A 014 Begroting 2021 groenfonds MD.pdf
Tekst van het document
Begroting 2021
Stichting Groenfonds Midden-Delfland
1
Verantwoording en achtergrond foto’s: De foto’s in deze begroting zijn afkomstig van Agrarisch Natuurvereniging Vockestaert en bestaan uit beelden zgn. Oud Grasland. Oud Grasland ouderwets? Integendeel! Oud Grasland doet ‘ouderwets’ aan, maar is heel modern! Oud grasland is namelijk grasland dat jarenlang niet omgeploegd is en daardoor kruidenrijker is dan een gangbaar weiland. Dit type grasland waarvoor boeren vanuit het Groenfonds een vergoeding krijgen, is gunstig voor de biodiversiteit, het klimaat en milieu. Bij Oud Grasland mag het grasland niet omgeploegd worden en opnieuw ingezaaid met (vooral) Engels Raaigras. Daardoor is oud grasland kruidenrijker, en aantrekkelijker voor insecten en weidevogels, dus goed voor de biodiversiteit. En daarmee ook aantrekkelijker voor de recreant: er is meer te zien in de wei. Doordat de bodem niet omgeploegd wordt, blijft niet alleen de grasmat met kruiden intact, maar blijft ook de bodem ongeroerd waardoor het veen in de bodem minder oxideert. Hierdoor daalt de bodem minder snel en komen er minder broeikasgassen (zoals CO2) vrij. Dus goed voor klimaatadaptatie en –mitigatie. Ook is Oud Grasland minder eiwitrijk (Engels raaigras bevat veel eiwit, kruiden minder) dus ook gunstig voor de uitstoot van stikstof. Op de voorkant: ’t Woudt, een toekomstgericht polderlandschap.
Op de voorkant is het uitzicht op het ’t Woudt afgebeeld, vlakbij Delft en Den Haag. Zichtbaar is een eeuwenoud polderlandschap, maar dit landschap is ook toekomstgericht. Zo bestaat het weiland uit Oud Grasland. Dit is zichtbaar doordat het er minder homogeen, minder glanzend uitziet. Verder is een bruggetje (eigenlijk meer een plank over een sloot) zichtbaar: een voorbeeld van een verbinding bij een polderpad zoals dit ook bij het Voddijkpad en de Vliegende Wandelpaden aanwezig is. En bovendien is een deel van de Woudse polder ingericht als boezemwaterberging: als het regenwater door de intensievere buien en de toegenomen verharding in stedelijk gebied niet snel genoeg afgevoerd kan worden, kan de waterberging in de Woudse polder gebruikt worden als ‘noodventiel’. In het voorjaar is het echter een belangrijk gebied voor de weidevogels. En dan hebben we het nog niet eens over de kringloopboeren en de eigen energievoorziening van boeren.
2
Begroting 2021 Inleiding Het Groenfonds Midden-Delfland is in 2005 officieel opgericht vanuit de ontwikkeling van de Harnaschpolder. Deelnemers aan het fonds zijn de gemeenten Delft, Den Haag en MiddenDelfland. In 2015 is ook de gemeente Maassluis toegetreden en draagt deze gemeente ook financieel bij aan de financiële middelen van de stichting. Doel van het fonds is het behoud van het eeuwenoude agrarische cultuurlandschap in Midden-Delfland. Daarnaast is ook het versterken van de relatie tussen stad en land een belangrijke doelstelling. Er gaat dus niet alleen geld naar natuur en landschap, maar ook naar recreatie en educatie. Het Groenfonds Midden-Delfland draagt hiermee bij aan de kwaliteit van Midden-Delfland als binnentuin voor de omliggende steden.
werkelijk 2019
begroot 2020
2021
baten Donaties
445.549,78
545.000,00
560.000,00
Inkomsten beleggingen
299.359,06
116.484,00
75.010,00
0,00
0,00
0,00
744.908,84
661.484,00
635.010,00
Vergoedingen groene diensten
234.857,87
291.200,00
269.100,00
Subsidies stad-land relatie
52.698,33
112.000,00
106.000,00
Beheerskosten beleggingen
28.504,58
26.958,00
28.600,00
Overige kosten
4.634,54
3.990,00
4.300,00
Totaal lasten
320.695,32
434.148,00
408.000,00
Resultaat
424.213,52
227.336,00
227.010,00
Overige baten Totaal baten
lasten
Met de begroting 2021 wordt de ingezette lijn van afgelopen jaren doorgezet: betaling voor groene diensten die met name door (melk)veehouders worden geleverd in Midden-Delfland. Concreet betekent dit vergoedingen voor natuur- en landschapsbeheer (zoals de bescherming van de weidevogels en het onderhoud van oude boerderijen), maar ook voor educatie (o.a. ontvangen van schoolkinderen uit omliggend stedelijk gebied op de boerderij) 3
en recreatie (wandelen door boerenland). Daarnaast is de laatste jaren een belangrijk actiepunt het verwaarden van het gebied in de omliggende steden, waarmee wordt bedoeld dat de inwoners van de omliggende steden via producten een financiële bijdrage leveren aan het in stand houden van het gebied. De benodigde financiën zijn afkomstig uit het rendement van het vermogen dat in principe in stand blijft. Op deze wijze wordt bijgedragen aan beide doelstellingen van het Groenfonds: in stand houden van het agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland en het versterken van de relatie tussen stad en land. Vanwege de ontwikkeling met betrekking tot het Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland is het werkgebied in 2018 uitgebreid met het agrarisch gebied van Oude Leede en Schieveen. Voorheen was het werkgebied beperkt tot het agrarisch deel van het oude reconstructiegebied Midden-Delfland (inclusief de Groeneveldse Polder). Het bestuur heeft in 2017 voor een periode van zes jaar besloten tot uitbreiding. Dit geldt in principe voor één contractperiode, tenzij anders wordt besloten. Hierover is contact met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Het werkgebied bestaat alleen uit het agrarisch gebied: water, natuuren recreatiegebieden en andere gebieden zijn uitgezonderd omdat hier andere partijen al verantwoordelijk zijn voor beheer en onderhoud.
Het idee is dat in principe geen vergoedingen worden verstrekt voor zaken en gebieden waar andere partijen al een verantwoordelijkheid voor hebben.
Het werkgebied van het Groenfonds Midden-Delfland: voorheen was dit het oude reconstructiegebied Midden-Delfland (inclusief de Groeneveldse Polder). Vanwege het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland is dit (eenmalig) uitgebreid met Oude Leede en Schieveen. Het betreft uitsluitend de lichtgroene dus agrarische gebieden.
4
Toelichting begroting Inkomsten Donaties In 2000 en 2001 zijn convenanten afgesloten tussen de gemeenten Den Haag, Delft en Midden-Delfland over de ontwikkeling van de Harnaschpolder. In die convenanten hebben de drie betrokken gemeenten afgesproken om uit de grondexploitaties van de gemeente Delft, de gemeente Midden-Delfland en het Bedrijvenschap Harnaschpolder voor de daarbij aangewezen gebieden in de Harnaschpolder een bedrag van € 1.361,34 (Hfl. 3.000, --) per uitgegeven woning en € 4,54 (Hfl. 10, --) per uitgegeven m2 bedrijfsterrein aan de Stichting Groenfonds Midden-Delfland ter beschikking te stellen. In het kader van een grenscorrectie tussen de gemeente Maassluis en de nieuwe gemeente Midden-Delfland ten behoeve van de ontwikkeling van de Dijkpolder is tussen deze gemeenten op 30 december 2003 een overeenkomst gesloten op grond waarvan de gemeente Maassluis na de vaststelling van het bestemmingsplan voor de Dijkpolder ook is toegetreden tot de stichting. In de overeenkomst staat dat deze gemeente € 1.361, -- per woning en € 4,50 per m2 uit te geven bedrijventerrein in de Dijkpolder bijdragen aan de stichting. De gronduitgiften bij het Bedrijvenschap waren lange tijd vertraagd, en jaarlijks bleek het uit te geven oppervlak te optimistisch te worden geraamd. Diverse belangrijke procedures (bestemmingsplan, onteigening) zijn echter afgerond.
Diverse afgesloten contracten konden en kunnen daardoor omgezet worden in daadwerkelijke grondafnames. Tezamen met de aantrekkende economie is de gronduitgifte de laatste jaren dan ook fors toegenomen en kan de grondafname in 2021 geschat worden op 5,6 ha. Dit komt neer op een bedrag van afgerond € 254.000. Voor zowel de woningbouw in Lookwatering-West van de gemeente Delft als de woningbouw in Lookwest-Noord van de gemeente Midden-Delfland worden geen donaties meer verwacht. Beide gemeenten hebben de laatste woningbouw in 2017 afgerond. De afspraken over de bijdragen van deze twee gemeenten zijn daarmee afgewikkeld. De bijdragen van de gemeenten Delft en Midden-Delfland werden in het verleden uitgekeerd aan de hand van het aantal gronduitgiften in een jaar. De gemeente Maassluis keert echter uit op basis van het aantal opgeleverde woningen in een jaar. Op basis van afgegeven omgevingsvergunningen wordt ingeschat dat in 2021 180 woningen worden opgeleverd. De bijdrage daarvoor wordt geschat op € 306.000. Samenvatting te verwachten donaties in 2021: Bedrijvenschap Harnaschpolder € 254.000 Gemeente Delft € 0 Gemeente Midden-Delfland € 0 Gemeente Maassluis € 306.000 Totaal € 560.000
Voor alle bedragen geldt dat de ontvangst volledig afhankelijk is van de gronduitgiften en planningen van de individuele partijen, en dat het dus onzeker is of de bedragen daadwerkelijk over 2021 zullen worden ontvangen. Inkomsten beleggingen Sinds 2016 is het grootste deel van het vermogen van de stichting ondergebracht bij een vermogensbeheerder, ASR Vermogensbeheer. Ultimo 2019 bedroeg het belegd vermogen 5
€ 9,96 miljoen. In 2020 is de belegging in het Garantiefonds tranche 2013 vervroegd vrijgevallen en is de opbrengst, aangevuld met een gedeelte eigen liquide middelen tot € 1,5 miljoen, toegevoegd aan het belegd vermogen bij de vermogensbeheerder. De portefeuille is zodanig ingericht dat er een zeer grote kans is dat de portefeuille gemiddeld € 300.000 per jaar op zal leveren, maar zekerheid daarover bestaat er niet. Om de kans zo groot mogelijk te laten zijn is met een laag risico belegd. Het rendement (inclusief koersverschillen) zal jaarlijks verschillen. Overigens komen rente-opbrengsten van obligaties ten gunste van de exploitatie, komen positieve koersverschillen ten gunste van een herwaarderingsreserve (en dus niet ten gunste van de exploitatie), en komen negatieve koersverschillen ten laste van de herwaarderingsreserve dan wel de exploitatie indien die reserve ontoereikend is. Gelet op met name de lage rente van staatsleningen wordt in de begroting 2021 rekening gehouden met een rendement ten gunste van de exploitatie (rente-opbrengst minus negatieve koersverschillen) tot een bedrag van € 75.000. Deze raming is mede afgeleid van de opbrengst over 2019 (€ 180.000, maar lager gesteld omdat verwacht wordt dat door de coronacrisis minder dividenden uitbetaald zullen worden.
Uit de jaarrekening zal blijken welk totaalrendement over het kalenderjaar is gehaald, welk deel daarvan ten gunste van de exploitatie komt en welk deel tot uitdrukking komt in de vorm van een storting in de herwaarderingsreserve (of onttrekking bij een koersverlies). Van het overige geld op de spaarrekening (ten behoeve van de overige liquide middelen) wordt een rente-opbrengst van € 10 ingeschat. De geldmiddelen op de rekening-couranten bij de BNG en Rabobank brengen geen rente (meer) op. Samenvatting inkomsten beleggingen: - Belegging bij vermogensbeheerder € 75.000, -- Belegging OvE Garantiefonds € 0, -- Rente spaarrekening € 10, -Totaal € 75.010, -Verder wordt inzake beleggingen verwezen naar de laatste versie van het Treasurystatuut dat in 2018 is vastgesteld door het bestuur. Daarin staan de randvoorwaarden die bij de beleggingen door ASR Vermogensbeheer in acht worden genomen.
Overige baten Er worden geen overige baten verwacht. Oud grasland is uit de verte te herkennen doordat de grasmat niet homogeen is doordat er niet alleen gras groeit, maar ook kruiden.
6
Uitgaven Vergoedingen groene diensten In 2018 is de derde zesjaarlijkse periode van het puntensysteem voor Groene Diensten gestart. Op basis van het vastgestelde budget voor de periode 2018 - 2023 worden de uitkeringen en de uitvoeringskosten door Vockestaert gezamenlijk voor 2021 geraamd op € 260.000. Vanwege de ontwikkeling van het Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland (dat ruimer begrensd is dan het oude reconstructiegebied Midden-Delfland) heeft het bestuur in 2017 besloten dat er met ingang van 2018 ruimte is voor deelname van de boeren in de gebieden Oude Leede en Schieveen. In principe geldt het besluit alleen voor de huidige derde contractperiode. Daarnaast wordt er een geïndexeerde vergoeding gegeven voor het beheer en onderhoud van het Voddijkpad in de Klaas Engelbrechtspolder: een oud kerkepad dwars door de polder tussen Wateringse Veld (Den Haag) en Schipluiden. Hiervoor wordt een bedrag van € 4.100 geraamd. Voorts wordt rekening gehouden met een bijdrage aan Vockestaert voor de zogenoemde Vliegende Wandelpaden ad € 5.000. Bedrag fluctueert jaarlijks aan de hand van de kosten. Samenvatting vergoedingen groene diensten: - Contracten en uitvoering puntensysteem 2018-2023 - Beheer en onderhoud Voddijkpad - Subsidie vliegende wandelpaden Totaal
€ 260.000 € 4.100 € 5.000 € 269.100
Met vliegende wandelpaden kunnen bestaande paden zoals hier het Doelpad bij Maasland met elkaar worden verbonden (foto: Tiny van der Meer via Vockestaert)
Subsidies stad-land relatie 7
De Agrarische Natuurvereniging Vockestaert ontvangt jaarlijks een bijdrage voor het project Agro-educatie en –recreatie. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het ontvangen van schoolklassen (met name uit omliggend stedelijk gebied) op en rond de boerderij waarbij kinderen leren over voedsel, dieren, landschap en natuur. De bijdrage wordt voor 2021 geraamd op € 6.000. Daarnaast wordt er in 2021, conform de Evaluatie van het Groenfonds, nog meer geïnvesteerd in het versterken van de relatie tussen stad en land. In 2018/2019 is gestart met een actie om te komen tot het verwaarden van het landschap in de omliggende grote steden. De doelstellig is om activiteiten te subsidiëren waarbij de producten van het landschap een meerwaarde geven. De kwaliteiten van het landschap, onder andere weidevogels, komen nu niet tot uitdrukking in de prijs, en omgekeerd krijgen consumenten geen gelegenheid om deze meerwaarde te verzilveren. In 2019 is dit project daadwerkelijk gestart. Voor de kosten van uitvoering en subsidies in 2021 wordt een bedrag geraamd van € 100.000. Samenvatting subsidies stad-land-relatie: - Agro-educatie en –recreatie - Budget voor verwaarden landschap Totaal
€ 6.000, -€ 100.000, -€ 106.000, --
Beheerskosten beleggingen De beheersvergoeding voor het garantiefonds tranche 2013 zijn vervallen omdat de belegging in 2020 is geliquideerd. De opbrengst hiervan is, aangevuld met eigen liquide middelen tot een totaalbedrag van € 1,5 miljoen, toegevoegd aan het belegd vermogen bij de vermogensbeheerder. In de loop van 2016/2017 is het grootste deel van het vermogen van de stichting ondergebracht bij ASR Vermogensbeheer. De vermogensbeheerder ontvangt daarvoor een vergoeding van 0,225% van het beheerd vermogen per jaar, met een maximum van € 25.000 excl. BTW. De ontwikkeling van de beleggingsportefeuille is door de coronacrisis moeilijk in te schatten. Vooralsnog wordt rekening gehouden dat het belegd vermogen in 2021 van ongeveer € 10.500.000 zal bedragen, wat een beheersvergoeding betekent van afgerond € 28.600 incl. BTW. Samenvatting beheerskosten beleggingen: - Kosten Garantiefonds € 0, -- Kosten vermogensbeheerder € 28.600, -Totaal € 28.600, --
Overige kosten Hoewel de boekhouding zeer beperkt is, heeft de stichting op grond van de statuten de plicht om een accountant de balans en de exploitatierekening te laten controleren. Als accountant heeft het bestuur Verstegen accountants en adviseurs aangewezen. Voor de controle van de jaarrekening 2020 wordt een kostenpost ingeschat van € 3.400. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK), maar de jaarlijkse bijdrage voor deze inschrijving is komen te vervallen. Vanwege een wijziging in de wetgeving voor beleggingsinstellingen is vanaf 2017 wel een Legal Entity Identifier (LEI) 8
noodzakelijk voor het kunnen beleggen via de vermogensbeheerder. De uitvoering daarvan berust bij de KvK en daarvoor is een jaarlijkse bijdrage verschuldigd van € 50. De accountant eist jaarlijks standaard bankverklaringen van de banken waar de stichting zaken mee doet. De kosten daarvan, tezamen met de kosten van het betalingsverkeer bij de BNG en Rabobank worden geraamd op in totaal € 250. Voor het vermogensbeheer was de stichting verplicht een bankrekening te openen bij de Kas Bank waar de vermogensbeheerder over kan beschikken. Stortingen en onttrekkingen aan de beleggingen geschieden via deze bankrekening. Omdat roodstand in principe niet is toegestaan zal er vaak tijdelijk een bedrag op staan. Op het moment van het maken van de begroting was voor een positief saldo in rekening-courant bij de Kas Bank een rentevergoeding aan de bank verschuldigd van 0,7%. Omdat de vermogensbeheerder grotere bedragen afroomt voor tijdelijke deposito’s wordt voor de mogelijke rentevergoeding een bedrag geraamd van € 100. Verder wordt voor overige kosten, zoals vergaderkosten en eventuele (onvoorziene) andere kosten, een bedrag geraamd van € 500, --.
Samenvatting overige kosten: - Accountantscontrole - Legal Entity Identifier - Standaard bankverklaringen en kosten betalingsverkeer - Rentekosten - Overige kosten Totaal
€ 3.400, -€ 50, -€ 250,-€ 100, -€ 500, -€ 4.300, --
BEGROOT RESULTAAT Bij het resultaat over 2021 wordt opgemerkt dat het saldo niet maatstaf gevend is voor de financiële positie van de stichting. Ontvangen donaties zouden eigenlijk toegevoegd moeten worden aan het belegd vermogen, maar moeten in eerste instantie verantwoord worden via de exploitatierekening. Met het ingestelde vermogensbeheer wordt beoogd een zodanig (gemiddeld) rendement van het belegd vermogen te kweken dat daaruit jaarlijks circa € 300.000 beschikbaar komt voor de jaarlijkse uitgaven van de stichting. In de loop der jaren zal het feitelijke rendement afhankelijk zijn van de “toevallige” beleggingsresultaten, die ook negatief kunnen zijn. Dit zegt echter niets over het (gemiddelde) rendement op de lange termijn. Donaties die nog ontvangen worden kunnen worden besteed aan nieuwe (niet structurele) uitgaven als gevolg van de strategische balans die in 2015/2016 opgemaakt is. Wanneer er geen bestemming voor is kunnen de extra middelen aan het beheerd vermogen worden toegevoegd. Enerzijds is hiermee de continuïteit voor de lange termijn gewaarborgd (conform de doelstellingen), anderzijds komt er hiermee geld beschikbaar voor incidentele uitgaven.
9
Oud Grasland van dichtbij: meer kruiden, niet alleen gras, dus aantrekkelijker voor insecten en weidevogels. In dit geval met onder andere klaver en boterbloem. Zie verder toelichting op pagina 2.
Risicoparagraaf Hoewel de Stichting Groenfonds Midden-Delfland een private stichting is die niet hoeft te voldoen aan de regelgeving zoals die geldt voor gemeenten wordt in de praktijk toch zoveel mogelijk rekening gehouden met de werkwijze van gemeenten en de regelgeving die voor hen geldt. Naast het feit dat er met een begroting en een door een accountant gecontroleerde jaarrekening wordt gewerkt komt dit met name tot uitdrukking bij het mitigeren van risico’s. Voor de Stichting Groenfonds Midden-Delfland zijn er twee risico’s de moeite waard om apart te vermelden: Risico 1: De stichting loopt een (beleggings-)risico op de beschikbaarheid en het rendement van en op het (eigen) vermogen. Oorzaak: Het beheer van het vermogen wordt niet zelf gedaan, maar is in handen gegevens van een professionele vermogensbeheerder. Daarbij wordt een lange beleggingshorizon gehanteerd. Gevolg: Actuele ontwikkelingen bij de bestedingen kunnen het gewenst maken om de beleggingen geheel of gedeeltelijk te liquideren. Liquidatie van de beleggingen is op zich mogelijk, maar kan een fors koersverlies betekenen wanneer dat op een ongunstig tijdstip moet worden gedaan. Beheersmaatregelen: De vermogensbeheerder moet zich houden aan een voorzichtige/defensieve beleggingsstrategie zoals die in overheidsland (zoals provinciale nazorgfondsen) gebruikelijk is.
In het door het bestuur vastgestelde Treasurystatuut is dat ook vastgelegd. Ook valutarisico’s worden daardoor niet gelopen. Koersverlies bij een liquidatie van de beleggingen wordt hiermee niet voorkomen, maar wel gemitigeerd. Risico 2: De (ambtelijke) organisatie van de stichting is zeer klein en wordt gevormd door twee parttime ondersteuners van de gemeente Midden-Delfland. Dit kan het aanbrengen van functiescheidingen moeilijk maken. Beheersmaatregelen: Voor de betaling van de circa 10 tot 15 facturen per jaar is dit ondervangen door aan medewerkers van het team financiën van de gemeente MiddenDelfland volmacht te geven om over de bankrekening van de stichting te beschikken. Via een opdrachtformulier met toegevoegde factuur worden weliswaar betaalopdrachten gegeven door de penningmeester, maar die worden door de gemeente op dezelfde wijze behandeld en gecontroleerd als betaalopdrachten van/binnen de gemeente zelf. Ook deze werkwijze is vastgelegd in het Treasurystatuut.
10
De resultaten van de beleggingen komen niet alleen tot uitdrukking in de jaarrekeningen van de stichting, maar zijn ook een expliciet agendapunt bij de jaarlijkse bestuursvergaderingen.
Oud grasland in de Duifpolder bij Maasland en Maassluis.
11