CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

A 015 Notitie Groen Ondernemen, een nieuwe landbouw 2021-2024.docx

Commissie 6 april 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Stand van zaken over Gebiedsvisie Midden-Delfland 202513.478 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Notitie

IODS-kwaliteitsproject

Groen ondernemen, een nieuwe landbouw 2021-2024 -

Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland Grondinstrument

Resultaten over 2010-2020 Plannen voor 2021-2024

Maart 2021

HOOFDSTUK 1

Inleiding 1. De Integrale Ontwikkeling tussen Delft en Schiedam (IODS) In 2001 bracht de IODS-Adviescommissie het rapport ‘Kansen benutten, impasses doorbreken’ uit, beter bekend als het “Plan Norder”. Het rapport bracht de mogelijkheden in beeld hoe het ontbrekende stuk A4 tussen Delft en Schiedam zou kunnen worden aangelegd gelijktijdig met een integrale verbetering van de kwaliteiten van Midden-Delfland. De IODS-Adviescommissie bestond destijds uit een breed scala van partijen (gebiedsorganisaties, belangenverenigingen, gemeenten, andere overheden). De regie lag bij de provincie Zuid-Holland. Het Plan Norder werd stapsgewijs uitgewerkt. Eerst werd in 2006 het IODS-convenant gesloten en vervolgens in 2010 de Bestuurlijke Overeenkomst IODS. Deze laatste overeenkomst bestaat uit drie delen: -

Deel 1: Project A4 Delft-Schiedam Deel 2: Kwaliteitsprojecten IODS Deel 3: Flankerende maatregelen

Deel 2 bestaat uit vier kwaliteitsprojecten. Kwaliteitsproject Groenblauwe Lint Sanering verspreid liggende glastuinbouw Recreatieve Routestructuur Groen ondernemen, een nieuwe landbouw

trekker Provincie Zuid-Holland Gemeente Midden-Delfland Recreatieschap Midden-Delfland (nu Staatsbosbeheer) Gemeente Midden-Delfland

De gemeente Midden-Delfland werd trekker van de projecten ‘Sanering verspreid liggende glastuinbouw’ en ‘Groen ondernemen, een nieuwe landbouw’. Het kwaliteitsproject ‘Groen ondernemen, een nieuwe landbouw’ bestaat vanaf het begin uit de projectonderdelen Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland en het Grondinstrument. In de Bestuurlijke Overeenkomst IODS van 2010 zijn ook de financiële afspraken vastgelegd.

2. Het kwaliteitsproject ‘Groen Ondernemen, een nieuwe landbouw’ Volgens het Plan Norder is het landschap van Midden-Delfland van essentiële waarde voor het drukbevolkte stedelijk gebied van de Randstad (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag). In dit landschap vervult de grondgebonden landbouw, voornamelijk melkveehouderij, een cruciale rol in het beheer. Daar was vriend en vijand het al vóór 2001 over eens. Zonder deze landbouw bestaat er geen Midden-Delfland zoals dat destijds met de Reconstructiewet Midden-Delfland (1977) is bepaald en vervolgens in de Gebiedsvisie Midden-Delfland® 2025 is vastgelegd. Het ondersteunen en faciliteren van de landbouw in Midden-Delfland als drager van het gebied maakt derhalve onlosmakelijk onderdeel uit van de voorgestane integrale ontwikkeling tussen Delft en Schiedam. Daarom is het kwaliteitsproject ‘Groen Ondernemen, een nieuwe landbouw’ en juist 2

ook gekomen. De gemeente Midden-Delfland heeft - als trekker van dit project - het begin samen opgetrokken met LTO Noord afd. Delflands Groen (verder: LTO Delflands Groen), tevens IODS partner. De doelstelling van ‘Groen Ondernemen, een nieuwe landbouw’ is tweeledig: -

Behoud van een economisch duurzame agrarische sector in een verstedelijkte omgeving Behoud van het open agrarische gebied met landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden

Het kwaliteitsproject Groen Ondernemen bestaat uit twee projectonderdelen. -

-

Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland, met als doel op bedrijfsniveau een impuls te geven aan de verduurzaming van de agrarische bedrijven, overwegend melkveehouderijen, in Midden-Delfland. Grondinstrument, met als hoofdzakelijk doel grond zoveel als mogelijk beschikbaar te houden voor de agrarische sector van Midden-Delfland.

Conform de Bestuurlijke Overeenkomst IODS (2010) stelt de provincie € 2,4 miljoen beschikbaar, het Rijk € 12,5 miljoen en het Recreatieschap Midden-Delfland € 1 miljoen beschikbaar voor het project ‘Groen Ondernemen, een nieuwe landbouw’ (prijspeil 2006).

3. Terminologie Het project ‘Groen Ondernemen, een nieuwe landbouw’ wordt in de dagelijkse praktijk nauwelijks gebruikt. Het gaat altijd om de afzonderlijke projectonderdelen Duurzaam Boer Blijven en het Grondinstrument. De term ‘projectonderdeel’ dekt eigenlijk niet de lading. Duurzaam Boer Blijven is in de loop van de jaren uitgebouwd tot een breed meerjarig programma, en daarom wordt vanaf nu gesproken over het programma Duurzaam Boer Blijven. Het bij het breder publiek bekende MINDinnovatienetwerk maakt onderdeel uit van dit programma. Het projectonderdeel Grondinstrument is uitgewerkt in een instrumentarium waarmee de uitdaging wordt aangegaan grond beschikbaar te houden voor de agrarische sector. In dagelijks gebruik, en ook in dit rapport, wordt de term project Grondinstrument gebruikt.

4. Samenhang tussen de programma’s We realiseren ons dat wanneer we de resultaten van het 10 jaar ‘Groen ondernemen, een nieuwe landbouw’ beschrijven, we de successen mede te danken hebben aan het draagvlak bij alle betrokkenen die Midden-Delfland een warm hart toe dragen en dankzij de interactie met de andere programma’s in Midden-Delfland. In Nederland staat geen enkel programma, dat gericht is op integrale gebiedsontwikkeling, op zichzelf. Dit geldt dus ook voor het IODS-programma en alle andere programma’s en visies in dit deel van de Randstad (Metropoolregio Rotterdam-Den Haag). Het belang van het landschap van MiddenDelfland wordt al lang door veel partijen onderkend: niet voor niets is in 1977 de Reconstructiewet Midden-Delfland van kracht geworden en vervolgens uitgevoerd. In 2004 heeft de gemeente Midden-Delfland de gebiedsvisie Midden-Delfland® 2025 vastgesteld in samenwerking met betrokken partijen rondom het gebied. In 2017 heeft de provincie Zuid-Holland Midden-Delfland als eerste Bijzonder Provinciaal Landschap van Nederland aangewezen. 3

Alles en iedereen die betrokken is bij bovengenoemde programma’s zien het belang van een groen Midden-Delfland en werken daar hard aan. Dat heeft ertoe geleid dat er ook een IODS-project als ‘Groen Ondernemen, een nieuwe landbouw’ is gekomen; juist omdat het belang breed wordt omarmd.

5. Kringloopboeren: samen aan de slag Het programma Duurzaam Boer Blijven stimuleert de (melk)veehouders van Midden-Delfland, als dragers van het landschap, hun bedrijfsvoering te verduurzamen. We hebben er de afgelopen 10 jaar naar gestreefd om op heel veel manieren de bedrijfskracht en de gebiedskracht te versterken. Bedrijfskracht staat voor de mogelijkheden op individueel bedrijfsniveau (verlagen van de kosten, verminderen van de milieu-impact, vergroten van de biodiversiteit en tevens het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen). Met gebiedskracht wordt de kracht bedoeld die het collectief van bedrijven kan maken richting de stad en maatschappij. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van korte ketens van streekproducten en de verwaarding van duurzaamheidsprestaties (zoals de stapeling van belonen samen met FrieslandCampina, en naar verwachting op korte termijn ook met andere partijen). De uitvoering van het programma Duurzaam Boer Blijven begon in 2010 met twee achtereenvolgende opdrachten van ieder één jaar van de provincie Zuid-Holland aan de gemeente Midden-Delfland. Hiermee werd het programma Duurzaam Boer Blijven ‘in de steigers’ gezet. Vervolgens stelde de provincie vanaf 2012 aan de hand van opeenvolgende incidentele projectsubsidies de middelen beschikbaar voor de meerjarenprogramma’s voor de volgende perioden: -

Januari 2012 – juni 2016 Juli 2016 – december 2017 Januari 2018 – december 2020.

Ieder meerjarenprogramma kende eigen accenten, maar in elk programma kwamen in ieder geval de volgende thema’s terug:

Kringlooplandbouw

Het studieprogramma Kringlooplandbouw is het hart van het programma Duurzaam boer Blijven. Een collectief van ruim 30 boeren doen hier actief aan mee. Het collectief is een studiegroepprogramma met op regelmatige basis bijeenkomsten. Het is al vele jaren de ‘kraamkamer’ waar nieuwe initiatieven uit naar voren zijn gekomen.

Belonen voor prestaties

Kringloopboeren (deelnemers aan het studieprogramma) ontvangen al enkele jaren bij wijze van prikkel een stimuleringssubsidie om zo goed mogelijke duurzaamheidsprestaties te leveren. Die prestaties (zoals ammoniakreductie, vermindering stikstofbodemoverschot en fosfaatbodemoverschot, vermindering broeikasgassen) komen tot uitdrukking op het kringloopcertificaat.

4

Biodiversiteit

We sluiten nauw aan bij de Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij. Dit is een gezamenlijk initiatief van FrieslandCampina, Rabobank en het Wereld Natuur Fonds. (http://biodiversiteitsmonitormelkveehouderij.nl). De biodiversiteitsmonitor kent KPI’s (Key Performance Indicators) op basis waarvan de duurzaamheidsprestaties van de kringloopboeren worden bepaald.

Jonge boeren netwerk

Vanaf 2016 loopt het Jonge Boeren netwerk. Investeren in een nieuwe generatie ondernemers is van groot belang aangezien veel bedrijfsopvolging plaatsvindt binnen de familie.

Stimuleren van vernieuwing / experimenten

Op tal van onderdelen is vernieuwing en duurzaamheid gefaciliteerd: zonnepanelen, verminderen erfafspoeling, onderwaterdrainage en de laatste jaren een breder netwerk van experimenten (MIND-netwerk).

Korte ketens

Lokaal voedsel wordt steeds meer gewaardeerd en gevraagd door de twee miljoen omwonenden van Midden-Delfland. Het produceren en verkopen daarvan wordt volop opgepakt door boeren. Het programma Duurzaam Boer Blijven ondersteunt dit waar mogelijk.

Communicatie

Communicatie richting boeren en richting stad is van wezenlijk belang voor dit programma. Er is o.a. een tv-serie gemaakt,, een website gelanceerd, krantjes uitgegeven etc.

Ook ten aanzien van de organisatie van het programma is de afgelopen jaren het nodige veranderd. Door de jaren heen hebben we de organisatie en uitvoering steeds beter weten de te verankeren in het gebied zelf (binnen de gemeente Midden-Delfland en LTO Delflands Groen). De financiële middelen om het programma te draaien zijn conform de IODS-afspraken beschikbaar gesteld door de provincie Zuid-Holland. Het bedrag van €2,4 miljoen is eind 2020 volledig benut. Ook is een deel van de bijdrage van het Recreatieschap Midden-Delfland (€1 miljoen) voor het programma Duurzaam Boer Blijven ingezet. Dat het IODS-budget vanuit de provincie Zuid-Holland eind 2020 volledig is benut, is van betekenis voor de beoogde uitvoering van het programma Duurzaam Boer Blijven voor de komende jaren. Daar komen we in hoofdstuk 4 op terug. Het voorstel is middelen in te zetten die het ministerie van I&M beschikbaar heeft gesteld en waar de gemeente Midden-Delfland nog over beschikt.

6. Het project Grondinstrument: betaalbare grond en bodem als basis onder het bedrijf Na de ondertekening van de Bestuurlijke Overeenkomst IODS in 2010 heeft de gemeente MiddenDelfland op basis van eerder opgestelde plannen en afspraken (Intentieverklaring Grondinstrument (2010) en de ‘Koepelnotitie’ Grondinstrument (2011)) de financiële middelen aangevraagd bij het Rijk. Deze middelen zijn in twee tranches (in 2012 en 2014) aan de gemeente overgemaakt. 5

Aan de aanvraag lag een plan van aanpak ten grondslag. Dit plan van aanpak (2012) bestond uit vijf onderdelen: -

Het stimuleren van vrijwillige kavelruil De grondruilbank Kwalitatieve verplichtingen gekoppeld aan grond De gebiedsontwikkelfaciliteit/innovatie Een eenmalige bijdrage aan het Groenfonds Midden-Delfland

In 2015 heeft het college van B&W een evaluatierapport opgesteld. Het project en de indeling is naar aanleiding van deze evaluatie op onderdelen aangescherpt en geactualiseerd, maar bovengenoemde indeling is grotendeels ongewijzigd gebleven. We beschouwen het Evaluatierapport Grondinstrument (2015) als integraal onderdeel van deze evaluatie. Derhalve evalueren we in dit rapport de resultaten aan de hand van de aanbevelingen die in 2015 zijn gedaan. Voor het project Grondinstrument is de rijksbijdrage van €12,5 miljoen beschikbaar. Bij een ongewijzigd bestedingspatroon kunnen we nog vele jaren vooruit. Ook voor dit onderdeel is een deel van de bijdrage van het Recreatieschap Midden-Delfland ingezet. Er resten dus nog voldoende middelen om het project Grondinstrument de komende jaren te continueren. Zoals hierboven ook aangegeven, en in hoofdstuk 4 nader wordt toegelicht, is het voorstel om middelen vanuit de rijksbijdrage beschikbaar te stellen voor het programma Duurzaam Boer Blijven de komende jaren.

7. Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft de resultaten van het programma Duurzaam Boer Blijven. We gaan in op de hoofdonderwerpen en geven daarbij aan wat de sterke kanten waren en de aandachtspunten. In hoofdstuk 3 pakken we het voor het project Grondinstrument op dezelfde wijze aan. In hoofdstuk 4 onderbouwen we dat we zowel met het programma Duurzaam Boer Blijven als het project Grondinstrument de komende jaren door willen gaan. In dat hoofdstuk gaan we ook nader in op de wijze van financiering.

6

HOOFDSTUK 2

10 jaar duurzaam boeren voor een mooi Midden-Delfland (2010-2020) 1. Inleiding De landbouw van Midden-Delfland bestaat bijna uitsluitend uit rundveehouderij, overwegend melkveehouders. Deze vorm van landbouw is afgelopen eeuwen bepalend geweest voor het karakter en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied: graslanden met de koe in de wei. Het duurzaam behouden van de agrarische sector als economisch en landschappelijk drager van het gebied is noodzakelijk voor de toekomst van het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland. We hebben vanaf de start van het programma Duurzaam Boer Blijven ingezet op een rendabel verdienmodel voor de melkveehouders, zodat boeren voor nu en in de toekomst kunnen blijven boeren in Midden-Delfland (zie figuur 1). Tegenover de race van verdere specialisatie en schaalvergroting staat een zoektocht naar herfundering, verdieping en verbreding. Het verdienmodel kan in deze drie richtingen versterkt worden: allereerst lagere kosten (minder krachtvoer, minder kunstmest, beter boeren) wat centraal staat in het studieprogramma, meer verdienen aan het product (via streekproducten of via bijzondere ketens zoals PlanetProof) en meer verdienen aan diensten (denk aan een stapeling van beloningen zoals rentekorting of lagere lasten).

Figuur 1 – duurzaam verdienmodel voor de melkveehouder

Met het programma Duurzaam Boer Blijven programma hebben we afgelopen jaren ingezet op alle drie de facetten van het verdienmodel. Kringlooplandbouw staat al vanaf 2010 aan de basis van het programma Duurzaam Boer Blijven en dat zal het ook voorlopig blijven doen, mede gezien de keuze voor kringlooplandbouw vanuit het ministerie van LNV. Het sluit ook aan op de Europese agenda. Het geeft antwoord op thema’s zoals klimaat, waterkwaliteit, stikstof, bodem(daling), fosfaat, 7

dierenwelzijn biodiversiteit. Duurzame landbouw, met steeds meer aandacht en voorwaarden voor vergroening, zal leidend zijn binnen het nieuwe GLB. Kringlooplandbouw gaat om het zo sluitend mogelijk maken van de kringloop van nutriënten die op het bedrijf binnen komen en weer verdwijnen (o.a. fosfaat, stikstof). We hebben de import van veevoer en kunstmest verminderd en daardoor de uitstoot van stikstof vergaand verlaagd. Ook gaat het over het beter benutten van natuurlijke hulpbronnen, zoals de bodem of zonne-energie. Meerwaarde voor landschap, water en biodiversiteit hebben we gecreëerd met de verdiepingsgroepen voor waterkwaliteit en kruidenrijk grasland. Een voorbeeld daarvan is ook het project tot vermindering erfafspoeling in samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland. Naast de kringloop op het bedrijf, is er de verdieping op gebiedsniveau: het zelf zuivel en vlees produceren van Midden-Delflandse bodem. De twee miljoen direct omwonenden van MiddenDelfland bieden tal van kansen voor de kringloopboeren van Midden-Delfland. Op moment van schrijven van dit rapport heeft Midden-Delfland nog ongeveer 50 tot 60 praktiserende melkveehouders. In vergelijking tot andere gebieden in Nederland heeft MiddenDelfland een hecht collectief van melkveehouders. Dit is één van de belangrijkste succesfactoren van het programma Duurzaam Boer Blijven tot nu toe.

In 2016 is het Jonge Boeren Netwerk gelanceerd en toegevoegd aan het programma. Het is namelijk van direct belang voor het gebied om jonge potentiële ondernemers te stimuleren om het bedrijf van hun ouders over te nemen. Bedrijfsopvolging vindt nu voornamelijk plaats binnen de familie van de oudere generatie op de jongere. Vanaf 2017 is een derde pijler, het Innovatienetwerk Midden IN Delfland (MIND), aan het programma Duurzaam Boer Blijven toegevoegd. Binnen deze pijler is meer aandacht besteed aan nieuwe kansen voor de agrarisch ondernemer met de stedelijke omgeving en de verbinding met andere sectoren. Het heeft nieuwe experimenten opgeleverd en aan bestaande experimenten een impuls gegeven. Het programma heeft zich daarmee afgelopen jaren ontwikkeld als een breed programma bestaande uit drie pijlers (zie figuur 2). Hiermee investeert het in de hele boerengemeenschap en alle bodemgebruikers en jaagt het tegelijkertijd vernieuwing en verduurzaming aan. Het programma heeft zich afgelopen jaren steeds beter verankerd in het gebied. In de volgende paragrafen gaan we in op de belangrijkste thema’s die alle zijn onder te verdelen binnen deze drie pijlers.

Figuur 2- Drie pijlers van Duurzaam Boer Blijven

8

2. Het Studieprogramma Kringlooplandbouw Het studieprogramma kringlooplandbouw vormt sinds 2010 het hart van het programma Duurzaam Boer Blijven. De principes van kringlooplandbouw zijn eind jaren negentig ontwikkeld door Dr. Jaap van Bruchem van de Wageningen Universiteit. Aan kringlooplandbouw ligt een fundamentele vraag ten grondslag; hoe kunnen we koeien weer van gras melk laten maken? In Nederland bevonden zich verspreid over het land al koplopers in de kringlooplandbouw, waarvan enkelen ook in Midden-Delfland. Vanuit dit kleine groepje pioniers in Midden-Delfland is vanaf 2010 ingezet op steeds meer boeren de voordelen van kringlooplandbouw laten inzien en hen het ook daadwerkelijk laten toepassen. We hebben in de periode van 2012 tot nu een studieprogramma kringlooplandbouw opgezet en steeds verder uitgebouwd. Vanaf 2008 vullen 14 boeren in MiddenDelfland hun kringloopwijzer in. Vanaf 2012 zijn deze in groepjes bij elkaar gekomen, en vervolgens groeide deze groep vanaf 2013-2014 uit in een stabiel aantal deelnemers van rond de 30 kringloopboeren. Het programma draait nu meer dan 10 jaar. Op basis van de tabel in figuur 3 kunnen we de ontwikkeling zien van de groep van 14 kringloopboeren die al vanaf 2008 hun kringloopwijzer invullen en gegevens laten analyseren.

Op basis van 14 deelnemers 20082017

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

% GRAS

95

95

96

96

95

95

95

94

95

95

95

95

QUOTUMT/HA

13804 13643 14932 15173 14542 14891 15095 15914 15369 15422 14818 15333

FPCM/KOE

8021

8196

8497

8350

8175

8159

8318

8427

8052

8500

8244

JONGVEE/10MK

6.0

6.5

6.0

5.6

5.7

5.8

5.9

5.8

4.9

4.8

5.8

4.3 ++

% EIWIT EIGEN VOER

61.3

62.3

61.5

64.9

60.6

62.5

68.0

63.7

65.9

69.2

63.4

68.7 ++

EIWIT RANTSOEN

167

159

165

162

158

161

159

163

156

157

161

166

P RANTSOEN

4.2

4.0

4.0

4.2

3.8

3.9

4.0

3.9

3.7

3.7

4.0

3.5 ++

BENUTTING FOSFAAT VEESTAPEL

26.3

28.8

30.4

29.4

30.9

28.2

27.9

31.4

27.4

28.7

29.0

29.7

BENUTTING FOSFAAT BODEM

82

85

89

96

99

87

96

104

106

103

94

102 ++

CO2/KG MEETMELK

0.85

0.81

0.78

0.76

0.72

0.77

0.77

0.66

0.73

0.71

0.76

0.69 ++

Figuur 3 - resultaten kringlooplandbouw 2008-2019

We zien dat het gebruik van eiwit van eigen land toeneemt, minder fosfaat in aangevoerd rantsoen zit, de fosfaatbenutting van de bodem hoger is en CO2 per liter melk afneemt. We kunnen daarmee concluderen dat er sprake is van een stap voor stap efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen en we daarmee als collectief van boeren bereiken wat kringlooplandbouw beoogt. Er is uiteraard sprake van verschillen tussen boeren onderling. De resultaten over alleen het jaar 2019 laten dat ook zien (zie BIJLAGE 1). Er zijn al jaren boeren die gemiddeld beter presteren en 9

8801

boeren die nog moeite hebben met het verder optimaliseren van hun kringloop. Dat is met een grote groep deelnemers aan het studieprogramma onvermijdelijk. Zoals in elke populatie hebben de earlyadapters het systeem al vergaand geïmplementeerd en zij roepen om meer vernieuwing en experimenten. De grote middengroep zal echter beter en mogelijk intensiever begeleid moeten worden. Het geeft wel de uitdaging om hen die zoekende zijn naar verbetering met verder maatwerk te ondersteunen. Basis- en verdiepingsprogramma Het programma kent sinds een aantal jaren twee niveaus: een basisprogramma van studiegroepen waarbij input en output worden besproken aan de hand van de kringloopwijzer en gezocht wordt naar efficiencywinst en optimalisatie. De afgelopen tien jaar en zeker vanaf 2014-2015, zijn er ieder jaar plenaire thema-avonden georganiseerd met als doel de boeren van elkaar te laten leren en in te spelen op de actualiteit met vernieuwende sprekers. Deze avonden hadden een belangrijke sociale functie. Dit is een waardevol element waarop het studieprogramma drijft. Daarnaast loopt een verdiepingsprogramma met diverse experimenteergroepen op het gebied van water, bodem, kruidenrijk grasland, biologisch/natuurlijk boeren. Het verdiepingsprogramma geeft de boeren van Midden-Delfland de mogelijkheid om op een bepaald thema de diepte in te gaan.

De afgelopen jaren waren er verschillende verdiepingsgroepen, maar de laatste jaren heeft dit zich uitgekristalliseerd tot de volgende drie: -

-

-

Waterkwaliteit. Een vaste groep melkveehouders laat op hun land de waterkwaliteit meten door het Hoogheemraadschap van Delfland. De resultaten worden gezamenlijk besproken en met elkaar probeert men verbanden te zoeken tussen het benutten van nutriënten op het bedrijf en het verbeteren van de waterkwaliteit. Dat laat zich tot op heden niet eenvoudig verklaren. Deze groep boeren en ook het Hoogheemraadshap van Delfland staan open om dit al metende verder samen te verkennen. De samenwerking verloopt inmiddels goed en er is sprake van onderling vertrouwen om de uitdagingen omtrent waterkwaliteit, zoals deze onder andere zijn opgenomen in de Kaderrichtlijn Water, samen aan te pakken. Kruidenrijk grasland (voorheen Bodem & Gras). Binnen deze verdiepingsgroep onderzoeken boeren het belang van bodemleven en de mate waarin bepaalde typen kruidenrijk gras van positieve invloed kunnen zijn op de kringloop van het bedrijf. De verdiepingsgroep heeft zich nu zover doorontwikkeld dat een aantal boeren (bij wijze van proef) diverse soorten kruiden heeft in- en doorgezaaid. Resultaten worden via demonstraties verder verspreid. Natuurlijk boeren. In 2016 is een aantal boeren gestart met een verdiepingsgroep biologisch boeren. Hierin zaten biologische boeren van Midden-Delfland en boeren die omschakeling naar biologische landbouw overwogen.

Van de ongeveer 50 melkveehouders in MiddenDelfland zijn er voor zover bekend drie SKAL gecertificeerd (het keurmerk voor biologische landbouw). De groep is van opzet veranderd en richt zich nu op de meer natuurlijke vormen van boeren. Dit heeft twee redenen: biologische boeren hadden op enig moment voldoende inzicht gekregen in wat kringlooplandbouw voor hen kon betekenen. Daarnaast hadden zij die biologische landbouw overwogen op een gegeven moment genoeg informatie verkregen om al dan niet een keuze voor biologische landbouw te maken. Het groepje van biologische en niet-biologische boeren bespreken met elkaar regelmatig innovatieve, natuurlijke en/of homeopathische toepassingen met aandacht voor diergezondheid en bodemkwaliteit. Omschakelen naar biologische landbouw biedt mogelijk marktkansen (afhankelijk van de ruimte die coöperaties bieden), maar is (daarmee) een keuze van de bedrijven. We hebben een groepje boeren dat op enig moment afgelopen jaren overwoog tot omschakelen gefaciliteerd in het maken van keuzes.

10

Belonen voor prestaties Stapeling van beloning Sinds 2014 ontvangen de deelnemers van het studieprogramma kringlooplandbouw het kringloopcertificaat. Daarop staat per indicator hoe de ondernemer presteert. Op basis daarvan komt de ondernemer in aanmerking voor een beloning in de vorm van een waarderingssubsidie. Deze beloning dient als prikkel om jaar op jaar beter te presteren. Deze aanpak komt voort uit de filosofie dat je boeren beter kunt belonen voor verduurzaming dan ze afrekenen op maatregelen.

Ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar op landelijk niveau geven het programma Duurzaam Boer Blijven steun in de rug en de gewenste ‘wind mee’. In 2018 zijn we gaan samenwerken met FrieslandCampina op het gebied van duurzaamheid. FrieslandCampina werkt aan verduurzaming via de biodiversiteitsmonitor melkveehouderij. De resultaten van de biodiversiteitsmonitor zijn ook vastgelegd in een keurmerk ‘On the way to Planet Proof’ van Stichting Milieukeur (SMK). De gehanteerde kengetallen binnen de biodiversiteitsmonitor kwamen vrijwel overeen met het kringloopcertificaat voor Midden-Delfland. Boeren kunnen nu zowel een financiële waardering krijgen vanuit FrieslandCampina (afhankelijk van de marktvraag) als wel van de gemeente MiddenDelfland. We proberen sinds 2018 deze ‘stapeling van beloning’ uit te breiden vanuit de gedachte dat de maatschappij (overheid en markt) boeren belonen voor verduurzaming. Daarmee deel je de verantwoordelijkheid voor verduurzaming beter over producenten en consumenten. Zo biedt de Rabobank al gunstigere voorwaarden voor een lening. Daarnaast heeft in 2018 het ministerie van LNV kringlooplandbouw omarmd als de toekomstbestendige manier van landbouw voor Nederland. Het is een omwenteling van beleid die niet van de één op de andere dag geeffectueerd kan worden.

Het is duidelijk dat we als gebied veel ervaring hebben en als collectief beschouwd tot de koplopers van Nederland behoren. De aandacht vanuit het ministerie voor Midden-Delfland neemt toe en we weten steeds beter gebruik te maken van ons netwerk met LNV. Resumerend Na tien jaar kunnen we concluderen dat we ons als gebied onderscheiden ten opzichte van de rest van Nederland met een brede groep boeren die kringlooplandbouw toepast op hun bedrijf. Drie waardevolle factoren liggen daaraan ten grondslag: -

In Midden-Delfland is er sprake van een hechte community van boeren. Dat wordt ook door buitenstaanders erkend. Het vormt een basis en bereidheid om van elkaar te leren. Kringlooplandbouw is een manier van duurzaam boeren die op ieder agrarisch bedrijf toegepast kan worden. Ieder bedrijf, met welke kenmerken dan ook, kan sturen op efficiency en optimalisatie van de input-output stromen. We stellen daarmee een studieprogramma ter beschikking dat voor ieder bedrijf te gebruiken is en waarmee we voor iedereen open staan. 11

De recente aandacht op landelijk niveau en vanuit bijvoorbeeld het GLB of het stikstofdossier, geeft het gebied Midden-Delfland ‘wind mee’. In de plannen voor de periode 2021-2024 benoemen we hoe we hier optimaal gebruik van gaan maken.

Positieve punten - Hechte community, inzet op breed peloton boeren - Werken vanuit kringloopgedachte en ‘lokaal’ is herkenbaar en een breed algemeen toepasbaar voor iedere boer

Aandachtspunten - Er zijn grote verschillen tussen boeren, dit vraagt maatwerkadvies - Verdiepingsgroepen zijn interessant, maar houd oog voor leren tussen de groepen - niet alleen tijdens de wintermaanden, maar gedurende het gehele jaar studiefaciliteiten geven aan boeren - Door de jaren heen wisselende opvatting over beloning. Goed en duidelijk kader maken voor de komende periode

3. Verduurzaming op bedrijfsniveau Vanuit het programma Duurzaam Boer Blijven hebben we, naast het stimuleren van kringlooplandbouw, diverse experimenten, initiatieven en projecten opgepakt met als doel de agrarische bedrijfsvoering (verder) te verduurzamen. Hierbij was het uitgangspunt dat de verduurzaming zowel vanuit ecologisch als economisch perspectief zinvol moet zijn. Verduurzaming krijgt namelijk alleen draagvlak als er een economisch verdienmodel achter zit. Zo hebben wij vanuit het programma het volgende gestimuleerd: -

-

-

Het gebruik van zonne-energie. Daarvoor heeft de gemeente Midden-Delfland een subsidieregeling voor zonnepanelen op daken in het leven geroepen. Deze regeling is aangemeld bij de Europese Commissie in het kader van geoorloofde staatssteun. Een meerderheid van de boeren heeft hiervan gebruik gemaakt. De subsidie werkte drempelverlagend en reduceerde de terugverdientijd. Het toepassen van maatregelen om erfafspoeling te verminderen. Zonder passende fysieke maatregelen op het erf en bewustzijn van de melkveehouder vindt er ongewenste afspoeling plaats van nutriënten en verontreinigd water naar het oppervlaktewater. In prettige samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland is het project (inclusief tweemaal een subsidieregeling) ‘verminderen erfspoeling’ opgezet. Een groot aantal boeren heeft met subsidie vanuit de gemeente, het hoogheemraadschap en gemeente Pijnacker-Nootdorp maatregelen genomen. In 2017 is het Innovatienetwerk Midden IN Delfland (MIND) opgericht om vernieuwing in combinatie met een verdienmodel op boerenbedrijven aan te jagen (zie verder punt 6.)

Vanuit het programma Duurzaam Boer Blijven hebben we in 2011 het initiatief genomen om met inzet van de IODS-bijdrage van het Recreatieschap middelen voor de melkveehouders ter beschikking te stellen in het kader van de Europese regeling Less Favoured Areas (LFA). LFA-gebieden zijn gebieden in Europa waar boeren te maken hebben met natuurlijke handicaps, en wel die mate dat het een concurrentienadeel oplevert. Op basis van de LFA-regeling kunnen zij gecompenseerd 12

worden. In de meeste Europese landen betreft de natuurlijke handicap het bergachtige terrein, maar westelijk Nederland kent natte veenachtige gronden waar de LFA-regeling ook op van toepassing is. Zo ook voor Midden-Delfland.

Positieve punten - Stimuleringstrajecten met subsidies die generiek toepasbaar zijn geweest, groot deel van de doelgroep is ermee bereikt

Aandachtspunten - Overweeg eigen bijdrage om betrokkenheid en verantwoordelijkheid te vergroten

4. Korte ketens van streekproducten naar de stedelijke omgeving Kringlooplandbouw vormt de rode draad van het programma. We stimuleren niet alleen de kringloop op het bedrijf, onze ambitie reikt verder: stad en land proberen we zoveel mogelijk met elkaar te verbinden. Dat komt nadrukkelijk tot uitdrukking in ons streven meer lokaal te produceren en af te zetten in de stad. Bij uitstek is dat voor Midden-Delfland interessant met ongeveer twee miljoen inwoners om zich heen. Er zijn afgelopen jaren vanuit het programma Duurzaam Boer Blijven veel initiatieven ontwikkeld en ondersteund op het gebied van korte ketens. Één van de meest succesvolle initiatieven is de gebiedscoöperatie Delflandshof. Vijf melkveehouders hebben de handen ineengeslagen en zijn in 2016 gestart met de productie en afzet van eigen zuivel (Échte Delflandse Zuivel). De zuivel wordt gemaakt op Hoeve Bouwlust in Maasland. De coöperatie produceert inmiddels ruim 3000 liter zuivel per week aan grotere (diverse supermarkten) en kleine detailhandels in de stedelijke omgeving. Vanuit het Jonge boeren netwerk heeft een aantal jonge boeren de coöperatie Delflandse Vleesmeesters opgericht. Het verkoopt dubbeldoelvlees: melkkoeien worden aan het eind van hun producerend leven gevetweid ten behoeve van vlees. Daarmee verkopen ze lokaal en efficiënt geproduceerd vlees met een relatief kleine ‘footprint’.

Het is waardevol dat beide initiatieven zijn ontstaan uit een collectief van boeren: ze slaan de handen in één en werken samen aan de verduurzaming van het gebied. Eendracht maakt macht in de positionering naar de stad. Daarnaast hebben zich nog veel meer ondernemers verder ontwikkeld, en dat we deze nu niet allemaal kunnen noemen, wil uiteraard niet zeggen dat we het belang daarvan niet inzien. Beperking van indirecte kosten en het zoeken naar de juiste logistiek en mogelijkheden voor opschaling bleken de belangrijkste aandachtspunten te zijn. Daar wordt wel steeds meer op ingezet door de ondernemers. Ze gaan meer samenwerken, en dat komt onder andere tot uitdrukking in de oprichting van Streekcoöperatie Heerlijk van Dichtbij, hetgeen ook is ondersteund vanuit het programma Duurzaam Boer Blijven.

Positieve punten - Potentieel van 2 miljoen consumenten in en om het gebied die steeds meer op zoek zijn naar lokaal en duurzaam geproduceerd voedsel - Steeds meer boeren zien de voordelen van directe afzet naar de stad

Aandachtspunten - Opschalen vraagt verkennen en inslaan van nieuwe wegen wat tijd kost - Logistiek blijft daarbij een van de belangrijkste puzzels - Samenwerking met ketenpartijen is van essentieel belang 13

5. Jonge Boeren Netwerk Aangezien het familiebedrijf veruit de meest voorkomende bedrijfsvorm is in de melkveehouderijsector, is opvolging van het bedrijf binnen de familie vooralsnog van cruciaal belang. Dat is voor Midden-Delfland niet anders dan voor de rest van Nederland. Vanuit dit besef, maar ook vanuit een bestaand netwerk van een hechte groep jonge agrarisch ondernemers, is in 2016 het Jonge Boeren Netwerk opgericht voor jonge boeren en voor jonge ondernemers in de agrarisch aanverwante sectoren. Naast het opdoen van kennis over uiteenlopende onderwerpen (bedrijfs-, politiek- en koe gerelateerde onderwerpen) in plenaire bijeenkomsten met sprekers, zijn er ook diverse verdiepingstrajecten georganiseerd (beweidingsplannen, veilig en zuinig rijden op de trekker, bedrijfsontwikkeling). Vanuit één van deze verdiepingstrajecten in het initiatief van de Delflandse Vleesmeesters naar voren gekomen. Ook heeft het netwerk een duidelijke sociale functie. Elkaar kennen en opzoeken is van belang. Om de jongeren daadwerkelijk te interesseren voor het netwerk is het de kunst om die twee onderdelen te combineren en het Midden-Delfland specifiek te maken, zodat het gebied daar in de toekomst baat bij heeft.

Positieve punten - Het netwerk is een plek waar de jongeren elkaar op een informele manier spreken, van elkaar leren en gezelligheid heerst. Dit wordt als meerwaarde ervaren.

Aandachtspunten - Tegelijkertijd vereist het binden en geïnteresseerd houden van de jongeren een blijvende enthousiasmerend inzet. - Probeer ruimte te geven aan de verschillende interesses van de jongeren

6. Innovatienetwerk Midden IN Delfland (MIND) In 2017 is het Innovatienetwerk Midden IN Delfland (MIND) gelanceerd als verdieping van het programma Duurzaam Boer Blijven dat op dat moment liep. In 2016, bij een tussentijdse balans, kwamen we met de provincie Zuid-Holland en LTO Delflands Groen tot het inzicht dat er meer te halen valt uit de stedelijke omgeving. We kozen voor de insteek ‘van onder af’: boeren ondersteunen bij hun ideeën over vernieuwing met het idee om ook daadwerkelijk te gaan experimenteren. Het netwerk is zich gaan richten op het verkennen, uitwerken en toepassen van nieuwe economische verdienmodellen die bijdragen aan de economische vitaliteit én de landschappelijke kwaliteit van Midden-Delfland. De nadruk ligt op het zoeken naar nieuwe verbindingen tussen de agrarische bedrijven enerzijds en andere sectoren anderzijds. Sectoren als groenbeheer, natuur, zorg, recreatie, horeca en voedselproductie liggen hierbij voor de hand, maar er is duidelijk ook een ambitie om de verbinding te zoeken met nieuwe sectoren. Bij het zoeken naar deze nieuwe verbindingen tussen de landbouw van Midden-Delfland en andere sectoren speelt de verbinding met de stedelijke omgeving altijd een cruciale rol.

14

Het netwerk heeft diverse bijeenkomsten georganiseerd om (agrarisch) ondernemers te enthousiasmeren en stimuleren hun nieuwe ideeën en initiatieven op te pakken en uit te werken. Dat hebben we gefaciliteerd met innovatiesessies, themabijeenkomsten en een jaarlijks event. We hebben een MIND website gelanceerd, waarop alle informatie, experimenten, deelnemers, bijeenkomsten staan vermeld (zie ook onder 7. Communicatie). Dit geeft het programma en de boeren een gezicht naar buiten. Eind juli 2019 hebben we als gemeente Midden-Delfland samen met LTO Delflands Groen de balans opgemaakt. We hebben met elkaar het volgende geconstateerd en geconcludeerd: -

-

-

Het MIND-netwerk heeft een impuls gegeven aan het programma Duurzaam Boer Blijven in algemene zin. Het heeft (agrarisch) ondernemers aangetrokken die tot voor die tijd nog niet aangehaakt waren op het programma Duurzaam Boer Blijven. Het MIND-netwerk heeft de bekendheid van Midden-Delfland vergroot. De verschillende innovatiesessies en de jaarlijkse MIND-events van 2017, 2018 en 2019 zijn goed bezocht door mensen van ‘buiten’ het gebied, waardoor nieuwe verbindingen zijn ontstaan. Er zijn excursies georganiseerd naar o.a. Wijland en naar een agrarisch bedrijf met als thema duurzame opfok van jongvee. Het netwerk heeft een impuls gegeven aan diverse (agrarisch) ondernemers om nieuwe ideeën op te pakken of bestaande ideeën verder uit te werken. Er zijn afgelopen periode uiteenlopende experimenten gestart. Ondernemers konden daarvoor advies en kennis inschakelen met een ‘kennisvoucher’ vanuit de gemeente. Met deze experimenten is het nodige in beweging gezet:  De verkoop van streekproducten vond al volop plaats (m.n.

bij Farm I See), en ondernemers in streekproducten hebben het MIND-netwerk benut bij het verder stappen zetten in het opschalen van productie en logistiek  Het MIND-netwerk heeft de behoefte aan een eenduidige gebiedsmarketing richting gegeven en hieruit hebben de diverse ondernemers en gebiedsorganisaties de stichting PUUUR opgericht  Mede dankzij de concrete interesse in duurzame energie heeft de mogelijkheid tot plaatsen van kleine windmolens haar intrede gedaan, en zijn er in 2020 bij 27 agrarische bedrijven duurzame energiescans uitgevoerd ten behoeve van de opwek van kleine wind- en/of zonne-energie.  Het initiatief Dichtbij de Boer: een groep melkveehouders met verschillende typen bedrijfsvoering hebben gezamenlijk wegen verkend hoe ze hun bedrijf beter aan geïnteresseerde burgers zouden kunnen laten zien. Eén van hen vertelde over hun samenwerking: “…wat het me al heeft gebracht is dat ik zelf veel meer durf te ondernemen. Ik ben op ons bedrijf echt andere en nieuwe dingen gaan doen. Geïnspireerd door de gesprekken in MIND”.  Het thema (versnelde) bodemdaling is bij de kop gepakt, en het heeft geleid tot een waardevol samenwerkingsproject tussen gemeente Midden-Delfland, het Hoogheemraadschap van Midden-Delfland en LTO Delflands Groen.

In 2020 wordt door partijen gewerkt aan de ‘Leidraad voor bodemdaling’, een beoogd kader met handvatten hoe in te spelen op plekken in Midden-Delfland waar (versnelde) bodemdaling aan de orde is.

Er zijn ook experimenten voortijdig beëindigd. Een veelvoorkomende oorzaak daarvan is, volkomen begrijpelijk, gebrek aan tijd van de ondernemer, al dan niet in combinatie met afnemende interesse van projectpartners. Voor andere experimenten geldt dat betrokken ondernemers op basis van

15

voortschrijdend inzicht zich op een andere wijze oriënteren op de toekomst. Dat kan ook haast niet anders; niet alle experimenten slagen, dat is het logisch gevolg zijnde van een experiment. De betrokkenheid van boeren bij het MIND-netwerk/pijler Experimenten zal altijd een belangrijk aandachtspunt blijven. Het is daarom van belang energie te blijven steken in die experimenten die goed aansluiten op het nut voor en noodzaak van de boeren, altijd bezien vanuit een economisch vitaal platteland met ruimtelijke kwaliteit. Het is daarom van belang dat voor de komende jaren het denken in innovatie/vernieuwing blijvend wordt gestimuleerd en verder wordt uitgebouwd. De samenhang met de pijlers Kringloopboeren en Jonge Boeren is daarbij van essentieel belang. Wanneer boeren zich comfortabel voelen bij de gedachte dat ze niet hoeven te innoveren of ondernemen, is dat een groot risico voor de kwaliteit en de toekomst van het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland.

Positieve punten - Midden-Delfland kent relatief veel boeren die willen vernieuwen vergeleken met rest van Nederland - Nieuwe en bestaande ambities bij bestaande boeren aangewakkerd - Communicatie over het gebied en de boeren heeft impuls gekregen - Er is meer verbinding gemaakt met de professionele netwerken uit de stedelijke omgeving -

Aandachtspunten - Houd ook voor het realiseren van daadwerkelijke resultaten - Klimaatverandering, versnelde bodemdaling en energietransitie vragen echt inzet van de agrarische sector - Maar ook: ‘gras groeit niet harder door eraan te trekken’

7. Organisatie en communicatie Organisatie Het programma Duurzaam Boer Blijven is in 2010 opgezet door een ingehuurd programmacoördinator (Conpuls B.V.). Van 2014 tot medio 2018 is deze taak over genomen door Kantoor Van Arkel. Vanaf 2018 hebben we de verankering en organisatie van het programma Duurzaam Boer Blijven opgepakt en verder georganiseerd. Gemeente Midden-Delfland en LTO Delflands Groen werken nu op ambtelijk en bestuurlijk niveau nauw samen. De behoefte aan inhuur van externe bureaus is daardoor afgenomen. We kunnen beter op eigen benen staan en zijn daardoor beter in staat om initiatieven met elkaar te verbinden en kansen te signaleren. Het is meer ‘van het gebied’. Dat maakt de drempel voor boeren om te gaan verduurzamen ook lager. Inhoudelijk laten we ons bij het basisprogramma Kringlooplandbouw al een aantal jaar bijstaan door Boerenverstand B.V. en Dirksen Management Support (DMS). Boerenverstand B.V. adviseert ons op strategisch niveau, onder andere hoe we ons landelijk als gebied kunnen positioneren. DMS analyseert de kringloopwijzers en berekent de scores op de kringloopcertificaten. DMS heeft brede ervaring op dit gebied en doet dit op talrijke plekken in Nederland. Communicatie Intern en extern gerichte communicatie is van cruciaal belang voor het programma Duurzaam Boer Blijven.

Interne communicatie heeft voornamelijk betrekking op de overdracht van kennis naar

16

kringloopboeren. Externe communicatie gaat over het bredere publiek bekend laten worden met de duurzame landbouwsector van Midden-Delfland als drager van het gebied. Bij zowel de intern als extern gerichte communicatie neemt de website www.middenindelfland.net een centrale plaats in. De website is een doorontwikkeling van de daar voorafgaande website www.boerinmiddendelfland.nl. Vooral bij de lancering van het Innovatienetwerk Midden IN Delfland heeft de communicatie een impuls gekregen. Daarnaast zijn er afgelopen jaren diverse keren jaarberichten, brochures en krantjes uitgegeven voor het bredere publiek, met name ook voor de professionals (ondernemers, ambtenaren, bestuurders). Het programma Duurzaam Boer Blijven zit op social media met een facebook- en een twitteraccount (https://www.facebook.com/delflandmidden/ | https://twitter.com/DelflandMidden). Daarnaast geeft het sinds 2019 een nieuwsbrief per email uit, de Nieuwsflits. In 2016 heeft het programma Duurzaam Boer Blijven het initiatief genomen de serie Landgezichten te maken. De serie is geproduceerd door VLA films en vertoond op TV West, TV Rijnmond en de WOS. De serie geeft een beeld van de beheerders van het gebied. Positieve punten - De professionalisering en verankering van het programma heeft bijgedragen aan de herkenbaarheid voor boeren en hun inzet en motivatie.

Aandachtspunten - Hou de website levendig en nuttig - Draag de successen meer uit richting het ‘grote’ publiek en landelijke netwerken van professionals

17

HOOFDSTUK 3

Grondinstrument: betaalbare grond onder duurzame boerenbedrijven 1. Inleiding Aan de basis van het project Grondinstrument staan de Intentieverklaring Grondinstrument (2010) en de ‘Koepelnotitie’ Grondinstrument (2011). De daarin gemaakte afspraken zijn tot stand gekomen vanuit de samenwerking tussen provincie Zuid-Holland, gemeente Midden-Delfland en LTO Noord. Deze drie partijen hebben toen verklaard zich te zullen inzetten voor het onderzoeken en uitwerken van instrumenten ter bevordering van onder andere: -

De beschikbaarheid van grond voor de grondgebonden landbouw Maatwerkondersteuning van boeren (inclusief starters) die de komende 15 jaar grond van stoppende boeren willen overnemen Het gericht en met beleid op de markt brengen van landbouwgrond in het bezit bij overheidsinstanties, ten behoeve van de eerdergenoemde twee doelen Een effectieve juridisch-planologische bescherming van agrarische grond Maatschappelijke diensten* (bv. landschap, biodiversiteit, klimaatdiensten, recreatie) als onderdeel van de bedrijfsvoering

Dit vormde de basis voor het plan van aanpak voor het project Grondinstrument. Met dit plan van aanpak is de financiële bijdrage conform de Bestuurlijke Overeenkomst IODS (2010) aangevraagd bij het Rijk (het toenmalige Ministerie van Infrastructuur en Milieu). Dit plan van aanpak is vervolgens vanaf 2013 uitgevoerd. Evaluatienota Grondinstrument 2015 Eind 2015 is de Evaluatienota Grondinstrument opgesteld over de periode 2012-2015. Het heeft ertoe geleid dat de uitwerking van het Grondinstrument (onderverdeling in ruilverkaveling – grondruilbank – kwalitatieve verplichtingen – gebiedsontwikkelfaciliteit) conform het plan van aanpak van 2012 niet veel is gewijzigd, maar wel op onderdelen is aangescherpt en nader uitgewerkt. Hieronder volgen de aanbevelingen uit de Evaluatienota: -

-

-

Continueer de inzet van de kavelruilcoördinator voor nog eens drie jaar op basis van een activiteitenplan. Tenminste drie projecten (ruilplan Maasland, gebiedsontwikkeling Zuidbuurt en de BBL-percelen) zullen worden opgepakt, aangevuld met voorkomende projecten en initiatieven. Evalueer daarna het nut en de noodzaak van de functie voor het gebied. Drie jaar lijkt nodig om de plannen die nu zijn ontwikkeld uit te werken. Benut het verkavelen als verbinding tussen bedrijfseconomische doelen en de landschapsdoelen voor Midden-Delfland. Leidraad voor de landschapsdoelen zijn het Uitvoeringsprogramma Midden-Delfland® 2015-2025 en de ontwikkelvisie van de Landschapstafel Hof van Delfland. Stel de subsidieregeling ‘Verkavelen voor een landschap met kwaliteit’ spoedig vast op basis van de uitgangspunten zoals in die notitie genoemd. Pas het concept van de kwalitatieve verplichtingen toe in concrete gevallen en werk zo toe naar een meer generiek beleid voor dit instrument.

18

-

-

-

Kies voor het onderdeel innovatie diverse thema’s, zoals genoemd in deze evaluatie op blz. 18 en 19, mede gebaseerd op het Uitvoeringsprogramma Midden-Delfland®2015-2025 en de ontwikkelvisie van de Landschapstafel Hof van Delfland. Ontwikkel een duidelijk innovatiekader, gericht op verjonging en vernieuwing van een brede agrarische sector, nieuw economisch draagvlak voor Midden-Delfland en vernieuwing van de (economische) relaties. Voer een effectief en strategisch grondbeleid. Blijf binnen de regels van het huidige reglement van de grondruilbank. Motiveer de interventies te allen tijde. Vergroot het werkingsgebied met het gebied in Oude Leede en polder Schieveen. Koop de beschikbare BBL-percelen aan om de strategische doelen van Midden-Delfland te kunnen realiseren. Verkoop de beschikbare glaskavels. Benut ze anders zo nodig als schuifruimte binnen kavelruilplannen. Pas het puntensysteem voor toewijzing glaskavels aan.

In dit hoofdstuk evalueren we de periode vanaf de Evaluatienota Grondinstrument van 2015. We nemen daarbij de volgende centrale thema’s als leidraad.

Thema Stimuleren vrijwillige kavelruil (paragraaf 2) Aan- en verkoopbeleid gemeente Midden-Delfland (paragraaf 3) Kwalitatieve verplichtingen (paragraaf 4) Innovatief groen ondernemen en lokale gebiedsontwikkeling (paragraaf 5)

Deelonderwerp vanuit de aanbevelingen Inzet kavelruilcoördinator Subsidieregeling Verkavelen voor landschap met kwaliteit Vergroten werkingsgebied / regionale afstemming Inzet grondruilbank Aankoop BBL- percelen Verkoop/toewijzing glaskavels Uitwerking concept van kwalitatieve verplichtingen Ontwikkeling innovatiekader met diverse thema’s

2. Stimuleren vrijwillige kavelruil De Reconstructiewet Midden-Delfland heeft ervoor gezorgd dat de verkaveling van het agrarisch kerngebied momenteel behoorlijk goed op orde is. De verhouding huiskavels versus veldkavels valt positief uit ten gunste van het eerste. Toch is een verkaveling nooit af. Op de sector komen namelijk voortdurend ontwikkelingen af. Ondernemers zijn continu aan het nadenken wat dit betekent voor hun bedrijf en grondposities. Ook in Midden-Delfland was daarmee in 2010 voldoende aanleiding om een kavelruilcoördinator in het gebied in te zetten die voortdurend zou kijken naar kansen en mogelijkheden voor een betere verkaveling. 2.1 Kavelruilcoördinator in de periode 2016-2018 De aanbevelingen uit de Evaluatienota van 2015 zijn wat betreft het onderdeel stimuleren van vrijwillige kavelruil opgevolgd. In de periode 2016-2018 heeft een kavelruilcoördinator namens Stichting Kavelruil Zuid-Holland in opdracht van de gemeente in samenwerking met boeren en 19

andere grondbezitters verder aan plannen gewerkt om grond beschikbaar te houden voor de grondgebonden melkveehouderij. Ook is daarbij gekeken of er landschapsdoelen mede gerealiseerd konden worden. De kavelruilcoördinator heeft in deze periode een aantal voorstellen uitgewerkt en voorgelegd. Onder deze voorstellen bevonden zich o.a. een wat groter kavelruilplan, een inplaatsingsplan, en diverse kleinere voorstellen voor aan- en verkoop van grond door particulieren en ook de gemeente Midden-Delfland. Een aantal van deze plannen is uitgewerkt, een aantal ook niet. Dat laatste is waarschijnlijk het gevolg van een gebrek aan noodzaak voor alle betrokken partijen (het kavelruilplan is zo sterk als de zwakste schakel). Op zich is dat ook niet vreemd als men bedenkt dat de Reconstructiewet Midden-Delfland nog niet zo lang geleden is afgerond. Dat de kavelruilcoördinator aanwezig was, heeft wel degelijk zijn functie gehad voor de boeren en het gebied. Hij heeft gesprekken gevoerd, plannen gemaakt en zich daarnaast ingezet voor andere instrumenten, zoals een nieuw systeem voor verpachting en een regeling voor langjarig weidevogelbeheer (zie kopje 4. Kwalitatieve verplichtingen). Het is ook een ‘man in het veld’, een onafhankelijke persoon waar de boeren ‘tegen aan kunnen praten’. 2.2 Kavelruilcoördinator vanaf 2018 Vanaf 2018 veranderde de rol van de kavelruilcoördinator.

Vanaf de wisseling van het college keek het nieuwe bestuur anders tegen actief strategisch grondbeleid aan dan het vorige. Zij zag voor de gemeente meer een rol op afstand. De verantwoordelijkheid over en aansturing van de kavelruilcoördinator kwam in overleg tussen de gemeente en LTO Delflands Groen bij laatstgenoemde partij te liggen. Vanuit die lijn is er een subsidie verleend aan LTO Noord om de inzet van de kavelruilcoördinator mogelijk te maken. Deze kavelruilcoördinator ‘nieuwe stijl’, overigens nog steeds gefaciliteerd door Stichting Kavelruil Zuid-Holland, heeft aan het begin van zijn opdracht een memo ‘hoofdlijnen landbouwstructuur’ gemaakt. Dit was vooral op basis van de kennis en inzichten van zijn voorganger. De memo vormde het vertrekpunt van zijn werkzaamheden. Bij aanvang van zijn werkzaamheden heeft de gemeente twee vragen/opdrachten aan de kavelruilcoördinator meegegeven: -

In welke richting ontwikkelt zich de landbouw in Midden-Delfland? Ofwel: blijven er voldoende melkveehouderijen over als drager van het landschap? De gemeente wil haar grondbezit (zie kopje 3. Aan- en verkoopbeleid agrarische grond gemeente Midden-Delfland) niet permanent in bezit houden. De kavelruilcoördinator werd daarom verzocht met kavelruilplannen te komen ten behoeve van een toekomstbestendige verkaveling waar de gemeente haar gronden marktconform in zou brengen.

De kavelruilcoördinator is aan de slag gegaan en sinds 2019 (en tot heden) tracht hij beter inzicht te krijgen in de landbouwstructuur van Midden-Delfland en daarin verbeteringen aan te brengen. Hij heeft het jaar 2019 gebruikt om gesprekken te voeren met veel boeren. Hij heeft, via o.a. makelaars, overleg met veel grondeigenaren en pachters om te onderzoeken of van aan- en verkopen ook kavelruilplannen gemaakt kunnen worden, om zodoende het mes aan meerdere kanten (voor meer boeren) te laten snijden. Het heeft al vrij snel geleid tot een kavelruilplan waarbij gronden rondom ’t Woudt en rondom Maasland bij betrokken waren. Vanuit dat plan hebben betrokkenen ook een beroep gedaan op de subsidieregeling ‘Verkavelen voor een landschap met kwaliteit’.

20

Op basis van alle gevoerde gesprekken en opgedane inzichten heeft hij in de eerste helft van 2020 een lange termijnperspectief gegeven ten aanzien van de landbouw in Midden-Delfland. Deze heeft hij verwoord in de Memo Grondbalans (BIJLAGE 2). Het lange termijnperspectief baart enigszins zorgen. Op de lange termijn is zijn verwachting dat de ‘groeiers/opvolgers’ de ‘krimpers/stoppers’ niet meer kunnen opvangen. Met het uitgangspunt dat ieder bedrijf al zijn grondbezit binnen één polder heeft (dus geen veldkavels op afstand), komt hij tot de conclusie dat in de meeste polders er plek is voor één of meerdere bedrijven erbij. Eind 2020 is het kavelruilplan Abtswoude tot stand gekomen en uitgevoerd, één van de deelgebieden waar krimpers/stoppers zitten. Daar wordt ook grond van de gemeente Midden-Delfland bij betrokken. Het invullen van het lange termijnperspectief betekent dat er komende jaren ‘werkende weg’ maatwerk moet worden geleverd om grond van stoppende boeren in handen te laten vallen van de groeiers en nieuwe ondernemers. De kavelruilcoördinator geeft daarvoor enkele aanbevelingen: “Deze negatieve tendens kan op twee onderdelen worden bijgespijkerd. Enerzijds is dit het bevorderen van overnames door jonge boeren van binnen en buiten de familie, zodat het opvolgingspercentage omhoog gaat. In Midden-Delfland is er aandacht voor dit onderwerp.

Verder is het aan te bevelen bij agrarische makelaars, LTO, natuurorganisaties en andere overheden kenbaar te maken dat Midden-Delfland veel te bieden heeft voor de ondernemer met oog voor nevenfuncties op gebied van agrarisch natuurbeheer, zorg, educatie en/of huisverkoop. Maar ook voor de kringlooplandbouw en de wereldmarkt-melker is er een gezonde economische basis in Midden-Delfland. Het is een feit dat er veel te gebeuren staat op het gebied van tegengaan van bodemdaling en de uitstoot van stikstof waarvoor elders in het veenweidegebied veel boeren zullen moeten wijken. Wellicht is Midden-Delfland een gebied waar een aantal van deze boeren terecht kan!” Bron: Memo Grondbalans van de kavelruilcoördinator, mei 2020

Hoe we de aanbevelingen vertalen naar de plannen voor de komende jaren komt terug in hoofdstuk 5. Daar zal dan ook de sterkere samenhang met het programma Duurzaam Boer Blijven tot uitdrukking komen.

2.3 Subsidieregeling ‘Verkavelen voor een landschap met kwaliteit’ De gemeente Midden-Delfland heeft ter ondersteuning van het werk van de kavelruilcoördinator de subsidieregeling ‘Verkavelen voor een landschap met kwaliteit’ in het leven geroepen. Deze regeling subsidieert proceskosten en kavelaanvaardingswerken. Het heeft als doel om verkavelingsprocessen te versoepelen en voor boeren het instappen in een kavelruil laagdrempeliger te maken. Het is een regeling waarbij het college kan beoordelen of het kavelruilplan geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Dat is een belangrijk element. De achterliggende gedachte hiervan is dat per geval een goede balans gevonden moet worden tussen economisch optimaal gebruik en behoud van landschappelijke kwaliteit. Tot op heden is één keer gebruik gemaakt van de regeling. Dat is niet veel, maar het is de verwachting dat met de plannen die nog zullen komen de regeling wel een meerwaarde kan blijven geven. De regeling loopt ten einde halverwege 2022. 21

Positieve punten - De kavelruilcoördinator is een neutraal aanspreekpunt. Hij geeft LTO en gemeente gedegen en praktische inzichten in de landbouwstructuur, nuttig voor ontwikkelen van strategieën. - Verkaveling is nooit definitief klaar. Er is altijd vraag gezien bedrijfsontwikkelingen en ontwikkelingen van buitenaf. Boeren hebben behoefte aan klankbord/sparringpartner. -

Aandachtspunten - Hou altijd oog voor de juiste hoeveelheid maatschappelijke baten ten opzichte van de kosten bij kavelruilen - Goede communicatie over de onafhankelijke rol van de kavelruilcoördinator (de kavelruilcoördinator is niet ‘van de gemeente’).

3. Aan- en verkoopbeleid agrarische grond gemeente Midden-Delfland In 2014 heeft de gemeenteraad van Midden-Delfland conform het plan van aanpak van 2012 aan het college een krediet beschikbaar gesteld om in voorkomende gevallen een tijdelijke grondpositie in te nemen. Het doel hiervan is grond beschikbaar te houden voor de agrarische sector. Dit krediet, ook wel informeel de ‘grondruilbank’ genoemd, was, en is nog steeds, duidelijk bedoeld om tijdelijke grondaankopen te doen maar wel zodanig dat de gemeente geen gezonde concurrentieverhoudingen zou schaden (m.a.w. o.a. een prijsopdrijvend effect zien te voorkomen). Het instrument grondruilbank ligt in het verlengde van het verbeteren van de verkaveling. Op basis van kavelruilplannen kan de gemeente overgaan tot een grondaankoop om later weer te verkopen aan een partij die betrokken is bij het kavelruilplan. In de vorige paragraaf is al genoemd dat halverwege de periode 2016-2020 de gemeente haar visie op gemeentelijk grondbeleid in het landelijk gebied veranderde. In de periode 2016-2018 was sprake van een redelijk actieve houding: de gemeente heeft enkele aankopen gedaan – deels als onderdeel van een kavelruilplan - met oog om op termijn door te verkopen. In de periode 2018 tot heden heeft de gemeente meer afstand genomen tot het agrarisch grondverkeer.

Afstand nemen past ook in de lijn die is afgesproken met de kavelruilcoördinator. Als onafhankelijke persoon tracht hij namelijk grondruil- en verkoop te bevorderen waarbij de gemeente pas in actie komt indien hij daar het verzoek voor doet. We gaan daar hieronder dieper op in. 3.1 Grondbezit vóór 2015 De gemeente Midden-Delfland is in bezit gekomen van percelen weiland als gevolg van het IODSkwaliteitsproject Saneren verspreid liggende glastuinbouw. Om er zo veel mogelijk voor te zorgen dat de vrijgekomen percelen ook daadwerkelijk naar boeren gaan, heeft de gemeente besloten de percelen grond van de betreffende kwekers te kopen. Al vanaf het begin van de verwerving van deze percelen heeft de gemeente richting de sector aangegeven dat deze percelen op termijn een definitieve eigendomsbestemming krijgen. Tot die tijd worden ze per jaar geliberaliseerd verpacht via het zogenoemde puntensysteem. Daarvan was een aanbeveling het toewijzingssysteem aan te passen. Dat is gebeurd: nu komen ook vleesveehouders op gelijkwaardige wijze als melkveehouders in aanmerking voor een perceel weiland. 22

3.2 Periode 2016-2018 De gemeente Midden-Delfland heeft, binnen het kader van het project Grondinstrument, in de periode 2016-2018 een aantal malen grond aangekocht. Dit varieerde van relatief kleine aankopen van kavels van 5 tot 10 hectaren groot, tot de meer grotere aankopen van particulieren en van het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL). In onderstaande tabel is hiervan een overzicht gegeven. Met deze percelen is het grondbezit van ‘glaskavels’ uitgebreid. Locatie Kavel nabij Eendenkooi Schipluiden Kavel in Dijkpolder, aan Westgaag BBL-percelen in de Zuidbuurt Particulier percelen in de Zuidbuurt

Oppervlakte 9,50 ha 8,56 ha (bleef bij voorlopig koopcontract) 18,45 ha 13,36 ha

BBL-percelen binnen gemeente Midden-Delfland

135 ha (waaronder ook ongeveer 10 ha aan niet-landbouw percelen) 14,99 ha 3,83 ha 185,25 ha

Wettelijke natuurcompensatie A4 Delft Schiedam Kavel nabij Abtswoude 52 Totaal

Er waren verschillende aanleidingen om bovengenoemde percelen aan te kopen. De bovenste twee aankopen sloten het meest aan bij de opzet van de grondruilbank: tijdelijk in bezit nemen om op korte termijn door te verkopen aan melkveehouders. Van het perceel bij de Eendenkooi Schipluiden heeft dat plaatsgevonden en de kavel in de Dijkpolder kreeg nog vóór dat de feitelijke levering aan de gemeente plaats vond een bestemming bij een boer die het nodig had voor zijn bedrijf. Het doel van de grondruilbank, namelijk gronden uiteindelijk terecht laten komen bij de agrarische sector, is in ieder geval bereikt. De kavel nabij Abtswoude 52 is in eigendom gekomen na de asbestsanering en sloop van de boerderij op deze locatie. De vrijgekomen grond is beschikbaar gesteld ten behoeve van de agrarische sector. De aankopen in de Zuidbuurt zijn gedaan om een specifieke gebiedsgerichte ontwikkeling ter plaatse (‘boerderij van de toekomst’) mogelijk te maken. Deze gebiedsgerichte ontwikkeling is geïnitieerd door de gemeente Midden-Delfland en op enig moment overgedragen aan een ontwikkelgroep met vertegenwoordigers van gebiedsorganisaties. Het plan was om een nieuwe boerderij te ontwikkelen met functies voor de stad om het gebied een duurzame, kwalitatieve en economische impuls te geven. In 2018 heeft de grote aankoop van ongeveer 135 hectare plaatsgevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=b3bc4ad6-888a-42bb-9626-517b7767ba69