A 033 Toelichting op 2e periodieke begrotingswijziging jeugd.pdf
Tekst van het document
Gemeente Midden-Delfland
Anna van Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZG Schipluiden T (015) 380 41 11, F (015) 380 99 92 E gemeente@middendelfland.nl, I www.middendelfland.nl
Aan de leden van de gemeenteraad
Ons kenmerk Uw brief van Uw kenmerk Bijlagen
2021-14602 f 21Z.002678
Verzonden
27^
Onderwerp Toelichting Tweede Periodieke Begrotingswijziging Jeugd
Datum 25 mei 2021
202]
Geachte leden van de Raad,
Bij de raadsbrief van 24 september hebben wij u geïnformeerd over de gestegen prognose voor de kosten van de geïndiceerde jeugdzorg in 2020. Waar de prognoses tot augustus een stabiel beeld lieten zijn, lieten de cijfers vanaf september een aanzienlijke stijging zien. In de werkgroep sociaal domein van 5 oktober is duiding gegeven bij deze stijging. Tevens is daarbij een stand van zaken gegeven rond de reeds ingezette en de voorgenomen maatregelen op het gebied van kostenbeheersing. Het ging daarbij enerzijds om de lokale maatregelen: met name de dóórontwikkeling van het maatschappelijk team, voortvloeiend uit het plan van aanpak kostenbeheersing. Anderzijds betrof het de regionale maatregelen: de kosten beheersende maatregelen in de nieuwe H10-aanbesteding. Met deze brief informeren wij u over de voortgang op twee zaken die in de raadswerkgroep zijn besproken. Ten eerste ontvangt u (in deel 1 van deze brief) een voortgangsbericht over de ontwikkeling van het Maatschappelijk Team en de implementatie van de kosten beheersende maatregelen. Het betreft voor dit moment een korte stand van zaken. Voor het zomerreces, zijn we voornemens hier in de raadswerkgroep sociaal domein een presentatie over te verzorgen.
Tevens wordt er in dit deel een korte eerste terugkoppeling gegeven over de voortgang van het plan ter verbetering van de bedrijfsvoering in het sociaal domein, waarvoor de raad in december 2020 een plan van aanpak heeft vastgesteld. Ten tweede informeren we u (in deel 2 van deze brief) over de financiële prognose jeugdzorg voor 2021 en verder. Dit deel van de brief vormt daarmee ook een uitgebreide toelichting bij het onderdeel jeugd in de tweede periodieke begrotingswijziging. Deel 3 van de brief betreft een kort resumé
MIX Van verantwoorde herkomst
FSC* C001697
cittaŜIoSL'
Deel I: Dóórontwikkeling van het Maatschappelijk team
1.
Inleiding
In het licht van de analyses van werkprocessen in het sociaal domein en de sterke ambitie om grip te krijgen op de kostenontwikkeling in de jeugdhulp, is in het najaar van 2019 geconcludeerd dat een wijziging van de structuur en taakverdeling noodzakelijk is in het maatschappelijk team. Met het vaststellen van het plan van aanpak kostenbeheersing jeugdhulp in maart 2019 en het beleidskader jeugd medio 2020 is de richting hiervoor bestuurlijk vastgesteld in de gemeenteraad. Na vaststelling heeft de directeur Samenleving en Dienstverlening in opdracht van het college de dóórontwikkeling verder in gang gezet. Een aantal inhoudelijke zaken (ten aanzien van bijvoorbeeld de werkprocessen, de ICT-inrichting, en de scholing) is reeds in gang gezet of afgerond. Daarnaast is vanaf mei 2020 door de nieuwe teammanager van het maatschappelijk team voorbereidend werk verricht voor de organisatorische wijzigingen. Eind 2020 heeft het college de organisatorische wijzigingen voortkomend uit het plan van aanpak kostenbeheersing jeugdhulp en het beleidskader jeugd vastgesteld.
2.
De organisatieverandering in het kort
In de oorspronkelijke opzet van het maatschappelijk team waren alle gemeentelijke functies voorvloeiend uit de jeugdwet samengevoegd in één team. Daarbij was geen sprake van functiescheiding (alle medewerkers konden op alle gemeentelijke functies worden ingezet). Het team was samengesteld uit zorgprofessionals die werkzaam zijn bij verschillende organisaties. Alleen de teammanager was direct werkzaam voor de gemeente. In het nieuwe model maken wij een onderscheid: Zorgregisseurs/consulenten jeugd: Dit betreft professionals belast met zorgregie, die tevens verantwoordelijk zijn voor de toegang tot de geïndiceerde zorg en het bewaken van de voortgang en resultaten. Dit betreffen werknemers in dienst van de gemeente, die rechtstreeks onder aansturing vallen van de gemeentelijke teammanager. Ambulante hulpverleners jeugd: Dit betreft professionals die in opdracht van de gemeente licht ambulante hulp bieden in gezinssituaties en/of rond school dan wel huisarts (POH). Deze medewerkers zijn in dienst bij een gespecialiseerde moederorganisatie (afhankelijk van de discipline van zorg die het betreft). De gemeente maakt jaarlijks prestatie/subsidie-afspraken over de te leveren ambulante hulp en de aantallen te bedienen kinderen/gezinnen. De omvang van die ambulante hulp kan via subsidie-afspraken meebewegen met ontwikkelingen in de vraag.
Bij een eventuele uitbreiding, betekent dit een toename van het totaal van de zorgkosten in natura (ZIN). Bij een afname van lokaal ambulante hulp drukt dit juist de kosten op deze post. Dit betreft enkel de kosten van het via subsidie-afspraken inhuren van hulpverleners. Wanneer de zorgvraag toeneemt, maar het aantal lokaal ambulant hulpverleners niet, dan zal die hulp gegeven worden door jeugdhulpaanbieders. Dit brengt een kostenstijging van zorg in natura met zich mee.
3.
Gevolgen voor werkwijze en team
Gevolg van bovenstaande organisatieverandering is dat het brede maatschappelijk team geleidelijk is omgevormd tot een klein team van professionals in gemeentelijke dienst. Deze professionals worden geschoold in alle functies die behoren bij de toegangsfunctie en het voeren van zorgregie. Als onderdeel van hun toegangsfunctie worden deze medewerkers verder geprofessionaliseerd in het kunnen toewijzen van PGB's en indiceren binnen het richtinggevend kader. Professionals zijn SKJ 2
geregistreerd, maar bieden zelf uitsluitend zorg voor zover dit aan de orde is in hun rol van zorgregisseur, of wanneer dit in het kader van een specifiek preventief project benodigd is. Medewerkers van het lokaal team zijn ook eerste aanspreekpunt en zorgregisseur bij casuïstiek die voortkomt vanuit de veiligheidsketen en de maatschappelijke opvang/bemoeizorg. Maatschappelijke opvang/bemoeizorg zal op termijn verschoven worden naar WMO. Jaarlijks worden subsidie-afspraken gemaakt met een aantal organisaties voor het leveren van aantallen uren/trajecten aan ambulante hulp. De precieze inkoop van zorg en de verhouding daarbinnen (zorg voor jeugd, zorg voor gezinnen, zorg voor volwassenen) kan jaarlijks verschillen op basis van de ontwikkeling van de vraag. De professionals die namens de gesubsidieerde organisaties deze hulp bieden, hebben korte lijnen met de medewerkers van het maatschappelijk team. Zij kunnen, op aangeven van het maatschappelijk team snel worden ingezet voor ambulante hulp in toegewezen casuïstiek. Binnen de prestatieafspraken worden ook afspraken gemaakt over het vervullen van contactfuncties namens het lokaal team in scholen, bij kinderopvang en/of bij huisartsen.
Essentie van de inzet vanuit de ambulante schil is in alle gevallen: vroegtijdig en preventieve lichte inzet, gericht op versterken van de eigen regie van ouders, teneinde (verzwaring van) problematiek in een vroeg stadium tegen te gaan. In feite vormt de ambulante schil onze 'Zorg van het Huis': snel inzetbaar, zonder doorverwijzing en indicatie.
4.
Huidige samenstelling van het team
De afgelopen periode is geleidelijk toegewerkt naar de gewenste situatie en het omzetten van een deel van de gesubsidieerde inzet naar gemeentelijke formatie. Dat proces is eind januari afgerond met het omzetten van de inzet van twee medewerkers vanuit de moederorganisatie naar een gemeentelijke aanstelling. Gelijktijdig met deze wijziging is het contract van een tijdelijke juniormedewerker omgezet in een vaste aanstelling en is de functie kwaliteitsmedewerker (voorheen onderdeel van team beleid) overgeheveld naar het maatschappelijk team. Met alle gesubsidieerde organisaties die inzet leveren in de flexibele schil, zijn eind januari afspraken vastgelegd. Het beeld voor 2021 is hierdoor als volgt:
Kernteam: Functie Zorgmedewerker MT
Fte 4,5
Medewerkers 5
Kwaliteitsmedewerker
0,6
1
Teammanager
0,9!
1
ínhoud werk Jeugd/gezin: Casusregie Toegangsfunctie Indicatiestelling PGB's Aansluiting voorliggend veld. Niet specifiek jeugd: Bemoeizorg /maatschappelijke opvang Regie casuïstiek veiligheidsketen VTH Implementatie van processen en wijzigingen in de uitvoering Collegiale toetsing indicaties Behandelen zaken bezwaar en beroep Algehele aansturing van maatschappelijk team, team wmo en leerplicht.
1 De teammanager is behalve manager van het maatschappelijk team ook leidinggevende van het team Wmo (valt buiten de scope van deze notitie, maar zijn nauw met elkaar verbonden) 3
Flexibele schil ambulante zorg: Functie Capaciteit in uren per week 166 uur Ambulant tot hulpverlener oktober 2021 142 uur vanaf oktober 2021
Aantal medewerkers Negen medewerkers voor in totaal 4,6 fte verdeeld over 6 organisaties. Na oktober acht medewerkers voor in totaal 3,9 fte
Werkzaamheden Jeugd/gezin: Ambulante hulp (o.a. J-GGZ, JenO, jeugd maatschappelijk werk) Jongerencoaching/begeleiding Spilfunctie richting huisartsen Niet specifiek jeugd/gezin: Algemeen maatschappelijk werk (in beperkte mate geboden in MD)
5. Volgende stappen
Met de genomen stappen hebben we de gewenste basisstructuur staan. De organisatorische vervolgstappen richten zich op drie elementen: In de eerste plaats worden dit jaar stappen gezet in borging en formalisering van de nieuwe situatie. Zo werkt het team al wel op de nieuwe wijze, maar beschikt de gemeenten op dit moment nog niet over actuele functietypering en - waardering (volgens HR 21) voor de verschillende functies. Nu helder is hoe het team is ingericht en met welke functies, is het moment gekomen deze zaken te formaliseren. Parallel daaraan implementeren we de nieuwe regionale instrumenten rond de kostenbeheersing. Hoewel deze instrumenten ons naar verwachting meer grip op zorgtoewijzingen en kosten gaat opleveren, vraagt het nog wel scholing, gewenning en procesmatige inbedding binnen het werk van de toegangsmedewerkers. De nieuwe regionale instrumenten zijn een forse toename van uitvoeringstaken. Ten slotte vindt dit jaar de inventarisatie van ondersteuningsbehoeften in het lokaal team plaats. Het gaat dan om periodieke opleidingen t.b.v. SKJ-registratie en nieuwe ontwikkelingen, maar ook om het maken van afspraken over flexibele inzet voor collegiale consultatie van bijvoorbeeld een gedragswetenschapper, in situaties waar specifieke kennis is vereist die ons (kleine) team niet in huis heeft.
6.
Ontwikkelingen in de uitvoering
Zoals hiervoor beschreven bevindt het maatschappelijk team zich in een organisatieontwikkeling. We werken hard aan die verandering en tegelijkertijd hard aan het werk dat gedaan moet worden: de hulp en ondersteuning aan kinderen, jongeren en gezinnen met een hulpvraag. Bij het vaststellen van de programmabegroting 2020-2023 zijn bezuinigingen opgelegd op de dienstverlening van het maatschappelijk team. Om de taakstelling te behalen is de capaciteit van het maatschappelijk team (op het onderdeel inhuur via gesubsidieerde inzet) tussen 2019 en nu geleidelijk afgebouwd van 9,1 fte naar 4,5 fte. Gelijktijdig is - deels door omzetting van formatie - de gemeentelijke formatie aan zorgprofessionals opgebouwd van 0,72 fte naar 4,5 fte. Hiermee is invulling gegeven aan de financiële taakstelling. Eerder was voorzien in een verdere afbouw van 24 uur per oktober 2021. Die afbouw achten wij gezien de hieronder toegelichte maatschappelijke ontwikkelingen niet meer opportuun. De opdracht om ten tijde van een toenemende vraag naar zorg, de capaciteit terug te brengen, is een uitdagende opdracht. Het vraagt veel van de inzet van de medewerkers en van de mate waarin het ons lukt als kleine gemeente, met korte lijnen en kennis van onze klanten, om het werk efficiënter en effectiever te doen en tegelijkertijd de nieuwe maatregelen te implementeren.
We zijn die uitdaging aangegaan omdat we er van overtuigd zijn dat het kan: door de klant goed te kennen, zijn 4
mogelijkheden voorop te stellen en te doen wat nodig is. We merken op dit moment echter wel dat het langdurig aanhouden van de coronacrisis zijn effecten heeft op de uitvoering. In de periodieke corona updates aan de raad bent u hierover eerder op hoofdlijnen geïnformeerd Onderstaand informeren we u over de effecten specifiek rond de doelgroep van het maatschappelijk team. Wat we momenteel zien binnen het werkveld: waar bij de eerste lock down de effecten op de meeste gezinssituaties redelijk leken mee te vallen, ervaren de medewerkers inmiddels een kentering: spanningen binnen gezinnen lopen op, met als gevolg dat gezinsproblematiek toeneemt. Dit effect is vooral zichtbaar bij jeugdigen met jeugd-ggz problematiek. Daar wordt een verzwaring van de problematiek waargenomen. de mentale druk op medewerkers neemt toe, naarmate de verhouding tussen 'makkelijke' en 'moeilijke' casuïstiek verschuift. Ziekteverzuim binnen het team is toegenomen. de inzet vanuit het team richting overlastgevende gezinnen en bemoeizorg is het afgelopen jaarfors toegenomen ten opzichte van 2019. Het aantal casussen is met meer dan lO^o toegenomen en de complexiteit per casus is ook toegenomen.
Met het bieden van bemoeizorg wordt voorzien in een duidelijke behoefte (ook vanuit de ketenpartners en de veiligheidskamer), maar de inzet hiervoor van enkele medewerkers van het team is aanzienlijk hoger dan voorheen. vanaf januari 2021 zijn in de werkwijze van de toegang de nieuwe kosten beheersende maatregelen ingevoerd (maximale bestedingsruimte, toetsing VOTS van huisartsen, richtinggevend kader). Deze worden momenteel regiobreed geïmplementeerd, maar die nieuwe taken vragen veel tijd en energie. Vooral de toetsing van de VOTS is een belangrijke nieuwe taak: daarmee komt er meer grip op de eerstelijnsverwijzingen, maar het zijn casussen die we voorheen niet zagen en die nu wel door het MT beoordeeld moeten worden. ervaringen over de afgelopen periode leren dat naarmate we strenger worden in de toegang tot de zorg, dit leidt tot meer procedures en bezwaren. Dit legt extra druk op het team.
7.
Huidige situatie
In het voorgaande hebben wij u meegenomen in de dóórontwikkeling van het maatschappelijk team. De in het beleidskader jeugd voorgenomen organisatorische dóórontwikkeling ligt op schema, en is grotendeels afgerond. Er liggen voor de komende tijd met name nog werkzaamheden op het gebied van de formalisering van het functiehuis, en het afronden van het interne opleidingsplan. In de uitvoering zien we wel een aantal knelpunten: de aard en omvang van de vraag vanuit de samenleving neemt toe, en de langdurige hoge werkbelasting begint zijn tol te eisen. Tegelijkertijd vragen de regionale maatregelen in de toegang veel energie in de implementatie. Al met al leiden deze ontwikkelingen ertoe dat het verder terugbrengen van de flexibele schil van ambulante hulp vooralsnog niet reëel is. Een toename in de zorgvraag en de uitvoeringstaken brengen meer uitvoeringskosten met zich mee. Teneinde wachtlijsten en een toename van de verwijzingen naar geïndiceerde zorg te voorkomen, lijkt het inhoudelijk en financieel raadzamer de flexibele schil de komende periode juist te versterken. Daarmee dient in ieder geval de corona nafase te worden overbrugd.
8. Uitvoering plan van aanpak optimaliseren bedrijfsvoering en ICT Sociaal Domein
Parallel aan de ontwikkeling van het maatschappelijk team is er gewerkt aan de uitvoering van het plan van aanpak optimaliseren bedrijfsvoering en ICT Sociaal Domein. Dit plan van aanpak is in
5
december 2020 in uw raad vastgesteld en betreft de versterking van de gehele bedrijfsvoering in het sociaal domein. Het betreft daarmee dus naast het terrein jeugd, ook velden als de Wmo, schuldhulpverlening en Participatiewet. In 2021 is er gestart met de uitvoering van dit plan van aanpak. De eerste inzet hierbij was gericht op het op orde brengen van de formatie, om zo ruimte te creëren het plan van aanpak uit te voeren. De inzet van de tijdelijke medewerker bedrijfsvoering is in januari verlengd en in maart 2021 is de specialist berichtenverkeer gestart. Beide medewerkers hebben inmiddels hun meerwaarde getoond. Bij de bedrijfsvoering is door de inzet van deze medewerker meer ruimte ontstaan om achterstallige werkzaamheden op te pakken. Zo zijn de tussenrekeningen en financiële aansluitingen op orde gebracht en is een start gemaakt met het herinrichten van begrotingsposten. Het aandachtspunt bij de bedrijfsvoering blijft echter de hoeveelheid wettelijke taken die wij moeten uitvoeren en de inzet die wij moeten plegen in de regio. Dit om voldoende aangehaakt te blijven bij nieuwe ontwikkelingen en onze inbreng te kunnen leveren bij de regionale projecten en inkooptrajecten. Met als doel zoveel mogelijk rendement te halen uit de regionale samenwerking. Te zijner tijd zal geëvalueerd worden wat de benodigde inzet voor de diverse werkzaamheden is.
De specialist berichtenverkeer pakt inmiddels de complexere zaken met betrekking tot het Berichtenverkeer op. Werkzaamheden die tot nu toe vooral werden uitgevoerd door de applicatiebeheerder sociaal domein. De specialist berichtenverkeer is de expert in de steeds complexere taken die op ons zijn afgekomen in dit dynamische speelveld. Ook is zij een belangrijke spil tussen de zorgaanbieders en de gemeente en tussen de diverse interne afdelingen, zoals de administratie, het maatschappelijk team, bedrijfsvoering en ICT. De komende maanden zal zij zich ook gaan richten op het signaleren van onrechtmatigheden en het uitvoeren van controlewerkzaamheden. Door de inzet van de specialist berichtenverkeer zal de applicatiebeheerder zich meer kunnen richten op zijn eigenlijke werk. Rond de jaarwisseling is door de applicatiebeheerder veel inzet gepleegd om de conversie naar de nieuwe iWmo en iJeugd berichten soepel te laten verlopen. Met een voor onze gemeente goed resultaat, de overgang naar dit vernieuwde Berichtenverkeer heeft in Midden-Delfland weinig problemen opgeleverd. Daarnaast zijn de systemen inmiddels grotendeels zo ingericht en aan elkaar gekoppeld, dat we op korte termijn veel handmatig werk kunnen automatiseren. Dit wordt in de tweede helft van het jaar verder uitgerold.
Door het uitvoeren van een quickscan in de Suite voor Sociaal Domein (S4SD) hebben we de grootste knelpunten in de belangrijkste applicatie geïnventariseerd. Inmiddels is een start gemaakt deze knelpunten stapsgewijs op te lossen, door de systemen op onderdelen opnieuw in te richten. Dit krijgt het komende halfjaar een vervolg. Voor schuldhulpverlening is het noodzakelijk dit jaar een nieuwe applicatie aan te schaffen, nu blijkt dat de huidige applicatie met ingang van 2022 verdwijnt. Dit biedt echter wel de mogelijkheid om de processen direct bij aanvang zo optimaal mogelijk in te richten. Op dit moment inventariseren wij de verschillende applicaties en hun mogelijkheden. De komende maanden zal de inzet vooral gericht zijn op het stapsgewijs op orde brengen van de werkprocessen, het ontwikkelen en aanpassen van standaardrapportages en -brieven en het trainen van medewerkers. De start van zowel de kwaliteitsmedewerker Jeugd/WMO als de kwaliteitsmedewerker Werk en Inkomen/schuldhulpverlening in april gaat hier naar verwachting versnelling in aanbrengen. In de afgelopen maanden zijn wij vooruitlopend hierop bij het ontwikkelen van nieuwe werkprocessen (bijvoorbeeld voor de TONK en de kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie) bewust gestart met het organiseren van een multidisciplinair overleg.
Wij stemmen op deze wijze voor dat we het proces inrichten af met de beleidsadviseur, de uitvoering, de administratie, de bedrijfsvoering en de applicatiebeheerder over wat moet en wenselijk is. Op deze wijze sluiten de onderdelen in het proces beter op elkaar aan, waarmee wij problemen in de toekomst voorkomen. Tevens draagt dit bij aan het saamhorigheidsgevoel en meer onderlinge kennis over en begrip voor eikaars werkveld. Er zijn dus al flinke stappen gezet. In juni wordt u tijdens de raadsinformatieavond geïnformeerd over de verdere ontwikkelingen met betrekking tot het plan van aanpak optimaliseren bedrijfsvoering en ICT Sociaal Domein.
6
Deel II: prognose kosten jeugdzorg
1.
Inleiding
Bij de derde periodieke begrotingswijziging 2020 is het verwachte tekort op basis van de prognosecijfers incidenteel bijgeraamd voor 2020. Over de structurele doorwerking hebben we u toegezegd hierop bij de eerste of tweede periodieke begrotingswijziging 2021 terug te komen. De reden daarvoor was tweeledig: enerzijds verwachtten wij in het eerste kwartaal een beter beeld te kunnen verkrijgen van de structurele doorwerking van de ontwikkelingen uit 2020. Anderzijds verwachtten wij dat in het voorjaar 2021 meer helderheid zou ontstaan over rijksmaatregelen ten aanzien van de omvang van het macro budget. Op basis van berekeningen die gedaan zijn in het kader van de invoering van maximale bestedingsruimte is bij de eerste periodieke begroting al gedeeltelijk bijgeraamd. Daarbij is aangegeven dat gevolgen van overige ontwikkelingen pas op z'n vroegst bij de tweede periodieke meegenomen kunnen worden. In de brief wordt de bijraming toegelicht die in de tweede periodieke begrotingswijzing is opgenomen. Deze bijraming resulteert in een bijraming van 410.000 euro uit de algemene reserve. Van die 410.000 is de verwachting dat circa 200.000 kan worden gedekt vanuit de op 22 april aangekondigde extra rijksmiddelen. De onderstaande analyse zal ook de basis vormen voor het aanleveren van gegevens voor de begroting 2022-2025. 2.
Verloop kosten
ZIN en LTA Risico buffer Ambulante schil Toekende Rijksbijdrage decembercirculaire en afspraak VTH Bijdrage algemene reserve Totaal
Kosten 2021 e.v. op basis van: bestedingsruimte 950Zo risicopercentage incidentele groei ZIH (zorg in huis) 3.400.000 100.000 80.000
Beschikbaar begroting 2021 (stand na eerste PBW)
Benodigde bijraming 2021 bij tweede PBW
Waarvan ingeschatte dekking via aanvullende rijksbijdrage meicirculaire 2021
3.100.000
77.000
3.580.000
3.100.000
410.000
200.000
487.000
200.000
Toelichting
2.1.
Vooraf: de kracht en beperking van prognoses
Het is belangrijk zo goed mogelijk te prognosticeren hoe de kosten in de jeugdzorg zich ontwikkelen. Om die reden wordt er in regionaal verband veel aandacht besteed aan het continue verbeteren van prognoses. De regionale prognoses en analyses die het servicebureau voor de gemeenten levert, zijn gebaseerd op de declaraties van alle zorgaanbieders. Ze geven ons daarmee de mogelijkheden om trends en ontwikkelingen in het zorggebruik te duiden op basis van geleverde zorg. De meeste trends die we in H10 als geheel zien, zien we ook terug in de analyses van de afzonderlijke gemeenten: met 7
name de kosten voor ambulante hulp zijn door de bank genomen gestegen. Over het algemeen kan daarbij worden gesteld dat de ontwikkelingen in Midden-Delfland wat gunstiger zijn dan gemiddeld genomen in de regio: we hebben relatief minder kinderen in jeugdzorg dan in ons omringende gemeenten en de gemiddelde kosten per kind zijn lager dan elders in de regio. Het aandeel van Midden-Delflandse kinderen in het totaal van de jeugdzorg in Haaglanden is marginaal te noemen: Midden-Delfland kent dan ook 1,7 procent uit van het aantal jeugdigen in de regio. Desondanks kent de systematiek van prognoses nog haar beperkingen. Wij benadrukken daarbij twee elementen: voor wat betreft prognoses heeft de relatief gunstige situatie en de kleine omvang van onze populatie een keerzijde. Juist vanwege de in zowel absoluut als relatieve zin kleine aantallen en de veelal geringe kosten per kind, is het effect van incidentele instroom op de kostenontwikkeling groot. De kostenstijging in 2020 was voor een substantieel deel toe te schrijven aan instroom van een viertal kinderen met een forse zorgbehoefte. Iets soortgelijks deed zich eerder voor in 2018.
Behalve dat het van belang is financieel rekening te houden met dergelijke uitschieters, is het ook relevant te onderzoeken in hoeverre er sprake is van een ontwikkeling in dergelijke zware incidentele casuïstiek: zijn het op zichzelf staande incidenten, welke oorzaken liggen eraan ten grondslag? Is er sprake van een trend om rekening mee te houden? Hoewel de registratiesystemen hier niet in voorzien, willen we de komende periode handmatig dossieronderzoek doen om in beeld te brengen welk aandeel van de instroom in de jeugdzorg het gevolg is van verhuizing, en of daarin sprake is van een ontwikkeling door de járen. Een tweede beperking van de prognoses hangt ermee samen dat deze prognoses gebaseerd zijn op declaraties. Ontwikkelingen of achterstanden in het declaratieproces beperken daarmee de betrouwbaarheid van de prognoses. In 2021 speelt daarbij een extra complexiteit: de landelijke invoering van het zogenaamde 'berichtenverkeer 3.0' is per januari ingevoerd en leidt regionaal op dit moment nog tot veel achterstanden in het verwerken en administreren van de declaraties.
2.2.
Basis voor de prognose: jaarrekening en bestedingsruimte
Omdat de prognose gebaseerd is op gedeclareerde H10 zorg, wordt deze gedurende het jaar steeds scherper. Met ingang van dit jaar hebben we in de wijze van contracteren het instrument van maximale bestedingsruimte ingevoerd. Hierbij is op basis van de geleverde zorg over de voorgaande periode, per gecontracteerde partij per gemeente het kader bepaald van de beschikbare bestedingsruimte waarbinnen zorg kan worden geboden. De bestedingsruimte is nadrukkelijk geen budgetplafond, maar wel aanleiding om in gesprek te gaan met aanbieders, wanneer de maximale bestedingsruimte wordt benaderd. Op basis van de eerste berekening van de bestedingsruimte (in systematiek kan deze gedurende het jaar nog worden aangepast), is het budget bij de eerste periodieke begrotingswijziging opgehoogd met 160.000 voor 2021. De bestedingsruimte is rekening houdend met een te realiseren verlaging gebaseerd op een doorberekening van het verleden. Daarmee wordt dus geen rekening gehouden met autonome ontwikkelingen, incidenten en inhoudelijke verklarende factoren achter toename/afname van typen van zorg. In onze financiële prognose hebben we om dergelijke onvoorspelbare fluctuaties op te vangen een indicatief bedrag toegevoegd ten behoeve van het opvangen van risico's en incidenten.
Omdat fluctuaties zowel kunnen leiden tot een toename van zorg (bijvoorbeeld bij een nieuwe cliënt met een grote zorgvraag) als tot een daling (wanneer een cliënt met veel zorg bijvoorbeeld uitstroomt vanwege een verhuizing), ramen wij dit bedrag voor 2021 indicatief op 100.000.
2.3.
Ambulante schil Maatschappelijk Team ('Zorg In Huis')
In deel I van deze brief is uiteengezet welke gevolgen de huidige maatschappelijke situatie (lock down, toegenomen zorgproblematiek) heeft op onze inwoners en daarmee ook op de inzet vanuit het maatschappelijk team. Op korte termijn is de voorgenomen afbouw op de capaciteit hiermee mede vanwege het ziekteverzuim zeker niet mogelijk. Uitgaande van de beschikbare onderzoeksrapportages
8
(veelal landelijke onderzoeken en verwachtingen) mogen we ervan uit gaan dat de effecten van corona op gezinssituaties vermoedelijk nog enkele járen zullen doorwerken (werkloosheid, echtscheiding, spanningen, etc). Om die reden rekenen wij er op de noodzaak van een tijdelijke uitbreiding van inzet van ambulante hulp, opgehoogd met uitbreiding van uren voor de kwaliteitsmedewerker. Afhankelijk van de ontwikkeling schatten wij deze extra inzet nodig voor een periode van drie jaar. In de tweede PBW ramen wij in dit licht voor 2021 een bedrag van 80.000 ter versterking van de ambulante schil; de zorg wij vanuit het maatschappelijk team, laagdrempelig en snel kunnen bieden.
3.
Extra middelen
3.1 Rijksbijdrage decembercirculaire
In de decembercirculaire werd aangegeven dat het Rijk ook voor Midden-Delfland incidenteel middelen (C77.000) toevoegt aan de algemene uitkering ten behoeve van inzet voor jeugd en kwetsbare groepen. Deze bijdrage wordt aangewend ter gedeeltelijke bekostiging van de benodigde bijraming in de tweede periodieke begrotingswijziging. Door de uitvoerende capaciteit van het maatschappelijk team op peil te brengen, kan het maatschappelijk voorzien in benodigde ondersteuning van kwetsbare jongeren en groepen.
3.2 Rijksmiddelen
Eerder hebben wij u geïnformeerd over het AEF-onderzoek naar de landelijke tekorten in de jeugdzorg. Het AEF-onderzoek toont aan dat er sprake is van een structureel tekortschietende rijksfinanciering aan gemeenten voor de gedecentraliseerde taken in de jeugdzorg. De discussie tussen gemeenten en het kabinet op dit punt is nog verre van afgerond. Vooruitlopend op de onder het nieuwe kabinet te voeren over structureel toereikende financiering, lijkt het demissionaire kabinet in elk geval te erkennen dat er voor de korte termijn extra middelen benodigd zijn. Recent, op 22 april 2021 zijn Rijk en VNG overeengekomen dat het rijk in 2021 in totaal 613 miljoen euro beschikbaar stelt voor knelpunten en tekorten in de jeugdzorg. Het betreft een incidentele bijdrage, gekoppeld aan een set afspraken tussen VNG en Kabinet gericht op onder meer het terugdringen van wachttijden en wachtlijsten. Deze afspraken zullen de komende periode worden geconcretiseerd, waarbij ook zorgaanbieders betrokken worden. Het maken van landelijke afspraken over toereikende financiering van de jeugdzorg na 2021 wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. Van het voor 2021 beschikbaar komende bedrag, zal een deel beschikbaar worden gesteld via de algemene uitkering.
Het gaat daarbij om middelen ten behoeve van het terugdringen van wachttijden en wachtlijsten, en middelen om "gemeenten iets meer financiële lucht te geven bij de overige taken in de jeugdzorg". Hoewel de exacte verdeling van deze middelen over de gemeenten nog niet bekend is, kan - onder voorbehoud van een onzekerheidsmarge - een inschatting worden gemaakt van het aandeel dat de gemeente Midden-Delfland in 2021 naar verwachting ontvangt. Onze inschatting - op basis van een eerder toegepaste verdeelratio en de genoemde bestemming in de kabinetsbrief - is dat van de te verwachten rijksmiddelen tot in totaal 200.000 kan worden aangewend ter dekking van de in de tweede periodieke begrotingswijziging opgevoerde kosten. Daarnaast zal een bedrag beschikbaar komen ten behoeve van aanvullende acties op het gebied van wachtlijsten. Zodra bekend is hoe groot dit aandeel is, zal worden bekeken op welke wijze deze middelen worden ingezet.
9
Deel III:
Samenvatting en conclusies
In deze brief hebben wij u in deel 1 meegenomen in de ontwikkelingen binnen ons maatschappelijk team vanaf medio 2019 (de start van de aanpak kostenbeheersing). We hebben laten zien welke inhoudelijke wijzigingen we hebben doorgevoerd, en tot welke organisatieveranderingen dit heeft geleid. Ook heeft u gezien hoe de taakstelling is gerealiseerd, enerzijds door de capaciteit terug te brengen en anderzijds door de omzetting van een deel van de inzet van subsidie naar formatie. Daarnaast hebben we stilgestaan bij recente inhoudelijke ontwikkelingen, zoals de toegenomen zwaarte van zorgvragen mede als gevolg van corona en de implementatie van de regionale beheersingsmaatregelen. Tenslotte hebben we een eerste beeld geschetst van de vorderingen in de verbetering van de bedrijfsvoering binnen het sociaal domein. Alles bij elkaar hebben wij vertrouwen in de ingezette koers en de tot dusverre bereikte resultaten. Desondanks blijft het een grote uitdaging en belangrijke opdracht om in de huidige context van toenemende vraag en beperkte financiële ruimte, de zorg aan onze jeugdigen kwalitatief, effectief en betaalbaar te bieden. In deel 2 van deze brief hebben wij u een toelichting gegeven bij de tweede periodieke begrotingswijziging. De bijraming ten laste van de algemene reserve bedraagt 410.000 euro.
Onze inschatting is dat hiervan circa 200.000 kan worden bekostigd uit de recent door het Rijk aangekondigde extra middelen jeugdzorg. Het kabinet lijkt hiermee te erkennen dat gemeenten inderdaad te weinig middelen ontvangen voor de gedecentraliseerde taken in de jeugdzorg. Het grootste deel van de bijraming bestaat uit de verwachte kosten voor 2021 voor geïndiceerde zorg aan onze jeugdigen en gezinnen. De ontwikkelingen van deze kosten voor jeugdhulp worden zo goed als mogelijk in beeld gebracht met prognoses vanuit het SBJH. Op basis van deze prognoses zijn we rekening houdend met onzekerheidsmarges - tot een zo realistisch mogelijk bijraming gekomen, met de kennis van dit moment. Daarnaast bestaat de bijraming voor een deel uit versterking van het maatschappelijk team: gezien de toegenomen signalen en verzwaring van zorgvragen is de voor corona voorziene verdere afbouw van het team niet haalbaar in de huidige maatschappelijke ontwikkelingen. Wij hopen u met deze uitgebreide brief zowel inhoudelijk als financieel voldoende toelichting te hebben gegeven bij de ontwikkelingen en de in de periodieke begrotingswijziging opgenomen bijraming voor het onderdeel jeugd.
Met vriendelijke groet^. het college van burgemeester en wethoud
eigen Geme'
isec-r-etąris
10