A 014 Jaarrekening 2019 groenfonds MD.pdf
Tekst van het document
Jaarstukken 2019 Stichting Groenfonds Midden-Delfland
Inhoudsopgave Bestuursverslag Algemeen Beleid t.a.v. omvang en functie vrij besteedbaar vermogen Beleggingsbeleid Activiteiten in het verslagjaar Jaarrekening Waarderingsgrondslagen Balans per 31-12-2019 Toelichting op de balans Staat van baten en lasten 2019 Toelichting op de staat van baten en lasten Risicoparagraaf Overige gegevens
3 4 6 6 6 9 10 10 11 14 14 17 19
Bijlagen: - Uitkeringen puntensysteem - krantenartikel uitbreiding Oude Leede
19 21
Foto voorpagina: typisch Midden-Delfland met een grutto die over de weilanden vliegt, koeien en de achtergrond. De foto’s in dit jaarverslag zijn afkomstig van de gemeente Midden-Delfland.
2
Bestuursverslag
3
Algemeen De Stichting Groenfonds Midden-Delfland is opgericht bij notariële akte op 12 april 2005, en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 27276866. De stichting is gevestigd in het gemeentehuis van Midden-Delfland te Schipluiden. De stichting heeft als doel het open agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland te behouden en te versterken, met name ten aanzien van waarden op het gebied van cultuurhistorie, natuur en landschap. Daarnaast dient de gebruiks- en belevingswaarde voor de inwoners van de omliggende gemeenten te worden vergroot, zodat ook de relatie tussen stad en land meer inhoud krijgt. De belangrijkste structurele activiteiten om dit doel te bereiken zijn de vergoedingen aan boeren voor behoud van het open agrarische landschap (groene diensten) en educatie voor schoolkinderen uit de omgeving van het gebied. Meer informatie hierover is te vinden op de website www.groenfondsmiddendelfland.nl. Het bestuur bestond bij aanvang van het jaar uit bestuurders van de 4 deelnemende gemeenten: Midden-Delfland
:
Den Haag
:
Delft Maassluis
: :
mw. S. Smit (voorzitter en wethouder van Midden-Delfland); dhr. R. de Mos (tot 7 nov. 2019) en dhr. B.A. Revis (vanaf 7 november 2019, beiden wethouder van de gemeente Den Haag) dhr. S.M. Brandligt (wethouder gemeente Delft) dhr. E. Haan (burgemeester gemeente Maassluis)
De bestuurders genieten generlei vergoeding ten laste van de stichting. Het bestuur wordt ondersteund door ambtenaren van de gemeente Midden-Delfland, en heeft verder geen personeel in dienst. De kosten van de ambtelijke ondersteuning worden gedragen door de deelnemende gemeenten. De jaarrekening is ingericht in overeenstemming met de in Nederland geldende richtlijn C1 voor de jaarverslaggeving “Organisaties zonder winststreven” voor kleine organisaties.
Het landschap van Midden-Delfland, met ‘koe in de wei’, omringd door het stedelijk gebied. Niet voor niets is het versterken van de stadlandrelatie naast de kwaliteit van het landschap één van de twee doelstellingen van het Groenfonds.
4
Het werkgebied van het Groenfonds MiddenDelfland in 2019 Voorheen was het werkgebied het oude reconstructiegebied Midden-Delfland (inclusief de Groeneveldse Polder). Vanwege de ontwikkeling van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland is dit voor deze contractperiode (2018-2023) eenmalig uitgebreid met Oude Leede en Schieveen. Het betreft uitsluitend de lichtgroene dus agrarische gebieden. Na afloop van de huidige contractperiode besluit het bestuur of dit verlengd wordt.
https://www.ad.nl/delft/boer en-krijgen-zakcentje-omoud-grasland-te-behoudenhet-voelde-oneerlijk-dat-wijniet-mee-mochtendoen~a96c700a/153496205 /Dirk Gravesteyn, kringloopboer in Oude Leede (PijnackerNootdorp) en sinds 2018 deelnemer aan het Groenfonds dankzij de uitbreiding van het werkgebied. De foto is afkomstig uit het AD: Https://www.ad.nl/delft/boerenkrijgen-zakcentje-om-oudgrasland-te-behouden-hetvoelde-oneerlijk-dat-wij-nietmee-mochtendoen~a96c700a/153496224/
5
6
Beleid t.a.v. omvang en functie vrij besteedbaar vermogen De Stichting Groenfonds Midden-Delfland is in 2005 ontstaan op initiatief van de gemeenten Midden-Delfland, Delft en Den Haag om vanuit rode ontwikkelingen (woningbouw en bedrijven) een impuls te geven voor groene diensten die bijdragen aan het behoud van natuur en landschap. Naast eenmalige financiële bijdragen van die gemeenten werd afgesproken om vanuit diverse rode ontwikkelingen een bedrag per woning en per m2 bedrijfsterrein een vermogen te vormen om met het rendement van dat vermogen het behoud van natuur en landschap mogelijk te maken (inclusief verbetering van de stad-landrelatie). Met de later toegetreden gemeente Maassluis zijn soortgelijke afspraken gemaakt. Vanwege de vorenstaande is het in principe de bedoeling om de jaarlijkse uitgaven van de stichting te bekostigen uit het rendement op het opgebouwde en nog verder op te bouwen vermogen. Het uit alle donaties opgebouwde eigen vermogen is dus weliswaar vrij besteedbaar, maar door het bestuur en de doelstelling zoals vastgelegd in de statuten feitelijk geoormerkt in de vorm van besteding van het rendement op dat vermogen. Dit is een doelstelling voor de lange termijn – m.n. de instandhouding van de kwaliteit van het landschap voor de toekomst – maar betekent niet dat het vermogen nooit aangetast mag worden.
Er mogen in de loop der jaren nog enkele miljoenen euro’s aan donaties verwacht worden en het rendement op de beleggingen fluctueert jaarlijks. De instandhouding van het vermogen is dan ook vooral een doelstelling op lange termijn en geen doelstelling die jaarlijks gerealiseerd moet worden. Er is geen maximale omvang van het vermogen bepaald. Zo lang het rendement van het vermogen structureel nog onvoldoende is om de jaarlijkse uitgaven te dekken worden er bij de uitgaven prioriteiten gesteld.
Beleggingsbeleid De doelstelling van de stichting op lange termijn betekent dat met het beleggingsbeleid wordt gestreefd naar een langdurige inkomstenbron om de jaarlijkse uitgaven te bekostigen. Grote risico’s die de inkomstenbron kunnen aantasten worden daarbij vermeden. Bij het hierbij behorende defensieve beleggingsbeleid passen beleggingen die horen bij overheidslichamen. Daarvoor wordt aangesloten bij het beleggingsbeleid zoals dat geldt voor provinciale nazorgfondsen. Daartoe is door het bestuur op 9 november 2018 het Treasurystatuut 2018 vastgesteld zoals dat is opgesteld in overleg met vertegenwoordigers van de deelnemende gemeenten. Kenmerken hiervan zijn dat de door de stichting ingeschakelde vermogensbeheerder mag beleggen in vastrentende waarden, aandelen en vastgoed binnen bandbreedtes die in het treasurystatuut zijn aangegeven. Ten aanzien van de vastrentende waarden zijn eisen gesteld aan de ratings daarvan en de verdeling over landen en ratingklassen. Bij beleggingen in zakelijke waarden (aandelen en onroerend goed) moet uit een oogpunt van risicospreiding gebruik worden gemaakt van fondsen.
Activiteiten in het verslagjaar Groene Diensten De belangrijkste activiteit van het fonds is het belonen van zogenaamde ‘groene diensten’ die met name de (melk)veehouderij kan verlenen. Op deze manier wordt bijgedragen aan de instandhouding van de kwaliteit van het agrarisch cultuurlandschap. Deze activiteit, 7
waarmee in 2006 gestart is, is ook in 2019 voortgezet. Hiervoor zijn met de boeren meerjarige contracten afgesloten. Elke contractperiode duurt zes jaar: in 2018 is de derde contractperiode (2018-2023) van start gegaan. De zes jaarlijkse contractperiode geeft enerzijds zekerheid aan de agrarische ondernemer, anderzijds biedt het voldoende flexibiliteit om vraag en aanbod op elkaar aan te passen en verbeteringen door te voeren, zoals ook voorafgaand aan elke contractperiode is gebeurd. Agrarische natuurvereniging Vockestaert fungeert hierbij als intermediair (uitvoerder) tussen de stichting en de contractanten, meestal (melk)veehouders. Onder groene diensten worden overigens niet alleen landschappelijke maatregelen verstaan zoals landschapsonderhoud en weidevogelbeheer, maar ook het ontvangen van schoolklassen op de boerderij en het wandelen over boerenland (vliegende wandelpaden en het Voddijkpad). Zo wordt bijgedragen aan beide doelstellingen van het Groenfonds. Om de groene diensten naar waarde te kunnen schatten, is een puntensysteem voor de beloning van groene diensten ontwikkeld dat in 2006 is goedgekeurd door de Europese Commissie. Dit om ongeoorloofde inkomenssteun door de overheid aan boeren te voorkomen.
Hiervoor wordt jaarlijks verantwoording afgelegd via het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en BIJ12 (een provinciale instantie, omdat de maatregelen zijn opgenomen in de provinciale catalogus voor Groenblauwe Diensten).
Biodiversiteit is een belangrijk thema voor het Groenfonds, bijvoorbeeld zoals hier instandhouding oud grasland. Dit zijn weiden die niet gescheurd (geploegd) mogen worden. Hierdoor komen er meer kruiden voor (ook goed voor de weidevogels) en wordt extra CO2uitstoot voorkomen. Bovendien vergroot het de landschappelijke beleving.
Stad-land: het vermarkten van de waarde van het landschap in stedelijk gebied Naast het versterken van de relatie stad-land als onderdeel van de groene diensten met Agrarische Natuurvereniging Vockestaert als intermediair tussen Groenfonds en boeren zoals hiervoor beschreven, is er in 2019 extra geïnvesteerd in het versterken van de relatie tussen stad en land. Het idee daarachter was om activiteiten te subsidiëren gericht op het vermarkten van de meerwaarde van het agrarisch cultuurlandschap in het stedelijk gebied. De kwaliteiten van het landschap, onder andere weidevogels, komen nu niet tot uitdrukking in de prijs, en omgekeerd krijgen consumenten geen gelegenheid om deze meerwaarde te verzilveren. Dit advies kwam voort uit de evaluatie zoals deze is uitgevoerd door de WUR (Wageningen University & Research). In 2019 is gestart met een project om dit vorm te gaan geven. Dit bestond uit twee sporen: 8
-
-
De Melkbar: events met een ‘melkbar’ waarbij ondernemers uit de stad in contact werden gebracht met boeren uit Midden-Delfland om zo aanbod en vraag bij elkaar te brengen. Hiervoor zijn drie bijeenkomsten georganiseerd en een afsluitende evaluatie. Hieruit bleek dat de melkbar het meest succesvol is als aangesloten kan worden bij een bestaande bijeenkomst met ondernemers, zoals Delft Verbindt. In 2019 heeft het spoor van de Melkbar plaatsgevonden in Delft, in 2020 start dit spoor in Den Haag. Stimuleringssubsidie: om initiatieven van ondernemers en boeren zoals die o.a. voortkomen uit de Melkbar te stimuleren is er stimuleringssubsidie beschikbaar gesteld. Deze subsidie is gericht op samenwerking en concrete verkoop van producten afkomstig van het agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland in stedelijk gebied. Zo is er subsidie beschikbaar gesteld voor de verkoop van zuivel van coöperatie van Delflands Hof in Delft en het ‘Leer-proces’: het verwaarden van koeienhuiden door er tassen van te maken en te verkopen. De aanvragen die eind 2019 zijn binnengekomen, worden ten laste gelegd van de begroting 2020.
Overigens is niet alleen vanuit het Groenfonds aandacht besteed aan het versterken van de stad-landrelatie. Andere sporen op dit gebied lopen vanuit de Gebiedstafel, Duurzaam Boer Blijven en Netwerk Midden IN Delfland (MIND). Concreet moet gedacht worden aan het werk van de kringloopboeren die al meer dan 10 jaar actief zijn in Midden-Delfland en PUUUR (marketing van het gebied en producten). Met MIND is in 2019 actief samengewerkt: MIND is actief in het landelijk gebied van Midden-Delfland om onder andere de verbinding te leggen met de steden, terwijl het Groenfonds juist vanuit de stad verbinding zoekt met het platteland. Ook buiten Midden-Delfland zijn er activiteiten die het idee van ‘verwaarding van het landschap’ ondersteunen, denk aan De Kortste Weg vanuit de Provincie Zuid-Holland gericht op korte ketens en de visie van het ministerie van LNV gericht op kringloopboeren.
9
Jaarrekening
10
Waarderingsgrondslagen Algemeen De jaarrekening is opgesteld volgens de in Nederland geldende richtlijn C1 voor de jaarverslaggeving “Organisaties zonder winststreven” voor kleine organisaties. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten, tenzij anders vermeld bij de desbetreffende post. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Verplichtingen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Het resultaat van de rekening van baten en lasten wordt toegevoegd aan het eigen vermogen. Waarderingsgrondslagen voor de balans Financiële vaste activa De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs (het ingelegde bedrag) voor zover het betreft de belegging in het Garantiefonds tranche 2013 die tegen het nominale bedrag met de overeengekomen rentevergoeding in 2023 zal worden uitbetaald. Financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen reële waarde indien het eigenvermogensinstrumenten betreffen welke geen deel uitmaken van de handelsportefeuille maar niet aangehouden worden tot het einde van de looptijd.
Waarbij veranderingen in de reële waarde eerst rechtstreeks in het eigen vermogen (herwaarderingsreserve) verwerkt worden en bij realisatie in de winst- en verliesrekening. Dit betreft de beleggingen die bij een professionele vermogensbeheerder in beheer zijn gegeven (ASR Vermogensbeheer). Overige activa en passiva De overige activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor wat de activa betreft, gebeurt dit onder aftrek van waardeverminderingen wegens verminderde volwaardigheid als dit bij een post van toepassing is.
Balans per 31-12-2019 (na resultaatbestemming)
Omschrijving Financiële vaste Activa (beleggingen) [1]
31-12-2019
10.947.015,33
Vooruitbetaalde Kosten [2]
0,00
Vorderingen [3]
305.768,33
Liquide middelen [4]
1.186.950,78
31-12-2018
Omschrijving
Bestemmingsreserve 9.673.197,33 [5] 0,00 Herwaarderingsreserve [6] 942.099,46 Overige schulden [7]
31-12-2018
11.400.300,85 10.984.166,96
1.015.903,00
0,00
23.530,59
25.192,92
394.063,09
VOOR WAARMERKINGS12.439.734,44 11.009.359,88 DOELEINDEN
11
31-12-2019
Verstegen accountants en adviseurs B.V. 07-07-2020 d.d. ...................
12.439.734,44 11.009.359,88
Toelichting op de balans [1] Financiële vaste activa (beleggingen) Per 31 december 2019 is een deel van het vermogen van de stichting ad € 987.708,33 belegd in een fonds belegd (OvE Garantiefonds, tranche juli 2013 – mei 2023), terwijl het grootste deel ondergebracht is bij een vermogensbeheerder (ASR Vermogensbeheer). De tranche 2013-2023 heeft een vast rendement. Aan het eind van de looptijd wordt een bedrag van € 1.411.925,-- uitgekeerd. Beide soorten beleggingen passen binnen eisen van het vastgestelde Treasurystatuut. De middelen van de tranche in het Garantiefonds zijn voor 37% belegd in een gestructureerde lening van de Rabobank, en voor 63% in een gestructureerde Italiaanse staatsobligatie. De belegging in de Italiaanse staatsobligatie werd verantwoord geacht vanwege het feit dat Italië een klein begrotingstekort heeft, de staatsschuld voor circa 65% door het land zelf (rijke middenklasse) wordt gefinancierd, de werkeloosheid ongeveer op het gemiddelde van de EU ligt, en er een stijgende export is. De koerswaarde per 31-122018 bedraagt € 1.408.037,49. Na afloop van het boekjaar is vernomen dat de andere participant in het fonds (met de grootste belegging) de participatie wilde beëindigen. De beheerder van het fonds was daardoor genoodzaakt het fonds te liquideren. In 2020 zal derhalve de inleg met de opgebouwde rente worden uitgekeerd.
Vermogensbeheerder In 2016 kwam de hoofdsom met opgebouwd rendement van het OvE Garantiefonds tranche 2006 vrij en zijn de beleggingen in de toenmalige Rentefondsen geliquideerd. De vrijkomende middelen zijn in handen gegeven van de ingeschakelde vermogensbeheerder, ASR Vermogensbeheer. Omdat de belegging geleidelijk plaats moest vinden is het laatste deel van de te beleggen middelen ad € 2 miljoen eerst in 2018 aan de vermogensbeheerder overgemaakt. De waarde van de portefeuille ultimo 2018 bedroeg € 9.959.307 (2018 € 8.685.489) en was als volgt belegd: Vastrentende waarden € 6.422.714 Liquiditeiten/deposito’s € 24.128 Aandelen € 2.511.525 Overig (indirect vastgoed) € 1.000.940 Totaal € 9.959.307 Specificatie balanspost Financiële activa per 31-12-2018 : OvE Garantiefonds tranche 2013 € 987.708,33 (2018 € 987.708,33) Beleggingsportefeuille ASR € 9.959.307,-- (2018 € 8.685.489,00) Totaal € 10.947.015,33 (2018 € 9.673.197,33) Bij de beleggingsportefeuille ASR zijn de in het Treasurystatuut genoemde randvoorwaarden in acht genomen. Dit betekent dat niet een zo hoog mogelijk rendement wordt nagestreefd, maar een redelijk rendement dat verwacht mag worden zonder teveel risico’s.
[2] Vooruitbetaalde kosten Voor de belegging in het Garantiefonds zijn beheerskosten verschuldigd. Die beheerskosten bedragen bij de tranche 2013 voor de eerste 5 jaar € 12.291,67, en moesten vooruit worden betaald. Elk jaar werd een evenredig deel ten laste van de exploitatie gebracht. Voor 2018 was dat een restantbedrag van € 1.245,31 over de periode januari t/m juni 2018. Vanaf juli 2018 worden de beheerskosten achteraf in rekening gebracht en verrekend 12
met de uitbetaling van de hoofdsom en rendement. Per 31-12-2019 waren er daardoor geen vooruitbetaalde kosten meer.
[3] Vorderingen Per 31-12-2019 was er een vordering wegens te hoge voorschotten aan Vockestaert voor de uitvoering van het puntensysteem over 2019 ad € 34.225,09,72 (2018 € 23.419,34), alsmede vorderingen uit hoofde van het gegarandeerde rendement van de belegging in het Garantiefonds tranche 2013 over de periode t/m 31 december 2019 ad € 268.810,56 (2018 € 227.376,50). Dit rendement zou pas aan het eind van de beleggingsperiode van 9 jaar en 10 maanden uitgekeerd worden (2023), maar na afloop van het boekhaar is vernomen dat het Garantiefonds in 2020 geliquideerd wordt en dat de opbrengst derhalve reeds in 2020 zal worden ontvangen. De vordering op Vockestaert wordt verrekend bij de bevoorschotting voor de uitvoering van het puntensysteem over 2020. De stichting heeft van de gemeente Maassluis een bedrag tegoed vanwege opgeleverde woningen in 2019 van € 2.722,68 voor 2 opgeleverde woningen. Verder zijn er vorderingen op de Rabobank van € 0,00 uit hoofde van rente van de rekening-courant over het 4e kwartaal 2019 en € 10, -- uit hoofde van de rente van de spaarrekening over 2019. De genoemde bedragen zijn begin januari 2020 ontvangen.
[4] Liquide middelen De stichting beschikte per 31-12-2019 over de volgende liquide middelen: rekening-couranten : N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (nr. NL85BNGH0285118587) € 1.006.216,08 Rabobank (nr. NL79RABO0170021882) € 12.116,08 direct opvraagbare spaarrekening (nr. NL36RABO1515595986). € 168.618,62 Totaal € 1.186.950,78
[5] Bestemmingsreserve De bestemmingsreserve omvat het gerealiseerde eigen vermogen dat uit de eenmalige bijdragen van de deelnemende gemeenten en de donaties uit de rode ontwikkelingen is verkregen. Het bestuur heeft dit vermogen bestemd voor langdurige instandhouding van het open agrarische cultuurlandschap en het versterken van de gebruiks- en belevingswaarde voor de inwoners van de omliggende gemeenten (conform de doelstelling in de statuten). Het verschil tussen de jaarlijkse inkomsten en uitgaven wordt aan de reserve toegevoegd dan wel onttrokken. Omvang reserve aan het begin van het verslagjaar € 10.984.166,96 Bij: positief resultaat verslagjaar € 416.133,89 Omvang reserve aan het eind van het verslagjaar € 11.400.300,85
[6] Herwaarderingsreserve De herwaarderingsreserve behoort eveneens tot het eigen vermogen van de stichting. Het betreft echter ongerealiseerd eigen vermogen en wordt daarom apart in de balans opgenomen. Bij aanvang van het verslagjaar 2018 bestond de reserve uit de door ASR behaalde koerswinst op de beheerde beleggingsportefeuille van € 222.341,--, onder aftrek van het in 2016 (eerste jaar belegging) gerealiseerde koersverlies van € 6.677,--. Per saldo dus € 215.664. In 2018 is een koersverlies geleden € 285.538,--. Hiervan kwam € 215.664,-- ten 13
laste van de herwaarderingsreserve en het restant ad € 69.874,-- ten laste van het resultaat over 2018. Over 2019 is er een koerswinst behaald van € 1.085.776,--. Het in 2018 ten laste van de exploitatie genomen koersverlies kan hierdoor worden teruggedraaid, terwijl het restant van de koerswinst ad € 1.015.902,-- in de herwaarderingsreserve wordt gestort.
[7] Overige schulden Per 31-12-2019 was er een schuld aan de Rabobank ter grootte van € 17,74 vanwege bankkosten over het 4e kwartaal 2019. Daarnaast is nog aan ASR een bedrag ad € 6.812,03 verschuldigd voor de beheersvergoeding over het 4e kwartaal 2019. De schulden aan de Rabobank en ASR zijn in januari 2020 voldaan. De beheervergoeding voor het Garantiefonds tranche 2013 wordt vanaf juli 2018 achteraf in rekening gebracht en verrekend met de uitbetaling van de hoofdsom en het rendement in 2023. Over de periode juli t/m december 2018 betreft dat een bedrag van € 1.251,55 en over het verslagjaar € 2.469,27. Tezamen € 3.720,82. Een betaalopdracht van de penningmeester in december 2019 voor de uitbetaling van een voorschot op een subsidie voor verwaarden van het landschap ad € 5.000,-- werd abusievelijk uitgevoerd ten laste van de bankrekening van de gemeente. In januari is dat bedrag terugbetaald aan de gemeente. Na afloop van het boekjaar bleek het externe bureau dat de begeleiding heeft verzorgd bij het project verwaarding van het landschap ten onrechte geen BTW in rekening te hebben gebracht. Deze BTW ad € 7.980,-- is alsnog in rekening gebracht en nabetaald.
Niet in de balans opgenomen regelingen Voor de vergoedingen voor groene diensten op grond van het puntensysteem zijn tussen de uitvoeringsorganisatie Vockestaert en de deelnemers (meest boeren) overeenkomsten gesloten met een looptijd van 6 jaar. De contractperiode omvat de jaren 2018 t/m 2023. De jaarlijkse verplichting is ongeveer gelijk aan het bedrag dat in 2019 is uitgegeven. De geschatte verplichting voor de jaren 2020 t/m 2023 komt uit op circa € 1 mln. Bij de liquidatie van de beleggingen in de OvE Rentefondsen 1-3 en 4-7 zijn respectievelijk bedragen van € 370,69 en € 69,02 ingehouden vanwege (langlopende) vorderingen van de fondsen op ingehouden bronbelasting. De vordering van € 69,02 is in het verslagjaar 2017 ontvangen. Indien en zodra de andere vordering alsnog door het fonds wordt ontvangen zal het aandeel van de stichting in deze vorderingen worden uitgekeerd.
14
Staat van baten en lasten 2019 werkelijk 2018
begroot 2019
werkelijk 2019
begroot 2020
Baten Donaties [1]
686.768,62
613.000,--
445.549,78
545.000,00
Inkomsten beleggingen [2]
116.563,06
131.484,--
299.359,06
116.484,00
Overige baten [3]
0,00
0,00
0,00
0,00
Totaal baten
803.331,68
744.484,00
744.908,84
661.484,00
Vergoedingen groene diensten [4]
244.320,29
290.950,00
234.957,50
291.200,00
Subsidies stadlandrelatie[5]
14.155,57
112.000,00
60.678,33
112.000,00
Beheerskosten beleggingen[6]
23.663,33
26.958,00
28.504,58
26.958,00
Overige kosten [7]
10.639,64
4.115,00
4.634,54
3.990,00
Totaal lasten
292.778,83
434.023,00
328.774,95
434.148,00
Resultaat
510.552,85
310.461,00
416.133,89
227.336,00
Lasten
Resultaatbestemming Toevoeging aan de bestemmingsreserve
2019 416.134
2018VOOR WAARMERKINGS510.553
Toelichting op de staat van baten en lasten
DOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V.
07-07-2020 d.d. ................... [1] Donaties Op basis van de tussen de gemeente Midden-Delfland en de gemeenten Delft en Den Haag gesloten overeenkomsten/convenanten en de aan de gemeente Maassluis door de provincie gestelde voorwaarde voor de bebouwing van de Dijkpolder (verwerkt in een overeenkomst tussen de gemeenten Midden-Delfland en Maasluis), zijn de volgende donaties te verwachten: Gemeente Midden-Delfland: € 1.361,34 (hfl. 3.000) per woning die gebouwd wordt in het zogenoemde Middengebied in de Harnaschpolder; 15
Gemeente Delft: € 1.361,34 (hfl. 3.000) per woning die gebouwd wordt in het zogenoemde Middengebied in de Harnaschpolder; Bedrijvenschap Harnaschpolder: € 4,54 (hfl. 10,--) per m2 bedrijventerrein; Gemeente Maassluis: een vast bedrag van € 500.000, alsmede € 1.361,-- per woning die in de Dijkpolder gebouwd gaat worden, en € 4,50 per m2 bedrijfsterrein in die polder. In 2019 heeft het Bedrijvenschap 97.509 m2 grond verkocht, en is uit dien hoofde een donatie ontvangen van € 442.827,10. Van de gemeenten Midden-Delfland en Delft worden geen donaties meer ontvangen omdat die gemeenten voor alle woningen waarvoor dat was afgesproken de bijdragen hebben voldaan. Verder heeft de gemeente Maassluis medegedeeld dat er in de Dijkpolder in 2019 2 woningen zijn opgeleverd, en dat daarvoor een bedrag ad € 2.722,-- zal worden overgemaakt. In de begroting 2019 was rekening gehouden met donaties voor 124.000 m2 bedrijfsterrein en een stelpost van € 50.000 voor de donatie van de gemeente Maassluis. Dat de werkelijke gronduitgiften in de praktijk afwijken van de begrootte aantallen is gebruikelijk en ligt buiten de invloedsfeer van de stichting. Bedragen voor de (nog) niet gerealiseerde grondverkopen zullen overigens in latere jaren alsnog worden ontvangen. Samenvatting donaties 2019: Gemeente Maassluis Bedrijvenschap Harnaschpolder Totaal
€ 2.722,-€ 442.827,10 € 445.549,10
[2] Inkomsten beleggingen Het vermogen van de stichting is belegd. Hierbij is gebruik gemaakt van een Garantiefonds van Oyens & Van Eeghen en de vermogensbeheerder ASR Vermogensbeheer. OVE Garantiefonds Per 8 juli 2013 is € 1.000.000,-- minus € 12.291,67 transactiekosten over 5 jaar = € 987.708,33 belegd in het OVE Garantiefonds tranche 2013-2023. Het vaste rendement na afloop van de periode van bijna 10 jaar bedraagt € 424.216,70. Over 2019 is dat een bedrag van € 41.434,06. Vermogensbeheerder Over 2019 is met de beleggingen door de vermogensbeheerder het volgende resultaat behaald: Rente/dividend € 180.617,00 Resultaat verkochte effecten € 7.424,00 In 2018 t.l.v. de exploitatie genomen koersverlies dat in 2019 wordt teruggedraaid € 69.874,00 Totaal per saldo € 257.915,00 Rente en dividend bij de vermogensbeheerder moeten als bate in de exploitatie verantwoord worden. Koerswinsten moeten gestort worden in de herwaarderingsreserve, terwijl koersverliezen uit deze reserve gedekt mogen worden dan wel, bij het ontbreken van een dergelijke reserve, als last op de exploitatie moet drukken. Over 2019 is er een koerswinst gerealiseerd van € 1.085.776. Hiervan kan € 69.874 ten gunste van de exploitatie worden gebracht ter compensatie van het in 2018 ten laste van de exploitatie genomen koersverlies.
Het restant van de koerswinst ad € 1.015.902,00 is gestort in de herwaarderingsreserve. Verder is op verkochte effecten een winst (ten opzichte van de kostprijs) gerealiseerd van € 7.424,00. Rente liquide middelen Naast de dividenden van de beleggingen is ter zake van de rekening-courant bij de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten rente over 2019 ontvangen tot een totaalbedrag van 16
€ 0,00, en van de Rabobank ter zake van de rekening-courant en spaarrekening bij die bank bedragen van respectievelijk € 0,00 en € 10,00. Samenvatting opbrengst beleggingen: Garantiefonds tranche 2013 € 41.434,06 Resultaat vermogensbeheer € 257.915,00 Totaal externe beleggingen € 299.349,06 Bij: rente bankrekeningen € 10,00 Totale opbrengsten beleggingen € 299.359,06 [3] Overige baten In het verslagjaar waren er geen overige baten. De Streekrekening van de Rabobank is enkele jaren geleden opgeheven, zodat daaruit geen extra inkomsten meer tegemoet kunnen worden gezien. [4] Vergoedingen groene diensten Voor het bepalen van de vergoedingen voor groene diensten is een puntensysteem ontwikkeld. In september 2006 is van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bericht ontvangen dat de Europese Commissie haar goedkeuring heeft gehecht aan de meeste van de voorgestelde diensten. De betalingen aan de boeren van het puntensysteem in 2019, tezamen met de uitvoeringskosten van Vockestaert, hebben € 231.086,95 bedragen (2018 € 233.533,38). In de bijlage bij deze jaarrekening is een specificatie opgenomen van de groene diensten waarvoor uitkeringen zijn gedaan op basis van het puntensysteem. Het verantwoorde bedrag is gebaseerd op jaarrekening van Vockestaert, die voorzien is van een goedkeurende beoordelingsverklaring van hun accountant.
Daarnaast heeft het bestuur in 2018 besloten om met terugwerkende kracht vanaf 2016 de contracten met de boeren voor het onderhoud van het Voddijkpad te verlengen. Over 2019 is hiervoor een bedrag uitbetaald van € 3.870,65 (2018 € 3.799,15). [5] Subsidies stad-landrelatie Voor agro-educatie/agro-recreatie wordt aan de Natuurvereniging Vockestaert jaarlijks een subsidie uitgekeerd. Voor 2019 was dat een bedrag van € 4.471,28 (2018 € 4.899,12). Daarnaast is een subsidie verstrekt voor de kosten van de zogenoemde vliegende wandelpaden. Die kosten over 2019 bedroegen € 3.636,12 (2018 € 4.256,45). In de begroting 2019 was een budget van € 100.000 opgenomen om meer initiatieven te gaan ontplooien voor de stad-landrelatie. In het verslagjaar is dit budget deels benut voor begeleiding door een extern bureau. De kosten daarvan bedroegen € 39.980,--, met nog een bedrag van € 570,93 voor bijkomende kosten. Het project verwaarding heeft er toe geleid dat in 2019 voor een tweetal initiatieven voorschotten zijn uitbetaald tot een bedrag van € 12.020,--. Daarnaast zijn er eind 2019 aanvragen binnengekomen waarover in 2020 een beslissing zal worden genomen. [6] Beheerskosten beleggingen Voor de belegging in het Garantiefonds tranche 2013 is voor beheerskosten jaarlijks een bedrag van € 2.469,27 verschuldigd. Aan de vermogensbeheerder ASR Vermogensbeheer B.V.
was als beheersvergoeding over 2019 een vergoeding verschuldigd van in totaal € 26.035,31. [7] Overige kosten Tot de overige kosten behoren de jaarlijkse accountantskosten voor de controle van de jaarrekening (€ 3.043,15) alsmede de kosten van betalingsverkeer en standaardbankverklaring van de BNG (€ 154,14) en de Rabobank (€161,69). Vanaf 2017 is een jaarlijkse vergoeding aan de Kamer van Koophandel verschuldigd voor een “Legal Entity 17
Identifier” (LEI) die noodzakelijk is vanwege de beleggingen van de stichting. De kosten voor 2019 bedroegen € 48,40. Daarnaast is in 2019 een afrekening betaald ad € 775,88 aan een notariskantoor voor de afwikkeling van de doorgevoerde statutenwijziging waartoe het bestuur in haar vergadering van 15 november 2017 heeft besloten, alsmede een bedrag van € 451,28 voor vergaderkosten. Resultaat Een positief resultaat wordt gestort in de bestemmingsreserve en een negatief resultaat wordt aan die reserve onttrokken. De bestemming van die reserve staat nader beschreven bij die reserve (blz. 12).
Risicoparagraaf Hoewel de Stichting Groenfonds Midden-Delfland een private stichting is die niet hoeft te voldoen aan de regelgeving zoals die geldt voor gemeenten wordt in de praktijk toch zoveel mogelijk rekening gehouden met de werkwijze van gemeenten. Naast het feit dat er met een begroting en een door een accountant gecontroleerde jaarrekening wordt gewerkt komt dit met name tot uitdrukking bij het mitigeren van risico’s. Voor de Stichting Groenfonds Midden-Delfland zijn er twee risico’s de moeite waard om apart te vermelden: Risico 1: De stichting loopt een (beleggings-)risico op de beschikbaarheid en het rendement van en op het (eigen) vermogen. Oorzaak: Het beheer van het vermogen wordt niet zelf gedaan, maar is in handen gegevens van een professionele vermogensbeheerder. Daarbij wordt een lange beleggingshorizon gehanteerd. Gevolg: Actuele ontwikkelingen bij de bestedingen kunnen het gewenst maken om de beleggingen geheel of gedeeltelijk te liquideren. Liquidatie van de beleggingen is op zich mogelijk, maar kan een fors koesverlies betekenen wanneer dat op een ongunstig tijdstip moet worden gedaan. Beheersmaatregelen: De vermogensbeheerder moet zich houden aan een voorzichtige/defensieve beleggingsstrategie zoals die in overheidsland (zoals provinciale nazorgfondsen) gebruikelijk is. In het door het bestuur vastgestelde Treasurystatuut is dat ook vastgelegd.
Ook valutarisico’s worden daardoor niet gelopen. Koersverlies bij een liquidatie van de beleggingen wordt hiermee niet voorkomen, maar wel gemitigeerd. Risico 2: De (ambtelijke) organisatie van de stichting is zeer klein en wordt gevormd door twee parttime ondersteuners van de gemeente Midden-Delfland. Dit maakt het aanbrengen van functiescheidingen moeilijk. Beheersmaatregelen: Voor de betaling van de circa 10 tot 15 facturen per jaar is dit ondervangen door aan medewerkers van het team financiën van de gemeente MiddenDelfland volmacht te geven om over de bankrekening van de stichting te beschikken. Via een opdrachtformulier met toegevoegde factuur worden weliswaar betaalopdrachten gegeven door de penningmeester, maar die worden door de gemeente op dezelfde wijze behandeld en gecontroleerd als betaalopdrachten van/binnen de gemeente zelf. Ook deze werkwijze is vastgelegd in het Treasurystatuut. De resultaten van de beleggingen komen niet alleen tot uitdrukking in de jaarrekeningen van de stichting, maar zijn ook een expliciet agendapunt bij de jaarlijkse bestuursvergaderingen.
18
Overige gegevens Wet normering Topinkomens De stichting wordt voor de deelnemende gemeenten aangemerkt als een zogenoemde verbonden partij. Dit betekent dat ook de Wet Normering Topinkomens (WNT) op de stichting van toepassing is. Voor de WNT worden de bestuurders aangemerkt als functionarissen waarover gegevens verstrekt moeten worden. Tabel 1d. Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.700 of minder NAAM TOPFUNCTIONARIS
FUNCTIE
S.Smit
Voorzitter
B.A.Revis
Lid bestuur
R. de Mos
Lid bestuur tot 7 nov. 2019
S.M.Brandligt
Lid bestuur
E.Haan
Lid bestuur
VOOR WAARMERKINGSDOELEINDEN Verstegen accountants en adviseurs B.V. 07-07-2020 d.d. ...................
Het maximum van de vergoedingen aan de bestuurders volgens de WNT bedraagt € 194.000. Aan de bestuurders van de stichting zijn in het verslagjaar geen beloningen verstrekt, geen onkostenvergoedingen, en ook geen ontslagvergoedingen. Het maximum wordt derhalve niet overschreden.
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant De controleverklaring van de onafhankelijke accountant is als bijlage bij deze jaarrekening gevoegd.
Resultaat In de statuten van de stichting zijn geen bepalingen opgenomen over de bestemming van het jaarlijks resultaat. Het positieve jaarresultaat over het boekjaar is toegevoegd aan het eigen vermogen (bestemmingsreserve).
Gebeurtenissen na de balansdatum Na de balansdatum hebben tot de datum van het opmaken van deze jaarrekening geen gebeurtenissen plaatsgevonden die nadere informatie geven over de feitelijke toestand op de balansdatum.
Deze jaarrekening is door de penningmeester van de stichting opgesteld op 3 juni 2020
Vastgesteld door het bestuur op
De voorzitter,
S.Smit
19
2020.
Uitkeringen puntensysteem
Aantal deelnemers 1e contractperiode
Omschrijving
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
Mozaïekbeheer
17
21
20
20
13
16
6
2
5
4
4
4
Gebruik wildredder
9
9
6
6
7
7
Instandhouden oud grasland
54
54
54
54
54
54
51
58
58
58
58
58
Natuurlijke handicaps
9
9
9
9
9
9
Zeldzame huisdierrassen rund
12
12
12
12
12
12
11
13
13
13
13
13
Zeldz. huisdierrassen schaap
19
19
16
16
16
16
10
11
11
11
11
11
Geriefhoutbosjes
30
30
29
29
29
29
25
26
26
26
26
26
Houtsingels
21
21
20
20
20
20
11
12
12
12
12
12
Elzensingels
14
14
14
14
14
14
7
8
8
8
8
8
Hagen/heggen
26
26
26
26
26
26
28
28
28
28
28
28
Knotbomen
64
64
64
64
64
64
54
60
60
60
60
60
Leibomen < 10 cm
5
5
5
5
5
5
3
5
5
5
5
5
Leibomen > 10 cm
13
13
13
13
13
13
13
14
14
14
14
14
Hoogst.fruitb. jaarl. snoeien
58
58
58
58
58
58
51
56
56
56
56
56
Hoogstamfruitb. inboeten
12
12
12
12
11
11
Erfbeplanting
62
62
62
62
62
62
41
43
43
43
43
43
Rietkraag/rietland tot 1000 m2
5
5
4
4
4
4
2
2
2
2
2
2
Rietkr./rietl.>1000m2
1
1
1
1
1
1
0
0
0
0
0
0
Natuurlijke oevers jaarl.beh.
3
3
3
3
3
3
1
1
1
1
1
1
Natuurlijke oevers afrastering
2
2
2
2
2
2
1
1
1
1
1
1
Poelen tot 75 m2
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
Poelen van 75-175m2
2
2
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Historisch woongedeelte
46
46
46
46
46
46
37
40
40
40
40
40
Historisch stalgedeelte
35
35
35
35
35
35
36
37
37
37
37
37
Hist. bijgeb.karakteristiek steen
29
29
29
29
29
29
29
31
31
31
31
31
Hist. bijgeb.karakteristiek hout
8
8
8
8
8
8
9
9
9
9
9
9
Hist. bijgeb. regulier, steen
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
2e contractperiode
Natuur/biodiversiteit
Landschapselementen
Cultuurhistorische elementen
Hist. bijgeb. regulier, hout
8
8
7
7
7
7
1
2
2
2
2
2
Hooiberg, betonpalen/stalen kap
22
22
22
22
22
22
16
17
17
17
17
17
Hooiberg, houten roeden en kap
9
9
9
9
9
9
12
12
12
12
12
12
Boenhok,historische onderdelen
4
4
4
4
4
4
6
6
6
6
6
6
Karnmolen, steen
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Karnmolen, hout
7
7
6
6
6
6
7
7
7
7
7
7
Melkhuisje steen
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Melkhuisje hout
1
1
0
0
0
0
1
1
1
1
1
1
Bakhuisje
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Prieel
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Buiten-wc
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
Melkbocht
8
8
7
7
7
7
6
7
7
7
7
7
Waterput
26
26
26
26
26
26
26
27
27
27
27
27
Lage betonsilo
9
9
9
9
9
9
12
12
12
12
12
12
Rieten daken
14
14
14
14
14
14
10
13
13
13
13
13
Boerentuin
43
43
43
43
43
43
36
42
42
42
42
42
Oude klinkerbestrating
22
22
22
22
22
22
22
24
24
24
24
24
Erfverharding grind
22
22
21
21
21
21
23
26
26
26
26
26
Stenen heultje
4
4
4
4
4
4
5
5
5
5
5
5
Stalen weidemolen
17
17
15
15
15
15
16
16
16
16
16
16
20
3e contractperiode Omschrijving Natuur/biodiversiteit
2018 2019
Mozaïekbeheer
3
2
Instandhouden oud grasland
39
39
Natuurlijke handicaps
13
13
Zeldzame huisdierrassen rund
11
11 173 stuks
Zeldz. huisdierrassen schaap Landschapselementen
124 stuks
Geriefhoutbosjes
17
17 1,9785 ha
Houtsingels
13
13 0,656 ha
Elzensingels
5
5 53 m1
Hagen/heggen
58
58 1697m1
Knotbomen
3
3 3.125 bomen
Leibomen < 10 cm
19
19 11 bomen
Leibomen > 10 cm
37
37 35 bomen
Hoogst.fruitb. jaarl. snoeien
40
40 875 bomen
Hoogstamfruitb. inboeten
20
20
Erfbeplanting
15
15 div. kwaliteiten
Rietkraag/rietland tot 1000 m2
4
4 0,123 ha
Rietkr./rietl. 1000-2500m2
0
0
Rietkr./rietl.>1000m2
0
0
Natuurlijke oevers jaarl.beh.
1
1 0,03 ha
Natuurlijke oevers afrastering
3
3 300 m1.
Poelen tot 75 m2
3
3 130 m1.
Poelen van 75-175m2 Cultuurhistorische elementen
0
0
Historisch woongedeelte
41
41
Historisch stalgedeelte
35
35 39 stallen
Hist. bijgeb.karakteristiek steen
22
22 23 bijgeb.
Hist. bijgeb.karakteristiek hout
13
13
Hist. bijgeb. regulier, steen
8
8 9 bijgeb.
Hist. bijgeb. regulier, hout
5
5 6 bijgeb.
Hooiberg, betonpalen/stalen kap
21
21 22 hooib.
Hooiberg, houten roeden en kap
8
8
Boenhok,historische onderdelen
8
8 12 boenh.
Karnmolen, steen
1
1
Karnmolen, hout
6
6
Melkhuisje steen
1
1
Melkhuisje hout
0
0
Bakhuisje
1
1
Zomerhuisje
0
0
Prieel
1
1
Buiten-wc
1
1
Melkbocht
7
7
Waterput
26
26 39 putten
Lage betonsilo
7
7 8 silo's
Rieten daken
13
13 2.559 m2
Oude klinkerbestrating
22
22 560,2 m2
Erfverharding grind
26
26 364,7 m2
Stenen heultje
4
4
Metalen heultje
0
15
Stalen weidemolen
15
15 21 molens
Terras-taluds jaarl.beh. afrasteringen
21
22
Nr. 1273 Aan het bestuur van Stichting Groenfonds Midden-Delfland
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant A. Verklaring over de in de jaarverslaglegging opgenomen jaarrekening 2019 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2019 van Stichting Groenfonds Midden-Delfland te Schipluiden gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarverslaglegging opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Groenfonds Midden-Delfland per 31 december 2019 en van het resultaat over 2019 in overeenstemming met de in Nederland geldende RJ-Richtlijn C1 Kleine organisatieszonder-winststreven en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2019; 2. de staat van baten en lasten over 2019; en 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2019 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’.
Wij zijn onafhankelijk van Stichting Groenfonds Midden-Delfland zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2019 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
2
B. Verklaring over de in de jaarverslaglegging opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat de jaarverslaglegging andere informatie, die bestaat uit: het bestuursverslag; de overige gegevens. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag in overeenstemming met RJ-Richtlijn C1 Kleine organisaties-zonder-winststreven.
C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het bestuur voor de jaarrekening Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de in Nederland geldende RJ-Richtlijn C1 Kleine organisaties-zonder-winststreven en de WNT. In dit kader is het bestuur verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de organisatie in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de stichting te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
3
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol WNT 2019, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: -
-
-
-
-
het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de stichting; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; het vaststellen dat de door het bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is.
Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de organisatie haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven; het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij communiceren met het bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Dordrecht, 7 juli 2020
Verstegen accountants en adviseurs B.V.,
was getekend. D. Vermaas RA