CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

989 bijlage Ecologische visie - startnotitie - versie jan 2026

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Brieven van het college2.244 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Ecologische visie (concept) Gemeente Midden-Delfland, januari 2026 (versie 1.6)

Onderwerp Het opstellen van een Ecologische visie

Trekker / eigenaar Opdrachtgever: Michel Klijmij-van der Laan, wethouder Opdrachtnemer: Christel Muller, teamleider LWE

Probleemstelling In de Toekomstvisie 2050 zijn diverse ambities vastgesteld, zoals natuurinclusieve landbouw, verbetering van kwaliteit van het landschap en het belang van biodiversiteit. Deze ambities hebben uitwerking nodig, op dit moment is er weinig beleid rondom de thema’s groen en biodiversiteit. De komende jaren wordt er aan verschillende thema’s gewerkt die met een Ecologische visie versterkt kunnen worden, denk aan de energietransitie, klimaatadaptatie en groenblauwe dooradering. Verder is er een middel nodig om de intrinsieke waarde van natuur en groen te behartigen. Zoals bekend is het ecosysteem in Nederland steeds meer uit balans geraakt, maar wordt er hard gewerkt om het tij te keren. Een gezond ecosysteem heeft vele voordelen: de natuur kan beter tegen een stootje (wat met het veranderende klimaat steeds vaker nodig is), levert een prettig leefklimaat op en zorgt voor minder plaagsoorten.

Doel De Ecologische visie dient als kader voor diverse opgaven. Het is richtinggevend op het gebied van groen; het gaat hierbij vooral over het behouden en verbeteren van een gezonde leefomgeving en het werken aan biodiversiteitsherstel. De noodzaak om het verlies aan biodiversiteit om te buigen naar herstel wordt steeds vaker benadrukt, zo is er de verplichting om vanuit de Europese Natuurherstelwet om ecosystemen te herstellen en de achteruitgang van de natuur te stoppen. Nederland heeft hier nog een flinke uitdaging in, waar het rijk onder andere inzet op lokaal maatwerk via gemeenten. Binnen Midden-Delfland is het landschap een belangrijk element; als identiteit maar ook als drager van belangrijke thema’s zoals cultuurhistorie, duurzame agrarische ontwikkeling en natuurwaarde. Denk daarbij aan koe in de wei, oude slootpatronen, kringlooplandbouw en beheer wat lokaal wordt afgestemd op weidevogels. Ook de dorpen met elk hun eigen identiteit, hebben natuurwaarde en hun eigen opgaves. Denk hierbij aan klimaatadaptatie door middel van groen, de mogelijkheden van

natuurinclusief bouwen (wat al in projecten wordt toegepast) en het versterken van de relatie stadland. De Ecologische visie zal nadrukkelijk inzoomen op de huidige kwaliteiten en de uitdagingen die er nog liggen. In de visie zullen doelen worden geformuleerd waar de komende jaren aan gewerkt zal worden. Hierbij wordt onder andere stilgestaan bij de kansen van natuurinclusieve landbouw, ook in relatie tot de langere termijn (zoals veenoxidatie en bodemdaling). Ook de regionale samenwerking in bijvoorbeeld de Landschapstafel (BPL) biedt kansen op ecologisch vlak. In de analyse wordt stilgestaan op welke wijze deze doelen concreet gemaakt kunnen worden. Bijvoorbeeld het doel om voor 25% van de wijken de BKN norm te behalen (die dat nu nog niet halen). Basis Kwaliteit Natuur (BKN) Basiskwaliteit Natuur is de set van condities (abiotiek, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om algemeen te blijven of worden. Zonder deze condities zullen de algemene soorten achteruitgaan. Basiskwaliteit Natuur richt met name zich op het landelijk en stedelijk gebied, waar natuur niet de primaire functie is. Als in deze gebieden de kwaliteit van de leefomgeving op orde is, profiteert alle natuur daarvan mee.

BKN is de afgelopen jaren ontwikkeld door Naturalis, Soorten NL, De Vogelbescherming, De Vlinderstichting, Wageningen Universiteit, Sovon en het consortium Samen voor biodiversiteit. Om de activiteiten rondom BKN te stroomlijnen en de coherentie te vergroten, wordt er een programmatische aanpak ontwikkeld door het ministerie van LNV. Daarbij wordt verbinding gezocht met de Agenda Natuurinclusief, de uitvoering van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de uitvoering van het principe dat water en bodem sturend zijn1 . Daarnaast kan BKN ook bijdragen aan het halen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water en meer groenblauwe dooradering in het landschap, zoals wordt nagestreefd in het Aanvalsplan Landschap. Ook kan met BKN

mogelijk

invulling

worden

gegeven

aan

de

vereisten

van

de

Europese

Natuurherstelverordening. In lijn met het recent opgestelde Groenbeleid, wordt ook gekeken wat de mogelijkheden zijn voor ecologisch beheer van onze groenstructuren. Dit wordt afgestemd met de afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR). Zoals al aangekondigd in het Groenbeleid, wordt in de Ecologische visie een ecologische groenstructuur uitgewerkt. Dit netwerk van verbonden groenstructuren helpt in het maken van keuzes: zo is het ecologisch beheer in dit netwerk van groter belang dan daarbuiten. Ook maakt het mogelijke kansen en knelpunten duidelijk. Tevens wordt stilgestaan bij hoe wordt omgegaan met compensatie van natuurwaarden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Onderwerpen die verder aan bod komen zijn bijvoorbeeld: hoeveel groen heeft elke

straat en buurt nodig (groennorm), welk beheer past daar bij en hoe zorgen we ervoor dat de gebouwde omgeving zo natuurinclusief mogelijk is. Ook wordt er gekeken naar welke biotopen er zijn, en hoe we deze kunnen verbeteren. Met amassadeursoorten (zoals de Grutto en de Egel) kan duidelijk worden gemaakt waar biotopen aan moeten voldoen. Op basis hiervan kunnen maatregelen geformuleerd worden om de biotopen te verbeteren. Tevens zijn de ambassadeursoorten goed inzetbaar als communicatiemiddel. Om zicht te krijgen op de effectiviteit van de maatregelen en de algehele staat van biodiversiteit in de gemeente, is monitoring benodigd. Dit onderwerp wordt meegenomen in de visie, waarschijnlijk in lijn met de onlangs voorgestelde maatlat BKN die per landschapstype op condities en soorten toetst. Door zo veel mogelijk op landelijke protocollen (bijvoorbeeld de Nectarindex of telroutes van vlinders) en meetnetten aan te sluiten, zorgen we voor een toegankelijk instrument, waarbij tevens vergelijkingen kunnen worden gemaakt met andere (gelijksoortige) gebieden. Bouwstenen Omgevingsvisie 2.0 Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op grond van deze wet dienen gemeenten op 1 januari 2027 te beschikken over een omgevingsvisie die voldoet aan de eisen van die wet. De omgevingsvisie bevat het strategische, integrale, langetermijnbeleid voor de fysieke leefomgeving.

De Toekomstvisie 2050 geeft mede richting aan de Omgevingsvisie 2.0. De gemeenteraad heeft immers besloten dat “de Toekomstvisie 2050, als product van de gemeenschap, als richtinggevend document dient voor de verdere ontwikkeling van beleid en initiatieven in de gemeente, waaronder de dorpsvisies en de Omgevingsvisie 2.0.” Naast de ecologische visie zal ook een door de gemeenteraad vastgestelde geactualiseerde visie op het landelijk gebied deel uitmaken van de nieuwe omgevingsvisie en tevens een dorpenvisie. Recent is de Woonvisie 2024-2030 vastgesteld. Ook deze zal deel uitmaken van de omgevingsvisie. Dit zal nog aangevuld worden met visies en inzichten die uit parallelle trajecten worden opgehaald (Woonzorgvisie, Klimaat, Energietransitie, etc.). De elementen waarmee de omgevingsvisie wordt opgebouwd zijn input voor het op te stellen Omgevingsplan dat onder andere de voormalige bestemmingsplannen en onderdelen van de APV vervangt.

De Ecologische visie dient als bouwsteen voor de op te stellen Omgevingsvisie. Met een vastgestelde Ecologische visie kan met een uitvoeringsprogramma worden gewerkt aan de doelen van de Ecologische visie.

Inspanningsplan Om de ecologische visie op te stellen, wordt een bureau ingeschakeld. Veel ecologische bureaus hebben ervaring op dit vlak, er zijn al enkele bureaus in beeld. Als eerste is een opdrachtformulering benodigd, deze wordt door de gemeentelijk ecoloog opgesteld en intern afgestemd.

Samenwerking intern De Ecologische visie wordt begeleid door de gemeente ecoloog. De afdelingen Landschap en Beheer Openbare Ruimte worden nadrukkelijk in het proces betrokken en leveren input. Daarnaast worden de disciplines Wonen, Duurzaamheid (energietransitie, klimaatadaptatie), Ontwikkeling en Communicatie meegenomen. Met een werksessie zal de Raad meegenomen worden in de ontwikkeling van de visie.

Participatie De inhoud wordt extern afgestemd met de volgende partijen: Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Natuurlijk Delfland (lokale KNNV), Hoogheemraadschap van Delfland, Landschapstafel BPL, Agrarische Natuurvereniging Vockestaert, Vogelwerkgroep MiddenDelfland, de Polderarchitect, LTO, buurgemeenten. Zie bijlage 1, Participatieplan, voor meer details over vorm en inhoud van de beoogde participatie.

Wat nodig Er is reeds een uitvraag geweest bij verschillende ecologische bureaus om deze visie vorm te geven. Op basis hiervan worden de kosten ingeschat op €40.000,- Voor deze kosten is reeds dekking binnen de huidige begroting. Naar verwachting start het bureau begin 2026. Bij PBW4 is verzocht het hiervoor bestemde budget door te schuiven naar 2026. Na instemming door de gemeenteraad d.d. 16 december is dit een feit.

Planning Onderdeel

Periode

Opzet startnotitie

Oktober

Afstemming startnotitie met

Januari 2026

portefeuillehouder en Collegebesluit vaststelling startnotitie

Concept Ecologische visie

Februari – april

Afstemming, ophalen input (in en extern)

Maart

-

Verwerking input

April

Werksessie met Raad

Mei

Terinzagelegging zienswijzen

Mei-Juni

Raadsbesluit vaststelling Ecologische visie

Juli

Notabene: er is nog enige ruimte in de planning, maar het is wel raadzaam om vaststelling op zijn laatst in september te laten plaatsvinden in verband met het traject van de Omgevingsvisie 2.0.

Risico’s en beheersmaatregelen De volgende risiconiveaus worden gehanteerd: •

Laag: De kans dat het risico optreedt ligt tussen de 0 en 30%.

•

Middel: De kans dat het risico optreedt ligt tussen de 30 en 70%.

•

Hoog: De kans dat het risico optreedt is groter dan 70%.

Risico-inventarisatie De risico-inventarisatie levert in dit stadium globaal het volgende beeld op: •

De planologische aspecten van de Ecologische visie zijn niet op tijd klaar als input voor de Omgevingsvisie 2.0. Inschatting: laag risico

•

Ontbrekende aansluiting op aanpalende beleidsterreinen zoals wonen, verkeer, landschap en regio. Inschatting: laag risico

•

Vertraging van het vaststellen van de Ecologische visie door de raad te weinig in het proces te betrekken. Inschatting: middel tot hoog risico. Dit risico kan worden verkleind door de raad mee te nemen in het proces. Om deze reden is gekozen om een interactieve werksessie met de raad te organiseren.

•

De factor tijd: de omvang van de opdracht is groter dan is verwoord in de startnotitie. Inschatting: hoog risico. Dit risico kan worden verkleind door tijdens het proces duidelijk aan te geven hoe de omvang van de opdracht zich verhoudt tot de planning en het budget.

Bijlage 1. (Concept) Participatieplan Ecologische visie Midden-Delfland 2026 1. Waarom dit participatieplan a. Aanleiding Er zijn meerdere aanleidingen voor een nieuw beleid: I.

Kaderstelling, daar er thans geen ecologisch beleid is vastgesteld.

II.

Ecologie is een urgent vraagstuk.

III.

Vanuit het Rijk en de Europese Unie worden er steeds meer eisen gesteld op ecologisch vlak, zoals bijvoorbeeld de Natuur Herstel Verordening van de EU.

IV.

Ecologie is een bouwsteen voor de Omgevingsvisie 2.0

b. Doel Participatie is wenselijk om vanuit de praktijk alle kenmerken in beeld te krijgen. Kennis van (lokale) stakeholders is noodzakelijk. Ook is het wenselijk om projecten te realiseren op basis van het vastgestelde ecologisch beleid. Deze projecten dragen bij aan biodiversiteitsherstel en een gezonde leefomgeving. 2. Randvoorwaarden en niveau participatie a. Wettelijke en bestuurlijke kaders Zie hoofdstuk “Probleemstelling” van de startnotitie. b. Niveau participatie Gelet op de aanleiding van het nieuwe beleid, is het wenselijk om het beleid te ontwikkelen mede op basis van kennis van lokale (gebieds-) partners. Niveau van participatie betreft dan vooral inspraak (raadplegen) en adviseren. Zie hoofdstuk “Participatie” van deze startnotitie voor een lijst met beoogde partijen die worden gevraagd om input te leveren. 3. Belanghebbenden, doelgroepen en benadering a. Belanghebbenden Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Hoogheemraadschap van Delfland, Landschapstafel BPL, Agrarische Natuurvereniging Vockestaert, de Polderarchitect, LTO, buurgemeenten.

b. Doelgroepen De organisaties en personen die met ecologie te maken hebben, te weten: Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Natuurlijk Delfland (lokale KNNV), Hoogheemraadschap van Delfland, Landschapstafel BPL, Agrarische Natuurvereniging Vockestaert, Vogelwerkgroep MiddenDelfland, de Polderarchitect, LTO, buurgemeenten. c. Benadering Organisaties worden persoonlijk uitgenodigd via de reeds bekende contactpersonen om input te leveren.

4. Beïnvloedingsruimte en proces a. Onderdelen beïnvloeding beleid of project Inhoudelijke beïnvloeding is het doel. Inbreng zal worden gestructureerd in nog op te stellen thema’s. In samenwerking met het te selecteren adviesbureau zal een keuze worden gemaakt over de aanpak van de participatie en communicatie. De opbrengst uit 1e fase participatie wordt gebruikt om definitief ecologisch beleid voor Midden-Delfland op te stellen. Gemotiveerde besluitvorming op inbreng inspraak vindt plaats op basis van besluit college van burgemeester en wethouders. Aan de hand van een raadsinformatiebrief krijgt de gemeenteraad informatie over het beleid. Tijdens een werksessie informeren we de gemeenteraad in de loop van het proces. Het participatieverslag maakt onderdeel uit van het definitieve besluit.

b. Planning en proces Planning is nog niet in definitief beschikbaar, wel in een globaal voorstel voor de processtappen (zie ook startnotitie). •

Opzet en bespreking startnotitie – Oktober 2025 - januari 2026

•

Interne afstemming startnotitie en Collegebesluit – Januari 2026

•

Opdrachtverlening en startoverleg bureaus - Januari 2026

•

Afstemming, ophalen input (individuele gesprekken) - Maart 2026

•

Verwerking input – April 2026

•

Terinzagelegging 6 weken - Mei 2026

•

Raadsbesluit vaststelling - Juni 2026

Waar mogelijk vindt afstemming plaats op de planning van de participatie over projecten en ontwikkelingen, die raken aan het ecologisch beleidskader, waaronder de Recreatie visie en het Groenbeleid.

5. Participatievragen en werkvormen a. Participatievragen Ophalen informatie en mogelijke oplossingen voor biodiversiteitsherstel, ecologische kansen en kennis van lokale ontwikkelingen. Reactie op praktische uitvoering van uitgangspunten en regels in concept Ecologisch beleid Midden-Delfland 2026. b. Werkvormen Het idee is in de 1e fase aan de hand van individuele gesprekken met de verschillende partijen de problemen en mogelijke oplossingen te bespreken. Ook kan gedacht worden aan het toezenden en publiceren van concept recreatiebeleid. Afrondend zou de mogelijkheid kunnen zijn om plenair in te spreken. 2e fase Openbare voorbereidingsprocedure Awb met zienswijzen en reactie. Suggesties van het gespecialiseerde adviesbureau nemen we mee in de aanpak.

6. Verantwoordelijkheden en financiële paragraaf a. Verantwoordelijkheden Eerste (interne) aanspreekpunt voor de participatie is ecoloog Daan van der Sluis. b. Financiën Geen extra financien benodigd voor participatie, dit is reeds meegenomen in het opstellen van de visie.

7. Verslaglegging en terugkoppeling a. Participatieverslag Eindverslag proces met reactie op uitkomsten, adviezen en argumenten. b. Terugkoppeling

Tussentijds met reactie op inbreng tijdens 1e fase en verwerking van ingebrachte reacties in collegevoorstel concept beleid.

8. Optionele bijlagen --

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=b3012f89-8cb4-4053-abc4-60a46add286a