CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

993 bijlage 1 Memo - Uitkomsten van het onderzoek naar de borging van duurzaam weidebeheer

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college3.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo – Uitkomsten van het onderzoek naar de borging van duurzaam weidebeheer Gemeente Midden-Delfland

27-1-2026

1. INLEIDING In de commissievergadering op 10 september 2024 heeft het college vragen beantwoord van de fractie van de ChristenUnie, over juridische constructen waarmee duurzaam weidebeheer kan worden geborgd. Het college heeft in haar beantwoording toegezegd nader onderzoek te doen. In dit memo liggen de uitkomsten van dit onderzoek voor.

Achtergrond De ChristenUnie stelde, vrij vertaald, dat de jarenlange investeringen van overheden in het duurzaam weidebeheer kwetsbaar zijn. Als een boer stopt en zijn gronden verkoopt, bestaat de mogelijkheid dat de nieuwe boer afziet van het duurzame weidebeheer. De ChristenUnie constateerde dat het duurzaam beheer van gronden nu niet planologisch kan worden vastgelegd: grond heeft de bestemming ‘agrarisch met waarden’ ofwel ‘natuur’. De recent ingevoerde Omgevingswet biedt volgens de partij perspectief voor het beter borgen van duurzaam beheer. Zeker wanneer de Rijksoverheid met beleid en middelen over de brug zou komen. De ChristenUnie merkt tot slot op, dat de dialoog met de boeren van belang is bij het beter vastleggen van duurzaam beheer.

Vraagstelling In antwoord op de vragen van de ChristenUnie, heeft het college toegezegd om te onderzoeken met welke juridisch constructen duurzaam weidebeheer kan worden veiliggesteld en welke handvatten de Omgevingswet daarvoor biedt. Daarbij neemt het college nadrukkelijk mee welke consequenties en voorwaarden hieraan verbonden zijn.

Onderzoeksaanpak Om tot een beantwoording van de onderzoeksvraag te komen, is ruimtelijk adviesbureau Rho adviseurs gevraagd om de publiekrechtelijke constructen voor borging van duurzaam weidebeheer in beeld te brengen, met oog voor de handvatten die de nieuwe Omgevingswet biedt. Omdat duurzaam weidebeheer een breed begrip is, zijn aan het adviesbureau drie specifieke voorbeelden van duurzaam beheer meegegeven die voor ons gebiedstype relevant kunnen zijn: 1

weidevogelmaatregelen, kringlooplandbouw en weidegang. Rho adviseurs heeft een separate onderzoeksrapportage opgesteld. Naast het onderzoek door Rho adviseurs, is er onderzoek verricht door een werkgroep met ambtenaren op de expertisegebieden ruimtelijke ordening, ecologie, landbouw, agrarisch grondbeleid en landschap. Daarnaast is advies ingewonnen bij Overwater Grondbeleid, het adviesbureau dat de gemeente ondersteunt bij het agrarisch grondbeleid. In paragraaf 4 zijn de uitkomsten van deze verschillende sporen op een rij gezet.

Leeswijzer Dit memo is als volgt opgebouwd: • • • •

Paragraaf 2: wat verstaan we onder duurzaam weidebeheer? Paragraaf 3: hoe stuurt de gemeente momenteel op duurzaam weidebeheer? Paragraaf 4: wat zijn de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek naar juridische constructen voor borging? Paragraaf 5: achtergrondinformatie. a. Hoe stuurt de gemeente momenteel op duurzaam weidebeheer? (verdieping) b. In hoeverre wordt er nu al duurzaam weidebeheer toegepast in Midden-Delfland? c. Welke kansen en bedreigingen zijn er voor duurzaam weidebeheer in MiddenDelfland?

2. WAT VERSTAAN WE ONDER DUURZAAM WEIDEBEHEER? In de raadsvragen wordt gesproken over ‘duurzaam agrarisch beheer van weidegronden’ in MiddenDelfland, kortweg ‘duurzaam weidebeheer’. Een scherpe definitie is belangrijk als basis voor dit onderzoek. Wij hanteren een brede benadering die aansluit bij het concept ‘kringlooplandbouw’.1 ‘Kringlooplandbouw is het optimaliseren van het bedrijfsrendement in de brede zin (economisch en sociaal-maatschappelijk) door zo veel mogelijk gebruik van eigen resources in evenwicht en met respect voor de omgeving (bodem-, lucht-, water- en natuurkwaliteit, landschappelijke waarde, klimaat en dierenwelzijn)’ (Erisman & Verhoeven, 2019).

Vanuit deze definitie bezien slaat de term ‘duurzaam weidebeheer’ op vormen van agrarisch gebruik, waarbij maatregelen worden getroffen die bijdragen aan het behouden en versterken van de aanwezige kwaliteiten van onder meer bodem, lucht, water, natuur en landschap en het verminderen van de impact op het klimaat. Voer- en managementmaatregelen2, technische maatregelen3 en natuur- en landschapsbeheer4 hebben hier invloed op. In Midden-Delfland is veel inzet gericht op agrarisch natuurbeheer ten bate van weidevogels op grasland. Voorbeelden van maatregelen die daarbij passen zijn het respecteren van een rustperiode, plasdraspercelen, kruidenrijk grasland, extensieve beweiding, het uitrijden van ruige mest en een hoog waterpeil.

1 Kringlooplandbouw vormt al jaren de basis van het Midden-Delflandse landbouwbeleid en het programma

Duurzaam Boer Blijven. 2 Voorbeelden zijn verminderen van eiwit in het rantsoen, meer uren weidegang, minder jongvee houden, een langere levensduur van melkkoeien, etc. 3 Voorbeelden zijn stalsystemen als de Sphere (Lely), het CowToilet (HansKamp) en de Gazoo (JOZ). 4 Voor voorbeelden, zie https://wiki.groenkennisnet.nl/space/kpikll en dan KPI 12.

2

3. HOE STUURT DE GEMEENTE MOMENTEEL OP DUURZAAM WEIDEBEHEER? De gemeente Midden-Delfland zet zich sinds haar oprichting in 2004 in voor een open, agrarisch weidegebied met landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden. Duurzaam weidebeheer draagt aan deze waarden bij. De invloed van de gemeente – of breder: overheden – op het beheer van het gebied kent haar grenzen. Het overgrote deel van de agrarische gronden is in private handen. Hier reguleert de gemeente wel de bestemming van gronden, maar maken agrarische ondernemers zelf keuzes in hun bedrijfsvoering en het daarbij passende beheer.5 Kortom: een duurzaam beheer is in grote mate vrijwillig.

Meervoudig sturen De gemeente kan op verschillende manieren invloed uitoefenen op het beheer van weidegronden. We brengen deze manieren in beeld aan de hand van de ‘instrumentenwaaier voor meervoudige sturing’ van de TU Delft.6 De instrumentenwaaier onderscheidt twee assen: de ‘afstandelijkheid’ van de sturing (op afstand vs. in overleg) en de ‘hardheid’ van de sturing (hard vs. zacht). Dat levert vier manieren van sturing op: richting geven, verbinden, reguleren en stimuleren. Het diagram hierna geeft een overzicht van hoe de gemeente Midden-Delfland deze vier rollen op dit moment invult bij het sturen op duurzaam weidebeheer. NB. In de instrumentenwaaier hebben we alleen de instrumenten op een rij gezet die door de gemeente worden gehanteerd. Een van de belangrijkste stimuleringsregelingen ten behoeve van natuur- en landschapsbeheer wordt echter niet door de gemeente, maar door de provincie in afstemming met agrarische collectieven georganiseerd: het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb). Het ANLb is onderdeel van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Commissie.

Stimuleren en verbinden boven reguleren Onze gemeente draagt hoofdzakelijk op een stimulerende en verbindende manier bij aan het verduurzamen van het weidebeheer. De meeste gemeentelijke inzet, in termen van personele capaciteit en geld, is gericht op stimulerende en verbindende activiteiten. Hierbij staan het Programma Duurzaam Boer Blijven en het Grondinstrument voorop. De publiekrechtelijke rol van de gemeente ziet met name op bouwactiviteiten, functieveranderingen en aanlegactiviteiten in het buitengebied. De regels die de gemeente stelt (en tot voor kort, vóórdat de Omgevingswet werd ingevoerd) kón stellen aan het beheer van weidegronden is beperkt.

5 Voor het overgrote deel zijn agrariërs tegelijkertijd eigenaar, gebruiker en beheerder van agrarische gronden.

Er bestaan echter ook andere eigendomsconstructies:(1) afbouwende boeren die gronden verpachten aan medeboeren en (2) privé-eigenaren, overheidsinstanties of terreinbeherende organisaties (TBO’s) die de gronden verpachten aan boeren uit het gebied. 6 De instrumentwaaier is ontwikkeld door de TU Delft met het oog op toepassing in gebiedsontwikkelingen, maar leent zich ook uitstekend om de rol van overheden bij andere ruimtelijke opgaven te verkennen.

3

−Ambities in het ruimtelijk beleid −Campagnes en promotie: bv. het Duurzaam Boer Blijven-magazine en de website

Richting geven: zacht en op afstand Communicatieve instrumenten die de keuzes van partijen beïnvloeden

Verbinden: zacht en in overleg

−Programma Duurzaam Boer Blijven −Grondinstrument −Betrokkenheid in het netwerk

Instrumenten die de samenwerking en (zelf)organisatie van partijen bespoedigen

Reguleren: hard en op afstand

−Regels in het omgevingsplan −Agrarisch pachtbeleid (onderdeel van het Grondinstrument) −Kwalitatieve verplichtingen aangaan

Juridische instrumenten die de mogelijkheden van partijen beperken of verruimen Stimuleren: hard en in overleg Financiële instrumenten die (in)direct kosten/risico’s voor partijen verlagen

−Programma Duurzaam Boer Blijven −Grondinstrument −Regeling Groenblauwe Diensten (via Groenfonds)

De instrumentenwaaier voor het sturen op duurzaam weidebeheer door de gemeente Midden-Delfland.

4. WAT ZIJN DE BELANGRIJKSTE UITKOMSTEN VAN HET ONDERZOEK NAAR JURIDISCHE CONSTRUCTEN VOOR BORGING? De overwegend richtinggevende, stimulerende en verbindende sturingswijzen die de gemeente en andere overheden hanteren, impliceren een grote mate van keuzevrijheid voor agrariërs in de wijze van beheer. Agrariërs kunnen ervoor kiezen om hun bedrijfsvoering te wijzigen. Bij de verkoop van grond geldt voor de nieuwe eigenaar hetzelfde. Wanneer het de wens is om duurzaam beheer optimaal ‘veilig te stellen’, liggen regulerende ofwel juridische constructen voor de hand. De gemeente kan regulerend acteren vanuit zowel haar publiekrechtelijke als privaatrechtelijke rol. Vanuit haar publiekrechtelijke rol voert een gemeente omgevingsbeleid en stelt een omgevingsplan vast waarin het bouwen, aanleggen en de gebruiksfunctie aan regels wordt gebonden. Vanuit haar privaatrechtelijke rol kan een gemeente – onder behoorlijk wat voorbehouden, overigens - grond in haar eigendom strategisch inzetten om haar beleidsdoelen te bereiken: het gemeentelijk grondbeleid. In een afzonderlijk onderzoeksrapport heeft Rho adviseurs de juridische mogelijkheden verkend voor het veiligstellen van duurzaam weidebeheer. De focus van hun verkenning ligt op de publiekrechtelijke rol van de gemeente en de handvatten die de Omgevingswet daarbij biedt.

De gemeente heeft in een eigen verkenning ook privaatrechtelijke opties globaal onderzocht. De uitkomsten van deze verkenningen zijn in vijf hoofdpunten samen te vatten. 4

Richting geven: zacht en op afstand

Communicatieve instrumenten die de keuzes van partijen beïnvloeden

Verbinden: zacht en in overleg Instrumenten die de samenwerking en (zelf)organisatie van partijen bespoedigen

Reguleren: hard en op afstand Juridische instrumenten die de mogelijkheden van partijen beperken of verruimen

Juridische constructen om duurzaam beheer van weidegronden voor de lange termijn te borgen. -

Publiekrechtelijk Privaatrechtelijk

Stimuleren: hard en in overleg Financiële instrumenten die (in)direct kosten/risico’s voor partijen verlagen

In dit onderzoek ligt de focus op juridische ofwel regulerende constructen.

Uitkomsten: vijf hoofdpunten De uitkomsten van het onderzoek zijn samen te vatten in vijf hoofdpunten: 1. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om de wijze van het beheer van weidegronden in omgevingsplanregels vast te leggen, maar het ‘hoe’ vraagt veel uitzoekwerk. De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om beheervoorschriften voor weidegronden op te nemen in het omgevingsplan. Deze mogelijkheden zijn in Nederland voorlopig nog grotendeels onontgonnen terrein: er zijn geen uitgewerkte en beproefde voorbeelden bekend voor gebieden als het onze. In het Buijtenland van Rhoon (gemeente Albrandswaard) zijn weliswaar gedetailleerde beheervoorschriften opgenomen in het omgevingsplan, maar hier is alle agrarische grond in publieke handen en hebben overheden privaatrechtelijk vrij spel. Dat is in Midden-Delfland niet het geval noch het streven. Voor het opnemen van beheervoorschriften is een goede motivering van belang. Hoewel het landschapsbeleid van de gemeente Midden-Delfland hier een goede beleidsmatige en juridische basis voor biedt, is aanscherping nodig om tot het stellen van gerichte beheervoorschriften voor een gericht gebied over te gaan. Een alternatief is het opnemen van doelen in plaats van maatregelen. Denk hiervoor aan de KPI’s van het programma Duurzaam Boer Blijven.

Dat kan in de vorm van een zogeheten omgevingswaarde, maar dat brengt een monitorings- en resultaatplicht met zich mee. 2. Het publiekrechtelijk vastleggen van beheerregels staat haaks op de vrijwillige en stimulerende aanpak die tot nog toe door de gemeente en andere overheden wordt gevolgd. Beheerregels kunnen een positieve impact op de biodiversiteit en het landschap hebben. Daar tegenover staat de impact die beheerregels hebben op de bedrijfsvoering, regeldruk en economische 5

perspectieven van agrarische ondernemers. Het voorschrijven van maatregelen staat haaks op het opkomende principe van doelsturing, dat ook in het programma Duurzaam Boer Blijven sinds jaar en dag wordt toegepast. Het opnemen van gemeentelijke doelvoorschriften past daar beter bij, maar kan gaan wrijven of botsen met de doelen die andere overheden overwegen op te stellen. Aanvullende regeldruk kan het grote draagvlak voor de nu vrijwillige, stimulerende aanpak ondermijnen. 3. Het publiekrechtelijk vastleggen van beheerregels heeft grote consequenties voor onze gemeente qua financiële compensatie, capaciteit en toezicht & handhaving. Als het omgevingsplan wijzigt op gronden van in eigendom van derden en bouw- en gebruiksmogelijkheden worden beperkt, dan is dat een grondslag voor nadeelcompensatie. Het opstellen en motiveren van de beheerregels is landelijk pionierswerk en vraagt de nodige beleidscapaciteit. Daar bovenop is het toezien op de naleving van de beheerregels een novum voor onze gemeente, met een grote claim op de afdeling toezicht en handhaving als logisch gevolg. Een zorgvuldige beleidsmatige en strategische afweging is daarom van belang: iets wat juridisch kán is nog niet per se doelmatig en uitvoerbaar. 4. Bij het opstellen van nieuw omgevingsbeleid, kan gebiedsgericht worden afgewogen of het vastleggen van specifieke beheerregels doelmatig en uitvoerbaar is.

Het kan zijn dat beheerregels op bepaalde plekken en in bepaalde situaties doelmatig en uitvoerbaar blijken, bovenop de bestaande vrijwillige en stimulerende regelingen. Dit kan in nieuwe beleidstrajecten worden overwogen, zoals in de omgevingsvisie 2.0 en het omgevingsplan voor het buitengebied. 5. Een ander construct is het privaatrechtelijk maken van beheerafspraken, bijvoorbeeld in de pachtvoorwaarden van agrarische gronden in gemeentelijk eigendom. Ook hier geldt dat nader moet worden afgewogen waar welke beheerregels doelmatig en uitvoerbaar zijn. Momenteel hanteert de gemeente alleen weidegang als beheergerelateerde pachtvoorwaarde. Bij de eerstvolgende herziening van het agrarisch grondbeleid kan worden afgewogen of het stellen van bepaalde beheerregels op bepaalde plekken bijdraagt aan onze beleidsambities. Daarbij is het te allen tijde de vraag of er sprake is van doelmatigheid en uitvoerbaarheid. Ook is het zaak de vraag te beantwoorden hoe aanvullende beheerregels zich verhouden tot de gemeentelijke doelstelling om de grondgebonden melkveehouderij te versterken in haar toekomstperspectief.

6

5. ACHTERGRONDINFORMATIE a. Hoe stuurt de gemeente momenteel op duurzaam weidebeheer? (verdieping) In aanvulling op het diagram op pagina 4, volgt hieronder een beschrijving van de belangrijkste instrumenten die de gemeente per sturingsrol inzet. Richting geven • Ambities in het ruimtelijk beleid: er is veel gemeentelijke beleid met ambities over duurzaam weidebeheer: o.a. het Landschapsontwikkelperspectief, de Visie Gebiedstafel BPL MiddenDelfland, de Omgevingsvisie 1.0 en het Toekomstperspectief Midden-Delfland 2050. Denk aan uitspraken als ‘een voor agrariërs aantrekkelijk landschap met ruimtelijke kwaliteit en een goed economisch perspectief’, ‘versterking van duurzame grondgebonden melkveehouderij inclusief een verder opgeschaalde kringlooplandbouw’, ‘tegengaan bodemdaling’, ‘water vasthouden’, ‘verbetering van de bodem-, water- en luchtkwaliteit’, ‘verweving van veenweidenatuur en veenweidelandbouw’ en ‘het beschermen en versterken van de weidevogelleefgebieden.’ • Campagnes en promotie: een recent voorbeeld is de 2e editie van het Duurzaam Boer BlijvenMagazine en de website www.middenindelfland.net. Verbinden • Programma Duurzaam Boer Blijven: de gemeente faciliteert samen met LTO Delflands Groen kennisdeling onder melkveehouders over de principes van de kringlooplandbouw.

Via Duurzaam Boer Blijven zet de gemeente in op het stimuleren en faciliteren van kringlooplandbouw en meer biodiversiteit op agrarische gronden. Het programma probeert boeren via verschillende sprekers en initiatieven te inspireren tot meer agrarisch natuurbeheer, wat bij kan dragen aan een breder verdienmodel. Er worden verdiepingsgroepen gefaciliteerd over onderwerpen als waterkwaliteit, kruidenrijk grasland en de bodem. Ook faciliteren we het weidevogelcafé. In deze bijeenkomsten, geleid door de Agrarische Natuurvereniging Vockestaert, delen boeren kennis, ervaring en nieuwe ideeën over weidevogelbeheer. • Grondinstrument: het grondinstrument heeft als doel grond marktconform zoveel als mogelijk beschikbaar te houden voor de agrarische sector van Midden-Delfland. Bij kavelruil moedigt de gemeente het overnemen van huidige ANLb-pakketten aan, die immers op naam van de eigenaar staan en niet gebonden zijn aan de gronden. En bij gebiedsprocessen kan de gemeente, indien gewenst door partijen, een bemiddelende en verbindende rol innemen. Zoals in de Klaas-Engelbrechtspolder, waar de gemeente het bestuurlijk overleg tussen LTO Delflands Groen en Vockestaert heeft georganiseerd, voorgezeten en ambtelijk ondersteund.

• Betrokkenheid in het netwerk: deelname aan en het inbrengen van expertise aan overlegtafels en projectgroepen, die direct of indirect bijdragen aan een duurzamer weidebeheer. Denk aan het Weidevogelpact, het Aanvalsplan Grutto, het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) en de Landschapstafel van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland (BPL).

7

Stimuleren • Programma Duurzaam Boer Blijven: in dit programma wordt niet alleen kennis gedeeld, maar worden boeren ook financieel beloond door o.a. de gemeente. De beloning wordt bepaald aan de hand van Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s). De scores worden afgebeeld op een kringloopcertificaat. Momenteel ontwikkelt de gemeente het kringloopcertificaat door en onderzoekt zij of het ook mogelijk is om een KPI-systematiek voor vleesveehouders in Midden-Delfland op te tuigen. Een ander voorbeeld is het project Groene Erven Nu! - een initiatief van Natuur- en Milieufederatie Zuid-Holland en Trees for all in samenwerking met de gemeente Midden-Delfland. Binnen dit traject kunnen eigenaren kosteloos een erfbeplantingsplan laten maken en wordt het plantmateriaal aangeboden. • Grondinstrument: de gemeente betaald de inzet van een onafhankelijke kavelruilcoördinator met als doel het bevorderen van een duurzame verkaveling met behoud en versterking van natuur- en landschapswaarden. Zo heeft de kavelruilcoördinator een rol vervuld in het gebiedsproces in de Klaas Engelbrechtspolder, waar recent een weidevogelgebied van 19 hectare is gerealiseerd. Daarnaast heeft de gemeente een kleine 200 hectare grond in eigendom. Waar van meerwaarde kan zij dit inzetten om duurzaam weidebeheer te bevorderen. Bijvoorbeeld in de Commandeurspolder, waar een weidevogelkerngebied is gerealiseerd.

In het agrarische pachtbeleid van de gemeente wordt weidegang als pachtvoorwaarde gehanteerd. • Regeling Groenblauwe Diensten (Groenfonds): De gemeente Midden-Delfland is deelnemer aan de Stichting Groenfonds Midden-Delfland. Een van haar doelstellingen is het open agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland te behouden en te versterken. Dat vertaalt zich met name in de regeling groenblauwe diensten, waarbinnen boeren beheervergoedingen krijgen voor het onderhouden van natte en droge landschapselementen en de instandhouding van oud grasland. Reguleren • Omgevingsplan: in het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) bindt de gemeente het bouwen, gebruiken en inrichten van gronden aan regels. In de huidige regeling voor het buitengebied zijn agrarische gronden bestemd voor grondgebonden veehouderijen. Hoe die de weidegronden beheren, valt grotendeels buiten de scope van de huidige regeling. De enige aan beheer gerelateerde regels die worden gesteld, gaan over het telen van ruwvoerdergewassen (maïs), het ophogen of vergraven van grond, het planten of verwijderen van houtgewas, het wijzigen van de waterhuishouding, het aanleggen van verhardingen en het beschermen van landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

• Agrarisch pachtbeleid: bij pachtcontracten die de gemeente voor haar gronden afsluit, is één van de voorwaarden dat de aanwezige landschapselementen worden onderhouden voor de looptijd van het contract. Momenteel is de gemeente bezig met het herijken van het agrarisch pachtbeleid. Twee beoogde wijzigingen van het pachtbeleid hebben betrekking op het duurzaam beheer van weidegronden: 1) gronden langjariger verpachten in plaats van jaar op jaar. Dit komt ten goede aan de kwaliteit van de gronden en het geeft de agrariër meer zekerheid. 2) duurzaamheidsverpachtingscriteria opnemen bij de uitgifte van gronden.

8

b. In hoeverre wordt er nu al duurzaam weidebeheer toegepast in Midden-Delfland? Kringlooplandbouw Het Midden-Delflands agrarisch kerngebied van circa 3.000 hectare wordt beheerd door 50 melkveehouders en een kleine twintigtal overige rundveehouders (2023). Van de 50 melkveebedrijven zijn 44 bedrijven actief bezig met kringlooplandbouw. Regeling Groenblauwe Diensten De gemeente Midden-Delfland is één van de vier gemeenten die is vertegenwoordigd in het bestuur van de stichting Groenfonds Midden-Delfland. In de contractperiode 2024-2029 van de regeling Groenblauwe Diensten vergoed het Groenfonds grondeigenaren in het voormalige reconstructiegebied voor de volgende aan beheer van weidegronden gerelateerde diensten: − −

927 hectare kruidenrijk grasland dat al 25 jaar niet is vernieuwd en waar weidegang plaatsvindt. Het beheren van diverse landschapselementen. Voor het grootste deel bevinden die elementen zich op erven, maar deels ook op agrarische gronden, waaronder knotbomen, rietkragen, geriefhoutbosjes, natuurvriendelijke oevers en poelen.

Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Sinds 2016 bestaat het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) in Nederland (zie bijlage 1). Het ANLb is een subsidie vanuit het Gemeenschappelijk landbouwbeleid, provincies en waterschappen. Via agrarische collectieven ‘landen’ ze op het boerenerf7. De subsidie vergoed gederfde inkomsten. Met deze subsidie werken agrariërs aan het beschermen en verbeteren van de omgeving van dieren, dragen ze bij aan klimaatdoelen, en werken ze aan de waterkwaliteit. De agrarische collectieven in Nederland, 40 in totaal, sluiten op vrijwillige basis zesjarige beheercontracten met grondeigenaren op de thema’s: weidevogels, landschapselementen, bodem, water en klimaat. Voorbeelden van type contracten zijn plasdras voor weidevogels, hakhoutbeheer, bodemverbetering grasland, ecologisch slootschonen, en water bergen. Dit zijn vastgestelde beheerpakketten met hun eigen voorwaarden, beheervoorschriften en tarieven. In het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland sluit het Agrarisch Collectief Midden-Delfland overwegend weidevogelbeheer contracten af. Het totaal beheer onder ANLb is een kleine 2.000 hectare, waarvan circa 500 hectare zwaar beheer, zie onderstaande figuur.

7 Een particulier kan ook ANLb afsluiten. De particulier moet zich hiervoor wel aanmelden bij RVO, omdat een

relatienummer noodzakelijk is om aan het ANLb deel te nemen.

9

Ontwikkeling mozaïekpakketten 2016-2024

Weidevogelgebieden Via langjarige afspraken, vastgelegd bij de notaris, zijn agrarische gebieden in Midden-Delfland ingericht met het oog op weidevogels. Agrariërs beheren deze gebieden. Een voorbeeld hiervan is het weidevogelkerngebied in de Commandeurspolder waar een kwalitatieve verplichting van onbepaalde tijd op rust. Of de Klaas Engelbrechtspolder waar een kwalitatieve verplichting van 30 jaar op rust. Bestendigheid van het huidige duurzaam beheer ANLb en Groenfonds contracten zijn persoonsgebonden en afgesloten op vrijwillige basis. Hierdoor kan bij een wisseling van eigenaar van gronden een jarenlange investering teniet worden gedaan. Bij een kwalitatieve verplichting is dit niet het geval, omdat de afspraken met betrekking tot beheer grondgebonden zijn en van een veel langere termijn. Deelname aan het kringlooplandbouwprogramma binnen Duurzaam Boer Blijven is daarentegen ook volledig vrijwillig en geeft daarmee geen garanties met betrekking tot bestendigheid van duurzaam beheer.

c. Welke kansen en bedreigingen zijn er voor duurzaam weidebeheer in MiddenDelfland? Onderstaand overzicht van kansen en bedreigingen, is de uitkomst van een eerste interne inventarisatie in 2025. Het overzicht is nadrukkelijk niet volledig. Wanneer de inzichten van dit onderzoek worden betrokken bij het opstellen van nieuw beleid, is het raadzaam om dit overzicht te actualiseren en nuanceren met betrokkenheid van gebiedspartners. Kansen

Bedreigingen

ANLb: - Vanaf 2026 komt landelijk jaarlijks 500 miljoen extra beschikbaar voor Agrarisch Natuur en Landschapsbeheer. Grote kans dat extra gelden beschikbaar komen voor het Midden-Delfland gebied. - Landelijk wordt onderzocht of de huidige contracttermijnen van 6 jaar verlengd kunnen worden

Andere partijen dan veehouders welke agrarische gronden opkopen. Grondbeschikbaarheid voor boeren is van belang voor het toekomstige beheer van weidegronden in Midden-Delfland.

10

naar 20 jaar. - Landelijk wordt onderzocht of de huidige vergoedingen aangepast kunnen worden in marktconforme vergoedingen. - Landelijk wordt onderzocht of de vergoedingen vaker geïndexeerd kunnen worden. Het Groenfonds gaat bekijken of zij (een deel van) het beheer van de landschapselementen uit het ANLb kan bekostigen.

Vanuit de markt ontstaat meer en meer vraag naar duurzamere producten. Hierdoor krijgen boeren betaalt vanuit de markt voor als zij diensten leveren op het gebied van duurzaamheid, via keurmerken of korte ketens. Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid werkt sinds 2023 met ecoregelingen 8.

De jonge boer, de nieuwe generatie, heeft over het algemeen oog voor duurzaamheid 10.

Via Duurzaam Boer Blijven stimuleert de gemeente boeren om te verduurzamen qua bedrijfsvoering en daarmee beheer van het gebied. De positieve beweging die hiermee is ontstaan, werpt zijn vruchten af. Andere partijen als niet-rundveehouders bereikt zij nauwelijks tot niet. Daarmee mis je in principe een doelgroep, die wellicht op een of andere manier een bijdrage kan leveren. De PAS problematiek is tot de dag van vandaag niet opgelost. Dit verhindert een deel van de boeren om te investeren in verduurzaming. De trend in Nederland is dat het aantal boerenbedrijven afneemt. Dit zien we ook in Midden-Delfland naast dat het totaal landbouw areaal licht daalt9. Landelijke/provinciale regelgeving dat gebaseerd is op middelsturing. Voorbeelden: ANLb systeem, wetgeving omtrent mest opbrengen op land. De middelen die worden ‘voorgeschreven’ dragen niet altijd bij aan de daarvoor bedoelde doelen.

8 Met ecoregelingen beloont de EU landbouwers voor het in stand houden van natuurlijke rijkdommen en het

leveren van publieke goederen van algemeen nut die niet in de marktprijzen tot uiting komen. 9 Midden-Delfland landbouwcijfers – kavelruilcoördinator. 10 Jonge boer gebaat bij duurzaamheid - Nieuwe Oogst

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=5aa46f8f-d131-428a-b09e-f0d0aef9e7c9