984 Raadsinformatiebrief Rapport Kinderombudsman Niemand hielp mij
Tekst van het document
Gemeente
Anna van Raesfeltstraat 37, Postbus 1, 2636 ZC Schipluiden
Midden-Delfland
1(015) 380 41 11, F (015) 380 99 92 E gemeente@middendelfland.nl, I vwvw.middendelfland.nl
Aan de gemeenteraad
Ons kenmerk Bijlage(n)
977197 1. Aanbiedingsbrief rapport Kinderombudsman 2. Rapport Kinderombudsman 'Niemand hielp mij'
2 6 JAN 2026 Onderwerp Raadsinformatiebrief Rapport Kinderombudsman 'Niemand hielp mij'
Datum 21 januari 2026
Geachte raadsleden, In Nederland groeien kinderen op die zich thuis niet veilig voelen. Kinderen die dagelijks leven met ruzie, dreiging of geweld, en die vaak niemand hebben bij wie zij hun verhaal kwijt kunnen. Voor hen is onveiligheid geen incident, maar onderdeel van het dagelijks leven. In het rapport 'Niemand hielp mij' laat de Kinderombudsman, op basis van wat kinderen zélf hebben verteld, zien hoe groot de impact hiervan is. Het rapport is gebaseerd op het tweejaarlijkse onderzoek 'Als je het ons vraagt', uitgevoerd in 2020, 2022 en 2024. De Kinderombudsman heeft een oproep gedaan aan ons als college om de bescherming van kinderen en jongeren die in beeld zijn te verbeteren en ervoor te zorgen dat kinderen beter in beeld komen en de juiste ondersteuning krijgen. Met deze raadsinformatiebrief willen wij u informeren over de bevindingen van het rapport en reageren we op de oproep.
Samenvatting rapport 'Niemand hieip mij' Definitie kindermishandeiing voigens de Jeugdwet Elke vorm van fysiek, psychisch of seksueel contact die voor een kind bedreigend of gewelddadig is. Hier valt ook fysieke en emotionele verwaarlozing onder, en getuige zijn van geweld tussen ouders of andere gezinsleden onderling. Aanleiding en urgentie Een aanzienlijke groep kinderen in Nederland groeit op met ruzie en geweld thuis, waaronder uitschelden, bang maken, slaan of schoppen. Uit onderzoek van de Kinderombudsman blijkt dat 8% van de ondervraagde kinderen* hiermee te maken heeft. Deze kinderen ervaren structurele onveiligheid, wat hun welzijn, ontwikkeling en toekomstperspectief ernstig schaadt.
* In totaal gaat het om 7.059 kinderen die meededen in het onderzoek.
1
Zorgwekkend is dat meer dan 80% van deze kinderen geen (professionele) hulp ontvangt. Van de kinderen binnen deze groep die hun leven een onvoldoende geven, krijgt bijna 70% geen hulp. Dit wijst erop dat veel kinderen niet (tijdig) in beeld zijn bij gemeenten en hulpinstanties. Onderzoek en kernbevindingen De Kinderombudsman analyseerde data van 7.059 kinderen (8-18 jaar) uit het tweejaarlijkse onderzoek'Als je het ons vraagt' (2020, 2022, 2024). De kwaliteit van leven werd gemeten aan de hand van veertien omgevingsvoorwaarden, waaronder veiligheid thuis, aandacht van ouders, school, sociaal netwerk en toekomstperspectief. Belangrijkste uitkomsten: • Kinderen met ruzie en geweld thuis geven hun leven gemiddeld 1,4 punt lager dan kinderen zonder deze ervaringen op een schaal van 1 tot en met 10. • Zij scoren beduidend slechter op de veertien omgevingsvoorwaarden (10,3 vs. 13,1). • De grootste verschillen zitten bij veiligheid thuis, zekerheid/toekomstperspectief en voorbeeldgedrag van ouders. Binnen de groep kinderen met ruzie en geweld thuis is een duidelijk onderscheid zichtbaar: • 27,8% (157 kinderen) geeft het eigen leven een onvoldoende. • Deze kinderen scoren gemiddeld slechts 6,8 van de 14 omgevingsvoorwaarden als voldoende tot goed.
• Bij hen is sprake van een opeenstapeling van problemen (armoede, psychische problematiek, conflicten tussen ouders, zwak sociaal netwerk). Cruciaal is dat deze groep niet alleen thuis onveilig opgroeit, maar ook onvoldoende steun ervaart vanuit school, buurt en sociale omgeving. Kinderrechten en gemeentelijke verantwoordelijkheid Opgroeien met geweld vormt een directe schending van meerdere rechten uit het VNKinderrechtenverdrag: • Het recht op gelijke behandeling • Het belang van het kind • Het recht op een goed leven en een goede ontwikkeling • Het recht om een mening te geven Wanneer ouders niet in staat zijn een veilige opvoedomgeving te bieden, ligt er een verantwoordelijkheid bij de overheid, en daarmee ook bij gemeenten, om tijdig ondersteuning en bescherming te organiseren. Knelpunten in de huidige aanpak Het onderzoek laat zien dat de huidige aanpak tekortschiet: • Veel kinderen blijven buiten beeld, ondanks signalen. • Veilig Thuis en Jeugdbescherming kampen met wachttijden, capaciteitsproblemen en gebrekkige opvolging. • Gezinnen raken soms opnieuw uit beeld na een melding. • Er is geen laagdrempelige, kindvriendelijke plek waar kinderen hun verhaal veilig en één keer kunnen doen. • Daarnaast ervaren zowel ouders als kinderen drempels om hulp te zoeken, onder andere uit angst voor uithuisplaatsing of schaamte.
Kernboodschap Ruzie en geweld thuis hebben een diepgaande en langdurige impact op kinderen. Te veel kinderen blijven onzichtbaar en zonder hulp, terwijl juist tijdige ondersteuning bewezen effectief is. Het onderzoek toont aan dat een sterke sociale omgeving (school, wijk, netwerk van volwassenen) een
2
beschermende factor kan zijn. Deze kinderen missen deze bescherming en hebben hulp daarom extra hard nodig. Voor gemeenten betekent dit: investeer in zichtbaarheid, preventie en integrale ondersteuning, met het kind en zijn leefomgeving centraal. Reactie op het rapport De gemeenten in de regio Haaglanden hebben kennisgenomen van het rapport 'Niemand hielp mij' van de Kinderombudsman. Het rapport benadrukt hoe belangrijk het is dat jongeren worden gezien, gehoord en ondersteund worden wanneer dat nodig is. Deze bevindingen sluiten aan bij recente rapporten (2025) van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid over Jeugdbescherming West en de William Schrikker Stichting. Uit de inspectierapporten blijkt dat kinderen en jongeren behoefte hebben aan laagdrempelige en veilige mogelijkheden om hun verhaal te delen en hulp te krijgen. Dat is mogelijk via de Kindertelefoon, Stichting Chris, Villa Pinedo en de chatfunctie van Veilig Thuis Haaglanden. Preventie en vroegsignalering Het rapport onderstreept het belang van preventie en vroegsignalering, een conclusie die wij delen en ook een prioriteit hebben gemaakt binnen de nieuwe regiovisie aanpak huiselijk geweld Haaglanden. In de regio Haaglanden wordt ingezet op preventie en vroegsignalering via scholen, jeugdgezondheidszorg en de lokale teams.
Hierbij zetten wij de implementatie van de meldcode centraal. Handelen bij vermoedens van kindermishandeling, inclusief verwaarlozing, verloopt via dit handelingskader. Het onder de aandacht brengen van de meldcode, de rol van Veilig Thuis bij maatschappelijke partners en de inzet en bekwaming van aandachtsfunctionarissen heeft prioriteit in onze regio. Kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en scholen vormen hierbij een belangrijke vindplaats. Met deze focus willen we de zichtbaarheid en vroege aanpak van signalen verbeteren. Als de inzet van vrijwillige hulpverlening niet lukt, dan komt jeugdbescherming in beeld. De afgelopen jaren is er constante aandacht voor de kwaliteit voor de jeugdbescherming in onze regio. De raad ontvangt hierover periodieke raadsinformatiebrieven met de stand van zaken hierin. Een sterke sociale basis Brede preventie van kindermishandeling en huiselijk geweid vraagt om tijdige ondersteuning van gezinnen en het vroegtijdig herkennen van signalen van onveiligheid. Wij erkennen dat risicofactoren vaak samenhangen met bestaanszekerheid en dat huiselijk geweld zelden op zichzelf staat. Als gemeenten zetten wij daarom in op een sterke sociale basis en preventieve voorzieningen.
Samen met lokale en regionale partners werken wij binnen het programma Kansrijke Start aan een goede start voor ieder kind, met extra aandacht voor gezinnen in een kwetsbare situatie. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) vervult hierin een belangrijke rol door haar laagdrempelige en langdurige contactmomenten met (aanstaande) ouders en jonge kinderen, waarin (beginnende) onveiligheid tijdig kan worden herkend en besproken kan worden. Vanuit deze samenwerking werken we aan een integrale preventieve aanpak van kindermishandeling. De groep die wél in beeld is Met de focus op preventie en vroegsignalering binnen de regiovisie willen we in een vroegtijdig stadium signalen in beeld krijgen, zodat we op tijd kunnen handelen. Naast de groep kinderen (en volwassenen) die we niet in beeld hebben, is er ook de groep die wel in beeld is en hulpverlening ontvangt. Voor deze groep willen we ook invulling geven aan de lessen uit het rapport van de Kinderombudsman: de kinderen daadwerkelijk zien en hun veiligheid centraal stellen. Binnen de regiovisie hebben we dat vormgegeven door in te zetten op systemisch werken. Systemisch werken betekent dat we aandacht hebben voor alle betrokkenen binnen een huishouden of gezin en niet alleen kijken naar een slachtoffer of pleger.
De Routekaart naar Veiligheid dient hierbij als hulpmiddel om deze manier van werken en denken binnen de lokale teams van gemeenten en bij ketenpartners te ondersteunen en de samenwerking met elkaar te versterken. Een randvoorwaarde hierbij is een gezamenlijke leer- en verbetercultuur, waarbij we investeren in deskundigheidsbevordering.
3
Het rapport van de Kinderombudsman is niet alleen een oproep aan gemeenten, maar ook aan de Rijksoverheid, Veilig Thuis, GGD, onderwijzers en ieder andere lezer van het rapport. Het creëren van een veilige omgeving voor kinderen doen we samen. Reactie Veilig Thuis Vanuit de gemeenten is gevraagd om een regionale reactie van Veilig Thuis op het rapport. Veilig Thuis laat hierop weten: "Veilig Thuis Haaglanden (VTH) herkent de problemen die de Kinderombudsman in het rapport schetst. Het rapport bevat echter geen nieuwe inzichten. De enkele aanbevelingen die expliciet naar Veilig Thuis verwijst vraagt daarbij om nuancering. » *
Veilig Thuis richt zich op geweld in afhankelijkheidsrelaties, dat is anders dan "alle meldingen van geweld tegen kinderen". Niet elke melding valt binnen deze wettelijke taak. Bij alle meldingen met signalen van huiselijk geweld en of kindermishandeling die wij ontvangen, voeren wij een veiligheidsbeoordeling uit. Op basis daarvan bepalen we of er sprake is van (dreigende) onveiligheid en welke vervolgstappen nodig zijn.
Wij onderschrijven de oproep om de samenwerkingen te versterken en de structurele problemen binnen de jeugdbescherming (landelijk) aan te pakken. // Het rapport van de Kinderombudsman bevat een duidelijke boodschap: biedt tijdige ondersteuning voor kinderen die opgroeien met ruzie en geweld thuis en versterk de rol die de sociale omgeving speelt in het herkennen hiervan. Als gemeenten herkennen we deze verantwoordelijkheid en zien we hierin een bevestiging van de koers die we hebben ingezet met de nieuwe regiovisie. Preventie en vroegsignalering, het versterken van de (regionale) samenwerking tussen (keten)partners uit verschillende domeinen en werken aan duurzaam herstel zijn speerpunten uit de regiovisie. Met de inzet op deze punten werken we aan het beter in beeld krijgen van kinderen en gezinnen, het versterken van de samenwerking tussen onderwijs, jeugd, zorg, en de andere domeinen en het organiseren van samenhangende ondersteuning rondom het kind en de omgeving waarin het kind zich bevindt. Wij hopen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Met vpién9felijke gröet, hety^llegarvap-burgemeester en wethouders.
9'
:esecretaris
F.I. f^oordermeer - van Slageren burgemeester
4