordelijk deel is natter en was vroeger erg goed voor weidevogels. Het aantal territoria nam fors af in 2020 ten opzichte van verleden jaar. Er zaten vooral minder kieviten bij Olsthoorn en minder grutto’s bij Van der Well. De meeste vogels zitten middenin de polder bij Van Winden, Van Adrichem en Sunder, waar het wel goed ging. Areaal grasland: 221,23 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 39 Trend 2000 - 2015: sterke afname Trend laatste 5 jaar: afname *soorten: Graspieper, Grutto, Kievit, Scholekster, Slobeend, Tureluur, Veldleeuwerik, Wintertaling
46
47
5.10 Duifpolder Deze polder ligt tussen de Gaag en de Vlaardingse vaart en tussen Schipluiden en de Kwakelweg. Naar het zuiden toe wordt de polder steeds natter. Langs de Duifpolderweg liggen enkele eilandjes met visdieven en kokmeeuwen. In de Duifpolder zitten veruit de meeste weidevogels van heel Midden-Delfland. Deze polder heeft het allemaal: hoog waterpeil, rust, openheid, melkvee, ondiepe slootjes, greppels, laat maaien, plasdras en weinig predatie zorgen hier voor goede omstandigheden voor de weidevogels. De dichtheid is dan ook ruim 100 paar per 100 hectare. Bijzondere waarnemingen in 2020 was de grote karekiet die net als in 2019 zat te zingen in een rietkraag langs de Duifpolderweg. Een vale gier zat enkele uren in de polder, er werden koereigers gezien en een kwartel gehoord. Areaal grasland: 296,11 hectare Broedpaar* per 100 hectare: 152 Trend 2000 - 2015: toename Trend laatste 5 jaar: stabiel *soorten: Gele kwikstaart, Graspieper, Grutto, Kievit, Scholekster, Slobeend, Tureluur, Veldleeuwerik, Watersnip, Zomertaling